Posts tonen met het label Bob Dylanjaar. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Bob Dylanjaar. Alle posts tonen

13 augustus 2015

Mijn Bob Dylanjaar (16): Blood on the tracks


Intussen is het me al een paar keer overkomen met de platen van Bob Dylan: ineens moet je een meesterwerk van lang geleden beoordelen. Dat doe ik natuurlijk vanuit hoe ik vandaag naar het album luister, een andere mogelijkheid is er immers niet.
Blood on the tracks geldt dus ook al als één van de hoogtepunten in het sowieso rijke en indrukwekkende oeuvre van Dylan. En dat mag al meteen blijken uit opener Tangled up in blue. Bijna zes minuten lang onderhoudt de zanger ons op magistrale wijze over het sterven van verlangen, het uitdoven van liefde en de spoken van herinneringen uit het verleden. Vrolijker wordt het er evenmin op in Simple twist of fate. En waar in het vorige nummer de muziek nog opbeurend kan zijn, is dat hier niet langer het geval.
Het hoeft niet te verbazen dat de toon in dit album zo teneergeslagen is. Hoewel de man het zelf ontkent (en zegt dat de songs gebaseerd zijn op kortverhalen van Anton Tsjechov), wordt algemeen aangenomen dat de scheiding van zijn toenmalige vrouw Sara (de moeder van Jakob Dylan, die muziek maakt met The Wallflowers) het onderwerp vormt. You're a big girl now klinkt in dit licht natuurlijk ook als een pijnlijk maar welgemeend afscheid van iemand die je nog graag ziet, maar die je toch moet loslaten. De andere kant van diezelfde medaille is het venijn uit Idiot wind, waarin de sneren niet van de wind zijn...
Gelukkig klinkt de muziek niet altijd even depressief als je misschien zou verwachten. Zo zit er genoeg tempo in You're gonna make me lonesome when you go om wie niet naar de woorden luistert, om de tuin te leiden. Meet me in the morning druipt van de countrygitaren en klinkt lijziger dan de rest van de plaat. En dan volgt misschien wel mijn persoonlijke favoriet. Lily, Rosemary and the jack of hearts toont Dylan in zijn meesterlijke rol van verteller van verhalen en is dan ook een geraffineerd folkverhaal waarin je als luisteraar gezogen wordt. Alle elementen voor een haast klassieke Griekse tragedie zijn aanwezig: liefde, verlangen, bedrog, jaloezie,...
If you see her, say hello balanceert tussen verdriet en berusting, wat je ook meteen hoort in de muziek. Diezelfde evolutie naar aanvaarding van het verlies zet zich ook door in Shelter from the storm. Geen wonder dan ook dat de plaat eindigt met het uitdrukken van spijt en de volle confrontatie met het gemis in Buckets of rain. Dylan verruilt de complexe en met elkaar vechtende emoties uit de vorige songs voor een doorleefd en tot op het merg gevoeld verdriet en op deze manier vormt dit album dan ook een mooi afgerond geheel.

05 juli 2015

Mijn Bob Dylanjaar (15): Before the flood


Het zou een mooie compilatie kunnen zijn, dit live-album waarop Bob Dylan samen met The Band veel van zijn (en soms anderen hun) mooiste songs speelt tot dan toe. Bovendien zit de "feel" die je verwacht van een concertregistratie er uitstekend in. Dit klinkt als een concert waar ik graag bij had willen zijn. Maar tijd en ruimte maakten dat onmogelijk: in de VS ben ik nog nooit geweest en in 1974 werd ik pas in december 3 jaar.
Het begint allemaal al erg mooi op de eerste CD van dit dubbelalbum met Most likely you go your way (and I'll go mine). Een hoog, strak tempo sleurt de toehoorder meteen mee op een trip die zijn weerga amper kent. Van de concertopnames die ik uit die periode (jaren 60 en vroege jaren 70) al beluisterd heb van diverse artiesten, is enkel het dubbel live-album van The Doors nog beter.
Wat ook tot eer van de artiesten op deze plaat strekt, is dat er geen onnodig lange en uitgesponnen versies gespeeld worden. Zo blijft de vaart erin en krijg je het gevoel dat je echt de essentie van de songs gepresenteerd krijgt. De muzikanten van The Band zijn bedreven genoeg om elke song genoeg body en franjes mee te geven zonder uitvoerige solo's of megalange intro's of outtro's. Op de eerste plaat is enkel Up on Cripple Creek een langere versie toebemeten, zonder dat de plaat aan tempo inboet overigens. Daarna volgt immers het rustpunt I shall be released.
Mijn voorkeur gaat echter uit naar de tweede plaat, waarop nog meer parels bijeengebracht werden en leiden tot de climax die de vierde vinylzijde beslaat: All along the watchtower, Highway 61 revisited, Like a rolling stone en Blowin' in the wind. Enkel Like a rolling stone krijgt een echt lange versie mee, die boven de 7 minuten uitkomt, maar naar het einde van een concert, wanneer je de climax verwacht, is dat voor mij zeker geen probleem. Nochtans begint dit tweede deel van het album met een wat mindere song, Don't think twice, it's all right. Deze versie kan me eigenlijk niet echt bekoren. In Just like a woman zingt Dylan een beetje zoals Elvis Presley. De sneren naar de Amerikaanse president in It's alright, ma (I'm only bleeding) worden op stevig gejuich onthaald. De verbeten kwaadheid is zo duidelijk hoorbaar dat beelden van rondvliegend speeksel en spuugdruppeltjes tijdens het zingen zo voor de geest komen. Het is gezellig stampen op The shape I'm in. The weight blijft sowieso een heerlijk lied en dan begint dus het kwartet dat het concert afsluit.
Goed nieuws voor de niet-voetballiefhebbers trouwens: het anderhalf uur Bob Dylan is mooi gespreid over twee helften van 45 minuten (eigenlijk met 1 minuut blessuretijd erbij op het einde) en vormt dus een mooi alternatief voor als uw lief/man/vrouw/vader/... voor tv zijn/haar favoriete ploeg zit aan te moedigen.

14 april 2015

Mijn Bob Dylanjaar (14): Planet waves


En hoewel ik er dus niet in geslaagd ben mijn voornemen vorig jaar waar te maken, doe ik wel gewoon verder zo lang het nodig is om alle albums van Bob Dylan te bespreken...
Op Planet waves musiceert Dylan samen met The Band, net als eerder op Blonde on blonde en Self portrait. De bijdrage van deze rasmuzikanten is meteen heel goed hoorbaar in het uptempo On a night like this. De toetsen die de accordeon eraan geeft, verlenen het nummer een New Orleans-feel. Maar ook wanneer het tempo omlaag gaat in Going going gone dompelt The Band ons onder in het van hen vertrouwde geluid. Hun bijdrage is muzikaal niet te onderschatten op dit album.
Het in tweeën gebroken Forever young is wellicht dé song van deze plaat. Het vat heel goed samen waar Planet waves voor staat en laat ons een Dylan horen zoals we die verkiezen. Zijn stem klinkt hier niet al te nasaal, doorleefd zingt hij zijn tekst en het bedje dat The Band spreidt ligt erg comfortabel. 
De balans tussen de liedjes zit erg goed en hoewel ik nooit eerder van deze plaat had gehoord, ben ik er erg over te spreken. Afsluiter Wedding song maakt zijn naam alvast waar want wie zou niet met deze prachtige woorden van Bob Dylan zijn liefde willen belijden.

12 december 2014

Mijn Bob Dylanjaar (13): Dylan


In 1973, het geboortejaar van mijn broer, bracht Bob Dylan een plaat uit met enkel zijn familienaam als titel. De meeste songs op deze plaat zijn covers. Tot de bekendste liedjes die Dylan hier naar zijn hand zet, behoren Can't help falling in love en Big yellow taxi. Die eerste cover is slepender dan de versie die we kennen van Elvis Presley en van een Spaanse gitaar voorzien. Maar mijn voorkeur gaat toch meer uit naar die andere cover, van het nummer van Joni Mitchell. Het lijkt wel of er voortdurend getwijfeld wordt om het tempo te verhogen, maar dat de muzikanten zich op het laatste nippertje toch wat inhouden.
Eén van mijn favorieten is alvast opener Lily of the west. De gitaar rammelt lekker op een jakkerend ritme dat aan Johnny Cash had kunnen toebehoren. Dat is vast geen toeval, aangezien sommige releases van het album als extra de duetten bevat die Dylan met Cash opnam. Ook Sarah Jane swingt lekker. Beide songs tonen meteen aan dat dit een meer rockende Dylan is dan we doorgaans van hem gewoon waren.
The ballad of Ira Hayes vertelt het verhaal van één van de soldaten die de Amerikaanse vlaag hesen na de slag bij Iwo Jima (zie ook de film Letters from Iwo Jima die Clint Eastwood maakte). Eén van de bekendste versies van dit lied is trouwens ook al van Johnny Cash. Daarna volgt Mr. Bojangles en nu weet ik eindelijk waar Annelies Moons haar kat en haar muzikaal project naar vernoemde... Er zijn slechtere songs denkbaar om je door te laten inspireren.
A fool such as I voert het tempo opnieuw lekker op, maar de afsluiter Spanish is the loving tongue klinkt dan weer lekker loom en behoorlijk Elvisachtig. Bijna halfweg verandert het in een regelrechte tango. Leuk en verrassend is dat.

26 oktober 2014

Mijn Bob Dylanjaar (12): Pat Garrett & Billy the Kid


Deze soundtrack is een wat atypischer plaat van Bob Dylan, omdat er afgewisseld wordt tussen instrumentale nummers en gezongen liedjes. Het bekendste is wellicht Knockin' on heaven's door, dat door vele artiesten gecoverd werd.
Al van bij opener Main title theme (Billy) hoor je een mooie samenwerking met Booker T. Het nummer is erg rustig, met mooie zachte, diepe tonen die het geheel meer reliëf geven. Pas in Billy 1 komen de mondharmonica en vooral de stem van Dylan op de proppen. Het is een prachtige song, die erg dicht aanleunt bij de opener van deze soundtrack. 
Eén van mijn favorieten is het bluegrassnummer Turkey chase (het had zo in The broken circle breakdown gekund). En uiteraard is er ook Knockin' on heaven's door dat in deze originele versie zulk een emotionele lading meekrijgt dat de tranen spontaan achter mijn ogen opwellen. Het ritme en de opbouw zitten precies goed om niet te zeemzoeterig te worden, geen effecten na te jagen maar toch effect te hébben.
Wellicht omdat het een soundtrack betreft, is dit niet meteen het beste werk van Bob Dylan en is het een plaat die ik niet zo heel gauw opnieuw zal opleggen, als ik moet kiezen uit zijn hele oeuvre. Toch verdient ook deze plaat om heel af en toe eens in het zonnetje geplaatst te worden.

03 september 2014

Mijn Bob Dylanjaar (11): New morning


Na het veelzijdige Self portrait dat heel wat verrassingen bevatte, maakte Bob Dylan in 1970 (ik was toen nog niet geboren) New morning. Op opener If not for you lijkt de vertrouwde Dylan terug, en hoewel je dat gedeeltelijk terecht kan opmerken, is er toch een verschuiving gekomen in wat hij brengt. Day of the locusts bijvoorbeeld zou je niet hebben kunnen terugvinden op de eerdere albums. Muzikaal sluipen de jaren 70 al binnen, hoor je als luisteraar decennia later.
Met Time passes slowly krijgt de piano een belangrijke rol toebedeeld. Lijkt deze song op het eerste zich nogal gewoontjes, dan ontvouwt zich na enkele beluisteringen de charme ervan. Die ligt vooral in het eenvoudige, sobere arrangement hoewel er toch voldoende muzikale details een rijkdom bevatten die het simpele popliedje overstijgen. Datzelfde merken we ook bij Went to see the gypsy. Winterlude bevat verrassende Griekse invloeden en flirt zodoende met de grens met kitsch. Is dit een platte wals of is er "more than meets the eye"?
De piano is ook de opvallende protagonist in het jazzy If dogs runs free. Zelf heb ik niet zo heel veel met jazz en dat zal ook wel  meespelen in waarom dit me weinig aanspreekt. Dan vind ik de titelsong een pak interessanter. Die is een logischer verderzetting van het traditionelere ambacht van Dylan zonder uit de toon te vallen in het nieuwere geluid dat de plaat overheerst. Sign on the window beklijft amper maar gelukkig keert Dylan in One more weekend terug naar pianoblues. Dit vraagt erom op een luid volume afgespeeld te worden, bij voorkeur in een donker en rokerig krocht (hoe ongezond sigaretten ook mogen zijn). Helaas is The man in me wat licht. Het parlando in Three angels heeft zijn charmes en roept ook al de sfeer op van de late uren in een café, al doen de backing vocals ons ook aan de kerkgebouwen denken waarin gospel niet altijd opzwepend hoeft te zijn.
Met Father of night wordt een naar mijn mening wat wisselvallige plaat mooi afgesloten. In zekere zin is het een vlot behapbaar album maar er staan naar mijn zin iets te veel wel erg lichte songs op.

03 augustus 2014

Mijn Bob Dylanjaar (10): Self portrait


OK, het is nu wel duidelijk dat ik langer dan één jaar ga nodig hebben om alle albums van Bob Dylan te bespreken hier op mijn blog. Nu ja, ik ga me daar niet schuldig over voelen en me daar ook niet voor excuseren. Het goede nieuws (of voor sommigen misschien slechte nieuws) is dat u nog lange tijd blogposts over Dylan zal te lezen krijgen.
Self portrait is de volgende etappe en die is onder meer interessant omdat vorig jaar, in het kader van The bootleg series de tegenhanger Another self portrait werd uitgebracht. Daarover hoorde en las ik overal dat het alweer een bewijs was van hoe slecht Dylan is in het beoordelen van zijn eigen werk en hoe hij soms de parels in de kast laat en mindere songs uitbrengt. Als ik echter beide albums vergelijk, hoor ik vooral dat het vorig jaar uitgebracht album dichter ligt bij wat we gewoon zijn van Dylan. Persoonlijk vind ik het originele Self portrait een erg intrigerend album omwille van de verscheidenheid en omwille van de heel andere richting die Dylan er inslaat. Al moet ik toegeven dat na de twee versies van Alberta de derde versie die op Another self portrait staat wellicht toch als de beste mag bestempeld worden.
Maar laten we ons concentreren op het album uit 1970. Dat begint alvast erg mooi met All the tired horses, dat me een beetje doet denken aan Didn't leave nobody but the baby dat Emmylou Harris, Alison Krauss en Gillian Welch zongen in O brother, where art thou? Verder valt op dat Dylan ervoor kiest om opnieuw heel wat liedjes te coveren én bovendien de lijn van de vorige plaat, met zoetere arrangementen, verderzet. I forgot more than you'll ever know bijvoorbeeld klinkt als bijna-stroperige country. Dan hebben we Alberta al een eerste keer achter de rug, dat helemaal op het eind nog zal hernomen worden. Days of 49, geschreven door Alan en John Lomax samen met Frank Warner, sluit dan weer meer aan bij de folktraditie waaruit Dylan natuurlijk kwam. Eearly mornin' rain (van Gordon Lightfoot) is pure pop zoals Neil Diamond er ook zou maken. In search of little Sadie loopt even voorop op Little Sadie. Beiden zijn versies van eenzelfde traditional, waarbij de tweede uitvoering een hoger tempo aanhoudt (en dus ook sneller eindigt) en mijn voorkeur wegdraagt. Tussenin covert Dylan Let it be me, dat we vooral kenden van The Everly Brothers. Niet alleen Neil Diamond maar ook The Carpenters lijken om de hoek te loeren voor wie het nummer nu hoort. Wat opzoekwerk leerde me trouwens dat een hele rij artiesten deze song coverde, waaronder Tom Jones, Petula Clark, Françoise Hardy, Leonard Nimoy (!), Elvis Presley, Nina Simone, Roberta Flack, Melanie, David Hasselhoff (!), Bruce Springsteen, Jackson Browne, Paul Weller, Neil Diamond (alweer hij) en George Harrison.
Met Woogie Boogie krijgen we een flinke injectie New Orleans jazz en na het voor Dylan vrij gewone Belle Isle worden we nog meer het zuiden van de VS ingetrokken met Living the blues. Laten we het erop houden dat dit niet het meest avontuurlijke bluesnummer is dat Bob ooit uitbracht. De live-versie van Like a rolling stone, opgenomen op het Isle of Wight-festival, weet me wel te bekoren daarentegen.
Eén van de hoogtepunten is Copper kettle, een song over het (illegaal) whiskey stoken die erg goed in het gehoor ligt, weliswaar ook een door strijkers flink gezoet arrangement meekreeg maar zo sterk staat dat Dylan hier eigenlijk alleen maar een heel sterke cover van kón maken. Gotta travel on, dat plaatsneemt in een hele rij covers die elkaar opvolgden, drijft het tempo weer wat op en klinkt erg aangenaam, maar intussen ook wel wat gedateerd. Blue moon, dat ik in een snellere versie ken, verteert het verlagen van het tempo goed genoeg maar zou ik toch ook niet echt tot de hoogtepunten rekenen. Na enkele beluistering maak ik me vooral de bedenking dat dit een zeldzame keer is op het album dat ik vind dat de grens van het honingzoete overschreden wordt. Opmerkelijk is wel de zangstem van Dylan, die ik in geen honderd jaar zou herkend hebben. Ook wat de viool op het einde doet, laat mijn wenkbrauwen eens serieus fronsen.
Geef mij dan maar de country-cover van The boxer van Paul Simon en Art Garfunkel. Hier blijft Dylan wél aan de goeie kant van de lijn, al kan ik me voorstellen dat zijn fans behoorlijk geschrokken moeten zijn door zijn keuze toen. En dan krijgen we nog één van mijn favorieten op deze plaat: The mighty Quinn (Quinn the Eskimo). Op basis van de titel had ik niet kunnen vermoeden dat dit me zo bekend in de oren zou klinken. Manfred Mann bleek het nochtans door Dylan geschreven lied al eerder uitgebracht te hebben. Ik houd wel van de "rambling" versie die hij er nu zelf van neerzet. 
Jammer genoeg volgt dan het soort country waar ik met een grote boog omheen loop en dat me nog het meest doet denken aan Please release me van Tom Jones: Take me as I am (or let me go). Snel doorspoelen dus naar Take a message to Mary, folk die flink ondergedompeld werd in poparrangementen. Na wat voorafging klinkt het als een lichte verademing, maar op zich is het niet bepaald een lied dat ik eruit zou pikken om te herbeluisteren. It hurts me too en Minstrel boy lijden een beetje aan dezelfde kwaal: allemaal niet slecht natuurlijk, maar we snakken stilaan toch wel naar wat steviger werk. En dat lijkt Dylan ook begrepen te hebben, want met She belongs to me (ook al live opgenomen) komt er weer mat meer schwung in de plaat. En Wigwam, dat een hit(je) werd, heeft een charme die ondanks het schlager-gehalte (het verbaasde me niet te lezen dat Drafi Deutscher er met zijn duitstalige versie ook een hit mee scoorde bij onze oosterburen) overeind blijft. 
Afgesloten wordt er dus met een herneming van Alberta en zo eindigt een plaat die de fans in 1970 tot wanhoop dreef (en dat kan ik wel begrijpen, want de koerswijziging is niet gering) maar die vandaag toch ook wel zijn kwaliteiten prijsgeeft.

02 juni 2014

Mijn Bob Dylanjaar (9): Nashville skyline


Intussen is het wel duidelijk dat alle drukke bezigheden van de afgelopen maanden (waaronder het afwerken van het afstudeerproject voor de banaba-opleiding die ik volg) mijn tempo om het volledige werk van Bob Dylan te verkennen, ernstig vertraagd hebben. En ik koester niet langer de illusie dat ik aan één jaar voldoende zal hebben om alle albums tot mij te nemen. Dan duurt het maar langer, maar ik ga in ieder geval niet proberen om alles nu sneller af te haspelen. Al zal het tempo normaliter terug wat de hoogte ingaan de komende maanden.
I'll be your baby tonight, de afsluiter van het vorige album (John Wesley Harding), gaf al een hint van wat te verwachten viel en met Nashville skyline gaat Bob Dylan helemaal de weg op van de country. In opener Girl from the north country is het onder meer Johnny Cash die een handje komt toesteken. En meteen is de (lichte) teleurstelling na de vorige plaat weggespoeld, want wat is dit een heerlijke song!
Het vat country wordt nog meer opengetrokken met Nashville skyline rag, waarin ook wat swingjazz te revue passeert en zo een heerlijk instrumentaal nummer oplevert. To be alone with you duurt weliswaar slechts 2 minuten, maar die vliegen nog veel sneller voorbij omdat de vaart er goed in zit. I threw it all away laat het tempo dan weer zakken en vind ik wat minder geslaagd. Een slechte song is het zeker niet, maar het klinkt toch iets teveel als dertien in een dozijn. Gelukkig is er het opgewektere Peggy Day, dat muzikaal nog steeds niet veel om het lijf lijkt te hebben maar vrolijk genoeg klinkt om ons humeur instant te verbeteren.
Wat totnogtoe het meest is opgevallen aan deze plaat is dat de typische nasale zangstem van Dylan plaatsgemaakt heeft voor een heel andere klank. Lay, lady, lay is een dipje vooraleer we alweer een enthousiaste Dylan horen in One more night. Het is misschien wat voorbarig maar de uptempo nummers lijken voorlopig de hoogtepunten te vormen (op de albumopener na dan). 
Tell me that it isn't true is me bekend, al kan ik niet zo gauw bedenken wiens cover ik dan wel al voorheen hoorde. Hoewel behoorlijk lichtvoetig is het voor mij één van de hoogtepunten van deze plaat. Ook Country pie doet niet moeilijk.Vreemd genoeg wordt het al snel afgebroken door een onverwachte fade out. Tonight I'll be staying here with you tot slot klinkt weer een pak serieuzer en herinnert me aan de songs van Rodriguez zoals ik die leerde kennen uit de documentaire Searching for sugar man.

Beluister hieronder het volledige album:

29 april 2014

Mijn Bob Dylanjaar (8): John Wesley Harding


Aan dit tempo heb ik aan een jaar niet genoeg om alle albums van Bob Dylan te beluisteren. Maar ik ga me daar niet door laten tegenhouden. We zien wel waar we uitkomen...
John Wesley Harding is een album waarop ik op het eerste zicht amper een nummer kende. Enkel All along the watchtower, dat ik natuurlijk vooral van de versie van Jimi Hendrix ken, was me bekend.
Met het titelnummer keert Dylan alvast terug naar de foktraditie die hij natuurlijk niet losgelaten had. Het verhaal wordt muzikaal ondersteund door onder meer de typische mondharmonica. Toch bewandelt het nummer niet altijd de verwachte paden, want de ritmes gedragen zich al nukkige, weerbarstige kinderen die af en toe onder het juk van de tucht en discipline proberen uit te komen. Daarna volgt één van mijn favorieten op deze plaat: As I went out one morning. De schijnbare gelijkmoedigheid van de song verbergt een grimmig en griezelig verhaal. Eenzelfde sfeer hangt ook over I dreamed I saw St. Augustine. All along the watchtower mist in deze originele versie de kracht die de gitaar van virtuoos Jimi Hendrix erin weet te leggen en valt daardoor wat tegen. Soms blijkt de cover nu eenmaal beter dan het origineel. 
Wat opzoekwerk leerde me dat de band Judas Priest (via een omweg) zijn naam haalde bij The ballad of Frankie Lee and Judas Priest. We horen hier weliswaar de Dylan van de lange verhalen, maar eigenlijk slaagt hij er hier niet echt goed in om onze aandacht goed vast te houden. Wel bewijst dit nummer nog eens dat Dylan weliswaar zijn folkroots trouw blijft, maar toch ook echt wel op zoek gaat naar een muzikale verbreding. 
Van de songs die erna volgen, onthoud ik vooral I am a lonesome hobo (een fijn liedje dat we op elk moment van de dag graag herbeluisteren), I pity the poor immigrant (waarvan de tekst makkelijk misbruikt kan worden door tegenstanders van immigratie) en I'll be your baby tonight, met een heel sterke country-inslag. 
Al bij al zijn we dus maar matig enthousiast over deze plaat.

18 maart 2014

Mijn Bob Dylanjaar (7): Blonde on blonde


Burlesk klinkt de opener van de eerste cd van de dubbelaar die Blonde on blonde is. En eigenlijk opent ook het tweede deel vrolijk. Maar nu loop ik al vooruit...
Rainy day women #12 & 35 mag dan wel in het refrein "Everybody must get stoned" bevatten, over drugs lijkt het niet te gaan, wel veeleer over de nood die de mensen blijkbaar hebben om stenen te gooien naar anderen.  Het is een variatie op Jezus' opmerking over de splinter en de balk in het eigen oog. Na dit bekend nummer is het de beurt aan goeie ouderwetse blues met Pledging my time. Visions of Johanna, dat geopend wordt door een mondharmonica maar daarna een andere wending neemt, is één van de prachtsongs op dit album, die het tot klassieker verheffen. De song laat zich niet makkelijk begrijpen, maar net daarin ligt ook de aantrekkingskracht ervan. Het is het soort lied dat je op "endless repeat" durft te zetten, zonder het beu te raken, en dat je op die manier op de achtergrond bezit van je laat nemen, zodat je dromen erdoor bevolkt worden en je gedachten op willekeurige momenten gevuld worden met de niet-opdringerige muziek. Op die manier komt ten lange leste de betekenis misschien alsnog tot rijping om ineens aanwezig te zijn, alsof je altijd al wist wat Dylan je vertelt.
One of us must know is eenvoudige schoonheid, en in essentie geldt dat ook voor het beroemdste liefdesliedje van Bob Dylan, dat erna volgt: I want you. Idyllisch is het nochtans niet echt, voor wie goed naar de tekst luistert. Doch, zijn uiteindelijk niet alle goeie liefdesliedjes niet nét bezwangerd door dat klein angeltje dat het échte leven altijd schijnt bij te leveren?
Stuck inside of Mobile with the Memphis blues again hoorde ik onlangs nog coveren door And They Spoke In Anthems (zoals je hier kan lezen), en het origineel is inderdaad méér dan de moeite waard. We krijgen hier opnieuw de folkzanger-verteller die de tijd neemt (meer dan 7 minuten) om zijn verhaal te vertellen, waarvan ik al in eerdere bijdragen vertelde dat ik die graag hoor... En na die folkbijdrage krijgen we weer blues op ons bord met Leopard-skin pill-box hat. Het is zelfs behoorlijk traditionele blues, tenminste naar hedendaagse normen. Ik vind het altijd moeilijk om goed in te schatten hoe dat in de tijd dat de plaat uitgebracht werd, eigenlijk ervaren werd. Met Just like a woman, dat alweer liefde met een pijnlijk kantje bezingt, wordt het eerste deel in stijl afgesloten: "She takes just like a woman, yes, she does / she makes love just like a woman, yes, she does / and she aches just like a woman / but she breaks just like a little girl".
Zoals al aangegeven, vind ik ook het begin van het tweede deel, Most likely you go your way (and I'll go mine), behoorlijk vrolijk. Muzikaal althans, want eigenlijk is de tekst allesbehalve vrolijk en komt de liefde er eens te meer bekaaid vanaf. Wellicht hoeft het ons niet te verbazen dat Bob Dylan, ouder en wijzer en vooral heel wat ervaringen rijker, de liefde niet langer bezingt zoals jonge stagiaires in aandoenlijke naïviteit nog schijnen te doen... De toon wordt verdergezet in het erg bluesy Temporary like Achilles. Gelukkig plaatst Dylan daar ook mooie complimenten tegenover in Absolutely sweet Marie. Welke vrouw wil niet als volgt bezongen worden: "Well, anybody can be just like me, obviously / But then, now again, not too many can be like you, fortunately"?
Wat opvalt aan de tweede cd, is dat ik moeilijker vertrouwd raak met de songs die hier verzameld zijn. Nooit zijn ze minder dan goed, en toch blijven ze minder hangen. Natuurlijk geldt voor het eerste deel dat enkele liedjes daar al heel lang bekend waren voor mij, maar ook een nummer als Visions of Johanna, dat ik eigenlijk nog niet kende, bezit meer aantrekkingskracht dan om het even welk stukje op dit deel. Geen klachten over Fourth time around of het lekker stimulerend Obviously five believers (ik zou de vroegere Rolling Stones dit met plezier hebben horen coveren, denk ik). En met Sad-eyed lady of the lowlands, dat langer dan elf (!) minuten duurt, eindigt dit album zoals ik (zie hoger) het graag heb...

08 maart 2014

Mijn Bob Dylanjaar (6): Highway 61 revisited


Met Highway 61 revisited zijn we bij een absolute klassieker aanbeland, en hoe schrijf je daar nog iets zinnigs over, bijna vijftig jaar later. Vijftig! Jawel! Zolang geleden is het al (of toch bijna) dat Bob Dylan dit meesterwerk maakte.
Like a rolling stone is waarschijnlijk het meest bekende nummer dat hij ooit schreef, het lied dat werkelijk iedereen wel kent en al gehoord heeft. Ondanks zijn leeftijd boette het nog niets aan kracht in. Wel viel me op dat ik meestal niet echt goed meer luister naar deze song, en als je dat wel doet, wordt je overweldigd door de symbiose van tekst, muziek en zang die als een aanklacht op je nek vallen en je haast omver blazen. Toch is dit niet het beste van deze plaat, voor mij is dat Ballad of a thin man. Eigenlijk kende ik dit nummer niet zo heel goed, maar in de film I'm not there vond ik het al heel sterk en herhaalde beluisteringen hebben het onuitwisbaar in mijn hoofd geplant. Het slome ritme en het orgeltje dat zich op de achtergrond schuilhoudt alsof we het niet zouden opmerken, verdiepen de wanhoop die uit de tekst spreekt. Het hoofdpersonage (Mr Jones, wellicht Dylan zelf) bevindt zich in een surrealistische wereld waarin zijn bekendheid als een zware last over zijn schouders hangt, waarin niemand nog op een normale manier met hem communiceert, waarin verwachtingen niet eens afgetoetst worden maar opgelegd en waarin het contact met de realiteit verloren raakt. Deze interpretatie maak ik zeker na het gebruik ervan in de hierboven vermelde film. Dat gevoel van vervreemding was daarin op dat moment van het verhaal erg prominent, en het behoeft weinig verbeelding om te zien dat Dylan, die in korte tijd al heel wat succes had meegemaakt en een status had bereikt op eenzame hoogten, zich exact in zo'n positie bevond. Als psycholoog ben ik net aangetrokken door de vertolking van deze totale aliënatie, die ik nooit eerder zo scherp heb weten weergeven.
Uiteraard is er geen enkel zwak moment op dit album te bespeuren. Tombstone blues laat ons God op onze blote knieën danken dat Dylan elektrisch gegaan is: knap staaltje blues, alweer een pakkende tekst en gitaren die scheuren zonder hun beheersing te verliezen. Een pak slepender is It takes a lot to laught, it takes a train to cry waarin de piano en de mondharmonica strijden om de eer het triestigst te klinken. Vrolijker wordt het daarna met From a Buick 6, opnieuw een reden om de elektrische gitaren te bejubelen. 
Queen Jane approximately is een smeekbede waarin niet duidelijk is wie in de hoogste nood verkeert: Jane, die zich geconfronteerd weet met tegenslagen en een afvallige wereld, of de verteller die zo graag wil dat ze zich tot hem richt? De titelsong klinkt erg speels en het is de moeite waard om op internet op zoek te gaan naar de verhalen achter de personages die allemaal op één of andere manier naar Highway 61 verwezen worden (Abraham die zijn zoon moest offeren, kennen de meesten wellicht al...). In Just like Tom Thumb's blues krijgt de piano opnieuw een hoofdrol toegeschoven en die wordt met verve vertolkt. In een verzameling hoogtepunten zoals Highway 61 revisited steekt dit er nog steeds bovenuit. 
Afsluiter Desolation row is een perfecte synthese van wat Dylan zo goed maakt: een sterke tekst met verwijzingen naar heel wat verhalen (van Assepoes tot Romeo en Juliet en van Einstein tot de opvarenden van de Titanic) bovenop een melodie die zich ten dienste stelt van het verhaal. Dit is opnieuw de ware essentie van folk, en hoezeer in die tijd sommigen uit de folkscene hem ook een verrader mogen genoemd hebben, hier geeft hij hen lik op stuk.

20 februari 2014

Mijn Bob Dylanjaar (5): Bringing it all back home


We zijn aangekomen bij het eerste van een reeks opeenvolgende albums die velen tot de beste van Bob Dylan rekenen. Bringing it all back home bevat dan ook enkele zelfs bekendere klassiekers van de Amerikaan: Subterranean homesick blues, Mr. tambourine man en Maggie's farm. En ontegensprekelijk ligt de kwaliteit van het album erg hoog.
Neem nu Maggie's farm: up-tempo en bezwerend dankzij de piano en de mondharmonica, die je in een soort trance brengen. Hier is waar The Black Crowes voor hun beste werk minstens een deel van de mosterd haalden. Ook een minder bekende song als Love minus zero/No limit zit mooi in elkaar, wordt op een aangename manier gezongen (zelfs wie Dylans nasale stem irritant vindt, kan hier met een gerust hart naar luisteren) en klinkt zo laidback dat je een hangmat verbeeldt waarin de muzikanten genieten van hun eigen musiceren. 
Hoe vrolijk het er aan toe gaat, blijkt uit de intro van Bob Dylan's 115th dream. Een lachbui noopt de muzikanten te herbeginnen, en dat de "mislukte" intro toch behouden werd, schetst een beeld van een zich op zijn gemak voelende Dylan, die zichzelf weet te relativeren. Wellicht is dat ook zo bedoeld, daarover hoeven we onszelf geen illusies te maken. 
Bringing it all back home is een pareltje dat nieuwsgierig maakt naar wat nog moet volgen. U leest er meer over in de volgende aflevering...

08 februari 2014

Mijn Bob Dylanjaar (4): Another side of Bob Dylan


Totnogtoe is dit het minste album dat ik hoorde van Bob Dylan. Another side of Bob Dylan weet me minder aan te spreken dan zijn voorgangers. All I really want to do en Black crow blues vind ik, in vergelijking met wat hij op eerdere platen liet horen, maar matig. Pas bij het vierde nummer, Chimes of freedom, weet Dylan me weer mee te krijgen.
Toch staan ook op dit album enkele pareltjes. Motorpsycho nitemare is een grappig, onderhoudend verhaaltje, waarin Dylan ook de paranoïa die toen heerste in Amerika met betrekking tot "communisten" (een bij momenten wel heel breed gedefinieerd begrip). Hier krijgen we het soort folk waar ik gek op ben: eenvoudige, maar mooie melodie die een verhaal draagt dat de luisteraar meesleept. Ook My back pages ("I was so much older then, I'm younger than that now") is erg goed. Dylan lijkt zijn eigen evolutie als muzikant en songschrijver, en eigenlijk als mens, hier gestalte te geven in amper vier en een halve minuut.
Ballad in plain D laat zien hoe je verbittering, woede en verdriet na het einde van een relatie tot een wereldlied kan omkneden. De sneren richting zus en moeder van Suze Rotolo zijn niet van de poes. Maar ook voor zichzelf is hij niet mals. 
Drie wereldsongs, er zijn massa's artiesten die daar een moord voor zouden begaan, dus als ik van dit album minder geniet dan van wat voorafging, dan is het goed dat perspectief vast te houden...
Tot slot eindigt het album nog met It ain't me babe, dat ik vooral kende van de prachtige duetversie van Johnny Cash en June Carter. Ik houd meer van die jakkerende versie dan wat Dylan, nochtans de schrijver van dit mooie lied, hier brengt. 

25 januari 2014

Mijn Bob Dylanjaar (3): The times they are a-changin'


Net als bij het vorige album heb ik meteen ook het gevoel dat de overbekende opener (toen was dat Blowin' in the wind, nu gaat het om de titelsong van The times they are a-changin') niet het beste is wat er te ontdekken valt. Is het doordat die grootste "hits" te vaak gehoord zijn? Dat overkomt me bij heel wat andere artiesten en andere hits niet, dus ik vermoed dat het toch een bewijs is van de stelling dat artiesten niet noodzakelijk met hun beste werk het meest succes in de schoot geworpen krijgen.
Globaal is dit een erg rustig album, waarop Dylan de tijd neemt om zijn verhalen te vertellen en de muzikale omlijsting eerder sober kan genoemd worden. Al is dat in The ballad of Hollis Brown wel met een eenvoudige gitaarriff die een ingetogen Jack White ook had kunnen bedenken. Hoe meer je hiernaar luistert, hoe mooier het wordt...
With God on our side is een mooi voorbeeld van hoe rustig een verhaal ontwikkeld wordt dat tot nadenken moet aanzetten. Helaas blijven de bedenkingen bij het gebruik/misbruik van religie nog steeds brandend actueel. Al even actueel is North country blues, dat vertelt hoe de zoektocht naar goedkopere werkkrachten en dus meer winst inhakt op de arbeidersgezinnen. De locaties zijn dan wel veranderd (tegenwoordig zoeken bedrijven het in China en andere landen waar de lonen laag zijn en de rechten van de arbeiders zo goed als onbestaande; ze maken er zelfs zogenaamde "vrijhandelszones" voor, die buiten de nationale wetgevingen vallen), het verhaal blijft hetzelfde.
De grote kracht van Bob Dylan in het algemeen en op dit album in het bijzonder, is dat hij erin slaagt aan de hand van individuele verhalen (zoals de moord op Medgar Evers in Only a pawn in their game) een abstracter niveau over te brengen. Daarin net ligt de blijvende aantrekkingskracht voor wie in muziek en teksten op zoek gaat naar waar hij vandaag iets mee kan aanvangen. 
Met ook nog The lonesome death of Hattie Carroll lijkt Dylan hier overigens al enkele van zijn eigen "murder ballads" bijeen te brengen, decennia voor Nick Cave dat zal doen.

19 januari 2014

Mijn Bob Dylanjaar (2): The Freewheelin' Bob Dylan


Klonk Bob Dylan op zijn debuut al bij al nog jong en bovenal relatief vrolijk, dan is de toon op opvolger The freewheelin' Bob Dylan drastisch anders. Hij klinkt volwassener, ouder en eigenlijk ook tijdlozer. Natuurlijk klinkt opener Blowin' in the wind, één van zijn bekendste songs, in deze uitvoering voor velen wel wat ouderwets, maar tevens is dit een bewijs dat het niet noodzakelijk de beste liedjes zijn die de grootste successen worden. 
Amper een maand nadat het debuutalbum was verschenen, trekt hij de studio in en dit keer neemt hij heel wat zelfgeschreven nummers op. Intussen zitten daar ook echt protestsongs tussen, wat ongetwijfeld resulteerde in de opmars van het imago van Dylan als protestzanger. 
Girl from the north country is, binnen de chronologie van zijn werk, voor mij het eerste wat me ook diep weet te raken, een eerste song waarbij je voelt dat meerdere luisterbeurten noodzakelijk zijn om de diepte ervan te kunnen peilen. Waren de songs, ook die welke Dylan zelf had geschreven, op zijn debuut vooral aangenaam om naar te luisteren, dan is hier voor het eerst sprake van maturiteit die niet verdraagt gereduceerd te worden tot behang. 
De "bekering" tot de protestsong is oorzaak of gevolg van die groeiende maturiteit, daar kan ik als leek in de "dylanologie" geen uitspraak over doen. Feit is wel dat Masters of war striemend klinkt, de muzikale omlijsting ten spijt, en dat de actualiteitswaarde ervan eigenlijk nooit verdween. Het is wellicht een pessimistische gedachte dat oorlog al net zo blijvend is als Dylan (en de geschiedenis bewijst dat oorlog zelfs nog een pak indrukwekkender palmares heeft).
De blues keert terug in Down the highway en Bob Dylan's blues, en mij hoor je daar niet om klagen. Wie zijn nasale stem én zijn mondharmonica niet kan verdragen, is nu al lang weggevlucht, dat dan weer wel... Dat is jammer, onder meer omdat zij dan A hard rain's a-gonna fall missen. Ooit was het Edie Brickell met haar New Bohemians die mij hiermee kennis liet maken (op de soundtrack van Born on the fourth of July), en onwillekeurig hoor ik toch steeds weer hààr stem. Laten we het erop houden dat ze dat héél goed gedaan heeft, die cover.
Aandachtig luisteren is opnieuw vereist voor Don't think twice, it's all right. Ongeveer halfweg dit album begin ik te begrijpen waarom zoveel mensen, ook jonge mensen zoals een collega die mijn dochter had kunnen zijn, niet meer losgelaten worden door 's mans muziek. Dit soort liedjes maken zijn specifieke stemgeluid en je verhouding daartoe irrelevant.
Bob Dylan's dream spreekt me het minst aan. Goed nummer, dat ga ik niet ontkennen, maar het haalt niet het niveau van de voorgaande nummers, althans niet in mijn ogen. Ook Oxford town sprak me op het eerste gehoor wat minder aan, maar dit is een groeiertje. Intussen mag hij in mijn hoofd al naar de lagere school, om te leren lezen en schrijven, maar dat klinkt wellicht als heiligschennis als het gaat over een muzikant die al een hele tijd als kandidaat gezien wordt om de Nobelprijs te winnen voor literatuur...
Met Talkin' world war III blues sluit Dylan aan bij een traditie aan parlando blues (zij het dat hij toch het midden houdt tussen spreken en zingen). Net als in vele van de al eerder gepasseerde nummers op deze plaat, klinkt de muziek bedrieglijk eenvoudig. Corinna, Corrina had ik nog nooit eerder gehoord en is een aangename verrassing, omdat Dylan hier net een tikje anders zingt, de stemming net dat tikkeltje verschilt van de rest van de plaat en omdat ik het arrangement bij elke beluistering mooier en mooier vindt. Het evenwicht zit heel goed, enkel de fade-out op het eind is wat jammer (maar misschien is het eindigen ervan sowieso wat de teleurstelling oproept). 
Met Honey, just allow me one more chance lijkt hij weer aan te pikken bij het geluid van zijn eersteling en dat geldt ook een beetje voor I shall be free. Dat laatste nummer is nochtans duidelijk een protestsong, iets waar Dylan op dat eerdere album niet aan toekwam. Het is vooral qua sfeer dat het aanvankelijk daar lijkt thuis te horen, maar gaandeweg illustreert het eigenlijk nét die verandering die Dylan heeft doorgemaakt.

10 januari 2014

Mijn Bob Dylanjaar (1): Bob Dylan


Wat me het meest verrast bij het beluisteren van het debuutalbum van Bob Dylan, is dat de plaat niet zo oud klinkt als ze eigenlijk wel is. Eind 1961 nam hij deze dertien songs op. Toch klinkt het album eerder als een tijdloos folkalbum, dat ik ten vroegste eind jaren '60 zou situeren als ik had moeten gokken zonder enige voorkennis.
Het zijn vooral traditionals en bluesnummers van andere artiesten die hier vertolkt worden door Dylan. Bekend is natuurlijk House of the rising sun, dat de meeste mensen kennen in de versie van The Animals. Ook Man of constant sorrow kennen we intussen heel goed, uit de film O brother, where art thou? Vooral dat laatste nummer is echter heel anders vertolkt door Dylan dan hoe ik het nummer kende uit die film
Ooit, toen ik Bob Dylan wat meer wou leren kennen, zo'n vijftien jaar geleden, leende ik deze CD al uit in de bib. Toen al was See that my grave is kept clean mijn favoriet nummer, en dat is het nog steeds. Hier verzoent Dylan het beste van folk en blues. Op een heel andere manier dan zwarte zangers dat voor en na hem deden, krijgt het lied een beladenheid die de blues "wit" maakt, en de muzikale uitvoering baadt dan weer helemaal in het folkgevoel.

05 januari 2014

Bob Dylan: The complete album collection volume 1


Op het eind van 2013 kocht ik, na lang aarzelen, toch de box The complete album collection volume 1 van Bob Dylan. De voorbije twee jaar ben ik immers meer en meer verslingerd geraakt aan de muziek van deze man, die mijn vrienden in twee kampen lijkt te verdelen. Er zijn de lovers en de haters, en enkel degenen die hem eigenlijk zo goed als niet kennen, horen niet tot één van beide kampen. 
En meteen ontpopte zich een voornemen voor deze blog. 47 CD's telt de box, verdeeld over 42 albums (er zitten 5 dubbelaars tussen). Week per week ga ik een album beluisteren (misschien gun ik mezelf twee weken voor dubbelalbums...) en erover posten hier: er is zelfs wat speling, gezien er 52 weken zijn in een jaar. 2014 wordt op deze manier ongetwijfeld mijn Dylanjaar!

Alle blogposts in deze reeks zullen terug te vinden zijn onder de tag 'Bob Dylanjaar'.