Oroppa - Safae el Khannoussi
Deze roman van Safae el Khannoussi vertelt veel meer dan een verhaal (de plot omtrent de
kunstenares Salomé Abergel die niet verlost raakt van haar verleden).
Ook talloze nevenverhalen en nevenpersonages passeren de revue evenals
een schets van een wereld in de onderbuik van Europa. Dat is een wereld
waar de meesten van ons niet eens een besef van hebben, maar die
tegelijk de realiteit is voor een deel van de migranten (vooral uit de
Europese ex-kolonies, in dit boek specifiek Noord-Afrika).
Safae el
Khanoussi hanteert vaak heel lange zinnen vol beschrijvingen dus het
lezen vraagt wel concentratie en zelfs dan zijn sommige zinnen wel érg
lang. Als lezer dien je je te laten verleiden door de schoonheid van de
taal. Toch is dit allerminst schoonheid om de schoonheid zelve, maar
blijft ze toch functioneel in het vertellen van een plot én een
andersoortig verhaal. Ze laat ons binnengezogen worden in die soms
absurde, ruwe maar ook interessante andere wereld.
Gissingen, gebeurtenissen - Hans Tentije
Deze bundel van de in 2023 overleden Hans Tentije bevat eerst enkele losse gedichten en dan gedichten die onder een titel gebundeld worden. Waar de losse gedichten vaak vrij ontoegankelijk bleken, waren de gebundelde begrijpelijker gemaakt door de rode draad die er als een stippellijn doorheen liep. Dat verhoogde het leesplezier, waardoor ik die gedichten beter kon smaken. En zo werd deze bundel al bij al toch nog een kleine meevaller.
Grot - Jonas Bruyneel
In Grot laat Jonas Bruyneel twee verhaallijnen naast elkaar lopen, die
elk gebeuren op een ander tijdstip in het leven van hoofdpersonage
Luka. Ik probeer zonder al te veel te spoilen toch een idee te geven van
die narratieven. We lezen hoe hoofdpersonage Luka, een duiker die helpt
bij archeologische onderzoeken, op Malta een belangrijke klus uitvoert
samen met zijn kompaan-duikster Romi. In een pas ontdekte (door een
grote storm blootgelegde) grot doen zij beiden de eerste verkenningen,
die hen steeds dieper de grot in brengen waar opmerkelijke en eeuwenoude
resten van dierlijke en mogelijks menselijke activiteit zich voor het
eerst door mensen laten aanschouwen. De auteur maakt van dit verhaal
gebruik om zijn ideeën rond de destructieve aard van de mens ten aanzien
van de natuur vorm te geven en daarbij ruimer dan enkel de
klimaatverandering te tackelen.
De tweede verhaallijn neemt ons mee
terug in de tijd naar de studentenjaren (min of meer) van Luka en zijn
vrienden, waarin muziek en drank centraal staan en de vriendschappen
binnen een groep leeftijdsgenoten uit eenzelfde dorp. Een heel
ingrijpende gebeurtenis gaat als een schokgolf door de levens van deze
jongeren, die we leren kennen in hun kracht maar ook hun kwetsbaarheden,
hun talenten en kwaliteiten maar ook hun gebreken en hun fouten. Het
contrast tussen studentenstad Gent waar een deel van hun leven stilaan
plaatsvindt en het niet nader genoemd Westvlaams dorp waarvan Luka afkomstig is, herbergt ook
breuklijnen in hun levens én de mogelijkheid om andere kanten van
zichzelf en hun persoonlijkheid gestalte te geven.
Wanneer je zoals
ik in dit geval de auteur (een beetje) persoonlijk kent, loert als lezer
altijd het gevaar dat je in het boek autobiografische elementen denkt te lezen
die er wel of niet zijn, maar je weet nooit waar de autobiografie (of
die elementen) eindigt en de fictie begint. Of is het omgekeerd? Dat was
hier nog meer zo omdat Jonas Bruyneel in zijn vorige roman, Vijd, net
zo expliciet de historische realiteit zo sterk mogelijk benaderde maar
hij het toch als een fictieboek aan de lezers aanbood omdat hij tussen
alle gekende feiten natuurlijk veel fantaseerde (gesprekken en andere
aspecten van het leven waarvan geen sporen bewaard zijn). En dat roept
natuurlijk de vraag op hoe hij dit keer is omgegaan met de balans
fictie/non-fictie.
Maar los van die vraag, kan ik hier alleen maar
erkennen dat het boek leest als een trein en mij meesleurde in het
verhaal (al ken ik van de context van het duikersverhaal helemaal niets
en was het duiken op zich nu niet meteen iets dat me boeide).
De
blik waarmee Jonas Bruyneel naar de verhouding tussen mens en natuur
kijkt, is pessimistisch en niet bepaald flatterend voor onze soort. Maar
door zo duidelijk te zijn, dwingt hij ons wel tot het innemen van een
positie. Eerlijk, zelf ben ik er niet uit of ik zijn duister mensbeeld
(de mens vernietigt alles wat hij aanraakt) deel dan wel of ik milder
ben. Ik dacht het laatste te zijn maar hij argumenteert zo goed...



























