Posts tonen met het label geschiedenis. Alle posts tonen
Posts tonen met het label geschiedenis. Alle posts tonen

16 december 2020

Gelezen (155)

Op weg naar het einde - Gerard Reve


In de vorm van brieven maakt Reve ons hier deelgenoot aan zijn leven en belevenissen begin jaren zestig. Een dichter die ik volg op Twitter, had ik gevraagd met welk boek ik best kon beginnen aan het oeuvre van Reve (enkel De avonden las ik al) en dit was één van zijn twee tips. Het is me goed bevallen.
Reve schrijft over zichzelf, over de dood, over seks (vooral die volgens de Griekse beginselen), over het schrijverschap, over God, maar nog meer dan waarover hij schrijft, is het de manier waarop hij dat doet die bewondering afdwingt. Hij hanteert heel lange, barokke zinnen, vol bijzinnen en uitweidingen maar houdt telkens vakkundig de draad vast en doet dat bovendien met zoveel bravoure, liefde voor de taal en humor, dat het boek als een trein leest ondanks die lange zinnen.

Blindelings - Kris Van Steenberge


In een mooie en erg toegankelijke taal, die niettemin bij momenten erg poëtisch is, vertelt Kris Van Steenberge het verhaal van een verstikkende moeder, een machteloze vader, een gefrustreerde zoon die amper uitweg vindt voor zijn woede en een idealistische hulpverleenster die de brokken in haar eigen leven niet kan lijmen en dan maar aan de slag gaat met die van een ander. Deze vier personages wisselen elkaar af in het vertellen van het verhaal, met veel flash-backs, dat culmineert in een climax waar geen van hen beter van wordt. Want dit boek gooit je terug de werkelijkheid in met de waarschijnlijkheid dat wat gebroken is, nooit meer volledig goedkomt en dat mensen doorgaans de problemen die hun gedrag veroorzaakt, proberen op te lossen door méér van hetzelfde gedrag te stellen.

Gods onkruid. Nederlandse sekten en messiassen - Wim Zaal


De Nederlandse journalist Wim Zaal schreef het verhaal neer over vreemde en buitenissige godsdienstbeleving in Nederland (en Vlaanderen) in de negentiende en twintigste eeuw. Hij focust daarbij op de sekten en de messiassen die af en toe opdoken, zoals Zwart Jannetje en Lou de Palingboer of de sekte der Stevenisten (blijkbaar nog steeds levend in kleine kernen zoals het Westvlaamse Gits bij Roeselare). De verhalen zijn vermakelijk, de godsdienstige visieverschillen echter soms moeilijk te begrijpen voor wie niet echt thuis is in de verschillende stromingen binnen de Nederlandse (of Verenigd-Nederlandse) katholieke en protestantse kerken. Bovendien hanteert Zaal bij momenten (en al helemaal in het laatste hoofdstuk) een gezwollen taalgebruik dat uitstekend past bij zijn onderwerp (een hoogdravende religieus discours gelijk) maar voor de moderne lezer wel veel inspanning vraagt. 

08 juli 2020

Gelezen (148)

Het meten van de wereld - Daniel Kehlmann


Net als in Tijl is Daniel Kehlmann er ook in dit eerder boek van zijn hand in geslaagd de geschiedenis zo prachtig te verhalen dat je werkelijk meegesleept wordt. Dit keer bevinden we ons in het 19e eeuwse Duitsland (het verhaal begint eigenlijk nog in de eeuw ervoor) en volgen we de elkaar kruisende levenslopen van de grote wiskundige (maar ook op andere terreinen beslagen wetenschapper) Friedrich Gauss en de ontdekkingsreiziger Alexander von Humboldt. Beiden houden zich bezig met het meten van de wereld (vandaar de titel van het boek), de één door naar de Nieuwe Wereld af te reizen (en later ook naar het uitgestrekte Russische Rijk) en de ander door met zijn verstand en metingen thuis in Duitsland zich bezig te houden met de grote vraagstukken van de wetenschap toen. Beiden zijn ze hun tijd ver vooruit en leveren ze enorm belangrijke bijdragen aan de wetenschap. Maar de auteur heeft ook oog voor hun gevoelsleven waardoor je de personages leert kennen en met hen meeleeft. Bovendien doet hij dat alles in zo'n mooie vertelstijl dat je als lezer door het boek vliegt... 

Waar ik nu ben - Jhumpa Lahiri


De korte verhaaltjes die Jhumpa Lahiri in dit boek samenbrengt, zijn schetsen: schetsen van een alleenstaande vrouw in Italië maar evenzeer schetsen van het leven aldaar, van de mensen rondom haar, van zowel dingen rond haar als wat haar beweegt en wat in haar leeft. Ze herhaalt zich niet nodeloos in die verhaaltjes, hoewel ze er wel over waakt dat de samenhangt groot genoeg is om toch als één boek beleefd te worden, en toch had ik moeite met verderlezen op sommige momenten omdat het me allemaal zo vrijblijvend en zo laconiek leek. Soms werd ik er weinig door gegrepen, dan beterde dat weer. Na enkele boeken achter de rug te hebben met een langer, uitgewerkt verhaal, was dit een beetje minder aansprekend, al was het zeker niet slecht.

Zwarte schuur - Oek De Jong


Toegegeven, ik had aanvankelijk wat moeite om een goed leesritme te vinden bij dit boek van Oek De Jong, hoewel het verhaal me wel vrij snel wist te grijpen. Maar gelukkig beterde dat na een tijd en groeide Zwarte schuur zo uit tot een prachtig boek dat niet alleen het verhaal vertelt van het (door de pers onthulde) geheim van de schilder Maris Coppoolse, maar ook over Zeeuws-Vlaanderen, over de tegenstelling tussen stad en platteland, over liefde bij mensen die al wat ouder worden, over demonen uit je jeugd meedragen en trachten te bedwingen, over sex en de vele betekenissen die het voor iemand kan krijgen,... Dit is een verhaal over het leven, aan de hand van een leven dat veraf lijkt te staan van de meeste lezers en toch dichtbij komt omdat ondanks de specifieke details ervan er de hele tijd een universaliteit voor ons, Nederlanders en Vlamingen, in huist die je niet onberoerd laat.

Huishouden - Jenny Erpenbeck


Jenny Erpenbeck weet op een originele en zelfs poëtische manier verhalen te vertellen rond een huis aan een meer, niet zo ver van Berlijn, gedurende meer dan honderd jaar. De verhalen over de bewoners met tussendoor steeds terugkerend het verhaal van de enige constante bewoner, de tuinman, weven zich prachtig rond een huis en vertellen zo op een erg vindingrijke manier over de geschiedenis van (Oost-)Duitsland, van het eind van de negentiende eeuw tot na de hereniging van Duitsland.
Toch miste ik soms wat pit in dit boek, sommige verhalen bleken taaier dan gedacht en het terugkerend motief van de tuinman werkt niet altijd even goed. Maar het is wel heel mooi geschreven en de details uit de geschiedenis zijn zo sprekend gekozen dat ze het verhaal echt wel tot leven brengen.

17 juni 2020

Gelezen (147)

Het eiland van de vorige dag - Umberto Eco


Het is niet eenvoudig te vertellen over deze roman van Umberto Eco zonder veel weg te geven van het verhaal, maar ik ga het toch proberen. En laat ik daarom beginnen met mijn indrukken óver het boek, vooraleer op het verhaal in te gaan.
Jazeker, het duurt zo'n tweehonderd bladzijden eer de verhaallijnen uit dat eerste deel (de schipbreuk van Roberto met de Amarilli en het belanden op een anders schip -de Daphne-, het veel eerder in de tijd plaatsvindend beleg van Casale en dan het hersenschimverhaal van de denkbeeldige tweelingbroer Ferrante) bij elkaar samenkomen en je ineens de puzzelstukken op waarlijk magistrale wijze ziet passen in elkaar. Dan pas wordt duidelijk welke richting we uit gaan. Niet dat in die tweehonderd pagina's niets te beleven valt, maar het is voor de lezer soms moeilijk staart of kop te krijgen aan de onderlinge samenhang, omdat die paar schakels die ze aan elkaar vastklinken, pas zo laat door de auteur prijsgegeven worden. Wat volgt is een verhaal dat je meesleept, dat zoals steeds bij Eco doorspekt is met historische en filosofische bedenkingen maar dat vooruitgaat volgens de regels van de romankunst. Helaas eindigt het boek met zo'n ruim vijftig bladzijden waarbij hij me kwijt raakte: teveel gefilosofeer, teveel deussen ex machina, teveel bokkesprongen die de zo geroemde illusie die een roman moet scheppen, doorprikken waardoor je niet meer gelooft in het verhaal als verhaal en te afstandelijk kijkt, gedwongen wordt te kijken zelfs.
En hoe zit het met dat verhaal? Wel, dat biedt nochtans genoeg stof voor een boeiende reis in de tijd. We schrijven (althans, Eco doet dat) begin 17e eeuw, rond de tijd van of vlak na de Dertigjarige oorlog en in een tijd waarin ontdekkingsreizen een (ruime) eeuw na Columbus steeds meer delen van onze aarde in kaart brengen, meer bepaald in de Stille Zuidzee. En daar wordt de mens, die zich bevindt op een scharnierpunt tussen religie en wetenschap (voor de Verlichting de hoop die te verenigen zal opgeven en hen meer en meer als tegenstellingen zal ontmaskeren), gekweld door moeilijkheden die met een nog in zijn kinderschoenen staande wetenschap (althans op die domeinen die relevant zijn voor dit verhaal) noch met de rotsvaste overtuiging dat de Waarheid van de Bijbel elk probleem ondubbelzinnig van antwoord voorziet, op te lossen blijken. Dat alles gebeurt bovendien binnen de machtsstrijd tussen de grootmachten die de Dertigjarige Oorlog én de vele andere conflicten van de 17e eeuw bepalen. En zo passeert een Richelieu de revue, Abel Tasman en nog meer historische figuren die dat tijdsgewricht kleurden.
Waar Umberto Eco naar mijn gevoel in De naam van de roos nog een goede balans vond tussen verhaal (daar was het een Sherlock Holmes-achtig detectiveverhaal), geschiedenis en filosofie, verliest hij zich hier vooral op het einde van het boek toch vooral in doorgedreven filosofische lessen, waardoor het voelt alsof hij zich overtilde aan zijn ambitie en zo alsnog een werkelijk goed boek aan kracht doet inbinden. Jazeker, een goede roman valt of staat met een passend, krachtig einde, en hier worden we geconfronteerd met een toch wel wat onthoofde ontknoping. Jammer. 


Hotel Andromeda - Gabriel Josipovici


Gabriel Josipovici schetst de moeilijke strijd van een schrijfster met haar onderwerp, de kunstenaar Joseph Cornell, waarover ze een boek wil schrijven dat noch biografie is noch een studie van zijn werk, maar dat iets daartussen wil zichtbaar maken. Tegelijk wordt deze schrijfster, Helena, plots bezocht door een Tsjechische fotograaf die Tsetsjenië ontvluchtte, waar hij haar zus kende. Beiden, zowel de kunstenaar als de fotograaf, blijken moeilijk te bevatten. Waar dat bij de fotograaf leidt tot een wat voorspelbare ontwikkeling, vindt de schrijfster uiteindelijk alsnog het inzicht dat haar boek samenbrengt.
De auteur vertelt dit alles in korte hoofdstukken, gaande van passages uit het fictieve boek over Cornwell tot eenvoudige dialogen met de fotograaf die slechts een beperkte kennis van het Engels heeft. 

 
VOS: het leven van Luc De Vos - Leon Verdonschot


Het lijkt nogal arrogant om te zeggen dat ik delen van mezelf herkende in de door Leon Verdonschot geschreven biografie van Luc De Vos en wellicht zelfs bijzonder vreemd voor wie mij kent (en Luc De Vos ook): hij lijkt één van de meest ongecompliceerde mensen die er ooit waren in Gent en zelf ben ik ik zal het maar zelf toegeven- behoorlijk gecompliceerd. Maar misschien (het zou een Vos-aforisme kunnen zijn) schuilt er wel een Vos in elk van ons.
Aan de hand van fragmenten uit boeken en nummers die hij schreef, wordt duidelijk dat de artiest en de mens Luc De Vos in hoge mate samenvielen. De grote kunst, zo vond ik altijd al en zie ik in deze biografie nog maar eens bevestigd, van Luc De Vos was dat hij erin slaagde om die zinnen die je honderdmaal hoort, die horen bij hoe er gesproken wordt in Wippelgem, Gent, Oost-Vlaanderen (en wellicht ook nog wel een eind daarbuiten), die als nietszeggende clichés betekenisloos niet eens in ons geheugen leken opgeslagen, dat hij nét die zinnen zo'n poëtische kracht kon geven dat je voorbij het cliché leerde kijken, dat je snapte waarover het ging, dat je herkenning voelde, door de taal maar ook doordat de onderliggende boodschap nooit moeilijk te ontcijferen viel.
Zelf van Gent en fier in deze stad te wonen (al bijna heel mijn leven), hoort hij zo onlosmakelijk bij deze stad dat werkelijk iedereen die ik hier ken (ook beroepsmatig, mensen die in een heel andere wereld dan die van mijn vrienden en kennissen leven), hem kende. En ik had ook dat gevoel dat ik hem kende omdat ik hem soms in de Delhaize in Ledeberg zag met zijn zoontje. Hem aanspreken durfde ik niet (dat vind ik bij alle muzikanten altijd moeilijk) en toch kon ik blij thuiskomen en zeggen "ik heb Luc De Vos gezien in de Delhaize!" alsof we daar dan een half uur een gesprek gevoerd hadden over muziek, de samenleving, Gent en het vaderschap (heel vaak was ik daar met mijn zoon of dochter of beiden). En mijn lief, uit Brugge, aan haar kan ik het maar niet uitleggen, hoe Luc De Vos het meest verbindende is wat deze stad heeft, nog meer dan AA Gent (want je hebt hier zelfs, ongelooflijk maar waar, Club Brugge-supporters!) en de Gentse Feesten.
Toen mijn zoon nog voetbalde, waren we in de kantine van de ploeg waar hij moest spelen, ik vermoed een jaar nadat hij gestorven was, en op de radio speelden ze "Mia" als eerbetoon, op alle zenders op hetzelfde moment. Mijn zoon speelde bij Tenstar Melle en het was een kantine aan de andere kant van de stad. En in die kantine zong iedereen, écht waar iedereen, mee met "Mia". Een meer divers publiek was er amper denkbaar en toch... "Mia"!
Dat Leon Verdonschot erin slaagt om al die gevoelens, al die herinneringen, al die pracht van zijn teksten, de wonderbaarlijke contradictie van ogenschijnlijk doordeweekse zinnen ("soms vraagt een mens zich af", "wie zal er voor de kinderen zorgen?", "Veronica komt naar je toe" waarbij je de reclamespotjes van Veronica op de Nederlandse tv terug in gedachten ziet,...) die toch een zo diepe tristesse én hoop én herkenning én opluchting omdat anderen het ook niet makkelijk hebben,... kunnen herbergen. om alles wat hij teweegbracht, zo sterk tot leven te wekken, is een bijzonder knappe prestatie. En ik heb genoten van de epiloog, vooral de gesprekken met Lucs zoon Bruno. Hoewel mijn relatie met mijn intussen bijna 15-jarige zoon natuurlijk niet hetzelfde is, en ik nooit dezelfde gesprekken met hem zou hebben, is het zo herkenbaar. Misschien schuilt daarin niet allen de kracht van Luc De Vos' teksten, maar van zijn hele leven: hij gaf je het gevoel dat hoezeer de details ook mochten verschillen, we in wezen dezelfden waren...

22 mei 2020

Gelezen (146)

Lachwekkende liefdes - Milan Kundera


Hier zijn enkele kortverhalen verzameld van Milan Kundera, die allemaal als thema het spel of de verbeelding hebben. De personages storten zich in een spel, in een fantasie, in een doen-alsof met volle plezier (meestal toch) en in de volle overtuiging dat zij de regie in handen houden. Maar telkens moeten ze vaststellen dat het verhaal met hen op de loop gaat en dat de regie hen al ontglipt is nog voor ze er erg in hebben. Of het nu het verliefde koppel is dat liftster en passerende automobilist speelt, of de jongeman die voorwendt gelovig te zijn, wat ze willen bereiken, ontglipt hen en zij worden meegesleurd in plaats van te bepalen. Het is tragikomedie op zijn best, dan nog eens geschreven door een begenadigd verteller.
Wat me ook opviel, is dat doorheen de verhalen een beeld geschetst wordt van een Tsjechoslowakije waar het leven buiten de controle van de mensen valt (althans gedeeltelijk, omdat de communistische staat de regie vasthoudt) maar er heerst berusting en verrassend weinig gevoel van onvrijheid. De ervaren onvrijheid lijkt een expliciteren van de existentiële onvrijheid eerder dan een politieke beperking. Deze verhalen werden wel allemaal geschreven voor de inval van de Russen die een einde maakte aan de Praagse Lente, misschien veranderde het wezen van de onvrijheid en de beleving ervan nadien wel heel sterk.


Tijl - Daniel Kehlmann


Het duurt even voor Daniel Kehlmann erin slaagt je mee te nemen in het verhaal, maar wanneer hij dat gaandeweg doet, is het om niet meer los te laten. Dit boek wordt met elke bladzijde die je omslaat, met elk hoofdstuk dat je leest, beter. De puzzelstukjes van het verhaal van Tijl Uilenspiegel, grappenmaker, acrobaat, hofnar, vallen dan langzaam in elkaar. Achtergrond is de Dertigjarige Oorlog, die in de 17e eeuw woedt in het Heilig Roomse Rijk (grofweg Duitsland) en dood, vernieling en chaos brengt. De strijdende vorstendommen en het keizerrijk zijn nog maar net de middeleeuwen ontgroeid, zo lijkt het, met nog steeds heksenprocessen, bijgeloof maar natuurlijk ook de godsdienstoorlogen tussen katholieken en protestanten. En zoals Gavril Princip met de moord op Franz-Ferdinand de Eerste Wereldoorlog in gang zette, is het de keurvorst van de Palts, Frederik II, getrouwd met Elizabeth Stuart, Engelse en Schotse prinses, die het startsein gaf me het onbesuisde aanvaarden van de kroon in Bohemen. Eén winter lang slechts kan hij genieten van zijn koningstitel, eer de keizer terugslaat. Hij wordt dan ook de Winterkoning genoemd, en moet voortdurend op de vlucht, in ballingschap, steeds verarmend en steeds minder voor vol aanzien, zelfs niet in Den Haag waar de Staten-Generaal hem eerst verwelkomen als protestantse vorst op de vlucht, maar het na een tijd beu worden de hoge kosten van zo'n koninklijk hof te dragen. Intussen lezen we hoe Tijl en Nele, het meisje waarmee hij als kind samen is weggelopen nadat zijn vader veroordeeld en gehangen werd als handlanger van de duivel, steeds maar elk gevaar weten te ontsnappen en zich een weg banen door dit decor.
Kehlmann doet dat met verve, het vertellen van dat verhaal, met geestdrift en met mooie zinnen, met voldoende historische duiding om mee te kunnen zonder dat je eerst historicus hoeft te worden maar ook met gevoel voor humor, voor lichtheid soms, maar waar nodig beschrijft hij de gruwel zoals die is, tussen de regels door weliswaar, maar des te meer voelbaar.


In betere kringen. Satirische verhalen van - Cyriel Buysse


In dit boek zijn enkele kortverhalen en columns van Cyriel Buysse samengebracht. Die spelen zich, in tegenstelling tot de meeste van zijn romans (waarin het platteland centraal staat), af onder welgestelde mensen, vaak stedelingen. Zo is er het verhaal van meneer Hardamour die zichzelf per ongeluk opsluit in zijn kluis, en verhalen over het snobisme van de gegoede burgerij. Verscheidene stukken zijn geschreven tijdens en net na de Eerste Wereldoorlog, toen Cyriel Buysse in het neutrale Nederland verbleef samen met zijn Haagsche vrouw. Die oorlogsjaren en de nasleep dienen ook als decor voor bedenkingen die Buysse maakt.
Net als in zijn romans, is zijn stijl mooi gestileerd en hier bovendien ook vaak grappig. Niet voor niets draagt deze verzameling de ondertitel Satirische verhalen van...

29 april 2020

Gelezen (144)

Grote verwachtingen. In Europa 1999 - 2019 - Geert Mak



In feite is het begin van dit boek, het verhaal over de slimme geschiedenisstudent uit 2069, een soort disclaimer: we zitten in feite te kort op de geschiedenis van de voorbije twintig jaar, het begin van de 21e eeuw, om helder zicht te hebben en de verbanden duidelijk te zien. Desondanks waagt Geert Mak zich aan een vervolg op In Europa, zijn 20e eeuw omvattend boek dat ik met veel plezier, ook verbazing en afgrijzen soms, heb gelezen. Hij maakt na twintig jaar een stand op van hoe het ons in dit werelddeel verging sinds 1999 en of de (voorlopige) conclusies van toen nog standhouden.
Zoals te verwachten voor wie goed opgelet heeft de voorbije twintig jaar, blijkt het schip toch een stevige wending genomen te hebben, soms in goede richting, soms helaas ook in de verkeerde of in het beste geval een onzekere richting. Toch is Mak niet per se pessimistisch: hij ziet ook de kansen, tussen al die loerende gevaren en torenhoge risico's.
Ook van dit boek heb ik genoten (en ik ben zeer blij dat mijn lief het me cadeau deed), al kan het niet volledig aan In Europa tippen. Dat heeft alles te maken met wat in die disclaimer zo goed vervat zit: we zitten te dicht bij het gebeuren, er nog teveel te midden in, om de verheldering te krijgen die we in In Europa vaak wel konden krijgen. Niettegenstaande is dit een zeer verdienstelijke onderneming geweest die inzicht verschaft in de omwentelingen van de voorbije twee decennia.


Lady Chatterley's lover - D.H. Lawrence


Er is iets aan Mellors, de geliefde van Lady Chatterley en de jachtopziener van Sir Clifford Chatterley, dat me fascineert. Hij lijkt een soort vastberadenheid te hebben die ontdaan is van emotionaliteit hoewel hij echte liefde voelt en van optimisme al gelooft hij in een toekomst met zijn grote liefde. Het verhaal dat D.H. Lawrence brengt over een half verlamde edelman die geen problemen lijkt te hebben als zijn vrouw zwanger zou worden van een andere man, is een mengeling van Dancer in the dark en The piano maar wordt hier vaak overstemd door een pessimistische filosofie. Dat hoeft wellicht niet te verwonderen aangezien dit boek werd geschreven (en zich afspeelt) na de Eerste Wereldoorlog en de impact daarvan heel voelbaar is. Enerzijds hangt een bijna fatalastisch wantrouwen in de richting van de geschiedenis (geen vooruitgang, maar degeneratie) over het boek, anderzijds blijken de personages zich soms te verliezen in een hedonistische levensstijl waarin geld, roem en jazz (plezier) voorop staan. Natuurlijk staat ook de sexuele (zelf)ontdekking van het hoofdpersonage centraal (het voor die tijd nogal expliciete taalgebruik leverde de uitgever Penguin Books een proces op) maar dit boek daartoe herleiden zou afbreuk doen aan de gelaagdheid ervan en de pogingen van de auteur om een visie op de maatschappij waarin hij leefde, te verwoorden.
Het is geen makkelijk boek en het laat de lezer met een soort vertwijfeling achter omdat al die tegenstellingen zo voelbaar aanwezig zijn en de auteur zelf ook lijkt heen en weer geslingerd te worden tussen een onwrikbaar geloof in echte liefde en een misantropische houding ten aanzien van zijn tijd- en landgenoten.

14 april 2020

Gelezen (143)

Testimony - Robbie Robertson


Robbie Robertson, gitarist van The Band, beschrijft hoe hij als vijftienjarige zijn muzikale carrière startte bij Ronnie Hawkins and The Hawks en hoe hij zestien jaar later het hoofdstuk met The Band afsloot met The last waltz, het fenomenale concert waarop zovele talenten uit die tijd (Van Morrison, Eric Clapton, Muddy Waters, Dr. John, Joni Mitchell, Bob Dylan,...) meespeelden. Het is voor muziekliefhebbers een boeiende kijk achter de schermen en je wordt bijna duizelig van alle bekende namen die de revue passeren.
Het lijkt in dit boek wel alsof alle mensen waarmee ze in contact kwamen en samenwerkten, werkelijk fantastische, warme, interessante personen waren (dat wordt na een tijdje een tikje ongeloofwaardig) en ondanks de problemen is het toch vooral een verhaal dat doorgaans goed verloopt.
Het was genieten vanaf de eerste tot de laatste bladzijde en nu gaat u mij moeten excuseren: ik ga het driedubbele album The last waltz nog eens door het huis laten schallen...
 


Klein Engeland - Jonathan Coe


In het dankwoord (jaja, ik ben één van die mensen die dat al eens durft te lezen) vertelt Jonathan Coe hoe hij eigenlijk niet van plan was om nog een deel aan de "Rotters club" cyclus toe te voegen maar uiteindelijk besefte dat de brexitroman die hij wou schrijven, nog het best zou werken met de personages eruit. Zo werd dit dus het derde deel, dat zich afspeelt tussen april 2010 en september 2018. De setting is weer grotendeels het Midden-Engeland van de verloren gegane industrie (British Leyland b.v.), met als middelpunt Birmingham, maar ook Londen. De gebeurtenissen van het vorige decennium die zich ontvouwen en waarlangs de verhaallijnen kronkelen, zijn dan ook divers en staan nog vers in ons geheugen: de Olympische Spelen 2012 in Londen, de rellen in Londen, Birmingham en andere steden, de verrassende verkiezingsoverwinning van David Cameron die zijn eigen coalitiepartners van LibDem verpletterde en het Brexit-referendum (vanaf de aanloop van de aankondiging -in het kader van het verkiezingsprogramma van de Tories voor de eerstvolgende verkiezingen- tot de nasleep van de verscheurende keuze die gemaakt werd en die het Leave-kamp liet winnen, al was dat een Pyrrhusoverwinning, want niemand had enig idee hoe zijn brexit eigenlijk moest).
Die (recente) historische context maakt de achterliggende thema's heel begrijpelijk. Toch is dit boek zo goed omdat je kan lachen (ik heb bij een fragment echt minutenlang de slappe lach gehad én het boek bevat de meest hilarische seksscène die ik ooit al las), meehuilen met de personages, geraakt wordt door hun botsende persoonlijkheden en achtergronden en hoe je dus zo de verscheurdheid van een land en volk als lezer mee kan voelen.
Soms vertelt fictie meer dan non-fictie, via de omweg van de empathie die het vereist om met personages mee te leven, en dat is in dit geval zeker zo. Coe slaagde er alweer in de meest zinnige dingen te laten zeggen door zijn personages en tussen de regels in. In feite heeft hij me nog nooit teleurgesteld en dat doet hij met dit boek al helemaal niet.

27 maart 2020

Gelezen (142)

De Bourgondiërs. Aartsvaders van de Lage Landen - Bart Van Loo



Bart Van Loo is erin geslaagd met deze geschiedenis van de Bourgondiërs (en hun invloed op onze gewesten) een adembenemend spannend en interessant verhaal neer te schrijven waarin hij verbanden legt (ook met het heden) die het belang van deze dynastie zonneklaar maakt. In een eerste deel schetst hij de voorgeschiedenis zoals die zich vanaf de val van het Westromeinse rijk (ongeveer) heeft afgespeeld tot 1369 wanneer het verhaal met Filips De Stoute echt begint. We worden geloodst door een eeuw waarin nadien ook nog Jan Zonder Vrees en Filips De Goede Bourgondië (en de gebieden in de Nederlanden) tot verdere hoogten stuwen, waarna er uitgebreid stilgestaan wordt hoe onder Karel De Stoute een einde komt aan die hoogdagen en het verval zich inzet, waarna het zwaartpunt verschuift naar de komende Habsburge dynastie. Het boek eindigt met Keizer Karel, Karel V, geboren in Gent en heerser van een rijk waar de zon nooit ondergaat.
Het is heerlijk hoe de schrijver ons meeneemt naar Gent (mijn stad) en Brugge (de stad van mijn lief), alsook naar vele andere plekken in de uitgestrekt gebieden van Bourgondië en zelfs Zwitserland tot helemaal in het hoge noorden van het huidige Nederland (Friesland, Groningen), hoe plekken die steden geduid worden in hun geschiedkundig (of kunsthistorisch) belang, plekken waar ik al geweest ben of ooit graag heen zou gaan (zoals de stad Beaune, waar heel wat moois te zien valt uit de beschreven periode). En uiteraard worden ook de kunstenaars uit die tijd, die nauw verbonden waren met het geslacht der Bourgondiërs, uitgebreid aangehaald: de gebroeders van Eyck, Hugo van der Goes, Rogier van der Weyden, Sluter, Memling, Broederlam en Maelwael,...
Dit boek is een ware ontdekkingsreis doorheen onze geschiedenis die er niet voor terugdeinst mythes te ontkrachten en samenhangen over de eeuwen heen te duiden. Dit is de mooiste geschiedenisles die je maar kan krijgen. Ik ben mijn lief dan ook zeer dankbaar dat ze mij dit boek cadeau deed.



The moon is down - John Steinbeck



Zonder heel concreet te benoemen waar de gebeurtenissen in dit boek gesitueerd zijn, is de Tweede Wereldoorlog heel herkenbaar. Het is dan ook geschreven toen die volop bezig was.
Toch is John Steinbeck erin geslaagd een oorlogsverhaal te vertellen dat dieper graaf en focust op de onderliggende psyche van een bevolking, eerder dan de actie van de oorlog. In een veroverd stadje zet een eerste executie door de bezetters een proces in gang dat volgens Steinbeck perfect illustreert hoe en waarom geen enkele bezettingsmacht er ooit kan in slagen daadwerkelijk een oorlog te winnen. Veldslagen winnen is makkelijk, maar de eindoverwinning is voor hen die in wezen vrije mensen zijn gebleven omdat ze zijn wie ze zijn waar ze zijn en waar ze al altijd waren. De zinloosheid van oorlogsverrichtingen is zelfs voor de vijand duidelijk als die durft de ogen te openen en zijn verstand en hart durft te laten spreken. Het is de hoopvolle boodschap die wellicht in 1942 nodig was voor de lezers van Steinbeck.

21 februari 2020

Gelezen (139)

Over geweld - Hannah Arendt


De filosofe Hannah Arendt schreef deze tekst niet zo lang na de studentenrevolutie van 1968 en hoewel dat sommige voorbeelden misschien wat gedateerd maakt, blijven de inzichten in dit boek over geweld (en de verhouding tot macht, voornamelijk) ook vandaag interessant. Alleen: zo'n filosofisch boek lezen is altijd ook wat worstelen met de veelheid aan concepten en ideeën, die tijd nodig hebben om ze te laten bezinken.
Ik vroeg me ook af hoe ze naar sommige ontwikkelingen van de laatste decennia zou kijken vanuit die bril van macht en geweld...
 


Niets in zicht - Jens Rehn


Jens Rehn heeft een mooi (anti-)oorlogsboek geschreven en vermeldt daarin amper oorlogsgevechten. Toch beklijft het verhaal van twee drenkelingen in een rubberboot op de Atlantische Oceaan, één Amerikaan en één Duitser, net door de afstandelijkheid waarmee de personages benaderd worden en de vaagheid van de context. Daardoor komt de focus te liggen op de universele strijd om te (over)leven en op de gedachten van de hoofdpersonages. Gekweld door dorst (naast andere ontberingen) en voor één van hen zelfs een schotwond waardoor hij een arm kwijt is, drijven de twee op het water zonder veel hoop op redding, want hoe vaak en hoe intens ze ook turen, steeds is het "niets in zicht". De auteur slaagt erin om in dit prachtig boek zeer scherp existentiële thema's aan te raken zonder gruwel expliciet te maken, maar tussen alle regels door lees je hoe het bestaan zelf zich van zijn hardste kant laat zien.

Naziliteratuur in de Amerika's - Roberto Bolaño


Roberto Bolaño beoefent hier een wel heel bijzondere vorm van romanschrijfkunst, door zijn boek op te vatten als een verzameling biografieën van Amerikaanse rechtse auteurs (dichters, romanschrijvers,...) die allemaal gemeen hebben dat ze nooit echt bestaan hebben en ontsproten zijn aan zijn fantasie. De personages staan soms in onderling verband, soms niet, ontmoeten soms reële historische figuren en situeren zich zowel in Zuid-Amerika, Midden-Amerika en de Caraïben en zelfs de VS. De schrijver weet hun levensverhalen op een vlotte, aangenaam leesbare manier te brengen en je vergeet haast dat deze mensen nooit echt bestaan hebben en hun werken evenzeer verzonnen zijn.

Over normaliteit en andere afwijkingen - Paul Verhaeghe


Wie bekend is met het werk van Paul Verhaeghe (of zelfs, zoals ik, ooit les van hem kreeg) zal in dit beknopte boek wellicht weinig nieuws vinden. Toch is het een interessante en vlotte (en niet al te uitgebreide) inleiding tot het denken van de maatschappijkritische psychoanalyticus.
Het opzet van het boek is overigens wel zeer interessant. De uitgevers van deze reeks (Nieuw licht) vragen een auteur om een belangrijk werk uit b.v. de filosofie te herlezen en te becommentariëren vanuit de huidige tijd. Zo trekt Verhaeghe hier aan de slag met de "Geschiedenis van de waanzin" van Michel Foucault en toetst hoe relevant dat boek nog is voor deze tijden en welke ideeën van toen te herkennen zijn in wat zich tegenwoordig rondom ons afspeelt.


Oostwaarts. Reizen door de Balkan, het Midden-Oosten en de Kaukasus - Robert D. Kaplan


Net als Balkan ghosts, waar dit boek in zekere zin een vervolg op is, combineert Robert D. Kaplan reisverhaal en politieke analyse in een boeiend relaas waarin zijn journalistieke contacten hem helpen vanuit de geschiedenis van de bezochte landen hun huidige status en mogelijke toekomst te begrijpen. Al is de analyse intussen ook alweer zo'n twintig jaar oud, ze blijft verhelderend, want Kaplan bezoekt niet alleen enkele Balkanlanden opnieuw maar reist verder naar het Midden-Oosten (Turkije, Syrië, Libanon, Jordanië en Israël) en de Centraal-Aziatische landen van de Kaukasus (Georgië, Armenië, Azerbeidjan en Turkmenistan). Zijn voorspellingen zijn zeker interessant maar doordat die landen zo weinig in onze berichtgeving voorkomen, zou het wat opzoekwerk vergen om te checken wat er intussen (al) van uitgekomen is...

12 februari 2020

Gelezen (138)

Het lichaam: een reisgids - Bill Bryson


Ik kan je wel vertellen dat ik bijzonder blij was toen ik van mijn lief dit boek cadeau kreeg met nieuwjaar. Net als in zijn vorige boeken (althans, diegene die ik al las) slaagt Bill Bryson erin een moeilijk, wetenschappelijk en ruim onderwerp als het menselijk lichaam op een heldere, leerrijke en ook vaak grappige wijze begrijpelijk te maken. Systematisch verkent hij per domein van het lichaam de beschikbare kennis en vertelt daarbij ook over de geschiedenis van het tot stand komen van die kennis. Daarmee is het niet alleen vanuit biologisch standpunt maar ook vanuit historisch oogpunt vaak heel interessant.

De kolonel krijgt nooit post - Gabriel García Marquez


Hoewel een korte roman (minder dan 100 bladzijden) beschouwde de Colombiaanse Nobelprijswinnaar dit toch als zijn beste werk. In dit verhaal over een kolonel die al een eeuwigheid wacht op een beloofde vergoeding door de overheid voor het vervullen van zijn plicht, weet Gabriel García Marquez de armoede, de wanhoop en het geloof in een illusie zo treffend te beschrijven dat je hoopt op een goede afloop. Ik kan goed begrijpen waarom de auteur zelf zo tevreden was over dit boek: bondiger en afgemetener kan je een verhaal niet vertellen en toch de essentie ervan vatten.

Mythos. De Griekse mythen herverteld - Stephen Fry


Als die excentrieke oom die gestudeerd heeft en aan wie je letterlijk alles mag vragen, zo hervertelt Stephen Fry de Griekse mythen in dit boek. Daarbij legt hij verbanden uit, maakt zij-uitstapjes naar o.a. Shakespeare en Lord Byron, duidt de etymologische verbanden tussen de personages en de dingen die in het Grieks naar hen vernoemd zijn en tovert daarmee zo'n wereld te voorschijn van cultuur, helder gemaakt voor iedereen, dat je bewonderend dit boek uitleest.

20 januari 2020

Gelezen (136)

Lovesick blues: the life of Hank Williams - Paul Hemphill


In deze biografie van Hank Williams, één van de grootste echte country-sterren wiens songs mij enorm aanspreken, begint en eindigt Paul Hemphill met de link die hij en zijn vader zelf hadden met Hank, luisterend naar en geraakt door zijn muziek. Daarmee maken ze dit biografisch verhaal wat persoonlijker. Het levensverhaal van deze countryzanger is op zich al een wilde rit tot hij op zijn negenentwintigste sterft en als lezer word je meegesleurd tussen de successen en de dieptepunten in diens leven.
Voor mij is Hank Willliams op Johnny Cash na de grootste ster uit de country. Zijn songtitels alleen al ("I'm so lonesome I could cry", "There's a tear in my beer", "You're gonna change (of I'm gonna leave", "I'll never get out of this world alive",..) zijn pareltjes en de simpele, directe taal die hij hanteert, weet me steeds te bekoren. Ik ben blij dat ik nu ook meer weet over de zanger achter die liedjes.

Een (ongewone) geschiedenis van doodgewone dingen - Annegreet van Bergen


Annegreet van Bergen verzamelde in dit boek haar columns over alledaagse zaken die ze als historicus benadert. Ze laat zien hoe vele dingen die wij tegenwoordig als (bijna) vanzelfsprekend beschouwen, dat vaak allerminst waren tot voor kort. Van koelkasten tot "doorleren", van boter tot treinen, heel wat producten en diensten kennen pas een recente geschiedenis, zeker voor de gewone man (in dit geval, in Nederland).
Het boek deed me heel erg denken aan "At home" van Bill Bryson, dat nog veel uitgebreider (en vanuit een Engels standpunt) gelijkaardige fenomenen en hun geschiedenis beschouwt en dat -eerlijk gezegd- daardoor ook een veel beter boek is geworden. Maar dit is voor wie minder tijd of zin heeft, alvast een heel toegankelijk begin.


Blues: seks, moed en tegenspoed - Johan Op De Beeck


In dit boek gaat journalist Johan Op De Beeck op zoek naar wat blues inhoudt. Hij gaat daarbij ten rade bij Belgische bluesmuzikanten of concertpromotoren maar ook bij de oude meesters zelf. Hij verbindt het hele boek door die roots van de muziek en haar vertolkers met de hedendaagse artiesten in ons land, met mensen van bij ons die gebeten zijn door eenzelfde bluesmicrobe als de auteur zelf. Daarin is het boek verhelderend, het beschrijft ook mooi de geschiedenis van het genre en van de voornaamste vertolkers.
Toch leest het ook vooral als een ode door een fan, die bijna elke oude bluesgrootheid als "de grootste" bestempelt en in zijn aanbidding voor het genre hedendaagse genres en artiesten meen te moeten neerhalen, alsof authenticiteit enkel in de blues (en jazz) terug te vinden zou zijn. Bovendien gaapt in zijn relaas te vaak een gat tussen de oude helden en de nieuwe generatie, waarin bluesartiesten uit de jaren tachtig en negentig uit het buitenland (of hedendaagse buitenlandse artiesten tout court) amper of niet aan bod komen. R.L. Burnside wordt weggezet als een marketingidee, hoewel zijn verhaal vele gelijkenissen vertoont met dat van de oude blueshelden: onbekend tot een blanke artiest (Jon Spencer) hem bekend maakte en hij eindelijk de erkenning kreeg die hij verdient. Die idolatrie en die verafgoding van alles wat maar oud en "authentiek" is naar de maatstaven van de auteur zelf, stoort bij momenten en dat is jammer.

28 december 2019

Gelezen (134)

Flauberts papegaai - Julian Barnes


"Boeken verklaren levens. De enige moeilijkheid is dat de levens die ze verklaren die van anderen zijn en nooit dat van jezelf." Mogelijks had ik een ander citaat uit dit boek kunnen kiezen (er staan meer dan genoeg mooie zinnen in) om mijn recensie te beginnen, maar deze keuze verraadt wat ik vooral meedraag uit dit boek over Gustave Flaubert, dienst leven en diens boeken: hier en daar schemert er iets door dat mijn leven lijkt te verklaren, door dat van iemand anders te verklaren. En dus heeft Julian Barnes misschien toch niet helemaal gelijk. Boeken verklaren ook je eigen leven, maar nooit volledig. En feitelijk verklaren ze evenmin volledig het leven van anderen.
Ik heb psychologie gestudeerd. Vijf jaar, aan de universiteit. Ik geloof in een wetenschappelijke benadering van de psyche, in de mogelijkheid via wetenschappelijke methode kennis te vergaren over de ziel, de geest, het innerlijk (zoals je dat ook kan voor het lichaam, het uiterlijk). Ik geloof daar in beperkte mate in: ik geloof namelijk evenzeer, hierin beïnvloed door een Freudiaans-Lacaniaanse lezing van de psycho-analyse, dat een deel altijd buiten het wetenschappelijk kenbare valt en dat de wetenschappelijke kenbaarheid van de psyche ronduit overdreven wordt, niet in het minst door die wetenschappers zelve. Om het in Freudiaans-Lacaniaanse termen te zeggen: het Gat In De Grote Andere zit overal in, ook in de ziel, de geest, het innerlijk. Ik geloof dat wie de psyche (net als God een ontoereikend woord voor een waarheid waarvan mensen instinctmatig weten/geloven dat ze bestaat) tot puur wetenschappelijk (kenbaar) object verengt, de ziel van die ziel verminkt, de essentie van het innerlijk verraadt en het vluchtige dat in het woord "geest" vervat ligt, ontkent. Er IS, dat ben ik zekerder van alle andere zekerheden in mijn leven, een deel van de ziel dat niet kenbaar is, niet te vatten in woorden, niet te vatten in wetenschappelijke methode.
En daarom geloof ik wat in de lessen psycho-analyse (die dus ook nog binnen een vrij enge en strikte Freudiaans-Lacaniaanse interpretatie te situeren zijn) meermaals hoorde: de kunst, dat is de plek waar de ziel, waar de psychologie het best tot uitdrukking wordt gebracht. De kunst, op zichzelf al te definiëren als de enige plek waar het Gat In De Grote Andere tot essentie wordt verheven en de ontoereikendheid van de woorden (de betekenaars, zoals Lacan ze noemde, het hoeven niet eens woorden te zijn) middel en doel zijn. En als ik het specifieker wil maken: ja, ik, de psycholoog, meen écht dat meest interessante dingen en de grootste waarheden over de psyche terug te vinden zijn in fictie, niet in de non-fictie van wetenschappelijke artikelen en boeken door psychologen geschreven. Om het in een boutade te vatten: John Steinbeck is een preciezer psycholoog gebleken dan Salvador Minuchin. (Freud durf ik niet te noemen, zijn boeken worden door sommigen eveneens als fictie beschouwd)
De ingewikkelde constructie die Julian Barnes hanteert in dit boek verheft het non-fictiekarakter ervan tot fictie. De auteur gebruikt een verteller die auteur is van het boek (maar niet Julian Barnes zelf) over Flaubert, een schrijver van proza. Flaubert schreef over de essentie van de psyche. Braithwaite (het personage, de verteller) schrijft over Flaubert en trekt conclusies over de essentie van de psyche. Toegegeven, hij beperkt zich niet tot het leven van Flaubert, maar ook zijn eigen (fictioneel) leven wordt gebruikt om die essentie te vinden. Het citaat aan het begin van deze recensie komt zelfs uit dat deel van het boek over het leven van Braithwaite. En Barnes gebruikt zijn personage Braitwaite om de essentie van de psyche te vatten. Wat een heerlijk ingewikkelde constuctie is dit om mijn stelling te beamen: fictie is de beste vorm van psychologie (tenminste, indien goed bedreven).
Ik ben psycholoog en werk als psycholoog (al heeft mijn job een andere functietitel gekregen door mijn werkgever). En natuurlijk vertrouw ik op mijn wetenschappelijk vergaarde wetenschappelijk kennis over de mens (en de psyche) om mijn werk goed uit te voeren. In een wetenschap die minder exact is dan bijvoorbeeld de wiskunde is dat nochtans een hachelijke onderneming en je moet kiezen welke invalshoek(en) je wil hanteren om die wetenschappelijke kennis te begrijpen en toe te passen. We noemen dat graag onze theorieën (gedragstheorie, psycho-analyse, systeemtheorie,...) en ze concurreren met elkaar, uiteraard. En de neuroten (die niet kunnen kiezen en eeuwig blijven twijfelen zoals Hamlet) én de verstandigen (tenminste, dat laatste is wat ik geloof, en ik reken mezelf graag minstens ook tot die tweede categorie) kiezen niet één theorie, maar laten zich inspireren door meerdere theorieën, vanuit de overtuiging dat verschillende invalshoeken een beter en accurater totaalbeeld geven. In dit boek wordt het zelfs ergens in een heel andere context (n.a.v. kritke op Flauberts beschrijving van de kleur van de ogen van Emma Bovary) verteld als volgt (geparafraseerd nu door mij): Flaubert keek naar de wereld door een gekleurd glas en zag dus de kleur anders, maar al die verschillende blikken door verschillende ogen en door verschillende gekleurde glazen samen, zeggen die niet meer over de ware aard van de ogen dan één precieze, nauwkeurige observatie van de kleur van haar ogen?
En ik laat me in mijn werk (waarvan ik geloof dat ik met mijn ervaring en met de samenhangende visie op de psyche, en op de hulpverlening enz... dat intussen behoorlijk goed verricht en met kennis van zaken) evenzeer leiden door de kennis die ik opdeed bij Steinbeck, Virginie Loveling, Ian McEwan, Michel Houellebecq en ook Julian Barnes. Want de psyche, die wordt nog het meest accuraat gevat in de context waarin je weet dat het Gat In De Grote Andere niet ontkend wordt, maar gekoesterd, waar men zich meer dan elders bewust is van het onvermogen van de woorden om als betekenaars de Grote Andere, de Waarheid, de Realiteit te bedekken. Er blijft een Gat, een tekort, en dat tekort is de essentie, misschien wel vàn de Grote Andere. En ik ben ervan overtuigd dat ik een goed psycholoog ben omdat ik noch de wetenschappelijke benadering noch de Kunst als kennisbron uitsluit.
Misschien moet ik nog iets zeggen over dit boek. Over hoe Barnes me zin doet krijgen om "Madame Bovary" te lezen (en, zoals een vriend het uitdrukte, na een tiental bladzijden te ontdekken hoe saai en vervelend het boek wel is en er spijt van te hebben en het wellicht niet eens uit te lezen). Over hoe ik op Google Maps Newhaven en Dieppe opzocht, of Croisset en Mantes (in de buurt van Rouen, zo heerlijk als Rouaan geschreven in deze editie, een stad waar ik op reis met mijn kinderen vorig jaar langsreed maar ze uiteindelijk niet bezocht). Over hoe mooi de zinnen zijn die Barnes Braithwaite in de mond legt, en hoe mooi de zinnen worden van Flaubert wanneer ze ingebed zijn in de zinnen die Barnes Braithwaite in de mond legt. Over hoe ook de vorm en stijl non-fictie verheffen tot je het gevoel krijgt fictie te lezen. Over hoe ingenieus details terugkomen (zoals: "Zachte kazen lopen uit, harde kazen worden harder. Schimmelen doen ze allebei"). Over hoe de samenhang tussen details en andere details, tussen grondthema's onderling en tussen details en grondthema's de meest van elkaar verwijderde aspecten samenbrengt en je daar de logica van inziet omdat je meegevoerd bent, zonder het te weten, tot die conclusie door een schrijver die bijzonder goed wist welke bestemming hij voor ogen had en hoe hij jou in het ongewisse kon laten tot je er was.
Over hoe ik de 5 sterren toekende die Goodreads als maximum toestaat te geven in een systeem van enkel hele sterren, minstens 1 en hoogstens 5.
Misschien heb ik dat net gedaan...

06 november 2019

Gelezen (129)

Een lust voor het oog - Jan Siebelink


Voor het eerst een boek gelezen van Jan Siebelink dat me tegenviel: het verhaal komt traag op gang, blijft erg mysterieus en ook op het eind snap ik nog steeds niet goed waar de schrijver heen wou. Ik voelde me weinig verbonden met de personages. Je merkt wel dat Siebelink mooi kan schrijven, maar de verpakking mag dan wel goed zijn, als de inhoud dat onvoldoende is, valt het toch tegen...

Autumn - Ali Smith


Ali Smith situeert het verhaal over de vriendschap tussen een jonge vrouw en een oude man in de periode rond het Brexit-referendum, maar het is zoveel meer. Elisabeth sluit als kind vriendschap met Daniel Gluck, die op het einde van het boek (en dus het moment vlak na het referendum) 101 jaar oud is. Het boek zit vol flashbacks en illustreert mooi hoe een pure vriendschap heel bepalend kan zijn in het leven van jonge mensen. Ook de moeilijke relatie tussen Elisabeht en haar moeder passeert de revue.
Het duurt tot pakweg de helft van het boek eer het verhaal echt goed op gang gekomen is en je ook wat duidelijker weet dat het b.v. over het Brexit-referendum gaat, voorheen hangen de stukken schijnbaar nogal los aan elkaar. Ze vallen uiteindelijk op hun plaats en naarmate het boek vordert, leest het vlotter en ben je meer mee met het verhaal, ondanks de steeds onderbroken chronologie.


Tuff - Paul Beatty


Net als in De verrader weet Paul Beatty te wervelen met een verhaal over een uitzonderlijk Afro-Amerikaans personage, ditmaal een zwaarlijvige, streetwise en verstandige jongeman uit East Harlem (New York). Hij wil het rechte pad op en als vanzelf rolt hij in een wel heel vreemd avontuur dat totaal niet bij hem lijkt te passen: hij stelt zich kandidaat voor de gemeenteraad. Of hij het haalt of niet, is niet zo belangrijk in dit boek, wel het portret van het hoofdpersonage (en de nevenpersonages, die even vermakelijk en bijzonder zijn) en diens visie, diens heldere kijk die het streetwise combineert met gezond verstand en verrassend veel culturele bagage. Het resultaat is dan ook een boek dat je als een sumoworstelaar (een metafoor die ik niet zomaar kies) vloert...

Oostende, de zomer van 1936 - Mark Schaevers


Mark Schaevers, die je kan kennen van zijn bekroonde biografie van Felix Nussbaum, beschrijft hoe in 1936 in de zomer enkele belangrijke figuren uit de Duitse interbellumliteratuur elkaar ontmoeten in Oostende. Via allerlei verbanden komen de ballingen (ze zijn allen gevlucht uit nazi-Duitsland na Hitlers verkiezingsoverwinnig vanwege hun Joodse achtergrond, hun communistische gedachtengoed,...) elkaar daar tegen en nét die verbanden én de consequenties van hun ontmoetingen worden door de auteur haarfijn uit de doeken gedaan. Van de genoemde auteurs kende ik enkel Stefan Zweig (ik las zijn Schaaknovelle) en Joseph Roth (van wie ik nog niks las, maar zijn Radeztkymars staat op mijn to-read-lijst) en toch slaagt de auteur erin mij ook warm te maken voor de andere figuren en soms zelfs voor hun werk.

Peter Camenzind - Hermann Hesse 


Hermann Hesse weet in dit boek met heel veel mededogen en liefde te verhalen over het hoofdpersonage dat uit het Zwitserse hoogland komt en er uiteindelijk in zijn ziel altijd blijft thuishoren. Alle omzwervingen en levensavonturen, alle dromen en wensen ten spijt blijkt de meest eenvoudige manier van leven, het zich eraan overgeven wat er ook komt, nog het meeste geluk op te leveren. Dat weet de auteur in een vlot en mooi boek te vatten.

31 oktober 2019

Gelezen (128)

The civil war: a concise history - Louis P. Masur



In dit overzichtelijk en bondig boek weet Louis P. Masur niet alleen het verloop van de Amerikaanse burgeroorlog helder te schetsen, maar ook de achterliggende drijfveren en breuklijnen in de toenmalige VS. Voor wie goed tussen de regels leest en de actualiteit volgt, zijn die breuklijnen ook vandaag en de voorbije decennia herkenbaar (in de anti-regeringsbewegingen die o.a. Timothy McVeigh voortbrachten, in de raciale spanningen in de VS,...). Heel verhelderend en leerrijk dus!


God sta het kind bij - Toni Morrison



Toni Morrison beschrijft het verhaal van Lula Ann (die zich als volwassene Bride laat noemen), een meisje dat zo donker van huid is dat haar moeder meent haar te moeten beschermen tegen de buitenwereld door haar hard op te voeden. Ondanks dat en andere tegenslagen in het leven, groeit ze uit tot een mooie, succesvolle vrouw. Wanneer haar partner Booker echter ineens weggaat, wordt haar wereld op zijn kop gezet. In dit boek merken we hoe onze ervaringen als kind soms heel bepalend kunnen zijn voor onze levens, maar gelukkig is er ook hoop want de personages slagen er, niet makkelijk maar toch, in om alvast deels boven die beklemmende ervaringen uit te stijgen.



Het slimmedarmendieet - Michael Mosley



In dit boek van Michael Mosley trof vooral de (wetenschappelijk) onderbouwde uitleg over onze darmflora (of microbioom) me, omdat er goed uitgelegd wordt welke bacteriën en andere micro-organismen werkzaam zijn in de onze darmen en hoe die niet alleen jou en jouw gezondheid beïnvloeden, maar ook hoe je ze kan beïnvloeden en optimaliseren om een gezondere spijsvertering te krijgen alsook andere gezondheidsvoordelen. Het boek bevat ook heel wat recepten voor "goede" voeding om je microbioom in goede staat te krijgen of te houden.


Of iedereen gaat dood - Siel Verhanneman



Na gedichten waagt Siel Verhanneman zich met Of iedereen gaat dood voor het eerst aan een roman. Ze beschrijft de problematische relatie die een therapeute krijgt met een cliënt, en -zoals elke psycholoog weet- is dat natuurlijk een serieus geval van tegenoverdracht waarbij problemen uit haar eigen leven een vertaling krijgen in haar verhouding tot waarmee de cliënt komt. Voor iemand als ik, die het vak toch wel vrij goed ken, klinkt het allemaal net ietsje ongeloofwaardig omdat ik voortdurend dacht "zo ver zou niemand het toch laten komen" (en al zeker niet de therapeut waarbij ze in supervisie gaat), maar als basis voor een roman is het natuurlijk een heel interessant onderwerp dat Siel ook goed uitwerkt. En daarmee weet ze haar prozadebuut meteen op de radar te krijgen en eerlijk gezegd, ik kijk nog meer dan naar toekomstige gedichten, uit naar een volgende roman van deze Kortrijkse.


Balkan ghosts - Robert D. Kaplan


In 1990 bezocht journalist Robert D. Kaplan verscheidene Balkanlanden en in dit boek legt hij uit hoe de geschiedenis van die landen de bijzondere sfeer en politiek van dit gebied kenmerkt en hij ziet daar de kiemen voor de oorlogen in de Balkan in de jaren negentig. Dit is een heel interessant boek en ik kan amper wachten om het vervolg Oostwaarts te lezen (maar eerst wat fictie achter de kiezen slaan.