Posts tonen met het label indiestyle. Alle posts tonen
Posts tonen met het label indiestyle. Alle posts tonen
31 oktober 2017
Curtis Harding
“James Brown is dead". Hoe voorbarig dat ook mocht klinken bij de aankondiging door danceduo L.A. Style in 1991 (de man zou pas in 2006 overlijden), intussen is het wel de waarheid geworden. Zijn reïncarnatie op aarde, Charles Bradley, legde in september het loodje. Soul an sich is gelukkig nog lang niet dood. Dat bewijst onder andere Curtis Harding, die samen met enkele andere jonge wolven het genre vers bloed levert en nieuwe adem inblaast. Tweede album Face your fear grijpt qua looks alvast terug naar de jaren zestig en zeventig, niet toevallig de hoogdagen van het genre
Nummer als On and on laten ’71 herleven met blazers, een soulritme dat Harding voortstuwt met zijn zoete vocalen en waarin de achtergrondzangeressen de klinkers o en a ten volle benutten. Tegelijk klinkt de productie zo kraakhelder en piekfijn dat je hedendaagse knoppentovenaars vermoedt. En jawel, Danger Mouse wist de juiste sound te verlenen aan de retrosoul van de Amerikaan. Beide heren kennen elkaar via gezamenlijke partner in crime Cee-Lo Green.
Het genre dat Harding in navolging van de eerder vernoemde Charles Bradley, Sharon Jones en Lee Fields wil opwaarderen, heeft natuurlijk diepe wortels in Afrika. In Go as you are voel je de zon branden vanaf de eerste noten, je voelt de vibe van blaxploitationfilms en Quentin Tarantino’s heerlijke eigen versie (Jackie Brown) en zowel Dr. John als Fela Kuti spoken erin rond. Als een voodooritueel met Halloween-achtige achtergrondzangeressen (het is die tijd van het jaar) brengt dit lied je in extase en kan je elke moment in een andere dimensie belanden. Meer Amerikaans én poppier daarentegen dan Till the end wordt het niet: is dit echt niet gewoon een verloren gewaande parel van Gnarls Barkley? De parlando waarmee de zang in dialoog gaat, tovert gegarandeerd een glimlach van oor tot oor op je gezicht.
De stem van Curtis is zwoeler dan de zomer van 1976 en doet heel soms zelfs even denken aan de grootmeester James Brown zelf (Need your love). De falset wordt met gepaste mate bovengehaald en als dit gebeurt (zoals in Dream girl), staat die mooi complementair tegenover het funky, diepe baslijntje. Hoe gepolijst Curtis ook kan klinken (Ghost of you), zijn stem raakt je Cupido-gewijs recht in het hart.
Afsluiter As I am vat het nog eens allemaal mooi samen. Tromgeroffel als stuwende kracht en een falsetstem, blazers en synthesizertoetsen die in het refrein een tandje bijsteken en een slimme opbouw van het nummer maken hier een perfecte synthese van. Zo wordt dit het proevertje voor de hele plaat, alsof Curtis Harding hier nog even met een promostandje in je favoriete supermarkt komt staan om hoogstpersoonlijk zijn waar aan te prijzen.
Je kan deze recensie ook hier lezen op Indiestyle. Beluister hieronder het volledige album:
Labels:
2017,
indiestyle,
mening,
muziek,
nieuwe release,
spotify
25 oktober 2017
Amenra
Er is geen Belgische band met een eigener universum dan Amenra. De Kortrijkzanen plaatsen daarin weliswaar de muziek centraal, al zijn er zoveel meer aspecten van bijna even groot belang. Strak regisseren ze de look en de feel die erbij horen, vanuit een diepgeworteld besef dat hun visie op leven en moraal de ware grondslag vormt. Als een rode draad doorheen hun muzikale output loopt de Mass-reeks, waarvan nu deel zes verschenen is.
De belangrijkste thema’s die de band aansnijdt, hebben altijd te maken met dualiteiten: geboorte en dood, licht en duisternis… Op Mass VI zijn die wederom prominent aanwezig, aangevuld met droefenis en troost. Die dualiteit zit overigens niet enkel in de teksten: ook muzikaal kristalliseren de ideeën doordat “echte” songs afgewisseld worden met declamaties van poëzie door frontman Colin H. Van Eeckhout. In Edelkroone wordt het lijden verheerlijkt, Spijt gaat vooral over vergiffenis en de eenzaamheid van de zondige. Beide intermezzo’s verlenen de plaat een extra spankracht. Laat het opspannen van de boog tot die net niet knapt de grote sterkte zijn van Amenra.
Slaan en zalven doet het vijftal eveneens muzikaal. Er wordt gezongen, gefluisterd, geschreeuwd, aanbeden en gesmeekt. Als een hogepriester die zijn gewaad openscheurt om de godheid alsnog gunstig te stemmen, scheurt Colin H. Van Eeckhout zijn stembanden haast aan flarden als zijn persoonlijk offer. Als ware flagellanten geselen de overige vier muzikanten hun drums en gitaren tot bloedens toe. Een voortstuwende, tot extase leidende muziekgolf is het resultaat. Logisch dus dat fans concerten als een totaalbelevenis van catharsis en reiniging beleven. Headbangen als gebed, het is eens wat anders dan stil geprevel van een steeds ouder wordende kudde gelovigen onder leiding van een al lang pensioengerechtigde pastoor. Wie dacht dat spiritualiteit een voortijdige dood gestorven was, heeft nog geen Amenra-concert ondergaan.
Dat nagenoeg alle songs de tien minuten benaderen of overschrijden, onderstreept hun dwingende kracht. Net als op voorgaande platen aarzelt de band uit Kortrijk niet om de regie schijnbaar uit handen te geven en tempo en ontwikkeling van de muzikale verhaallijn organisch te laten ontstaan. Nergens krijg je het gevoel dat Amenra de touwtjes in handen houdt. Het lijkt een extase waarin de band zich laat meevoeren en die gedicteerd wordt door wetten die buiten de ons bekende natuurkunde staan. Op die manier lijkt de band een heel moderne reïncarnatie van Hadewijch of Beatrijs, 13de-eeuwse vrouwelijke mystici die in hun teksten lieten ervaren hoe je God nog in dit leven kon ervaren en je dus niet hoefde te wachten tot het hiernamaals. De Kortrijkzanen dompelen zichzelf onder in een eenzelfde mystieke extase die hen de geheimen moet prijsgeven van leven en dood, van moraal, van spiritualiteit, van licht en duisternis, van de dualiteiten die zo sterk overheersen. En net als die middeleeuwse vrouwen beschouwen ze zichzelf als een instrument om die kennis door te geven.
Je kan deze recensie ook hier lezen op Indiestyle. Beluister hieronder het volledige album:
Labels:
2017,
indiestyle,
mening,
muziek,
nieuwe release,
spotify
18 oktober 2017
Liam Gallagher
Blijft de echo van The Beatles doorklinken in elke plaat van Paul McCartney (of, bij uitbreiding, van elk van The Fab Four)? Kan je dat verleden eigenlijk nog van je afschudden als je zo’n essentieel bestanddeel van een legendarische band vormde? Het zijn vragen die opkomen bij elke nieuwe plaat van Noel en Liam Gallagher. De Oasis-broertjes stelden hun groepsmaten in de schaduw en wat ze ook uitbrengen, altijd hoor je meteen dat de artistieke lijn van Oasis op een of andere wijze verdergezet wordt. As you were is, na probeersel Beady Eye, het solodebuut van Liam. Waar Beady Eye roemloos ten onder zou zijn gegaan zonder de afstraling van de faam van de frontman, mag As you were trots op zichzelf staan.
Acht jaar na de krachtige implosie van "Manchester’s finest" rakelt de jongste broer de sound van die band weer op, alsof niet Noel maar hijzelf het merendeel van de klassiekers schreef. En al wordt de broedervete nog steeds lang en breed uitgesmeerd, het siert Liam dat hij niet te beroerd is om impliciet de verdiensten van zijn oudere broer te eren. Wall of glass had zowel op een Oasis- als op een High Flying Birds-album kunnen staan en is een dijk van een single in de rijke traditie van (het niet-exhaustieve lijstje) Live forever, Roll with it, D'you know what I mean?,… Uit hetzelfde vaatje wordt getapt tijdens I get by en Come back to me.
De onvermijdelijke Beatles-invloed is het sterkst hoorbaar in You better run waarin Liam zelfs klinkt alsof hij al zijn hele leven lang een Liverpudlian is. De obligate “helter skelter” in de lyrics tovert bij ons een glimlach van oor tot oor. Gratuit is die – alweer – niet: The Beatles citeren wanneer je hun beste werk benadert, het mag. Ook For what it's worth had eind jaren zestig, begin jaren zeventig zonder twijfel de discografie van de vier bekendste inwoners van Liverpool gehaald. Gallagher junior maakt slim gebruik van arrangementen zoals McCartney en Lennon die ook graag bezigden.
Toch zouden we deze muzikant oneer aandoen als we elke song zouden herleiden tot een Beatles- of Oasis-kloon. Liam slaagt erin écht goeie songs uit zijn mouw te schudden die anders klinken dan wat zijn oudere broer produceert. Bold groeit naar het einde toe uit tot een genoegen voor het oor zonder de eigen twist te verliezen. Greedy soul hinkt op twee gedachten, en dat is jammer want de song bevat potentieel dat helaas onbenut blijft.
Het meest verrast Liam nog op rustiger songs als Paper crown, ongetwijfeld een aanstekers-in-de-lucht-moment tijdens optredens, en Chinatown, dat diepgang toevoegt aan een oeuvre dat misschien net iets te veel teert op de opgestoken middelvinger. Beide nummers overstijgen de gemiddelde rock-‘n’-roll-ballad ruimschoots door intelligente dosering.
Je kan deze recensie ook hier lezen op Indiestyle. Beluister hieronder het volledige album:
Labels:
2017,
indiestyle,
mening,
muzikale mailbox,
nieuwe release,
spotify
12 oktober 2017
Fär
Fär, het had een zitmeubel kunnen zijn uit Ikea. An-Sofie De Meyer en Tim De Gieter doen op een heel andere manier aan binnenhuisinrichting: ze verzorgen de muziek voor de coolste en gezelligste woonkamers (en slaapkamers). De onderdelen waarmee ze aan de slag gaan op debuut Salute, zijn De Meyers stem en de electronica van De Gieter. Net zoals je de boutjes en verbindingsstukken bij Ikea voor meerdere meubelen kunt gebruiken, wordt bij het Gents-Brakelse duo alles vastgezet met schroefjes van Son Lux, Maya’s Moving Castle en Grimes.
Twee jaar na de eerste single van An-Sofie De Meyer (Lonesome boy) is Tim De Gieter, toen nog producer, geüpgradet tot lief en bandlid. Hij legt de hele plaat lang een knisperend bed van beats en verknipte ritmes waarop de zanglijnen gedijen als courgetten. Op die uitstekende ondergrond klinkt de zang zowel onheilspellend als betoverend. Als een ware sirene die de schippers naar de rotsen lokt, blijkt An-Sofie een onweerstaanbare uitwerking te hebben op al wie wil luisteren. Ze klinkt intrigerender dan de trailer van Blade runner 2049, dodelijker dan het geluid van een onze richting uitzoevend samuraizwaard en smachtender dan de beste Russische internetpornoster. We benijden Tim De Gieter als ze in (you belong) Here zingt “No one ever knew me the way you loved me / … / I will never be alone again“: zelden klonk een liefdesverklaring zo dwingend en zo onwrikbaar. In Last straw horen we een kwetsbaarheid én een verbetenheid die tegelijk een superheldenstatus rechtvaardigt én vraagt om een beschermende knuffel.
Eist de stem op indrukwekkende wijze de hoofdrol op, dan valt toch ook veel te zeggen over de muzikale basis die De Gieter als knoppentovenaar uit Brakel uitspreidt. Die vat meerdere decennia samen: de jaren tachtig in de intro van Alpha staat hand in hand met hedendaagse clicks en trippy beats en cut-ups (Umbra). We hadden het eerder al over de gelijkenissen met Son Lux, Maya’s Moving Castle en Grimes, om er maar enkele te noemen. Soms komt Fär in de buurt van I Will, I Swear (waar An-Sofie ooit als achtergrondzangeres begon) en Hydrogen Sea, al klinkt dit album ook een beetje harder, hoekiger, scherper. Portishead op zijn best en aan de amfetamines is misschien nog wel de meest treffende referentie. Er wordt voortdurend gelaveerd tussen sfeervolle, langgerekte klanken en precisiebombardementen van beats en toetsaanslagen die heel kort opduiken. Ze jagen het brave imago dat af en toe achter de hoek dreigt over te nemen, weg alsof Halloween dit jaar écht griezelig zal worden. Voorzichtige techno-toetsen (zoals in Lethargy) drijven ons richting dansvloer maar eerlijk gezegd, we weten niet zo goed wat we met onze voeten aanmoeten wanneer het ritme vrolijk gesaboteerd wordt.
De nummers die dit album voorafgingen, werden steevast goed onthaald en nu er eindelijk een volwaardige plaat is om te beoordelen, blijkt de groei die de voorbije twee jaar is doorgemaakt te leiden tot een niet te makkelijk ontmantelen geheel waarin beide groepsleden zo op elkaar ingespeeld zijn dat ze elkaar versterken. Hoe meer luisterbeurten je Salute gunt, hoe meer details je zal horen waardoor je omver geblazen wordt, hoe meer opvalt dat de puzzel precies in elkaar past en hoe meer je verbaasd wordt dat de schijnbaar eenvoudige montage een prachtig en onmisbaar deel vormt van je akoestische interieur.
Deze review kan je ook hier lezen op Indiestyle. Je kan het album hier bestellen via Consouling.Beluister het alvast hieronder:
Labels:
2017,
indiestyle,
mening,
muziek,
nieuwe release,
spotify
10 oktober 2017
Nordmann
De basriedel waarmee de tweede plaat van Nordmann opent, suggereert het al. De Gentse band die in 2014 onverwacht tweede werd op Humo’s Rock Rally, kiest op The boiling ground voor meer rock en minder jazz. Beide genres blijven nog steeds getrouwd, als is het nu wel duidelijk wie de broek draagt.
Opener Save the twos doet de eerste seconden nog denken aan het beste uit het debuut van Soulsister, maar naarmate de song zich ontvouwt steken de vier heren vooral Morphine naar de kroon. De combinatie van prominent aanwezige bas en sax maakt die vergelijking natuurlijk onvermijdelijk. Ook de sfeer van de song roept de geest van Mark Sandman op. Daartegenover staat broeierige postrock in Silver and black. Wat echter vooral overheerst, zijn nummers waarin de experimenteerdrang van de band alle ruimte krijgt om de wereld te verkennen. Dankzij het lage tempo in Üntercool of Joe leidt dat tot songs die de barkrukken opruimen in de kroeg nadat de laatste klant dronken wandelen is gestuurd.
Waar het kwartet op debuut Alarm! nog wild rondstuiterde, is de jongensachtige impulsiviteit ingeruild voor een bedachtzamere houding. Speels de grenzen opzoeken gebeurt weliswaar nog, al krijg je de indruk dat de groep zijn kwaliteiten en beperkingen meer beheerst en dus niet blindelings doodlopende steegjes in dreigt te lopen. Hercules is daar een mooi voorbeeld van. Terwijl de sax de notenbalk mag verkennen als een puppy die losgelaten wordt in de tuin, houden de andere muzikanten de lijn stevig vast zodat de songstructuur overeind blijft en niet door onbedaarlijk opspringen van de saxofoon omver gestoten wordt. Meermaals laat Nordmann de teugels pas echt vieren in de laatste minuten van een nummer. No holy feet en The king monden dan wel uiteindelijk uit in geordende chaos, het viertal waakt er wel over dat ze niet ontsporen door hen lang genoeg in het gareel te houden.
Als we één minpuntje moeten noemen, is het wel dat dit album slechts acht liedjes telt en nog geen veertig minuten duurt. Het smaakt vooral naar meer. Bij het debuut konden we ons nog voorstellen dat luisteraars na de laatste noot eventjes respijt nodig hadden. Dit keer zit de balans tussen rustmomenten en drukte beter waardoor best nog wel een song of twee extra te pruimen zouden zijn. Gelukkig kan je de plaat nog eens opnieuw herbeluisteren, zoveel als je wil.
Je kan deze review ook hier lezen op Indiestyle. Beluister hieronder het volledige album:
Labels:
2017,
indiestyle,
mening,
muziek,
nieuwe release,
spotify
26 september 2017
Intergalactic Lovers
Het is vast geen toeval dat Intergalactic Lovers voor het nieuwe album Exhale de overstap maakten naar Unday Records. Dat label wist op enkele jaren tijd een kwaliteitskeurmerk te worden met heel goeie Belgische releases. Het lijkt stilaan een beloning voor een Belgische band om een album bij hen te mogen uitbrengen, en in het geval van de Lovers is dat ook meer dan terecht.
Op elk van hun voorgaande platen stond al minstens één song die je de daaropvolgende jaren nadien regelmatig blijft horen en waarvan je meteen weet dat het deze band betreft. Op het debuut was dat zeker Delay, en No regrets deed hetzelfde op opvolger Little heavy burdens. Natuurlijk zit de kenmerkende stem van Lara Chedraoui daar voor veel tussen maar ook de herkenbare kwaliteit van die nummers. En kijk, hun derde worp begint alvast sterk met Between the lines en Coast to coast, voor de hand liggende kandidaten om deze taak op zich op te nemen. De herkenbaarheid van de sound van het viertal krijgt overigens steeds vastere vorm en we merken een evolutie zoals we die voorheen ook bij dEUS ontwaarden. Naarmate de platen elkaar opvolgen, maakt de verrassing plaats voor maturiteit, een stevige eigen basis in hun geluid en het uitdoven van onzuiverheden. Dat de Aalstenaars daar al na drie albums in slagen, zegt veel over hun talent.
Die volwassenheid mag dan wel het overgrote deel van Exhale kleuren, de speelse elementen gaan gelukkig (nog) niet verloren. Die zijn te herkennen in het al eerder genoemde Coast to coast, in Ego wars en in het heerlijke meanderende refrein van nieuwe single River. Het zijn de pop-elementen die Lara en haar drie kompanen zo graag songs binnensmokkelen als betrof het Jamaicaanse rum van hoge kwaliteit. Een beetje dronken worden we ervan en op avonden waarop we hun hele oeuvre savoureren, verleidt het ons tot het vertellen van piratenverhalen over Jack Sparrow-achtige muzikanten die de industrie ongemerkt enteren.
De uitstekende live-reputatie die de band geniet, doet ons dromen van uitvoeringen van No shame, dat eerst gedetailleerd opgebouwd wordt om in de slotakkoorden gezwollen te zijn tot een ballon die net niet openbarst. Of Talk! Talk!: ongetwijfeld een rustmoment in de set dat de volledige aandacht opeist net doordat het zo scherp de kalmte inzet als ultiem waakzaamheid afdwingend gebaar. En Give it up bevat een gitaarsolo die tegen een achtergrond van gedoofde lichten en spuiende rookmachines vast nog een stuk pakkender klinkt dan in onze woonkamer.
Intergalactic Lovers bevestigt met deze plaat dat ze hun plaats in het Belgisch rock- en pop-pantheon verdienen. In een immer stijgende lijn lieten ze in het verleden al hun muziek op ons los en traden ze vaak op om de inwerking ervan zelf ook te aanschouwen bij intussen ontelbare drommen concert- en festivalgangers. Met Exhale zet de band opnieuw een stap verder en als ze hiermee geen bredere erkenning krijgen, weten wij het ook niet meer.
Je kan deze recensie ook hier lezen op Indiestyle. Beluister hieronder het volledige album:
Labels:
2017,
indiestyle,
mening,
muziek,
nieuwe release,
spotify
08 september 2017
If Anything Happens To The Cat
If Anything Happens To The Cat: het klinkt als een dreigement waarbij we meteen denken “ja, wat dan?”. Om dat als bandnaam te kiezen, moet je een beetje vreemd, een beetje extravagant zelfs, zijn. Die indruk wordt ook nog eens bevestigd door de hoes van hun tweede plaat, Mångata. Vliegende roggen in de ruimte, die dan ook nog eens paars kleurt? Hebben we hier niet per ongeluk een obscure uitgave van Man Or Astroman vast?
Zelfs wanneer de naald in de groef valt of de laserstraal de binaire codes omzet in muziek, blijven we met vele vraagtekens zitten. Meerdere luisterbeurten kunnen die niet allemaal beantwoorden. Want wat de vijfkoppige Gentse band brengt, laat zich niet voor een gat vangen en tekent bijna voor commerciële zelfmoord door elk vakje en genre zorgvuldig te ontvluchten. Ons wacht de niet eenvoudige taak om louter met woorden een beeld te laten vormen van hun muziek. Hoe doe je dat in godsnaam wanneer de zanger al eens klinkt als Tom Smith van Editors (Raven steals the light) en wanneer engelachtige stemmen van Fien Deman (I Will, I Swear) en An-Sofie De Meyer (Fär) Echo park opluisteren tot een aaneenschakeling van postrock, Simple Minds-synthesizers en een vocale apotheose om u tegen te zeggen? Welke voorstelling kan een zin als “mix The Cure, Monster Magnet en Go March op hoge snelheid in de blender om Beijing fury te bekomen” werkelijk oproepen? Welke band slaagt erin om op een en dezelfde plaat zowel een U2-riedeltje (Five lion mountain) als lijzige, buitenaardse zang (Out and into the vast) een geheel te laten vormen samen met al het voorafgaande?
Misschien is de hand die Tim De Gieter, de frontman van Every Stranger Looks Like You en lid van Fär, in het totstandkomen van dit album had, wel de verklarende en verbindende factor. Want hoe divers en wijdbeens deze verzameling van zeven songs ook moge klinken, je hoort wel de muzikale zetmeel die alles bindt. Meer zelfs: If Anything Happens To The Cat plaatst zich zo in het rijtje van muzikanten die de Brakelse studio binnenwandelen met goeie ideeën en buiten kwamen met een nog beter album. En al valt er geen etiket te kleven op deze release en zien we die dus in onafhankelijke platenwinkels uiteindelijk belanden in het bakje “Weird”, consistentie is er wel degelijk en voortdurend hoor je echo’s van andere bands, zonder meteen goed thuis te kunnen brengen wie je nu geciteerd, geparafraseerd of geëerd hoort.
Mångata is met voorsprong de meest bizarre plaat die de Vlaanders dit jaar lijken voort te zullen brengen. Afgaande op hun website, scoren de Gentenaars hier effectief mee tot in China (waar ze vorig jaar mochten touren). Nu is de muzieksmaak van de Chinese indie-luisteraar ons verder onbekend, maar dit keer lijkt hij in zijn fascinatie alvast gelijk te hebben.
Je kan deze review ook hier lezen op Indiestyle. Beluister hieronder (vanaf 9/9) het volledige album:
Labels:
2017,
embedded player,
indiestyle,
mening,
muziek,
nieuwe release
01 september 2017
Mogwai
De eerste dag van september is voor velen een dag om niet naar uit te kijken. Het begin van het nieuwe schooljaar kan gepaard gaan met angsten, onzekerheid en stress. Duur is het ook al: al de nieuwe spullen die gekocht moeten worden, de facturen van de leerboeken swingen jaar na jaar de pan uit. Blijft er dan nog iets over voor een nieuw album dat die dag zijn release heeft? Als je dit jaar moet kiezen tussen die nieuwe pennenzak en een exemplaar van Every country's sun, het nieuwste en negende studio-album van Mogwai, raden we ten stelligste dat laatste aan.
De postrock van de Schotten mag dan al de perfecte soundtrack hebben opgeleverd voor stress– en angstaanvallen, er gloort ook hoop op deze plaat. Dit is immers een van de vrolijkste werkstukken die Mogwai al afleverde. Natuurlijk vervallen ze niet in carnavaleske zottigheid of bacchanale ongeremdheid. Wel aanvaardt de band dat het leven soms/vaak kut met peren is én dat je moet genieten van de mooie dingen die en passant langskomen in je aardse bestaan. En als dat in de vorm is van een New Order-achtige song (met zang en al) zoals Party in the dark kussen wij zelfs onze beide handjes en vergeten de rompslomp, die zeurende deadlines en de stapel onafgewerkte taken op onze bureau.
Dat opnieuw in zee gegaan werd met producer Dave Fridmann, waarmee ook al Rock action en Come on die young werden ingeblikt, is te horen: Brain sweeties lijkt wel het vervolg op Take me somewhere nice uit Rock action. De relatieve uitbundigheid zit hem vaak in de details: kleine hoge nootjes in 20 size, de kleine geluidsontploffingen op de cimbalen in Don't believe the fife en de bliepjes in aka 47. Er wordt ook naar een climax toegewerkt in de afsluitende drie songs. Overweldigende postrocknoise komt aangewaaid in Battered at a scramble en Old poisons, waarna het titelnummer als synthese nog weids en relatief rustig begint om aan te zwellen tot een monumentale staalkaart van de kracht van het viertal uit Glasgow.
Of Mogwai nu meewerkt aan een soundtrack of een regulier album dropt, steeds blijf je versteld staan van het orkaaneffect dat deze muzikanten teweegbrengen in je oren, je verstand en je hart. Drie jaar na Rave tapes bewijzen ze tussen de stortvloed aan post-rockreleases van andere bands dat desondanks niemand zo overtuigend de kern van het genre weet te vatten en dat de standaard die ze zelf opgelegd hebben, eigenlijk enkel voor dit kwartet haalbaar is. Bands als Explosions In The Sky hebben hun eigen ruimte binnen de postrock moeten afbakenen omdat Mogwai in het absolute epicentrum heerst. Every country's sun toont aan dat van aflossing van de wacht vooralsnog geen sprake is of hoeft te zijn.
Je kan deze recensie ook hier lezen op Indiestyle. Beluister hieronder het volledige album:
Labels:
2017,
indiestyle,
mening,
muziek,
nieuwe release,
spotify
25 augustus 2017
Dieter von Deurne and the Politics
We zouden ze geen eten willen geven, de Vlaamse rasmuzikanten die net niet voldoende media-aandacht vergaren om de waardering te krijgen die ze verdienen. Dieter Sermeus mag stilaan in het rijtje naast Pascal Deweze en Tom Pintens gaan plaatsnemen. Zowel met Orange Black als met The Go Find bewees hij zichzelf al meermaals. Een grote hit ontbrak en dus is het hele circuit van regelmatige Humo-interviews, talkshows, spelletjesprogramma’s en sporadische cameo’s een beetje aan hem voorbijgegaan. Ondanks de ontegensprekelijke kwaliteiten van Dieter von Deurne and The Politics zal ook dit nieuwe project daar vermoedelijk niet veel aan veranderen, en dat is jammer.
Naast de twee eerder genoemde bands had Dieter ook al een hand in muziek van Butsenzeller en Star Club West. Met zijn nieuwste groep toont hij zich opnieuw van alle markten thuis. Radiovriendelijk of rommelig: het kan allebei en soms zelfs tegelijk. Zo is Too much een nummer dat ergens tussen Teenage Fanclub en Pavement landt. Love trouble is ontspoorde Guided By Voices afgewerkt met een vleugje Sonic Youth-outro. You daarentegen had van Das Pop kunnen zijn mocht Bent Van Looy minder om smetteloze productie geven. Verderop bewijst hij zijn gevoelige kant met Jupiter's moon en I guess I needed you more.
Toch is de vrees niet ongegrond dat deze plaat tussen de plooien zal vallen en Dieter Sermeus, als hij al roem nastreeft, van een kale reis thuis zal komen. Een schare hondstrouwe fans is hem wellicht nog gegund, al verdient hij meer dan dat. En dus vragen wij ons af of het niet iets meer mag zijn? Wanneer we de muziek van Dieter von Deurne and The Politics beluisteren, zijn we geneigd om die vraag negatief te beantwoorden. Immers, wat zou de bevlogen muzikant nog meer moeten toevoegen aan zijn aanstekelijke mix van bijwijlen zomerse melodietjes, lekker losse gitaarriffs en een sound waarmee Pavement, The Folk Implosion en Robert Pollard nog steeds hun hypotheek kunnen afbetalen? Een kleine toets R.E.M. siert nu al Heart-shaped stone en er zit zoveel zachtheid in de zang op Knausgard dat wij ons afvragen of er meisjes bestaan die dit kunnen beluisteren zonder verliefd te worden op Dieter.
Het probleem ligt dus niet zozeer bij deze groep. Het zijn de formats van radiostations, de opdringerige geur van steeds hetzelfde dat in een commercieel keurslijf gegoten wordt en dat zoveel niches laat ontstaan waarin niemand door het bos nog de bomen ziet. Zoveel goeie muziek gaat aan het gehoor verloren en wordt aan het zicht onttrokken bij gebrek aan, enkele uitzonderingen daargelaten, avontuurlijke radiomakers en samenstellers van playlists. Als zelfs pretentieloos goeie muziek als dit album met moeite buiten een vast cirkeltje van luisteraars geraakt, is dat vooral zonde.
Je kan deze recensie ook hier lezen op Indiestyle. Beluister het volledige album hieronder:
Labels:
2017,
indiestyle,
mening,
muziek,
nieuwe release,
spotify
15 juli 2017
Public Service Broadcasting
Had je een audio-archief van tien miljoen, wat zou jij dan doen? Einstürzende Neubauten ging met oude taalopnames, gemaakt in de krijgsgevangenenkampen tijdens WO I, aan de slag op het album Lament. Public Service Broadcasting, een Londens drietal, gaat op zijn derde reguliere album (Every valley) aan de slag met propaganda-opnames, publieke informatiespotjes en andere audio. Daaromheen construeren ze, net als bij hun vorige platen, voornamelijk instrumentale muziek, die tussen postrock en poppy soundtracks zweeft.
Turn no more is het meest popgevoelige nummer en dat heeft wellicht te maken met de gastbijdrage van James Dean Bradfield (Manic Street Preachers). Ook You + me met zang van Lisa Jên Brown (van het Welshe 9Bach) zou een radiovriendelijke single kunnen zijn. De sfeer van de plaat is verder bijtijds gedrenkt in de pre-apocalyptische Koude Oorlog-dreiging (Every valley, The pit, All out). Naarmate de songs vorderen, hoor je echter ook andere tonen de bovenhand halen. They gave me a lamp klinkt als Radiohead zonder het experiment, Take me home is a capella koorzang die je eerder zou verwachten in een anglicaanse kerkdienst of herdenkingsplechtigheid voor de slachtoffers van de Eerste Wereldoorlog. Mother of the village vist naar schouderklopjes van slaapkamerknutselmuzikanten.
Het trio heeft er goed aan gedaan om heel wat gasten op te laten draven om hun liedjes wat meer vocale slagkracht te geven. Hoewel intrinsiek al genoeg variatie aanwezig is in de muziek, dragen zij bij aan de diversiteit. De krautrock van Progress is heel erg gediend van de zweverige stem van Tracyanne Campbell van Camera Obscura. Het siert de Londenaars trouwens dat ze niet voor de grote of voor de hand liggende namen zijn gegaan, maar voor stemmen die passen bij wat ze voor ogen hadden.
De hemel zal niet bestormd worden door Public Service Broadcasting en zelfs bij de samenstelling van allerlei eindejaarslijstjes in december zullen ze schandelijk over het hoofd gezien worden. Toch overstijgen de geluidscollages het gemiddelde resultaat van de hobbyclub van de Mammie in Vaneigens ruimschoots. Je leven zal niet veranderd worden, maar het wordt toch een beetje mooier met deze plaat.
Je kan deze recensie ook hier lezen op Indiestyle. Beluister hieronder het volledige album:
Labels:
2017,
indiestyle,
mening,
muziek,
nieuwe release,
spotify
04 juli 2017
Vince Staples
Al sinds de EP Hell can wait liggen de verwachtingen voor elk nieuw werkstuk van Vince Staples torenhoog. In 2014 gold hij als een van de aanstormende talenten in de hiphop. Sindsdien mogen Kendrick Lamar en Anderson .Paak zich dan wel tot koningen gekroond hebben, de jongeman uit Californië draagt een prinselijk kroontje. De amper vierentwintigjarige rapper bewijst met Big fish theory in een ruim halfuur dat hij zich tot eerdervernoemde artiesten verhoudt als Paris Saint-Germain tot Bayern Munchen.
Muzikaal tapt de Amerikaan uit een ander vaatje dan Kendrick, die oorden nabij jazz of net ruigere hiphop opzoekt (zoals op zijn meest recente album). Vince Staples boort vooral in een dance-ondergrond, al valt dance hier ruim te interpreteren. In opener Crabs in a bucket herkennen wij Moby ten tijde van Go, in Big fish is de beat eerder minimaal. Daaroverheen rapt de artiest alsof hij het broertje is van Skee-Lo (I wish). Zelfs het basketthema keert hier terug. Alyssa interlude drijft dan weer op een aan Mouse On Mars schatplichtig click ‘n beats-patroon. Die muzikale rijkdom maakt deze plaat niet enkel voor hiphop-fans interessant, maar ook voor wie zijn dance graag avontuurlijk consumeert.
De tijd dat rappers het vooral hadden over ho’s en bitches, over hun gangsta verleden of over hun reusachtig ego lijken we voorgoed achter ons gelaten te hebben en Vince weet de tijdsgeest van Blacklivesmatter perfect weer te geven. Dit is een militante, politiek erg bewust en raciaal zelfbewuste artiest die goed begrepen heeft dat hij de blanke middenklassetieners die ook tot zijn publiek behoren, een geweten kán en hóórt te schoppen. Daarnaast legt hij ook zijn eigen ziel bloot. De existentiële crisis waarmee hij soms worstelt en die het gevolg is van roem, die zijn eigen vergankelijkheid niet wegneemt, krijgt ook een prominente plaats. Daartoe gebruikt hij, zoals in Alyssa interlude, ook verwijzingen naar bijvoorbeeld Amy Winehouse en haar zelfdestructiviteit.
Zijn debuut miste nog de veelzijdigheid die nu wel ruimschoots aanwezig is. Zowel de muziek als de gekozen thema’s zijn divers genoeg om de aandacht van de luisteraar te blijven vasthouden én om zijn kunnen te demonstreren zonder in kijk-mama-zonder-handen te hoeven vervallen. Rain come down is een mooi voorbeeld waarin soul een onwaarschijnlijk huwelijk aangaat met minimale techno. Love can be... is nog zo’n song die zich nooit helemaal echt laat kennen. De complexiteit van het nummer wordt versluierd door de slimme productie en je krijgt nooit het gevoel dat Vince uitpakt met zijn skills. In Yeah right laat hij zelfs de spotlights halverwege aan Kendrick Lamar.
Deze review kan je ook hier lezen op Indiestyle. Beluister hieronder het volledige album:
Labels:
2017,
indiestyle,
mening,
muziek,
nieuwe release,
spotify
16 juni 2017
Omar Souleyman
Het mag dan een spuuglelijke hoes zijn waarachter de Syriër Omar Souleyman zijn negende in het Westen verkrijgbare plaat verbergt, toch is To Syria, with love alweer een feestelijk album geworden. Enkele jaren geleden wist de man nog een hele Pukkelpoptent (en een deel van wie buiten stond mee te luisteren) op zijn kop te zetten met zijn mengeling van traditionele Syrische muziek en Westerse dance. Hij vervalt niet in eenvoudigweg een beat monteren onder de liedjes. De diverse genres versmelten echt bij Omar en dat maakt hem zo populair tegenwoordig.
Syrië wordt dezer dagen nochtans met weinig positieve zaken geassocieerd: Bashir al-Assad, de burgeroorlog, IS, vluchtelingen… Het leven is er geen pretje en al zeker niet in het noordoosten van het land, niet zo ver van de Turkse grens. Daar raapte Omar allerlei culturele invloeden op in het dorpje waar hij woonde. Koerdische, Arabische, Iraakse, Turkse,… muziek: het klinkt allemaal door in zijn liedjes. Hij startte zijn carrière als zanger op huwelijken en nam zo honderden platen op, die meestal aan het pasgetrouwde stel bezorgd werden en nadien gekopieerd en verspreid raakten. Wel, wij raden je voor de verandering op je huwelijk deze performer aan in plaats van de gebruikelijke lokale dj – je zal er geen spijt van hebben.
Het is immers verdomd moeilijk de voeten stil te houden op zulke opwindende deuntjes als Ya bnayya, een ritmische wervelwind, en Khayen, waarin wij enkele flarden van nineties hits menen te herkennen (Dr. Alban, iemand?). Enkel in Mawal gaat het tempo omlaag en horen we een klaagzang waar we weliswaar geen woord van begrijpen en ons desondanks naar de keel grijpt. Daarop zingt hij over zijn eigen vlucht uit zijn vaderland en de vermoeidheid die optreedt wanneer je nergens echt je thuis kan opbouwen. Voor een man die de actualiteit en politiek altijd uit de weg ging, is dit een uitzonderlijke inkijk in zijn beleving van de huidige situatie in Syrië.
Het leeuwendeel van de songs is aanstekelijker dan een brand op de Kempense heide en mikt rechtstreeks op je dansbenen. Zelfs wie geboren is met het gevoel voor ritme van een totaal ontregelde metronoom die free jazz imiteert, wordt gedreven door het gevoel van een polonaise op een trouwfeest als alle ladderzatte nonkels en tante er nog zijn. Ya boul habar is heel geschikt om rond het kampvuur gedanst te worden deze zomer en Aenta lhabbeytak weet met zijn wat complexere songstructuur ook de intellectuele feestganger aan te spreken.
Je kan deze recensie ook hier lezen op Indiestyle. Beluister hieronder het volledige album:
Labels:
2017,
indiestyle,
mening,
muziek,
nieuwe release,
spotify
10 juni 2017
Sufjan Stevens, Nico Mulhy, Bryce Dessner en James McAlister
Sinds James Brown in 2006 stierf, mag zijn titel “hardest working man in showbusiness” wat ons betreft gerust doorgegeven worden aan Sufjan Stevens. Amper een goede maand geleden bracht die een live-album uit met de songs van Carrie & Lowell, zijn twee jaar geleden verschenen plaat. Hoewel hij eigenlijk niet al te veel eigen albums uitbracht sinds zijn debuut in 2000, geeft hij voortdurend de indruk overal te zijn. Hij zet dan ook met sprekend gemak muziek naar zijn hand, getuige onder meer zijn verzamelingen kerstnummers of de live-cover van Hotline blin op de recent verschenen concertregistratie.
In 2011 al vroeg het Muziekgebouw Eindhoven aan componist Nico Muhly een werk te schrijven rond het zonnestelsel. Behalve Sufjan Stevens werd ook Bryce Dessner (van The National) erbij betrokken, evenals drummer James McAlister, met wie Sufjan al vaker samenspeelde. Op initiatief van de eigenzinnige artiest uit Detroit verschijnt nu pas een tot conceptplaat verbouwde studioversie die qua opzet herinnert aan Stevens’ Staten-platen Michigan en Illinoise. Zijn persoonlijke stempel is echter merkbaar kleiner op Planetarium. Het aandeel van de andere muzikanten was dan wellicht behoorlijk groot, al horen we in bijvoorbeeld de vervormde stem in Venus duidelijk de vingerafdruk van de Amerikaan.
Wat dit werkstuk zo anders maakt, is de electronica- en zelfs ambient-toets, die je onder meer heel sterk kan horen in Uranus. Luister ook eens goed naar het futuristisch aandoende Mars. Dat is, getuige de vele details en zinderende klanken, duidelijk gemaakt om in een akoestisch perfecte omgeving gespeeld te worden. Helaas is noch onze stereo noch onze mp3-speler of smartphone tot zulke topprestaties in staat, waardoor een deel van de kwaliteit ongetwijfeld verloren gaat. De composities zelf blijven dan wel intact, akoestisch-technisch zal de volle rijkdom van dit werk slechts een beperkt aantal toehoorders bereiken. Parels voor de zwijnen is niet helemaal een toepasselijke uitdrukking. Wij blijven wel met een hunkerend verlangen achter deze muziek te mogen aanhoren in perfecte omstandigheden. Ook in België en Nederland zijn er genoeg zalen waar dit mogelijk zou moeten zijn, en dan denken we eerder aan het Concertgebouw in Brugge dan aan Vorst Nationaal.
De ruimte is een erg weidse omgeving en dat hoor je aan de songs. Of het nu het filmische Pluto is of het tussendoortje Tides, steeds wordt er veel -ahum- ruimte gelaten in de muziek. Het maakt de 75 minuten die de plaat duurt niet langdradig maar integendeel lang genoeg om meegezogen te worden in het universum dat het viertal schept. Daarin is afwisseling, ook in ritme. Zo gaat het tempo aangenaam omhoog in Kuiper belt. De muzikale variatie houdt de plaat spannend tot de laatste noten van Mercury. Af en toe zit er singlemateriaal tussen: zo weet Saturn ongetwijfeld ook Drake-fans voor zich te winnen. Soms is het spek voor de bek van muzikale avonturiers: Black hole verzinnebeeldt met de aanwezige ruis de volstrekt-niet-leegheid van het niets dat een zwart gat op het eerste zicht lijkt te zijn.
Planetarium kent geen dieptepunten en dijt net zoals het heelal steeds verder uit in ons hoofd. Conceptalbums, het is een term met een erg beladen geschiedenis, die meestal alarmsignalen laat afgaan bij muziekliefhebbers. Sufjan en zijn vrienden zijn er echter in geslaagd het huzarenstuk tot een meer dan bevredigend einde te brengen en tekenen zelfs voor één van de meest interessante platen die dit jaar te horen zullen zijn. Nu trekken we ons met onze hoofdtelefoon terug achter onze ruimtetelescoop, om al dat bezongen moois in het echt te aanschouwen.
Je kan deze recensie ook hier lezen op Indiestyle. Beluister hieronder het volledige album:
Labels:
2017,
indiestyle,
mening,
muziek,
nieuwe release,
spotify
20 mei 2017
Millionaire
Holderdebolder vielen zowat alle muziekjournalisten over elkaar heen toen Millionaire begin april een single loste en een terugkeer aankondigde. De superlatieven die ooit Paradisiac omkransten, mochten weer uit de kast. Reikhalzend werd uitgekeken naar Sciencing, uitgebracht bij Unday Records, een label dat er zich op laat voorstaan kwaliteit boven kwantiteit te verkiezen bij hun releases.
Tim Vanhamel, de frontman waar we het onvermijdelijk over moeten hebben, heeft al een soloplaat achter de kiezen en reeg voorts parels als Broken Glass Heroes, Magnus, The Hickey Underworld, Eat Lions en Disko Drunkards aan zijn muzikale ketting. In Costa Rica ging hij samen met drummer Damien Vanderhasselt (Eat Lions) aan de slag en boksten ze een nieuw, derde Millionaire-album in elkaar. De productie werd dit keer niet uit handen gegeven. Het resultaat is een plaat die de verloren tijd lijkt in te halen.
Toch is dit geen loutere voortzetting van de weg die werd ingeslagen met Paradisiac. Opener I’m not who you think you are klinkt nochtans niet als een onlogisch vervolg op ouder Millionaire-materiaal. De geluidstsunami van het vorige album is nog niet helemaal weg. Vanhamel klinkt een beetje als de gek geworden professor die wereldheerschappij najaagt met zijn nieuwste uitvinding. Op heel wat andere songs breekt de funkman in Tim naar buiten (Little boy blue), de jazzcrooner (Silent river), de popkoning (Wastelands) of de seventies rocker (Visa running). Hij waagt zich zelfs aan het Frans (L’homme sans corps).
Gelukkig blijft er altijd een kern die al die uiteenlopende aspecten aan elkaar lijmt. Dat centrum waar elk nummer toch weer om draait, zou je “de liefde voor muziek” kunnen noemen, met alle melige VTM-associaties van dien. Feit is dat ongeacht de stijl die gehanteerd wordt, de band zulk een passie voor het métier tentoonspreidt en zulk een je-m’en-foutisme dat zelfs een schlager door de vingers zou worden gezien.
Busy man bewijst dat decennia pop- en rockgeschiedenis soms samenkomen op een kruispunt waar je je ziel niet eens aan de duivel hoeft te verkopen als je zo goed gitaar kan spelen als Vanhamel. Herinnert u zich nog hoe Lenny Kravitz op zijn eerste platen bezeten leek van de sound van zijn lievelingsplaten en enkel op oude apparatuur wou spelen? Het doet er niet eens toe of Millionaire een gelijkaardige drang voelde bij het maken van Sciencing, want in onze oren klinkt het alsof dit lied een eerbetoon is aan alle goeie nummers die zij al ooit beluisterden, ongeacht uit welk tijdvak ze komen. Ook Visa running is in zulke mate een liefdesverklaring aan de 45-toerenplaatjes, obscure hitjes en meestampers die ooit ooit gedraaid werden in hun tienerslaapkamers.
Twaalf songs lang baant het viertal zich een weg van hun eigen bejubelde, door Josh Homme uitgepuurde sound naar een verheerlijking van muziekstijlen die met eenzelfde plezier gespeeld worden en waarin echo’s van ontelbare bands terug te horen zijn. Tussen Under a bamboo moon en Bloodshot, om twee songs te noemen aan het begin en einde van de plaat, kristalliseert zich een essentie die enkel Millionaire kan heten en die de vier windrichtingen waarin de wind waait op deze plaat, samenbrengt. Het is een waar huzarenstukje wanneer je als groep je veelzijdigheid en je onmiskenbare eigenheid kan samenballen in een album. Het wachten duurde lang maar is het meer dan waard gebleken.
Je kan deze recensie ook hier lezen op Indiestyle. Beluister hieronder het volledige album:
Labels:
2017,
indiestyle,
mening,
muzikale mailbox,
nieuwe release,
spotify
13 april 2017
Timber Timbre
Talrijke bio’s blijven Timber Timbre catalogeren als folk, terwijl daar op nieuwe album Sincerely future pollution amper nog iets van te merken is. Het funky baslijntje van Grifting, de lounge-toets in Skin tone en de eighties synths uit Moment zijn slechts een handvol bewijzen dat de Canadezen een veel ruimer muzikaal palet beheersen.
De plaat is een afspiegeling geworden van het politiek bewogen jaar waarin ze werd opgenomen. Tijdens het ontstaansproces was er al de hallucinante verkiezingscampagne en -strijd tussen Trump en Hillary Clinton en het ongeloof bij de uiteindelijke overwinning voor de huidige Amerikaanse president sijpelt door in songs als Sewer blues. Dat is niet enkel de verdienste van frontman Taylor Kirk, want ook bandleden Mathieu Carbonneau en Simon Trottier kregen hun inbreng. Voor het eerst nam Taylor geen uitgeschreven songs mee naar de studio, en het resultaat is een onheilspellend album dat klinkt als een soundtrack voor grote steden – denk City same city van Flying Horseman. Op Western questions lijkt de zang zelfs uit handen gegeven aan Bert Dockx.
De apocalyptische sfeer is heel nadrukkelijk aanwezig in de titelsong, waarin zowel futuristische als retro-electronica aan bod komt. Blue nuit is dan weer de soundtrack bij die tekenfilms uit de jaren zeventig en tachtig waarin men een lichtelijk verontrustende toekomstvisie had van alles wat na 2000 zou komen. Daarin overheerste een grimmig pessimisme dat ervan uitging dat alle technologische veranderingen zouden leiden tot een soort robotmens die alles zou uitroeien, ofwel slaaf zou zijn van die technologie. Steevast zaten er in die soundtracks wat lounge-elementen verweven die het geheel onwerkelijk en onpersoonlijk maakten. Nadat je zeven minuten lang wordt meegesleurd in een van alle hoop ontdaan wereldbeeld is die die koerswijziging bijgevolg erg welkom. Floating cathedral voelt vervolgens aan als een synthese waarbij je eindelijk weer tot rust komt.
Het zesde album van de band is tegelijk het meest ambitieuze tot nog toe. Behalve de al eerder gemaakte vergelijking met Flying Horseman is er nog een andere aan de orde. Net als hun landgenoot Daniel Lanois op For the beauty of Wynona slagen ze erin het hele album te doordringen met een gruizige duisternis die lange tijd het handelsmerk van Lanois was. Ambitie is een noodzakelijk en te koesteren goed en al helemaal wanneer het ook leidt tot grootse prestaties. Met Sincerely future pollution heeft Timber Timbre een meesterwerk afgeleverd dat je bij deze band nooit echt helemaal voor mogelijk hield en waarvan te vrezen valt dat voor hen onnavolgbaar en niet te evenaren is.
Deze recensie verscheen ook hier op Indiestyle. Beluister hieronder het volledige album:
Labels:
2017,
indiestyle,
mening,
muziek,
nieuwe release,
spotify
10 april 2017
Lied van de week: week 15 - 2017
I'm not who you think you are - Millionaire
Millionaire heeft eindelijk nieuw werk uit, de voorbode van een in mei te verschijnen nieuw album Sciencing. Dit schreef ik er al over vorige week in de singlereview op de website van Indiestyle:
Wie focust op de melodie, hoort in I'm not who you think you are een goede rocksong zoals wel meer bands die hadden kunnen schrijven. Millionaire slaagt erin om die te overladen met de sound die van hun vorige plaat ‘Paradisiac’ zo’n meesterwerk maakte. Meer dan tien jaar later klinkt de band nog steeds alsof de samenwerking met Eagles Of Death Metal en Josh Homme van Queens Of The Stone Age de enige logische weg zijn voor de band. In een interview verklaarde Tim Vanhamel dat hij, toen hij de muziek in Costa Rica, schreef, meteen wist dat ze uitgebracht moest worden onder de noemer Millionaire en overweldigd door het geluid van de eerste single begrijpen we dat. Kenmerkend voor de Limburgers, die in een halfnieuwe bezetting spelen, is dat de bijhorende clip ook meteen een juweeltje is. Verwijzingen naar psychedelica, Indische mythologie en horrorfilms (The Shining, Poltergeist en The Exorcist) fascineren je ogen terwijl je oren murw geslagen worden door datgene wat Nirvana ook zo goed kon: een prachtmelodie verbergen in een frontale geluidsaanval.
Je kan deze single in een limited version 7" hier kopen.
Labels:
2017,
clips,
indiestyle,
lied van de week,
mening,
muziek
08 april 2017
The Whereabouts Of J Albert
Dark rock, zo noemen ze zelf hun muziek. The Whereabouts Of J Albert is de nieuwe band van Joeri Dobbeleir (Monster Youth, ex-Giants Of The Air) die je misschien al hoorde in de soundtrack van de één-serie De fiscus. Het titelloze debuut van het vijftal ziet nu eindelijk het licht en heel soms lijkt het alsof Leonard Cohen uit de doden is opgestaan.
Dat gevoel besluipt ons het sterkst in To kick the habbit. Dat is niet toevallig een van de rustigere songs op de plaat. Andere referenties die zich opdringen tijdens het beluisteren van dit debuut, zijn 16 Horsepower (Even love won’t help the haunted), Nick Cave (Quicksand) en Mark Lanegan (Hangman's rope). Dat zijn allemaal namen waar je je als Vlaming met enige trots tussen mag lezen. En de fiscus (de reeks, niet de door velen gehate ambtenaar) heeft de loper uitgerold met gebruikname van Keep on falling out en Hangman’s song. Eerstgenoemde song is geschikt voor Radio 1 én Studio Brussel en dat is het bereik waar je binnen de landsgrenzen op mikt met een debuutsingle. Hij bevat geen weerhaken of scherpe randen waaraan toevallige luisteraars zich kunnen verwonden doch glijdt ook niet als mierzoet suikerwater naar binnen.
Hangman's rope is wat ruiger, haalt de mosterd bij de bluesrock zoals je die vindt in afgelegen bars langsheen eindeloze wegen in Amerikaanse tv-series. Het is rock voor macho’s in midlifecrisis die zich toch maar niet die blinkende moto hebben aangeschaft en van een tatoeage afzagen om geen mal figuur te slaan op kantoor. Dat klinkt alsof het allemaal nog braafjes blijft, al is de kwaliteit van de liedjes niet om je neus voor op te halen.
De band doet ons onwillekeurig denken aan wielrenners en hun dopingreputatie. Dit kwintet hoeft niet te vrezen daar veel mee geassocieerd te worden. Hun debuut smaakt, al mag er iets meer peper en zout in. Luister naar deze plaat in de late uurtjes, in een rokerig kot of bij gebrek daaraan in een zwakverlichte living. In de juiste sfeer gesavoureerd is dit immers best een genietbaar schijfje.
Deze recensie kan je ook hier lezen op Indiestyle. Beluister hieronder het volledige album:
Labels:
2017,
embedded player,
indiestyle,
mening,
muziek,
nieuwe release
30 maart 2017
Raekwon
Kernen van creativiteit zijn er om te koesteren. Of het nu het clubje rond Dr. Dre betreft of de Wu-Tang Clan, in de hiphop tonen vele voorbeelden dat gelijkgestemde zielen elkaar bevruchten en beïnvloeden, samenwerken en voor elkaar schrijven. Het resultaat is dan vaak een hele reeks releases die aan elkaar verwant zijn en elkaar qua kwaliteit naar de kroon steken. Uit zo’n nest komt Raekwon. De Wu-Tanger heeft net een nieuw album uit, The wild, en daar worden wij zo enthousiast van als een kleuter die in de tuin paaseieren mag gaan zoeken.
Terwijl hiphop zich zowat verzekerd heeft van een permanente en gewaardeerde plaats in het muzieklandschap, is het niet slecht af en toe eens terug te blikken op hoe revolutionair sommige platen wel waren. In het rijtje van beeldenstormers mag Wu-Tang Clan niet ontbreken en voor elk van de leden zijn de argusogen waarmee hun solo-projecten (als je die al solo kan noemen natuurlijk) gevolgd worden, behoorlijk intimiderend. Enkelen bezwijken zelfs letterlijk (Ol’ Dirty Bastard), anderen dragen hun aura van genialiteit als een loper die hen overal brengt (GZA). Raekwon situeren we ergens daartussen en zijn volledige naam (Raekwon Da Chef) benaderen we steeds met een ironisch monkellachje. Toch valt niet te ontkennen dat de New Yorker een mooie staat van dienst heeft met eigen albums en bijdragen aan platen van anderen.
op The wild verwelkomt hij een resem gasten waarvan CeeLo Green (Gnarls Barkley) en Lil Wayne het meest in het oog springen. De meerwaarde van die samenwerkingen blijkt voor het eerst in Marvin, een van soul doordrongen song zoals we die van ‘s mans eigen platen ook kennen. Lil Wayne zorgt voor een van de hoogtepunten van de plaat, My corner. Het zou al te gek zijn te denken dat dit nummer buurtje-leen is gaan spelen bij The Opposites (Broodje bakpau), al is de gelijkenis behoorlijk treffend. Ook Kraantje Pappie komt spontaan in ons op als referentie. De nasale stem van Lil Wayne contrasteert mooi met die van Raekwon. Nog meer vocale wisselwerking is er met de vrouwen die ‘Visiting hour’ en Purple brick road naar een hoger niveau tillen.
Raekwon laat horen dat hij hitgevoelige songs uit zijn mouw schudt met het gemak waarmee een goochelaar een konijn uit zijn hoge hoed tovert. Purple brick road verdient het een lentehit te worden (zomerhits moeten immers nóg vrolijker) en Can't you see is zo smooth dat ze bij Durex de rechten vast al opgekocht hebben voor een commercial voor een glijmiddel. Wie zijn hiphop liever gekruid heeft met dubstepelementen, is aan het juiste adres bij You hear me.
Levensveranderende songs hebben we niet aangetroffen op The wild. Potentiële hits zijn er echter wel in overvloed. En we vatten het graag samen met de lyrics van Raekwon zelf: “Forever may not exist, but man, do we have our moments“.
Je kan deze recensie ook hier lezen op Indiestyle. Beluister hieronder het volledige album:
Labels:
2017,
indiestyle,
mening,
muziek,
nieuwe release,
spotify
19 maart 2017
Democrazy concert: The Black Heart Procession (voorprogramma: Sam Coomes)
Het zal intussen al zo’n decennium zijn dat bands met het idee op de proppen kwamen om concerten te geven waarop ze een plaat integraal spelen. Niet zelden betreft het dan ofwel hun debuut ofwel hun meest succesvolle plaat, zij het commercieel of artistiek. Het statement dat daarmee gemaakt dient te worden, is niet altijd even duidelijk. We vermoeden dat een vorm van nostalgie nooit veraf is voor de muzikanten zelf. Hoe dan ook zijn zulke tournees vaak een schot in de roos. Precies dat concept bracht The Black Heart Procession op uitnodiging van Democrazy naar de Gentse Handelsbeurs.
De vroege concertganger kon vanuit de comfortabele pluche zetels die de Handelsbeurs besloten had te installeren, op gang komen met Sam Coomes. Samen met Janet Weiss, drummer bij Sleater-Kinney, vormt hij normaal het popduo Quasi. In augustus vorig jaar bracht hij zijn solodebuut uit. Wat we te zien en horen kregen, was een verbluffend optreden dat eerder als geinig dan als echt goed te omschrijven valt. Met vervormde stem speelde hij zijn liedjes op een keyboard dat ook al door de effectenmolen gehaald werd zodat het klonk als een aftands Hammondorgel uit de kringwinkel. Hij liet zich ook begeleiden door een drummachine. De set vervelde van burleske, Kurt Weill-achtige composities over spacey Spiritualized-geïnspireerde psychedelica tot wereldverbeterende John Lennon-liedjes met een hoop Connan Mockasin-allures.
"Fifteen feet of pure white snow", zo bezong Nick Cave ooit ingesneeuwde mensen. Hoewel we net de voorlopig warmste en zonnigste dag van het jaar achter de rug hadden, voelde het vanaf de eerste noten van The Black Heart Procession alsof we ons goedschiks of kwaadschiks in zo’n lot moesten schikken. Ware het niet dat de metafoor “als een warm dekentje” voor songs als deze zo versleten is als het paar wandelschoenen waarmee een Noor de tocht naar Santiago de Compostela aflegde, we zouden The waiter zo kwalificeren. Met enkel een met de strijkstok bespeelde zaag, een viool, een accordeon en zachte toetsen op de piano gaf het viertal op het podium ons zulk een warm en behaaglijk gevoel dat de in de muziek hoorbare scherpe, koude wind ons niet kon deren. Bijna geloofden we echt dat zij onze enige bescherming waren tot de Sint-Bernardhonden ons zouden bevrijden. Naadloos vloeide de muziek over in The old kind of summer.
Afwisselend in blauw en rood licht nam de band de tijd om hun debuut 1 uit 1998 te brengen. Dat schakelde voortdurend tussen rustige nummers en vaak door de gitaar gedragen meer up-tempo songs. Tot die laatste categorie behoorde onder meer Release my heart, waarop menige voet van het zittende publiek meebewoog. Opvallend was hoe melodieus en eenvoudig ze klonken. Blue water – black heart vormde op die manier een van de hoogtepunten met een refrein waarop je je ‘s anderendaags betrapt dat je het nog loopt te neuriën. Tussen die balancerende en tegen elkaar uitgespeelde songs is The winter my heart froze, een instrumentaal intermezzo van nog geen minuut, een speels accentje. Wij hoorden er alvast de hand van Danny Elfman in, ook in het erop volgende Stitched to my heart. Het half luchtige, half griezelige pianospel werd omstuwd door klanken die de snijdende wind van eerder nog aanwakkerden.
Toen de plaat integraal gebracht was, riep het publiek middels luid applaus de band terug het podium op. Het dilemma waarmee de muzikanten zich bij zo’n concept geconfronteerd zagen, is natuurlijk wat je als bisnummers moet spelen. Toen Pall Jenkins ons na het eerste toegift voor het eerst toesprak, legde hij dit vraagstuk voor en verklaarde hoe zij uiteindelijk gekozen hadden voor de publiekslieveling A cry for love en het hen in deze vreemde (politieke) tijden toepasselijk lijkend The war is over. Vooraleer we nog een derde song als afsluiter kregen, vertelde hij over hoe het duo dat de kern vormt van de band opgroeide in San Diego, nabij de Mexicaanse grens en hoe zij en hun Mexicaanse vrienden verontrust zijn door de plannen van Trump mensen te scheiden middels een muur. Die woede leidde tot een nieuw nummer, Borders, dat het verhaal vertelt van een immigrant. Naast de bijval en de sympathie die het hen opleverde, bleek het na de laatste noten ook de aanleiding voor een staande ovatie.
Setlist:
- The waiter
- The old kind of summer
- Release my heart
- Even thieves couldn't lie
- Blue water - black heart
- Heart without a home
- The winter my heart froze
- Stitched to my heart
- Square heart
- In a tin flask
- A heart the size of a horse
---------------------------------- - A cry for love
- The war is over
- Borders
08 maart 2017
Lied van de week: week 10 - 2017
Afro trap part 8 (never) - MHD
Franse hiphop, dat hebben we hier nog niet eerder gehad. Het is dankzij de plonsjes van Indiestyle dat ik kennis maakte met deze song, die me meteen voor zich won. MHD is een Parijzenaar met Afrikaanse roots die ze ook duidelijk laat doorklinken in zijn muziek. Daarbij komt hij op deze song dicht in de buurt van de grime.
Je vindt de song op zijn titelloze plaat uit 2016, die je hier kan beluisteren op Spotify.
Lyrics:
[Couplet 1]
L'espoir fait vivre, j'suis pas du côté des victimes
Allô Naké, il est temps d'péter un fond d'commerce
Faut du liquide, du liquide
Belek, suis quand ça débite
Zieute mon flow quand j'dab
Et j'suis le meilleur comme d'hab
Fou, guette mes shoes
J'leur ai mis une distance, on me rattrape pas
J'suis au corner, 6 dans l'dos, j'ai la bonne pioche
Surveille tes arrières quand ça ricoche
J'suis sur tous les terrains comme la Pogbance
Laisse-moi faire, j'suis dans ma bulle
J'suis dans tous les plavons, viens on prend l'affaire
Follow me, faut qu'on s'arrange
Et dans l'game c'est MHD qui dérange
[Refrain]
Rien dit, rien entendu, rien vu, never
Tu m'détestes ? C'est réciproque
Un selfie ? Never
Un style, un prince
Tu veux être moi ? Never
Quand j'dab, tu likes
On s'follow ? Never
[Couplet 2]
Christian Dior sur l'nez
J'vois en noir et blanc comme à l'ancienne
Tout est clean, tout est frais, tout est opé
J'connais pas ces rappeurs, c'est eux qui me connaissent
Le daron veut du blé, de loin il voit que ça récolte
J'ai un disque d'or dans mon salon
Et l'autre en platine près de la cuisine
Maman s'inquiète pour mon avenir
J'lui ai dit que je voulais faire que du business
Elle a peur pour moi quand j'dois sortir
C'est la prière qui me sauve, pas les grigris
Stop, j'ai besoin d'air, j'suis pas chanceux
J'ai pas ché-la même quand j'étais derrière
DJ repeat, fuck les envieux
Deuxième projet, j'vais péter des molaires
[Refrain]
Rien dit, rien entendu, rien vu, never
Tu m'détestes ? C'est réciproque
Un selfie ? Never
Un style, un prince
Tu veux être moi ? Never
Quand j'dab, tu likes
On s'follow ? Never
[Pont]
Ils veulent me dire j'suis qu'une étoile parmi d'autres
Sur le terrain y'a pas d'arbitre, à qui la faute ?
J'me pavane dans la zone mais ma place est sur le trône
Couronne sur la tête, la Moula Gang poursuit sa quête
[Refrain]
Rien dit, rien entendu, rien vu, never
Tu m'détestes ? C'est réciproque
Un selfie ? Never
Un style, un prince
Tu veux être moi ? Never
Quand j'dab, tu likes
On s'follow ? Never
Labels:
2017,
clips,
indiestyle,
lied van de week,
lyrics,
muziek
Abonneren op:
Posts (Atom)




















