22 februari 2020

Greg Dulli


Tijdens de hoogdagen van Afghan Whigs had Greg Dulli iets onweerstaanbaars dat zijn goede looks oversteeg. Het zat hem ook in die stem die hoger klom dan je zou verwachten en die een jongensachtige onschuld uitstraalde die in scherp contrast stond met de pijnlijke teksten. Wie luisterde naar wàt hij zong, hoorde een getormenteerde jongeman die van het leven al enkele klappen had gekregen, wie luisterde naar hoè hij zong, kreeg de indruk de populaire jongen van de klas te horen, die fluitend door het leven zeilt en wie het geluk in de schoot valt.
Op het verkeerdelijk als eerste solo-album bestemde Random desire zijn we dertig jaar later en dat hoor je. Eerst even een terzijde: in 2005 maakte hij al Amber headlights dat hij uitbracht onder eigen naam, al waren deze songs bedoeld voor een tribute project voor zijn overleden vriend Ted Demme. Drie jaar na de plaat van dat project, Blackberry Belle van The Twilight Singers, bracht hij de originele versies uit op zijn eigen label Infernal Recordings. Maar terug naar Random desire: soms hoor je echo's van de jeugdige Dulli, van Afghan Whigs ten tijde van Gentlemen. The tide, Pantomima en Sempre klinken daardoor zeer vertrouwd. Maar gelukkig zoekt hij het vaker ook in andere registers: ballads gedragen door een pianoriedel (Slow pan), een heel ander vocaal register (Lockless) of toch nog alternatieve rock maar dan met veel meer rust dan voorheen (It falls apart). Daardoor klinkt Random desire vooral als de volwassen plaat van een jeugdheld die eindelijk zichzelf puur en verlost van de toegevingen aan mede-bandleden durft tonen.

Beluister hieronder het volledige album:

Geen opmerkingen: