26 december 2020

Muzikaal jaaroverzicht 2020 + top albums (75 - 51)


Het is onnodig te zeggen in welke mate corona het jaar 2020 bepaald heeft. De lockdown(s) en het telewerken, het isolement en het "blijf in uw kot" vormden een aanleiding om meer dan ooit muziek te beluisteren. De muziek bood troost soms, maar soms werd het ook even te veel. Toch maakten veel mensen er het beste van en zoals in bovenstaande foto leidde het tot creatieve manieren om via muziek mensen blij te maken. Er waren ook artiesten die van de lockdown gebruik maakten om muziek op te nemen, soms individueel, soms via electronische kanalen samen met anderen. Het leverde zogenaamde lockdownalbums op waarvan er zelfs waren die echt heel goed waren (je zal er eind deze week één terugvinden in de top tien van mijn albumlijst van 2020).
Het aanbod blijft enorm groot en dus is dit overzicht en deze rangschikking van albums die dit jaar uitkwamen, arbitrair in die zin dat het enkel platen bevat die ik dit jaar hoorde (en genoeg beluisterde om er op deze blog een review van te schrijven). Dat verklaart onder meer de afwezigheid van Idiot prayer van Nick Cave, een plaat die zo intimiderend dicht op het vel kwam te zitten dat ik er maar weinig naar durfde luisteren en ze al helemaal niet waagde te onderwerpen aan mijn (kritisch) oordeel. Misschien was deze plaat anders wel de nummer één van dit jaar geworden.
Verder heb ik EP's buiten beschouwing gelaten voor dit overzicht, al verschenen er werkelijk goede die je kan uitzoeken op deze blog.
De komende dagen mag je mijn persoonlijke top 50 in vijf afleveringen verwachten. De review zit altijd als link onder de albumtitel, onder de artiest vind je een link naar zijn/haar/hun website. Vandaag geef ik een overzicht van de 25 albums die de top 50 niet haalden maar toch gerangschikt werden en stuk voor stuk ook al de moeite waren:

75. Adrift - Lyenn
74. Color theory - Soccer Mommy
73. Burial songs - Ansatz Der Maschine
72. X: the godless void and other stories - ...And You Will Know Us By The Trail Of Dead
71. Firepool - High Hi
70. Random desire - Greg Dulli
69. Amazones power - Les Amazones d'Afrique
68. Song for our daughter - Laura Marling
67. Rock bottom rhapsody - Pokey LaFarge
66. The vessel - Gianni Marzo
65. Kingdom of roots - If Anything Happens To The Cat
64. Love - Torgeir Waldemar
63. Countless branches - Bill Fay
62. Be up a hello - Squarepusher
61. Ex mortis - Jozef van Wissem
60. Oh paradise - Mintzkov
59. Song machine, season one: strange timez - Gorillaz
58. Manes - Ben Bertrand
57. U-void synthesizers - Machine Girl
56. Organic creatures - Catalina Vicens
55. The juice - G. Love And Special Sauce
54. Migration stories - M. Ward
53. Grande est la maison - Cabane
52. Kitchen sink - Nadine Shah
51. Sign - Autechre

22 december 2020

Illuminine


Illuminine wist vijf jaar geleden te bekoren met debuut #1, een vinylplaat die je in mijn platenkast kan vinden en die ik, zoals zovele, eigenlijk te weinig opleg. Nadat nog twee genummerde opvolgers verschenen en Kevin Imbrecht dit jaar ook nog eens de soundtrack verzorgen van The Stig (de documentaire over wielrenner Stig Broeckx) en maakte muziek bij een boek (The outlaw ocean van Ian Urbina) en een dansvoorstelling (Tulips), is Baptism of solitude een soort terugkeer naar het geluid van het begin. 

De songs werden reeds helemaal op het einde van 2018 ingeblikt maar het was pas veel later dat Kevin besefte dat ze een album vormden dat hij nu dus op de wereld loslaat. Dertien nummers lang horen we ingetogen soundscapes en minimale instrumentatie en dat past bijzonder goed bij de koude en donkere dagen van het einde van het jaar. Meteen knelt daar ook het schoentje: van deze plaat geniet je toch best in de juiste omstandigheden. Dit is een achtergrondmuziek voor bij de afwas, geen vrolijke namiddagplaat maar vooral een beschouwend werk dat het best tot zijn recht komt in de late uurtjes en in afzondering doorgebracht. Dan kan je de schoonheid ervan helemaal op je laten inwerken.

Je kan deze plaat hieronder beluisteren en hier kopen via zijn Bandcamp-pagina:

21 december 2020

M. Ward


Nadat M. Ward eerder dit jaar al Migration stories uitbracht, een album vol prachtsongs, klopt hij alweer zachtjes aan de deur met een plaat waarop hij Lady in satin van Billie Holiday een remake geeft. Waar de iconische zangeres koos voor groot orkest, beperkt de Amerikaan zich tot zijn eigen stem en gitaar. Onder de titel Think of spring zet hij daarmee de elf songs geheel naar zijn eigen hand. 

Een willekeurige greep levert steevast goede nummers op want zoals wel vaker laat M. Ward geen mindere geluiden horen. Persoonlijke favorieten zijn opener I get along without you very well dat zich traag voortbeweegt en daarmee de dubbele boodschap van de song goed onderstreept en het al even heerlijk smachtende I'm a fool to want you.

Wie 's mans werk nog niet kende, maakt hier alvast kennis met zijn typische sound (en stemgeluid) op songs die natuurlijk in wezen al wonderschoon waren. Dat hij er een persoonlijke toets aan gaf, maakt deze plaat des te interessanter.

Je kan dit album hier kopen via zijn Bandcamp-pagina en hieronder alvast beluisteren:

18 december 2020

Thee Oh Sees


In een jaar als 2020 kan ik me voorstellen dat je ten einde raad je heil zoekt in geestesverruimende middelen, maar blijkbaar vonden de Amerikanen van Thee Oh Sees (tegenwoordig volgens sommigen Osees, of gewoon Oh Sees, en met alvast een hoop namen in hun geschiedenis) een voorraad waar je volledige hippiecommune mee zoet kan houden gedurende een hele lockdown. Alleen al de hoes van Panther rotate wekt verwachtingen van psychedelische trips en met songtitels die doorgaans eindigen op het woord "experiment" hou je als luisteraar je hart vast.

In feite is dit album een remixversie van het eerder dit jaar uitgebrachte Protean threat (dat ik ten tijde van zijn release gemist heb) en zou je deze plaat een beetje kunnen vergelijken met wat Primal Scream ooit deed met Vanishing point. De Schotten brachten kort nadien het dubremixalbum Echo dek uit, waarop alle songs herwerkt waren. Op eenzelfde wijze experimenteert het vijftal onder leiding van John Dwyer rustig verder met die songs en het resultaat is een bevreemdende en alle kanten op stuiterende ervaring. Want hoewel hier best interessante bewerking ten berde gebracht worden, boet het album door die verregaande experimenteerdrift natuurlijk in aan samenhang.

Laat u als luisteraar overweldigen door de onwereldse sfeer van deze plaat en wanneer u daarmee klaar bent, luister dan ook eens naar een hoop andere platen uit hun oeuvre. De Californiërs verdienen dat.

Je kan deze plaat hier kopen via hun Bandcamp-pagina en alvast hieronder beluisteren:

17 december 2020

Ryan Adams


Het was al een tijdje geleden dat er nog een écht goed album uitkwam van Ryan Adams dus dez ineens alsnog uitgebrachte plaat onthaal ik op gejubel. Eigenlijk zou ze vorig jaar al haar release kennen maar toen kwam de verhalen in de pers over seksuele intimidatie door de getalenteerde muzikant ten aanzien van onder meer Phoebe Bridgers en Liz Phair. Hij kroop intussen door het stof en vond de tijd nu wel rijp voor deze plaat, waarvan de songs dus dateren van voor de hele heisa.

Nu vind ik dat je een verschil moet maken tussen de prestaties van een mens en wie hij is als mens. Er zijn wel meerdere kunstenaars die heel mooi werk leverden maar er heel foute ideeën op nahielden, zoals bijvoorbeeld de baanbrekende Duitse filmmaakster Leni Riefenstahl. Het blijft natuurlijk een moeilijk debat of je iemand moet bejubelen om zijn artistieke verwezenlijkingen die tegelijkertijd als mens diep gefaald heeft (althans naar de geldende -soms ook wel universele- maatstaven). Voor artiesten wier werk niet doordrenkt is van datgene waarom hij verguisd wordt, vind ik dat zeer moeilijk om niet te genieten van het werk.

En Ryan Adams heeft aan een hele reeks bijzonder mooie platen eindelijk nog eens een grootse parel toegevoegd en daar geniet ik dan ook met volle teugen van. De songs zijn gedrenkt in melancholie en halen zijn grootste kwaliteiten naar voren en het is als luisteraar moeilijk om, zonder goed naar de tektsten te luisteren, niet in vervoering te geraken. Luister maar eens naar Birmingham zonder meegewiegd te worden in de licht bombastische sfeer, zo passend bij deze tijd van het jaar, of naar absoluut hoogtepunt Who is going to love me now, if not you. Je kan ervoor kiezen de wrange smaak te voelen van een afgewezen man die dan maar naar intimidatie grijpt maar dat zit niet echt in deze song als dusdanig. Zonder de nieuwsberichten zouden we de lyrics nooit zo interpreteren.

Wie de Amerikaan uitspuwt om zijn gedrag, heeft daar alle redenen toe, maar laat je persoonlijke beoordeling van zijn gedrag toch maar niet de artistieke appreciatie van deze plaat beïnvloeden. Integendeel, laten we drie kwartier lang even vergeten wat hij andere aandeed en genieten van al het moois dat hij ons wederom schenkt.

Beluister hieronder het volledige album:

16 december 2020

Gelezen (155)

Op weg naar het einde - Gerard Reve


In de vorm van brieven maakt Reve ons hier deelgenoot aan zijn leven en belevenissen begin jaren zestig. Een dichter die ik volg op Twitter, had ik gevraagd met welk boek ik best kon beginnen aan het oeuvre van Reve (enkel De avonden las ik al) en dit was één van zijn twee tips. Het is me goed bevallen.
Reve schrijft over zichzelf, over de dood, over seks (vooral die volgens de Griekse beginselen), over het schrijverschap, over God, maar nog meer dan waarover hij schrijft, is het de manier waarop hij dat doet die bewondering afdwingt. Hij hanteert heel lange, barokke zinnen, vol bijzinnen en uitweidingen maar houdt telkens vakkundig de draad vast en doet dat bovendien met zoveel bravoure, liefde voor de taal en humor, dat het boek als een trein leest ondanks die lange zinnen.

Blindelings - Kris Van Steenberge


In een mooie en erg toegankelijke taal, die niettemin bij momenten erg poëtisch is, vertelt Kris Van Steenberge het verhaal van een verstikkende moeder, een machteloze vader, een gefrustreerde zoon die amper uitweg vindt voor zijn woede en een idealistische hulpverleenster die de brokken in haar eigen leven niet kan lijmen en dan maar aan de slag gaat met die van een ander. Deze vier personages wisselen elkaar af in het vertellen van het verhaal, met veel flash-backs, dat culmineert in een climax waar geen van hen beter van wordt. Want dit boek gooit je terug de werkelijkheid in met de waarschijnlijkheid dat wat gebroken is, nooit meer volledig goedkomt en dat mensen doorgaans de problemen die hun gedrag veroorzaakt, proberen op te lossen door méér van hetzelfde gedrag te stellen.

Gods onkruid. Nederlandse sekten en messiassen - Wim Zaal


De Nederlandse journalist Wim Zaal schreef het verhaal neer over vreemde en buitenissige godsdienstbeleving in Nederland (en Vlaanderen) in de negentiende en twintigste eeuw. Hij focust daarbij op de sekten en de messiassen die af en toe opdoken, zoals Zwart Jannetje en Lou de Palingboer of de sekte der Stevenisten (blijkbaar nog steeds levend in kleine kernen zoals het Westvlaamse Gits bij Roeselare). De verhalen zijn vermakelijk, de godsdienstige visieverschillen echter soms moeilijk te begrijpen voor wie niet echt thuis is in de verschillende stromingen binnen de Nederlandse (of Verenigd-Nederlandse) katholieke en protestantse kerken. Bovendien hanteert Zaal bij momenten (en al helemaal in het laatste hoofdstuk) een gezwollen taalgebruik dat uitstekend past bij zijn onderwerp (een hoogdravende religieus discours gelijk) maar voor de moderne lezer wel veel inspanning vraagt. 

15 december 2020

Stay Inside


Emo, voor velen van mijn generatie, muzikaal grootgebracht met grunge (Nirvana) en dance (Underworld), is dat een bijna een scheldwoord voor bombastische muziek die een (laat) graantje wou meepikken van de revival van zware gitaren. Dat deze muziek echter ook best wel wat moois opleverde, zullen ze na een vijftal speciale bieren en met enige tegenzin nog wel toegeven. 

Het vuur van de emo blijft intussen brandende, onder meer dankzij de Deense band Stay Inside dat met debuut Viewing dit jaar het beste van dat genre gewoon als ware het een compilatie bijeenschreef. Toepasselijke bandnaam trouwens om te debuteren in het coronajaar...

Songs als Revisionist, Ivy en Wake drijven op eenzelfde patroon waarin de gitaren de wanhoop lijken uit te schreeuwen, iets waar de zanger intussen ook meer dan verdienstelijk aan meewerkt. Een rustiger nummer als Divide lijkt dan weer een beetje op twee gedachten te hinken en mist daardoor de kans zich te ontwikkelen tot een goeie popsong. Toch is dit album in zijn geheel meer dan aardig en hoef je je dus absoluut niet te schamen om mee te zingen op dit emodebuut.

Je kan hun plaat hieronder beluisteren en hier kopen via hun Bandcamp-pagina:

14 december 2020

Pothamus


Vijftig minuten lang houden de Mechelaars van Pothamus de luisteraar in de ban. Vanaf de eerste noten voel je hun niet meer loslatende greep waarmee ze je meenemen op een trip door een universum dat in coronatijden paradoxaal genoeg als troostend en omarmend is. Hun mengeling van sludge, doom en post-rock straalt weliswaar inderdaad ook dreiging uit maar de realiteit van 2020 heeft onze ergste vrees overtroffen en dan voelt dit omwikkeld worden door gitaren en drums als een warme deken waarin je je kan terugtrekken in een jaar waarin isolement de norm werd en sociale contacten beperkt moeten worden.

Op Raya doet het trio dat met een sound die weinig ruimte laat voor iets anders dan hun eigen muzikale wereld en daarin net ligt die geruststelling: de werkelijkheid wordt buitengesloten op overtuigende wijze waardoor je helemaal op kan gaan in deze muziek. Niet alleen kan je dat, in feite kan je niet anders! Naarmate de elf minuten durende opener Orath verder groeit tot een zich oprijzend Beest dat tegelijk beangstigt én fascineert, lijkt het alsof het bos waarin deze ontmoeting plaats vindt, zich om je heen sluit. Bomen komen dichterbij, takken omarmen je, struikgewas schuifelt tot aan je benen zodat vluchten geen zin heeft en zelfs onmogelijk gemaakt wordt.

Viso tapt niet gewoon uit hetzelfde vaatje en daarmee benoemen we maar meteen een grote sterkte van deze plaat, haar veelzijdigheid. Binnen genres die voor ongeoefende luisteraars vaak als één moeilijk te onderscheiden geheel gezien worden, weten de Mechelaars voldoende variatie aan te brengen zodat het album op geen enkel moment gaat tegensteken. Waar donkere, basrijke klanken de opener meer domineerden, is het hier net een hoger bereik dat telkens opnieuw de song de hoogte insteekt. Heravis wordt verdeeld in twee delen, waarin Heravis I de ritmecomponent op de voorgrond plaats en het in Heravis II de melodie-kaart is die meer getrokken wordt. Beide songs zijn duidelijk twee zijden van eenzelfde medaille, doch deze aanpak doet recht aan beide aspecten en zorgt ervoor dat het ene uiteindelijk niet door het andere overstemd raakt.

Centraal op deze plaat staat natuurlijk de meer dan een kwartier durende titelsong die als een magnum opus het allerbeste uit de kast haalt, niet om te pronken, wel ten dienste van de op te roepen sfeer, de plek in het geheel van dit album en dus in feite van het geheel, dat geschraagd wordt rond dit altaar. Daarop horen we de diversiteit van de band en halverwege spitsen ze zelfs onze oren (het voelt alsof we dat niet eens zelf moeten doen) door de spaarzame instrumentatie die ineens gehanteerd wordt. Een tribale drumpartij bereidt ons voor op de uitzinnige climax die volgt en langzaam uitdooft in een outro die minder lang lijkt te duren dan onze klok aangeeft.

Varos wacht daarna de moeilijke taak om niet als overbodig aanhangsel te klinken en doordat het trio hier kiest voor een beheerste opbouw die alsnog tot inspirirende (doch geheel onverstaanbare) gezangen leidt. 

De vinger exact leggen op wat deze plaat zo bijzonder maakt en waarom ze buiten het normale bereik van de gebezigde genres lijkt te vallen, is moeilijk. Mogelijks ligt het daarin dat Raya uiteindelijk de niche overstijgt en luisteraars weet te raken op een emotioneel niveau dat buiten woorden valt. 

Dit album kan je hier kopen via Consouling of hier via hun Bandcamp-pagina. Hieronder kan je je alvast laten overtuigen:

11 december 2020

Retro review: The Men They Couldn't Hang


Het was in dezelfde periode waarin ik The Pogues leerde kennen via hun album If I should fall from grace with God, dat ik uit de bib ontleende, dat ik ook Night of a thousand candles ontdekte op gelijkaardige wijze. The Men They Couldn't Hang leek me een geweldige bandnaam en zo leende ik, zoals wel vaker, puur op basis van naam of hoes, iets dat me totaal onbekend was om te ontdekken. Die ontdekkingen vielen uiteraard niet altijd mee, maar deze wel.

The Men They Couldn't Hang, een Brits vijftal dat folk punk maakt en sinds 1996 (vijf jaar nu hun split) terug samen is, zij het niet helemaal in originele bezetting, levert nog steeds regelmatig platen af: in 2018 nog kwam Cock-a-hoop uit, hun veertiende studio-album. 

Reeds op hun debuut uit 1985 wisten ze dus mijn interesse te wekken. De parallellen tussen hun muziek en die van The Pogues zal daar niet vreemd aan geweest zijn. Ironmasters bijvoorbeeld had op elk van de platen waarop Shane MacGowan nog deel uitmaakte van de laatstgenoemde band kunnen staan. En net als die zielsverwanten zoeken ze hun inspiratie niet enkel in de Keltische muzikale traditie maar hoor je af en toe invloeden uit traditionele muziek uit andere contreien, zoals in de intro van Hush little baby (een bekend kinderliedje overigens, dat hier een eigentijdse -toen toch- versie meekrijgt).  

Weliswaar wist en weet de hele plaat me te bekoren maar er zijn toch enkele hoogtepunten uit te lichten die bijzondere aandacht verdienen. The day after weet als opener al meteen de toon te zetten met opwindende folkmelodieën en A night to remember is uitstekend single-materiaal dat een geheide radiohit had kunnen worden. The green fields of France (No man's land) is een prachtige cover van een song waarin een man praat met een gevallen soldaat uit WO I bij wiens graf hij zit.

Je kan dit album hieronder beluisteren. Het is niet meer te kopen en beluisteren via hun Bandcamp-pagina waar je gelukkig wel nog heel wat andere platen van de band kan vinden.

10 december 2020

John Frusciante


Wie John Frusciante's Niandra lades and usually a T-shirt, zijn solodebuut uit 1994, helemaal beluisterd heeft, zijn geschiedenis met Red Hot Chili Peppers kent en zijn fascinatie voor en gebruik van allerlei geestesverruimende middelen, weet dat je van de man zowat alles mag verwachten. Vooral als gitarist bij de band van Anthony Kiedis en Flea (waar hij intussen al aan zijn derde passage begonnen is) en als lid van The Mars Volta kreeg je al meerdere proeven van zijn virtuositeit terwijl heel wat van zijn soloplaten een grillige, soms geniale, soms zichzelf overschattende en de pedalen verliezende muzikant lieten zien.

Je zou dus denken dat je van niets wat hij uitbrengt nog zou moeten opkijken maar met Maya laat hij een heel andere kant van zijn muzikaal kunnen zien. Geen gitaren maar breakbeats, geen virtuoze solo's maar opwindende dance maken van dit album een verrassende (goeie) ervaring. Het siert hem niet alleen dat hij zich aan IDM waagt maar nog veel meer dat hij dat op intelligente wijze doet en een meer dan behoorlijke plaat aflevert. Immers, er is variatie troef hier: Usbrup pensul is drum 'n bass zoals we die al lang niet meer gehoord hebben, Pleasure explanation is behoorlijk lichtvoetig.

Als grote fan van drum 'n bass en breakbeats ben ik bijzonder verheugd met deze plaat want de Amerikaan beheerst die genres perfect en brengt me helemaal terug naar de jaren negentig. Dit is een album voor de dansvloer eerder dan om in je eentje te draaien en te beluisteren en laat het daarom extra jammer zijn dat we in 2020 vooral tot dat laatste veroordeeld zijn. Hulde aan de DJ die op de eerste party na corona hier een nummer van in zijn set inlast!

Je kan deze plaat hier kopen via zijn Bandcamp-pagina en hieronder helemaal beluisteren al:

09 december 2020

Andy Shauf


De Canadees Andy Shauf was mij totaal onbekend, hoewel hij met The neon skylight al aan zijn zesde album toe is. Na een carrière als drummer in een christelijke poppunkband maakt hij sinds 2006 solo platen. In Europa toerde hij al eens als support voor The Lumineers, dus dat hij niet meteen een belletje deed rinkelen, is niet zo verwonderlijk.

Met deze plaat echter levert hij een visitekaartje af waardoor we hem niet meteen zullen vergeten. The neon skylight heeft een laidback feel, onder meer door het gebruik hier en daar van een klarinet die de sfeer van de late uurtjes oproept. In het algemeen klinkt deze plaat relaxt en tijdloos, met songs die er al altijd lijken geweest te zijn. Fire truck heeft geen bijzondere melodie of spitsvondige instrumentatie nodig, gewoon degelijkheid en vakmanschap in de uitvoering volstaan om dit een heel mooi nummer te maken. Thirteen hours houdt het ritme eerder beheerst en traag waardoor de zang nog beter uitkomt. Er is ook tijd voor vrolijkheid in een heldere, eenvoudige, ouderwetse Pop-song met hoofdletter P, inderdaad (Try again).

Het hoeft niet allemaal flitsend te zijn om goed te zijn, het hoeft niet opzienbarend of shockerend te zijn om op te vallen, het hoeft niet hypermodern te zijn om toch een plaatsje te verdienen in je platenkast in 2020. Dat lijken de lessen te zijn die Andy Shauf ons hier leert.

Je kan dit album hier kopen via zijn Bandcamp-pagina en alvast hieronder integraal beluisteren:

08 december 2020

Fiona Apple


Toen Fetch the bolt cutters in april uitkwam, beluisterde ik de plaat van Fiona Apple één keer maar het beviel me niet en dus vergat ik het algauw weer. Nu de eerste eindejaarslijstjes gepubliceerd worden, blijkt heel vaak net dit album de hoogste plaats te bekleden. Om dat te begrijpen, probeerde ik nog meerdere luisterbeurten. Zo goed als iedereen het blijkbaar vindt, is het volgens mij niet. Wel hoor je een zangeres die een bijzondere plaat gemaakt heeft en buiten de lijntjes kleurt.

Haar naam kende ik al uit de jaren negentig toen ze hier even een radiohit had met Criminal, verder was ze helemaal uit de picture verdwenen voor mij. Misschien hoeft dat niet te verbazen: Fetch the bolt cutters is nog maar haar vijfde plaat in bijna 25 jaar! Tussen haar vorige (The idler wheel...) en deze liggen toch ook alweer acht jaar.

Wat het meest opvalt, is haar zang. Die is niet gepolijst, niet enkel qua klankkleur maar ook qua gebruik. Soms lijkt het eerder parlando, soms haalt ze gekke dingen uit met haar stembanden (zoals in opener I want you to love me). Dat weerbarstige was ongetwijfeld wat me in april aanvankelijk niet beviel. Het vraagt wat wennen eer de kwaliteit van de songs erdoorheen duidelijk wordt.

Want met die kwaliteit is weinig mis. Shameika heeft iets druks, iets circusachtig en lapt de regels vrolijk aan zijn laars. Absoluut hoogtepunt Cosmonauts is een lied dat een vreemde combinatie van hitgevoelige elementen en indie grilligheden bevat. De titelsong wringt zich in bochten om het verhaal te vertellen en klinkt als een weerbarstige tiener die niet graag omhelsd wordt maar toch fysiek contact wil. For her is een indie-Beyoncésong voor wie zich daar iets bij kan voorstellen.

Fetch the bolt cutters laat zich niet makkelijk kennen, laat zich niet makkelijk plooien naar je smaak, laat zich niet makkelijk doorgronden en laat zich niet makkelijk waarderen. Het is een tegendraadse, heel persoonlijke plaat van iemand die haar eigen worsteling niet alleen in tekst maar ook in muziek kenbaar maakt. Het topalbum van het jaar is dit niet voor mij, maar ik begrijp intussen wel de aantrekkingskracht ervan en de kwaliteit.

Beluister hieronder het volledige album:

02 december 2020

Scott H. Biram


Dat de blues nog leeft in Vlaanderen, bewees Tiny Legs Tim net met zijn nieuwe plaat. Hoeveel des te meer is het genre dan nog springleven in de VS: mochten daar nog twijfels over zijn, slaat Scott H. Biram die in spaanders met Fever dreams, zijn elfde album intussen al. Hij gaat daarbij niet licht om met het oude genre en dat is niet nodig want fragiel is het allerminst. 

Net als The Jon Spencer Blues Explosion durft Biram de muziek onbevangen tegemoet treden en laat hij die vuil, ruig en afkomstig uit de achterbuurt klinken. De gelijkenis met deze band is treffend op Hobo jungle en Monkey David wine. Evenzeer horen we, tot onze verbazing, zowaar echo's van de Achterhoekse band Normaal (Oerend hard) in Hallelu. De lo-fi aanpak wordt ook gehuldigd in het prachtige Drunk like me.
Toch is het niet al beuken wat de klok slaat. Op Highway kind weet de man met evenveel gemak te ontroeren.

Scott H. Biram heeft alweer een pareltje toegevoegd aan zijn discografie en blijft zo één van mijn favoriete onbekende parels. Dit keer neemt hij ons weer mee in het warme, gloedvolle geluid van bluesrock en met hem aan de zij is het er goed toeven.

Beluister hieronder het volledige album, dat je hier kan kopen via zijn Bandcamp-pagina:

01 december 2020

Timedance compilatie: Sharpen, moving


Het was een oud-collega reviewer bij Indiestyle die me erop attent maakte welke goede compilatie het Britse label Timedance zonet uitbracht. Sharpen, moving bevat twaalf songs die onder de ruime definitie van dance vallen maar toch ruimschoots boven de klassieke genres daarbinnen uitstijgen.

Ooit, in de jaren negentig, was ik helemaal weg van drum 'n bass. Die muziek sprak mij dermate aan dat zelfs het niet tot enigszins normaal dansen in staat zijnde lichaam van me onweerstaanbaar urenlang de dansvloer opgedreven werd om zich helemaal uit de naad te draaien, stampen, zwaaien en dies meer terwijl de klanken zelf (en met name de diepe bassen) totaal bezit namen van mijn geest en mijn nooit stoppende gedachten eindelijk tot bedaren wisten te brengen. In de Gentse Vooruit bezocht ik menig dansfeest geheel gewijd aan het nieuwe genre, dat beloofde na de grunge de volgende revolutie in de muziekwereld te worden. Zo een vaart liep het niet maar waartoe het niettemin in staat bleek, mag geïllustreerd worden met de toegangspassen voor 10 (feitelijk 11) dagen die ik enkele opeenvolgende jaren kocht voor Ten days off (het vroegere Ten days of techno). Toen ging dat festival tijdens de Gentse Feesten nog door in de oude bowlingzaal nabij het Gravensteen (en de laatste keer in de oude Eskimo-fabriek). Ik maakte er kennis met house, deep house, techno en diverse subgenres, maakte er DJ-sets mee van de grootheden uit Detroit maar ook live-concerten van bijvoorbeeld het Franse Rinôçérôse

Naarmate ik ouder werd, trouwde, kinderen kreeg, scheidde en nu al tien jaar lang het geluk vond bij mijn lief waarmee ik ons droomhuis kocht, lagen de herinneringen steeds verder achter me en raakte ik hopeloos achter in mijn kennis van de snel evoluerende genres. Wat Timedance aanbiedt op bovengenoemde verzamelaar, is voor mij dan ook amper thuis te brengen in hokjes. Gelukkig geloof ik niet zo erg in hokjes en wel degelijk in het puur onderdompelen in muziek zonder acht te slaan op de grenzen van het juiste genre of de specialistische interesse voor een subgenre van een subgenre.

En wat een fantastische songs kan je hier dan vinden, als je alles wat je wist (of meende te weten) achter je laat. Het begint al met de opener van Kit Seymour, wiens Lost caller een postmoderne aftellende klok lijkt die als achtergrond dient voor gebeurtenissen die je je moet verbeelden als een Netflix-reeks à la Black mirror. Opvallend is hoe het ritme de song beheerst, een haast tribaal en steeds opdringeriger ritme dat trouwens in variaties als een rode draad doorheen de compilatie lijkt te lopen. Want hoewel dat basiselement in SYX van labelbaas Batu verschillend is, houdt het de leidende rol vast. Dit klinkt zoals ik me abstracte hiphop voorstel, een genre dat intrigeert maar me te weinig bekend is. 

Verdere hoogtepunten op een plaat die eigenlijk geen enkel zwak moment kent, zijn dan ook bijna lukraak aan te duiden, doch laat mij volstaan de voor mijzelf het meest in het oog springende nummers eruit te lichten. Peter Van Hoesen heeft met L9T een kruisbestuiving gemaakt tussen de ongebruikelijke percussie van Einstürzende Neubauten en een droge technosong. Die en retry toont Akiko Haruna die volop de klanken verwringt, versnelt, vertraagt, de vocalen door één of meerdere vocoders jaagt en zo een verdraaide, alternatieve muziekwerkelijkheid schept. 15Three van Happa refereert aan het soort dance dat ik nog uit de hierboven beschreven periode hoewel het er geen twijfel over laat bestaan dat de tijd niettemin allerminst stil is blijven staan. Met Total paper weet Metrist repetiviteit tot veel meer dan een gimmick uit te werken en de luisteraar in een vreemde, donkere trance te brengen.

Sharpen, moving is een toevallige passant waar ik blij om ben, een plaat die behalve de schare fans die dit label al had, weinig anderen zal weten te bereiken, laat staan bekoren, en dat is jammer. Avontuurlijke oren kunnen hier een waar festijn ontdekken en de grenzen van hun muzikale wereld alweer een stukje verleggen.

Luister hieronder naar de compilatie, die u hier kan kopen via de Bandcamp-pagina van het platenlabel:

30 november 2020

Yadayn


Gowaart Van Den Bossche -alias Yadayn- maakte zijn albumdebuut in 2014 en ook zijn derde album kwam op deze blog al aan bod, in 2017. Nu is er album nummer vier en dat kreeg Elders mee als titel. Die "elders" slaat vooral op Iran, de grote inspiratiebron voor de nummers. Gowaart ging immers naar dat land op reis en ontmoette er mensen met wie hij een bijzondere relatie opbouwde. 

Twee Iraanse songs kregen een herinterpretatie: helemaal achteraan Ginder hoor je nog even de typische klanken van die muziek, na een song waarin het getokkel een hint van Oosterse instrumenten in zich draagt en in Ergens speelt hij met de tegenstelling tussen (bijna-)stiltes en spaarzame maar aanwezige akkoorden. Verder bevatten de songs field recordings van tijdens de reis en de in twee stukken gehakte titelsong samplet oude Iraanse opnames. Op dat titelnummer kom ik straks nog terug. Want ook in Verder is de Iraanse link duidelijk aanwezig, in de sample van de pratende man waaroverheen de gitaar gedrapeerd wordt.

Enkel in de opener Hier horen we eerder het vertrouwde geluid van vorige platen terug en hoor je niet meteen de invloed die op de rest van de plaats overheerst. Maar laat ik het nu vooral over het tweeluik Elders I en Elders II hebben. Door de field recordings worden we langzaam de andere wereld van dit nummer ingezogen en Yadayn vlecht een gitaarmelodie die na twee minuten melodieuzer wordt en onwillekeurig onze voeten laat meebewegen en onze vingers op tafel laat tikken in het ritme. Langzaam sluipt ook een trance doorheen de song die je verleidt zoals een slangenbezweerder zijn publiek door het wiegen van de slangenkop gefascineerd de geproduceerde klanken laat overheersen en elke andere gedachte uit je hoofd verjaagt. Na tot rust te komen, vat het tweede, langere deel van het centrale nummer aan. Opnieuw is een rustig begin de voorbode van een beneveling die onweerstaanbaar blijkt. En als een liedcyclus eindigt het tweede deel, daarmee beide stukken van Elders tot Heilige Graal van dit album kronend.

Beluister hieronder het volledige album dat je hier kan kopen via zijn Bandcamp-pagina:

29 november 2020

Smashing Pumpkins


De verwachtingen ten aanzien van nieuw werk van Smashing Pumpkins waren hier niet meteen hooggespannen. Na enkele mooie albums met songs die tot de galerij van mijn topmomenten in de jaren negentig behoren, kon Billy Corgan met met zijn verrichtingen maar matig boeien. Hier worden vooral Gish, Siamese dream en Mellon collie and the infinite sadness gekoesterd en nog regelmatig de cd-speler ingeschoven.

Cyr, de nieuwste plaat (en meteen een dubbelalbum, want Corgan blijft nog steeds niet van ambitie gespeend), is mede daardoor een meevaller. Aan de drie bovengenoemde platen kan deze niet tippen, dat is waar, maar eindelijk ervaren we eens geen (lichte) teleurstelling. Wat eveneens als pluspunt kan gerekend worden is dat het huidige viertal niet krampachtig probeert vast te houden of terug te keren naar die vroegere sound om zo "de magie van weleer te laten herleven". Nee, Cyr staat in het heden en dat is meer dan twintig jaar later dan de toenmalige hoogtepunten. Met de blik vooruit slagen ze erin de last van hun groots verleden hen niet te laten verpletteren.

Op heel wat momenten doen de songs denken aan die van Manic Street Preachers (Black forests, black hills en Wrath bijvoorbeeld) al missen ze soms de scherpte van de Schotse band. Een song die er alvast uitspring, is Ramona, met een heerlijk meezingbaar refrein. Op The hidden sun worden eighties synthesizers bovengehaald en Minerva is ook al zo'n in de jaren tachtig gedoopt vrolijk deuntje. 

Zoals wel vaker bij Smashing Pumpkins, is de ambitie de boosdoener: een dubbelalbum is van het goede teveel want al zijn de songs meer dan aangenaam om naar te luisteren, er zit net niet genoeg variatie in om een uur en een kwart te blijven boeien. Er is weliswaar geen enkele song die niet voldoet aan het constante peil doch noch voor het uur om is, heb je het als luisteraar wel gehoord. Ook op deze plaat had Corgan dus beter wat selectiever geweest en dan had deze plaat de perfecte comeback kunnen inluiden.

Beluister hieronder het volledige album:

28 november 2020

Tiny Legs Tim


De Gentse blueszanger Tiny Legs Tim was de onmogelijkheid om op te treden door corona zo beu dat hij besloot eind juni een weekend te boeken in de Yellow Tape opnamestudio, samen met drie muzikanten. Het resultaat, Call us when it's over, is een kort album van zes songs waar het spelplezier duidelijk op te horen is.

Het begint meteen met de slepende, verdrietige song Love come knocking waarin het hoofdpersonage smacht naar een nieuwe liefde, naar de opwinding ervan en bereid is daartoe zelfs de voodoo dokter te raadplegen. Het verhaaltje wordt rustig en uitgebreid verteld, voorzien van de schoonste bluesakkoorden en -ritmes die er te vinden zijn, tijdloos en alsof ze rechtstreeks uit de Delta zijn geïmporteerd. Datzelfde vissen in de vijver der traditionele bluesidiomen kenmerkt ook I believe. Het brengt de luisteraar alvast rust.

Hoe dicht blues en rock 'n roll elkaar soms raken, hoor je goed in de intro van Ocean. Opnieuw wordt je getriggerd door de stem van Tiny Legs Tim om het verhaal goed te beluisteren. Daarna volgt een eerste hoogtepunt met Going down south waarin je een voor zijn doen rustige Stevie Ray Vaughan meent te ontwaren. Het ritme van de zang wiegt ons in een trance, waarin de gitaarsolo's resoneren als flitsen van psychedelisch inzicht. 

Met One more chance keert de rust aanvankelijk terug tot de gitaren terug een prominente rol opeisen en snijden door de lucht als scherpe Japanse koksmessen. Afgesloten wordt er met It's all over now. Wie een cover had verwacht van de traditional die onder meer door The Rolling Stones en Charles & Les Lulus zo mooi vertolkt werd, is eraan voor de moeite, maar wordt tegelijk beloond met een prachtsong waarin de zang zich niet laat beperken door woorden maar meedeinende klanken verkiest. Het is wat mij betreft het tweede hoogtepunt van deze plaat.

Dat Tiny Legs Tim vol goesting speelt om de blues wederom in Vlaanderen te verspreiden en diens blijde dan wel droevige boodschap uit te dragen, is hoorbaar. Wanneer dit alles voorbij is en we onze normale levens weer kunnen oppakken, mag je ongetwijfeld verwachten dat hij met zijn muzikanten zalen platspeelt, publiek bekeert en het genre alle eer aandoet.

Beluister hieronder het album, dat je hier kan kopen via zijn Bandcamp-pagina of via deze link op de website van platenlabel Sing My Title:

27 november 2020

Gelezen (154)

The good life - Jay McInerney


Al die jaren heb ik gedacht dat ik nooit een beter "9/11-boek" zou lezen dan Extreem luid en ongelooflijk dichtbij van Jonathan Safran Foer, maar daar twijfel ik toch wel aan nu. Want Jay McInerney slaagt erin om een nog doordringender inkijk te geven in het New York van rond en vooral na de aanslagen. (naar het schijnt is Falling man van Don DeLillo zelfs nog beter, maar dat staat nog op mijn to-readlijst)
Tegen die achtergrond schotelt hij ons het verhaal voor van 2 gezinnen waarvan de moeder uit het ene toevallig kennismaakt met de vader uit het andere, wanneer ze beiden in een soepkeuken voor de hulpverleners vrijwilligerswerk doen (al hebben ze elkaar kort daarvoor, vlak na de aanslagen, al ontmoet). Uiteraard gaat dit boek over zoveel meer dan de aanslagen en de impact, maar ook over relaties, over ouder worden, over dromen najagen en dromen loslaten, over opvoeden, over je plek vinden in de stad, in je sociale context, in je leven. Dit is een prachtig verhaal dat in feite meer hoop geeft dan je zou vermoeden bij een boek over 9/11.

De Saint in Honolulu - Leslie Charteris


Net als in de voorgaande gelezen boeken over de Saint, lezen we hier alweer een vermakelijk avontuur van een soort grappiger, minder serieuze James Bond die werkelijk alle kwaliteiten in zich lijkt te verenigen. Het eerste deel van het verhaal ontvouwt zich in New York, waarna de verdere verwikkelingen en ontknoping plaatsvinden op Hawaï. Deze boekenreeks van Leslie Charteris blijft mij op tijd en stond aangenaam leesvertier bezorgen.

24 november 2020

The Goalie's Anxiety At The Penalty Kick


Wat een prachtige bandnaam is The Goalie's Anxiety At The Penalty Kick toch! Deze groep leerde ik geheel toevallig kennen doordat hij verscheen in de last.fm-lijst met vijf meest beluisterde groepen van iemand die ik volg op Twitter en de naam prikkelde mijn nieuwsgierigheid. Dat mag een geluk heten want hun plaat, Ways of hearing, is een prachtige plaat, vol pretentieloze maar o zo rake songs. Tijdloos lijkt het juiste woord hier, want deze plaat had elk moment vanaf de jaren negentig gemaakt kunnen zijn.

De naam haalde het zestal van de verfilming door Wim Wenders van de gelijknamige roman van Peter Handke. Luister naar de door de strijkers zo mooi toegevoegde melancholie op We love you so much, de eenvoudige gitaarmelodie van The best of all possible worlds dat een tikje magie meekrijgt met een xylofoon en achtergrondzang die als een tegengeluid klinkt voor de zanger en zeker ook naar het best wel bitter-grappige Joseph Stalin.  

Beluister hieronder de plaat, die je hier kan kopen via hun Bandcamp-pagina:

20 november 2020

Gorillaz


Met Song machine, season one: Strange timez (beschikbaar in een deluxe versie met 17 songs, kiest Gorillaz voor samenwerkingen met een hele rits artiesten van divers pluimage. Het levert niet meteen de meest consistente plaat op van de groep, zoals te verwachten viel, maar als collectie is het wel een fijn album geworden dat een uurtje radio moeiteloos kan vervangen.

De titelsong (Strange timez) is een verrassend bizar nummer waarin Robert Smith (The Cure) even lijkt terug te keren naar de dagen van Caterpillar, met een vreemde instrumentatie die hier in combinatie met het idioom van Gorillaz nog meer aliënerend werkt. Het is geen instant match tussen mij en deze song maar na enkele beluisteringen snap ik de charme ervan wel. Minder buiten de lijntjes kleurend is de bijdrage van Beck. The valley of the pagans brengt ons weer helemaal terug naar diens Odelay en (misschien nog wel meer) Mutations. Een soulvol rustpunt levert Leee John met de groep van Damon Albarn op The lost chord, een song waarop je kan wegdrijven tussen de wolken. Het leidt naar de vrolijke hiphop van ScHoolboy Q wiens Pac-man even speels klinkt als het arcade-game.

Verrassende gastbijdrages zijn er zeker ook: Elton John weet op The pink panthom zijn kenmerkende manier van zingen mooi te laten versmelten met de (weliswaar ietwat melige) song van Damon Albarn. Fatoumata Diawara zorgt op Désolé voor één van de hoogtepunten van deze plaat. En met afrobeatster Tony Allen en dubstepper Skepta is How far? de song die met de titel van "leukste flow" mag gaan lopen.

Beluister hieronder het volledige album:

18 november 2020

Thelonious Monster


In het zog van de grunge waren gitaarbands de helden van de jaren negentig, toch een tijdlang, en naast de grote namen passeerden af en toe groepen die één interessante plaat afleverden die aandacht trok en verder vooral in de anonimiteit ploeterden. Zo'n band is Thelonious Monster, dat nochtans met Beautiful mess in 1992 verdiend plaatsen verwierf op de festivals die de gitaarbands omarmden. Samenwerkingen met Michael Penn, Tom Waits en Soul Asylum-leden Dave Pirner en Dan Murphy sierden die plaat, maar intussen dronk frontman Bob Forrest zich de ene gênante situatie na de andere in en zo verdween Thelonious Monster weer uit beeld.

Afkicken en een hernieuwde roeping als een soort maatschappelijk werker die ex-drugsverslaafden helpt bij hun rehabilitatie worden zijn nieuwe leven. De gebeurtenissen in de VS van het voorbije jaar laten hem niet onberoerd en na de moord op George Floyd steunt hij de Black Lives Matter-beweging. Terwijl zijn landgenoten zich opmaken voor zeer belangrijke verkiezingen, brengt hij met zijn bandleden Oh monster uit.

Gelukkig wordt er nog steeds uit het vaatje der gitaarsongs, zwaar leunend op punkrock, getapt en dat gebeurt op meer dan verdienstelijke wijze. Opener Disappear klinkt bijzonder stevig. Trouble klinkt ingehouden maar overtuigend. Met Elijah durft hij psychedelische elementen binnen te halen in het nummer en Sixteen angels is het broeierige jazzy hoogtepunt van deze plaat.

In Buy another gun kunnen we ons niet van de indruk ontdoen dat de woede die Forrest voelde bij de gebeurtenissen om zich heen, hem meer inspireerde tot bijtende teksten dan dat hij zijn aandacht ook richtte op een even bijtend arrangement. Het toont ook het gelaat van een artiest die net iets teveel in zijn eigen verleden en in idealen blijft steken om een werkelijk grootse plaat te maken. Maar de totaalscore voor dit album is toch ruim over de helft en dus slaagt hij zonder problemen.

Beluister hieronder de volledige plaat, die je hier kan kopen via hun Bandcamp-pagina:

17 november 2020

Sam Amidon


Soms moet je als artiest even terugkeren naar je roots om je te herbronnen en jezelf opnieuw uit te vinden. Dat kan verfrissend werken. Dat is vast ook wat Sam Amidon dacht bij het maken van deze achtste plaat, die hij geen titel meegaf. Op Sam Amidon geeft hij herinterpretaties aan negen traditionals die hij ook al op zijn debuut naar zijn hand zette. Dit keer echt maakt hij gebruik van elementen uit free jazz en avant-garde waardoor ze anders klinken dan toen.

Het levert niettemin prachtige versies op van Pretty Polly (versierd met een rijke instrumentatie) en Spanish merchant's daughter dat repetitief klinkt en tegelijk een meanderende onderstroom heeft waarin blazers een niet onbelangrijke rol spelen. Ook Hallelujah (niet verwant met het bekende nummer van Leonard Cohen) verenigt geruststellende, haast pastorale eenvoud met muzikanten die langzaamaan exploreren hoe ze kunnen variëren op de melodie. Op afsluiter Sundown horen we vocale ondersteuning van Beth Orton.

Je kan deze plaat hier kopen via zijn Bandcamp-pagina en hieronder alvast beluisteren:

Neuzeitliche Bodenbeläge


De Tachtigers waren literaire grootheden in het Nederlands literatuurlandschap, de tachtigers hits die mijn generatie spontaan tot meezingen aanzetten. Het zijn die laatste waaraan we voortdurend moeten denken bij het beluisteren van Der Große Preis van Neuzeitliche Bodenbeläge, een Berlijns duo dat na 5 EP's zich waagt aan een eerste full album. 

Het bedoelde decennium klinkt zo sterk door in alle songs dat je al bijna tot dan moet teruggaan in de tijd om nog zo'n eightiessound tegen te komen. De electropop van het tweetal huppelt vrolijk rond in de zeven nummers. De drummachine uit Gelb's groove doet even denken aan Sexual healing van Marvin Gaye tot alle synthesizereffectjes even uitgeprobeerd worden. Haare is DAF met nog tonnen meer humor, Keramik & Konflikte een allang vergeten radiohitje, zo lijkt het wel. Marktplatz bevat melodietjes die aan Kraftwerk doen denken en dat geldt eigenlijk nog meer voor Maske. In diezelfde traditie wordt ook afgesloten met Rausfahr'n

Lekker pretentieloze nostalgie voor in de auto op uw volgend tripje naar Duitsland? Zoek niet langer! 

Je kan dit album hieronder beluisteren en hier kopen via hun Bandcamp-pagina:

15 november 2020

Aesop Rock


Eenentwintig songs leek wat veel, misschien wel overdreven, op één album maar na meerdere beluisteringen voel je vooral hoe doorheen die veelheid aan nummers een flow hoor- en voelbaar wordt die wat tijd nodig heeft (en hier dus afklokt op meer dan een uur). Aesop Rock houdt het interessant genoeg op Spirit world field guide om de luisteraar bij de les te houden. 

Het zijn vooral de slimme samples als basis voor de songs die weten te charmeren. Het Danny Elfman-achtige xylofoonriedeltje in opener Hello from the spirit world, het kinderlijk klinkende orgeltje in The gates (dat sowieso tot de hoogtepunten van deze plaat mag gerekend worden), het melodietje van These boots are made for walking in Dog at the door, de funky bliepjes in Coveralls, het Bach-deuntje in 1 to 10, de lijst gaat nog even door...

Op deze plaat tracht Aesop Rock zijn angsten los te laten en de wereld van onwereldse zaken te verkennen zonder vrees en zonder voorbehoud. Het levert bij momenten psychedelische lyrics op. Met dit conceptalbum van een reis door een alternatieve wereld showt hij vooral zijn rapperskwaliteiten met rhymes die vloeien als een rivier.

Beluister hieronder het volledige album:

The Bats


Niet veel bands die in 1982 startten, bestaan nog steeds in dezelfde bezetting. Dat geldt echter wel voor The Bats, een Nieuw-Zeelandse rockband die verrassend genoeg in al die tijd slechts aan haar tiende studioplaat toe is. Foothills is het soort album dat je beluistert tijdens andere activiteiten omdat het op geen enkel moment opdringerig klinkt maar wel aangenaam in het oor ligt. Die kwaliteit is ook net de achillespees: een opmerkelijke vermelding in luistertip- of eindejaarslijstjes zit er niet in. Het zal het viertal ongetwijfeld worst wezen.

Degelijkheid is een onderschatte vaardigheid en laat dat een troost zijn voor deze groep uit de Dunedin-scene. Dunedin is een havenstad op het Zuidereiland, de grootste aldaar na Christchurch. Vooral rond het label Flying Nun zijn heel wat bands actief, waarvan hier de bekendste ongetwijfeld The Chills en The Verlaines zijn. Het hoogtepunt van die scene ligt vooral in de jaren tachtig en negentig. The Bats heeft er de status van een vaste waarde en na beluistering van deze plaat snappen we ook wel waarom. Verwacht zoals aangegeven geen uit de band springende hoogtepunten of naar internationaal succes lonkende kandidaat-hits. Wel krijg je twaalf songs die altijd goed zijn en waarin de samenzang, een vrij eenvoudige en klassieke instrumentatie en fijne melodieën de belangrijkste ingrediënten zijn.

Je kan dit album hier kopen via hun Bandcamp-pagina en hieronder alvast beluisteren: