Posts tonen met het label samenleving. Alle posts tonen
Posts tonen met het label samenleving. Alle posts tonen

16 januari 2024

Gezien: Do the right thing


Het was al een hele tijd dat ik Do the right thing van Spike Lee eindelijk wel eens wou zien, maar ik vond hem nergens op dvd. Gelukkig is er in de eindejaarsperiode de BBC, die in de laatste weken van het jaar een pak goede films (zowel recente als echt klassieke) uitzenden. En zo kon ik Do the right thing opnemen en bekijken.
We volgen de bewoners van een straat in Brooklyn tijdens de warmste dag van het jaar. De hitte laat de gemoederen smeulen, alsook de vooroordelen en frustraties van de verschillende bevolkingsgroepen die er wonen. In de vooral zwarte, arme wijk wonen ook Hispanics en heeft de Italo-Amerikaan Sal samen met zijn zonen Pino en Vito een pizzeria waar iedereen zijn "slice" gaat halen. Het samenleven verloopt er niet gemakkelijk maar anderzijds is er ook een zeker respect voor elkaar, waardering die amper geuit wordt en zitten alle personages in wezen in hetzelfde schuitje waarin ze proberen te overleven in een wereld die hard kan zijn. Doorheen de dag wordt alles met elkaar verbonden door de dj van de plaatselijke radiozender Radio Love FM 108, Mister Señor Love Daddy (Samuel L. Jackson). Een onbezonnen actie op het einde van de dag blijkt de vonk te zijn die alles laat ontsporen en waar de film voorheen voor de kijker toch vooral amusant bleef, wordt het ineens grimmig en krijg je als kijker een inkijk in hoe dun het laagje is dat het samenleven min of meer harmonieus laat verlopen.
De cast is geweldig: er is de al eerder genoemde Samuel L. Jackson als radio-dj, John Turturro (Barton Fink, O brother where art thou, de tv-serie van The name of the rose, The big Lebowski,...) speelt de oudste zoon van de pizzeria-eigenaar en Spike Lee neemt zelf de hoofdrol van de film voor zijn rekening. Maar ook de andere acteurs, wiens namen geen belletje deden rinkelen bij mij, spelen hun rollen geweldig. Zo geeft Bill Nunn op onnavolgbare wijze gestalt aan Radio Raheem, een struise zwarte jongen die hele dag met zijn ghettoblaster rondloopt en schijnbaar enkel Fight the power van Public Enemy afspeelt.
Hoewel er een duidelijk kantelpunt is in het verhaal, zit er ook een grote continuïteit in het verhaal en in de personages en hun houding tegenover elkaar. Zoals al even aangehaald, is de verstandhouding en het onderling respect voor de verschillende groepen immers betrekkelijk oppervlakkig en makkelijk te ontregelen. Het is een onaangename boodschap voor de kijker die van het samenleven in zwarte wijken in New York een geromantiseerd beeld had. Eveneens verontrustend is om te zien hoe de politie één van de personages op een bepaald moment in een houdgreep houdt tot die stikt en hoe de waarschuwingen van omstaanders en collega-agent de wetsdienaar er niet van weerhouden zijn frustratie net iets te lang uit te werken. Het lijkt wel heel erg op de dood van George Floyd in 2020, liefst 31 jaar na deze film. We moeten ons weinig illusies maken over de heel trage, beperkte en bijwijlen haast onbestaande vooruitgang die er gemaakt wordt in de VS als het gaat over het omgaan met zwarte Amerikanen. 

Bekijk hieronder de trailer van de film:

13 november 2020

Gelezen (153)

High-rise - J.G. Ballard


In een hoge torenflat even buiten London, bedoeld voor bemiddelde mensen, leven deze mensen als in een verticale stad, oorspronkelijk vrij geïsoleerd in hun eigen appartementen, tot er problemen opduiken, er aanvankelijk een groepsgevoel en -hiërachie ontstaat die echter al snel ontspoort. J.G. Ballard beschrijft in dit boek hoe hoger opgeleiden onder het laagje vernis der beschaving al gauw vervallen in tribale en primitieve gewoonten en zich steeds meer overgeven aan perversie fantasieën en dierlijke impulsen. Zoals je al halverwege het boek voelt aankomen, bouwt dit op naar een finale confrontatie maar verrassend genoeg blijkt de climax eerder anti-climax en zijn de "winnaars" onverwacht.
Hoewel het boek op het einde net iets te langdradig wordt, is de opbouw fantastisch en word je al lezer meegenomen in de diverse stadia van de evolutie in het leven van de torenflat. Dit is een ontluisterend en in feite dystopisch verhaal over een vorm van stadsleven die slim en modern lijkt maar een zichzelf verslindend monster lijkt. En bovendien weet de acteur de these die in feite al in het non-fictie boek van Alain de Botton over de samenhang tussen architectuur en geluk, perfect te illustreren.

A portable shelter - Kirsty Logan


Kirsty Logan
vertelt vreemde, ietwat magische verhalen binnen een raamvertelling waarin de twee moeders van een kindje dat nog geboren moet worden (maar wel al groeit in de buik van één van hen) elk om beurten, verborgen voor elkaar verhalen vertellen aan dat kind. Dat ze dat in het geheim doen, is omdat ze elkaar beloofden hun kind enkel de waarheid te vertellen, geen verhalen. Maar verhalen blijken meer waarheid te bevatten dan de naakte waarheid zelf.
Naarmate het boek vordert, grijpen de verhalen je meer en meer. Hier en daar is de verborgen waarheid van het verhaal wat moeilijk te ontcijferen maar al in al is dit een mooie verzameling geworden.  

Liquidatie - Imre Kertész


In een bijwijlen complex geconstrueerd boek vertelt Imre Kertész, de Hongaarse Nobelprijswinnaar, het verhaal van een redacteur die hem zijn werk nalaat wanneer hij zelfmoord pleegt. Boedapest, net na Dé Machtswissel tussen communisme en kapitalisme, blijkt algauw een even treurige plek en de hoofdrolspelers in dit verhaal zijn bovendien beladen door een verleden waarin Auschwitz de hoofdrol opeist. Overtuigd dat er nog een roman moet zijn die zijn vriend Bé heeft nagelaten maar niet tussen de papieren terug te vinden was, gaat hij op zoek, in heden en in het verleden, om steeds meer de onvoorstelbaarheid van Auschwitz te zien opdoemen en daardoor de onmogelijkheid van het leven.
Het boek vraagt veel van de lezer en het is eigenlijk pas na twee derde, wanneer de verteller verandert gedurende enkele tientallen bladzijden, dat de puzzelstukken op hun plaats lijken te vallen, al is niets wat het lijkt in dit boek. En net zoals voor hoofdpersoon Keserü doemen ook voor de lezer onvermijdelijk de onvoorstelbaarheid van Auschwitz en de onmogelijkheid van het leven op.

De kracht van rechtvaardigheid - Jan Nolf


Ex-vrederechter en journalist Jan Nolf volgde ik al een tijdje op Twitter en zijn interessante opmerkingen n.a.v de actualiteit, gestoeld op grondige kennis van het recht, de rechtsbeginselen en justitie vind ik er meestal erg boeiend en interessant. En dus besloot ik het boek te lezen dat hij enkele jaren geleden schreef waarin hij justitie onder de loep neemt.
Hij zet zijn visie rond hoe justitie hoort te zijn in dit boek behoorlijk helder uiteen en stoffeert dit niet enkel met praktijkvoorbeelden (bekende voorbeelden die het nieuws haalden, afgewisseld met eigen praktijkervaringen vooral als vrederechter in Roeselare), maar ook met opinies van anderen die zich verdiepten in justitie of minstens een verlichte maatschappelijke visie uitdroegen. Het deel waarin hij dit doet in de vorm van brieven (3 om precies te zijn), is een literaire keuze die ik niet helemaal geslaagd vind, omdat ze teveel hangt tussen een brief gericht aan een specifiek persoon (maar die kent de inhoud van de brief al grotendeels) en een les recente justitiële geschiedenis. Het hoofdstuk daarentegen waarmee hij eindigt en de kracht van rechtvaardigheid (uit de titel) expliciteert, is erg to the point en ontmaskert de rechtse ridders als ridders van de apocalyps (naar die 4 figuren uit de bijbel, in brons vereeuwigd in zijn woonplaats Brugge). Haarscherp ontleedt hij de zogenaamde aanspraken op de verlichting van historicus (met een bepaald slecht en selectief geheugen voor de geschiedenis) Bart De Wever en zijn partij. Hoewel veel van de ideeën uit dit hoofdstuk nauw aansluiten bij mijn eigen "analyse" van NVA/VB, was het toch verhelderend om hier mij voorheen onbekende argumenten te vinden die mijn "buikgevoel" bevestigen. Als waarschuwing kan dit boek en zeker dat laatste hoofdstuk tellen! 

Wit - Bret Easton Ellis


De bedenkingen die Bret Easton Ellis, onder meer bekend van American psycho, hier neerschrijft zijn soms interessant, soms uitdagend, soms uitnodigend tot instemmend geknik maar ook (vooral in het deel over Twitter en Trump) toch wat al te positief gekleurd ten faveure van de (intussen voormalige) president. Maar "thought-provoking", zoals dat in het Engels zo mooi heet, zijn ze wel. Hij hekelt een (linkse) identiteitscultus die reduceert tot slachtofferschap, hij maakt een analyse van het verschil tussen het Imperium (toen de VS onbetwist de politieke, economische en misschien zelfs wel de morele leider van het westen was) en het post-Imperium, na 9/11. Hij doet dat zowel vanuit zijn eigen persoonlijke ervaringen (de verhaallijnen van het ontstaan van zijn bekendste boeken doorkruisen af en toe het betoog) als vanuit een toeschouwersblik. Waar hij echter meent dat hij zijn toeschouwerspositie hem (vrij uniek) in het centrum van de objectiviteit plaatst, vergist hij zich en mist hij misschien wel het besef dat ook zijn perspectief een subjectief gegeven is.
Je hoeft het in dit boek zeker niet eens te zijn met Bret Easton Ellis als zijn gedachten maar aanzetten tot kritische (zelf)reflectie. Af en toe maakt hij een terecht punt en zelfs als hij de bal misslaat, heeft hij in ieder geval getoond waar het om draait.

30 augustus 2020

Gelezen (151)

Machines zoals ik - Ian McEwan


Nadat de wereldgeschiedenis ergens (in de jaren twintig? dertig? veertig?) een andere afslag heeft genomen, bevinden we ons in de jaren tachtig in Londen met Tatcher als premier en de op handen zijnde Falkland-oorlog, die in een wereld waarin de technologie al zoveel verder staat een heel andere wending zal nemen. Hoofdpersonage Charlie heeft net een robot gekocht die eruit ziet als een echt mens (Adam), één van de 25 modellen die er op dat moment bestaan. Hij is verliefd op zijn buurvrouw, Miranda, en zo rollen we in een driehoeksverhouding tussen een man, een vrouw en een androïde wiens artificiële intelligentie tegelijk indrukwekkend blijkt en tegelijk ook zo verschilt van wat ons menselijk brein doet. Die driehoeksverhouding (geen menage-à-trois overigens) wordt ook nog eens bezwaard door geheimen, misdaden en de maatschappelijke context.
Ian McEwan legt uiteindelijk Alan Turing (die we kennen van Enigma maar die in dit boek ook de architect van deze androïden is, in zekere zin) woorden in de mond die het spanninsveld waarop het hele boek teert, goed weergeven. Turing laat zich daarbij uit over de beperkingen van artificiële intelligentie als imitatie van ons brein omdat mensen grillig en onvoorspelbaar zijn en niet logisch en algoritmisch denken, noch cognitief, noch moreel. En hij raakt aan een definitie van bewustzijn die enorme implicaties heeft voor het verhaal, maar misschien ook wel voor ons, voor wie dit alles nog toekomstmuziek is (of lijkt).
Zoals elk goed boek is het niet één onderwerp dat alles overvleugelt, maar lezen we ook over de essentie van liefde, van trouw, van loyaliteit, van verraad, van wraak, van gerechtigheid en moraal. Dat alles maakt dit een heel ambitieus boek dat ik zonder meer tot de beste van Ian McEwan reken.


Wachten op de barbaren - J.M. Coetzee


Een boek schrijven over een oorlog zonder dat je ergens wapens hoort kletteren, slagen ziet geleverd worden of strategieën ten uitvoer ziet gebracht worden én toch de gruwel van oorlog vastleggen, dat is een klusje dat grote schrijvers zoals J.M. Coetzee wel aankunnen. Dat blijkt eens te meer uit dit boek.
Aan de grens van het Rijk leeft een grensnederzetting in harmonie met de "barbaren" in de woestijn, nomaden die in de woestijn en de bergen aan de grens van het Rijk leven. Vanuit de hoofdstad worden echter troepen gezonden omdat de barbaren het Rijk bedreigen. Gevangenen worden gefolterd, expedities worden uitgestuurd, maar de nomanden/barbaren blijken ongrijpbaar en de oorlog lijkt zich misschien wel in de geest van het Rijk af te spelen, eerder dan in het echte leven. Toch wordt het leven in het grensstadje helemaal overhoop gehaald en die tragiek wordt zo accuraat beschreven dat je doorheen het hele verhaal de gruwel voelt van de ontmenselijking die samenhangt met oorlogen en conflicten, zelfs ingebeelde.
Het is dan ook een pijnlijke waarschuwing in tijden waarin ook wij leven met "barbaren" die ons "bedreigen" en derhalve ontmenselijkt worden om steun te verzekeren voor een strijd tegen hen. Waartoe dat allemaal kan leiden, maakt dit boek hartverscheurend duidelijk. Helaas zullen weinigen deze waarschuwing lezen, laat staan begrijpen.


Het verborgen leven van bomen. Wat ze voelen, hoe ze communiceren - ontdekkingen uit een verborgen wereld - Peter Wohlleben


Halvelings verwachtte ik een boek met een hoog "zweef"-gehalte, een soort hippiepleidooi om bomen net als mensen te beschouwen. Gelukkig heeft Peter Wohlleben zulk een boek vermeden door zich op wetenschappelijke inzichten te baseren om uit te leggen hoe het leven van bomen eruit ziet, wat hun belang is en hoe de traagheid van hun leven ons blind maakt voor de enorme rijkdom ervan. Bovendien houdt hij een pleidooi om te geloven in de veerkracht van de natuur en tijd te gunnen aan de van nature traagste wezens die er zijn. In feite zou dit boek met deze inzichten verplichte lectuur moeten zijn voor iedereen die zich met bosbeheer bezighoudt en zeker van de verantwoordelijken voor alle beslissingen daaromtrent, zoals de bevoegde minister(s).

Foon - Marente de Moor


De setting voor dit boek lijkt bijna idyllisch: twee oude mensen wonen samen al lang in een afgelegen gebied van Rusland, waar ze ooit hun Laboratorium van de Onafhankelijkheid bouwden en uit Leningrad/Sint-Petersburg weggingen net om simpel leven te leiden. Maar Marente de Moor laat van die idylle niets heel. Vrijheid wordt in de post-communistische Russische Federatie een gezinsbegoocheling veroorzaakt door ongebreideld en keihard kapitalisme, een wantrouwende volksaard, een herhaling van een dictatoriaal regime en een nationalisme dat nietsontziend zijn eigen fake news produceert. De liefde die het koppel samenhield vertoont diepe barsten en de ouderdom blijkt een aftakeling te zijn die je ondanks goede wil en voornemens niet kan tegenhouden. Het leven in de natuur draait de antropomorfe kijk naar dieren (waardoor ze een variatie op de mens worden) om tot het verworden van de mens tot een animaal wezen. De stuitende naïviteit van de Westerse (Hollandse) vrouw en haar organisatie brengen zoveel schade toe dat niemand ongeschonden uit de zelfbegoocheling komt en ambities en aspiraties worden langzaam doodgeknepen. Zo lijkt het een grimmig verhaal maar gelukkig heeft de auteur ook gezorgd voor de kracht van verhalen, voor de kracht van verbeelding, die over alles heen een glans legt die tegelijk het bedrog in stand houdt én het bedrog leefbaar houdt. De eenzaamheid van het hoofdpersonage vindt iets wat enigszins op troost lijkt in de narratieve vermogens van de mens en het besef van zijn eigen eindigheid en zijn eigen onvermogen tegenover een natuur, een land, een wereld die zoveel macht hebben dat je er eigenlijk enkel door overrompeld kan worden. En toch slaagt het hoofdpersonage erin zich in zekere zin staande te houden en te leven, elke dag opnieuw, seizoen in en seizoen uit.

29 juli 2020

Gelezen (149)

De nieuwe zijderoutes. Het heden en de toekomst van de wereld - Peter Frankopan


Het voorafgaande boek over de zijderoutes van Peter Frankopan las ik jammer genoeg nog niet, ik denk dat het interessant kan zijn dat vooraf te lezen gezien de verwijzingen ernaar. Toch is dit boek ook goed op zichzelf te lezen. De auteur legt goed uit hoe vooral onder impuls van China een Nieuwe Zijderoute ontstaat, die zelfs (Centraal-)Azië overstijgt en eerder een visie is in een geglobaliseerde wereld dan een territoriaal gegeven. Hij laat zien hoe in Azië op een andere manier naar relaties tussen landen gekeken wordt en hoe het zwaartepunt in de geopolitieke verhoudingen daardoor verschuift (en al verschoven is) van het Westen (Europa en VS) naar Azië. Hij laat de mogelijkheden daarvan zien maar ook de valkuilen, de obstakels en de uitdagingen.
Wat doorheen het boek ook duidelijk wordt, is hoe het beleid van Trump doorgaans catastrofaal is. Dat mag geen nieuws heten, hier wordt de schaal ervan duidelijk en die is nog een pak erger dan ik altijd al dacht. Toch wijst de auteur er ook op dat Trumps houding ook voordelen voor de VS kan opleveren, maar vooral de wispelturigheid lijkt dat strategisch voordeel teniet te doen of te zullen doen.
Frankopan is zeker niet blind voor de slechte kanten van Chinees, Russisch,... beleid. Soms bekroop me zelfs het gevoel dat hij eerder blind of alleszins is voor hetzelfde wanneer het de VS betreft dan deze landen. Ja, er vallen zeker heel wat vraagtekens en opmerkingen te plaatsen bij het buitenlands beleid van China en Rusland (en ook hun binnenlands beleid overigens) en hun impact op de wereld, maar dat geldt en gold natuurlijk niet minder voor de VS zelf. Die worden hier naar mijn mening toch iets te makkelijk gespaard bij momenten.


Sunset Park - Paul Auster


Paul Auster vertel het verhaal van Miles Heller en nog enkele andere personages, die elk in aparte hoofdstukken hun kans krijgen je binnen te laten in hun leven. Die levens zijn danig overhoop gehaald door de kredietcrisis van 2008, wat tot veel uithuiszettingen leidt en tot een economische crisis die velen treft. Hoewel dat alles slechts decor lijkt, weet Auster de hardheid van zo'n crisis goed weer te geven als een zeer sterk bepalende achtergrond en we krijgen een beeld van een meedogenloos Amerika, brute politie (ja, toen ook al natuurlijk), onder spanning staande relaties en een ontbrekend sociaal beleid.

Het moois dat we delen - Ish Ait Hamou


Je zou Ish Ait Hamou kunnen verwijten dat hij een linkse naïeveling is die denkt dat liefde uiteindelijk haat overwint, maar dan heb je dit boek niet goed gelezen. Haat, daarbij verliest iedereen. En ja, er gebeuren mooie en hoopvolle dingen in dit boek en dat maakt het net zo hartverwarmend om te lezen, maar het is niet al rozengeur en maneschijn.
In heldere, eenvoudige en o zo vlotte taal beschrijft hij het verhaal van een jonge vrouw van Marokkaanse origine die betrokken is geraakt bij een vreselijke gebeurtenis en een oude man die door dezelfde gebeurtenis getekend is. Hun ontmoeting is de katalysator voor goede én slechte dingen die gebeuren. Maar nog interessanter is hun eigen verhaal, dat meer omspant dan de gebeurtenis en de gevolgen ervan.
Dit boek is ook heerlijk herkenbaar: je herkent de stad Brussel, je herkent een ploeg als RWDM, je herkent een "minister van Asiel en Migratie" zoals hij in het boek heet, het type dat scoort bij de achterban met een "harde" aanpak van moslims. Je herkent ons land, zoals het er nu voor staat. En Ish Ait Hamou maakt duidelijk dat zelfs een land dat in zulke woelige baren terechtgekomen is, uiteindelijk bestaat bij gratie van de inwoners en dat zijn mensen, met elk hun verhaal, maar ook met (om de titel te parafraseren) al het moois dat ze delen.


Moeders van anderen - Mirthe van Doornik


Mirthe van Doornik weet in dit boek heel goed te vatten wat alcoholisme doet met een vrouw van middelbare leeftijd en vooral met haar kinderen, die opgroeien in een onstabiele omgeving en zo veel te vroeg volwassen moeten worden. Het is een hartverscheurend verhaal in feite, dat toont hoe mensen verschillende met hetzelfde gegeven omgaan. En toch zijn beide kinderen, hoe verschillende ze er ook mee omgaan, allebei getekend... 

03 juni 2020

Aankondiging: nieuw album Run The Jewels


Twee dagen vroeger dan gepland is er de release van RTJ4 van Run The Jewels. De recente gebeurtenissen in de VS hebben die versneld, zo lezen we op hun Instagram-account. In de song Walking in the snow verwijzen ze zelfs letterlijk naar de moord op George Floyd door een blanke politie-agent. Op de plaat hoor je ook bijdragen van  onder meer Zack De La Rocha (van Rage Against The Machine), Mavis Staples, Josh Homme (van Queens Of The Stone Age) en Pharrell Williams.
Via een link in hun bio kan je de plaat gratis downloaden. Ze vragen je wel (vrijblijvend) om een donatie te doen voor Mass Defence Program, een programma dat de National Lawyers Guild lopen heeft om politieke activisten, protesteerders en bewegingen gericht op sociale verandering, juridische bijstand te verlenen. Ik adviseer hier graag om te doneren want zulke bijstand is broodnodig in een polariserende VS waar de president zich zeer autoritair gedraagt. 
Binnenkort mag u trouwens een review van het album verwachten op deze blog.
Ik maak overigens van de gelegenheid gebruik om deze video te delen waarin Killer Mike, de helft van het hiphopduo, op het moment dat Trump verder polariseerde en door zijn speech de gemoederen nog meer deed oplaaien, in Atlanta een emotionele, sterke speech geeft die net kalmerend wil zijn:



(op het moment dat ik dit schrijf, is de website van het duo niet bereikbaar, hopelijk raakt dat snel opgelost, maar je kan dus via Instagram de informatie terugvinden)

12 mei 2020

Gelezen (145)

De kracht van geld - Claudia Hammond


Claudia Hammond, een psychologe die blijkbaar een langlopend radioprogramma had in Groot-Brittanië (of misschien nog steeds heeft), schreef een soort overzicht van onderzoek dat gebeurd is naar verschillende aspecten van de psychologie van geld (hoe leren we met geld omgaan, sparen, geven aan goede doelen, wat vinden we een juiste verloning,...). Het zou mij, als psycholoog, dus plezier moeten doen zulk een boek te lezen en het is bij momenten echt wel interessant maar toch viel het ook wat tegen. De toch meerdere keren dat er fouten slopen in de teksten (genre "niet" waar het "wel" moet zijn, omkeringen waardoor ineens het tegenovergestelde beweerd wordt,...) werken storend. En hoewel er onderzoek uit andere delen van de wereld ook gehanteerd worden, blijven heel wat conclusies cultuurbepaald. Wat ik erger vind, is dat de auteur dat schijnt te negeren. Bovendien zijn er wel meer vragen bij methodologie van de onderzoeken te plaatsen die meteen bij me opkwamen (en zo methodologisch sterk ben ik eerlijk gezegd niet, als man van de praktijk) maar die door haar vrolijk genegeerd worden (of niet aan bod komen, wat enigzins vreemd is gezien ze ook wel vaak net wél die nuanceringen maakt). Al bij al was dit boek dus niet helemaal wat ik ervan verwachtte en viel het in het geheel voor mij toch wat tegen.

The Q/Omnibus Press rock 'n' roll reader - Danny Kelly


In deze bloemlezing worden fragmenten uit biografieën, uitgebracht door Omnibus Press, en artikels uit Q Magazine, bij elkaar gebracht over de groten van de muziek, van Elvis tot Jimi Hendrix, van The Beatles tot Prince, van Syd Barrett tot Bob Marley. Die fragmenten moeten je doen verlangen naar de boeken waaruit ze komen, maar dat gebeurde bij mij niet helemaal. Jazeker, voor wie zoveel interesse heeft in muziek als ik, is het een bron van anekdotes en verhalen die genoegen verschaft, maar al bij al weten de auteurs niet altijd de nodige interesse op te wekken om meer te willen lezen.

Suikertand - Ian McEwan


Hoe goed Ian McEwan schrijft, blijkt niet alleen uit de mooie en inventieve manier waarop hij dit verhaal over de relatie tussen een MI5-medewerkster en een schrijver neerzet maar wellicht nog meer uit de inventiviteit waarmee hij speelt met verhalen, verzinsels, fictie en realiteit, als elementen die in elkaar inhaken. Hij vertelt kortverhalen in samengevatte vorm alsof ze verteld worden door het hoofdpersonage aan de lezer, hij speelt met de "regels" (de immer veranderende, dynamische regels) van inspiratie en het modelleren van wat je schrijft naar wat je weet, wat je voelt, wat je zelf hebt meegemaakt of uit tweede hand hebt. En hij doet dat zo krachtig en kundig dat je als lezer meegetroond wordt, vanaf de eerste pagina tot de laatste.

29 april 2020

Gelezen (144)

Grote verwachtingen. In Europa 1999 - 2019 - Geert Mak



In feite is het begin van dit boek, het verhaal over de slimme geschiedenisstudent uit 2069, een soort disclaimer: we zitten in feite te kort op de geschiedenis van de voorbije twintig jaar, het begin van de 21e eeuw, om helder zicht te hebben en de verbanden duidelijk te zien. Desondanks waagt Geert Mak zich aan een vervolg op In Europa, zijn 20e eeuw omvattend boek dat ik met veel plezier, ook verbazing en afgrijzen soms, heb gelezen. Hij maakt na twintig jaar een stand op van hoe het ons in dit werelddeel verging sinds 1999 en of de (voorlopige) conclusies van toen nog standhouden.
Zoals te verwachten voor wie goed opgelet heeft de voorbije twintig jaar, blijkt het schip toch een stevige wending genomen te hebben, soms in goede richting, soms helaas ook in de verkeerde of in het beste geval een onzekere richting. Toch is Mak niet per se pessimistisch: hij ziet ook de kansen, tussen al die loerende gevaren en torenhoge risico's.
Ook van dit boek heb ik genoten (en ik ben zeer blij dat mijn lief het me cadeau deed), al kan het niet volledig aan In Europa tippen. Dat heeft alles te maken met wat in die disclaimer zo goed vervat zit: we zitten te dicht bij het gebeuren, er nog teveel te midden in, om de verheldering te krijgen die we in In Europa vaak wel konden krijgen. Niettegenstaande is dit een zeer verdienstelijke onderneming geweest die inzicht verschaft in de omwentelingen van de voorbije twee decennia.


Lady Chatterley's lover - D.H. Lawrence


Er is iets aan Mellors, de geliefde van Lady Chatterley en de jachtopziener van Sir Clifford Chatterley, dat me fascineert. Hij lijkt een soort vastberadenheid te hebben die ontdaan is van emotionaliteit hoewel hij echte liefde voelt en van optimisme al gelooft hij in een toekomst met zijn grote liefde. Het verhaal dat D.H. Lawrence brengt over een half verlamde edelman die geen problemen lijkt te hebben als zijn vrouw zwanger zou worden van een andere man, is een mengeling van Dancer in the dark en The piano maar wordt hier vaak overstemd door een pessimistische filosofie. Dat hoeft wellicht niet te verwonderen aangezien dit boek werd geschreven (en zich afspeelt) na de Eerste Wereldoorlog en de impact daarvan heel voelbaar is. Enerzijds hangt een bijna fatalastisch wantrouwen in de richting van de geschiedenis (geen vooruitgang, maar degeneratie) over het boek, anderzijds blijken de personages zich soms te verliezen in een hedonistische levensstijl waarin geld, roem en jazz (plezier) voorop staan. Natuurlijk staat ook de sexuele (zelf)ontdekking van het hoofdpersonage centraal (het voor die tijd nogal expliciete taalgebruik leverde de uitgever Penguin Books een proces op) maar dit boek daartoe herleiden zou afbreuk doen aan de gelaagdheid ervan en de pogingen van de auteur om een visie op de maatschappij waarin hij leefde, te verwoorden.
Het is geen makkelijk boek en het laat de lezer met een soort vertwijfeling achter omdat al die tegenstellingen zo voelbaar aanwezig zijn en de auteur zelf ook lijkt heen en weer geslingerd te worden tussen een onwrikbaar geloof in echte liefde en een misantropische houding ten aanzien van zijn tijd- en landgenoten.

14 april 2020

Gelezen (143)

Testimony - Robbie Robertson


Robbie Robertson, gitarist van The Band, beschrijft hoe hij als vijftienjarige zijn muzikale carrière startte bij Ronnie Hawkins and The Hawks en hoe hij zestien jaar later het hoofdstuk met The Band afsloot met The last waltz, het fenomenale concert waarop zovele talenten uit die tijd (Van Morrison, Eric Clapton, Muddy Waters, Dr. John, Joni Mitchell, Bob Dylan,...) meespeelden. Het is voor muziekliefhebbers een boeiende kijk achter de schermen en je wordt bijna duizelig van alle bekende namen die de revue passeren.
Het lijkt in dit boek wel alsof alle mensen waarmee ze in contact kwamen en samenwerkten, werkelijk fantastische, warme, interessante personen waren (dat wordt na een tijdje een tikje ongeloofwaardig) en ondanks de problemen is het toch vooral een verhaal dat doorgaans goed verloopt.
Het was genieten vanaf de eerste tot de laatste bladzijde en nu gaat u mij moeten excuseren: ik ga het driedubbele album The last waltz nog eens door het huis laten schallen...
 


Klein Engeland - Jonathan Coe


In het dankwoord (jaja, ik ben één van die mensen die dat al eens durft te lezen) vertelt Jonathan Coe hoe hij eigenlijk niet van plan was om nog een deel aan de "Rotters club" cyclus toe te voegen maar uiteindelijk besefte dat de brexitroman die hij wou schrijven, nog het best zou werken met de personages eruit. Zo werd dit dus het derde deel, dat zich afspeelt tussen april 2010 en september 2018. De setting is weer grotendeels het Midden-Engeland van de verloren gegane industrie (British Leyland b.v.), met als middelpunt Birmingham, maar ook Londen. De gebeurtenissen van het vorige decennium die zich ontvouwen en waarlangs de verhaallijnen kronkelen, zijn dan ook divers en staan nog vers in ons geheugen: de Olympische Spelen 2012 in Londen, de rellen in Londen, Birmingham en andere steden, de verrassende verkiezingsoverwinning van David Cameron die zijn eigen coalitiepartners van LibDem verpletterde en het Brexit-referendum (vanaf de aanloop van de aankondiging -in het kader van het verkiezingsprogramma van de Tories voor de eerstvolgende verkiezingen- tot de nasleep van de verscheurende keuze die gemaakt werd en die het Leave-kamp liet winnen, al was dat een Pyrrhusoverwinning, want niemand had enig idee hoe zijn brexit eigenlijk moest).
Die (recente) historische context maakt de achterliggende thema's heel begrijpelijk. Toch is dit boek zo goed omdat je kan lachen (ik heb bij een fragment echt minutenlang de slappe lach gehad én het boek bevat de meest hilarische seksscène die ik ooit al las), meehuilen met de personages, geraakt wordt door hun botsende persoonlijkheden en achtergronden en hoe je dus zo de verscheurdheid van een land en volk als lezer mee kan voelen.
Soms vertelt fictie meer dan non-fictie, via de omweg van de empathie die het vereist om met personages mee te leven, en dat is in dit geval zeker zo. Coe slaagde er alweer in de meest zinnige dingen te laten zeggen door zijn personages en tussen de regels in. In feite heeft hij me nog nooit teleurgesteld en dat doet hij met dit boek al helemaal niet.

07 maart 2020

Gelezen (140): dystopie


1984 - George Orwell
Brave new world - Aldous Huxley

Vorig jaar leerde mijn dochter in de lessen Nederlands over de utopische en de dystopische roman. We hadden een gesprek na het eten daarover. Voorbeelden van utopische romans vinden, bleek niet zo eenvoudig (Walden van Thoreau is er één), dystopische romans en bij uitbreiding dystopische verhalen bleken heel wat populairder en frequenter. Van bovenstaande twee boeken tot The hunger games, de Divergent-reeks tot The handmaid's tale: verhalen van maatschappijen die zo ingericht worden dat ze een status quo (veelal van macht) opleveren en die schrikbarende gevolgen hebben, zijn immens populair en spreken ons duidelijk aan.
Ik herlas nog eens de klassiekers onder de dystopische romans die in mijn middelbareschooltijd op zowat elke leeslijst Engels stonden. 1984 van George Orwell wordt in deze tijden van massa-surveillance en metadata om de haverklap vernoemd, Brave new world van Aldous Huxley leefde in mijn herinnering als het complementaire boek over een maatschappij die gestuurd wordt. En er zijn wel degelijk grote verschillen tussen beide boeken, waardoor de toekomstbeelden die erin geschetst worden (al zijn we natuurlijk al ver voorbij 1984 maar toen ging het over de toekomst) heel anders zijn maar in zekere zin ook wel complementair. 

Maar laten we eerst even deze romans op zich bekijken. 1984 wordt gekenmerkt door een verhaal dat gesitueerd wordt in een dictatoriale wereld, waarin terreur geïnstitutionaliseerd , zowel op grote (steeds oorlog) als kleine (de constante dreiging van de Denkpolitie) schaal. Het is een in hoge mate geïndustrialiseerde wereld die doet denken aan Modern times van Charlie Chaplin of Metropolis van Fritz Lang. Bovendien is een strakke hiërarchisering doorgevoerd die onveranderlijk is (of moet zijn). De massa (de "proles") doet er amper toe en daarom houden de machthebbers zich amper bezig met hen, ontdaan als ze zijn van alle middelen die hen tot opstand zouden kunnen brengen. Het zijn de hogere klassen (Kernpartij en Randpartij) die het voorwerp zijn van een verregaande surveillance (met teleschermen die iedereen constant bespioneren) en wiens gedachten men wil controleren.  Het hoofdpersonage is net die uitzonderlijke (maar hij niet enige) mens die als een Socrates de vragen stelt die de mogelijkheid van een andere wereld scheppen. Niet verrassend is het verlangen naar verandering het verlangen naar een terugkeer naar vroegere tijden, ondanks alle "ongemakken" die daarbij hoorden.
Ook in Brave new world vormen een strikt klassensysteem en een nog verder doorgevoerde industrialisatie en machinisatie van zowat alle processen de basis voor een stabiliteit en status quo die onveranderlijk gemaakt wordt. In tegenstelling echter met George Orwell kiest Huxley ervoor om een wereld te tonen waarin mensen nét gelukkig gehouden worden, waarin negatieve gevoelens uitgeband worden en waarin de stabiliteit verkregen wordt doordat niemand reden tot klagen heeft. Nu ja, niemand: het hoofdpersonage is net als in 1984 één van de eenlingen die kritisch is ten aanzien van deze status quo en die verlangt naar verandering. Ingrepen in de voortplanting en verregaande conditionering kunnen niet verhinderen dat er mensen opstaan (zoals Bernard Max in dit boek) die verlangen naar een verleden dat nét niet nostalgisch zoeter gemaakt wordt dan het was, maar het is net een verlangen naar bijhorend lijden vanuit de overtuiging dat lijden iets oplevert dat de "ideale" wereld niet kan opleveren. Omdat Huxley via "world controller" Mustapha Mond een antwoord formuleert op dat verlangen, beargumenteert waarom het geschapen ideaal de beste keuze is (ondanks de inherente gebreken), is het ook minder duidelijk of de auteur zelf nu een utopie dan wel dystopie beschrijft. De wereld is dystopisch vanuit het perspectief van Bernard Max en "de wilde", John, maar utopisch vanuit het perspectief van Mustapha Mond en wellicht ook dat van de meeste mensen die erin leven. Het verschil met 1984 is dat, hoewel de meerderheid ook daar enthousiast meedoet en "kiest" voor de status quo, bij Huxley die meerderheid dat op een bewuster niveau lijkt te doen (al is er bij beide natuurlijk sprake van gedachten en gevoelens die niet op een vrije manier verworven zijn). Kort gezegd, in Brave new world lijkt iedereen tenminste écht gelukkig en staat de echtheid ter discussie. In 1984 is het leven in feite voor niemand (tenzij misschien de leden van de Kernpartij) een pretje.
Eén van de redenen waarom de laatste tijd 1984 zo vaak aangehaald (hoewel vaak verkeerdelijk, zoals ik bij herlezing besefte) wordt, is dat Orwell methoden beschrijft waarmee de status quo gehandhaafd wordt die heel herkenbaar zijn. Naast uiteraard de massa-surveillance is er bijvoorbeeld ook het (voortdurend) herschrijven van de geschiedenis met als gevolg dat niemand nog enig historisch besef lijkt over te houden. Hoe herkenbaar is dit voor wie kritisch kijkt naar wat machthebbers over de tijd (soms over slechts maanden of zelfs weken) aan tegenstrijdige meningen en standpunten uitkramen zonder dat daar nog een kritische houding tegenover aangenomen wordt die verleden (vorige uitspraak) en heden (huidige uitspraak) met elkaar vergelijkt. Winston Smith is de uitzondering wanneer hij de herinnering vasthoudt dat zijn land Oceanië, nu in oorlog met Eurazië en bondgenoot van Oostazië, voordien net met die beide landen in de omgekeerde relatie verkeerde. Het is zoals bij ons een meerderheid lijkt te vergeten dat de N-VA rond verkiezingstijd overal een veto tegen de PS uitbazuinde en tegenwoordig nét de PS verwijt dat zij, ondanks de eigen goede wil om samen te regeren, mordicus tegen een coalitie met de N-VA te zijn. Het verleden wordt in beide gevallen als een onveranderlijk gegeven voorgesteld om de tegenstrijdigheden te verdoezelen die de machinaties van de machthebbers zouden blootleggen. Voor mij is nét deze voortdurende geschiedvervalsing het meest essentiële en tevens meest herkenbare element in het boek.
Ook de Nieuwspraak, die woorden ontdoet van (ongewenste) betekenissen, is herkenbaar, niet in het minst in het gebruik van afkortingen als Engsoc die evenveel betekenen als de afkortingen die bijvoorbeeld in mijn eigen professionele sector gebruikt worden: ADHD, ASS, OCD,... worden inhoudloze containerbegrippen zoals in de managementterminologie ook ASAP, SMART,... algauw ontdaan geraakt zijn van werkelijke betekenisoverdracht.

Beide boeken houden ons ook vandaag nog een spiegel voor: zijn we bereid voor het gewin van stabiliteit de controle over onze maatschappij uit handen te geven? In 1984 gebeurt dat aan een naamloze machthebber (Grote Broer bestaat natuurlijk niet fysiek) die met terreur, het voortdurend gevoel dat je kàn gezien en gehoord worden, en bij voorkeur zelfs controle over de gedachten iedereen in het geraal houdt. In Brave new world lijken de methodes alvast heel wat humaner: door ingrijpen in genetica en ontwikkeling wordt een maatschappij gemààkt die door haar ingenieuze samenstelling de balans inhoudt die de stabiliteit moet verzekeren. Ja, hier is iedereen tevreden (desnoods met behulp van wat "soma") en daardoor is het verlangen naar verandering gedoofd, bij Orwell is het net angst die mensen ervan weerhoudt naar verandering te hunkeren.

21 februari 2020

Gelezen (139)

Over geweld - Hannah Arendt


De filosofe Hannah Arendt schreef deze tekst niet zo lang na de studentenrevolutie van 1968 en hoewel dat sommige voorbeelden misschien wat gedateerd maakt, blijven de inzichten in dit boek over geweld (en de verhouding tot macht, voornamelijk) ook vandaag interessant. Alleen: zo'n filosofisch boek lezen is altijd ook wat worstelen met de veelheid aan concepten en ideeën, die tijd nodig hebben om ze te laten bezinken.
Ik vroeg me ook af hoe ze naar sommige ontwikkelingen van de laatste decennia zou kijken vanuit die bril van macht en geweld...
 


Niets in zicht - Jens Rehn


Jens Rehn heeft een mooi (anti-)oorlogsboek geschreven en vermeldt daarin amper oorlogsgevechten. Toch beklijft het verhaal van twee drenkelingen in een rubberboot op de Atlantische Oceaan, één Amerikaan en één Duitser, net door de afstandelijkheid waarmee de personages benaderd worden en de vaagheid van de context. Daardoor komt de focus te liggen op de universele strijd om te (over)leven en op de gedachten van de hoofdpersonages. Gekweld door dorst (naast andere ontberingen) en voor één van hen zelfs een schotwond waardoor hij een arm kwijt is, drijven de twee op het water zonder veel hoop op redding, want hoe vaak en hoe intens ze ook turen, steeds is het "niets in zicht". De auteur slaagt erin om in dit prachtig boek zeer scherp existentiële thema's aan te raken zonder gruwel expliciet te maken, maar tussen alle regels door lees je hoe het bestaan zelf zich van zijn hardste kant laat zien.

Naziliteratuur in de Amerika's - Roberto Bolaño


Roberto Bolaño beoefent hier een wel heel bijzondere vorm van romanschrijfkunst, door zijn boek op te vatten als een verzameling biografieën van Amerikaanse rechtse auteurs (dichters, romanschrijvers,...) die allemaal gemeen hebben dat ze nooit echt bestaan hebben en ontsproten zijn aan zijn fantasie. De personages staan soms in onderling verband, soms niet, ontmoeten soms reële historische figuren en situeren zich zowel in Zuid-Amerika, Midden-Amerika en de Caraïben en zelfs de VS. De schrijver weet hun levensverhalen op een vlotte, aangenaam leesbare manier te brengen en je vergeet haast dat deze mensen nooit echt bestaan hebben en hun werken evenzeer verzonnen zijn.

Over normaliteit en andere afwijkingen - Paul Verhaeghe


Wie bekend is met het werk van Paul Verhaeghe (of zelfs, zoals ik, ooit les van hem kreeg) zal in dit beknopte boek wellicht weinig nieuws vinden. Toch is het een interessante en vlotte (en niet al te uitgebreide) inleiding tot het denken van de maatschappijkritische psychoanalyticus.
Het opzet van het boek is overigens wel zeer interessant. De uitgevers van deze reeks (Nieuw licht) vragen een auteur om een belangrijk werk uit b.v. de filosofie te herlezen en te becommentariëren vanuit de huidige tijd. Zo trekt Verhaeghe hier aan de slag met de "Geschiedenis van de waanzin" van Michel Foucault en toetst hoe relevant dat boek nog is voor deze tijden en welke ideeën van toen te herkennen zijn in wat zich tegenwoordig rondom ons afspeelt.


Oostwaarts. Reizen door de Balkan, het Midden-Oosten en de Kaukasus - Robert D. Kaplan


Net als Balkan ghosts, waar dit boek in zekere zin een vervolg op is, combineert Robert D. Kaplan reisverhaal en politieke analyse in een boeiend relaas waarin zijn journalistieke contacten hem helpen vanuit de geschiedenis van de bezochte landen hun huidige status en mogelijke toekomst te begrijpen. Al is de analyse intussen ook alweer zo'n twintig jaar oud, ze blijft verhelderend, want Kaplan bezoekt niet alleen enkele Balkanlanden opnieuw maar reist verder naar het Midden-Oosten (Turkije, Syrië, Libanon, Jordanië en Israël) en de Centraal-Aziatische landen van de Kaukasus (Georgië, Armenië, Azerbeidjan en Turkmenistan). Zijn voorspellingen zijn zeker interessant maar doordat die landen zo weinig in onze berichtgeving voorkomen, zou het wat opzoekwerk vergen om te checken wat er intussen (al) van uitgekomen is...

25 januari 2020

Goed gedaan, Vlaamse regering! (Of toch niet?)


Zoals hier te lezen viel op vrt.nws, heeft Wouter Beke, onze nieuwe minister van welzijn, door verschuiving van middelen extra geld kunnen vrijmaken om mensen met een beperking die wachten op zorg, te helpen. Mooi, en goed gedaan, Wouter! Iedereen blij...
Of toch niet? Want laten we dit allemaal eens wat kritischer bekijken. Nog los van het feit dat het daar op het kabinet van Beke een rommeltje moet zijn waarbij hij om de haverklap nieuwe middelen vindt zonder dat er extra geld is (blijkens zijn communicatie van de laatste weken), is de maatstaf waaraan we deze aankondiging misschien best afwegen de plannen, doelstellingen en ambities van de opeenvolgende regeringen (waar zijn partij CD&V altijd deel van uitmaakte) inzake het helpen van mensen met een beperking.
Tien jaar geleden formuleerde Jo Vandeurzen, toenmalig minister en partijgenoot van Beke, immers zijn conceptnota "Perpectief 2020: nieuw ondersteuningsbeleid voor personen met een handicap" (het hele document vind je als je doorklikt). Het werd de basis van alle hervormingen het afgelopen decennium in de sector en ik kan u, in de praktijk werkende, zeggen dat die ingrijpend waren. Alles wat u tegenwoordig hoort over zorgregie, de wachtlijst (één centrale i.p.v. per instelling), persoonsvolgende financiering vermaatschappelijking van de zorg,... is toen allemaal geconcipieerd. 
Kort gezegd komt het erop neer dat Perspectief 2020 (zoals het algauw ging heten) twee doelstellingen nastreefde, tegen 2020, om zo onder meer tegemoet te komen aan het VN-verdrag over de rechten van personen met een handicap. Die twee doelstellingen waren:



Aandachtige lezers merken meteen dat de Vlaamse regering er zich voor hoedde tot zeer concrete verbintenissen over te gaan, je zou deze doelstellingen eerder streefdoelen kunnen noemen dan "targets" (managertaal werd ook in de sociale sector plots hip want we moesten allemaal sociaal ondernemerschap omarmen) waarop je de directie (de regering) achteraf kan afrekenen.
Het idee achter die doelstellingen, uitgaande van vaststellingen in een veranderende maatschappij en internationale tendenzen, is zeker mooi. Personen met een handicap die het meest zorg nodig hebben, moeten (eerst) geholpen worden en die hulp moet vertrekken vanuit wat ze nodig hebben, niet vanuit het aanbod dat al bestond. M.a.w. gedaan met steeds maar weer dezelfde mensen met een complexe zorgvraag die nergens geholpen geraken omdat er voorrang verleend wordt aan "haalbaarder" problematieken en en gedaan met dat mensen met een handicap een pakketje hulp krijgen ongeacht of ze alles daaruit nodig hebben of niet. Voorwaar mooie doelstellingen zijn dat en er was, naast zoals overal enige weerstand tegen verandering (vooral omdat die nogal plots en onvoorbereid kwam), ook in de sector wel enthousiasme voor de ideeën. En de minister meende eindelijk het recept gevonden te hebben om van die verdomde lange wachtlijsten waar elke minister voor hem over struikelde, af te geraken. 
Hoe zag de praktijk er uit de voorbije jaren? Nou, het zou me veel te ver voeren om elk aspect daarvan te belichten en elk nieuw probleem dat opdook (van het verdwijnen van balans in het opnamebeleid van voorzieningen, want ze mochten niet meer zelf kiezen wie ze opnamen, tot haperende doch verplichte netwerktoepassingen die de overheid oplegde), maar sommige, in het kader van die doelstellingen belangrijke, wil ik wel voor de aandacht brengen.
De overheid streeft er dus (en Beke nu evenzeer) om de mensen met de hoogste noden alvast de garantie te bieden op zorg (en die moet dan ook nog op maat zijn). Maar hoe definieer je "de hoogste nood"? Je kan daar ronkende zinnen voor gebruiken zoals Vandeurzen deed in zijn nota of je kan kijken naar de praktijk. Die hoogste noden krijgen allemaal prioriteit 1. Mooi, duidelijk te onderscheiden van mensen met minder hoge prioriteiten. Nu ja, die andere prioriteiten zijn 2 (iedereen die niet 1 is maar toch NU geholpen wil worden) en 3 (toekomstige zorgvragen). Veel differentatie laat dat nu ook weer niet toe. 
Wanneer krijg je de hoogste prioriteit? Wel, er zijn 3 redenen:
- je krijg al zorg maar door verhuis van je familie, partner,... of wat voor reden ook zou je diezelfde zorg ELDERS willen krijgen
- je krijgt zorg maar om één of andere reden heb je nu niet zoveel zorg meer nodig dus je wil een lagere zorgcategorie maar wel liefst aansluitend natuurlijk
- je dient een dossier in om uit te leggen waarom je echt wel niet langer kan wachten op zorg
Die eerste twee redenen geven niet zo veel problemen in de praktijk, althans, niet meer dan vroeger. De derde reden is ietwat tricky. Ten eerste is er nogal wat administratie en papierwerk dat moet ingevuld worden om te bewijzen dat je dus écht niet meer kan wachten en dat je dus écht nog steeds die handicap hebt waarvoor het VAPH (Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap) je al erkent. Dat dossier wordt beoordeeld en de overheid doet dat zeer streng en strikt. Mensen waarvan iedereen met gezond verstand en met kennis van zaken van de dagelijkse realiteit beseft dat ze nu toch echt wel zeer dringen hulp en ondersteuning nodig hebben, blijken geen "voldoende dringende" reden te hebben, bijvoorbeeld omdat hun ouders nog leven (en die kunnen toch voor hen zorgen?). Het is zelfs zo absurd dat zelfs een slechte, ongelooflijk destructieve relatie tussen ouder en kind, die het kind dus eerder kapotmaakt dan helpt, voor het VAPH een reden is om jou niet de hoogste prioriteit toe te kennen.
Stel dat je toch het geluk hebt dat je die hoogste prioriteit toegekend krijgt, is de lijdensweg nog niet voorbij, want je bent niet de enige. Daar zijn immers momenteel zo'n 6.000 van die wachten op een budget voor zorg. In totaal staan trouwens zo'n kleine 16.000 mensen op de wachtlijst om een budget of een budgetverhoging (wegens gegroeide zorgbehoefte) te krijgen, blijkens de cijfers uit het nieuwsartikel.
Probleem is ook dat de overheid ervan uitgaat dat alles wat je krijgt, beter is dan niets (en meteen ook reden om je prioriteit daarna te verlagen van 1 naar 2, want je krijg al "hulp", zelfs al is die niet toereikend). Maar de praktijk toont duidelijk dat vroeg én voldoende ingrijpen juist factoren zijn die een betere prognose geven én die voorkomen dat je later méér hulp nodig hebt dan je oorspronkelijk nodig zou gehad hebben. Net zoals degenen die langst wachten al iets geven ten koste van mensen met nieuwe zorgvragen, eerlijk LIJKT maar het geweldige nadeel heeft dat mensen pas hulp krijgen als de problemen al dermate geëscaleerd zijn dat ze méér en intensievere hulp nodig hebben dan oorspronkelijk nodig zou geweest zijn (en dus ook duurdere hulp!).
En wat met de doelstelling van vraaggestuurde zorg i.p.v. aanbodgestuurde zorg? Wel, dat is in de praktijk een pak moeilijker dan op papier. Want organisaties (instellingen, diensten,...) moeten met hun personeel binnen een kader van arbeidswetgeving wel die hulp georganiseerd krijgen en er waren ook al veel mensen die al hulp kregen die je hen ook niet zomaar kan afnemen om op een bepaald moment van nul te herbeginnen. Dus, net als in andere sectoren overigens, is de praktijk een verschuiving naar méér vraaggestuurd maar ook nog steeds sterk aanbogestuurd, want je kan maar krijgen wat voorhanden is. Dat is voor ons trouwens ook zo in de supermarkt: ik kan wel een kerststol WILLEN in jullie en de supermarkt zou me misschien graag helpen om mijn vraag te beantwoorden (uiteindelijk is verkopen wat ik wil hun businessmodel) maar als er geen zijn, zijn er geen, hoe hard ik dat ook wil...
En zijn de wachtlijsten nu verminderd? Dat was achterliggend misschien nog wel de grootste motivatie om al die veranderingen door te voeren. Wel, volgens het nieuwsartikel stijgt het aantal wachtenden nog steeds (van 15.583 nu tot vermoedelijk 24.900 in 2024, over VIER jaar dus al) en zelfs de groep met de meest dringende noden zou stijgen van 1.500 nu tot 4.000 dan.
Het is goed dat de regering tien jaar geleden doelstellingen en een plan had (zelfs al waren beide verre van perfect), maar mogen we dan nu alstublieft verwachten dat de minister i.p.v. wat maatregelen in de marge eens echte beleidsmaatregelen zou nemen vertrekkende vanuit een visie die realistisch de gigantische problemen van de sector aanpakt?
Want we hebben het hier nog niet gehad over personeelsomkadering (gemiddeld zo'n 80 % van de voorziene personeelsomkadering in de jaren zeventig toen de mix van problemen tenminste nog enige balans had doordat voorzieningen zelf een evenwichtig opnamebeleid konden voeren), het gigantische wantrouwen tegenover de hulpverlening (hulpverleningsinstanties die een persoon al zijn hele leven helpen en dus samen met zijn familie beter dan wie ook weten, vanuit profiessionele deskundigheid, wat iemand nodig heeft in de toekomst, mogen officeel geen "betrokkenen" zijn bij het indienen van het dossier met vraagverheldering en budgetaanvraag), de vermaatschappelijking van de zorg binnen een inclusieve maatschappij (ik weet niet of u het al opviel, maar deze overheid is helemaal niet zo inclusief als ze van ons verwachten: vreemdelingen, Walen, werklozen, langdurig zieken, linksen, culturo's,... zijn niet welkom want profiteurs dus het laat zich raden wat ze sommige politici écht vinden van mensen met een handicap die weinig "bijdragen aan de maatschappij"),...

02 januari 2020

Jaaroverzicht 2019: het jaar van de identiteit (2)


Machteloze woede, u kent het gevoel vast ook wel. Ik voelde het alvast in 2019 vaak, zowel in mijn privé-leven (zoals je in het eerste deel van mijn jaaroverzicht al kon lezen) en zeker ook als ik rond mij keek wat er gebeurde in de wereld rondom ons.
Had ik al geen hoge pet op van de regeringen in dit land (zowel de federale als de Vlaamse) en keek ik nieuwsgierig over de taalgrens en over de landsgrenzen, dan beterde dat dit jaar zeker niet. Hoewel veel mensen uit mijn omgeving zeer ontevreden waren, is er nog een grotere groep mensen die niet bepaald tevreden zijn/waren over de situatie, maar die kozen voor "meer van hetzelfde". Hetzelfde hoeft dan niet dezelfde partijen te betekenen, maar wel dezelfde strekking en dezelfde weg opgaand...
Dat twee extreem-rechtse partijen samen een meerderheid leken te kunnen gaan vormen (één al lang "respectabel" gemaakt door de Grote Leider, één die hard haar best doet en blijkbaar kan zelfs een Schild-en-Vriendje als lijsttrekker die upgrade in de ogen van velen niet ongedaan maken). Terwijl de 1 % (zoals dit heette ten tijde van de Occupation-beweging) nog meer geld en macht naar zich toetrok, wie het goed had, schrik had wat te verliezen en wie het slecht had, mee de vinger volgde die weg wees van de echte schuldigen richting een andere groep mensen, evenzeer slachtoffer en deelgenoot in het slecht-hebben, is het lastig om je geloof in de mensheid niet te verliezen. Meer en meer vraag je je bezorgd af wie in jouw omgeving ook voor deze schijnoplossing kiest, want stilaan is het statistisch onmogelijk dat je niemand kent die voor het extreem-rechts recept kiest. (En aan al wie naar extreem-links wijst als "even erg": extreem-links pakt de machtelozen, de have-nots, de mensen in moeilijkheden tenminste niets af en zet tenminste niet aan tot haat!). 

De ruimere context van Europa en de (vooral westerse) wereld biedt geen soelaas. Overal zie je hetzelfde gebeuren: door middel van leugens die men amper nog verbergt, wordt hetzelfde principe toegepast. Trump en Johnson, de man die loog om de Brexit (en vooral zichzelf) te promoten met zijn beruchte bus (en andere leugens), worden beloond door hardnekkige believers waardoor feiten en een samenhangend verhaal, vertrekkend vanuit een visie die we met zijn allen/velen kunnen delen, het onderspit delven. Nee, vrolijk word je er niet van en bovendien slaat de wanhoop om het hart als je ziet hoe hetzelfde mechanisme zichzelf lijkt te versterken. 
En wie hoopte op media die kritisch hun rol zouden opnemen: die zijn ook al lang geofferd aan de moloch van de commercie en zijn meer bekommerd om titels en artikels die clicks opleveren dan om waarheidsvinding. En ja, in deze postmoderne tijden hebben we geleerd dat "dé Waarheid" niet bestaat, maar als je elke waarde ervan overboord gooit, kiep je wel heel veel kind mee met het badwater.
De slachtoffers van dit alles zijn de mensen aan de onderkant van de maatschappij en als je zoals ik vooral met en voor hen werkt, dan is het stilaan meer vechten tegen de bierkaai dan zinvol werk verrichten. Het is dus geen wonder dat ik ook op professioneel vlak mijzelf zo erg in vraag begin te stellen dat mijn professionele identiteit zwaar geblutst uit 2019 komt. Het wordt er niet beter op als liefdadigheid (Pia en de Warmste Week) beleid vervangen en zelfs de al veel te beperkte middelen voor welzijn (en trouwens evenzeer voor cultuur) verminderd worden in wat voelt als een wraakactie tegen de "te linkse" welzijns- en cultuursectoren en de mensen die daarin werkzaam zijn (want binnen cultuur krijgen de met de commercie meeheulende Studio 100-bonzen van de overheid natuurlijk geen cent minder). 
Hoe slaagt men er in om de mensen zo ver te krijgen dat ze dit al bij al behoorlijk lijdzaam ondergaan (geen protesten zoals in Chili hier en geen Vlaamse Lente in het vooruitzicht, in navolging van de Arabische landen waar mensen gestuwd door hoop en door woede over het toenmalig beleid het heft in handen namen)? Centraal staat, zo lijkt het, het verheerlijken van (een bepaalde invulling van) het begrip "identiteit".
De jaren negentig hadden een waarschuwing moeten zijn tot identiteit als nationalistisch concept leidde tot de grootste en wreedste oorlog in Europa sinds 1945. Wie In Europa van Geert Mak las, weet tot welke gruwel de ontmenselijkende invulling van de (nationalistische) identiteit heeft geleid. Maar vandaag, in tijden waarin elk historisch besef dat verder dan een week reikt verloren lijkt gegaan, en hevig aangevuurd door een historicus (!) vergeten we de lessen uit het verleden en klampen we met ons met velen vast aan een identiteitsbegrip dat niet inclusief (wie zijn wij, wat maakt ons tot wie wij zijn, allemaal verschillend maar ook met veel gelijkenissen) maar exclusief (wie hoort er dus niet bij, wie is de "andere", die meteen ook nog als bedreiging wordt bestempeld) is. En die exclusieve identiteit ontmenselijkt de andere, ontdoet die van alle gelijkenissen met ons zodat zijn waarde vermindert, het liefst (voor sommigen) tot nul. En dezelfde mechanismen van vroeger (lees Victor Klemperers dagboeken erop na hoe taal een belangrijk en sluipend middel werd dat uiteindelijk de holocaust mogelijk maakte) worden vandaag, dankzij de sterke technologie, met nog veel meer kracht dan ooit tevoren gebruikt daartoe. 
En wij, wij blijven met velen blind, worden blind gehouden en wie die ongemakkelijke waarheid wel kan en durft zien, voelt steeds meer een machteloze woede omdat de tegenstander als systeem zichzelf versterkt.