21 maart 2026

The Sophs


Het zestal The Sophs uit Los Angeles debuteert met Goldstar, een plaat die ze op 25 april live komen voorstellen in de AB in Brussel. Gezien frontman Ethan Ramon zelf openlijk zegt dat hij wil stelen, lenen en plagiaat plegen, mag je daar een ambitieuze band verwachten die erg herkenbaar klinkt. Wanneer je bovendien weet dat de muzikanten aan wie ze zich spiegelen variëren van Muse, My Chemical Romance, Panic! At The Disco tot The White Stripes en Ben Folds zonder piano, dan worden de verwachtingen hooggespannen.
Helaas is het adagium "less is more" hen blijkbaar niet echt bekend, want de songs springen alle kanten uit en het is allemaal wat véél. En soms wordt het zelfs wat flauw, zoals in The told me jump, I say how high (té vette knipoog naar Rage Against The Machine) dat met een vorm van spoken word geplakt op gitaren probeert te charmeren tot het ineens abrupt afgebroken wordt.
De ideeën op deze plaat zijn niet mis maar het geheel mist een overkoepelen idee, of het moesten de soms puberale lyrics zijn. 
Er zijn slechtere manieren voor jongeren denkbaar om zich te amuseren, dat is zeker.  Als deze band de rem vindt en een richtingsbord, staan ons nog mooie dingen te wachten maar totnogtoe beschouwen we hen met Goldstar tot een sympathieke bende waar muziek in zit (pun intended), die eens iemand ze stroomlijnt, écht zal weten te bekoren.

Je kan hun volledige debuut hieronder beluisteren en kopen via hun website of hun Bandcamp-pagina:

20 maart 2026

Kim Gordon


De muziek waarop Kim Gordon ons op haar recentere plaatsen vergast, klinkt duisterder maar ook meer gericht dan die van Sonic Youth, waarvan ze één van de boegbeelden vormde. Waar die band volop experimenteerde met soms vreemde bokkensprongen tot gevolg, lijkt er een consistente lijn te lopen door haar vorige albums en het nieuwe Play me.
Die doorlopende sound die past bij donkere hiphop en grime vormt de achtergrond voor zang die aanleunt bij parlando. Kim Gordon weet daarmee voortdurend een spanning op te roepen die onder de huid kruipt. Zo claustrofobisch als Busy bee is het gelukkig niet de hele tijd, al boren de diepe bassen in Subcon ook visioenen van ondergrondse tunnels aan.
Kim Gordon zagen wij al sinds de jaren negentig als één van de meest intense rock chicks, een vrouw om te bewonderen en tegelijk te vrezen, en ook op eigen vleugels bewijst ze die reputatie niet zonder reden verworven te hebben.

Je kan de volledige plaat hieronder beluisteren en hier kopen via haar Bandcamp-pagina:

19 maart 2026

Gorillaz


Sinds Damon Albarn en Jamie Hewlett in 1998 de virtuele band Gorillaz in het leven riepen, hebben ze met wisselend succes intrigerende muziek op de wereld losgelaten. Vooral de eerste platen bevatten singles die tot het beste van de vroege 21e eeuw behoren. Daarna vergleden ze een beetje en werd de interesse in hun recenter werk wat minder, maar middels een uitgekiende strategie proberen ze voor The mountain eenzelfde enthousiasme als weleer op te werken. In de pr-campagne ligt, zoals helaas nodig in deze AI-tijden, de nadruk op het feit dat ze echte muziek maken met echte mensen en echte instrumenten en dat de bijhorende animatiefilm evenmin met AI gemaakt werd.
Het maakte echter dat ik met enige scepsis hun nieuwe plaat ging beluisteren. Gelukkig wisten ze mijn argwaan om te toveren in milde bewondering.
Op The mountain passeren net als op vorige albums heel wat bekende namen: Bobby Womack, Sparks, acteur Dennis Hopper, Tony Allen, Idles, Johnny Marr, Omar Souleyman, Mark E. Smith,... Onder hen bemerk je zelfs wat namen van mensen die intussen het tijdelijke voor het eeuwige verruild hebben. Die pleiade aan gastmuzikanten zou een gefragmenteerde plaat hebben kunnen opleveren, die eerder klinkt als een verzameling singles dan een congruente, aaneenhangende plaat. Nog meer dan Albarn en Hewett zelf weten de muzikanten met Indische roots, zoals Anoushka Shankar (jawel, dochter van), een rode draad doorheen de 15 songs te weven.
De Blur-frontman en de animator verloren beiden hun vader en dat bepaalde heel erg de sfeer van deze plaat (en de bijhorende 8 minuten durende animatiefilm die hierbij hoort en die zeker de moeite van het bekijken waard is). Ze gingen immers beiden het Indische subcontinent ontdekken om daar te rouwen én zichzelf te vinden (als waren ze deelnemers aan een TV-programma). Die in Indische muziektradities gedrenkte songs geven een draai aan hun repertoire die goed uitpakt. De titelsong is daarvan een uitstekend voorbeeld: de kalmte die opgeroepen wordt door de sitar en andere exotische instrumenten neemt je bij de hand en opent als een deur van Sesam's grot een nieuwe wereld waarin wat erna volgt, zich thuisvoelt en jou als luisteraar omhelst. 
Hoogtepunten zijn er voldoende. The happy dictator heeft het jolige Britse dat de meest poppy songs van Blur indertijd kenmerkte. Orange county wordt opgevrolijkt én gedragen door gefluit. Wat meer tijd om open te bloeien heeft The manifesto nodig, dat, op het juiste moment beluisterd, een heel dansbaar nummer blijkt. Delirium hoort thuis in het rijtje singles zoals Dare en Feel good inc, dankzij de zeer gewaardeerde postume (?) bijdrage van Mark E. Smith (The Fall). 
Boven alle andere goeie songs steekt voor mij Damascus er nog met kop en schouders bovenuit. De ook al overleden Omar Souleyman weet met zijn typische dabka (Syrische feestmuziek) de song een swing te verlenen die onweerstaanbaar blijkt: je zou me eens moeten zien dansen in de living!
The Mountain is een gebalanceerd geheel geworden dat zoals eerder aangegeven bijeengehouden wordt door de muzikanten met Indische roots en zo de openbaringen die het tweetal in Indië kregen aan ons doorgeeft. 

Je kan het album hieronder volledig beluisteren en hier kopen via hun Bandcamp-pagina:   

13 maart 2026

Bonnie 'Prince' Billy


Will Oldham leerde ik kennen ten tijde van Palace Brothers (waarop hij qua artiestennaam nog ging variëren met Palace Music, Palace Songs en gewoonweg Palace). Daarna maakte hij ook onder eigen naam de plaat Joya maar zijn carrière nam pas echt een (relatieve) vlucht vanaf I see a darkness, waarop hij zichzelf voor het eerst Bonnie 'Prince' Billy noemde. Zijn albums onder die naam zijn bijna niet bij te houden, het betreffen soms ook herwerkingen van oudere nummers. En nu is er dus alweer een nieuwe plaat: We are together again.
Door zijn soms bijzondere manier van zingen en zijn bijwijlen lijzige, slepende stem zijn de platen die hij al uitbracht niet altijd even toegankelijk en daarom noemde ik de vlucht die hij nam ook relatief, want een echte hit zit er niet meteen in. Wel verleende Johnny Cash hem op de derde American recordings de eer om de titelsong uit I see a darkness te coveren. We are together again valt meteen op als misschien wel de meest toegankelijke plaat die ik van de man al hoorde (al heb ik meerdere albums door omstandigheden wat gemist destijds).
Bonnie 'Prince' Billy wordt door meerdere muzikanten geholpen in het verwezenlijken van die toegankelijkheid en van hen allen mogen de drie zangeressen van Duchess het meeste krediet opstrijken. Zowel in opener Why is the lion? als Strange trouble bedden hun stemmen de zang van Will Oldham in als een berg donsveren. De gastbijdragers komen allen uit de omgeving in Ohio rond Louisville en die samenwerking met lokale artiesten die eenzelfde culturele en muzikale oorsprong kennen, noemt hij zelf zijn "Louisville-first" aanpak. Wat je al luisteraar als resultaat daarvan hoort, is een hechte groep muzikanten wiens neus in dezelfde richting staat. Het levert een album op met tien sterke songs die een stevig geheel vormen en die de nieuwe luisteraars die Bonnie 'Prince' Billy nu pas ontdekken, zeker kunnen overtuigen. Alleen al mijn favoriet (Everybody's got a) Friend like Joe is zo'n song die je meteen inpakt.

Je kan het volledige album hieronder beluisteren en hier kopen via zijn Bandcamp-pagina:

25 februari 2026

Gelezen (163)


Zwarte zomer - Tea Tupajic

Tea Tupajic overleefde de gruwel van Srebrenica, waar Serviërs in de jaren negentig de Nederlands soldaten van de VN-vredesmacht belegerden en alle Bosnische jongens en mannen vermoordden. Twintig jaar later sprak ze met meer dan honderd van de Dutchbat-veteranen en verwerkte hun verhalen niet alleen tot een toneelstuk maar ook tot dit boek, dat via doorgaans korte fragmenten uit het leven toen en nu van de Dutchbatters (samengeweven tot zes prototypische personages) de dagelijkse realiteit daar tastbaar maakt. Ze slaagt er in om "de banaliteit van het kwaad" dichtbij te brengen, de terloopsheid van de gruwelijke ontwikkelingen. Het boek confronteert omdat het de laffe houding van het Westen zo zichtbaar maakt in de kleinste details. 


Open ogen - Remco Campert

In de dichtbundel Open ogen uit 2018 kiest Remco Campert voor grote toegankelijkheid van zijn gedichten, met weinig moeilijke woorden, met vaak korte gedichten en met een vlotte leesbaarheid. Dat zorgt ervoor dat de gedichten over het geweld in de wereld (de aanslagen in Brussel, de Syrische burgeroorlog, de haat tegen vluchtelingen,...) des te harder binnenkomen. Ze zijn niet omfloerst, verhullen de gruwel niet (en tonen die ook niet exhibitionistisch en sensatiezoekend) en treffen ze zo raak dat zelfs de slechte verstaander begrijpt wat Campert wil zeggen. Aangrijpend is bijvoorbeeld het gedicht over dat jongentje (van die iconische foto) die dood op het strand ligt, een kleuter verongelukt bij de oversteek over de Middellandse Zee.
Tussen deze ogen openende gedichten onderzoekt Remco Campert ook in meerdere gedichten het wezen van de poëzie zelf, als een dichter die zijn eigen métier in de handen neemt, langs alle kanten bekijkt en zo de essentie ervan tracht terug te vinden.
Deze bundel is een erg mooie verzameling gedichten die ook wie niet thuis is in de poëzie, kan aanspreken. Zeker wanneer de actualiteit (van toen, maar helaas nog steeds actueel) het onderwerp vormt, raakt hij evengoed het hart van de niet-poëzielezer. 


Een visje bij de thee: drieëntwintig verhalen en achtenzestig versjes uit eenentwintig boeken - Annie M.G. Schmidt

Een visje bij de thee is een bundeling van 23 verhalen en 68 gedichten van de gevierde Nederlandse auteur Annie M.G. Schmidt, met wie iedereen van mijn generatie opgroeide, zelfs hier in Vlaanderen. En mensen als ik geven graag het stokje door aan de volgende generatie. Toen mijn kinderen klein waren, las ik voor uit de grote gedichtenbundel van haar, 's avonds voor het slapengaan. Willekeurige bladzijden werden gekozen en ik las voor, af en toe dezelfde gedichten (diegene die het meest succes hadden). Jip en Janneke en Pluk van de Petteflet, ook grote voorleesfavorieten in veel gezinnen, heb ik hen nooit gedeclameerd. Maar ik heb nog steeds dierbare herinneringen, zowel uit mijn eigen kindertijd als uit de hunne, aan die leuke gedichten.
Het was dus nostalgie die me dit boek in Nederland tweedehands liet kopen en nu het boek uit is, kan ik alleen maar eerlijk bekennen dat ik nog steeds enorm genoot van de losse verhaaltjes en de gedichten die in deze bloemlezing zijn samengebracht. Want hoewel ze voor kinderen bedoeld zijn, weten ze ook de volwassenen te bekoren. Er is natuurlijk die mooie speelse taal die Schmidt hanteert, vol grappige rijmen en hier en daar zelf verzonnen woorden. Maar inhoudelijk blijven de verhaaltjes die intussen ruim een halve eeuw oud zijn vaak verrassend fris. Zo vertelt Het fornuis moet weg! over een meisje dat timmervrouw wil worden en een jongentje huisman. Ze bevragen heel wat volwassenen en de één roept dat het niet kan omdat God het niet wil en de ander dat het niet kan omdat het tegen de natuur is, maar door samen met een volwassene logisch na te denken, komen ze tot het besluit dat iedereen best datgene doet wat hij of zij het liefste wil. Annie M.G. Schmidt schotelt die wijsheid niet zomaar voor, nee, ze beschrijft het denkproces van de kinderen en de volwassenen waarmee ze overleggen, en zo wordt het besluit ook voor kinderen goed en helder onderbouwd.
Annie M.G. Schmidt laat in al haar gedichten en haar verhaaltjes een grote liefde voor kinderen zien, waarbij ze soms de heersende normen (over braaf en stout, in die tijd) laat vertegenwoordigen door menselijke en dierlijke personages, maar soms ook gewoon het ondeugende dat in elk kind zit, ruimte geeft.
Soms hebben kinderen en zelfs volwassenen iemand nodig die beide polen in zulke mooie taal een plaats geeft, vroeger, vandaag en in de toekomst. 

In aanwezigheid van Schopenhauer - Michel Houellebecq

Als ik vergeten zou zijn waarom ik niet graag filosofie lees, dan weet ik het dankzij dit boek weer. Filosofie lezen vraagt een intellectuele inspanning die ik op zich wel bereid ben te leveren indien de opbouw zorgvuldig gebeurt zodat ik als lezer kan volgen, maar te vaak dient elk woord uitgebreid gedefinieerd te worden met weer nieuwe te definiëren woorden, zodat de draad algauw bedolven raakt onder een kluwen waar een kat staart noch kop noch eigen jongen in terugvindt.
Dat is helaas ook het geval in dit boek, dat uiteenvalt in twee delen. Er is immers eerst een uitgebreid voorwoord van de vertaler, Martin de Haan, dat ruwweg een derde van het boekje in beslag neemt. Hoewel ik graag de boeken van Michel Houellebecq heb gelezen, kreeg ik door dit voorwoord het gevoel me amper nog iets te herinneren van zijn romans. De vertaler probeert de evolutie in het denken van Houellebecq te schetsen van een fervente aanhanger van Schopenhauer en grote criticus van Wittgenstein tot positivist à la Comte en daarmee nuanceerder van Schopenhauers ideeën. Hij put hiervoor ruimschoots uit teksten van Houellebecq maar die zijn vaak zo ontdaan van de context van het verhaal waarin ze voorkomen (of de essasys) dat ze nauwelijks herinneringen oproepen aan waarover het boek ging waaruit ze komen.
Houellebecqs eigen tekst In aanwezigheid van Schopenhauer is wat dat betreft minder confronterend maar vertoont toch ook het euvel dat in mijn ogen zoveel Franse literatuur kenmerkt: het intellectuele spel (o.a. met de taal en met het denken) primeert te vaak over de inhoud. Dat euvel weet hij nochtans in zijn romans prima te vermijden, maar hier is het bij momenten moeilijk volgen voor lezers die zoals ik niet echt vertrouwd zijn met de werken van de filosofen zelf en enkel een synoptische kennis hebben van hun denkbeelden.
Gelukkig heeft Houellebecq ook in deze tekst nog steeds de volle beschikking over zijn kwaliteiten als schrijver en zijn perfect aanvoelen van wat ik een pre-postapocalyptische tijdsgeest zou durven noemen.  

24 februari 2026

Puscifer


James Maynard Keenan, ooit enig vast lid van Puscifer, ken je vast wel als zanger en frontman van Tool en hopelijk ook van A Perfect Circle. Intussen zijn Matt Michel en Carina Round ook gepromoveerd tot vaste leden en Normal isn't staat heden te boek als het vijfde studio-album van het trio.
Nu zijn de platen (én wereldbeeld) van Keenan zelden rooskleurig en dat geldt ook voor deze nieuwe plaat, doch verrassend genoeg is ze in bitterder tijden dan toen Existential reckoning vijf jaar geleden uitkwam, net iets minder donker, genuanceerder en -"dare we say it?"- hoopvoller. De hoopvolle boodschap die misschien wel als rode draad doorheen de plaat loopt, is dat beschavingen een kwestie van eb en vloed zijn, tenminste als we in moeilijke tijden onze liefde niet verliezen en haat niet de beslissende emotie laten zijn. Die terugkerende beweging van samenlevingen wordt het duidelijkst in Pendulum, dat baadt in een Sisters Of Mercy-sfeertje. Die sfeer komt ook al eerder in The quiet parts om de hoek kijken. 
Wat vooral opvalt, is de grotere subtiliteit die van de elf songs geen langgerekte kopstoot maakt, maar net ook rust biedt. Zo kent opener Thrust meer momenten van achteruitleunen vooraleer weer toe te slaan dan je zou verwachten. The algorithm, een kritische aanval op hoe sociale media momenteel werken, vertaalt de kwaadheid niet in beuken en stoten, zoals Keenan dat vaak wel doet bij Tool. We houden hier ook wel van Mantastic, dat het soort toxische masculiniteit dat Andrew Tate en consoorten propageert, fileert. 
Dat je van deze plaat vrolijk gaat huppelen door je living is weinig waarschijnlijk. Deze relatief toegankelijke plaat beantwoordt dit bizarre tijdsgewricht onder Trump II wel op een manier die niet verlamt, maar in het beste geval aanzet tot ieders eigen kleine weerstand in goede daden, liefde en mededogen met de medemensen.

Je kan het volledige album hieronder beluisteren en hier kopen:

23 februari 2026

't Molenhuis concert: Vincent Coomans

 

Samen met mijn lief had ik Vincent Coomans met zijn band al live gezien in november toen hij zijn pas in januari uitgebrachte, nieuwe plaat voorstelde in de 4AD in Diksmuide. Ik blogde toen nog niet opnieuw en schreef dus geen verslag. Intussen schreef ik wat ik vind van die plaat, Dark dog, hier. En gisteren zag ik de groep rond de Kortrijkzaan dus opnieuw optreden, in de gezellige en drukke herberg 't Molenhuis in Vichte.


Op een krapper podium dan in Diksmuide en tegen het geroezemoes in van een deel van het publiek dat daar toevallig was, met andere bedoelingen dan naar een concert luisteren, wisten de zes muzikanten opnieuw te overtuigen. Soms brachten ze de songs uit die plaat met zijn allen samen, sommige liedjes bracht Vincent solo of met ondersteuning van slechts een deel van de band. Tussen de nummers door probeerde hij het geroezemoes van sommigen te overstemmen om te duiden hoe de plaat tot stand was gekomen, waarover ze ging (of bepaalde songs gingen) en wie er aan had bijgedragen, inclusief zijn eigen dochtertje, dat al spelend mee had gemusiceerd en gezongen op sommige liedjes zoals die op plaat verschenen. We kregen een heel pakkende versie te horen van titel- én sleutelsong Dark dog, die de herberg wél stil kreeg. Ondanks de moeilijke periode waarin de plaat ontstond, weet de band zeker live ook het plezier over te brengen dat onderdeel uitmaakt van die spanning (in het contrast met de verdrietige momenten en gevoelens waarover het ook gaat). Dat plezier was heel erg hoorbaar op nummers als It is tough en Only sun can kill what's sad. Zulke momenten zorgden voor ademruimte voor het publiek (én de band, veronderstel ik).


Er kwamen ook enkele oudere nummers aan bod, zoals concertopener Desire en het al uit 2020 stammende One way love. Ook bisnummer Slow down is terug te vinden op het vorige album en werd hier intiem akoestisch gebracht door de bandleden die rond een tafel tussen het publiek gingen zitten en ons allen uitnodigden om mee te zingen.

22 februari 2026

Damberd concert: Bazz Normann


Wie Het Damberd op de Gentse Korenmarkt (zoals ik) vooral nog kent als jazzcafé (en voorheen blijkbaar zelfs nog hippiecafé), zal gisteren vreemd opgekeken hebben toen hij er een optreden zag van de vierkoppige band Bazz Normann. Dit kwartet, klassiek bestaand uit drummer, bassist, gitarist en zangeres, bracht immers geen jazzklanken voort, maar eighties en nineties alternative rock.
De invloeden waren duidelijk hoorbaar: new-wave en punk, maar dus ook de alternative rock van bands als Magnapop, Lush en Sugar. De zangeres serveerde bij de sterk door de ritmesectie (en vooral de bas) gedreven nummers een stem die varieerde tussen het gespeeld onschuldige van Blondie en de krachtige vocalen van Skin (Skunk Anansie). Het viertal bracht voornamelijk eigen nummers maar speelde ook een cover van Sisters Of Mercy (Alice), die het origineel alle eer aandeed. 
Er werd dus geput uit de reeds verschenen EP en het full-album Days to remember. De zangeres kondigde aan dat de band binnenkort voor de derde maal de studio induikt en daarop brachten ze het nieuwe nummer The party man.


Tommorow immortal vormde een fijn bisnummer waarop de groep door een enthousiast publiek nogmaals het podium opgejouwd werd en ze dan The party man nog eens hernamen. 

19 februari 2026

Twintig parels per maand: februari 2026


We presenteren weer elke maand twintig lukraak gekozen parels en dit zijn de keuzes voor deze maand:

1.My girl - The Rolling Stones: de mij bekendste versie is natuurlijk die van The Temptations maar deze cover door de Stones mag er zeker ook zijn

2. I'm gonna be warm this winter - Connie Francis: eigenlijk een kerstliedje maar zo jolig en zo geldig voor de hele winter dat het ook nu nog kan

3. Materials made from the blood - Five Green Moons: de man achter Five Green Moons is Justin Robertson, een britse DJ die ons eerder al vermaakte als Lionrock (met o.a. de single Fire up the shoesaw). Dit komt uit de eerste plaat, Moon 1, uit 2024, die vorig jaar een opvolger kreeg in -zoals te verwachten- Moon 2

4. The heat - Jungle: dit komt uit de debuutplaat van de Londenaars

5. How can you luv me - Unknown Mortal Orchestra: een fantastisch futurisch gebouw siert de hoes van de titelloze plaat uit 2011 waaruit dit nummer komt

6. Bum bum bum - Cass McCombs: deze Californische singer-songwriter maakt nooit saaie, laat staan slechte platen, en is een favoriete metgezel in de auto

7. Sleeper car - Mike Reid & Joe Henry: de Amerikaan Joe Henry leerde ik kennen met het geweldige album Civilians. Naast zijn eigen platen produceerde hij ook meerdere platen van andere artiesten, waaronder 3 Grammy-winnaars. In september vorig jaar bracht hij samen met countryzanger Mike Reid Life and time uit

8. I don't wana disappear - Malcolm Holcombe & Iris DeMent: de in 2024 overleden Malcolm Holcombe zag ik ooit live in een muziekcafé in Haren (Brussel). Ik kocht er zijn toen recentste plaat en bleef hem altijd wel een beetje volgen. Hier brengt hij een mooi duet met Iris DeMent

9. 500 miles away from home - Bobby Bare: we keren nog eens terug naar de sixties met deze countryballad

10. Horror head - Curve: ik kocht Döppelganger van Curve na het zien van de fantastische hoes met allemaal uit elkaar gehaalde poppen en hoorde kort erna deze single daaruit meermaals op Studio Brussel. Deze band kende zijn hoogdagen in het begin van de jaren negentig en hield ermee op in 2005, na vijf albums. Eigenlijk vind ik enkel Döppelganger echt de moeite

11. Lunacy - Swans: met The seer wisten Swans mijn enthousiasme voor de band een serieuze boost te geven. Dit nummer daaruit durft op onverwachte momenten wel eens in mijn hoofd te gaan zitten als een bizarre oorworm.

12. Movie (never made) - Silver Mt. ZionHe has left us alone but shafts of light sometimes grace the corners of our room is één van die geweldige ontdekkingen ooit in de bib van Gent (toen die nog niet in De Krook zat). Ik leende het enkel en alleen op basis van de intrigerende hoes, want van de band had ik nog nooit gehoord. Intussen hebben ze al heel wat uiteenlopende bandnamen versleten maar hun muziek wist me telkens te bekoren

13. Old town road - Lil Nas X: in de VS zette dit hiphop-countrynummer de hele country-scene op zijn kop, waar puristen uiteraard schande spraken van de manier waarop Lil Nas X hun (wit) genre "besmette" met een toch wel erg zwarte subcultuur

14. Alors on danse (Dubdogz remix) - Stromae: de eerste hit van Stromae, maar hier in een remix door Dubdogz, een Braziliaans electronica-duo

15. Baddadan - Chase & Status: toen drum 'n bass in de vroege jaren negentig langzaam populairder werd, ging ik met heel veel plezier naar d&b-fuiven. Dat deed ik nog steeds toen vanaf 2003 Chase & Status hun plek veroverden en intussen groeiden ze uit tot één van de populairste artiesten binnen het genre, waarvan ik zelfs vermoed dat ook mijn stiefdochters met volle overtuiging staan te dansen op hun muziek

16. Teachers - Daft Punk: op debuut Homework staat ook deze ode aan al hun helden. De broers Dewaele brachten in 2005 een eigen versie uit op basis van hetzelfde idee en vernoemde hún helden (terug te vinden op Nite versions

17. Weight off - Kaytranada & Badbadnotgood: ik reviewde vroeger voor het online magazine Indiestyle. Eén van de (voor de rest vooral persoonlijke en gezondheids-) redenen waarom ik op een bepaald moment stopte, was dat ik merkte dat ik de voeling wat verloor met de evoluties binnen de alternatieve muziek. Ik reviewde voornamelijk nog artiesten en genres die ik al kende en waagde me amper nog aan nieuwere stromingen en artiesten, al bleef ik wel volgen wat mijn collega's zoal recenseerden en af en toe beluisterde ik dat ook. En zo ontdekte ik o.m. Kaytranada en Badbadnotgood, die op  dit nummer samenwerken

18. Life is sweet (Daft Punk remix) - The Chemical Brothers: op de soundtrack van de film Nowhere vind je deze versie van Life is sweet, een herwerking van een vroege single (uit debuut Exit planet dust) die hier onherkenbaar is

19. All is love - Karen O & The Kids: ook deze song komt uit een soundtrack, namelijk die van Where the wild things are. Karen O kan je ook kennen als zangeres van Yeah Yeah Yeahs

20. Keep slipping away - A Place To Bury Strangers: we eindigen met shoegaze van deze groep uit New York, die ik in 2012 live zag in De Kreun (tegenwoordig Wilde Westen) in Kortrijk

Beluister hieronder de volledige playlist: 

15 februari 2026

Megadeth


De grote namen in de metal zoals Iron Maiden, Slayer, Judas Priest, Mötley Crüe,... zijn lang aan mij voorbijgaan en dat geldt ook voor Megadeth. Toen ik ook metal ging beluisteren, waren het bands als Pantera en Sepultura die het mooie weer maakten en me overtuigden. In hun kielzog volgden voor mij o.a. Prong, Mastodon, Baroness, Dool, Type O Negative en uiteraard Amenra. Ik beken dus alvast maar dat ik de eerdere platen van de Amerikaanse band nooit echt goed beluisterd heb. Het is pas door een tip van een kennis dat ik deze nieuwe plaat die titelloos bleef, een kans gaf.
Het is al meteen vanaf opener Tipping point duidelijk dat ik die kennis dankbaar mag zijn. Gitaren en drums geven meteen van katoen en zullen dat de komende 45 minuten blijven doen. Zanger Dave Mustaine zingt alsof zijn leven ervan afhangt. Misschien is dat niet zo verwonderlijk, gezien hij zelf het einde van de band, met afscheidstournee, aankondigde. Nog één keer knallen en op een hoogtepunt stoppen, is daarbij zijn betrachting. Ook I don't care is een opzwepende song waar ik nog regelmatig naar terug wil luisteren. 
Niet alles op deze plaat blijkt echter even geweldig. Hey God?! stijgt amper boven de middelmatigheid uit maar wordt gelukkig wel gevolgd door het gaspedaal induwend Let there be shredAnother bad day klinkt zowaar alsof er verleidelijk naar de hitparade geknipoogd wordt en schurkt daarmee wat aan tegen het beste van Guns 'n Roses. 
Al bij al stelt deze laatste plaat van het viertal (waaronder een Vlaamse drummer, Dirk Verbeuren) nooit teleur voor mij, misschien wel soms voor de fans, dat kan ik niet echt inschatten. Het is dan ook nog maar de vraag of dit het hoogtepunt is waarmee Mustaine wou eindigen. Afgesloten wordt er alvast met een deugdelijke cover van Ride the lightning (Metallica).

Je kan het volledige album hieronder beluisteren en hier kopen:

14 februari 2026

Ververij concert: Douglas Firs


Gisterenavond speelde Douglas Firs in CC De Ververij in Ronse. Enkele maanden geleden tourde hij nog met een zeskoppige band, maar voor deze concertreeks in kleinere zaaltjes brengt hij enkel zijn geluidsman en zijn instrumenten mee. 
Gertjan van Hellemont, zoals hij bij de burgerlijke stand bekend staat, ken ik al langer. Ik interviewde hem in 2012 ter gelegenheid van de release van zijn debuut Shimmer & glow en hij passeerde al enkele malen op deze blog. Nu het weer haalbaar is om concerten bij te wonen, was ik dan ook verheugd hem te kunnen zien in mijn huidige woonplaats. 
Meer dan dertien jaar later op de dertiende van de maand mocht hij mij en mijn lief trakteren op nummers uit zijn intussen vijf albums. Hij bracht solo intiemere versies van o.a. Pretty legs and things to do en Pains in the asses, die doorgaans krachtiger klinken mét band maar toch overeind blijven in deze versie. Uiteraard passeerden ook sowieso al rustiger nummers als Montréal en I miss you, dat thematisch nog erg hoort het album Heart of a mother maar terug te vinden is op zijn vijfde plaat, Happy, pt. 2. Hij deed ook enkele verzoekjes, zoals Judy, echt een band-song die hij voor het eerst solo bracht, en Don't buy the house, dat ook wat inspanning vroeg om zonder de overige muzikanten te spelen. Toch bracht hij het er telkens goed vanaf.


Douglas Firs toonde zich overigens als entertainer een grappige en openhartige gastheer, waardoor je niet alleen via de liedjes zijn universum in gezogen werd. Het publiek vergaste hem dan ook op veel applaus en zong op verzoek soms zelfs verrassend enthousiast mee.

Ulrika Spacek


Hoewel Ulrika Spacek klinkt als de naam van een Duitse electronica-artieste, betreft het een Engelse band die ons verblijdt met een vierde full length, Expo. Ze hebben een voet in post-rock, shoegaze, art-rock en psychedelische rock maar laten we al die labels even vergeten bij het beluisteren van de drie kwartier muziek waarop we getrakteerd worden. 
De songs doen bij momenten dromerig aan (Showroom poetryA modern low) en laveren zo tussen Beach House en Curve. Echo's van Tortoise horen we dan weer in Picto en I could just do it. Op afsluiter Incomplete symphony horen we dan weer een gitaarintro die niet zou misstaan op High/Low van Nada SurfWeight & measures zou de eenentwintigste soundtrack kunnen vormen bij een stedelijke nacht, met verlaten straten en flikkerende neonlichten. 
Het kwartet weet dus duidelijk uit meerdere vaten te tappen en houdt het daarmee boeiend tot de laatste noot.

Je kan de volledige plaat hieronder beluisteren en hier kopen via hun Bandcamp-pagina of hier via Full Time Hobby, hun platenlabel:

13 februari 2026

Gelezen (162)


Dode kamer - Erik Spinoy

Poëzie, zo zei een leraar Nederlands uit het middelbaar ooit, is de kunst om met zo weinig mogelijk woorden zoveel mogelijk te zeggen. Daar moest ik vaak aan denken bij deze bundel gedichten van Erik Spinoy. Vooral in het eerste en derde deel ervan staan veel gedichten die je volle concentratie vereisen omdat elke zin en bijna letterlijk elk woord meerdere betekenissen tegelijk gebruikt om in het korte bestek van het gedicht toch zoveel mogelijk te delen. In het eerste deel gaat het vooral over het verblijf in een exotisch, niet-gespecifieerd land en in het derde deel schetst Pinoy herinneringen uit zijn kindertijd.
In het tweede deel van de bundel staan dan weer de gedichten die hij maakte bij de kunstwerken (ik vermoed video-installaties) van de Belgische Ann Veronica Janssens. Een tijdlang waren kunstwerken én gedichten samen te zien op een website die nu helaas niet meer bestaat. Doordat je niet meer kan zien waar de gedichten bijhoren en/of een reactie op waren, mis je natuurlijk de helft van het plezier. Ik las wel ergens in een oude recensie van deze bundel (die uitgebracht werd in 2011) dat de gedichten heel beschrijvend zijn, maar toch...
Ik lees niet zo vaak poëzie (al nam ik mij intussen voor dat meer te gaan doen) dus een echt goed gefundeerde en door kennis gespekte mening pretendeer ik niet te hebben, maar het belangrijkste is dat ik alvast van deze verzameling gedichten genoten heb. 


Wat we kunnen weten - Ian McEwan

Ik lees zelden recensies van boeken die ik van plan ben te lezen, dus wellicht was mijn beeld vooraf sowieso onvolledig. Wat we kunnen weten van Ian McEwan werd in de berichtjes (vooral op sociale media) die me toch bereikten, vooreerst neergezet als een roman over de klimaatverandering. In het boek dat zich over iets meer dan 100 jaar afspeelt, kijken we over de schouder van het hoofdpersonage mee naar de gebeurtenissen en rampen die ons sinds pakweg 2025 overkomen ten gevolge van (o.a.) de klimaatverandering (die in de toekomst aangeduid wordt als De Ontwrichting).
Dat aspect blijkt uiteindelijk een niet onbelangrijk maar relatief klein deel te zijn van het verhaal en dit boek gaat in de eerste plaats over menselijke relaties, over schaamte, over wat liefde is,... Het gaat ook over overleven, maar dan niet zozeer in de betekenis van rampen overleven, maar van het dagelijks overleven in de omstandigheden waarin je terechtkomt door al dan niet bewuste keuzes én door toeval. Terloops worden allerlei onderwerpen aangereikt en lezen we er verstandige dingen over (zoals over sociale media, waarvan men zich in deze fictieve toekomst afvraagt hoe we ooit zo stom konden zijn die over te laten aan commerciële bedrijven in plaats van aan overheden die de publieke belangen voorop horen te stellen).
Het boek valt uiteen in twee delen: in het eerste deel volgen we literatuurhistoricus Thomas Metcalfe die in het midden van de tweeëntwintigste eeuw probeert het beroemde maar nooit teruggevonden gedicht (sonnetenkrans eigenlijk) Een lauwerkrans voor Vivien terug te vinden. In deel twee lezen we de tekst die hij uiteindelijk vindt bij die queeste.
Zoals ik onlangs nog tegen iemand zei: Ian McEwan stelt nooit teleur, je weet dat het een goed boek zal zijn. En dat is deze roman dus ook: het is een grootse roman die doet wat grootse literatuur doet. Hij zet je aan het denken over universele waarheden en hun betekenis voor je eigen leven.

12 februari 2026

Ist Ist

De uit de regio rond Manchester afkomstige band Ist Ist is met Dagger al aan zijn vijfde album toe. De post-punk van het viertal lijkt zwaar gedrenkt in inspiratie die gehaald werd bij The Sisters Of Mercy. De stem van zanger Adam Houghton klinkt dan ook nog bijwijlen heel sterk als die van Andrew Eldritch. Waar die laatstgenoemde band echter in het beste geval is blijven stilstaan (en afgaande op commentaren op hun concerten de laatste jaren zelfs achteruit gegaan), weet Ist Ist het muzikaal pad van hun inspiratoren verder te zetten met een modernere sound. Opener I am the fear weet te charmeren met een madchester sound die ons ook doet denken aan EMF, Jesus Jones en The ShamenEncouragement is hoe Pet Shop Boys zouden klinken als ze zich zouden wagen aan wat meer zwart in hun muziek en een lager toonregister zouden aanboren. Obligations drijft op een ritmesectie die voortdendert als een zwaar geladen goederentrein. 
Het rustige Song for someone is een buitenbeentje op deze plaat. Jammer genoeg weet de band in deze modus minder te overtuigen, al lijkt de song na twee minuten toch wat op gang te komen. Doorgezet wordt er echter niet en dus valt het nummer tegen op een verder wel aangename plaat, waarop de Mancunians de muzikale lijn van The Sisters Of Mercy doortrekken, nog niet meteen de eenentwintigste eeuw in, maar toch op zijn minst al de nineties. 

Je kan het album hieronder beluisteren en hier kopen via hun Bandcamp-pagina. Een luxe-versie van de plaat (met live-versies van nieuwe en oude songs) vind je hier

06 februari 2026

Momoyo


Er zijn van die stemmen die je onmiddellijk herkent, zelfs al ken je het nummer (nog) niet. Eén ervan is zeker die van Frie Maline, zangeres bij (o.a.) momoyo. Die Gentse band heeft net een tweede full length album uit met de intrigerende titel Home is just a state of mind.
Met deze plaat blikken de bandleden terug, meer bepaald op die bepalende periode in hun leven tussen twintig en dertig, wanneer levenskeuzes gemaakt worden die nog niet definitief hoeven te zijn maar je leven toch richting geven. Het is ook de periode waarin je jezelf echt leert kennen, na de stappen daartoe die je al zette in je puberteit. Zeker in een tijd als deze waarin vaak langer gestudeerd wordt, later getrouwd (of een andere samenlevingsvorm) wordt en kinderen krijgen ook uitgesteld raakt (dit alles althans bij wie voor een vervolgopleiding kiest na het middelbaar), lijkt dertig meer en meer hét scharnierpunt te zijn in het volwassen worden.
Ook het verlies van mensen om je heen maakt daar deel van uit en het scherpst komt dit naar voor in My sister slept waarin dichter en frontman Jonas Bruyneel een ode brengt aan zijn dertig jaar eerder overleden zus, een ervaring die hij bleek te delen met Frie. Die song is een intimistisch pareltje waarin je elke zucht en elk detail kan horen en dat naar het hart grijpt, niet alleen omwille van het onderwerp, maar evenzeer door de minimalistische aanpak. Het is een song om te koesteren en misschien wel dé sleutelsong van dit album. Er hoort overigens een bijzonder mooie en passende video bij, gemaakt met familiebeelden van het zusje van Jonas. Die geeft het nummer zo mogelijk nog méér diepgang en ontroering zonder een moment sentimenteel te zijn.
Behalve songs die rust brengen en stilstaan bij de dingen (zoals ook To fix a heart with words en Forgotten cities), kunnen we op deze tweede van momoyo gelukkig ook weer genieten van het speelse van hun muziek. Spanish song from the 90s klinkt zo zomers en nostalgisch als de titel laat vermoeden. Je hoofd en benen stilhouden is bij Clouds onmogelijk maar gun je hersenen en hart toch ook maar wat werk en luister goed naar de lyrics over overdenken en keuzes willen overdoen of veranderen. Afsluiter When the morning comes is zo'n typisch liedje voor de band waarin de bas een stevig fundament vormt om alle andere instrumenten (en reken daar ook maar zang bij) overheen te draperen.
momoyo ontstond uit Uncle Wellinton's Wives en was bedoeld om een herstart te maken. De breuk met wat vooraf ging is bij de Gentenaars inderdaad goed hoorbaar, maar wie aandachtig luistert, merkt ook dat deze coming of age-plaat eigenlijk in wezen de coming of age is van de leden én van het geheel (dat zoals bekend meer is dan de som der afzonderlijke delen). 

Je kan het volledige album hieronder beluisteren en hier kopen via Wellington Records. Tien procent van de opbrengst gaat trouwens naar Fundación Natura, een herbebossingsproject in Colombië.

05 februari 2026

Bonfire Lakes


Sommige instrumenten en hun bespelers worden vaak over het hoofd gezien hoewel ze een belangrijke rol spelen op een plaat. Ze staan bij concerten vaak achteraan opgesteld en alle aandacht gaat vaak naar de zanger(es) en gitarist(e). Drums en bas hoeven doorgaans ook niet echt te klagen want ze worden gezien als een fundamenteel onderdeel van een band, en gooi daar ook nog maar de keyboards bij.
Nochtans kunnen de blazers het verschil maken en dat is exact wat gebeurt op Sorino van Bonfire Lakes, het project rond Marino Roosen. De warmte die het album kenmerkt, wordt subtiel de kamer ingeblázen, letterlijk. Luister maar eens goed naar The new wave type (always in between) waarin het refrein gedragen wordt door de trompet die zich om de stem van Roosen wentelt. Tegelijk verleent ze het nummer een hoge mate van nostalgie, precies het gevoel dat de zanger verwoordt in een terugblik op wie hij was en de weg die hij heeft afgelegd.
Die nostalgie betreft ook de bezongen relaties in songs als Island en WYMM. De band klinkt afwisselend bedaard, serieus en toch ook vrolijk, zoals in S-day. Dat lijkt wel een popversie van een fanfare mét zanger.
Dit tweede album van Bonfire Lakes kreeg een mooie productie van Gaetan Vandewoude (Isbells), waaruit zelfs een vriendschap groeide tussen de twee. Gaetan slaagde er immers in die tweeledigheid in Marino Roosen te helpen vertalen naar een bundel liedjes die zo precies dát weergeven. En daarmee slagen ze er samen in ons het mooiste geschenk te geven dat in die vriendschap zat.

Je kan het volledige album hieronder beluisteren en hier kopen:

04 februari 2026

Leisure Hour


Leisure Hour
is een fris klinkende band uit Indiana die het soort punkrock en slacker music brengt dat dankzij bands als PUP en Modern Baseball terug populair werd. Op hun tweede plaat ...and to think denderen ze goed derig minuten van song naar song en toveren zo een smile op je gezicht. 
Hoewel de nummers eenzelfde stramien aanhouden en drijven op eenzelfde mix van gejaagde drums en gitaren met urgente zang, vallen er toch een paar op. If I could kill you (I would) klinkt vrolijker dan je zou vermoeden terwijl Happy birthday! allerminst het cadeau is dat je wil horen op je feestje. Ode to Muncie is het eerbetoon van de groep aan hun thuisbasis. Jenny, de afsluiter van dit album, opent wat andere dimensies alvorens terug het intussen bekende register te benutten.
Deze plaat is vermakelijk, ligt goed in het gehoor en heeft vaart genoeg om geen moment te vervelen, maar toch missen we hier dat extraatje dat we bij PUP en Modern Baseball wél horen.

Je kan het volledige album hieronder beluisteren en hier kopen: 

01 februari 2026

Beck


Coveralbums blijken dezer dagen populair, want na The Damned met Not like everybody else gooit ook Beck ons een dergelijk werkstuk voor de voeten. Everybody's gotta learn sometime bevat acht nummers en biedt ons een half uur luisterplezier met nummers van andere artiesten die Beck naar zijn hand weet te zetten.
Die eigen interpretatie wordt misschien nog wel het duidelijkst in afsluiter True love will find you in the end van Daniel Johnston. Hier presenteert Beck ons geen ontroerend krakkemikkige love ballad, maar een mooi gearrangeerde versie waarin de uitvoering zorgzaam gebeurt. Waar Johnston dit liefdeslied als het ware rauw en schijnbaar ongeoefend op plaat zette, zijn gitaarspel en zang bij Beck precies en verzorgd. En toch verliest deze versie de eenvoud van het origineel niet. Bijna gelijkaardig is de aanpak van Can't help falling in love van Elvis, dat een sober jasje aangemeten krijgt, met een vleugje gedoseerde gospel dankzij het achtergrondkoortje. I only have eyes for you wordt gestript tot een hartbrekend pleidooi met behoud van een soort soulvolle doo-wop in de achtergrond en hiermee overstijgt hij de versie van The Flamingos (en van Art Garfunkel).
Beck verzamelt hier overigens songs die hij soms wel twintig jaar geleden opnam. De titelsong kennen we al uit de soundtrack van Eternal sunshine of the spotless mind. Er is één eigen song (Ramona) en twee nog niet eerder uitgebrachte nummers: de al vermelde cover van Daniel Johnston en een prachtige uitvoering van Your cheatin' heart van Hank Williams, dat de country nonchalant van zich afschudt.
We horen op deze plaat een ingehouden Beck, die zijn geniale en flamboyante arrangementen achterwege laat en kiest voor een schijnbare eenvoud. De songs zijn nochtans vaak mooi georchestreerd maar bieden alle elementen in zulk een bescheiden mate dat de eenvoud van de gekozen nummers helemaal tot zijn recht komt.

Je kan het album hieronder volledig beluisteren en hier kopen:

31 januari 2026

The Monkees


Voor wie The Monkees enkel kent van hun grootste hits (Last train to ClarksvilleI'm a believer en Daydream believer) is de compilatie The A's, the B's and the Monkees een aangename verrassing. Deze dubbelaar laat zien dat de band toch wel meer te bieden heeft en in de tweede helft van de sixties mooie singles uitbracht.
The Monkees begonnen als een band die samengesteld werd voor de gelijknamige TV-serie. Bob Rafelson en Bert Schneider bedachten de groep voor een muzikale sitcom op NBC nadat een oorspronkelijk plan om de toen nog onbekende The Lovin' Spoonful te casten in duigen viel. In navolging van bands met verkeerd gespelde dierennamen (Beatles, Byrds) werd het uiteindelijk de eveneens fout gespelde Monkees. Ze werden erg succesvol met onder meer bovenstaande drie nummer 1-hits. Die zijn uiteraard ook terug te vinden hier.
Maar daarnaast biedt de compilatie een staalkaart van de diverse genres die de groep, die na een tijd zelf hun songs componeerden, ten berde bracht. Dat varieert van het vaudeville-achtige D.W. Washburn over het Beatle-esque Porpoise song (Theme from 'Heat') tot de country-stamper Good clean fun en het folky Listen to the band (hebben ze het hier over The Band?).
Deze verzameling van A- en B-kanten van de uitgebrachte singles is voor wie de band nog niet kende een fijne introductie en voor wie (zoals ik) eigenlijk enkel de hits kent, is het een verruiming van de horizon.

Je kan de compilatie hieronder beluisteren en hier kopen:

30 januari 2026

Searows


Met een quote uit Moby Dick als titel en een hoes waarop een scheepswrak het decor vormt, brengt Searows (ofwel Alec Ducart) een tweede album uit, gedrenkt in melancholie. Zelf omschrijft hij het als "de teloorgang van jezelf in de zoektocht naar het onvindbare". Dat onvindbare betekent in dit geval niet een walvis maar de ultieme verwezenlijking van jezelf. In een wereld waarin iedereen het beste van zichzelf moet geven en de beste versie van zichzelf moet vinden, is die zoektocht voor velen, en zeker ook jongeren, een last geworden waaraan ze ten onder dreigen te gaan.
Het hoeft dus niet te verbazen dat deze plaat niet meteen de vrolijkste van het jaar zal blijken. Anderzijds maakt ze wel kans op een prominente plek in eindejaarslijstjes. En ja, ik weet het: het is nog maar januari en dus nog veel te vroeg om daar voorspellingen over te doen. 
Opener Belly of the whale zet meteen de toon, met een repetitieve banjo en de dromerige, melancholieke stem van Alec. Je wordt een album ingezogen dat je geen ontsnapping biedt uit de opgeroepen emotionele toestand. Ook Photograph of a cyclone kan perfect dienen als een voorbeeld van wat je als luisteraar voorgeschoteld krijgt. Een buitenbeentje hier is Hunter, de meest donkere song. Die roept meteen ook een dreiging op de achtergrond op.
Death in the business of whaling is het soort plaat geworden dat fans van Phoebe Bridgers en Ethel Cain ogenblikkelijk zal bekoren, maar ook onze eigenste Tamino blijkt een groot liefhebber en vroeg Searows vorig jaar mee op zijn Amerikaanse tour. De uit Portland afkomstige muzikant schrijft zich met deze plaat in in een mooie traditie van muzikanten als Bon Iver, The Decemberists en Iron & Wine.

Je kan de volledige plaat hieronder beluisteren en hier kopen:

27 januari 2026

The Damned


Met Not like everybody else brengt The Damned een album uit vol covers als eerbetoon aan de in maart overleden gitarist Brian James. De Britse oerpunkers blijven soms dichtbij het origineel maar geven er altijd een eigen Damned-twist aan.
Het voordeel van coveralbums is natuurlijk dat je heel wat songs al kent en die vertrouwdheid maakt het geheel veelal toegankelijker voor nieuwe luisteraars dan een plaat met eigen nummers. Toch geef ik hier graag toe dat ik wel houd van een (goeie!) cover op zijn tijd en in mijn platen- en cd-kast meerdere coveralbums zitten heb. En dus heb ik hoge verwachtingen bij deze release.
En die verwachtingen worden behoorlijk ingelost. Summer in the city (Lovin' Spoonful) bewaart de feel van het origineel en plakt er achteraan een lange eigen gitaaroutro aan toe. Ook See Emily play (Pink Floyd) verliest niets van de oorspronkelijke speelsheid. Doorheen al die speelsheid worden eigen accenten verweven. I'm not like everybody else mag dan in de versie van The Kinks op en top Brits klinken,  The damned slaagt erin dat typisch velletje eraf te pellen en een stevige portie rock in te spuiten.
Echt leuk wordt zo'n coverplaat pas echt als je erdoor pareltjes ontdekt en dat is hier gelukkig ook het geval. Heart full of soul van The Yardbirds was me niet bekend maar de Britse punkers maken me er meteen warm voor. Opener There's a ghost in my house (origineel van R. Dean Taylor en naar het schijnt al geweldigd gecovered door The Fall) doet zijn werk als opener én als teaser voor beide eerdere versies uitstekend. En You must be a witch brengt garagerockers The Lollipop Shoppe een verdiend eerbetoon en een nieuwe luisterpubliek.
The Damned klinkt bijzonder fris en gretig en het spelplezier spat ervan af en dus is het benieuwd afwachten hoe deze songs live klinken op 5 april in Amsterdam (Melkweg) en 6 april in Leuven (Het Depot).

Je kan de plaat hieronder volledig beluisteren en hier kopen:

26 januari 2026

The Paper Kites


Je zou het op het eerste gehoor niet zeggen, maar The Paper Kites zijn een Australische band. Ze klinken erg folky en alt-country-ish met als thuisbasis niet de Amerikaanse binnenlanden maar dus Melbourne. If you go there, I hope you find it is al hun zevende plaat. De vijfkoppige groep ontstond in 2010 toen de middelbare school-vrienden Sam Bentley en Christina Lacey drie bevriende muzikanten in hun project betrokken. Debuutsingle Bloom haalde intussen al platinum in de VS en ze behielden daar, maar ook in Canada, thuisland Australië, Nieuw-Zeeland en Europa een zeker populariteit.
Wie If you go there, I hope you find it beluistert, kan nauwelijks iets anders dan gecharmeerd zijn van hun rustige, warme sound en de mooie melodieën in songs als Change of the windWhen the lavender blooms en Every town. Zoals je dat ook hoopt van je favoriete voetbalclub, presteren ze de hele tijd op eenzelfde niveau. En al staan er geen wereldsongs op de plaat, ze stellen ook geen enkel moment teleur.

Je kan het volledige album hieronder beluisteren en hier kopen: