Posts tonen met het label Gent. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Gent. Alle posts tonen

04 maart 2024

Tien voetbalhelden uit mijn kindertijd

Ik heb altijd van voetbal gehouden en vandaag wil ik even stilstaan bij de voetbalhelden uit mijn kinderjaren. Ik selecteerde er tien en vertel waarom ze me mijn hele leven zullen bijblijven en waar mogelijk, wat er intussen van hen geworden is.

1. Luc Criel:


We beginnen dicht bij huis. Mijn grootouders aan moederszijde woonden hun hele leven in Beervelde. De AA Gent-speler (uiteraard was ik van kindsbeen fan van de Buffalo's) was ook van daar afkomstig. Zijn ouders (en later hijzelf) hadden er een café midden in het dorp, niet ver van de kerk en ik denk zelfs dat dat café ook dienst deed als duivenlokaal waar mijn grootvader zijn duiven binnenbracht voor de wedstrijden. In die tijd was het schering en inslag dat voetballers na hun carrière (of zelfs al tijdens) café hielden, zoals ook een andere Gent-speler, de razendsnelle flankspeler André Raes die naar mijn vader toen vertelde er één had nabij het station van Gent. Elf seizoenen lang speelde Criel voor AA Gent en hij was voor mij het voorbeeld van de haalbaarheid van de droom om voetballer te worden: een jongen uit het Beervelde dat me zo bekend was, die in eerste klasse speelde!
Luc Criel stierf in 2018.

2. Dino Zoff:


Mijn absolute grote held was deze Italiaanse doelman die de reden zou vormen waarom ik zo graag keeper wilde zijn. Hij zou in 1982 de oudste speler zijn die ooit wereldkampioen werd, met Italië, in Spanje. Hij was niet alleen de nationale doelman, ook bij Juventus kende hij grote successen met 6 landstitels, 2 keer bekerwinst en 1 UEFA-cup (en enkele Europese finales). Hij was echt wel de beste keeper van zijn generatie, zelfs nog op late leeftijd, en ik speelde bij het voetballen met mijn broer zijn reddingen na. Keeper ben ik nooit echt geworden (ik was reservekeeper bij Racing Gentbrugge waar ik een jaar speelde maar stond geen enkele wedstrijd in de goal, ik mocht wel enkele keren mee verdedigen).
Ook als trainer kende hij succes. In 2000 haalde (en verloor) hij als bondscoach de finale tegen Frankrijk en met Juventus behaalde hij een dubbel met bekerwinst in de Coppa Italia en de UEFA Cup. Hij zou dat kunstje op een haar na herhalen met Lazio Roma.
In 2005 was hij voor het laatst trainer, bij Fiorentina. Hij schreef ook een autobiografie (Dura solo un attimo, la gloria - Glorie duurt slechts een moment).


Misschien moet ik toch eens zoeken of ik niet ergens een exemplaar op de kop kan tikken.

3. Paolo Rossi:


Deze Italiaan was zelfs door mijn moeder, die maar sporadisch meekeek als er voetbal op tv was, geliefd. Hij zag er dan ook uit als een klassieke Romeinse god (toch minstens in haar ogen). Bovendien was hij een uitstekende voetballer die ook al wereldkampioen werd met Italië (net als zijn doelman) en hij was toen zelfs topscorer met zes doelpunten. Na successen met Vicenza, met wie hij van Serie B naar Serie promoveerde als topschutter om die titel ook het jaar erop op te eisen in de Italiaanse eerste klasse. Daarna deelde hij ook in bovengenoemde successen van Juventus. 
Spitsen zijn natuurlijk de supersterren van het voetbal omdat zij voor de doelpunten zorgen en aangezien hij daar bijzonder goed in was, viel hij in die jaren heel erg op. Ik had dankzij Zoff al een boontje voor Italië en voor Juventus en dat werd door hem alleen maar versterkt.
Na zijn voetbalcarrière heeft hij nog bij enkele tv-zenders gewerkt en hij stierf in 2020 aan longkanker. Opmerkelijk detail is dat er tijdens zijn begrafenis, bijgewoond door duizenden fans, ingebroken werd in zijn huis.

4. Bruce Grobbelaar:


In mijn herinnering was deze legendarische doelman van Liverpool een Zuidafrikaan maar hij blijkt de Zimbabwaanse nationaliteit te hebben (al werd hij wel in het Zuidafrikaanse Durban geboren). Maar liefst dertien seizoenen lang verdedigde hij het Liverpoolse doel, met groot succes en soms ook met legendarische flaters die hem bij ons de bijnaam "Grabbelaar" opleverden. Als kind dacht ik dat dat ook in Engeland zijn bijnaam was maar dat lijkt me straf gezien het toch wel een typische nederlandstalige woordspeling is. 
Deze besnorde doelman kende eigenlijk enkel aan de Mersey succes maar wel met zes titels, 3 FA Cup overwinningen en een Europese bekerwinst, in 1985. Daarna speelde hij nog bijna meerdere clubs, in steeds lagere divisies en hij werd ook nog een paar keeperstrainer. Hij is te horen op een singletje dat de Liverpoolspelers opnamen voor de FA Cup Final van 1988 en hij speelde ook een gastrolletje (als zichzelf) in een tv-soap op Channel 4 in 1994. Wat hij momenteel doet, kan ik niet terugvinden.
Ik herinner me hem vooral van de vele keren dat we naar de FA Cup Final keken. Het was een vast ritueel om elk jaar de Engelse bekerfinale vanuit Wembley, live op de Belgische tv, te bekijken want er was in mijn kindertijd geen enkele wedstrijd met diezelfde aantrekkingskracht dankzij  het ceremoniële karakter van de match (met koninklijke aanwezigheid vaak, zij het niet altijd van Queen Elizabeth zelf) en de spanning en het belang van het treffen. Natuurlijk kon hij voor mij niet tippen aan Dino Zoff maar hij moet zowat de enige doelman geweest zijn toen die toch enigszins in de buurt kwam.

5. Kevin Keegan:

Hij wordt nog steeds beschouwd als één van de beste voetballers ooit en ook als coach was hij (vaak) succesvol en geliefd. Hij speelde net als oud-voetballer en huidig BBC-voetbalanalist Alan Shearer nog bij Newcastle maar dat was pas op het einde van zijn actieve spelerscarrière. Zijn grootste successen (titels in Engeland en Duitsland, Europees succes) behaalde hij voordien al met het onvermijdelijke Liverpool en Hamburg SV. Als coach ging hij aan de slag bij Newcastle, Fulham, de Engelse nationale ploeg, Manchester City en nogmaals Newcastle.
Met zijn krullebol (als speler) en zijn wit haar (als trainer) was hij een opmerkelijke verschijning, al zullen het toch vooral zijn dribbels geweest zijn die me als kind zo aanspraken.
Hij was één van de belangrijkste criticastes van een vorige Newcastle clubeigenaar en dat was één van de redenen waarom hij niet meer terugkeerde als trainer bij die club zo'n tien jaar geleden. Wat hij momenteel doet, is me onbekend. Grappig is wel dat hij enkele plaatjes heeft uitgebracht, onder andere een song geschreven door de zanger van Smokie (hier vooral bekend van Living next door to Alice).


6. Sócrates:

 
De Braziliaan viel me als kind alleen al op door zijn naam (ik wist toen nog niet dat Braziliaanse spelers soms de vreemdste namen hebben of aannemen, zoals Hulk, Káká, Fred, Pepe, Tita -niet de tovenaar- en Jefferson). Ik wist dat Socrates een Griekse filosoof was en ik moet bij het horen van zijn naam nog steeds denken aan de sketch van Monthy Python waarin twee teams van wijsgeren elkaar bekampen op een voetbalveld.
Hij was kapitein van het nationaal elftal met onder meer Zico (nog zo'n held van me toen) op de Wereldbeker van 1982 in wat nog steeds één van de beste Braziliaanse elftallen beschouwd wordt, al overleefden ze de tweede ronde niet. Ik kende hem enkel van het landenvoetbal want hij speelde, op één seizoen bij Fiorentina na, zijn  hele carrière in zijn thuisland. Met zijn baard en haarband was hij bovendien een opmerkelijke verschijning, dat zal me als kind ook wel opgevallen zijn. Hij lijkt zelfs een beetje op de tennislegende Bjorn Borg, ook al uit mijn kindertijd.
Met zijn medische opleiding en politiek engagement was hij ook buiten het voetbal een markante figuur. Hij stierf jammer genoeg na meerdere medische problemen in 2011.

7. Michel Platini:


Nu geldt Frankrijk opnieuw als een topland in het internationaal voetbal maar dat was lange tijd niet meer zo, in de periode die zou volgen op hun  Europese titel in 1984 en eindigde met een wereldtitel in 1998 en een nieuwe Europese titel in 2000. Eén van de iconen van die ploeg uit 1984 was Michel Platini. Hij werd topscorere met negen van de 14 Franse doelpunten op het tornooi. Als kapitein was hij vooral bekend om zijn vrije trappen. Als kind wou ik ze maar al te graag ook zo kunnen trappen.
Hij won de Franse titel met Saint-Etienne en meerdere prijzen met Juventus.
Hij is overigens de enige speler die ooit voor twee nationale teams speelde, want op vraag van de emir heeft hij ooit een officiële (vriendschappelijke) match tegen de Sovietunie gespeeld voor Koeweit.
Even was hij bondscoach van Frankrijk, succesvol in de kwalificatieronde voor het Europees Kampioenschap van 1992 maar hij verloor daarna in de voorbereidingswedstrijden en Frankrijk overleefde de eerste rond niet. Hij zou nadien vooral bekend worden om zijn functies binnen de UEFA (onder andere voorzitter) en de FIFA waar hij als vertrouweling van Blatter hem wou opvolgen tot ook hij achtervolgd door de corruptieschandalen de handdoek in de ring moest gooien. Het is jammer dat die periodes een smet vormen op het blazoen van een speler die indruk maakte op het kind dat ik eind jaren zeventig, begin jaren tachtig was.
Sinds zijn defenestratie leeft hij een onopgemerkt leven, althans voor ons. 

8. Karl-Heinz Rummenigge:


Iedereen kent wel die bekende zegswijze "voetbal is een spelletje gespeeld met 2 keer elf spelers gedurende 90 minuten en op het einde winnen de Duitsers". Het mag dus geen wonder heten dat er ook een Duitse speler in dit lijstje verschijnt. Rummenigge is dan ook niet zomaar een speler. Natuurlijk is de bekendste Duitse speler Beckenbauer maar diens spelerssuccessen kwamen toch net iets te vroeg om daar zelf herinneringen aan te hebben. Rummenigge daarentegen kende zijn gloriejaren bij Bayern Munchen  en het Duits nationaal elftal eind jaren zeventig en begin jaren tachtig, toen ik dus in het lager zat. Bij zijn club won hij twee Duitse titels en twee Duitse bekers en hij won ook 2 Europa Cups en één Intercontinentale Cup. Met het nationaal elftal won hij het EK van 1980 en werd tweede op het WK van 1982 en van 1986. Hij was dan ook een op meerdere posities inzetbare aanvaller die mee het succes van het Duitse voetbal belichaamde.
Bij Bayern Munchen zou hij nog belangrijke bestuursposities innemen, onder meer aan de zijde van Beckenbauer, tot hij in 2021 door Oliver Kahn (voormalig Bayern-doelman) opgevolgd zou worden als CEO. Hij had toen de verhuis van de club naar de prachtige Allianz Arena gerealiseerd. Momenteel bekleedt hij nog steeds een belangrijke Europese bestuursfunctie binnen het voetbal.
In 1983 bracht het Britse popduo Alan & Denise een ode aan de "sexy knieën" van Rummenigge in een naar de speler vernoemde single, die je hieronder kan beluisteren.

9. Gregorz Lato:


Met de Pool Gregor (of Gregorz) Lato keren we even terug naar de Belgische competitie want hij maakte deel uit van het topteam van KSC Lokeren met verder ook nog Lubanski, Raymond Mommens, Réné Verheyen, Preben Elkjaer en Arnor Gudjonson, dat in het seizoen 1980-1981 zowel tweede zou worden in de competitie als verliezend bekerfinalist. Die passage in ons land was overigens in de nadagen van zijn spelerscarrière.
Mijn nonkel woonde toen in Laarne of Kalken en hoewel zijn twee jongste kinderen (een nicht en een neef van mij dus) net als hij supporterden voor AA Gent, was mijn oudste nicht fervent aanhanger van Lokeren. Die rivaliteit kleurde mijn kindertijd (en bracht me ook vele keren naar het stadion van Daknam voor de uitwedstrijd van Gent bij de gouwgenoot). AA Gent was toen net terug naar eerste gepromoveerd en zou in 1984 de bekerfinale winnen van Standard (ik was daarbij in de tribune!) maar tijdens die gouden jaren voor Lokeren waren de Waaslanders duidelijk de betere. De namen van meerdere spelers uit dat elftal (die ik hierboven vernoemde) klinken ook vandaag nog steeds als klokken.
Lato had ten tijde van zijn passage in Lokeren al een mooie internationale carrière achter de rug die zou eindigen met een mooie derde plaats voor Polen op het WK van 1982. In 1974 was hij topscorer geworden op het WK, de enige Pool die daarin slaagde (en daarin verslaat hij dus Lewandowski). Hij werd later nog trainer, politicus begin van deze eeuw voor een linkse partij en bondsvoorzitter van Polen van 2008 tot 2012. In  die periode vond het EK van 2012 plaats dat zijn land organiseerde samen met Oekraïne. Ik heb geen idee wat hij sindsdien deed of doet maar hij leeft dus wel nog.

10. Kenny Dalglish:


Wat Kevin Keegan in mijn kindertijd was voor Engeland, was Kenny Dalglish voor Schotland. Ook hij speelde voor Liverpool, toen toch wel echt de beste Engelse club, na al eerder enkele mooie jaren bij Celtic Glasgow (maar toen was ik eigenlijk nog te klein om daar herinneringen aan te hebben). Als aanvaller won hij met Liverpool zes titels, één  FA Cup Final en drie Europese Cups. Met Schotland heeft hij overigens ook drie keer het tornooi gewonnen tussen de vier Britse landenelftallen (Engeland, Wales, Noord-Ierland en Schotland). Als trainer heeft hij eveneens een mooi palmares bij Liverpool (3 titels, 2 FA Cups en 1 keer verliezend finalist van de FA Cup), Blackburn Rovers (1 titel) en Celtic (1 keer de tweede bekercompetitie van het land gewonnen). Hij werd in 2018 geridderd. Sinds 2017 heeft hij op Liverpool een tribune die naar hem vernoemd is. Hij won de BBC Lifetime Achievement Award op de verkiezing van de sportpersoonlijkheid van het jaar in 2023.  

25 februari 2024

Expo: "Defectio Re" van Jana Roos

 

Jana Roos: ooit was ze een klein meisje dat ik net als haar broer aan de overkant van de straat met haar fiets zag vertrekken naar school (of in de late namiddag terugkeren). Jaren later was ze een tijdlang de babysit van mijn twee kinderen als ik naar de opleiding rond autisme ging. Mijn kinderen waren dol op haar en zijzelf gaf altijd het gevoel (en ik heb geen reden te twijfelen dat ze dat ook meende) dat ik haar haast meer plezier deed met haar te vragen dan zij mij door te komen oppassen. Ze was toen al begonnen aan haar opleiding mode en kunst en ik bleef haar, toen mijn kinderen allang geen oppas meer nodig hadden, volgen. Vooral op haar Instagramaccount zag ik haar modecreaties passeren maar ook de prachtige tekeningen die ze maakte. Ik zag hoe ze meer en meer succesvol werd, met modeshows in enkele Afrikaanse landen zelfs (Oeganda, Ghana), maar ook met creaties voor theater en andere evenementen. En onlangs was één van haar installaties te bewonderen op het Lichtfestival in Gent.


Vrijdagavond waren we uitgenodigd op de vernissage van haar eerste expositie. Defectio Re laat een staalkaart zien van wat ze kan, door de creatie van een fantasiewereld (Ice adaptability) die je als toeschouwer ook zelf nog kan invullen. Er zijn kledingontwerpen te zien (inclusief hoofddeksels of moet ik zeggen hoofdornamenten), er staat één van de glas-in-lood sculpturen waarmee ze te zien was op het Lichtfestival en die ze maakte in samenwerking met het bekende Atelier Mestdagh


Maar bovenal interessant is dat ze een inkijk geeft in het proces. Dat doet ze middels enkele projecties maar vooral door op twee tafels de elementen tentoon te stellen die geleid hebben tot het eindresultaat dat je er ook kan zien.



Deze bijzondere tentoonstelling kan je nog tot en met zondag 10 maart zien in Artspace Ontsteking in de Chinastraat in Gent, boven Bar Bricolage (nabij Dok-Noord), elke dag van het weekend van 16u tot 20u. Op  zondag 10 maart is er nog de finissage vanaf 19u. Alle info over de expo vind je ook hier.

17 juni 2020

Gelezen (147)

Het eiland van de vorige dag - Umberto Eco


Het is niet eenvoudig te vertellen over deze roman van Umberto Eco zonder veel weg te geven van het verhaal, maar ik ga het toch proberen. En laat ik daarom beginnen met mijn indrukken óver het boek, vooraleer op het verhaal in te gaan.
Jazeker, het duurt zo'n tweehonderd bladzijden eer de verhaallijnen uit dat eerste deel (de schipbreuk van Roberto met de Amarilli en het belanden op een anders schip -de Daphne-, het veel eerder in de tijd plaatsvindend beleg van Casale en dan het hersenschimverhaal van de denkbeeldige tweelingbroer Ferrante) bij elkaar samenkomen en je ineens de puzzelstukken op waarlijk magistrale wijze ziet passen in elkaar. Dan pas wordt duidelijk welke richting we uit gaan. Niet dat in die tweehonderd pagina's niets te beleven valt, maar het is voor de lezer soms moeilijk staart of kop te krijgen aan de onderlinge samenhang, omdat die paar schakels die ze aan elkaar vastklinken, pas zo laat door de auteur prijsgegeven worden. Wat volgt is een verhaal dat je meesleept, dat zoals steeds bij Eco doorspekt is met historische en filosofische bedenkingen maar dat vooruitgaat volgens de regels van de romankunst. Helaas eindigt het boek met zo'n ruim vijftig bladzijden waarbij hij me kwijt raakte: teveel gefilosofeer, teveel deussen ex machina, teveel bokkesprongen die de zo geroemde illusie die een roman moet scheppen, doorprikken waardoor je niet meer gelooft in het verhaal als verhaal en te afstandelijk kijkt, gedwongen wordt te kijken zelfs.
En hoe zit het met dat verhaal? Wel, dat biedt nochtans genoeg stof voor een boeiende reis in de tijd. We schrijven (althans, Eco doet dat) begin 17e eeuw, rond de tijd van of vlak na de Dertigjarige oorlog en in een tijd waarin ontdekkingsreizen een (ruime) eeuw na Columbus steeds meer delen van onze aarde in kaart brengen, meer bepaald in de Stille Zuidzee. En daar wordt de mens, die zich bevindt op een scharnierpunt tussen religie en wetenschap (voor de Verlichting de hoop die te verenigen zal opgeven en hen meer en meer als tegenstellingen zal ontmaskeren), gekweld door moeilijkheden die met een nog in zijn kinderschoenen staande wetenschap (althans op die domeinen die relevant zijn voor dit verhaal) noch met de rotsvaste overtuiging dat de Waarheid van de Bijbel elk probleem ondubbelzinnig van antwoord voorziet, op te lossen blijken. Dat alles gebeurt bovendien binnen de machtsstrijd tussen de grootmachten die de Dertigjarige Oorlog én de vele andere conflicten van de 17e eeuw bepalen. En zo passeert een Richelieu de revue, Abel Tasman en nog meer historische figuren die dat tijdsgewricht kleurden.
Waar Umberto Eco naar mijn gevoel in De naam van de roos nog een goede balans vond tussen verhaal (daar was het een Sherlock Holmes-achtig detectiveverhaal), geschiedenis en filosofie, verliest hij zich hier vooral op het einde van het boek toch vooral in doorgedreven filosofische lessen, waardoor het voelt alsof hij zich overtilde aan zijn ambitie en zo alsnog een werkelijk goed boek aan kracht doet inbinden. Jazeker, een goede roman valt of staat met een passend, krachtig einde, en hier worden we geconfronteerd met een toch wel wat onthoofde ontknoping. Jammer. 


Hotel Andromeda - Gabriel Josipovici


Gabriel Josipovici schetst de moeilijke strijd van een schrijfster met haar onderwerp, de kunstenaar Joseph Cornell, waarover ze een boek wil schrijven dat noch biografie is noch een studie van zijn werk, maar dat iets daartussen wil zichtbaar maken. Tegelijk wordt deze schrijfster, Helena, plots bezocht door een Tsjechische fotograaf die Tsetsjenië ontvluchtte, waar hij haar zus kende. Beiden, zowel de kunstenaar als de fotograaf, blijken moeilijk te bevatten. Waar dat bij de fotograaf leidt tot een wat voorspelbare ontwikkeling, vindt de schrijfster uiteindelijk alsnog het inzicht dat haar boek samenbrengt.
De auteur vertelt dit alles in korte hoofdstukken, gaande van passages uit het fictieve boek over Cornwell tot eenvoudige dialogen met de fotograaf die slechts een beperkte kennis van het Engels heeft. 

 
VOS: het leven van Luc De Vos - Leon Verdonschot


Het lijkt nogal arrogant om te zeggen dat ik delen van mezelf herkende in de door Leon Verdonschot geschreven biografie van Luc De Vos en wellicht zelfs bijzonder vreemd voor wie mij kent (en Luc De Vos ook): hij lijkt één van de meest ongecompliceerde mensen die er ooit waren in Gent en zelf ben ik ik zal het maar zelf toegeven- behoorlijk gecompliceerd. Maar misschien (het zou een Vos-aforisme kunnen zijn) schuilt er wel een Vos in elk van ons.
Aan de hand van fragmenten uit boeken en nummers die hij schreef, wordt duidelijk dat de artiest en de mens Luc De Vos in hoge mate samenvielen. De grote kunst, zo vond ik altijd al en zie ik in deze biografie nog maar eens bevestigd, van Luc De Vos was dat hij erin slaagde om die zinnen die je honderdmaal hoort, die horen bij hoe er gesproken wordt in Wippelgem, Gent, Oost-Vlaanderen (en wellicht ook nog wel een eind daarbuiten), die als nietszeggende clichés betekenisloos niet eens in ons geheugen leken opgeslagen, dat hij nét die zinnen zo'n poëtische kracht kon geven dat je voorbij het cliché leerde kijken, dat je snapte waarover het ging, dat je herkenning voelde, door de taal maar ook doordat de onderliggende boodschap nooit moeilijk te ontcijferen viel.
Zelf van Gent en fier in deze stad te wonen (al bijna heel mijn leven), hoort hij zo onlosmakelijk bij deze stad dat werkelijk iedereen die ik hier ken (ook beroepsmatig, mensen die in een heel andere wereld dan die van mijn vrienden en kennissen leven), hem kende. En ik had ook dat gevoel dat ik hem kende omdat ik hem soms in de Delhaize in Ledeberg zag met zijn zoontje. Hem aanspreken durfde ik niet (dat vind ik bij alle muzikanten altijd moeilijk) en toch kon ik blij thuiskomen en zeggen "ik heb Luc De Vos gezien in de Delhaize!" alsof we daar dan een half uur een gesprek gevoerd hadden over muziek, de samenleving, Gent en het vaderschap (heel vaak was ik daar met mijn zoon of dochter of beiden). En mijn lief, uit Brugge, aan haar kan ik het maar niet uitleggen, hoe Luc De Vos het meest verbindende is wat deze stad heeft, nog meer dan AA Gent (want je hebt hier zelfs, ongelooflijk maar waar, Club Brugge-supporters!) en de Gentse Feesten.
Toen mijn zoon nog voetbalde, waren we in de kantine van de ploeg waar hij moest spelen, ik vermoed een jaar nadat hij gestorven was, en op de radio speelden ze "Mia" als eerbetoon, op alle zenders op hetzelfde moment. Mijn zoon speelde bij Tenstar Melle en het was een kantine aan de andere kant van de stad. En in die kantine zong iedereen, écht waar iedereen, mee met "Mia". Een meer divers publiek was er amper denkbaar en toch... "Mia"!
Dat Leon Verdonschot erin slaagt om al die gevoelens, al die herinneringen, al die pracht van zijn teksten, de wonderbaarlijke contradictie van ogenschijnlijk doordeweekse zinnen ("soms vraagt een mens zich af", "wie zal er voor de kinderen zorgen?", "Veronica komt naar je toe" waarbij je de reclamespotjes van Veronica op de Nederlandse tv terug in gedachten ziet,...) die toch een zo diepe tristesse én hoop én herkenning én opluchting omdat anderen het ook niet makkelijk hebben,... kunnen herbergen. om alles wat hij teweegbracht, zo sterk tot leven te wekken, is een bijzonder knappe prestatie. En ik heb genoten van de epiloog, vooral de gesprekken met Lucs zoon Bruno. Hoewel mijn relatie met mijn intussen bijna 15-jarige zoon natuurlijk niet hetzelfde is, en ik nooit dezelfde gesprekken met hem zou hebben, is het zo herkenbaar. Misschien schuilt daarin niet allen de kracht van Luc De Vos' teksten, maar van zijn hele leven: hij gaf je het gevoel dat hoezeer de details ook mochten verschillen, we in wezen dezelfden waren...

27 maart 2020

Gelezen (142)

De Bourgondiërs. Aartsvaders van de Lage Landen - Bart Van Loo



Bart Van Loo is erin geslaagd met deze geschiedenis van de Bourgondiërs (en hun invloed op onze gewesten) een adembenemend spannend en interessant verhaal neer te schrijven waarin hij verbanden legt (ook met het heden) die het belang van deze dynastie zonneklaar maakt. In een eerste deel schetst hij de voorgeschiedenis zoals die zich vanaf de val van het Westromeinse rijk (ongeveer) heeft afgespeeld tot 1369 wanneer het verhaal met Filips De Stoute echt begint. We worden geloodst door een eeuw waarin nadien ook nog Jan Zonder Vrees en Filips De Goede Bourgondië (en de gebieden in de Nederlanden) tot verdere hoogten stuwen, waarna er uitgebreid stilgestaan wordt hoe onder Karel De Stoute een einde komt aan die hoogdagen en het verval zich inzet, waarna het zwaartpunt verschuift naar de komende Habsburge dynastie. Het boek eindigt met Keizer Karel, Karel V, geboren in Gent en heerser van een rijk waar de zon nooit ondergaat.
Het is heerlijk hoe de schrijver ons meeneemt naar Gent (mijn stad) en Brugge (de stad van mijn lief), alsook naar vele andere plekken in de uitgestrekt gebieden van Bourgondië en zelfs Zwitserland tot helemaal in het hoge noorden van het huidige Nederland (Friesland, Groningen), hoe plekken die steden geduid worden in hun geschiedkundig (of kunsthistorisch) belang, plekken waar ik al geweest ben of ooit graag heen zou gaan (zoals de stad Beaune, waar heel wat moois te zien valt uit de beschreven periode). En uiteraard worden ook de kunstenaars uit die tijd, die nauw verbonden waren met het geslacht der Bourgondiërs, uitgebreid aangehaald: de gebroeders van Eyck, Hugo van der Goes, Rogier van der Weyden, Sluter, Memling, Broederlam en Maelwael,...
Dit boek is een ware ontdekkingsreis doorheen onze geschiedenis die er niet voor terugdeinst mythes te ontkrachten en samenhangen over de eeuwen heen te duiden. Dit is de mooiste geschiedenisles die je maar kan krijgen. Ik ben mijn lief dan ook zeer dankbaar dat ze mij dit boek cadeau deed.



The moon is down - John Steinbeck



Zonder heel concreet te benoemen waar de gebeurtenissen in dit boek gesitueerd zijn, is de Tweede Wereldoorlog heel herkenbaar. Het is dan ook geschreven toen die volop bezig was.
Toch is John Steinbeck erin geslaagd een oorlogsverhaal te vertellen dat dieper graaf en focust op de onderliggende psyche van een bevolking, eerder dan de actie van de oorlog. In een veroverd stadje zet een eerste executie door de bezetters een proces in gang dat volgens Steinbeck perfect illustreert hoe en waarom geen enkele bezettingsmacht er ooit kan in slagen daadwerkelijk een oorlog te winnen. Veldslagen winnen is makkelijk, maar de eindoverwinning is voor hen die in wezen vrije mensen zijn gebleven omdat ze zijn wie ze zijn waar ze zijn en waar ze al altijd waren. De zinloosheid van oorlogsverrichtingen is zelfs voor de vijand duidelijk als die durft de ogen te openen en zijn verstand en hart durft te laten spreken. Het is de hoopvolle boodschap die wellicht in 1942 nodig was voor de lezers van Steinbeck.

24 februari 2020

Catalina Vicens


Wie mij enkel als volwassene kent, kan het zich wellicht moeilijk voorstellen maar ooit was ik zeer actief in de parochie waar ik woonde. Al als kind was ik misdienaar (tot na de middelbare school zelfs), ik werd lector, catechist en zat zelfs een tijdje in de parochieploeg, het dagelijks bestuur zeg maar van de parochie. Veel meer wil ik daar hier niet over kwijt, tenzij dat ik van de onderpastoor vernam hoe goed en mooi het kerkorgel (van Ledeberg) wel niet was en ook dat onze koster-organist bekend stond als heel goed en een graag geziene en veelgevraagde muzikant was die andere "bekende" (dat klonk toen in mijn oren als een grap: bekende kerkorgels) orgels mocht bespelen.
Waarin ik wel hoorde hoe goed hij was, waren de stukken die hij speelde en improviseerde tijdens de communie. Dat is een vrij lange tijd die hij moest vullen met muziek en hij varieerde dan vaak op liederen die eerder in de dienst gezongen en gespeeld waren. Je hoorde dat hij een goed luisteraar was, een goede improvisator en een zeer bekwaam organist.
Die herinneringen dreven meteen weer boven bij het beluisteren van de 40 songs tellende, meer dan twee uur durende plaat Organic creatures van Catalina Vicens. De Chileens-Zwitserse bracht net bij het Gentse label Consouling dit album uit en dat gebeurt niet toevallig in dit Van Eyck-jaar want één van de orgels waarop ze haar composities, een mengeling van klassieke en nieuwe werken, mocht spelen, is het Van Eyck-orgel, een reconstructie op basis van het Lam Gods (daarop zie je op een zijpaneel een engel het orgel bespelen).
Dat de plaat zo lang duurt, geeft je als luisteraar, zeker als dit niet het soort muziek is dat je regelmatig beluistert, de tijd om in die wereld onder te duiken, in de klanken, in het instrument en zijn register. En dan hoor je hoe goed de combinatie werkt van oudere muziek (die bijwijlen aan die uren in de kerk doen denken) en nieuwe composities die de toets van hedendaagsheid met verve dragen.

Je kan deze plaat hier kopen via Consouling en hieronder alvast beluisteren:

05 februari 2020

Interview Uncle Wellington


Enkele weken geleden kon je hier lezen hoe Uncle Wellington nog één keer knalde eer ze een punt zetten achter hun carrière. Voor veel van hun fans zal dit wellicht als een verrassing gekomen zijn. Ik trok erop uit en sprak erover met Jonas Bruyneel (JB), maar ook over heel wat meer:

Met twee singles kondigden jullie ook het einde aan van Uncle Wellington, na vijf jaar. Vanwaar deze beslissing?

JB: Eigenlijk zijn we vroeger begonnen metUncle Wellington, aanvankelijk nog als Uncle Wellington's Wives. Vijf jaar daarvan waren in de huidige bezetting. Deze zomer wouden we beginnen aan de opnames van een nieuwe plaat. We merkten dat de nummers een andere richting uitgingen. Aanvankelijk waren we immers gestart als een folkband, daarna werd het meer folkelektronica en deze songs zouden echt voornamelijk elektronica worden. Ook tijdens onze optreden merkten we dat. Toch voelden we dat zowel bij publiek als concertorganisatoren en platenmaatschappij verwachtingen leefden die niet meer overeenkwamen met wie we geworden waren. Bovendien bleek dat we in België nog maar weinig optraden, dat het vooral in Engeland was en alle bandleden hadden ook andere projecten lopen hier. Daarom besloten we samen om Uncle Wellington af te sluiten. Die beslissing viel op tour en we kozen ervoor om nog twee singles op te nemen, samen met verscheidene muzikanten met wie we samenwerkten op tour, in studio's in de plaatsen waar we kwamen. Zo namen we onder meer op in Bath en in Keighley nabij Manchester. Zo'n tien artiesten spelen op beide singles opgeteld mee met de band. We werkten voor het eerst samen met producer Klaas Tomme, maar voor het mixen kozen we voor Filip Tanghe, met wie we al vijf jaar lang samenwerken. Toon Delanote heeft vanaf het begin alle artwork verzorgd, al sinds de Wives, en hem wilden er ook dit keer bij. Op die manier wilden we Uncle Wellington zoals het was en met het beeld dat het publiek van de band heeft, afronden tot een geheel: dít was Uncle Wellington. Als iemand muziek van Uncle Wellington zoekt in de toekomst, komen ze niet uit bij een band die in feite anders is en andere muziek brengt, maar zo blijft dit één geheel dat als dusdanig herinnerd kan worden, zowel door ons als door ons publiek. Dat leek ons eerlijker dan vervellen, waar we ook niet de mogelijkheden toe hadden omdat je dan de promo nodig hebt die die koerswijziging laat verteren. Dat is eigenlijk enkel weggelegd voor groepen waar zowel publiek als platenmaatschappijen voldoende vertrouwen in hebben zodat ze bereid zijn je in die vervelling te volgen.

Je sprak al over het artwork van Toon Delanote. Hij heeft inderdaad het grafisch aspect van de groep sterk bepaald. Wat maakt zijn stijl zo passend voor Uncle Wellington?

JB: Het begon allemaal toen we als Uncle Wellington's Wives gevraagd werden om te spelen op een vernissage van werk van Toon. Toen we dat zagen, waren we zo sterk onder de indruk dat we voor onze eerste plaat hem vroegen voor het artwork. Ik had toen een lang gesprek met hem waarin ik hem onder meer over het verhaal achter de plaat vertelde, over de dood van mijn zus nu twintig jaar geleden, over de mensen in onze omgeving die we op korte tijd verloren
waren, zonder hem de lyrics te laten lezen van de plaat. Toen hij een voorstel maakte voor het artwork, bleek hij geweldig goed te kunnen luisteren en vatte dit echt die plaat. We hielden ook enorm van zijn stijl, met kleuren over elkaar heen. Bij de tweede plaat gingen we op dezelfde manier te werk. Ik had toen vooral geschreven tegen de achtergrond van de ziekte van mijn vader. Opnieuw wist hij dit heel goed te vatten in beeld. Zo ben ik met hem blijven samenwerken, ook binnen mijn opdracht als stadsdichter (Letterzetter) van Kortrijk. Hij kan immers heel goed luisteren en de gevoelsmatige essentie vatten en weergeven in een beeld. Ook bij deze singles, waarvan de beide hoezen samen één tekening vormen, had ik een gesprek met hem. Er zat dit keer voor mij niet echt een verhaal achter de songs, maar ik vertelde wel hoe we tot de beslissing gekomen waren om te stoppen en hoe de singles tot stand waren gekomen. De emotie daarvan heeft hij dan vertaald in dit artwork, dat ook niet eenduidig te begrijpen valt. We hoorden al van mensen die het nogal een luguber beeld vormen, van een mens die daar ligt. Voor mij persoonlijk is het net een beeld dat veel warmte uitstraalt, alsof iemand op een warm tapijt ligt, erg troostrijk. Het toont ook de zachtheid van handen en drukt troost bij het afscheid uit voor mij. Dat het geen één-op-één betekenis heeft, is net wat ons in zijn werk ook zo aanspreekt.

Als je terugblikt, welk gevoel overheerst dan?

JB: Het is zeker één van de leukste dingen die ik al ooit gedaan heb. We hebben keihard gewerkt en, zoals dat nu eenmaal gaat, hebben we ook veel teleurstellingen opgelopen, maar het gevoel is toch vooral positief.
Er is minder uitgekomen dan we verwacht hadden en we hebben minder mensen bereikt dan we gehoopt hadden. Je kan wel zeggen dat je het niet doet voor het succes, maar je wil toch genoeg mensen aanspreken met je muziek en door genoeg mensen gehoord worden. Dat had beter gekund.

Wat zijn de fijnste of markantste herinneringen?

JB: Vooral aan de tournees hebben we fijne herinneringen, aan hoe we met de mobilhome rondtrokken. Driemaal hebben we op die manier getourd. Het fijne is ook dat we met deze groep altijd op één lijn gezeten hebben, niet alleen wat betreft het muzikale maar ook qua gevoel. Ook toen we besloten te stoppen, had iedereen zowat hetzelfde gevoel op hetzelfde ogenblik. Er is niemand die niet dat gevoel deelde dat in deze vorm we uitverteld zijn. Wel willen (en zullen) we nog samenwerken, wellicht ook met ons vijven, maar het zal niet in deze vorm en onder deze naam zijn.

Hoe zie je dat dan precies?

JB: Ik denk dat het zo een beetje kan zoals bij Mauro Pawlowski. Die doet heel uiteenlopende dingen en soms met dezelfde mensen, maar elke nieuwe verschijningsvorm waarin hij muziek maakt, elke nieuwe gedaante en elke echt nieuwe muzikale weg die hij inslaat, krijgt een andere naam zodat mensen weten wat ze wel en niet mogen verwachten. Wij zien onszelf al langer als een soort gemeenschap van muzikanten die ook heel wat andere dingen, in verschillende combinaties, samen maken. En deze vorm, die we kunnen samenvatten als “Uncle Wellington”, die is uitverteld.

Kan je voor jezelf een absoluut hoogtepunt noemen van die jaren samen?

JB: De tweede show die we speelden in The Exchange in Keighley, nabij Manchester, is voor mij toch wel het beste moment. We hadden daar al eens eerder gespeeld, maar toen waren we daar totaal onbekend en niemand, ook van de zaal, wist wat te verwachten. Het optreden was heel goed en iedereen was daarna zeer blij en vol lof. Toen we er een tweede keer optraden, wisten ze natuurlijk wel al wat ze zouden krijgen. We werden heel enthousiast ontvangen, het was bovendien de verjaardag van Frie en onze mobilhome stond gewoon voor de deur geparkeerd. De afterparty met de eigenaar van de club duurde tot in de vroege uurtjes, we werden samen zo dronken. De man was zelfs zo dronken dat hij het nummer van zijn eigen alarm van de club vergeten was en dat ging daar 's morgens heel vroeg af voor de hele buurt. Ook de shows met Vive La Fête in Nederland en natuurlijk de opening van de tentoonstelling bij de presentatie van onze plaat horen tot de beste herinneringen.

Jullie waren ook altijd artistiek met andere dingen bezig. Dat bepaalde in grote mate mee hoe jullie klonken en hoe jullie zich presenteerden. Waren jullie zich daar zelf sterk van bewust?

JB: Jazeker en het was tegelijk onze sterkte maar ook onze zwakte. De sterkte ervan lag in het feit dat je een bepaald soort publiek aanspreekt, niet enkel op basis van de muziek, maar ook met de video's en het artwork en de tentoonstelling en de teksten. Tegelijk beperkte het ons ook in hoe groot dat publiek zou worden dat we konden aanspreken want voor veel mensen was Uncle Wellington te complex, moeilijk te vatten. Velen willen gewoon een band zien die muziek maakt, horen wat die doen en zien wie het zijn. Het voelde soms alsof we te elitair waren en te weinig nog gewoon een “band” waren. Zo kwamen we zelf weinig in beeld: je ziet ons niet in de clips, onze albumvoorstelling was een tentoonstelling van grafisch werk van iemand anders,...


Wie waren jullie belangrijkste invloeden?

JB: Voor mij als songwriter waren de grote voorbeelden toch vooral Tom Waits, Lou Reed, Nick Cave en niet in het minst Scott Walker, die veel rare maar bijzonder interessante muziek schreef. Daarnaast hadden we een soul- en jazz-zangeres die naar zulke artiesten in het geheel nooit luisterde en een hiphopdrummer. Sven luistert vooral naar echte, pure goed geschreven popmuziek en Esther houdt dan weer vooral van meer experimentele muziek. Eigenlijk zijn er in Uncle Wellington geen twee muzikanten die naar dezelfde
muziek luisteren. Dat maakt dat er nooit “één” invloed was voor de band, maar iedereen hanteert de stijl die past bij de muziek waar hij of zij zelf graag naar luistert. En op een of andere manier paste dat allemaal bij elkaar.

Heeft dat samenbrengen van die verschillende stijlen invloed gehad op de evolutie die Uncle Wellington doormaakte?

JB: Vooral vanuit onze live-optredens groeide toch dat we evolueerden van een band die samenzang tot haar sterkte wou maken naar een groep met de stem van Frie duidelijk op de voorgrond. Wanneer je iemand hebt die zo goed en warm kan zingen, mag je dat niet afzwakken door de zang van anderen errondheen en moet je dat zeker in de refreinen naar voren trekken, niet dan wegstoppen in de harmonie van ons alle vijf samen. Frie kon voordien nooit echt uithalen en tonen wat ze in haar mars had en daar zijn we toch enorm in gegroeid. Zo vreemd was dat overigens niet als je bedenkt dat de eerste EP eigenlijk gewoon gemaakt is in de huiskamer met eigen opname-apparatuur en vanuit ideeën die we hadden, waaronder dat samenzang altijd mooi is. Er was tussen wat we toen deden en wat we live brachten, op dat moment geen verbinding. Naarmate we langer bestonden, werden we ons echter meer bewust van onze sterktes, waaronder dus die fantastische stem van Frie die je niet moet kooien, en dat is wat je vooral qua evolutie hoort.

Hoe gaat het nu verder, voor jou, voor de andere bandleden?

JB: Iedereen is druk bezig met vanalles. Frie en Renaud spelen samen in de hiphopband Shore Shot en brengen in mei een plaat uit. Esther toert momenteel met Jan Verstraeten en met Noémie Wolfs. Zelf maak ik samen met Frie deel uit van de live-band van Vincent Coomans en hij brengt nog dit voorjaar een EP uit, waarvan ik de productie doe en die hier opgenomen is bij mij. Samen met Esther speel ik ook in WolfeWolfe, nederlandstalige triphop met een klarinet en met poëzie van mezelf. Esther speelt dan weer samen met Sven in Galine. Bovendien doet iedereen ook nog een hoop tijdelijke dingen. 

En misschien doen jullie dus ooit nog eens iets samen met jullie vijven?

JB: Dat is zeker mogelijk in de toekomst, al zal het verschillen van wat we met Uncle Wellington hebben gedaan. Dat werd bepaald door de geschiedenis daarvan, door de toevalligheden die ontstaan in het samenwerken met die gezamenlijke geschiedenis en ieders eigen geschiedenis. Zo vertrokken we bij Uncle Wellington altijd vanuit wat ik schreef en op die basis bracht iedereen zijn eigen ding in. In een toekomstig project zullen we een andere geschiedenis hebben, zullen we wellicht van een ander vertrekpunt starten en dat zal de toevalligheden die die band maken, beïnvloeden. Want het kan nooit twee keer helemaal hetzelfde zijn.

Bedankt voor dit gesprek

31 januari 2020

Elefant


Het Gentse viertal Elefant is niet makkelijk voor één gat te vangen. Dat verwondert niet als je ziet waar de leden voorheen speelden (je kan dat hier nog eens lezen toen Lord sleep van het vorige album Konark und bonark lied van de week was). Met al die invloeden begrijp je beter waarom de muziek snuffelend als een hond alle hoekjes van de kamer verkent. 
Het kan vreemd gaan voor een band die op zoek gaat naar vervreemding in dissonante en chaotische geluiden en op het eind een plaat aflevert die net over samenkomen gaat en volmondig JA tegen het leven zegt. Die ja mag dan soms vreemd klinken (in Ultra plus ultra of Rechtschreibe bijvoorbeeld) maar de levensvreugde en -drift zijn hoorbaar aanwezig. Eazy is een kruising van een eighties David Bowie met Vive La Fête. Welcome to life Sonny is synthpop met vleugjes new wave en The dooor speelt leentjebuur bij Gavin Friday in een heel experimentele bui.
Deze plaat is één van de meest wonderlijke die je dit jaar al kon horen en roept meteen de vraag op hoe dit live gaat klinken. Een gewoon optreden lijkt het me alvast niet te zullen worden. Je kan het alvast zelf uitvissen op 14 februari in de Gentse Charlatan.


Je kan dit album hier kopen op hun Bandcamppagina of hier via Consouling en alvast hieronder beluisteren.

26 januari 2020

Aankondiging: 10 jaar Zebras Are Timeless


Op 13 maart spelen Zebras Are Timeless in de Gentse Charlatan om te vieren dat ze al tien jaar bestaan. Vorig jaar nog brachten de Deinzenaren een EP uit (99%). Daarop brengen ze hun mix van ska, reggae, latin en funk. Een optreden van de vijfkoppige band staat dus garant voor een stevige dosis energie en zonnige vibes. 
Het voorprogramma wordt gespeeld door Mise En Scene, negen man die het podium alleen al door hun getalsterkte volledig zullen vullen. 

Beluister hieronder alvast de EP om in de sfeer te komen. Alle info over het optreden vind je hier.

10 januari 2020

Uncle Wellington


De afgelopen vijf jaar kon je hier regelmatig iets lezen en beluisteren van Uncle Wellington (aanvankelijk nog Uncle Wellington's Wives). Mijn stadsgenoten trekken er na een half decennium een streep onder en doen dat met twee singles: Butcher en God of small things. Wie goed kijkt, ziet dat beide hoezen samen één afbeelding vormen, een leukigheid die erg bij de band past en het werk is van Toon Delanote.
Beide singles werden opgenomen tijdens de laatste tour in het VK en België en zijn het resultaat van een internationale samenwerking waar de bandleden terecht trots op zijn. Butcher klinkt als een bescheidener versie van Hooverphonic met de stem van Frie Mechele heel sterk op de voorgrond. In God of small things wordt die niet bepaald naar de achtergrond geduwd (dat gebeurt eigenlijk op geen enkele song van de Gentenaars) maar horen we beter de details en de vernuftige opbouw van het lied, een kenmerk dat de laatste jaren hun muziek meer ging beheersen.
Persoonlijk vind ik het jammer dat Uncle Wellington kiest om het hier te laten eindigen, maar ik ben alvast benieuwd naar de diverse huidige en toekomstige projecten van het vijftal.
Beluister hieronder beide singles:

13 oktober 2019

Gelezen (125)

Alleen maar nette mensen - Robert Vuijsje


Ik vond dit geen makkelijk boek om te beoordelen. Aanvankelijk is het boek wel van vaart voorzien, maar te weinig van richting om mijn aandacht goed vast te houden. Het milieu waarin Robert Vuijsje het hoofdpersonage zich laat bewegen, riep bovendien behoorlijk wat weerstand op: laat ik het maar het Jort Keldermilieu noemen. Het Jort Keldermilieu laat zich kenmerken door het koketteren met goede smaak en veel geld en een wat provocerende rechtste ideologie (zoals Kelder zelf) waarmee hij wel gretig linkse zenders (bij voorkeur BNN-Vara) afschuimt om te laten zien hoe lekker rebels hij is, of ook wel zoals Jeroen Dijsselbloem zogenaamd links maar in feite toch behoorlijk conservatief met een likje lippendienst aan de socialistische waarden. Het moge duidelijk zijn: dat milieu mag zijn privileges eens dringend omsmeden naar echte principes en meningen en échte betrokkenheid bij de maatschappij. Het hoofdpersonage lijkt dat te willen doen door resoluut te kiezen voor zwarte vrouwen, maar het is een wanhopige poging om tegelijk te rebelleren én de eigen voordelen niet te verliezen (zijn schrik om als jood voor Marokkaan versleten te worden, is ronduit pathetisch).
Gelukkig weet Robert Vuijsje naarmate het boek vordert toch richting te geven aan zijn verhaal waardoor je als lezer uiteindelijk alsnog het gevoel krijgt dat dit boek ergens heen gaat. Ik zou het dus een halfgeslaagde roman noemen: mooi geschreven, maar eerst op drift alvorens alsnog het kompas ergens op te richten...


Een dure eed - Virginie Loveling


Deze roman van Virginie Loveling maakt er van in het begin geen geheim van waarheen hij leidt: een jonge vrouw belooft haar geliefde voor hij vertrekt naar Frankrijk (om een erfenis te regelen) dat ze nooit een andere man zal beminnen, laat staan trouwen, zelfs niet als hij zou sterven. En hij sterft toch wel zeker...
Ondanks de (grotendeels) voorspelbare plot is dit toch de moeite waard, alleen al door de mooie inkijk in het boerenleven van de late negentiende eeuw.


Frida Kahlo, een vrouw - Rauda Jamis


Biografie van Frida Kahlo door Rauda Jamis waarin beschrijvende delen afgewisseld worden met fragmenten in de ik-persoon, die echter helaas na een tijd gaan tegensteken. Wel een interessante vrouw, die Frida!

Tantes - Cyriel Buysse


Cyriel Buysse zet een treffend portret neer van de impact van drie ongetrouwde zusters (de tantes uit de titel) op een familie in een tijd waarin de erfenis het verschil kon uitmaken tussen een burgerlijk leven op de buiten of een (financieel) stukken armer leven. De soms venijnige karakterschetsen zijn zo herkenbaar en het verhaal ontvouwt zich zo tragisch dat je als lezer meegezogen wordt in een wereld waar we intussen gelukkig veraf van staan, maar die op een abstracter niveau nog steeds bestaat, ook bij ons.

Vijd: het verdriet van het Lam Gods - Jonas Bruyneel


Dit boek is een wonderlijk verhaal, heel sterk verankerd in de historische feiten, over de famiie van de opdrachtgever voor het Lam Gods, het beroemde retabel van de broers Van Eyck. Niet alleen is het heel vlot geschreven, het weet op een bijzondere wijze de brug te slaan tussen geschiedenis (de feiten, de interpretatie van de bronnen, het recreëren van het verleden) en fictie (het weergeven van de emoties, van de verhoudingen tussen mensen, van relaties, van beleving van de wereld rond en in zich van de personages). Auteur Jonas Bruyneel slaagt er met verve in je binnen te leiden in een historisch correct wereld (eind 14e en begin 15e eeuw in Vlaanderen) zonder je het gevoel te geven dat je een geschiedenisboek leest (hoewel daar op zich ook niets mis mee zou zijn), doordat hij alles levensecht maakt en je als een volleerd romanschrijver het verhaal binnenzuigt, je laat meeleven met de personages. Hij deed me verlangen naar het schilderij, naar al die details, al die betekenissen, en voedde mijn respect voor het meesterschap van de Van Eycks en voedde ook mijn liefde voor mijn stad. Dat hij daar als ingeweken Gentenaar zo goed in geslaagd is, te vatten wat het betekent om in Gent te wonen, met Gent vergroeid te zijn, hoe hij de liefde voor die stad kan aanwakkeren, is bewonderenswaardig.
Op het einde van het boek volgt nog een kort stuk over de ontstaangeschiedenis van het boek en dat legt mooi de dilemma's van de schrijver bloot, van de (kunst)historicus en tegelijk romancier. Het is een heel persoonlijk stuk, hoewel kort, dat mijn bewondering voor hem nog vergrootte. Toevallig ken ik de auteur (een beetje) persoonlijk, en ik herken enerzijds de jongeman die ik dus een beetje ken, maar ik sta ook versteld over die dingen die ik nog helemaal niet over hem wist en die me toch raken.
De combinatie van het verhaal zelf (dat ik hierboven al uitvoerig trachtte de gepaste eer te bewijzen) en dat laatste hoofdstuk maakt van dit boek zulk een bijzondere (lees)ervaring dat zelfs mijn hoge verwachtingen meer dan overtroffen worden. Dit is het boek, beste vrienden, dat ik jullie de komende tijd keer op keer zal aanraden... En al zeker aan mijn stiefdochter die geschiedenis studeert: lezen! Echt waar, lezen! Zelfs als de middeleeuwen minder jouw ding zouden blijken: lezen!


12 november 2018

Gelezen (118)

Satyricon - Petronius


Het is natuurlijk jammer dat dit boek van Petronius, een Romein die leefde ten tijde van keizer Nero, zo fragmentarisch overgeleverd is, maar zeker de vlot leesbare stukken (waaruit weinig ontbreekt) zijn geestig, zitten vol verwijzingen en vormen een mooie satire op de zeden van toen. Dit is dus best wel een interessant tijdsdocument (fictie, trouwens) met literaire kwaliteiten.

De Saint in het harnas - Leslie Charteris


Leslie Charteris verzamelde in dit boek allerlei kortere verhalen van The Saint, sommige (losjes) met elkaar verbonden. Dit blijft uitstekend ontspannende lectuur.

It was snowing butterflies - Charles Darwin


Dit boek bevat fragmenten uit het dagboek van Charles Darwin tijdens zijn reis met de Beagle. Hij bezoekt in deze fragmenten Patagonië en Vuurland en vaart doorheen de Straat van Magelhaes. In het eerste deel fragmenten beschrijft hij de fauna en kan je zijn ideeën geïllustreerd zien (die hij ontwikkelde tot de evolutietheorie). In het tweede deel krijgen we een inkijk in de manier waarop men in de negentiende eeuw tegen "inboorlingen" ("wilden") aankeek en hoe verschillende die mensen in hun ogen waren van de "geciviliseerde mens". In het derde deel gaat het vooral over de samenhang van zijn theorie met theorieën uit de geologie.
Dit is een leuke introductie tot het werk van Charles Darwin, en misschien moet ik toch maar eens werk maken van Over het ontstaan van soorten.


Wereldtentoonstelling Gent 1913 - Joost Vandommele


In dit boek schetst Joost Vandommele op een vlotte, toegankelijke, vrij volledige (maar niet overladen volle) manier een beeld van de wereldtentoonstelling die in 1913 in Gent plaatsvond. Hij staat stil bij de aanloop ernaartoe, de opbouw, hoe het eruit zag en hoe ze afgewikkeld werd (door het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog verdween het beoogde effect meteen). Bovendien wordt alles heel duidelijk met heel veel illustraties zichtbaar gemaakt, ondanks het feit dat er niet veel meer rest aan overblijfselen in (en rond) Gent.

Eskimo sprookjes - Gisela Perlet


Gisela Perlet verzamelt in dit boek Eskimo-sprookjes. Die zijn uiteraard qua thematieken en inhoud wat verschillend van de sprookjes die wij kennen (de jacht, de dieren uit de leefgebieden van de Eskimo's, maar ook hoe aan een vrouw te geraken, geestesbezweringen,...) maar ook qua vorm. Wie onze opbouw van sprookjes gewend is, verbaast zich soms over de schijnloze richtingloosheid van sommige verhalen of het heel fragmentarisch verloop.
Het is een leuke kennismaking maar het bleek toch niet echt mijn ding.

17 april 2018

Charlatan concert: Ho Bear (voorprogramma: Uncle Wellington)


Zaterdagavond stelde het Kortrijks-Gentse Ho Bear zijn EP Patterns live voor in de Gentse Charlatan. Wat ik van die EP vind, kan je hier nog eens nalezen. Ook Uncle Wellington (een band die hier al vaker aan bod kwam, reeds toen ze nog Uncle Wellington's Wives heetten) trad er op, als voorprogramma.


Uncle Wellington begon aan de set meteen met de meest recente single, The castle, een dijk van een song die bij elke beluistering nog verder lijkt te groeien. Ook in de andere songs trekt zangeres Frie de aandacht naar zich toe met een stem die nu eens aan Adele (The code) en dan weer aan Amy Winehouse (Crystal frontier) doet denken. De muzikanten rond haar leggen de toetsen nu eens meer bij de gitaar, dan weer bij de viool of de synths of de ritmesectie (bas en drums). Melancholie is lang niet het enige gevoel dat ze oproepen. 

Setlist Uncle Wellington:
  1. The castle
  2. Time + river
  3. The code
  4. The famished road
  5. Butcher
  6. Crystal frontier
  7. Orange walk
  8. Waves

Wie dacht dat Ho Bear enkel de vijf songs uit de EP en misschien wat covers te bieden had, werd blij verrast met een hoop andere songs die wonderwel bij de selectie van vijf die het schijfje haalden, passen. Misschien ook wel omwille van de vertrouwdheid die ik intussen al had met het geselecteerde vijftal, vormden die toch wel het hoogtepunt. Lower your gun klonk live nog smekender ten aanzien van de geliefde. Distance werd langer uitgesponnen (tot dichtbij de grens met "net iets te lang", maar gelukkig leek de band dat net op tijd te beseffen) en werkte daardoor nog sterker door bij de luisteraar. Ook Fog zocht het maximale effect en met succes.
Wat vooral opviel, was dat de kracht die op de EP vaak nog beheerst wordt, live nog sterker voelbaar was en vooral in de andere songs (Hannover, Other man's voice en afsluitend bisnummer Montenegro) nog duidelijker hoorbaar was. Hoewel de band nog een beetje meer balans dient te zoeken tussen het uitbuiten van die kracht en het uitpuren van de emoties in de song en bij beide aspecten de dosering ook erg belangrijk zal zijn, waren wij toch wel onder de indruk.

Setlist Ho Bear:
  1. Patterns
  2. Old lovers
  3. Hannover
  4. Lower your gun
  5. Remarks
  6. Distance
  7. Fog
  8. Maribor
  9. Turn of events
  10. Other man's voice

    Bisnummers:
  11. The lake
  12. Montenegro