07 juli 2026

Gelezen (165)


Oroppa - Safae el Khannoussi

Deze roman van Safae el Khannoussi vertelt veel meer dan een verhaal (de plot omtrent de kunstenares Salomé Abergel die niet verlost raakt van haar verleden). Ook talloze nevenverhalen en nevenpersonages passeren de revue evenals een schets van een wereld in de onderbuik van Europa. Dat is een wereld waar de meesten van ons niet eens een besef van hebben, maar die tegelijk de realiteit is voor een deel van de migranten (vooral uit de Europese ex-kolonies, in dit boek specifiek Noord-Afrika).
Safae el Khanoussi hanteert vaak heel lange zinnen vol beschrijvingen dus het lezen vraagt wel concentratie en zelfs dan zijn sommige zinnen wel érg lang. Als lezer dien je je te laten verleiden door de schoonheid van de taal. Toch is dit allerminst schoonheid om de schoonheid zelve, maar blijft ze toch functioneel in het vertellen van een plot én een andersoortig verhaal. Ze laat ons binnengezogen worden in die soms absurde, ruwe maar ook interessante andere wereld.


Gissingen, gebeurtenissen - Hans Tentije

Deze bundel van de in 2023 overleden Hans Tentije bevat eerst enkele losse gedichten en dan gedichten die onder een titel gebundeld worden. Waar de losse gedichten vaak vrij ontoegankelijk bleken, waren de gebundelde begrijpelijker gemaakt door de rode draad die er als een stippellijn doorheen liep. Dat verhoogde het leesplezier, waardoor ik die gedichten beter kon smaken. En zo werd deze bundel al bij al toch nog een kleine meevaller.


Grot - Jonas Bruyneel

In Grot laat Jonas Bruyneel twee verhaallijnen naast elkaar lopen, die elk gebeuren op een ander tijdstip in het leven van hoofdpersonage Luka. Ik probeer zonder al te veel te spoilen toch een idee te geven van die narratieven. We lezen hoe hoofdpersonage Luka, een duiker die helpt bij archeologische onderzoeken, op Malta een belangrijke klus uitvoert samen met zijn kompaan-duikster Romi. In een pas ontdekte (door een grote storm blootgelegde) grot doen zij beiden de eerste verkenningen, die hen steeds dieper de grot in brengen waar opmerkelijke en eeuwenoude resten van dierlijke en mogelijks menselijke activiteit zich voor het eerst door mensen laten aanschouwen. De auteur maakt van dit verhaal gebruik om zijn ideeën rond de destructieve aard van de mens ten aanzien van de natuur vorm te geven en daarbij ruimer dan enkel de klimaatverandering te tackelen.
De tweede verhaallijn neemt ons mee terug in de tijd naar de studentenjaren (min of meer) van Luka en zijn vrienden, waarin muziek en drank centraal staan en de vriendschappen binnen een groep leeftijdsgenoten uit eenzelfde dorp. Een heel ingrijpende gebeurtenis gaat als een schokgolf door de levens van deze jongeren, die we leren kennen in hun kracht maar ook hun kwetsbaarheden, hun talenten en kwaliteiten maar ook hun gebreken en hun fouten. Het contrast tussen studentenstad Gent waar een deel van hun leven stilaan plaatsvindt en het niet nader genoemd Westvlaams dorp waarvan Luka afkomstig is, herbergt ook breuklijnen in hun levens én de mogelijkheid om andere kanten van zichzelf en hun persoonlijkheid gestalte te geven.
Wanneer je zoals ik in dit geval de auteur (een beetje) persoonlijk kent, loert als lezer altijd het gevaar dat je in het boek autobiografische elementen denkt te lezen die er wel of niet zijn, maar je weet nooit waar de autobiografie (of die elementen) eindigt en de fictie begint. Of is het omgekeerd? Dat was hier nog meer zo omdat Jonas Bruyneel in zijn vorige roman, Vijd, net zo expliciet de historische realiteit zo sterk mogelijk benaderde maar hij het toch als een fictieboek aan de lezers aanbood omdat hij tussen alle gekende feiten natuurlijk veel fantaseerde (gesprekken en andere aspecten van het leven waarvan geen sporen bewaard zijn). En dat roept natuurlijk de vraag op hoe hij dit keer is omgegaan met de balans fictie/non-fictie.
Maar los van die vraag, kan ik hier alleen maar erkennen dat het boek leest als een trein en mij meesleurde in het verhaal (al ken ik van de context van het duikersverhaal helemaal niets en was het duiken op zich nu niet meteen iets dat me boeide).
De blik waarmee Jonas Bruyneel naar de verhouding tussen mens en natuur kijkt, is pessimistisch en niet bepaald flatterend voor onze soort. Maar door zo duidelijk te zijn, dwingt hij ons wel tot het innemen van een positie. Eerlijk, zelf ben ik er niet uit of ik zijn duister mensbeeld (de mens vernietigt alles wat hij aanraakt) deel dan wel of ik milder ben. Ik dacht het laatste te zijn maar hij argumenteert zo goed...

Geen opmerkingen: