Posts tonen met het label festival. Alle posts tonen
Posts tonen met het label festival. Alle posts tonen
16 juli 2018
Cactusfestival, dag 3
Ook op dag 3 van Cactusfestival was het nog steeds erg warm, maar gelukkig wel minder druk. Opnieuw noopten vermoeidheid, pijn aan mijn voet en de uitputtende hitte me tot een beperkte selectie en zo miste ik Mogwai en Nils Frahm (waarvan mijn lief me bezweert dat ze beiden erg goed waren).
De namiddag vatte ik aldus aan met Strand Of Oaks. Die band zag ik voor de vierde keer en de vorige twee keren (Pukkelpop en Leffinge) kreeg ik telkens een stevige knuffel van frontman Timothy Showalter (bij hun eerste optreden dat ik zag, in Trix, gebeurde dat niet). Dat wekte (zowel bij mijn lief als bij mij) verwachtingen, temeer daar we naar gewoonte plaatsnamen zo dicht mogelijk bij het podium. De zanger liet zich dit keer voor zijn optreden bijstaan door drie Nederlandse muzikanten voor wie hij zijn bewondering niet onder stoelen of banken stak. En het dient gezegd: het optreden was ook dit keer weer heel goed. Al vroeg in de set zaten Goshen '97 en het middels een kartonnen bordje aangevraagde Shut in. Verdere hoogtepunten waren On the hill en Radio kids. Afgesloten werd er (uiteraard) met een lange, doorleefde ode aan Jason Molina, JM. En net als bij de vorige optredens die ik van deze band zag, was Timothy Showalter oprecht blij te mogen spelen voor ons, oprecht dankbaar voor het succes bij het publiek en straalde hij zoveel liefde uit dat je hem, op zijn tattoos na, zou gaan verwarren met een Troetelbeertje.
Hoewel ook Slowdive echt wel blij leek te zijn voor ons op te treden, is er bij deze shoegazeband allerminst sprake van een hoog knuffelgehalte. De zangeres ziet er een beetje uit als een moeder aan de schoolpoort van een Steinerschool en de gitarist zag er met zijn baard en pet uit alsof hij rechtstreeks van de band in de autofabriek kwam. Maar looks zijn niet het belangrijkste natuurlijk, dat is de muziek en die zit bij Slowdive uiteraard goed. Zo hoorden we fantastische versies van Slomo (waarmee de set opende) en Sugar for the pill, allebei van het vorig jaar uitgebrachte titelloze reünie-album. Ook Souvlaki space station was om vingers en duimen bij af te likken. Al ben ik niet zo vertrouwd met hun songs, dit was een uitstekend optreden van een band die naar ik hoorde en las al een uitstekende live-reputatie heeft en er sinds zondag een fan bij heeft.
15 juli 2018
Cactusfestival, dag 2
Zonnig en warm, het lijkt het perfecte weer voor aan aanstekelijke, zomerse act als tUnE-yArDs, wier platen Nikki nack uit 2014 en I can feel you creep into my private life van begin dit jaar al aan bod kwamen op deze blog. Toegegeven, die laatste plaat klinkt wat minder vrolijk, maar toch verwachtte ik een feestje zoals ik dat (had ik ooit in de mogelijkheid verkeerd) van Talking Heads live wel had willen meemaken. Jammer genoeg bleek tUnE-yArDs live vooral de privé speeltuin van Merrill Garbus waarin ze alle snufjes van haar instrumenten en haar loop machine uitprobeerde en het resultaat was één langgerekte song, zo leek het wel. Het wat gekke en speelse aspect van haar muziek kreeg daardoor zodanig de bovenhand dat ik algauw het gevoel kreeg dat een producer zoals bij de opnames van een album, beter ware geweest. Die kon dan de band in het gareel houden en zeggen wanneer een song gedaan is en het tijd is voor een andere.
Intergalactic Lovers moesten opboksen tegen diezelfde hitte én de kleine finale van het WK, die elders op het festivalterrein op groot scherm getoond werd en waar de Belgen zich naar brons zouden shotten. Toch wisten Lara Chedraoui en haar vier kompanen genoeg volk op de been te brengen met hun aanstekelijke popmelodieën. Ook de grappig en pure, spontane uitstraling van de frontvrouw wist te charmeren. Lara houdt écht, zo geloven we, van iedereen (behalve dan de Fransen die de Rode Duivels van een WK-finale hielden). De uitschieters waren zoals verwacht No regrets, een vrolijk Shewolf en het al even aanstekelijke Islands waarin het overvloeide en natuurlijk Delay. De andere songs laten vooral een vakmanschap horen waarin je dezelfde kwaliteiten van de liedjes telkens herkent en die maken dat je wel meteen weet dat dit Intergalactic Lovers-nummers zijn.
Daarna eisten de zon, de vermoeidheid en pijnlijke voeten hun tol en moest ik noodgedwongen vroeger dan voorzien naar huis (en miste ik dus Charlotte Gainsbourg en Arsenal, die ik nochtans beiden op voorhand aangestipt had).
14 juli 2018
Cactusfestival, dag 1
Op de eerste avond van het Cactusfestival hadden mijn lief en ik twee optredens aangestipt. Eerst zouden we onze oude helden van Buffalo Tom zien, die begin dit jaar nog een mooi nieuw album uitbrachten (waarover je hier kan lezen), daarna volgde Lamb, ook al een band die een hele tijd meegaat en garant staat voor enkele van de mooiste songs uit de soundtrack van ons leven.
Buffalo Tom opende meteen krachtig met Summer en Tree house. Doorheen hun set speelden ze af en toe nummers uit de meest recente plaat, Quiet and peace, en het dient gezegd: hun set was slim opgebouwd met de grootste hits én de beste songs uit de nieuwe plaat vooral in de tweede helft ervan, maar ook af en toe al een teasertje zoals I'm allowed voor het beste dat nog moest komen in de eerste sethelft. Het publiek vooraan aan het podium bestond overigens merendeels uit mensen van onze generatie, die dus de hoogdagen van het Bostonse drietal hadden meegemaakt.
Helemaal openbloeien deed het concert met nieuwere song Roman cars en klassiekers als Sodajerk, Taillights fade, Velvet roof en afsluiter Mineral. Het publiek zong mee uit volle borst, de band toonde zich van zijn vlotste en meest humoristische kant (de kinderen van de bandleden die in het publiek of de frontstage stonden, werden voorgesteld) en de sfeer zat bijzonder goed voor een festivaloptreden zoals festivaloptredens horen te zijn.
Ook de set van Lamb stelde niet teleur. Uiteraard herkenden we Gabriel, What sound en het prachtige Gorecki, nog steeds een dijk van een song. Sorry, mijn lief, dat ik "I found the one / I've waited for" zo hard (en mogelijks vals) meebrulde in je oor...
De tegenstelling tussen de angelieke en rustige stem van Lou Rhodes en de beats (soms zelfs pure drum 'n bass) van haar broer Andy Barlow werkt bijzonder goed: beide extremen vinden elkaar en dat maakt hun optreden niet alleen heel dansbaar maar ook één dat recht naar je hart gaat.
Verder herkende ik ook As satellites go by uit hun meest recente album, Backspace unwind, toch al uit 2014. Ze speelden ook alvast één nummer uit de nieuwe plaat die ze nog volop aan het opnemen zijn.
04 januari 2018
Gespot voor u: Jung An Tagen
Soms stoot je geheel toevallig op muziek die je nog nooit gehoord hebt en waarvan de kans dat je die op de radio ooit zou horen, nihil is. Zo'n ontdekking is Jung An Tagen, de naam waaronder de Oostenrijker Stefan Juster muziek uitbrengt die je op z'n minst experimenteel mag noemen. Nu heb ik natuurlijk al gemerkt dat sommigen in het experiment wel héél erg ver doorschieten, maar bij Jung An Tagen is de melodie nog wel herkenbaar en dat maakt dat je met niet al te overdreven veel inspanning echt wel kan genieten van 's mans muziek.
Op Spotify kan je alvast twee albums van de Oostenrijker beluisteren: Das fest der reichen en Aussere. Op zijn Soundcloud-pagina vind je nog meer muziek van hem. Je kan hem ook live aan het werk zien op het KRAAK-festival op 2 maart in de Brusselse Beursschouwburg, samen met o.a. Liz Durette en Lemones. De hele affiche van dat festival vind je hier.
Beluister hieronder alvast beide albums:
Labels:
2018,
aankondiging,
festival,
gespot voor u,
mening,
muziek,
optreden,
spotify
17 juli 2017
Gentse Feesten concert: Wooly Mammoths
In het Baudelopark staat, waar vroeger altijd de spiegeltent stond, een nieuwe tent. Er is zelfs een verdieping in gemaakt, zodat je een concert vanuit vogelperspectief kan meevolgen. Het was in die tent dat ik enkele dagen geleden Wooly Mammoths zag optreden.
De band kende ik enkel van naam en ik had geen idee wat ik zou mogen verwachten, maar het was in ieder geval een aangename verrassing. Vrijwel voortdurend moest ik bij deze enthousiaste jonge bende denken aan de vroege Tame Impala (ten tijde van Innerspeaker). Dat gevoel werd nog versterkt toen het viertal de intro inzette van Water slide en die wel heel erg Solitude is bliss in herinnering bracht.
Ondanks de opvallende gelijkenissen heeft deze band genoeg eigen gezicht om te bekoren en ik heb me alvast voorgenomen om als ze nog eens in de buurt optreden, zeker dat concert te proberen bij te wonen.
Setlist:
- Broken wings
- Come undone
- Pulling me under
- Demons
- Water slide
- Out of love
- Sun inhaler
- Spiralize
07 juli 2017
Aankondiging: tentoonstelling "The faster I waltz, the better I jive"
Uncle Wellington, de band waarover ik op deze blog al eerder berichtte, lanceert in afwachting van de nieuwe plaat, The faster I waltz, the better I jive, een gelijknamige tentoonstelling en bijhorend magazine met kunst en literatuur, gebaseerd op de (toen nog niet) afgewerkte songs van het nieuwe album. Van 23 tot 30 juli kan je ze bezoeken in Nest, in het voormalige bibliotheekgebouw aan de Zuid, in Gent. Van 6 tot 13 augustus is Kortrijk aan de beurt, in Pand.A.
Op 23 juli speelt de band een vernissage-concert voor 50 luisteraars. Je kan hiervoor reserveren via info@unclewellington.be. De toegangsprijs voor het optreden bedraagt 5 euro. De tentoonstelling zelf is gratis toegankelijk.
Op 2 september speelt de band overigens op het BhaloBangla-festival in de Kapow in Gent.
Meer info over de tentoonstelling in Gent en Kortrijk vind je onder de link bij de betreffende locatie.
Labels:
2017,
aankondiging,
cultuur,
evenement,
festival,
Gent,
kunst,
literatuur,
muziek,
optreden,
tentoonstelling
14 april 2017
AB concert: Ogentroost
Empusae
Afgelopen zondag mocht Consouling, het Gentse platenlabel waarvan je de releases af en toe hier kan ontdekken, een avond cureren in de AB in Brussel op het festival BRDCST. De programmatie stond onder de noemer Ogentroost, naar een gedicht van Constantijn Huygens. Aan de hand van 6 teksten (van Sophocles, Joost van den Vondel, Constantijn Huygens, Francesco Petrarca, Antoine de Saint-Exupéry en Oscar Wilde) werden de zes acts van de avond ingeluid. Die situeerden zich allemaal in het ruime gebied der drones, ambient en aanverwante genres.
De avond startte vroeg met A-Sun Amissa, dat een saxofoon de boventoon liet voeren in de dromerige muziek. Barst en percussioniste Karen Willems (van o.m. Inwolves) trokken dan weer volop de kaart van de percussie en het ritme als basis. Zoals we haar kennen, wist Karen haar instrumenten te geselen alsof het een ritueel betrof dat ze willens nillens moest uitvoeren. Treha Sektori's ritueel speelde zich nog het meest af op het doek achter hem waar de visuals een man toonden met een runder- (of andere dierlijke) schedel die zijn ontblote bast insmeerde. Het verdriet dat uit de beelden sprak, werd versterkt door de muziek.
Bijzonder is het minste wat je kan zeggen van de fragmenten uit Medeamaterial, in feite een opera van Lab.oratorium waarin Innerwoud de krachten bundelde met sopraan Astrid Stockman en een danseres. Hoewel ik niet bepaald hou van moderne dans, boeide de voorstelling en was het bovendien opmerkelijk te constateren hoezeer de sopraan (en Innerwoud) in de dans betrokken werden. Wat daarop volgde, was de show van CHVE die ik vorig jaar al eens zag op een andere labelnight in Vooruit in Gent. Dit keer had hij geen kampvuur meegebracht op het podium, gelukkig wel nog steeds zijn bezwerende muziek.
Het absolute hoogtepunt was toch Empusae, dat het nieuwe album Lueur kwam voorstellen. Hoe goed dat album is, kan u hier lezen. En de show met maar liefst zeven muzikanten was niet minder dan een hemelbestorming. Vooral de hardere passages in de songs overweldigden. Een mooiere apotheose viel nauwelijks te wensen.
27 december 2016
Zebrawoods concert: Low Land Home + Few Bits
Zebrawoods is een fijn, kleinschalig festival in de Gentse Zebrastraat, in de laatste dagen van het jaar. Op tweede kerstdag programmeerden ze er twee bands waar ik erg benieuwd naar was. Low Land Home is de nieuwe band van Jo Geboers, voormalig bassist bij Bearskin (in die hoedanigheid zelfs ooit nog in mijn woonkamer te gast) en Astronaute. Van Few Bits reviewde ik het debuut en dit jaar verscheen de opvolger Big sparks.
Low Land Home verraste met een set waar behoorlijk pit in zat. In de up-temposongs toont het viertal waartoe ze in staat zijn. De rustige nummers komen voorlopig nog niet genoeg uit de verf om te beklijven. Maar mijn lief en ik genoten vooral van I know en Underspoken, de titelsong van de pas opgenomen EP (waarvan helaas nog niet duidelijk is wanneer we die mogen verwachten). Na twee jaar waarin de song konden groeien in het hoofd van de frontman, brengen de bandleden reliëf aan en ze stuwen de mooie basstem van Jo Geboers naar grotere hoogten.
Setlist:
- I know
- It might
- There
- Chemistry
- OOMM
- This life
- Underspoken
- All this time
Ook het concert van Few Bits bracht meer dan ik verhoopt had. Waar ik de band bij hun debuut nog soms te braaf vond en soms zelfs ietwat zeurderig, is dit zestal al flink gegroeid. In hun begindagen hoorde ik er vooral Lush in, live deden ze me nu vooral denken aan de Nederlanders van Bettie Serveert. De songs worden gedragen door de grungy gitaren, ze klinken gevuld zonder gaatjes waar noten kunnen uit lekken en het geheel klinkt ook echt als één geheel. Zelfs wanneer zangeres Karolien Van Ransbeeck alleen zingt en speelt op gitaar, staat het nummer als een huis. Als afsluiter van het regulier concert gingen ze overigens voor een weliswaar niet geheel geslaagde, maar wel zeer avontuurlijke last-minute cover van Last Christmas van George Michael.
Setlist:
- Unreal
- Sweet warrior
- Chasing rainbows
- It will set you free
- Big sparks
- Starry eyed
- Anyone else
- The wolves
- Shell
- One night friend
- Summer sun
- Do your best
- Last Christmas
--------------------- - bisnummer mij onbekend
20 september 2015
Leffingeleuren 2015 (zaterdag)
Met het oog op de operatie aan mijn hart binnenkort besloten mijn lief en ik, die al heel vroeg weekendtickets hadden gekocht voor Leffingeleuren, het toch wat gedoseerd en rustig aan te pakken. Vrijdag lieten we aan ons voorbijgaan en voor zaterdag en zondag kozen we een deel van de concerten uit, zodat ik niet al te vermoeid zou raken.
Zaterdag zetten we onze festivaldag in met Isbells. Deze Belgische band heeft net een nieuw album uit, Billy, dat ze dan ook fier kwamen voorstellen. Het leeuwendeel van de songs kwam dan ook uit die nieuwste worp. Daarbij vallen twee zaken meteen op, althans in de live uitvoering (want het nieuwe album zelf heb ik nog niet gehoord). Ten eerste zijn de liedjes matuurder geworden, bedaarder maar fijner uitgewerkt. Er zit meer rust in de set, al blijven er zeker tijdens een optreden genoeg energieke momenten om een gebalanceerde set op te leveren. Ten tweede lijkt het me alsof deze set nog wat groei nodig heeft. Af en toe immers had ik het gevoel dat de opgebouwde spanningsboog weer wat inzakte. Misschien is het ook omdat zo'n festivalset wat korter is, dat het geheel nog niet helemaal overtuigde. Toch ben ik zeker niet ontevreden: mooie songs met hoogtepunten als Reunite, Hand on the chest en een niet-versterkte, mooi afwisselende zachte en krachtiger The night is yours waarin debutant-bandlid Niels (één van de twee blazers) mocht soleren en het publiek ook de kans kreeg een fluitsolo in te lassen.
Setlist:
- Billy
- Nothing goes away
- I was told
- I don't need any colour
- Reunite
- Elation
- The sound of a broken man
- The art of knowing
- Hand on the chest
- The night is yours
Torres kende ik enkel van naam, maar na al het goede dat ik over haar al had gelezen en gehoord, was ik zeer benieuwd. Van haar concert heb ik alvast geen spijt... Aanvankelijk leek de Amerikaanse, bijgestaan door 3 muzikanten, wat last te hebben van de zenuwen. Naarmate haar optreden vorderde, verscheen er meer en meer een glimlach om haar mond en ze stond ook steeds steviger op het podium. Het leidde tot hoogtepunten als Sprinter, Strange hellos en The harshest light.
Setlist:
- Mother Earth, father God
- New skin
- Cowboy guilt
- Sprinter
- A proper Polish welcome
- Son you are no island
- Strange hellos
- Honey
- The harshest light
Ik reviewde hier vroeger al het album New wild everywhere van Great Lake Swimmers. De groep rond Tony Dekker maakt altijd goeie muziek, maar op hun platen mis ik die echt opvallende songs die een band wat hoger uittillen boven de rest. Hoewel ze nooit slecht werk afleveren, weten ze nooit een uitschieter te maken die een uitstekende single zou betekenen en die hen meer bekendheid zou kunnen geven.
Toch had ik al gehoord dat ze live zeer de moeite zijn. Ook daar echter bleek het schoentje op dezelfde plek te knellen: op Don't leave me hanging van het nieuwe album A forest of arms na, misten we liedjes die blijven hangen. De sfeer zat er goed in, de bandleden amuseren zich zichtbaar, het publiek wordt uitgenodigd mee te zingen (op I must have someone else's blues) en we hebben ons niet verveeld. Dat is niet min natuurlijk, maar het mag (in tegenstelling tot steevast bij de slager) gerust "ietske meer" zijn.
25 augustus 2015
Pukkelpop 2015 dag 3
Dag drie is altijd de meest gevreesde op Pukkelpop. De vermoeidheid laat zich voelen, zo herinner ik me van vorige edities, en ergens in de vooravond krijg ik gegarandeerd een klopje. Het is dan kwestie je daar overheen te zetten, maar dat bleek dit keer niet zo evident en uiteindelijk zouden mijn lief en ik vroeger afhaken, waardoor we Underworld (zij) en Ride (ik) noodgedwongen zouden missen.
Gelukkig begon de dag alvast goed met Pond. Ik had de Australiërs al eerder dit jaar live gezien in Nijdrop (herlees hier mijn verslag) en na enige overredingskracht trok ook mijn lief mee naar de Club. En met songs als Waiting around for grace, Elvis' flaming star en Sitting up on our crane toonde het vijftal zich een meester in de zeer melodieuze psychedelica. Zanger-gitarist Nick Allbrook was weer zijn onnavolgbare zelve en de band zette een supergoed optreden neer, bijna net zo goed als toen in Nijdrop.
In de Baraque Futur, het festivalgedeelte waar alles in het teken van duurzaamheid en ecologie stond, traden The Glücks op, die ik nog kende van hun Rock Rally-deelname (hier kan je het verslag van die voorronde lezen). Rammelende bluesrock kregen we, nog steeds met veel attitude, en helaas ook nog steeds met iets te weinig inhoud.
Gertjan Van Hellemont had daags voordien al meegespeeld met Bony King, maar nu trad zijn eigen band Douglas Firs voor het eerst zelf op op Pukkelpop. De zenuwen waren groot en dat merkte je bij aanvang van het concert ook wel wat. Maar naarmate de set vorderde en het publiek enthousiast bleef reageren, groeide de band enorm en zo stegen ze boven zichzelf uit. Het was de vierde keer dat ik de band aan het werk zag en uiteindelijk ook veruit de beste keer. Met hulp van Bram en Cléo van Bony King en met Christophe Claeys (Amatorski) op drums kregen we zalige momenten, met onder andere meezingmomenten tijdens Can you tell her I said hi? en afsluiter Don't buy the house. Ook Shimmer and glow en Pretty legs and things to do uit het debuut hoorden tot de hoogtepunten, maar eigenlijk zat er nooit een zwak moment tussen.
Setlist:
- Caroline
- Summer's leaving
- Shimmer and glow
- Pigs in the sky
- Your only friend (met Bram en Cléo)
- The long answer is no
- Can you tell her I said hi?
- Pretty legs and things to do
- Don't buy the house
Jammer dat de vermoeidheid stilaan begon toe te slaan en ik ook niet meer vooraan geraakte voor het concert van Viet Cong. Ik had geen noot willen missen van Douglas Firs en daardoor kwam ik net te laat voor het begin van het concert. Toch wist Viet Cong te imponeren met een erg strakke set, die ik dus grotendeels van verder in de clubtent heb gesavoureerd.
Wel helemaal vooraan stonden we voor Allah-Las, dat het podium gezelliger had aangekleed met kleurrijke tapijtjes en de mix van surf en psychedelica van dit zestal, op plaat goed voor mooie luistermomenten, had verwachtingen gewekt die niet helemaal ingelost werden. Weliswaar speelden ze lang niet slecht en beschikken ze dus over goeie songs, maar met iets te weinig variatie en ook wel een gebrek aan enthousiasme in hun interactie met het publiek wisten ze mijn aandacht niet lang vast te houden.
Dat probleem kende Son Lux zeker niet. Debuutalbum Lanterns besprak ik hier al en ook het nieuwe album, Bones, is erg goed, dus was dit optreden een mooi vooruitzicht. En het trio maakte dat ook waar. Live valt nog meer op hoe de songs een knappe collage zijn, want het lijkt bij momenten alsof zowel de gitarist, de drummer als de toetsenist (frontman Ryan Lott) elk eigen stukken spelen die op één of andere manier toch samenvallen tot een geheel waarin je bij momenten de afzonderlijke elementen duidelijk onderscheiden kan en dan weer vormt alles één organisch geheel. Drummer Ian Chang lijkt wel jazz te spelen en gitarist Rafiq Bhatia tovert geluiden uit zijn gitaren die je soms amper kan geloven. Bovendien speelt het trio met zoveel enthousiasme en straalt Ryan Lott één en al vreugde en dankbaarheid uit. Geopend wordt er met Change is everything en meteen raakt het publiek betoverd. Die collage van geluiden valt heel duidelijk op in Easy en wordt gevolgd door een schitterend Flight. Verder hoorden we nog een prachtig Your day will come, Now I want, een indrukwekkend You don't know me en afgesloten werd er natuurlijk met een superfantastische vertolking van Lost it to trying.
Tame Impala waren goed, maar ik was intussen te moe om er nog echt van te kunnen genieten. Wel viel me op dat de synthesizers een grotere plaats hebben gekregen in hun muziek. Maar zoals al gezegd, trokken we, nog tijdens hun concert, vroeger huiswaarts, helemaal moe en met rugpijn. Tja, we worden dan toch oud zeker?
Pukkelpop 2015 dag 2
Dag twee van Pukkelpop vatte ik vroeger aan dan mijn lief. Na een heerlijk fietstochtje van een kwartiertje (we logeerden bij vrienden in Hasselt), bereikte ik het festivalterrein, waar de optredens al begonnen waren.
En zo miste ik dus een klein stukje van het optreden van Bony King. Met een nieuw album onder de arm speelde Bram Vanparys, bijgestaan door onder meer zijn vriendin Cléo en Gertjan Van Hellemont (Douglas Firs), een mooie set die zo vroeg op de dag viel dat hij minder volk lokte dan verdiend.
Hier en daar had ik gehoord dat Algiers een band zou zijn om te ontdekken. En dus toog ik naar de Club, maar wat ik hoorde, heeft mij (in tegenstelling tot gospel Raymond van het Groenewoud) niét diep geraakt. Jazeker, deze jongens kunnen musiceren. Jazeker, ze hebben pakken goeie muzikale ideeën. Maar helaas misten ze het essentiële om er een geslaagd optreden van te maken: songs.
Een mooiere verrassing wachtte me in de gedaante van Go March. Dit Limburgs trio koppelt elektronica aan post-rock en krautrock en brengt daarmee Tortoise in herinnering. De songs klonken opvallend melodieus en de lof die ze al ontvingen voor hun single Rise is dan ook méér dan verdiend.
Ook Vuurwerk vermocht mij te verblijden. Hun elektronica werd passend voorzien van intrigerende visuals (ik herkende onder meer de DOK-site in Gent) en Sylvie Kreusch (Soldier's Heart) en Justine Bourgeus (School Is Cool) mochten mee komen zingen. Met hun Endless summer remix van Bunker (Balthazar) sloten ze prachtig af.
Het vreemdste duo dat ik zag op Pukkelpop dit jaar, is zonder twijfel Gazelle Twin. De dance die zij maken, is in elkaar geknutseld, maar dan wel op een manier zoals ik nog nooit eerder heb gehoord. Het schreeuwen en zingen van de zangeres, die een griezelig plastic masker aan had zonder ogen of neusgaten, vermengt zich met geluidscollages die lappen muziek uit het recente verleden en schijnbaar nog niet eerder uitgebrachte geluiden van de toekomst met elkaar verzoenen. Dit is beslist geen muziek om rustig in de zetel naar te luisteren, maar 's namiddag in een festivaltent is misschien ook iets minder geschikt. Dit tweetal hoort thuis in een club in de héle late uurtjes.
Het heeft geen haar gescheeld of ik had het opmerkelijkste optreden gemist. The Germans kende ik enkel van naam, maar het was pas nadat mijn buurman had verteld dat hij de zanger kende, dat ik ze alsnog aan mijn lijstje met bands-die-ik-zeker-wil-zien toevoegde. En daar kregen mijn lief en ik geen spijt van! Muzikaal bewees deze band straf uit de hoek te komen (ze speelden eigenlijk enkel één lang nummer, Are animals different). Maar het was vooral de show die opgevoerd werd die verbijsterde en verstomde. Pieter Ampe, de broer van frontman Jakob en acteur, kwam het podium doodgemoedereerd opgewandeld als een soort boswachter, ging naast verscheidene bandleden staan. Toen begon hij zich tijdens het optreden uit te kleden, verleidelijk te dansen, te overgieten met witte verf die hij over zijn hele lijf uitsmeerde. En even later volgden ook nog een vrouw en een man, geheel bloot en in witte verf, die op het podium kwamen en samen dansten en bewogen. Nogal onverwacht als je nog nooit The Germans zag...
Courtney Barnett mag dan niet meteen echt wereldsongs in huis hebben, ze bleek wel uitermate geschikt voor een festivaloptreden in de Club. Het trio dat haar band is, brengt complexloze, in country gedrenkte folkrock en soms is er niet veel meer nodig. O ja, ze speelden ook behoorlijk strak: dat helpt ook wel natuurlijk.
Achteraf las ik dat Josh Tillmann, ex-drummer van Fleet Foxes, chagrijnig was omdat er iets misgegaan was met zijn eetbonnetjes (daarom zou hij gezegd hebben dat het zijn laatste optreden ooit is op Pukkelpop). Nu, het optreden dat hij, als Father John Misty, neerzette, was beklijvend en behoort ontegensprekelijk tot de hoogtepunten van deze festivaleditie. Terwijl mijn lief naar Franz Ferdinand en Sparks ging kijken (dat schijnt ook zeer de moeite geweest te zijn), kreeg ik absoluut geen spijt van mijn keuze. Van opener I love you, honeybear tot afsluiter The ideal husband toonde hij zich in een meester in zijn vak. In zekere zin erg gelijkend op Nick Cave, bracht hij vol overgave zijn songs en tussendoor vermaakte hij het publiek met sarcasme, onder meer toen hij een fotosessie inlaste voor zij die nog niet voldoende mooie foto's van hem hadden kunnen nemen. Hij gooide zijn gitaar naar zijn (gelukkig attente) roadie halfweg een song (omdat zijn gitaargedeelte erop zat, niet om die te raken). Hij imponeerde ook in een rustig nummer als Bored in the USA en kreeg het festivalpubliek in een groot gedeelte van de tent stil.
Setlist:
- I love you, honeybear
- Strange encounter
- Only son of the ladiesman
- When you're smiling and astride me
- Chateau lobby #4 (in C for two virgins)
- Bored in the USA
- Nothing good ever happens at the goddamn Thirsty Crow
- Hollywood forever cemetery sings
- The ideal husband
Meegetroond door mijn lief (dankjewel daarvoor) ging ik naar Trixie Whitley, die met haar nieuwe band alvast ook al enkele nieuwe nummers zong (waaronder Softly spoken words). Ook waagde ze zich aan een nieuwe versie van Never enough. Naar het schijnt ging ze zelfs stagediven, maar toen was ik al naar het volgende optreden, niet omdat Trixie tegenviel, maar wel omdat de band die ik zou zien, héél hoog op mijn verlanglijstje stond.
Hoeveel zieltjes Amenra bekeerd heeft, weten we niet, maar wie de uitstap naar de Shelter (waar loeiharde gitaren heersen) waagde, kwam niet van een kale reis thuis. Het begin alleen al was indrukwekkend: de zanger ging, met zijn rug naar het publiek, gehurkt zitten en sloeg met een beitel op een aambeeld (althans, zo klonk het), gevangen in één spot. Even later ging de drummer achter zijn drumstel zitten en sloeg hij eenzelfde ritme met twee dikke metalen buizen. De gitaristen en bassist vervoegden hen even later en na enkele lange drones werden alle registers opengetrokken en het ritmisch synchroon headbangen bracht het publiek in vervoering. Colin van Eeckhout, de zanger, zou het hele optreden met zijn rug naar het publiek afwerken, ontbloot op een vleeskleurige boxershort na en daardoor uitzicht gevend op zijn reusachtige tatoeage.
Al zullen weinigen subtiliteit associëren met deze muziek, dat is precies wat het vijftal toonde: je kan én luid én toch subtiel spelen, door een uitgebalanceerd evenwicht tussen beuken en drones, tussen rammen en zinderen. En dat leidt tot een optreden dat nog lang NAzindert.
Ik had vroeg postgevat vooraan het hoofdpodium voor Major Lazer. Daardoor zag ik nog Bastille afsluiten (onder meer met Pompeii), maar het was toch de danssensatie, verantwoordelijk voor de grote zomerhit Lean on, waarvoor ik kwam. Immers, vijf jaar geleden zag ik hen in de Dance Hall ook al en dat was toen (ze hadden net Guns don't kill people... lazers do! uit) een gewéldig optreden (zoals je hier kan nalezen). Bovendien hebben ze intussen nog enkele erg goeie songs op de wereld losgelaten (en ook wel Bubblebutt, moet ik toegeven). Het succes en de verhuis naar een plek als afsluiter op het hoofdpodium resulteerden helaas vooral ook in een bigger-than-life show en een hoop populistische podiumtrucjes (zoals iedereen laten springen). We kregen nog amper afzonderlijke songs, maar wel één langgerekte mix waarin zelfs hits van anderen een plaats kregen. Een gigantische jukebox werd het dus eigenlijk, waarvoor de wei wel uit zijn dak ging, maar ik koester toch betere herinneringen aan hun vorige optreden.
24 augustus 2015
Pukkelpop 2015 dag 1
Op de eerste dag van Pukkelpop voelde het meteen vertrouwd aan: de festivalwei, de tenten, de sfeer, het vooruitzicht van talloze optredens... Het blijft mijn favoriet festival, waar ik niet alleen bands kan zien die ik heel graag hoor maar waar ik ook steeds ontdekkingen doe. Het zou dit jaar niet anders worden, behalve dan dat mijn lief erbij was...
We vatten de dag alvast aan met een groep waar we nog nooit van gehoord hadden: Residual Kid. Drie jonge gastjes (15 tot 17 jaar oud, maar ze zagen er nog jonger uit) betraden het podium en ze bleken wel héél goed geluisterd te hebben naar Nirvana. Dit was grunge pur sang, Natuurlijk moeten ze nog verder groeien, maar wij hoorden enkele echt goeie songs (en minstens nog een paar goeie ideeën die nog niet voldoende uitgewerkt waren). Ze speelden een verdienstelijke cover van 100% van Sonic Youth en dat ze af en toe klonken als Dinosaur Jr. zal wellicht te maken hebben met het feit dat J. Mascis hen onder zijn vleugels nam.
De eerste aangestipte artiest die ik dit jaar zeker wou zien, was Natalie Prass. Hier kan je lezen wat ik van haar debuutalbum vind. Vreemd genoeg hadden ze geen synthesizers meegebracht en dus vroeg ik me vooraf af hoe ze die Carpenters-achtige arrangementen live zou weten te brengen. Met drums, bas, gitaar en zang bleek ze die gewoon achterwege te laten en dat leverde een wat teleurstellend optreden op, waarin de cover van The sound of silence (Simon and Garfunkel) bewees dat de productie haar op plaat beter maakt dan wat zij en haar band op dit moment live presteren. Daar veranderen roze sokjes en gouden muiltjes, hoe prinsesachtig ook, geen moer aan.
Geef ons dan maar The Sha-La-Lees, een garagerockband uit Limburg waarin we als frontman later de gitarist van The Sore Losers herkennen. Voor ze opkwamen, schalde Rainy day women #12&35 van Bob Dylan door de speakers. Hoogtepunten in hun set waren in ieder geval Gods' children en Long way to the USA (waarin een fragment uit Get back van The Beatles verwerkt werd).
In 1998 kocht ik het debuut van Jurassic 5, grappig genoeg zés hiphoppers. Ze kwamen toen al over als de sympathiekste jongens in het genre en nu ik ze live zag, kan ik dat alleen maar beamen. Vriendelijk en nederig brachten ze op het hoofdpodium een show die (zeker naar hiphopnormen, waar live optredens al eens een probleem durven te zijn) muzikaal dik snor zat en waarin de DJ's Cut Chemist en Nu-Mark ook nog eens de show mochten stelen. Hits Jayou en Concrete schoolyard vormden de hoogtepunten bij deze charmante heren.
Wat een verschil met Ty Dolla $ign: deze West Coast-rapper had wellicht een extra roadie nodig voor zijn ego. Een DJ warmde de tent op en hij zou met zijn beats nog het enige lichtpunt in de hele show vormen, want Ty zelf, die opkwam op een soort Segway, werd gevolgd door een man die een hele tijd een fototoestel/camera in zijn buurt hield en een roadie die gewoon op het podium stond en daar niet zo bijster veel hoefde te doen. Bovendien bleek er vooral een bandje mee te lopen en wanneer dat uitgezet werd, bleek Ty niet bepaald toonvast. Hoe potsierlijk zijn attitude ("is that your girlfriend? she sure wasn't when I last played here") ook was, het voornamelijk jonge publiek liet het niet aan zijn hart komen.
Het absolute hoogtepunt van deze editie van Pukkelpop, zo zou later blijken, was toch wel Strand Of Oaks. Ik zag de band vorig jaar al eens in Trix (lees hier het verslag) en had hoge verwachtingen, die helemaal ingelost werden. Niet alleen mijn lief, maar ook de vrienden waar we logeerden, had ik dit aangeraden en daar hoefde ik geen spijt over te hebben: ook zij vonden het een geweldig concert. Hij zette dan ook meteen in met Goshen '97 en zou eindigen met J.M. (zijn eerbetoon aan J. Mascis), tussendoor strooiend met fantastisch op muziek gezette zielenroerselen als Shut in. Opvallend was vooral ook hoe helder hij zong, waardoor de teksten over zijn moeilijke jeugd en de troost die muziek hem bracht, nog sterker overkwamen. Vooral de afsluiter toonde hem als een zeer oprechte muzikant en toen hij daarna het publiek ging bedanken in de frontstage, knuffelde hij onverwachte de mannen die net naast hem stonden (en waar ik dus één van was). Geknuffeld worden door een sterke, bezwete, langharige en bebaarde man, het is niet mijn vurigste wens, maar hé, het mag nu wel van mijn bucket list.
JM (live) (met de knuffel!)
Eigenlijk koesterde ik al geen verwachtingen ten aanzien van Limp Bizkit, maar nadat ze hun enige nummer dat ik nog wel graag hoor (Nookie) én Killing in the name van Rage Against The Machine vakkundig de nek omwrongen, liet ik ze voor wat ze waren (laat al die meisjes die mee op het podium mochten, hen verder adoreren, maar bij mij zonken ze nog verder onder nul).
"Elk nadeel heb zijn voordeel", zei Cruijff ooit, en parafraserend zou ik zeggen "elk slecht optreden op Pukkelpop kent zijn tegenhanger even later". Future Islands zag er niet uit: het leek wel een bende mollige, lelijke Duitsers. Maar ze verrastten wel degelijk: goeie muziek en een gedreven show met vooral een onnavolgbaar vreemd dansende zanger Samuel T. Herring. Het meest hield ik uiteraard van de geweldige single Seasons (waiting for you), maar ook de andere nummers klonken echt heel goed.
Nostalgie dreef mijn lief en mij naar The Neon Judgement, dat bewees ook om andere redenen onze aandacht waard te zijn. Je hoorde de hele tijd door waar vele techno-artiesten de mosterd vandaan haalden en als eerbetoon aan die andere pionier mocht Luc Van Acker meedoen in Concrete. Tijdens afsluiter en grootste hit TV treated werden op de achtergrond beelden gemixt waarin ik onder andere fragmenten herkende van Murder, she wrote, Two and a half men en de schattige beelden van een eendenmoeder met haar kuikentjes op een voetbalveld in de Jupiler League.
Mr. Oizo, het muzikaal alter ego van de regisseur Quentin Dupieux, daar stelde ik me bij voor dat hij in zijn DJ set de gekste dingen zou draaien. Zijn films, waarvan ik zelf al Rubber zag (over een autoband die wraak neemt op de mensen die gebruikte banden weggooien wanneer blijkt dat hij door te trillen dingen en mensen kan laten ontploffen) en waarvan ik al trailers zag of over hoorde vertellen, getuigen immers van een hoge dosis absurdisme, maar zijn set bleek al bij al maar gewoontjes.
fragment Boys Noize
Krachtige en opwinderder ging het eraan toe bij Boys Noize, met visuals waarin vuur en smileys de terugkerende thema's bleken. De beats waren vooral hard, schurkten aan tegen rock en werden besmet met dreunende techno. Uit je dak gaan was hier niet moeilijk maar het late uur begon bij mij na een tijdje toch zijn tol te eisen, en dus zocht ik nog gauw, voor richting bed te fietsen, een andere tent op.
Machinedrum, daar had ik al over gehoord en dus was mijn nieuwsgierigheid gewekt. De elektroniche muziek werd vooral door drum 'n bass gedreven (daar hou ik wel van) en zo bleek mijn afsluiter van deze dag beter mee te vallen dan het naar verluidt rotslechte Rudimental waarmee mijn lief de eerste dag afsloot.
Abonneren op:
Posts (Atom)























































