08 juli 2020

Gelezen (148)

Het meten van de wereld - Daniel Kehlmann


Net als in Tijl is Daniel Kehlmann er ook in dit eerder boek van zijn hand in geslaagd de geschiedenis zo prachtig te verhalen dat je werkelijk meegesleept wordt. Dit keer bevinden we ons in het 19e eeuwse Duitsland (het verhaal begint eigenlijk nog in de eeuw ervoor) en volgen we de elkaar kruisende levenslopen van de grote wiskundige (maar ook op andere terreinen beslagen wetenschapper) Friedrich Gauss en de ontdekkingsreiziger Alexander von Humboldt. Beiden houden zich bezig met het meten van de wereld (vandaar de titel van het boek), de één door naar de Nieuwe Wereld af te reizen (en later ook naar het uitgestrekte Russische Rijk) en de ander door met zijn verstand en metingen thuis in Duitsland zich bezig te houden met de grote vraagstukken van de wetenschap toen. Beiden zijn ze hun tijd ver vooruit en leveren ze enorm belangrijke bijdragen aan de wetenschap. Maar de auteur heeft ook oog voor hun gevoelsleven waardoor je de personages leert kennen en met hen meeleeft. Bovendien doet hij dat alles in zo'n mooie vertelstijl dat je als lezer door het boek vliegt... 

Waar ik nu ben - Jhumpa Lahiri


De korte verhaaltjes die Jhumpa Lahiri in dit boek samenbrengt, zijn schetsen: schetsen van een alleenstaande vrouw in Italië maar evenzeer schetsen van het leven aldaar, van de mensen rondom haar, van zowel dingen rond haar als wat haar beweegt en wat in haar leeft. Ze herhaalt zich niet nodeloos in die verhaaltjes, hoewel ze er wel over waakt dat de samenhangt groot genoeg is om toch als één boek beleefd te worden, en toch had ik moeite met verderlezen op sommige momenten omdat het me allemaal zo vrijblijvend en zo laconiek leek. Soms werd ik er weinig door gegrepen, dan beterde dat weer. Na enkele boeken achter de rug te hebben met een langer, uitgewerkt verhaal, was dit een beetje minder aansprekend, al was het zeker niet slecht.

Zwarte schuur - Oek De Jong


Toegegeven, ik had aanvankelijk wat moeite om een goed leesritme te vinden bij dit boek van Oek De Jong, hoewel het verhaal me wel vrij snel wist te grijpen. Maar gelukkig beterde dat na een tijd en groeide Zwarte schuur zo uit tot een prachtig boek dat niet alleen het verhaal vertelt van het (door de pers onthulde) geheim van de schilder Maris Coppoolse, maar ook over Zeeuws-Vlaanderen, over de tegenstelling tussen stad en platteland, over liefde bij mensen die al wat ouder worden, over demonen uit je jeugd meedragen en trachten te bedwingen, over sex en de vele betekenissen die het voor iemand kan krijgen,... Dit is een verhaal over het leven, aan de hand van een leven dat veraf lijkt te staan van de meeste lezers en toch dichtbij komt omdat ondanks de specifieke details ervan er de hele tijd een universaliteit voor ons, Nederlanders en Vlamingen, in huist die je niet onberoerd laat.

Huishouden - Jenny Erpenbeck


Jenny Erpenbeck weet op een originele en zelfs poëtische manier verhalen te vertellen rond een huis aan een meer, niet zo ver van Berlijn, gedurende meer dan honderd jaar. De verhalen over de bewoners met tussendoor steeds terugkerend het verhaal van de enige constante bewoner, de tuinman, weven zich prachtig rond een huis en vertellen zo op een erg vindingrijke manier over de geschiedenis van (Oost-)Duitsland, van het eind van de negentiende eeuw tot na de hereniging van Duitsland.
Toch miste ik soms wat pit in dit boek, sommige verhalen bleken taaier dan gedacht en het terugkerend motief van de tuinman werkt niet altijd even goed. Maar het is wel heel mooi geschreven en de details uit de geschiedenis zijn zo sprekend gekozen dat ze het verhaal echt wel tot leven brengen.

07 juli 2020

Willie Nelson


Lange tijd beschouwde ik Willie Nelson als een voorbeeld van het slechtste waartoe country kan leiden: kleffe ballads en hypercommerciële songs. Zijn duet met Julio Iglesias (To all the girls I've loved before) heeft dus veel op zijn geweten. En misschien was Nelson in de jaren tachtig ook wel een beetje het spoor bijster op muzikaal vlak. Die indruk heb ik als ik al eens iets over zijn carrière lees, maar ik ken zijn platen te weinig en ik heb niet echt zin me te verdiepen in albums die vermoedelijk vreselijk zijn om te aanhoren.
Maar sinds een jaar of tien lees ik hier en daar als aangename verrassing heel wat positiefs over zijn platen en net als Neil Young lijkt hij een zwak te hebben voor het gilde der landbouwers (al moet je je daar in de VS wat anders bij voorstellen dan de -overigens ook niet altijd correcte- voorstelling die wij ervan hebben in Vlaanderen). Hij is alvast een activistische artiest die heel wat goede doelen steunt.
First rose of spring is alvast een plaat die, nu ik al meer dan een decennium meer en meer zogenaamde rootsmuziek weet te pruimen, me kan bekoren. W horen vooral een bezadigde countryster die mooie liedjes aan het vinyl toevertrouwt en ons lijkt te verzamelen rond een kampvuur, de ideale plek waar zijn songs werken. Hoogtepunten zijn Let the old man in, I'm the only hell my mama raised en Stealing home. Het tempo in de meeste songs ligt laag en dat maakt dat je als luisteraar soms wat pit mist, maar de kwaliteit van de songs maakt dat grotendeels goed.

Je kan dit album hieronder integraal beluisteren:

06 juli 2020

Flies Are Spies From Hell


De Britse band Flies Are Spies From Hell maakt het soort post-rock waar ik wel eens warm voor durf te lopen. Final quiet is hun derde full album en hoewel het slechts zes nummers bevat, weet het bijna veertig minuten lang te boeien.
De post-rock die we geserveerd krijgen, lijkt sterk op 65daysofstatic. Je krijgt, zoals wel vaker in het genre, lange songs die traag opgebouwd worden en naar een muzikale climax opbouwen. Waar die bij sommige mindere bands al eens durft tegen te vallen tot een anti-climax, zijn vooral Nearly saw a light, Always bereaved en All the smiles at night beloften die waargemaakt worden. Daartussen horen we verrassend korte songs (van nog geen drie minuten) Afloat apart en Lost by morning die als rustpunten gelden. Laatstgenoemd nummer zet zelfs de piano centraal.


Je kan dit album hier kopen via hun Bandcamp-pagina en alvast hieronder beluisteren:

05 juli 2020

Coriky


Een trio dat voor twee derden bestaat uit leden van Fugazi, dat schept verwachtingen. Daar kan je niet om heen. Coriky debuteert met een titelloze plaat die de verwachtingen weliswaar niet kan inlossen (dit haalt niet het niveau van Fugazi, met die rauwheid die zo kenmerkend is). Toch hoeft dat niet te betekenen dat deze plaat niet kan boeien.
Ian McKaye neemt de vocalen meestal voor zijn rekening, al deelt hij die ook vaak met Amy Farina, met wie hij al in The Evens speelde. Het levert bijwijlen zelfs heel goeie songs op: Clean kill en Hard to explain openen alvast heel goed. Het zijn songs die op een radiozender die enigszins durft vaak gedraaid zouden worden, want hier schrik je ook niet echt luisteraars mee af en geef je toch een beeld van wat postpunk kan zijn. 
Verder raden we ook Inaugaration day aan, dat door de bas voortgestuwd wordt, en Say yes. De overige nummers worden wat onderling inwisselbaar en zijn vaak meer van hetzelfde. Dat zelfde is weliswaar van goede kwaliteit maar zoals Vanden Boeynants zou zeggen: "Trop is teveel!".

Je kan deze plaat kopen via hun Bandcamp-pagina en hieronder alvast beluisteren:

04 juli 2020

Retro review: Leonard Cohen


Het was 1988. Op een vrijdagavond (elke vrijdag bezochten wij de vrienden van mijn ouders of zij ons) zaten mijn broer en ik voor de tv. Wellicht dronk ik een tomatensap, een drankje dat ik graag dronk en daar altijd voor me klaarstond. Christine, de jeugdvriendin van mijn moeder, ontfermde zich altijd een beetje over ons als een tante. Ingewikkelde motieven die ik hier niet ga uitleggen, lagen aan de grondslag voor haar genegenheid voor ons en voor de kleine verwennerijen die er ons altijd te beurt vielen. Terwijl mijn ouders, Christine en haar man zaten te kaarten, stond doorgaans de tv aan. Zo ook die avond, steevast op BRT en daar verscheen in één of ander showprogramma de mij toen compleet onbekende Leonard Cohen. Hij werd aangekondigd als een grote artiest die net een nieuwe plaat uit had en zijn single kwam presenteren. Hij stond op het podium, bijgestaan door één achtergrondzangeres (als ik het me goed herinner) en begon aan First we take Manhattan. Thuis luisterden we vooral naar Radio 2, mijn moeder was grote fan van Cliff Richard en ook licht klassiek passeerde al eens, dus dit was wel een opmerkelijke song voor mij, als 16-jarige. Dit klonk ook niet als de bands waar mijn schoolkameraden en ik naar luisterden: U2, The Cure, Duran Duran, Simple Minds,...
Ik denk dat ook vooral die lijzige stem zulk een indruk maakte. Ook zijn verschijning was anders. Ik denk dat hij toen misschien al zijn typische hoed droeg. Hoedanook, in één van de weken erna, bij mijn volgend bezoek aan de buurtbibliotheek van Ledeberg, leende ik er I'm your man uit, een LP (want toen leende je gewoon vinylplaten uit) waar ik liedjes hoorde die door diezelfde karakteristieke stem een timbre en een warmte meekregen die intrigeerde.
Het was mijn eerste echte kennismaking met zijn oeuvre. Later leerde ik dat Suzanne van Herman Van Veen eigenlijk van hem was en dat er nog songs waren die regelmatig wel eens langskwamen op de radio die hij ooit had geschreven en ingezongen. Maar I'm your man is tot op heden de plaat die Leonard Cohens artistieke aard voor me openbaarde.
Bij First we take Manhattan, dat de plaat opent, luisterde ik toen al naar de tekst en stelde me voor hoe een man uit de gevangenis kwam en zijn wrok zich richtte tegen iedereen en hij daarom de wereld wou veroveren, strategisch beginnend met Manhattan (waarvan ik wel goed wist dat het het financieel centrum van de wereld was) en daarna Berlijn (toen kon ik het belang van die stad nog niet ten volle vatten). Het is een song waar ik nog steeds van hou en waarvan ik zelfs de cover die R.E.M. ooit maakte voor het tribute-album I'm your fan ook geweldig vind. Ik kan nog steeds de hunkering en het zich onderwerpen bijna lijfelijk voelen bij de titelsong, ik dans in gedachten telkens mee op Take this waltz, een song die een soort Parijs liefdescliché verheerlijkt maar tegelijk zo echt klinkt, en toen zo volwassen klonk voor mijn puberbrein en -hart. En ik hou nog steeds van de eenvoud van I can't forget en dat ene zinnetje "I can't forget / but I don't remember what". Ook hiervan bekoort de coverversie op die tribute (dit keer door The Pixies) me haast evenveel. 
Ook de andere songs op deze plaat zijn te koesteren parels. Everybody knows klinkt muzikaal een beetje dreigend, alsof er iets staat te gebeuren, en toch weet de basstem van Cohen geruststelling te suggereren. Heel erg jaren tachtig klinkt Jazz police, met een drumcomputer zoals je die toen wel vaker hoorde. En dan is er de afsluiter: Tower of song. De traagheid ervan, de contrasterende backing vocals, de spaarzame toetsen op wat klinkt als een licht ontstemde kinderpiano of zo'n orgeltje dat je voor je kinderen kocht als eerste "instrument": alles aan dit bijna langste nummer op de plaat klopt en zuigt je in naar binnen. En nog een laatste keer verwijs ik naar de tribute-plaat, waarop niet alleen Robert Forster (The Go-Betweens) maar ook Nick Cave een eigen versie neerzet. Die laatstgenoemde slaagt er zelfs in om elke strofe in een ander arrangement te brengen waardoor de song een quilt wordt van covers, een indrukwekkend en volgens mij zelfs geniaal staaltje van zijn kunnen.

Beluister hieronder de hele plaat:

03 juli 2020

Nadine Shah


Twee EP's en drie albums gingen Kitchen sink vooraf, het nieuwste werkstuk van Nadine Shah. De Engelse artieste doet bij een eerste beluistering vreemd genoeg wat aan PJ Harvey denken. Dat is vreemd omdat haar songs niet meteen op één van de platen van Harvey zouden thuishoren, maar iets in de stijl en in de manier van zingen, bevat een grote gelijkenis ermee. Je hoort het al in opener Club cougar. Toch klinken de songs van deze artieste ook wat exotischer. Haar deels Noorse, deels Pakistaanse afkomst zal daar zeker niet vreemd aan zijn. Het lijkt alsof ze allerlei uiteenlopende invloeden uitademt in elk nummer. 
De percussie, zo valt op, is erg belangrijk in de structuur van elke song. Ik besef dat dat evident klinkt, maar toch is dit hier hoorbaarder dan bij veel andere muzikanten. Ladies for babies (Goats for love) heeft een bijna hypnotiserend drumpatroon waarrond de klanken zich kronkelen als slangen rond een tak. 
Die sfeer van de eerste nummers wordt bijna het hele album vastgehouden al zitten er hier en daar uitschieters die even een zijweg bewandelen. Zo klinkt Ukrainian wine alsof Patti Smith een hand had in het schrijven van het nummer en Walk bevat een ander soort warmte door de aanwezigheid van de blazers. 
Nadine Shah heeft een puike plaat afgeleverd die niet je weliswaar niet meteen bij je nekvel grijpt maar langzaam zou kunnen uitgroeien tot een plaat waar je af en toe naar teruggrijpt.

Beluister hieronder het volledige album:

02 juli 2020

Frank Zappa


Vier cd's worden uitgebracht van Frank Zappa en zijn Mothers Of Invention, onder de naam The mothers 1970. Wie Zappa een beetje kent, weet dat je eigenlijk nooit echt weet wat je mag verwachten want de eigenzinnige artiest deed zijn zin en kon zowel de meest avantgardistische muziek als de geinigste popsong-met-een-twist uit zijn mouw schudden. Als introductie lijkt deze verzamelaar me allerminst aangewezen (dan is Strictly commercial een betere en vooral meer toegankelijke ingang om 's mans werk te leren kennen), maar het is een interessant tijdsdocument op zijn minst.
Wat krijgen we voorgeschoteld? De eerste cd is een vrij normale compilatie van songs die de band toen opname met de Amerikaan aan het hoofd en waarop het volop de kaart van het experiment getrokken wordt (en nauwelijks gezongen ook). Daarna volgt een cd met de registratie van een optreden in het VPRO-programma Piknik op 18 juni en enkele songs gespeeld in San Rafael in september, een cd met het concert dat ze gaven in El Monte Legion Stadium in Californië, dat in 1974 zou afgebroken worden, en tot slot een verzameling "tape recordings" gemaakt tijdens de tour.
De eerste cd begint met het nog vrij toegankelijke, losjes op blues voortbordurende Red tubular light maar algauw worden we overstelpt met steeds meer experimentelere instrumentals en daartussen songs waarin gezongen wordt, nu eens weer deels toegankelijk (zoals Sharleena) en ook regelrechte folietjes als Trident chatter of Giraffe - take 4. De baanbrekende band maakt het de luisteraar niet makkelijk, de kwaliteit ligt gelukkig hoog en wie moeite doet om zich te verdiepen in de opgeroepen muzikale wereld, vat een wonderbaarlijke reis aan.
Het doet wat vreemd aan om op de tweede schijf een mengeling van Engels en Nederlands te horen in de introductie door de VPRO-presentator, die ook een kort interview houdt met Frank Zappa. Daarna volgt een optreden met songs die door de aanwezigheid van vocalen sowieso toegankelijker zijn. Bovendien hoor je hier heel goed de mix die Zappa maakte van jazz en rock, van psychedelica en blues. Ook de songs opgenomen in San Rafael weten te bekoren, al is de geluidskwaliteit hier duidelijk anders. In deze set zitten stukken met gesprekken die doen denken aan de soms schijnbaar eindeloze monologen (en heel soms dialogen) die Jim Morrisson tijdens Doors-concerten ten beste gaf. Het beste voorbeeld hiervan is Do you like my new car?

Voor mij is de derde cd de beste: een goed concert in goede geluidskwaliteit, dat voelt alsof je erbij had moeten zijn. Op de laatste cd staan vooral vingeroefeningen, zo lijkt het, al zijn vele ervan ook live opgenomen. Je merkt het aan de opmerkelijk kortere duur van de songs dat hier niet altijd uitgewerkte nummers ten gehoren worden gebracht.  Toch treffen we ook hier pareltjes aan zoals het beatleske Would you go all the way? (dat echter al snel de chaos omarmt die The Beatles meestal vakkundig buiten hun songs hielden) en het psychedelische jazzy Turn it down!.
Deze verzameling is interessant omdat ze een staalkaart biedt van waar Zappa met zijn band stond in 1970, vijftig jaar geleden. Vooral die lange tijd die tussen dan en nu ligt, verbaast enigszins, al wist ik wel al dat Zappa zijn tijd vaak voor was. Niet alles op deze vier delen is even goed maar de mindere songs zijn dusdanig in de minderheid dat je hun aanwezigheid met de mantel der liefde bedekt.
Beluister hieronder de volledige compilatie:

01 juli 2020

Arca


De Venezolaanse Arca is één van de meest vernieuwende artiesten van de laatste jaren. Hij kiest voor een hyperpopsound, een soort cyber-avantgarde, het experiment met electronica en geluiden tot het uiterste drijvend zonder de melodie te verliezen. Daarbij zoekt zij de grenzen op zoals niemand anders dat durft. Het maakt van haar een gewilde producer wat leidde tot samenwerkingen met onder meer Kanye West (op Yeezus), FKA Twigs en Kelela. KiCk i is haar vierde album en is alweer een verkenning van muzikale ruimtes die ongetwijfeld voorheen onbetreden waren.
We horen een broeierige en springerige drum 'n bassbasis in Riquiquí, dat zich ontwikkelt tot een soort parlando met bombardementen van muziek, en verdraaide breakbeats en stemmen (zijn dat de Venezolaanse Smurfen?) in Rip the slit dat ondanks die aanpak verrassend melodieus klinkt. No queda nada lijkt in vergelijking met vele songs op deze plaat een vrij normale ballad al kent ze haar gelijke eigenlijk niet. En er zijn natuurlijk ook de interessante samenwerkingen. Afterwards wordt beheerst door Björk, aan wiens album Vulnicura Arca meewerkte en dat ze sterk beïnvloed heeft. Dit lied klinkt dan ook typisch voor het vocalen-voorop adagio van de IJslandse. Ook de chemie met SOPHIE op La chíqui levert vuurwerk op: deze song is repetitief zonder drammerig te worden, vernieuwend zonder het "ouderwetse" concept van melodie los te laten en werkt door een tegenstelling van de ADHD-elementen en een heel rustige basislijn. En het mooiste voorbeeld van hoe Arca erin slaagt om experiment en vertrouwde songstructuren zo te combineren dat het gewoon prachtige muziek oplevert, is Time. Het is voor mij het absolute hoogtepunt van deze prachtplaat die wat gewenning bij de luisteraar vereist alvorens haar schoonheid ten volle te etaleren.

Beluister hieronder het volledige album:

30 juni 2020

The Vacant Lots


The Vacant Lots is een electro post-punkduo uit Vermont dat net zijn derde album uit heeft. Opvallend is alvast de hierboven getoonde hoes, die uitblinkt in eenvoud en daarmee mooi past in het rijtje van eerdere releases die een gelijkaardige sobere, haast geometrische hoes hebben. Maar waar we natuurlijk het meest in geïnteresseerd zijn, is hoe de muziek op Interzone klinkt.
Hoewel dit mijn eerste kennismaking met het tweetal is, klinken ze toch vertrouwd in de oren. Dat komt vast door de vele flarden van andere bands die de luisteraar komen tegemoet waaien. Zo herkennen we Soulwax in Into the depths (die intro had zo uit zowat elk album van de Belgen kunnen komen), Leftfield in Payoff (opnieuw in het drumpatroon), The Jesus And Mary Chain in Rescue en zowaar The Velvet Underground in afsluiter Party's over
Die herkenbaarheid is zeker de grootste troef van dit album en het duo houdt het bovendien kort genoeg om de aandacht van de luisteraar niet te verliezen. Dit is zowaar een fijn plaatje.

Je kan deze plaat hier in digitale vorm kopen op hun Bandcamp-pagina en alvast hieronder beluisteren:

29 juni 2020

Reinhard Vanbergen


Na twee singles (en ééntje met Troels Hammer) dit jaar is er nu een eerste EP van Reinhard Vanbergen, een muzikant wiens naam u wellicht nooit op de radio zal horen vernoemen of in "de boekskes" zal lezen. Toch is hij een ex-lid van Das Pop en heeft hij ook als producer al een mooi palmares opgebouwd (Hercules And Love Affair, Goose, The Hickey Underworld, School Is Cool, DIRK.,...). Vier songs bevat Sids first smile, die allemaal van een eenvoud zijn die rust schenkt in deze hectische tijden.
De titelsong mag openen en doet dat met pianotoetsen die een zondagse wandeling door het park lijken aan te kondigen. Dit klinkt conventioneel en traditioneel en daarin schuilt ook net zijn grote kracht: je voelt je meteen op vertrouwd terrein en wordt tot een tranquiliteit gebracht waardoor je alles scherper kan waarnemen. Voor altijd haalt het leeftempo nog iets meer naar beneden en blijft ver van de eentonigheid weg: dit wiegt je niet in slaap maar ontspant wel. Love will find a way bloeit pas helemaal open als ook het register van de hoge noten aangeroerd wordt en afsluiter Gus gus gus is dan wel het kortste nummer maar balt in die nog geen twee minuten genoeg moois om de dag weer door te komen.
Eenvoud siert, en dat geldt ook voor deze EP.

Je kan deze EP hier kopen via zijn Bandcamp-pagina en hieronder alvast beluisteren:

28 juni 2020

Maceo Parker


Maceo Parker leerde ik ooit kennen van zijn samenwerkingen begin jaren negentig met Deee-Lite, Living Colour, George Clinton en De La Soul. De Amerikaanse saxofonist werkte met nog veel meer artiesten samen en maakte deel uit van Parliament-Funkadelic en de begeleidingsbands van James Brown en Prince. Geloofsbrieven genoeg en dan hebben we het hier nog niet eens gehad over The JB's waar hij met Fred Wesley de noten van het dak speelde.
Als we goed tellen, is Soul food: cooking with Maceo al zijn zeventiende solo-album (of als frontman van zijn eigen band). Naast eigen werk bevat deze plaat ook enkele covers van oudere funknummers, zoals Just kissed my baby van The Meters, Yes we can van Allen Toussaint, Right place wrong time van Dr. John, Compared to what van Roberta Flack en Rock steady, bekend geworden in de versie van Aretha Franklin
Openen doet de plaat met Cross the track, een nummer dat hij in 1975 al eens uitbracht met zijn groep Maceo And The Macks. Misschien herken je, omdat het al zo vaak gesampled werd en gebruikt in films en games. Mij doet het denken aan de begintune van de sitcom The odd couple met onder meer Matthew Perry. Het nummer klinkt daardoor wellicht nogal New Yorks voor mij. Hard times laat dan weer een meer jazzy kant van Parker zien. Afsluiter Grazing in the grass is een vrij relaxte funksong. Maar de hoogtepunten liggen toch tussen de covers te rappen: Right place wrong time wordt weliswaar niet zo vinnig gezongen als het origineel, muzikaal wordt hier wel het beste uit de song gehaald. En Rock steady is zo mogelijk nog mooier dan de versie van Aretha.

Beluister hieronder het volledige album:

27 juni 2020

Ray Lamontagne


Op zijn achtste studioplaat, Monovision, zien we steeds beter de kwaliteiten die Ray Lamontagne langzaamaan een grotere bekendheid geven. Als een goed bewaard geheim (een beetje zoals jaren het geval was met Elbow) dragen kenners hem al een hele tijd op handen en het wordt zo stilaan tijd dat een groot publiek hem eveneens aan de borst drukt.
Zijn vorige plaat mocht hier al op aandacht van me rekenen en deze verdient dat nog meer. Die ouderwetse sound van de vorige plaat is nog geperfectioneerd door de Amerikaan, die nu eens klinkt als John Fogerty van Creedence Clearwater Revival (Strong enough), dan weer als Charles Bradley begot (Misty morning rain) of als het jonger broertje van Neil Young (afsluiter Highway to the sun).
Deze plaat kent geen enkel zwak moment en klinkt zelfs nog evenwichtiger en beter uitgebalanceerd dan zijn voorganger(s). Laat de mainstream media dit eindelijk ook eens oppikken zodat hij alsnog zijn verdiende roem krijgt.

Beluister hieronder het volledige album:

Marynka


Alleen al de hoesfoto laat merken dat je een bijzonder album in handen hebt als je Red moon van Marynka wil gaan beluisteren. Een "soundtrack for self-care" noemt ze het zelf, overtuigd als ze is van de helende kracht van muziek. De Russisch-Nederlandse multi-instrumentaliste zou er normaal gezien kunnen op rekenen dat ik na zulke woorden in een grote boog om haar heen wandel en me ver weg houd van welke beluistering dan ook, zelfs de meest toevallige, omdat "spirituele" muziek doorgaans mijn gezondheid allerminst bevordert. Er zijn net iets teveel mensen in mijn Facebook-tijdslijn die zich ook vol overgave storten op dergelijke onwereldse zaken zodat ik van de weeromstuit een kuil groef, mijn voeten erin plantte en vroeg aan mijn lief om de put terug dicht te gooien met kleigrond, zodat ik stevig verankerd als een boom haar rots in de branding kan zijn.
Maar, toegegeven, deze cd werd me gestuurd door haar persmanagement en hoewel ik altijd duidelijk zeg dat ik het recht blijf houden om al dan niet te posten over een album, voel ik dan toch iets meer morele druk. En ik luister op zijn minst... Een gegeven paard kijkt men toch best minstens eens vluchtig in de bek, nietwaar?
Ondanks het gebruikte vocabularium viel die beluistering nog heel goed mee. Nu hou ik wel van een stukje stemmige pianomuziek, zoals je hier vaker kan lezen als ik het heb over artiesten als Nils Frahm, Dustin O'Halloran of deze week nog Ella Van Der Woude. En al zijn "de composities van Marynka niet-lineair en evolueren ze in een multidimensionele ruimte met een eigen zwaartekracht, waardoor de ervaring van tijd en ruimte verandert", het raakt de luisteraar wel. Naar het schijnt hoor je in haar muziek echo's van Satie en Debussy, maar als leek op het vlak van klassieke muziek ben ik allang blij dat ik die namen herken. En dus zal ik maar terugvallen op mijn eigen instrumentarium als recensent: de taal en de woorden die ik beheers en waarin ik deze plaat vooral "een verzameling mooie pianocomposities die rust brengen" noem en het heb over de schijnbaar eenvoudige opbouw van een nummer als Swan cloud dat toch als een door een goede architect ontworpen gebouw haar eigen dragers camoufleert onder gracieuze elegantie.
Ik las dat Marynka haar instrument heeft gestemd op 432 Hz (de standaardfrequentie is, uiteraard, 440 Hz). Dat moet rust geven en prettiger in het gehoor liggen. Ik hoor zelf absoluut niet dat hier dus gewerkt wordt met de zogenaamde "Ohm-frequentie" (ook wel "de frequentie van het Universum" genoemd door de kenners). Wat ik wel hoor, is dat de kwaliteit van de songs van die aard is dat ik deze cd meer dan de ene obligate beluistering geef. De stiltes en de bijna onhoorbare noten in Still doen me denken aan Penderecki, bij Theater merk ik meteen een filmische kwaliteit waardoor dat het goed zou doen in de soundtrack van een film of serie en Sadness laat zich niet zomaar voor één emotie vangen, ondanks de titel.

Beluister hieronder de hele plaat, die je hier kan kopen op haar Bandcamp-pagina:

26 juni 2020

Don Bryant


Goeie soul is als een yoghurtje na het ontbijt: het lijkt iets heel gewoons en banaals maar het kan zo lekker smaken dat je je ontbijt niet meer zonder zou kunnen. En wanneer die soul ook geheel in de traditie van de allergrootsten gebracht wordt door iemand als Don Bryant, dan mogen we onze beide handjes kussen voor zoveel smakelijks.
Don Bryant was in de jaren zestig en zeventig een vaste songschrijver bij het Hi Records label in Memphis en is bovendien getrouwd met Ann Peebles, met wie hij met I can't stand the rain in 1974 een hit had. Intussen is hij toe aan zijn derde solo-album (You make me feel) en hij treft weer raak met een plaat die als een ode aan zijn bijna vijftigjarig huwelijk kan gezien worden.
Of het nu een slepende ballad is zoals A woman's touch, een stomende song als Your love is to blame of een aan bluesrock verwante meestamper en -zinger als 99 pounds, telkens weer is het raak. Je raakt bijna verslaafd aan deze plaat, die je meeneemt in een flow als je op een niet al te steile glijbaan in het subtropisch zwembad zit. 
Tussen al het jong geweld dat telkens opnieuw de muziekwereld denkt te zullen veroveren, blijven oudjes als deze Amerikaan zonder problemen rechtop en verdedigen ze met verve hun territorium. En zolang ze dat doen met zulke prachtplaten als deze You make me feel, is de uiteindelijke winnaar de muziekluisteraar.  

Beluister hieronder het volledige album:

Ella Van Der Woude


Ella Van Der Woude is een Zwitsers-Nederlandse componiste die al enkele soundtracks op haar palmares staan heeft. In een klein appartement in Amsterdam, waar ze het merendeel van haar carrière al woonde, nam ze Solo piano op, een verzameling songs waarmee ze met enkel een piano de essentie en de details van die woonst wou vatten.
Het levert pianostukken op die nu eens vrolijk klinken (Prélude au réveil d'une ville), dan weer lichtjes dreigend (Fear of sleep) of intimistisch (Sol mineur). Drops doet filmisch aan, Low verkent de diepten van piano en ruimte en Adieux is als een synthese met op de achtergrond omgevingsgeluiden waardoor de ruimte van de kamer opengebroken wordt.
Voor wie pianomuziek weet te waarderen, is deze plaat zeker de moeite waard. Het is als een klein juweeltje, niet opzichtig noch erg duur maar wel waardevol en al snel beladen met emotionele waarde.

Je kan deze plaat hier bestellen via de website van Snowstar Records of hier via hun Bandcamp-pagina en alvast hieronder beluisteren:

25 juni 2020

Sault


Ietwat toevallig las ik over de Britse groep Sault, die net een nieuwe plaat uit heeft. Untitled (Black is) heet net op het juiste moment te komen omdat ze thema's zou behandelen die erg actueel geworden zijn in deze Black Lives Matter-tijden en standbeelddiscussies. Mijn nieuwsgierigheid werd in ieder geval voldoende geprikkeld om het album (meermaals) te beluisteren.
Voorwaar, deze plaat valt muzikaal wat buiten mijn comfortzone, vallend binnen een genre dat ik al snel iets gelikt klinken vind. Hoewel, af en toe weet een artiest de meligheid voldoende te omzeilen om me toch te overtuigen. Daarin lijkt Sault hier op Solange, de zus van Beyoncé, waarvan ik hier eerder al het album A seat at the table besprak. Maar wat nog het meest opvalt, is dat de twintig songs op de plaat een gevoel van urgentie uitstralen (deels omdat sommige nog niet geheel uitgewerkt lijken en slechts heel kort duren) dat door de band op hun website wordt bevestigd in de mededeling rond de release. 
Wanneer een song tot volledige wasdom is gekomen, blijkt het steeds een zowel tekstueel als muzikaal relevant werkstuk, zoals Miracles dat vroege soulpop in het achtergrondkoortje oproept of het door Afrikaanse ritmes aangedreven Bow met een mooie gastrol voor Michael Kiwanuka. Alleen al uit de titels van Sorry ain't enough (met echo's van Destiny's Child), Stop dem (dat muzikaal gezien van Jay-Z had kunnen zijn) en Why we cry why we die (soulvol en net dat tikkeltje sneller dan je gewoon bent en zou verwachten) blijkt heel goed welke motivatie ten grondslag lag voor het maken van deze plaat.
Hard life is een mengeling van Snap! en Bob Marley, Black kronkelt zich een weg naar je oor als een worm (pun intended) met als lyrics enkel "I'm black" en Eternal life klinkt als een vroege ballad van Michael Jackson
De Britten weten met deze plaat niet enkel de tijdsgeest perfect te vatten, ze bedienen zich ook nog eens van een muzikaal palet zo gevarieerd en zo geworteld in de Amerikaanse zwarte muziek dat we hier bijna van een meesterwerk durven te spreken.  

Je kan deze plaat hier kopen via hun Bandcamp-pagina en alvast hieronder beluisteren:

24 juni 2020

Wim De Craene


Ik was een jongen van amper zeven jaar toen Live 78 van Wim De Craene opgenomen werd. Mijn ouders waren toen (al, in het geval van mijn vader die nog steeds die zender verkiest) trouwe luisteraars van Radio 2. Ik herinner me de zaterdagvoormiddagen met Luc Saffloer en later Luc Verschueren, Jos Ghysen, De Pré Historie, De peperbus met Romain Deconinck, de BRT Top 30, op zondagavond Vragen staat vrij met Lutgart Simoens,... In al die programma's kwam ook Wim De Craene wel eens langs, als één van de iconen van de Vlaamse kleinkunst, een genre dat een grillige loopbaan in mijn leven maakte: neutraal tijdens mijn kindertijd, hip in de jeugdbeweging vol wereldverbeteraars, verguisd in mijn studententijd en vele jaren later gerehabiliteerd als laatste uitbreiding aan mijn liefde voor rootsmuziek. Uit mijn kindertijd nam ik alvast Tim en Rozane mee.
BLP Records brengt als voorlopig sluitstuk van hun Wim De Craene-reeks die ze vorig jaar startten, deze live-registratie uit. Wim speelt voor het radioprogramma Dorp bij de stad samen met zijn Duitse begeleidingsband Headband acht songs, de meeste uit Wim De Craene... is ook nooit weg.
Zoals dat toen wel vaker ging met radio-orkesten en bij optredens in een studio voor de radio (vaak in het Flagey-gebouw maar dit keer opgenomen in Sterrebeek) hoor je een jazzy, typisch jaren zeventig geluid. De originelen ken ik niet goed genoeg om hier echt goed over te kunnen oordelen, maar het lijkt de songs een extra diepgang te geven nadat de Gentse zanger in zijn teksten al "kleinkunstelend" verschillende lagen had aangebracht. En bij een song als Tim (die ik dan weer wel goed ken), hoor je een muzikale complexiteit die het nummer minstens in mijn geheugen nooit eerder had. "Hier laat ik je los, Tim" klinkt hier veel meer als de moeilijke opdracht die meegegeven wordt dan in de hitversie. En het "paradijs voor de mens", het "hoogste doel dat de mens heeft bereikt" klinken niet zomaar eenvoudig als het platteland maar door de ingewikkelde arrangementen ga je werkelijk geloven dat het onvolmaakte leven zoals we dat kenden, misschien toch meer inhield dan altijd gedacht. Geëindigd wordt dan ook passend met tierlantijntjes die ongetwijfeld de trots van de begeleidingsband waren.
Dat gejongleer met noten komt zeker ook terug in het door de zanger vooraf geïntroduceerde Psylocybe Mexicana. Net niet bekruipt ons het gevoel van de sketches van Jazz club in The fast show, al is dit natuurlijk een pak serieuzer. En dan "Weet je nog die nacht, Rozane, dat we samen op de stoep..." en wordt de nostalgie vermengd met het gevoel dat dit een onverwoestbaar mooi nummer is dat altijd een klassieker zal blijven.
Afgesloten wordt er met een toegift dat hij enkel begeleid door zijn eigen gitaar brengt, De rode heuvel, dat daarmee vertrouwd klinkt omdat dit keer niet gekozen wordt voor een ander arrangement.
Deze plaat begint met een doodernstige aankondiging die niet meer van deze tijd is, je als luisteraar dus meteen decennia terug katapuleert en daardoor in de juiste stemming brengt om al dit schoons, dat muzikaal voorzien wordt een jazzjas, te savoureren. Als echte fijnproevers zet je dit je meest geachte gasten voor, als muziek voor het eten maar nog eens herhaald in de late uurtjes, als de gesprekken als vanouds over het verbeteren van de wereld, de nostalgische oude tijd en de huisbereide filosofie gaan.

Je kan het album hier kopen en alvast hieronder voorbeluisteren:

23 juni 2020

Absynthe Minded


Terwijl My heroics, part one en Envoi nog regelmatig gespeeld worden maar vorige plaat Jungle eyes volledig aan mij voorbijging zonder van zelfs maar het bestaan op de hoogte te zijn, zou een mens al eens vergeten dat de Gentse band rond Bert Ostyn nog steeds nieuwe muziek maakt. Gelukkig is Riddle of the sphinx zo goed dat alle radiostations zich moreel verplicht zouden moeten dagelijks minstens enkele songs van Absynthe Minded in hun rotatielijst op te nemen.
Ze kunnen kiezen uit een radiovriendelijke titelsong of het al even hitgevoelige Hell hole, vele door details opgefleurde songs (Masterpiece dat een vleugje Robbie Robertson in zich draagt, Pass it on), een knipoog naar Alabama Shakes' Hold on (dat ritme in Easy) en het met wat speelse electronica opgeleukte Found a meaning. Die zin voor details (het fluiten in Cherry picking bijvoorbeeld) en de grote verscheidenheid op deze plaat zijn de grootste troeven ervan. En zo heeft Absynthe Minded een mooi nieuw hoofdstuk geschreven aan zijn eigen geschiedenis.

Beluister hieronder de volledige plaat:

22 juni 2020

Neil Young


In 1975 al maakte Neil Young de plaat Homegrown die nu pas het licht ziet. Toen koos hij ervoor om Tonight's the night, een donkerder plaat, uit te brengen en liet hij deze in de kluis liggen. Nu, 45 jaar later, maken we alsnog kennis met de songs, al waren er enkele van die alsnog ergens op platen verschenen waren. Maar nu zijn er dus niet enkel de nooit eerder uitgebrachte songs maar vooral ook het geheel dat toen bedoeld was om de mogelijke opvolger van Harvest te worden. 
Het voelt dan ook een beetje als een retro review maar laten we toch maar van wal steken. En eerst en vooral opmerken dat deze plaat mooi aansluit bij de americana van Harvest. Luister maar naar songs als Love is a rose (een vintage rustige Neil Young-song), We don't smoke it no more (gelardeerd met een bluespiano) en Little wing waarop de mondharmonica en het gitaartokkel de boventoon mogen voeren. Florida is erg ontypisch, met gepraat boven wat vooral als gepiep klinkt, en kan daarom niet echt mijn enthousiasme wegdragen maar daartegenover staat dan de titelsong, één van de mooiste nummers op deze plaat, waarin je ook al een beetje de zijn gitaar teisterende Young van later hoort en met een refrein dat instant meezingbaar is. 
Er zijn nog betere platen dan deze voor wie wie wil kennismaken met de Canadees maar misschien zullen jonge zieltjes via deze weg alsnog op het juiste spoor gezet worden.

Beluister hieronder de volledige plaat:

21 juni 2020

Phoebe Bridgers


Ik had voor het schrijven van dit blogstuk natuurlijk kunnen opzoeken hoe Phoebe Bridgers eruit ziet, maar alleen al op basis van de songs op nieuwe plaat Punisher lijkt ze me een lief, mooi meisje, waar je meteen alles voor zou laten vallen om haar te helpen. Ik bedoel hier niet braaf als in bijna-seutig zoals Laura Veirs vroeger toch een beetje op me overkwam, maar eerder zoals Feist: je weet tegelijk dat je met deze jonge vrouw niet zomaar je zin zal kunnen doordrijven, dat ze van aanpakken weet en achter dat lieftallige uiterlijk iemand schuilgaat die van zich af weet te bijten.
Het is zo'n beetje de sfeer van de plaat. Mooie songs volgen elkaar op, zonder uit te schreeuwen "zie ons eens een fantastisch album zijn", terwijl ze dat intussen allemaal bij elkaar opgeteld natuurlijk wel vormen. Van het lieflijke Savior complex en Garden song tot het meer uptempo Kyoto (mooi opgeluisterd met blazers) en het verrassende afwisselende Chinese satellite, doorheen alles is de prachtstem van de Californische de rode draad die je meeneemt door het -ik heb het mogelijks al gezegd- erg mooie album.

Je kan deze plaat hier kopen op haar Bandcamp-pagina en hieronder alvast beluisteren:

20 juni 2020

Bob Dylan


Een Nobelprijs winnen, het doet vast wat met een mens. Ongrijpbaar als hij is, was het echter moeilijk in te schatten wat het deed met Bob Dylan toen hij in 2016 de prijs voor Literatuur won. Een blik op zijn discografie sinds toen leert ons dat hij twee coveralbums maakte (Fallen angels en Triplicate, die laatste zelfs een driedubbele) en opvallend was dat hij de crooner in zichzelf naar boven haalde, wat hij trouwens in 2015 ook al deed op Shadows in the night. Verder werden nog wat live-albums en drie The bootleg series-delen onze richting uit gegooid.
Het doet me plezier dat hij op Rough and rowdy ways nog eens kiest voor eigen, origineel werk. Dat was geleden van het overigens fantastische Tempest. Als ik heel eerlijk ben, vind ik de kwaliteit van dit album net iets minder dan Tempest, het is alleszins ook minder bijtend, maar dan nog ligt de lat heel hoog én deze plaat zou zeker nog kunnen groeien voor mij.
Het begint alvast heel goed met I contain multitudes, een persoonlijk verhaal dat een aandachtige beluistering zeker waard is. Met False prophet duikt hij met hoorbaar plezier de blues in om er bijna een klassieker van te maken. Ritme en gitaar klinken elke bluesliefhebber zeer vertrouwd in de oren en daaroverheen zingt hij alweer een tekst die enkel uit zijn pen kon komen. My own version of you haalt moeiteloos de standaard die hij zelf gezet heeft en dan volgt het mooie liefdesliedje I've made up my mind to give myself to you, dat bewijst dat ook een 79-jarige de liefde omarmt in zijn leven en blijft omarmen. 
Goodbye Jimmy Reed en Crossing the Rubicon putten opnieuw uit het bluesidioom. Geen enkele song op deze plaat moet onderdoen voor de rest en het bijna tien minuten durende Key West (Philosopher pirate) is een prachtige afsluiter die kenmerkend is voor zijn beste werk waarin hij vaak de tijd neemt om het verhaal te vertellen, tekstueel én muzikaal.
Dat doet hij zeker ook in de toegevoegde eerder verschenen single Murder most foul, een song die met zijn meer dan een kwartier op een apart schijfje te vinden is. De moord op president Kennedy is hier een aanleiding om het te hebben over een tijdsgewricht dat aan de hand van allerlei culturele referenties tot leven wordt gewekt. Tekstueel is dit alweer een pareltje en ongetwijfeld één van de beste nummers uit zijn uitgebreid en bejubeld oeuvre.
Sommigen vinden nog steeds dat die Nobelprijs onterecht was voor een popmuzikant, maar als er één ding is dat Dylan bewijst op deze plaat (behalve dat hij nog steeds in uitstekende vorm verkeert) dan is het wel dat zijn teksten een niveau halen waar menig songschrijver alleen maar van kan dromen, en dat keer op keer op keer.


Beluister hieronder het volledige album:

19 juni 2020

Blanche


Normaal gezien loop ik met een grote boog om de muziek (nu ja) heen die het Eurosongfestival haalt, enkele uitzonderingen niet te na gesproken. Eén van die uitzonderingen was zowaar de Belgische inzending in 2017: City lights van Blanche. Dat nummer had vleugjes triphop en Lost Frequencies en paste wonderwel in de tijdsgeest van de pop toen en bewandelde zowaar voor één keer niet de platgetreden paden. Vierde werd België met deze inzending en hoewel dat mij verder niet echt iets kan schelen, is het ergens wel jammer. De winnaar toen was de met hartproblemen kampende Portugees Salvador Sobral wiens liedje niemand uit mijn vrienden- of kennissenkring nog kan zingen voor mij, durf ik te wedden. Toegegeven, dat lukt hen misschien ook niet met City lights.
Hoedanook, de Brusselse heeft nu haar debuutalbum af en daar zal je die hit overigens niet op vinden. Wat je er wel aantreft, zijn songs die uit soortgelijke vaatjes tappen, wat in deze niet eens zo slecht is. De trage ritmes vormen de ideale basis voor haar zang en het ademt allemaal een grootsteedse sfeer uit. Zowel Fences als de titelsong benaderen heel sterk de kwaliteiten van City lights en Till we collide moet niet onderdoen voor het meeste van Florence And The Machine.
Een hoogtepunt in de Belgische muziek is deze plaat weliswaar niet, erg genietbaar, slim opgebouwd en met een duidelijk eigen geluid is ze dan weer wel en dat is al heel wat.


Beluister hieronder het volledige album:

18 juni 2020

Skemer


Het is niet enkel Colin H. van Eeckhout die naast Amenra nog andere muziekprojecten lopen heeft, ook gitarist Mathieu Vanderkerckhove heeft samen met zijn vriendin, topmodel en styliste Kim Peers, een "nevenproject" (naast Syndrome overigens), Skemer.
De new wave die hun samenwerking oplevert is doordrongen van zware synthesizerklanken, zoals in Rhoeas dat beelden oproept van The Sisters Of Mercy. Best verrast door een hevig door dance beïnvloede aanpak waarin de veraf klinkende stem van Kim zich spreidt op een repetitieve beat. Wait for me is de meest geslaagde symbiose van die twee werelden. Verder houden we ook wel van Call me, dat zo uitgeteld lijkt te wachten op het telefoontje als Kim op de hoesfoto, die de fantasie overigens heel erg prikkelt wanneer je je afvraagt wat de betekenis en het verhaal daarachter zijn.
Grotendeels is dit geslaagde new wave die de luisteraar veertig jaar terug de tijd in werpt maar aan nostalgie is nog niemand gestorven. 

Beluister hieronder het volledige album, dat je hier digitaal kan kopen via de Bandcamp-pagina van het duo:

Run The Jewels


Wellicht waren in mijn enthousiasme mijn verwachtingen zo hoog gespannen dat het zelfs voor Run The Jewels, ontegensprekelijk één van de sterktste hiphopgroepen van de voorbije jaren, moeilijk werd om daar aan te voldoen. De vervroegde release van hun vierde album, alweer toepasselijk genoemd (RTJ4), naar aanleiding van de protesten tegen het politiegeweld in de VS tegen zwarten, had in mij een beeld opgeroepen dat dit de ultieme protestplaat zou worden tegen alles wat in dat land, hun thuisland, misloopt: (politie)geweld tegen zwarten, Trump, een steeds verder groeiende kloof in de samenleving,... Dit zou -zo beeldde ik me in- de ultieme tijdsgeestvattende plaat worden die 2020 zou bepalen door de vinger op de stinkende, etterende, open wonde te leggen en erin te peuteren om alle vuil naar boven te krijgen.
Dat is het niet helemaal geworden en waarschijnlijk had ik mijn eigen wensen geprojecteerd op deze talentvolle hiphoppers. Toch is het zeker en vast één van de sterkste platen die ik dit jaar al hoorde en militantere hiphop zal je zo gauw niet horen. Je zou Run The Jewels, ook basis van eerdere platen, de Public Enemy van de 21e eeuw kunnen noemen. Het inspelen op de actualiteit gebeurt overigens ook, zelfs zeer expliciet in Walking in the snow, waarin de intussen overbekende "I can't breathe" letterlijk in de mond genomen wordt om het politiegeweld maar ook de onverschilligheid van vele (blanke) Amerikanen daaromtrent op de hak wordt genomen. Het is niet de enige keer dat ze zich uitspreken over de VS: in Ju$t doen ze dat samen met Pharrell Williams en Zack De la Rocha (van Rage Against The Machine ; al eerder op Run The Jewels 2 te horen in het geweldige Close your eyes (and count to fuck) en werkelijk alle thema's passeren de revue. 
Soms hoeven de songs niet eens over maatschappelijke onderwerpen te gaan om te boeien. De al eerder uitgebrachte single Ooh la la (met Greg Nice van het duo Nice and Smooth en DJ Premier van Gang Starr) is onweerstaanbaar. Wat samenwerkingen betreft, mogen we zeker ook niet voorbijgaan aan het tegenover het kapitalisme erg kritische Pulling the pin, met Mavis Staples en Josh Homme (Queens Of The Stone Age).
De raps van Killer Mike mogen dan al vaak bijzonder kwaad klinken, de muziek die El-P erbij aanlevert, versterkt de eerder al vermelde militante sfeer die over hun platen, en zeker over deze, hangt. Luister maar eens naar de spanning die opgebouwd wordt in Never look back of de bijna old school breakbeats in Out of sight
Laat u dus niet misleiden door mijn inleiding en mijn aanvankelijke teleurstelling want dit is ongetwijfeld nog steeds één van de belangrijkste platen die je dit jaar zal horen. En informeer je zeker ook verder over de aangebrachte thema's. We mogen immers niet blind zijn voor de invloed op onze eigen samenleving en de parallellen die te trekken zijn.

Beluister hieronder het volledige album:

17 juni 2020

Indigo Girls


Het zijn fijne herinneringen die opgeroepen worden door Closer to fine van Indigo Girls, een nummer uit 1987 al. Nochtans is dat in mijn geheugen niet bepaald een gelukkige periode in mijn leven, maar iets in de eenvoud van de song en een nostalgisch gevoel naar de radio op zondagnamiddag, met live-verslagen van de voetbalwedstrijden af en toe onderbroken door gewoon mooie liedjes, verklaart dat ongetwijfeld. En kijk, het duo heeft een nieuwe plaat uit. Look long is al hun vijftiende album, en behalve die ene single ken ik van hun muziek eigenlijk niet echt iets.
Dat is betreurenswaardig, niet in het minst voor mezelf, want afgaande op deze meest recente toevoeging aan hun repertoire hebben de schoolvriendinnen uit Atlanta heel wat te bieden op muzikaal vlak.
De titelsong bijvoorbeeld is een toonbeeld van beheerste folk met een boodschap. Niet zelden is de boodschap van de openlijk lesbische vrouwen (die overigens geen partners zijn) dat de rechten van de holebi's voortdurend onder vuur liggen en dat zoiets niet zou mogen. Dat blijkt ook hier in de song Country radio over een escapisme en country voor holebi's, geen evidente combinatie. Maar ook thema's als de wapen- en geweldcultuur in de VS (Muster), de strijd tegen de doodstraf, het recht op onderwijs, polarisatie (Change my heart),... passeren de revue. Daarbij wordt gelukkig de preek niet boven de muziek geplaatst, wat een heel boeiende en mooie plaat oplevert. Bovendien vormen persoonlijke herinneringen vaak de aanleiding om op die manier de thema's te benaderen. Daardoor is het ook een erg persoonlijke plaat voor de twee vrouwen.

Beluister hieronder het volledige album:

Klik op oranje tekst om de links te volgen en blauwe links voor de mp3's.