Posts tonen met het label 10 platen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label 10 platen. Alle posts tonen

29 maart 2013

10 platen die haar leven beïnvloedden: Eva Mouton

We spraken schrijfster en illustratrice Eva Mouton in haar gezellige huis in het Gentse Patershol. Eva Mouton heeft een getekende column in DS Weekblad, de weekendbijlage van De Standaard, en die bijdragen (gekend als Eva's gedacht) zijn nu ook in een gelijknamig boek verzameld (samen met foto's, tekeningen en stukjes tekst) en uitgebracht bij uitgeverij De Bezige Bij Antwerpen.

 foto: Thierry Van Dort

Zelf maakte Eva Mouton ooit grafisch werk voor een album van Styrofoam en ze maakte één van de ingezonden covers voor de compilatie van Ruisbestuiving, het programma van Urgent.fm. Ze vertrouwde ons toe welke platen het belangrijkst zijn in haar leven:

1. Felt – Nils Frahm


Eva geeft toe dat ze moeite heeft zich te concentreren op haar werk, maar gelukkig helpt deze plaat van Nils Frahm haar daar enorm bij. Ze merkt dat het in het creatieve proces soms lang duurt eer iets ook op een blad kan komen, en dan is de rust die dit album uitstraalt, het steuntje dat ze nodig heeft. Ze wordt er in een goeie werktoestand door gebracht. De plaat kent een soort eentonigheid, met piano en zonder tekst, een gelijkmatigheid die een goede concentratie makkelijker maakt. Eva heeft ook op YouTube al heel wat nummers van Nils Frahm gevonden, van optredens in kerken en zo, waarbij haar opvalt dat hij een nog erg jonge gast is, met grappige bindteksten, die iets unieks maakt dat haar enorm aanspreekt.
Wanneer we haar het verhaal achter de plaat vertellen (over het vilt -”felt”- dat hij op de hamertjes van zijn piano bevestigde om de buren niet te storen), is ze verbaasd en geïntrigeerd.

2. Argo navis – Capsule


Haar vriend Bert, die meewerkt bij de Gentse studentenradio Urgent.fm, had de Antwerpse band Capsule ooit geïnterviewd en haar meegenomen naar hun optreden in de Kinky Star. Hoewel er slechts 20 man in de zaal stond, gaf de band toch alles en Eva amuseerde zich fantastisch. De band bedient zich van een soort geschiftheid, met allerlei gekke geluidjes die vervat zitten in de songs, die haar heel erg aanstaat. Voor haar blijft muziek binnen het creatieve veld iets erg mysterieus. Eva zelf is niet meteen muzikaal en net zoals vroeger met fysica, ervaart ze dat het iets is wat ze niet kan verklaren, waarvan ze niet begrijpt hoe het juist in elkaar zit, en nét dat is voor haar een aantrekkingskracht, die zeker in de muziek van een groep als Capsule haar enorm weet te vatten.
Op het podium blijkt Capsule een erg enthousiaste bende te zijn, die zelfs voor het beperkte publiek dat er toen was volop loos gingen en bisnummers en al speelden.
De vinyl versie van Argo navis die ze ons toont, leidt ons tot de bedenking dat vinyl meer mogelijkheden biedt voor artwork. Eva ziet platen ook echt als objecten, en de grootte van de hoes levert grafisch een pak meer kansen dan de kleinere cd-hoes (of de thumbnail die bij een mp3 hoort).

3. OK computer – Radiohead

Toen Eva 13 jaar was, leerde ze via haar 2 jaar oudere zus Radiohead kennen, al geeft ze aan dat ze erin is moeten groeien. De plaat die ze kiest, is een all time classic. Toch is Eva zelf pas ten tijde van Hail to the thief intensief beginnen luisteren naar Radiohead en is ze naar hun concerten beginnen gaan. Het is de laatste tijd dat ze vooral teruggrijpt naar hun ouder werk, waaronder dus dit album.
Net zoals wel vaker bij Radiohead, vond ze de eerste beluistering wat tegenvallend, maar dat wordt ook altijd beter, net omdat je als luisteraar zelf je best moet doen, een inspanning moet leveren om echt de muziek te vatten die Radiohead maakt. Voor Eva betekent dit ook dat zulke muziek het langst interessant blijft. Radiohead blijkt voor haar overigens ook fantastisch te passen in de auto en brengt haar tijdens autoritten in een ideeëntoestand.
Eva herinnert zich ook hoe haar moeder bijna gek werd van de grijsgedraaide Radioheadplaten, die voor haar klonken als “zaagnummers”. Gelukkig, zo stelt Eva vast, zijn het geen zaagnummers, maar songs die je moet léren begrijpen.

4. Kind of blue – Miles Davis

Eenzelfde ervaring had Eva overigens ook met deze plaat van Miles Davis. Vroeger vond ze jazz maar iets elitair, iets voor oude mensen. Nu echter heeft ze, na inspanningen waartoe ze uitgedaagd werd, echt leren luisteren en hoort ze bijvoorbeeld hoe in een song als Freddy Freeloader één instrument alle andere meetrekt. Ineens begreep ze hoe de muziek is samengesteld uit antwoorden van muzikanten op elkaar. Dat inzicht gaf aanleiding tot het nog breder besef van wat muziek in essentie is of kan zijn. Via filmpjes op YouTube zet ze nu ook kleine stapjes in de richting van jazzmuzikanten als Coltrane.
Wat haar vooral treft, is het gevoel van een echt nieuw inzicht, het gevoel iets ontdekt te hebben, iets nieuws geleerd te hebben.
Onlangs, overigens, maakte ze een hele dag een muurschilderij, met enkel deze plaat, en zat ze een hele dag tussen verf en jazz, weg van de wereld.
 
5. Dagen van gras, dagen van stro – Spinvis

Voor wie onder meer met Tien om te zien opgroeide, is Nederlandstalige muziek allesbehalve evident. Toch slaagt Spinvis erin om in onze eigen taal iets te brengen dat de platgetreden paden moeiteloos verlaat. Voor Eva zijn de songteksten niet minder dan geniaal, waar ze naar kan blijven luisteren. Het is een grote droom van haar om ooit eens samen iets op poten te zetten met Spinvis.
Ooit zag ze hem live in De Kreun: hij kwam het podium op en struikelde over zijn microfoonkabel. Daarna stond hij helemaal alleen op het podium, met een loop station en met drie smalle schermen rondom zich, waarop de gastmuzikanten (waaronder ook de Nederlandse auteur Simon Vinkenoog) kwamen meezingen. “Eigenlijk”, zegt Eva, “is zijn verhaal heel erg mooi. Hij is een man die pas op zijn veertigste zijn debuutplaat maakte. Eerst heeft hij goed rondgekeken en de tijd genomen zich te bezinnen over hoe en wat hij wou maken”. Ze steekt haar bewondering voor de man dan ook niet onder stoelen of banken.
Eva vindt dat de muziek van Spinvis vooral bij de zomer hoort (en bij lente die al overgaat in zomer, zo van die lekker warme lentedagen). Ze herinnert zich nog hoe de plaat haar ooit door haar scriptieperiode heen hielp, met prachtige liedjes als 'Ik wil alleen maar zwemmen'. Het is een plaat waar ze niet in de winter naar luistert, en ook niet in de auto.

6. The very best of – Cat Stevens

Toen Eva een jaar of 16, 17 was, haar ouders gescheiden en op zondag het huis een lege aanblik bood, zette ze deze plaat van haar moeder altijd op. Voor haar blijft dit album dan ook voor altijd verbonden met het sterke moeder-dochtergevoel van die zondagen. Het waren ellenlange zondagen waarop haar moeder streek, de puberende Eva eigenlijk niets deed en Cat Stevens zijn beste nummers ten gehore bracht.
Wat haar ook zo aanspreekt in Cat Stevens, is dat hij probeert met zijn muziek mensen te verbinden, en zo voor een betere wereld wil zorgen. Nummers als Can't keep it in en Peace train spreken haar nog steeds erg aan. Net als Leonard Cohen en The Who, is Cat Stevens echt een artiest die ze via haar moeder leerde kennen.
Vorig jaar of zo ging Eva samen met haar moeder naar een concert van Cat Stevens in Vorst Nationaal. Het bleek verschrikkelijk. Daar was ze wel teleurgesteld om, omdat ze net veel had verwacht van het samen naar een concert gaan met haar moeder, naar een artiest die voor hen samen zo veel betekent. Gelukkig deelde haar moeder haar mening. Waar ze voorheen Cat Stevens zag als een man die zoekende was en gewoon de dingen wou begrijpen, straalt hij nu uit dat hij “het weet” en dat hij anderen wil overtuigen. Cat Stevens bleek een prediker geworden te zijn van ZIJN geloof, ZIJN gelijk... Bovendien, en dat is voor Eva natuurlijk ook niet onbelangrijk, maakte hij gebruik van zowat de slechtste visuals ooit (met paarse elfen en zo!).

7. 1962-1966 (The red album) – The Beatles

Voor Eva is dit een typische zondagochtendplaat, waarbij je in pyjama blijft rondlopen, rustig ontbijt en het liefst al een lentegevoel krijgt. Bovendien houdt Eva wel van de tijdsperiode waarin de liedjes op deze plaat tot stand kwamen. Het album klinkt bovendien erg poppy: The Beatles hebben op dat moment nog niet veel te zeggen, ze zingen luchtige liedjes over de liefde en zo... Alles klinkt ongedwongen, erg enthousiast. Het zijn stuk voor stuk superkorte nummers.
Het gesprek over The Beatles leidt ons tot Eva's interesse in documentaires over kunstenaars. Daarbij vindt ze het frappant hoeveel kunstenaars met elkaar verbonden blijken, hoe vaak kunstenaars elkaar treffen en elkaar beïnvloeden. Biografische boeken kunnen haar dan weer minder boeien, behalve een boek als Just kids van Patti Smith, dat meteen ook een mooi beeld van een tijdsgeest schetst.

8. Everybody's free (to wear sunscreen) – Baz Luhrmann

Dit singletje van Baz Luhrmann zet Eva wekelijks op. Het heeft haar door heel wat periodes geholpen. Telkens ze twijfels heeft, kan ze hierin troost vinden. Meer nog, als vriendinnen in een “crisis” verkeren, of twijfelen waar ze met hun leven heen moeten, laat ze hen dit horen. Hoewel het op zich geen goed nummer is (muzikaal gezien dan), vindt ze in de tekst zoveel one-liners die haar aanspreken, dat ze er telkens voor valt.
Eén van de quotes uit het lied die ze erg mooi vindt en waar ze graag zou willen naar leven, is “do one thing every day that scares you”. Dat vindt ze een mooi motto.

9. Með suð Í eyrum við spilum endalaust – Sigur Rós

Een tijdlang zat Eva Mouton op kot in het grote huis van haar tante, langs het water. Ze woonde een jaar of vier in twee met elkaar verbonden kamertjes, die helemaal wit geverfd waren. Het huis had ook een binnenkoer en zo, en in haar kamers had Eva drie kleine raampjes, die uitgaven op het water, waar geen gordijnen voor hingen en waar de zon 's morgens door binnenviel. Het gaf haar allemaal het gevoel op eigen benen te staan.
In die periode kende ze haar vriend Bert nog maar pas. Ze herinnert zich hoe ze samen naar de documentaire bij het album keken, op DVD, en hoe ze beiden innerlijk huilden. Zó mooi was het!
Heel vaak zette ze het album luid op, waarbij het water het geluid ver droeg en Bert nog voor hij haar huis bereikte, kon horen hoe ze naar Sigur Rós luisterde.
Wat haar vooral zo aanspreekt, is het sferische van de muziek. Het is een plaat waar je volledig moet in op kunnen gaan om ervan te genieten. Voor Eva is dit als een zwembad. Net zoals ze bij het zwemmen alles kan vergeten, kan ze zich hier volop in onderdompelen.

10. A brief history of love – The Big Pink

In periodes dat ze veel moet schrijven, luistert Eva veel naar deze plaat. Ze klinkt immers heel donker, en The Big Pink roept zo de juiste mood op waarin Eva het best kan schrijven. Soms kan ze steeds opnieuw naar 1 nummer, op endless repeat, luisteren, zoals naar het titelnummer of naar Too young for love.
Voor deze plaat kende ze eigenlijk geen muziek waarin werkelijk muren van muziek opgetrokken werden, die amper zuurstof laten. De liedjes klinken bijna als drones. Dat werkt wel heel goed om op te schrijven. Zo werd Kopstoot volledig met dit album op de achtergrond geschreven.

Afsluiten doet Eva met een vergelijking tussen boeken en muziek. Waar bij boeken inspiratie pas later in iets omgezet wordt, kan dat bij muziek onmiddellijk.

Ik dank Eva voor het fijne gesprek. Haar boek, Eva's gedacht, kan u hier kopen.

23 april 2012

10 platen die zijn leven beïnvloedden: Roen Het Zwoen


Roen Het Zwoen, het is natuurlijk niet zijn echte naam, is dankzij zijn blog en zijn Facebook-bijdragen al geruime tijd mijn gids in het muzikale landschap dat we gemakshalve roots zullen noemen: americana, alt.country, blues, folk,... Intussen heb ik zijn muzikale tips vrijwel blindelings leren vertrouwen. Roen reviewde een tijdlang voor Rootstime, en zijn blog is jammer genoeg de laatste jaren wat minder actief. We waren alvast benieuwd naar zijn platenkeuze...

1. Stones story – The Rolling Stones



De vroegste kennismaking met platen bestond voor Roen vooral uit luisterplaten, met sprookjes, TV-series en andere verhalen. Een tijdje later ontdekte hij de uitgebreide platencollectie van zijn vader, waarin The Rolling Stones en The Beatles goed vertegenwoordigd waren. Zijn voorkeur ging vooral uit naar de Stones, wier platenhoezen hem het meest aantrokken.
Deze dubbele verzamel-LP bevat al hun klassiekers. Toegegeven, aldus Roen, de oudere nummers (voornamelijk covers) klinken wat gedateerd, maar voor de rest staat deze plaat nog steeds als een huis. En voor Roen is Keith Richards nog steeds het prototype van de rebelse rocker.
Hij vindt het bovendien vreemd hoe de Stones tegenwoordig uitgespuwd, zelfs gehaat worden. Zelf blijft hij een onvoorwaardelijke fan.

2. Thriller – Michael Jackson



Hij moet ongeveer 10 jaar oud geweest zijn, en dit was zijn eerste zelfgekozen plaat. Ze werd door zijn moeder voor hem gekocht, deze plaat vol hitsingles die de BRT Top 30 steevast veroverden. In de slaapstad die Halle toen was (en misschien nog wel steeds is), vormde die nationale hitlijst het muzikaal universum waar in ware eighties-stijl ook playback- en soundmixwedstrijden bijhoorden. Op een schoolfeest in '84 of '85 bracht Roen met klasgenoten een playbackoptreden van Beat it. Michael Jackson was de ultieme jeugdheld voor al zijn klasgenoten.
Op de binnensleeve prijkt een tekening die bij het titelnummer hoort, met een op het eerste zicht spinachtig wezen. Het wezen boezemde Roen angst in als kind, en werd slechts sluiks bekeken telkens hij de plaat speelde.
Naar aanleiding van het overlijden van Michael Jackson, luisterde hij nog eens naar alle platen van de man, en het viel Roen op dat deze plaat echt wel steengoed blijft. Elk nummer klinkt erg krachtig, krachtiger dan je gezien het tijdsgewricht waarin ze ontstond, zou verwachten. De funky, straffe productie van Quincy Jones zit daar wellicht voor heel veel tussen...

3. Skid Row – Skid Row



Op de middelbare school werd Roen zwaar beïnvloed door zijn kameraad Sigmund. Hoewel ook hij maar 14, 15 jaar oud was, had hij toch al een meer dan indrukwekkende verzameling hard rock, metal, trash, death metal,... Hij was geabonneerd op Metalhammer, dat tegenwoordig Aardschok heet.
Samen hingen ze, ook op school, de rebel uit, met als lijflied Youth gone wild uit dit album van Skid Row.
Hoewel de band veelal tot de hair metal gerekend wordt, klinkt dit volgens Roen toch meer punk dan hun genregenoten en neigt het ook meer naar zuivere hard rock.
Het was de tijd van zijn eerste zaalconcert (Judas Priest in Vorst Nationaal, met als “voorprogramma” Pantera en Annihilator!), zijn rebellie, zijn verzet tegen zijn vader, Headbanger's ball op MTV (op een tijdstip dat hij eigenlijk in bed hoorde te liggen). Dankzij zijn vriend ging een hele wereld voor hem open, die voorheen in Halle toch vrij ontoegankelijk en onbekend had geleken. De muziek werd de passende soundtrack bij de puberteit die gezien de moeilijke relatie met zijn vader heel heftig huishield.

4. Black Sabbath – Black Sabbath



Black Sabbath zag Roen in '91 live in Vorst Nationaal. De band verpersoonlijkte het pure kwaad. Roen bekent zelfs schrik gehad te hebben van de hoes. De figuur op de hoes (het lijkt een vrouw, maar we vermoedden dat het Ozzy Osbourne betreft) leek voor hem heel sterk op de Koningin van Onderland (uit Jommeke).
Roen heeft nog steeds de originele persing uit 1970, uit de platencollectie van zijn vader gered. Hij verkiest de vinylversie, omdat die toch écht wel mysterieuzer klinkt dan de geremasterde CD-versie.

5. Decade – Neil Young



In 1987 leerde Roen Neil Young kennen op Studio Brussel. Toen zond de jongerenzender nog maar een paar uur per dag uit. Erg onder de indruk was hij toen nog niet van de Canadees, maar dat zou veranderen door eind 1991 in de Tijdloze het geweldige Like a hurricane te horen. Voor Roen zou Neil Young, van wie hij nog in de daaropvolgende week deze verzamelaar kocht, de connectie vormen tussen hair metal en grunge, en later zou hij ook nog de sleutelfiguur worden tot de wereld der americana. Nog steeds is Neil Young de ultieme held van Roen, de ultieme singer-songwriter.
Roen zou later het album Sleeps with angels blijven en blijven draaien, zo vaak dat zijn vrouw uiteindelijk Neil Young beu raakte en hem tot de dag van vandaag nog steeds niet kan horen...

6. Nevermind – Nirvana



In dezelfde periode waarin Roen door Neil Young “gepakt” werd, kwam ook Nirvana's debuut uit. Eerst wist Roen niet goed wat hij ermee aan moest vangen. Hij had het album leren kennen via zijn vrouw, maar het was pas toen hij Neil Young goed ging beluisteren, dat Nirvana er echt in slaagde tot hem door te dringen. Hij speelde zijn boxen létterlijk kapot met Breed.
Nevermind was ook de eerste cd die hij ooit kocht, en intussen heeft hij al 3 versies van het album. Vooral de hard-zachtdynamiek wist hem uitermate te bekoren. Hij vertelt er ook bij dat de eerste en enige keer dat hij huilde bij een overlijden, voor hem verbonden is met deze plaat.

7. Scraps at midnight – Mark Lanegan



Hoewel Roen toegeeft dat zijn favoriete Lanegan-plaat eigenlijk Whiskey for the holy ghost is, kiest hij toch voor deze, omdat deze plaat de periode markeert waarin hij samen met zijn vrouw weekends begon door te brengen in Vresse-Sur-Semois, in de buurt van Bouillon. Om één of andere bizarre reden regende het altijd op de weg erheen.
In september ’98 had het al de hele week geregend, en omdat ze geen cash meer hadden, en er geen automaat was in het dorp, moesten ze een hele rit in de buurt maken, op zoek naar een geldautomaat. De hele tijd stond deze (toepasselijke) plaat op, en sindsdien werd dit album dé soundtrack van al hun uitstappen naar de Ardennen, tot op heden zelfs.
Scraps at midnight is echt een zeer zware plaat, waarop Lanegan met zijn demonen tracht af te rekenen. Eén van de meest opmerkelijke nummers is Hospital roll call, een bijna-instrumentaal met slechts één tekstfragment: Mark Lanegan die “Sixteen!” zingt.
We opperen dat net als Neil Young Mark Lanegan een man is die de verbinding maakt tussen grunge en americana. Roen vraagt zich luidop af of hij niet ook door oude blues is beïnvloed.

8. April – Elliott Murphy



Op aanraden van vrienden ging Roen naar de Balzaal van de Vooruit in Gent, voor een concert van Elliott Murphy, die hij eigenlijk niet kende. Hij speelde er samen met Olivier Durand, een Franse gitarist uit Le Havre waarmee Murphy wel vaker samenspeelt. Het werd een prachtig concert, van bijna 3 uur, met ongeveer 30 nummers en een bisronde die bijna even lang duurde als de set zelf: een fantastische kennismaking dus!
Het album April is een concertregistratie uit dezelfde tournee en geeft ook goed de sfeer van dat bewuste concert weer. Volgens Roen is het ook de beste introductie tot Elliott Murphy, omdat hij erg experimenteert met zijn eigen nummers tijdens dit optreden. De plaat bevat zijn favoriete versie van You never know what you’re in for. Zowel muzikaal als qua zang is dit aangrijpend mooi.
Hoewel Elliott Murphy met band veel sfeer weet te scheppen tijdens zijn optredens, vindt Roen concerten waarbij hij in duo optreedt met Oliver Durand toch wel de beste bezetting.
Prachtig aan de concerten van Elliott Murphy, is zeker en vast ook de community die zich errond ontwikkelde van mensen die de concerten overal blijven volgen, elkaar steeds weer tegenkomen en met elkaar verbonden raken (over landsgrenzen heen).

9. Songbird – Eva Cassidy



In die tijd (het klinkt een beetje als een fragment uit het Nieuwe Testament) werkte Roen bij de Nationale Kas voor Beroepskrediet, waar hij veel arbeidsplezier beleefde aan de projecten die hij van zijn baas mocht uitvoeren. Er waren echter geruchten van een overname, want bevoegd minister Rik Daems wou de Kas privatiseren. Die overnamegeruchten en alles wat erbij hoort, zorgden voor heel wat spanningen tussen de collega’s, en uiteindelijk zou er voor alle werknemers een collectief ontslag volgen. Dat collectief ontslag kwam als een ware donderslag en Roens wereld stond helemaal stil. Hij herinnert zich nog hoe hij, toen hij zijn ontslagbrief ontving, luisterde naar The nightly disease van Madrugada. Wekenlang echter kon hij daarna geen muziek meer verdragen. Toen hij echter een keer bij Dr. Vinyl in Halle was, werd hij aangegrepen door de stem van Eva Cassidy, die er opstond. Daar lag zoveel gevoel in, dat Roen terug naar muziek kon beginnen luisteren.
Hoewel de plaat enkel covers bevat, hoor je aan de nummers dat het een dame is die al één en ander meegemaakt heeft in haar leven. Achteraf kwam Roen te weten dat Eva Cassidy in 1997 al stierf aan kanker, en dat ze al ziek was toen ze deze opnames maakte. Omdat ze weinig zelfvertrouwen had, zijn er heel weinig opnames van haar. Dankzij een commercial haalde zelfs #1 in de Engelse hitparade. Behalve haar debuutplaat, Eva by heart, en deze coverplaat zijn er nog 2 live-albums, allebei opgenomen ergens in een café. Ze trad overigens niet vaak op.

10. Weathered – Creed / American V: a hundred highways – Johnny Cash / Fleet Foxes – Fleet Foxes











My sacrifice, zo heet één van de nummers op Weathered van Creed. Als we praten over platen die in iemands leven écht van belang zijn geweest, dan mag deze niet ontbreken. Want, zo vertelt Roen, dit had de laatste plaat ooit kunnen zijn die hij beluisterde. In maart 2002, tijdens een wandeling in de Ardennen, gleed hij immers van het pad de dieperik in, en bleef nog net boven het water en de stenen hangen aan een dikke tak. Hoewel al bij al de lichamelijke schade nog meeviel en hij erg veel geluk had, werd het een zeer ingrijpende gebeurtenis. Roen maakte de hele val bewust mee, en herinnert zich elk klein detail ervan nog steeds haarscherp. Naast de tussenwervelschijven die verwrongen raakten, bezorgde het hem ook enorme angstaanvallen. Later zou een psychologe hem uitleggen dat hij leed aan post-traumatische stress-stoornis. De val triggerde alle andere angsten in hem, de last van de stress rond het collectief ontslag, de herinneringen aan alles wat hij in zijn gezin meemaakte. De paniekaanvallen werden heel erg, soms zelfs gewoon thuis aan de eettafel met zijn gezin. Dan moest hij naar buiten, kreeg hij geen lucht meer en duurde het erg lang, en in kleine stappen, eer hij opnieuw voldoende gekalmeerd was om binnen te kunnen zijn en anderen (zelfs zijn vrouw en zijn kinderen) rondom zich te verdragen.
Twee andere platen speelden ook een erg grote rol in het herstel, en daarom deelt Creed deze tiende plaats dan ook met hen: American V: a hundred highways van Johnny Cash bracht hem pas echt troost en rust (tenminste toch als hij thuis is, elders kunnen de paniekaanvallen hem nog overvallen), en het titelloze debuut van Fleet Foxes, een plaat die volgens Roen pure perfectie is, markeerde het begin van zijn helingsproces, zoals je trouwens hier op zijn blog kan lezen.
Hoedanook, de val, die voor altijd geassocieerd blijft met deze platen, heeft zijn hele muziekbeleving helemaal veranderd.

09 november 2011

10 platen die zijn leven beïnvloedden : Stefaan Decroos

Stefaan Decroos is een 34-jarige leraar gedragswetenschappen en leerlingbegeleider, die sinds 2009 op zijn eentje I Do I Do vormt. Hij leerde op zijn vijftiende gitaar spelen, speelde in geboortestad onder meer bij Land, waarmee hij in 2002 de finale van Humo's Rock Rally haalde.
I Do I Do bracht intussen al 2 albums uit (None in 2007 en More light in 2010) en intussen wordt er volop gewerkt aan een volgend album, dat wellicht helemaal instrumentaal wordt.
Hij selecteerde voor ons 10 platen die zijn muzikaal leven beïnvloedden.

1. Daar zijn de smurfen weer – Conny Vink

Naar deze kinderplaat heeft Stefaan erg vaak geluisterd. Wie I Do I Do een beetje kent, zou dit misschien niet in zijn lijstje verwachten, maar Stefaan schetst ons hoe zijn ouders vooraanstaande leden waren van de plaatselijke carnavalvereniging en zelfs koning en koningin werden van een carnavalsorde. Tussen alle carnavalmuziek kwamen ook de Smurfen aan bod, en nog steeds vindt hij dat dit eigenlijk heel goeie muziek is. “Alle nummers kloppen gewoon,” vertrouwt hij ons toe, “en je hoort dat met veel liefde en zorg aan de arrangementen is gewerkt.” Het verschil met sommige hedendaagse kindermuziek (om Studio 100 niet te noemen) is groot, en het hoeft dan ook geen verbazing te wekken dat deze plaat nu ook de lievelingsplaat is van zijn driejarig dochtertje.
Ook de songtitels verbazen : “Groene Peter van Mars” roept haast psychedelische beelden op, en -gezien zijn beroepsactiviteiten misschien niet verrassend- ook “Het mooiste van de schooltijd is de vakantie” is een persoonlijke favoriet van Stefaan.

2. Kamiel in België – Raymond van het Groenewoud

Live-platen zijn een moeilijke zaak, aldus Stefaan. Toch weet deze live-registratie uit de toernee die Raymond maakte, van studentenvereniging naar studentenvereniging, uit te blinken. Het luidruchtige publiek en de interactie van Raymond daarmee, maken dat je als het ware meteen tussen het publiek zit, en daarom vat deze plaat zo goed wat een optreden kan zijn.
Hoewel het niet echt een kinderplaat was, luisterde Stefaan als kind hier vaak naar, meestal op de cassette in de auto van zijn vader. Het is een echte rockplaat, vol klassiekers die ook vandaag nog door velen gekend zijn.

3. Let me come over – Buffalo Tom

Van alle Buffalo Tom-platen in zijn platenkast, is dit het meest gedraaide album. Terwijl de grunge helemaal losbrak, luisterde hij hier eindeloos naar en identificeerde Stefaan zich heel sterk met zanger Bill Janovitz. Kurt Cobain vond hij immers te excentriek en te mooi, maar Janovitz was een gewone jongen uit de straat, die aantoonde dat jij en ik ook rocksterren kunnen worden.
I Do I Do zou als trio starten, in eenzelfde bezetting als Buffalo Tom. Bovendien zouden ze een plaat opnemen in Boston, bij producer Paul Kolderie (van Fort Apache), die behalve met Buffalo Tom (hij produceerde “Let me come over”) ook nog werkte met The Lemonheads, Morphine, Radiohead, Hole (als producer) en als engineer voor Pixies, Come, Dinosaur Jr, Warren Zevon,...
Stefaan is nog steeds helemaal weg van het geluid van de gitaren, met laag op laag, tegelijk ruw en poppy. Dat ook de hoesfoto's en zo vooral gewone, haast dagelijkse taferelen lieten zien, versterkte het beeld van de gewone jongens die een steengoeie plaat konden maken.

4. Don't ask, don't tell – Come

Chris Brokaw, frontman van de band Come, zou een belangrijke rol spelen in het muzikale leven van Stefaan Decroos. Hij was de man die hem in contact had gebracht met Paul Kolderie, waardoor I Do I Do in Boston met hem als producer kon werken, en hij blijft nog steeds de absolute muzikale held van Stefaan.
Come was een nineties indie rock band die eigenlijk veel bluesakkoorden speelde (alles in mineur) met een heel donkere flow. Zangeres Thalia Zedek klonk als een man (het duurde lange tijd eer Stefaan wist dat zijn favoriete nummers eigenlijk door een vrouw werden gezongen). Volgens Stefaan zit op deze plaat gewoon alles absoluut goed: de drums, de bas en zeker de gitaar. Ze slagen erin om twee gitaren als één te laten klinken.
Voor hem is dit dé beste rockplaat ooit, die jammer genoeg bij ons onder de radar bleef, hoewel Come in Boston wel nog steeds geldt als dé band van de jaren '90.

5. Blood on the tracks – Bob Dylan

Toen Stefaan zo'n 20 jaar oud was, leerde hij Bob Dylan kennen. Dylan spreekt hem als verteller enorm aan. Hij slaagt erin om -hoewel hij in de 3e persoon vertelt- doorheen al zijn personages toch iets fundamenteels prijs te geven over wie hij is. Dylan slaagt er ook in om beelden te creëren, en je ziet bij een beluistering van zijn platen eigenlijk een heel verwarrende film voor je ogen.
Geen wonder dus dat Stefaan een zware Dylanfan is, die andere mensen wel eens durft af te meten aan hun liefde voor Dylan.
Deze plaat geldt voor hem als de meest autobiografische plaat. In 1975 leek het voorbij te zijn voor Dylan, en bovendien was er net de breuk met zijn vrouw Sara. Hoewel Dylan zelf ontkent dat de nummers autobiografisch zijn, zijn er heel veel aanwijzingen dat dit toch zo is...
Door de open D-tuning op alle nummers, is er één overheersende, bindende klank, die Stefaan enorm aanspreekt.

6. Exit the dragon – Urge Overkill

Deze rockplaat, die er echt wel spuuglelijk uitziet (zo vertrouwt hij ons toe), leunt erg dicht aan bij The Rolling Stones, en klinkt als een duiveluitdrijving door de band die de meeste mensen kennen van “Girl, you'll be a woman soon” (uit de soundtrack van Pulp Fiction). Stefaan bezweert dat Urge Overkill dingen doet die geen enkele andere band doet, al geeft hij toe dat je er moeite voor moet doen om ten volle de rijkdom van de plaat te waarderen. Volgens hem lijkt de plaat eerst niet zo supergeweldig en vooral veel te lang, maar als je goed blijft luisteren ontdek je dat ze van op zich matige ideeën toch iets speciaals weten te maken.

7. Selected ambient works 85-92 – Aphex Twin

De eerste beluistering van dit album was in het leegstaand ouderlijk huis, en blijft Stefaan daarom zo sterk bij. De aparte akoestiek van een leegstaand huis en de emotionele geladenheid van het moment vielen zo voor Stefaan samen met zijn eerste kennismaking met instrumentale muziek. En toch, zo benadrukt hij, zijn het echt wel allemaal echte songs.
Geïnspireerd door Aphex Twin werden “cut and copy” en keyboards binnengebracht in het palet van Land, de groep waarmee Stefaan uiteindelijk zelfs deelnam aan de Rock Rally.

8. Death chants, breakdowns and military waltzes – John Fahey

We hadden het Stefaan Decroos bij een concert van I Do I Do al eens eerder horen vertellen, hoezeer hij beïnvloed was geraakt door John Fahey. En ook tijdens dit gesprek bevestigt hij dat Fahey voor hem op dit moment de belangrijkste muzikant is in zijn leven.
John Fahey, die nooit echt bekend werd -al was hij enorm invloedrijk voor een hele generatie gitaristen-, maakte al in de jaren '50 en '60 muziek. Eind 2008 zou Stefaan hem ook ontdekken, en het is de “laatste muzikale aardverschuiving” die hij gehoord heeft. Fahey getuigt van de meest consequente koppigheid, doet nergens ook maar een inspanning om wie dan ook te overtuigen en het hoeft dan ook niet te verbazen dat hij nooit rijk en beroemd werd. Hij schijnt zelfs een heel dramatisch levensverhaal gekend te hebben, en hij stierf in 2001, geveld door een combinatie van ziektes en alcohol, na een hartoperatie.
Wat Stefaan zo aantrekt in de muziek van John Fahey, is -naast de al eerder genoemde koppigheid- dat alles eigenlijk klinkt als heel eenvoudige “kindermelodieën” die vermoedelijk allemaal in één take opgenomen zijn. Niemand klinkt zo diep als Fahey. Stefaan leerde via Fahey de fingerpickin' stijl kennen en spelen en heeft nu al 3 jaar geen electrische gitaar meer gespeeld, en kiest meer en meer voor instrumentale muziek, zoals zijn grote voorbeeld.

9. Third (Sister lovers) – Big Star

Het derde album van Big Star, simpelweg “Third” (intussen ook gekend als “Sister lovers”), mocht ook niet ontbreken in dit lijstje. De band van Alex Chilton (die op zijn 16e al een wereldhit -”The letter”- had met The Box Tops) had al 2 vrij poppy en vrolijke platen gemaakt, maar dit album klonk heel anders. Het was een zeer ecclectische plaat, met regelrechte “onnozeliteiten” en trage ballads. Hoewel ook wel sterk Beatlesgericht, is dit toch een plaat waar je duidelijk meer moeite moet voor doen om ze tot haar recht te laten komen.
Voor Stefaan persoonlijk was dit eveneens de plaat die een sterke rol speelde in de verwerking van een belangrijk verlies.

10. Crooked rain, crooked rain – Pavement

Op de middelbare school, in wat je als het plaatselijk jeugdhuis zou kunnen omschrijven, hoorde Stefaan Pavement. “Cut your hair” sprak hem meteen heel sterk aan, en Pavement zou hem daarna blijven “achtervolgen”.
De plaat bevat enkele nummers die haar echt tot een hoger niveau tillen. Wat Stefaan in deze ultieme slackerplaat vooral aanspreekt, zijn de grappige teksten (vaak erg associatief) en de attitude die de plaat uitstraalt: alles kan!

Als uitsmijter geven we u alvast nog een liedje mee dat I Do I Do gratis aanbiedt op hun website :

13 september 2011

10 platen die zijn leven beïnvloedden : Vincent Coomans

De bijna 23-jarige Vincent Coomans, verantwoordelijke promotie en publiekswerking bij de Kortrijkse bib, is een bezige bij. Hij reviewt en interviewt voor Indiestyle.be, is medewerker bij de concertwerking Hypnoiz van het Ieperse JOC en sinds kort coördinator van Track Sessions, de Kortrijkse soon-to-be tegenhanger van La Blogothèque. Bovendien is hij zelf singer-songwriter, onder de naam J. Keens Balloon Flight.

We waren dan ook ontzettend benieuwd naar de 10 meest invloedrijke platen die hij koos... En dat het er uiteindelijk 12 werden, bedekken we met de mantel der liefde.


1. Hybrid theory – Linkin Park


Deze plaat markeert voor Vincent het begin van zijn passie voor muziek. Als prille puber luisterde hij aanvankelijk naar rap (2Pac o.a.) tot hij hoorde hoe Linkin Park de eerste band was die de brug sloeg tussen hiphop en rock. Daarna ging hij meer luisteren naar rock, onder meer de Metallica-platen van zijn broer.

Als jonge gast kon hij zelf de CD niet kopen dus moest hij creatief zijn en ze afwisselend lenen uit de bib en uit de collectie van het toenmalige lief van zijn broer. Later, toen hij daar wel toe in staat was, had hij al zoveel andere muziek leren kennen, dat het er niet meer van kwam. Hoewel het latere werk van Linkin Park hem niet meer zo interesseert Vincent, blijft hij deze plaat wel goed vinden.


2. Show your bones – Yeah Yeah Yeahs


Vincent had intussen de weg gevonden naar allerlei groepen die op podia als dat van Pukkelpop zouden staan, maar hij kende weinig mensen met eenzelfde muzieksmaak. Via allerlei fora kwam hij toch in contact met gelijkgezinden. Op Noxa.net leerde hij iemand kennen die naar Pukkelpop zou gaan dat jaar en zijn reactie (“je gaat toch zeker naar Yeah Yeah Yeahs kijken hé”) zou het begin blijken van de relatie met zijn huidige vriendin. Alleen al opener “Gold lion” vond Vincent zo straf dat het zijn uitspraak rechtvaardigde.

Als dat geen invloedrijke plaat is, weten wij het ook niet meer...


3. Admiral Freebee – Admiral Freebee


Eén van de eerste zelf gekochte CD's van Vincent was het debuut van Admiral Freebee. Aanleiding voor de aanschaf was de live-prestatie die hij had gezien van “Mediterrenean sea”. Wat Vincent vooral raakt, is hoe Tom Van Laere erin slaagt om in op zich weinig opmerkelijke verhalen toch veelzeggende observaties van de gevoelswereld rondom zich te laten groeien. Zo schrijft hij over mensen die bij elkaar blijven hoewel ze elkaar niet graag meer zien zonder in clichés te vervallen. In die zin doet hij tekstueel denken aan Bob Dylan, maar Admiral Freebee steekt er ook vaak een dikke knipoog in, zoals ook Alex Turner dat zo goed kan.

In die zin is Admiral Freebee een belangrijke inspiratie voor Vincent als singer-songwriter : niet alleen leerde hij erdoor nadenken over wat hij precies wil vertellen in een song, tegelijk zoekt hij ook manieren waarop hij er een luchtige twist aan kan geven.


4. New day – Absynthe Minded


Deze plaat werd werkelijk gekocht met zuurverdiende spaarcenten. Meer dan de naam herkennen van op allerlei fora was er niet nodig, en zonder een noot van de groep gehoord te hebben, kocht Vincent de plaat waar hij letterlijk honderden keren naar geluisterd heeft. Het was de eerste groep die hem echt aansprak, en hij zou hen later live zien op Dranouter.


5. The suburbs – Arcade Fire


De meest recente plaat uit het lijstje komt van Arcade Fire, een groep die hij als muzikant heel hoog in het vaandel draagt. Behalve geweldige muzikanten die heel wat instrumenten gebruiken in hun nummers, zijn ze ook een prachtig voorbeeld van een groep die het totaalaspect verzorgt : de looks, het artwork, de video's, de decors voor de optredens,... Alles klopt en ademt hetzelfde uit.

Met “The suburbs” hebben ze bovendien het verguisde genre “conceptplaat” weer krediet gegeven. De plaat omvat een thema (de terugkeer naar je kindertijd) die Vincent ondanks zijn jeugdige leeftijd ook heel erg bezighoudt. Ook hij vraagt zich vaak af hoe het nu gaat met de kinderen van 10 jaar geleden : oude klasgenoten en speelkameraadjes. Hoe zouden zij nu in het leven staan ? En vooral, hoe kijken zij terug naar diezelfde periode ?

Vincent voelt zich nog te jong om dit al in zijn muziek te verwerken, en bovendien heeft hij het gevoel dat hij daar op dit moment niets over zou kunnen vertellen dat niet al vele malen beter op dit album is verteld, maar wie weet, komt het er later -als hij thirty-something is- wel nog van...


6. Applause – Balthazar


De Kortrijkse band Balthazar heeft Vincent al meermaals live gezien. Toch herinnert hij zich nog heel goed de eerste keer : de band had net een eerste EP uit, won de Publieksprijs op Humo's Rock Rally en leek wat op Absynthe Minded. Geen wonder dat iedereen hen een gelijkaardig parcours als de Gentenaars voorspelde, maar Balthazar zou een zeer eigenzinnige band blijken, die net altijd kiest om tegen de stroom in te varen. Zo brachten ze hun debuutplaat niet uit toen iedereen dat verwachtte, maar schaafden ze er vier jaar lang aan en veranderden ze voortdurend hun nummers, om dan ineens onverwacht hun debuut uit te brengen. Voor Vincent, die al tussentijdse resultaten had gehoord, leek de plaat bij eerste beluisteringen wat tegen te vallen, maar na het album meer luisterbeurten te gunnen, was hij helemaal verkocht.

In een interview met de band hoorde hij hoe frontmannen Jinte Deprez en Maarten Devoldere ervan houden het gaspedaal net niet helemaal ingedrukt te houden. Zo verklaart hij wat hem in de band zo aantrekt. Bovendien stralen ze de eigenzinnigheid ook helemaal uit op het podium en hebben ze op die manier een heel nieuwe sound gecreëerd.

De band huldigt het do-it-yourself principe en bovendien is de hiërarchie heel duidelijk : 2 groepsleden houden de volledige controle over alles wat met de band te maken heeft en de andere muzikanten spelen als het ware in dienst, en stellen zich tevreden met die status.

Vincent vertelt dat dit een prachtig voorbeeld is van hoe hij zelf hoopt als muzikant te werk te gaan.


7. O – Damien Rice


Damien Rice is de ideale schoonzoon, die zich op het podium ontpopt tot een deugniet die zijn stout kantje naar boven laat komen. Hij schrijft bovendien erg mooie liedjes, en legt het er in de nummers soms vingerdik op. Hij gaat, ook in zijn podiumprésence, van ingetogen en sereen naar heel ruw, hard en stout en keert met evenveel gemak terug, en dat soms heel plots.

Vincent leerde hem kennen via een clipje waarin hij met een akoestische gitaar een echt rocknummer brengt (“I remember”). Bovendien was “Cannonball” één van de eerste liedjes die Vincent zelf leerde spelen op zijn gitaar. Zijn cover nam hij op en onder impuls van zijn vriendin zette hij dit op Facebook. De positieve reacties die hij daarop kreeg, trokken hem over de streep en gaven hem het zetje dat nodig was om verder te gaan met muziek en die ook naar buiten te brengen.

En als klap op de vuurpijl vertrouwt Vincent ons toe dat “The blower's daughter” een zekere emotionele waarde heeft.


8. The eraser – Thom Yorke


Thom Yorke is (zie verder) al altijd een idool geweest voor Vincent, maar deze soloplaat was toch zeer verrassend. En bovendien is het voor iemand die al volledig de lijn bepaalt bij Radiohead, moedig om helemaal onder eigen naam een plaat te maken en zichzelf zo kwetsbaar op te stellen. Thom Yorke zelf vond dat bepaalde nummers nu eenmaal niet pasten in de lijn van de ontwikkeling van Radiohead, al vindt Vincent dat daarover te redetwisten valt.

In ieder geval bewijst Yorke op deze manier aan zijn criticasters dat hij wel degelijk kan zingen en wel degelijk een begenadigd muzikant is. De durf om die confrontatie aan te gaan, is wat Vincent hieraan heel erg bewondert. En hij is ook maar al te blij dat dit niet het begin van het einde van Radiohead bleek...


9. Parachutes – Coldplay


Coldplay had Vincent, net als vele anderen, leren kennen via “The scientist”. Maar de kennismaking met de debuutplaat van Coldplay toonde hem waar deze band op zijn best toe in staat is : subtiele, geraffineerde, lo-fi muziek, nog niet bombastisch hoewel de nummers alle elementen bevatten voor een meer bombastische uitvoering.

Van deze plaat wordt hij echt rustig. Tijdens de examens zat hij vaak door zijn kamerraam te kijken naar de zonsondergang, en de plaat vormde (zelfs in tijdsduur) de ideale soundtrack daarbij.

Tot rust komen versus drukte : het is voor Vincent zelf ook een belangrijk thema in zijn leven en als muzikant tracht hij in zijn set voldoende rustmomenten in te lassen. Dat Vincent Coomans in zijn set ook ruimte maakt voor een - op hun debuutplaat gebaseerde - cover van "Life In Technicolor II" (uit "Viva La Vida…" ) is duidelijk een schreeuw naar de vroege Coldplay.


10. For Emma, forever ago – Bon Iver


Het was 2008. Vincent had net een Afrekenings-CD gewonnen op Studio Brussel. Tot zijn verrassing stuurde men niet de CD, maar een platenbon zodat hij die zelf zou kopen. Hij kocht er echter een plaat mee die hij op internet had gestreamd en waarvan de hele down-to-earth sfeer hem helemaal in de ban had. Bon Iver bracht immers een heel eigen stijl, die tekstueel vaak surrealistisch is. De songs lijken gebouwd rond zinnen die op zich zo fantastisch mooi zijn, en zo toepasbaar op allerlei situaties in het leven, dat ze gewoon een hele song er rond verdienen. De nummers worden zo een soort los-vast verband van zinnen rondom één kernzin van een ongelooflijke schoonheid. Dit album toont Vincent hoe één zin aanleiding kan zijn om een heel verhaal rond te bouwen, iets wat hij als singer-songwriter ook wil kunnen.

Bovendien raakte hij geïntrigeerd door het verhaal achter de plaat. Drie maand lang probeerde Justin Vernon zijn net afgebroken relatie te verwerken door in Wisconsin en Canada met een trailer rond te trekken en muziek op te nemen. Wonderbaarlijk is vooral hoe hij zijn gevoel ook daadwerkelijk ten volle weet over te brengen in zijn muziek.

Deze plaat noemt Vincent een ware steun als hij het moeilijk heeft, een plaat die hem troost biedt.


11. Whatever people say I am, that's what I'm not – Arctic Monkeys


Vincent was 16, 17 jaar en keek als puber op naar rebelse figuren. Hij vond die toen vooral in Oasis (“(What's the story?) Morning glory” haalde net dit lijstje niet) tot Alex Turner kwam. De plaat voelde als de perfecte muzikale uitdrukking van wie Vincent toen was, van de hele sfeer van zijn leven, van het “fuck it” tegen de wereld. Nog meer dan Admiral Freebee brengt Alex Turner met Arctic Monkeys dit alles met een dikke knipoog en verliest hij niet uit het oog om een verhaal te vertellen in alledaagse observaties.

De ultieme “tegendraadse” plaat bepaalde voor Vincent de muzikale jaren 2000, zoals voorheen “Nevermind” van Nirvana en de platen van Radiohead de jaren '90 hadden belichaamd.

Vincent steekt ook zijn bewondering niet onder stoelen of banken voor de productiviteit, gepaard gaande aan immense kwaliteit, van Alex Turner, één van zijn grootste muzikale helden. Met Arctic Monkeys, The Last Shadow Puppets, solo en in diverse samenwerkingen toont hij telkens opnieuw ongelooflijk talentrijk te zijn.


12. The bends – Radiohead


Vincents broer, 8 jaar ouder, was al langer helemaal weg van Radiohead. Diens favoriet nummer (“Street spirit”) vindt ook Vincent steengoed.

Intussen is deze plaat van Radiohead uitgegroeid tot de absolute voorkeursplaat van Vincent. Het is ook de plaat die hij het allermeest oplegt, vooral wanneer hij zich triestig voelt of te maken krijgt met een tegenslag. Voor Vincent is vooral het nummer “Bulletproof... I wish I was” de ideale muzikale vertaling voor hoe hij zich voelde bij de problemen thuis. Niemand -ook hijzelf niet- kon ooit beter uitdrukken wat diep in hem leefde. Hij leerde dan ook gitaar spelen om dit nummer te kunnen spelen.

Niet alleen slaagt Radiohead er in om telkens opnieuw verhalen uit het echte leven en voor het echte leven te vertellen, bovendien vinden ze zichzelf telkens opnieuw uit. Geen twee platen zijn hetzelfde bij Radiohead. Inhoudelijk is het verhaal dat ook al verteld wordt in “The bends” telkens de basis, maar de muzikale uitwerking is telkens helemaal anders. Radiohead probeert keer op keer eigentijds te zijn en heersende en opkomende trends te hanteren op een manier dat ze zich eigen maken en dat het toch opnieuw, hoewel iedere keer anders, onmiskenbaar Radiohead is.

Radiohead is daarom eigentijds en tijdloos tegelijk. Dat maakt hen de beste band ter wereld ! Het is één van zijn grootste, zoniet zijn grootste droom de artiest en persoon Thom Yorke ooit te ontmoeten of zelfs te interviewen.