Posts tonen met het label nostalgie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label nostalgie. Alle posts tonen

21 maart 2024

Antler Records: Early years volume 1 & 2



Eerst en vooral wil ik van de gelegenheid gebruik maken om nog eens de lof te zwaaien van het Antwerpse label Starman Records, dat af en toe enkele van de meest fantastische nieuwe releases én re-releases uitbrengt van Belgische artiesten. Het maakt onderdeel uit van distributeur Cluster Park en daar vinden we het ook het terug tot leven gebracht label Antler Records terug. Dat label werd in 1981 opgericht door Roland Beelen, die deel uitmaakte van het trio Morton, Sherman (bekend van de Sherman Filterbank, een revolutionaire en erg gegeerde synthesizer) en Belucci dat heel wat new beat produceerde. Dat deden ze onder heel wat pseudoniemen, waarvan het bekendste ongetwijfeld Erotic Dissidents is (Move your ass and feel the beat). Hij richtte Antler op samen met Maurice Engelen die we later zouden leren kennen als Praga Khan. In 1989 fuseerde dit label met Subway records tot Antler-Subway, intussen zelf opgegaan in EMI.
Op Antler records: Early years (volumes 1 & 2) worden cold wave, new wave en post-punk verzameld uit die beginjaren. Dat levert een compilatie op die niet alleen een historische document vormt van een periode uit de Belgische muziekgeschiedenis die verloren leek gegaan te zijn, we horen er ook bands en artiesten hun eerste muzikale stappen zetten. Ik doe even een greep: The Scabs, The Neon Judgement, Siglo XX, Luc Van Acker, Luc Gulinck (hier in Men 2nd maar ook bekend van Clock DVA en het nederlandstalig triphop- en drum 'n bass-project Kolk), Ben Crabbé (bij The Singles), Nacht Und Nebel, Arbeid Adelt!, 1000 Ohm, Rudolf Hecke (bij Company Of State), Poésie Noire en A Split Second. Verder zijn er nog een handvol mij voorheen onbekende bands zoals het interessante Neue Sachligkeit (dat met twee nummers op het eerste volume staat).
Met deze dubbele compilatie haal je een ongelooflijk boeiende en invloedrijke periode in huis die wellicht de basis vormde voor heel wat van de intussen weer populaire Belpop van de jaren tachtig (en later). 

Je kan het album hier kopen via de site van Cluster Park of via de Bandcamp-pagina van Antler Records.

04 maart 2024

Tien voetbalhelden uit mijn kindertijd

Ik heb altijd van voetbal gehouden en vandaag wil ik even stilstaan bij de voetbalhelden uit mijn kinderjaren. Ik selecteerde er tien en vertel waarom ze me mijn hele leven zullen bijblijven en waar mogelijk, wat er intussen van hen geworden is.

1. Luc Criel:


We beginnen dicht bij huis. Mijn grootouders aan moederszijde woonden hun hele leven in Beervelde. De AA Gent-speler (uiteraard was ik van kindsbeen fan van de Buffalo's) was ook van daar afkomstig. Zijn ouders (en later hijzelf) hadden er een café midden in het dorp, niet ver van de kerk en ik denk zelfs dat dat café ook dienst deed als duivenlokaal waar mijn grootvader zijn duiven binnenbracht voor de wedstrijden. In die tijd was het schering en inslag dat voetballers na hun carrière (of zelfs al tijdens) café hielden, zoals ook een andere Gent-speler, de razendsnelle flankspeler André Raes die naar mijn vader toen vertelde er één had nabij het station van Gent. Elf seizoenen lang speelde Criel voor AA Gent en hij was voor mij het voorbeeld van de haalbaarheid van de droom om voetballer te worden: een jongen uit het Beervelde dat me zo bekend was, die in eerste klasse speelde!
Luc Criel stierf in 2018.

2. Dino Zoff:


Mijn absolute grote held was deze Italiaanse doelman die de reden zou vormen waarom ik zo graag keeper wilde zijn. Hij zou in 1982 de oudste speler zijn die ooit wereldkampioen werd, met Italië, in Spanje. Hij was niet alleen de nationale doelman, ook bij Juventus kende hij grote successen met 6 landstitels, 2 keer bekerwinst en 1 UEFA-cup (en enkele Europese finales). Hij was echt wel de beste keeper van zijn generatie, zelfs nog op late leeftijd, en ik speelde bij het voetballen met mijn broer zijn reddingen na. Keeper ben ik nooit echt geworden (ik was reservekeeper bij Racing Gentbrugge waar ik een jaar speelde maar stond geen enkele wedstrijd in de goal, ik mocht wel enkele keren mee verdedigen).
Ook als trainer kende hij succes. In 2000 haalde (en verloor) hij als bondscoach de finale tegen Frankrijk en met Juventus behaalde hij een dubbel met bekerwinst in de Coppa Italia en de UEFA Cup. Hij zou dat kunstje op een haar na herhalen met Lazio Roma.
In 2005 was hij voor het laatst trainer, bij Fiorentina. Hij schreef ook een autobiografie (Dura solo un attimo, la gloria - Glorie duurt slechts een moment).


Misschien moet ik toch eens zoeken of ik niet ergens een exemplaar op de kop kan tikken.

3. Paolo Rossi:


Deze Italiaan was zelfs door mijn moeder, die maar sporadisch meekeek als er voetbal op tv was, geliefd. Hij zag er dan ook uit als een klassieke Romeinse god (toch minstens in haar ogen). Bovendien was hij een uitstekende voetballer die ook al wereldkampioen werd met Italië (net als zijn doelman) en hij was toen zelfs topscorer met zes doelpunten. Na successen met Vicenza, met wie hij van Serie B naar Serie promoveerde als topschutter om die titel ook het jaar erop op te eisen in de Italiaanse eerste klasse. Daarna deelde hij ook in bovengenoemde successen van Juventus. 
Spitsen zijn natuurlijk de supersterren van het voetbal omdat zij voor de doelpunten zorgen en aangezien hij daar bijzonder goed in was, viel hij in die jaren heel erg op. Ik had dankzij Zoff al een boontje voor Italië en voor Juventus en dat werd door hem alleen maar versterkt.
Na zijn voetbalcarrière heeft hij nog bij enkele tv-zenders gewerkt en hij stierf in 2020 aan longkanker. Opmerkelijk detail is dat er tijdens zijn begrafenis, bijgewoond door duizenden fans, ingebroken werd in zijn huis.

4. Bruce Grobbelaar:


In mijn herinnering was deze legendarische doelman van Liverpool een Zuidafrikaan maar hij blijkt de Zimbabwaanse nationaliteit te hebben (al werd hij wel in het Zuidafrikaanse Durban geboren). Maar liefst dertien seizoenen lang verdedigde hij het Liverpoolse doel, met groot succes en soms ook met legendarische flaters die hem bij ons de bijnaam "Grabbelaar" opleverden. Als kind dacht ik dat dat ook in Engeland zijn bijnaam was maar dat lijkt me straf gezien het toch wel een typische nederlandstalige woordspeling is. 
Deze besnorde doelman kende eigenlijk enkel aan de Mersey succes maar wel met zes titels, 3 FA Cup overwinningen en een Europese bekerwinst, in 1985. Daarna speelde hij nog bijna meerdere clubs, in steeds lagere divisies en hij werd ook nog een paar keeperstrainer. Hij is te horen op een singletje dat de Liverpoolspelers opnamen voor de FA Cup Final van 1988 en hij speelde ook een gastrolletje (als zichzelf) in een tv-soap op Channel 4 in 1994. Wat hij momenteel doet, kan ik niet terugvinden.
Ik herinner me hem vooral van de vele keren dat we naar de FA Cup Final keken. Het was een vast ritueel om elk jaar de Engelse bekerfinale vanuit Wembley, live op de Belgische tv, te bekijken want er was in mijn kindertijd geen enkele wedstrijd met diezelfde aantrekkingskracht dankzij  het ceremoniële karakter van de match (met koninklijke aanwezigheid vaak, zij het niet altijd van Queen Elizabeth zelf) en de spanning en het belang van het treffen. Natuurlijk kon hij voor mij niet tippen aan Dino Zoff maar hij moet zowat de enige doelman geweest zijn toen die toch enigszins in de buurt kwam.

5. Kevin Keegan:

Hij wordt nog steeds beschouwd als één van de beste voetballers ooit en ook als coach was hij (vaak) succesvol en geliefd. Hij speelde net als oud-voetballer en huidig BBC-voetbalanalist Alan Shearer nog bij Newcastle maar dat was pas op het einde van zijn actieve spelerscarrière. Zijn grootste successen (titels in Engeland en Duitsland, Europees succes) behaalde hij voordien al met het onvermijdelijke Liverpool en Hamburg SV. Als coach ging hij aan de slag bij Newcastle, Fulham, de Engelse nationale ploeg, Manchester City en nogmaals Newcastle.
Met zijn krullebol (als speler) en zijn wit haar (als trainer) was hij een opmerkelijke verschijning, al zullen het toch vooral zijn dribbels geweest zijn die me als kind zo aanspraken.
Hij was één van de belangrijkste criticastes van een vorige Newcastle clubeigenaar en dat was één van de redenen waarom hij niet meer terugkeerde als trainer bij die club zo'n tien jaar geleden. Wat hij momenteel doet, is me onbekend. Grappig is wel dat hij enkele plaatjes heeft uitgebracht, onder andere een song geschreven door de zanger van Smokie (hier vooral bekend van Living next door to Alice).


6. Sócrates:

 
De Braziliaan viel me als kind alleen al op door zijn naam (ik wist toen nog niet dat Braziliaanse spelers soms de vreemdste namen hebben of aannemen, zoals Hulk, Káká, Fred, Pepe, Tita -niet de tovenaar- en Jefferson). Ik wist dat Socrates een Griekse filosoof was en ik moet bij het horen van zijn naam nog steeds denken aan de sketch van Monthy Python waarin twee teams van wijsgeren elkaar bekampen op een voetbalveld.
Hij was kapitein van het nationaal elftal met onder meer Zico (nog zo'n held van me toen) op de Wereldbeker van 1982 in wat nog steeds één van de beste Braziliaanse elftallen beschouwd wordt, al overleefden ze de tweede ronde niet. Ik kende hem enkel van het landenvoetbal want hij speelde, op één seizoen bij Fiorentina na, zijn  hele carrière in zijn thuisland. Met zijn baard en haarband was hij bovendien een opmerkelijke verschijning, dat zal me als kind ook wel opgevallen zijn. Hij lijkt zelfs een beetje op de tennislegende Bjorn Borg, ook al uit mijn kindertijd.
Met zijn medische opleiding en politiek engagement was hij ook buiten het voetbal een markante figuur. Hij stierf jammer genoeg na meerdere medische problemen in 2011.

7. Michel Platini:


Nu geldt Frankrijk opnieuw als een topland in het internationaal voetbal maar dat was lange tijd niet meer zo, in de periode die zou volgen op hun  Europese titel in 1984 en eindigde met een wereldtitel in 1998 en een nieuwe Europese titel in 2000. Eén van de iconen van die ploeg uit 1984 was Michel Platini. Hij werd topscorere met negen van de 14 Franse doelpunten op het tornooi. Als kapitein was hij vooral bekend om zijn vrije trappen. Als kind wou ik ze maar al te graag ook zo kunnen trappen.
Hij won de Franse titel met Saint-Etienne en meerdere prijzen met Juventus.
Hij is overigens de enige speler die ooit voor twee nationale teams speelde, want op vraag van de emir heeft hij ooit een officiële (vriendschappelijke) match tegen de Sovietunie gespeeld voor Koeweit.
Even was hij bondscoach van Frankrijk, succesvol in de kwalificatieronde voor het Europees Kampioenschap van 1992 maar hij verloor daarna in de voorbereidingswedstrijden en Frankrijk overleefde de eerste rond niet. Hij zou nadien vooral bekend worden om zijn functies binnen de UEFA (onder andere voorzitter) en de FIFA waar hij als vertrouweling van Blatter hem wou opvolgen tot ook hij achtervolgd door de corruptieschandalen de handdoek in de ring moest gooien. Het is jammer dat die periodes een smet vormen op het blazoen van een speler die indruk maakte op het kind dat ik eind jaren zeventig, begin jaren tachtig was.
Sinds zijn defenestratie leeft hij een onopgemerkt leven, althans voor ons. 

8. Karl-Heinz Rummenigge:


Iedereen kent wel die bekende zegswijze "voetbal is een spelletje gespeeld met 2 keer elf spelers gedurende 90 minuten en op het einde winnen de Duitsers". Het mag dus geen wonder heten dat er ook een Duitse speler in dit lijstje verschijnt. Rummenigge is dan ook niet zomaar een speler. Natuurlijk is de bekendste Duitse speler Beckenbauer maar diens spelerssuccessen kwamen toch net iets te vroeg om daar zelf herinneringen aan te hebben. Rummenigge daarentegen kende zijn gloriejaren bij Bayern Munchen  en het Duits nationaal elftal eind jaren zeventig en begin jaren tachtig, toen ik dus in het lager zat. Bij zijn club won hij twee Duitse titels en twee Duitse bekers en hij won ook 2 Europa Cups en één Intercontinentale Cup. Met het nationaal elftal won hij het EK van 1980 en werd tweede op het WK van 1982 en van 1986. Hij was dan ook een op meerdere posities inzetbare aanvaller die mee het succes van het Duitse voetbal belichaamde.
Bij Bayern Munchen zou hij nog belangrijke bestuursposities innemen, onder meer aan de zijde van Beckenbauer, tot hij in 2021 door Oliver Kahn (voormalig Bayern-doelman) opgevolgd zou worden als CEO. Hij had toen de verhuis van de club naar de prachtige Allianz Arena gerealiseerd. Momenteel bekleedt hij nog steeds een belangrijke Europese bestuursfunctie binnen het voetbal.
In 1983 bracht het Britse popduo Alan & Denise een ode aan de "sexy knieën" van Rummenigge in een naar de speler vernoemde single, die je hieronder kan beluisteren.

9. Gregorz Lato:


Met de Pool Gregor (of Gregorz) Lato keren we even terug naar de Belgische competitie want hij maakte deel uit van het topteam van KSC Lokeren met verder ook nog Lubanski, Raymond Mommens, Réné Verheyen, Preben Elkjaer en Arnor Gudjonson, dat in het seizoen 1980-1981 zowel tweede zou worden in de competitie als verliezend bekerfinalist. Die passage in ons land was overigens in de nadagen van zijn spelerscarrière.
Mijn nonkel woonde toen in Laarne of Kalken en hoewel zijn twee jongste kinderen (een nicht en een neef van mij dus) net als hij supporterden voor AA Gent, was mijn oudste nicht fervent aanhanger van Lokeren. Die rivaliteit kleurde mijn kindertijd (en bracht me ook vele keren naar het stadion van Daknam voor de uitwedstrijd van Gent bij de gouwgenoot). AA Gent was toen net terug naar eerste gepromoveerd en zou in 1984 de bekerfinale winnen van Standard (ik was daarbij in de tribune!) maar tijdens die gouden jaren voor Lokeren waren de Waaslanders duidelijk de betere. De namen van meerdere spelers uit dat elftal (die ik hierboven vernoemde) klinken ook vandaag nog steeds als klokken.
Lato had ten tijde van zijn passage in Lokeren al een mooie internationale carrière achter de rug die zou eindigen met een mooie derde plaats voor Polen op het WK van 1982. In 1974 was hij topscorer geworden op het WK, de enige Pool die daarin slaagde (en daarin verslaat hij dus Lewandowski). Hij werd later nog trainer, politicus begin van deze eeuw voor een linkse partij en bondsvoorzitter van Polen van 2008 tot 2012. In  die periode vond het EK van 2012 plaats dat zijn land organiseerde samen met Oekraïne. Ik heb geen idee wat hij sindsdien deed of doet maar hij leeft dus wel nog.

10. Kenny Dalglish:


Wat Kevin Keegan in mijn kindertijd was voor Engeland, was Kenny Dalglish voor Schotland. Ook hij speelde voor Liverpool, toen toch wel echt de beste Engelse club, na al eerder enkele mooie jaren bij Celtic Glasgow (maar toen was ik eigenlijk nog te klein om daar herinneringen aan te hebben). Als aanvaller won hij met Liverpool zes titels, één  FA Cup Final en drie Europese Cups. Met Schotland heeft hij overigens ook drie keer het tornooi gewonnen tussen de vier Britse landenelftallen (Engeland, Wales, Noord-Ierland en Schotland). Als trainer heeft hij eveneens een mooi palmares bij Liverpool (3 titels, 2 FA Cups en 1 keer verliezend finalist van de FA Cup), Blackburn Rovers (1 titel) en Celtic (1 keer de tweede bekercompetitie van het land gewonnen). Hij werd in 2018 geridderd. Sinds 2017 heeft hij op Liverpool een tribune die naar hem vernoemd is. Hij won de BBC Lifetime Achievement Award op de verkiezing van de sportpersoonlijkheid van het jaar in 2023.  

09 januari 2024

Torens


Toen ik nog met mijn ex-vrouw samenwoonde in het huis dat we samen  kochten en waar onze kinderen zouden opgroeiden (en dat nog steeds doen), was er onderweg naar de tramhalte een huis dat altijd tot mijn verbeelding sprak omdat het een torentje had. Al als kind was ik geïntrigeerd door kleine torentjes aan gebouwen, waarbij ik me altijd afvroeg wat er achter dat torenraam schuil ging of wie daar woonde. Het leek me zalig om daar je eigen kamer te hebben, al vermoed ik dat het niet altijd even gerieflijk is in een klein, rond kamertje.
Of het nu torens zijn van kastelen, torentjes als een fantasie aan een huis zoals hierboven beschreven of toren als metafoor, ze hebben ook altijd een inspiratiebron gevormd voor artiesten. Hieronder breng ik dan ook een bloemlezing van songs die over torens gaan of ermee te maken hebben.

Townes Van Zandt is een singer-songwriter die niet mag ontbreken met zijn Tower song. De Amerikaan is een artiest waar heel veel muzikanten die ik graag hoor, naar verwijzen in interviews en die ik tot mijn eigen schande veel te weinig beluister.
Met Leonard Cohen maakte ik in 1988 pas echt kennis toen hij First we take Manhatten bracht in een programma (geen idee meer welk) op vrijdagavond op de BRT. We waren zoals wel vaker op vrijdag bij vrienden van mijn ouders en de tv stond aan terwijl zij aan het kaarten waren. Toen ik in de bibliotheek het album I'm your man uitleende, was ik helemaal verkocht.
Een band die ik zelden beluister maar die voor mij wel bij een bepaalde periode hoort en waarvan ik enkele songs ken, is The Mission. Vooral hun gebruik van symbolen uit een ver verleden en die typische stem van Wayne Hussey. De groep ontstond toen de oorspronkelijke samenstelling van Sisters Of Mercy uit elkaar viel en je hoort inderdaad een muzikaal lijntje tussen beide bands.
Op een zitbal aan haar piano was An Pierlé begin deze eeuw een frisse verschijning in de vaderlandse muziekscène, met schijnbare eenvoudige liedjes en een manier van zingen die we nog niet echt eerder gehoord hadden. Ooit zag ik haar eens live in het Fort Napoleon in Oostende, toen dat na de restauratie heropend werd als evenementenlocatie.
Ook al zo'n typisch stemgeluid en typische manier van zingen heeft Justin Vernon, beter bekend als Bon Iver. Op zijn debuut vind je Towers terug.
Natalie Merchant, ooit zangeres bij 10.000 Maniacs, heeft allang een solo-carrière uitgebouwd, zij het niet in de spotlights maar met wel een loyale fanbase en een constante kwaliteit. Ik was haar eerlijk gezegd wat uit het oog verloren, maar vorig jaar nog bracht ze Keep your courage uit, de plaat waarop je Tower of Babel terugvindt.
Ook The tower van Future Islands werd vorig jaar pas uitgebracht. Na hun succesvolle single Seasons (Waiting for you) zag ik ze op Pukkelpop en ze verrasten me toen in positieve zin.
In de slipstream van de grunge werd Superchunk een naam die bij muziekliefhebbers al eens een belletje deed rinkelen. Hun muziek is erg beïnvloed door punkrock, Sonic Youth, Hüsker Dü, The Minutemen,... Ze richtten het platenlabel Merge Records op, dat onder meer Funeral van Arcade Fire uitbracht.
De Amerikaanse Zola Jesus incorporeert ook invloeden uit klassieke muziek,  industrial en goth in haar platen en dat hoor je ook hier op Tower.
De Nederlandse rapper Noentie (hier samen met De Chef) brengt nog maar sinds 2022 singles uit. Vorig jaar was er dit Blaas het van de toren.
Uit een heel ander vaatje tapt Fit For A King, Texanen binnen de hardcorescène die sinds 2007 al zeven albums uitbrachten. Tower of pain klinkt ook zoals de titel al suggereert.
Rapunzel, het bekende sprookje over een meisje dat door haar stiefmoeder opgesloten wordt in een toren om haar te beschermen tegen de wrede buitenwereld, vormde ook voor meerdere artiesten een inspiratiebron. Hier horen we zowel Dave Matthews Band (in 1998) als Let's Eat Grandma (in 2016).
Over David Turtle Ramani is het niet eenvoudig iets terug te vinden op het internet. De muzikant blijkt vooral muziek voor tv-programma's, series, commercials en dergelijke te maken.
Cru The Dynamic is Steve Bryant, een drummer die geschoold is in de jazz maar toch vooral hiphop en drum 'n bass maakt. Hij tourt vaak mee met andere artiesten en neemt soms zelf platen op. Hier horen we Freedom tower spaceship uit 2012.
Twin towers is een song van XVICTORXRS, een artiest waarover ik verder geen informatie vond en die vorig jaar drie singles uitbracht die via Spotify te beluisteren zijn.
In 1993 wees Humo mij de weg naar Me'Shell Ndegeocello, een Amerikaanse geboren in Berlijn als dochter van een militair, die vanaf  haar debuut Plantation lullabies genres als soul, funk, reggae, hiphop, jazz en rock vermengde. Ik was toen danig onder de indruk van haar album maar de platen die ze daarna maakte, spraken me steeds minder aan. Afgaande op deze song uit haar vorig jaar verschenen plaat The omnichord real book verdient ze wellicht een nieuwe kans.
De Australische band We Lost The Sea maakt al meer dan tien jaar platen en is zo'n band die ik vroeger kon ontdekken in de bib van Gent waar ze in hun uitgebreide cd-collectie vaak bands zitten hadden waarvan ik nog nooit gehoord had, maar die door hun bandnaam en albumhoes mij toch wisten te verleiden. Hun mix van postrock en noise klinkt heel weids en cinematografisch.
Toen Grouper in 2013 het album The man who died in his boat uitbracht, werden ze binnen de alternatieve muziekscène onthaald als the next big thing. Ik denk niet dat die belofte waargemaakt is maar ik sluit deze playlist toch graag af met hun dromerig Towers.

Beluister hieronder de volledige playlist:

04 januari 2024

Dolly Parton


Toen ik op mijn elfde mijn eerste radio-cassettespeler kreeg of kocht, zo herinner ik me, waren er twee songs die in die periode bovenaan de hitlijsten stonden: Radio ga ga van Queen en You are van Dolly Parton. Ik zou kunnen opzoeken of die inderdaad rond dezelfde tijd op nummer 1 stonden in de BRT Top 30 maar soms is het beter je herinneringen intact te laten, zelfs als ze niet helemaal juist zouden zijn.
Nu is You are allerminst haar beste nummer, toch heb ik een zwak voor Dolly Parton. Dat komt door het album Halos & horns uit 2002, waarop ze onder meer een mooie versie bracht van Stairway to heaven van Led Zeppelin. In de jaren erna luisterde ik af en toe nog eens of ze een nieuw album had (het vorig jaar uitgebrachte Rockstar is haar tiende plaat nadien) en ik zag intussen enkele documentaires over haar, waaronder onlangs nog Here I am (te bekijken via de link, tenminste toch bij publicatie van deze post). In weerwil van haar imago blijkt ze een heel verstandige vrouw die de regie stevig in handen wist te houden en dat in een omgeving (de countrywereld) waarin mannen stevig de plak zwaaien. Ze maakte slimme keuzes (onder meer om de rechten voor I will always love you niet te verkopen) die haar geen windeieren gelegd hebben en hoewel ze er zorgvuldig over waakt weinig potentiële fans voor het hoofd te stoten, is ze allesbehalve een windhaan die draait en keer met de wind of een mossel-noch-vis tsjeef. Hoe ze zich al die tijd staande heeft weten te houden en altijd succesvol is gebleven, dat is toch wel iets waar je respect en bewondering voor mag opbrengen, temeer omdat ze heel vaak  ook goeie songs en albums uitbrengt.

Vorig jaar verscheen dus Rockstar, een plaat met vooral covers van vaak bekende nummers die ze samen met andere artiesten brengt, niet zelden de originele uitvoerders. Het is een verrassend potige plaat, met versies die soms steviger klinken dan het origineel (zoals Every breath you take dat ze samen met Sting brengt). Verder horen we onder meer John  Fogerty (Long as I can see the light), Peter Frampton (Baby, I love your way), Kid Rock (Either or), Pink en Brandi Carlile ((I can't get no) Satisfaction), Debbie Harry (Heart of glass), Elton John (Don't let the sun  go down on me), Lizzo (op een nieuwe versie van Stairway to heaven), Emmylou Harris en Sheryl Crow (You're no good), Linda Perry van 4 Non-Blondes (What's up?) en de nog levende Beatles Paul McCartney en Ringo Starr (Let it be). Ook Miley Cyrus, waarover ze zich wat ontfermd heeft, zingt mee op een net wonderlijk ingetogen Wrecking ball.
Dertig songs lang (bijna 2,5 uur luisterplezier zou het promoteam zeggen) weet Dolly Parton ons te betoveren met versies en samenwerkingen die een grote liefde voor muziek én durf etaleren. En zo blijft ze ook nu nog een relevante artieste die zich niet zomaar in één vakje laat duwen.

Beluister hieronder het volledige album:

06 februari 2020

Retro review: Gavin Friday And The Man Seezer


We duiken terug in de tijd naar begin jaren negentig, toen ik nog studeerde en in mijn vriendenkring een jongeman zat die nog meer van muziek afwist dan ik. Op een dag, wellicht in de late uren in een café in het Gentse Patershol, raadde hij me een plaat aan. Het is te zeggen: hij noemde ze nog niet maar zei dat hij me een album zou uitlenen waarvoor ik zijn instructies voor het beluisteren strikt moest opvolgen. En die luidden als volgt: je doet het licht uit 's avonds, als het buiten donker is, zodat er enkel wat licht van buiten je kamer binnenvalt. Je legt je op bed klaar om te luisteren en zorgt dat niemand je komt storen. In die volledige visuele en auditieve stilte druk je op de play-knop en je beluistert de plaat in één enkele keer, daarbij je best doend om elk woord te verstaan en in je op te nemen.
Ik volgde de instructies en het effect was dat ik meer dan gewoonlijk de plaat in me binnen liet stromen, met volle aandacht. Ik luisterde naar mijn andere platen immers meestal terwijl ik bezig was en dus minder aandachtig, maar de instructies dwongen mij enkel Gavin Friday's plaat Each man kills the thing he loves toe te laten. En mijn god, wat was dit een prachtplaat!
Ik kende vooraf de Ier niet en had weliswaar al Apologia (dat op deze plaat staat) gehoord in een uitvoering op de eerste 2 meter sessies-compilatie (mooi maar die plaat staat dan ook vol parels). Ik wist niks van zijn verleden bij The Virgin Prunes (een groep waarvan ik later platen zou kopen en uitlenen uit de bib en die me verraste, deels omdat er toch nog een brede kloof gaapt tussen wat zij uitbrachten en het solo-werk van Friday). 
Each man kills the thing he loves is het solodebuut van Gavin Friday en de titel komt uit een gedicht van Oscar Wilde (The ballad of Reading gaol). Behalve The Man Seezer (waarover straks meer) spelen ook Bill Frisell en Marc Ribot mee op deze plaat. Het album kan je horen als een verhaal waarin verschillende stadia van rouw om wat was (een verloren liefde, verloren illusies, een schrikbarende blik op de eigen sterfelijkheid en kwetsbaarheid,...) elkaar afwisselen maar het is toch vooral een verzameling songs waarin Gavin Friday zijn liefde voor Oscar Wilde, Brecht en Weill, cabaret en theatraliteit en drama tentoonspreidt, in songs die gedoseerd de rauwheid van emoties (niet in het minst woede) exploreren. Daarbij doet geen enkele song onder voor de andere en er zitten echt wel parels tussen: behalve het al genoemde Apologia (dat intussen mijn favoriet geworden is) bijvoorbeeld ook covers van Brel (Next!, bij Brel Au suivant! getiteld) en Dylan (Death is not the end). 
Van Gavin Friday ben ik platen blijven kopen en beluisteren en de Ierse zanger hoort tot mijn favoriete artiesten, onder meer door zijn compromisloze houding als het aankomt op het aanklagen van mistoestanden (niet zelden binnen de Kerk, in Ierland nog altijd zeer invloedrijk). Maar één vraag heb ik nooit verder uitgezocht, tot nu:

Wie is The Man Seezer?

In feite heet hij Maurice Roycroft en was hij pianist en cellist toen Gavin Friday hem ontmoette en na het ontbinden van The Virgin Prunes met hem songs begon te schrijven. Later zou hij zich Maurice Seezer laten noemen. Naast de drie albums met Gavin Friday (dit en verder nog Adam 'n Eve en Shag tobacco) is hij vooral bekend om zijn filmmuziek, onder meer voor films van Baz Luhrmann. Ook voor theater schreef hij muziek en hij herwerkte Peter en de wolf van Sergei Prokofiev voor een benefiet-cd voor een goed doel in Dublin. Verder werkte hij ook nog samen met o.a. Maria McKee, Sinéad O'Connor, Bono (voor de soundtrack van In the name of the father) en Black (die je kan kennen van die ene hit, Wonderful life).

Each man kills the thing he loves is een plaat die je ook zonder de instructies die mij toen gegeven werden, op te volgen. Aandachtig luisteren helpt wel om de volle diepte en rijkdom ervan te waarderen. En wees hier alvast zeker van: nooit zakt deze plaat in en elke song is een bijkomende schakering in een verhaal dat je deels zelf kan vormgeven rond de nummers. En de kans is groot dat ook voor jou dit gaat behoren tot de gekoesterde platen in je platenkast...

Beluister hieronder het volledige album:

21 juli 2019

50 jaar maanlanding


Vandaag is het precies 50 jaar geleden dat de eerste mens voet zette op aarde en dat vieren we met onderstaande playlist:
  1. Man on the moon - R.E.M.: uiteraard beginnen we met deze song, uit Automatic for the people, over Andy Kaufman, trouwens ook te horen in de gelijknamige biopic. De titel verwijst naar de samenzweringstheorieën die de maanlanding ontkennen, zoals er ook mensen waren die geloofden dat het overlijden van Andy Kaufman fake was
  2. Walking on the moon - The Police: hoewel dit nummer op zich niet geïnspireerd was door de maanlanding, nam The Police de clip wel op in het Kennedy Space Center, temidden ruimtetuigen die er opgesteld staan, en aangevuld met beelden van NASA
  3. Fly me to the moon - Frank Sinatra and Count Basie: voor dit lied werkte Frank Sinatra samen met Count Basie, wiens orkest (The Count Basie Orchestra) nog steeds optreedt
  4. An ending (Ascent) - Brian Eno: in 1983 maakte Brian Eno het album Apollo: atmospheres and soundtracks, met muziek die in de eerste versie van For all mankind (origineel zelfs voorzien van de titel Apollo) voorkwam. Die film bevatte beelden van de Apollo-missies, maar zonder commentaar, en bleek niet echt een succes. Een latere versie met commentaar van de astronauten en dergelijke toegevoegd (en enkele nieuwe songs, die op Music for films III staan), kende iets meer succes. Zonet (echt enkele dagen geleden) werd een remastered en uitgebreide versie van deze plaat uitgebracht door Eno. Ook zijn broer Roger Eno en Daniel Lanois zijn overigens te horen op de plaat
  5. Apollo 11 - Lil Primy featuring Duke Luke: song vernoemd naar de raket waarmee de astronauten de maan zouden bereiken
  6. Moon landing - Strand Of Oaks: op zin meest recente plaat, Eraserland, bezingt Strand Of Oaks enkele mijmeringen over herinneringen die hij heeft en verwijst op het einde naar zijn geboortedag in '82, 13 jaar na de maanlanding (in de Amerikaanse tijdzone vond de maanlanding plaats op 20 juli)
  7. First man on the moon - Jay Root and The Surfaris: ik vermoed dat Jay Root de journalist is van The Texas Tribune waarnaar de link verwijst (het is moeilijk informatie te vinden over deze song), die hiervoor dan samenwerkte met de surfrockband The Surfaris, onder meer bekend van Wipe out
  8. Neil Armstrong - Babybird: Babybird is het muzikaal project van Stephen Jones en ken je misschien van de radiohit You're gorgeous. Deze song staat op een eerder album (Fatherhood) en gaat over het gevoel weg te drijven van wie je bent
  9. Buzz Aldrin - Curtis Williams: deze rapper uit Atlanta bracht in 2016 nog een mixtape uit, je kan hier alvast zijn muziek beluisteren
  10. Man on the moon (side one / side two) - Neil Armstrong, Buzz Aldrin and NASA staff: dit zijn blijkbaar echte opnames van de maanlanding, ooit uitgebracht als plaat, elke zijde meer dan 20 minuten lang
Beluister hieronder de playlist:

18 juli 2019

Johnny Clegg

Eerder deze week overleed de Zuidafrikaanse zanger en muzikant (en bandleider) Johnny Clegg. Dat bericht stuurde me in gedachten terug naar eind jaren tachtig, toen ik toevallig zijn muziek leerde kennen, vooral omdat de clip voor I call your name vaak gedraaid werd op MTV. Ik kocht het album waarop dat nummer staat (Shadow man). Een tijdlang volgde ik zijn carrière (hij bleek vooral populair in Frankrijk, waar men toch een voorliefde had voor mensen die zich voor de goede zaak inzetten, zoals deze blanke muzikant met zijn raciaal gemengde groep in het nog door Apartheid geteisterde Zuid-Afrika) en ik kocht ook het één jaar later verschenen album Cruel, crazy, beautiful world.

Beluister hieronder Shadow man (Cruel, crazy, beautiful world is helaas niet te vinden op Spotify):


17 oktober 2016

De "onmisbare platen"-ruil

Bij Indiestyle besloten we om de redactieleden (reviewers, fotografen,...) per twee elkaar kennis te laten maken met "onmisbare indieplaten", klassiekers volgens de geheel eigen smaak. Ik mocht ruilen met Mattias en hieronder lees je het resultaat daarvan. Dit artikel verscheen eerder al hier.


Mattias over Rip it up van Orange Juice


Voordat Edwyn Collins in 1994 de monsterhit A girl like you scoorde, had hij zijn strepen al verdiend binnen de Britse indiescene als frontman van de band Orange Juice. Die Schotse postpunkband hielp begin jaren 80 mee de klassieke indie-esthetiek vorm te geven. Hun debuut was de eerste release van het Postcard-label uit Manchester, en Johnny Marr was grote fan. Echt doorbreken deden ze in Groot-Brittannië met hun tweede langspeler Rip it up, waarvan het titelnummer bovenaan de hitlijst raakte en daarmee de eerste nummer een was die gebruik maakte van de Roland TB-303, een synth die enkele jaren later de basis zou vormen voor house, acid house en de hele ravescene van begin jaren 90.
 
En wat vond ik daarvan?

Ondanks mijn uitgebreide collectie cd’s, platen, cassettes en mp3’s bleek Orange Juice mij onbekend. De kennismaking levert evenwel een vriendschap voor het leven op, want deze Britten maken het soort muziek waar je vrolijk van wordt en de kwaliteit van afdruipt. Ze klinken op Rip it up als het kleine, Schotse broertje van Talking Heads. De invloeden uit de wereldmuziek die David Byrne en collega’s doorheen hun nummers vlochten, vinden ook hier vruchtbare grond in bewust speels gehouden songs zoals het titelnummer of Mud in your eye.
De toen in opmars rakende Afrikaanse muziek overheerst A million pleading faces. Na een beetje strijd tussen strijkers en gitaren in de intro van Turn away winnen die laatsten. I can’t help myself is halvelings een cover van Rock your baby van George McCrae, maar wel met tonnen Britse cool. Die grens met meer kitscherige muziek wordt dan weer gretig opgezocht in Flesh of my flesh. De ballad wordt eer aangedaan in Louise Louise zonder in de clichés van het genre te vervallen. Interessanter vind ik dan weer Hokoyo, dat centraal-Afrikaanse zang, melodielijnen én drumpatronen overneemt om er alsnog een typische Britse toets aan te geven.
Afsluiter Tenterhook neemt ruim vijf minuten de tijd om een licht hellend parcours op te fietsen. Boven wacht geen bergtop, maar toch voel je de kuitenbijter die Orange Juice ervan gemaakt heeft. En al leek het traject dat de hele plaat heeft afgelegd niet erg wisselvallig, de venijnige hellingetjes en de scherpe bochten kunnen menig luisteraar ten val brengen. Wat me echter het meest zal bijblijven van Rise it up is dat de missing link tussen de Talking Heads en Vampire Weekend al in de jaren tachtig bestond en dat ver buiten New York, in het regenachtige Glasgow.



Ik over Disintegration van The Cure

The Cure had, alle talent en kwaliteit ten spijt, typisch zo’n band uit de jaren tachtig kunnen blijven. In 1989, op de drempel van een volgend decennium, slaagde de band er echter in om zich met twaalf songs boven het tijdsgewricht uit te tillen. Disintegration zou het album worden waarmee Robert Smith en zijn kompanen de criticasters lik op stuk gaven en zelfs de luisteraar die hen te “emo” vond, dwongen hen ernstig te nemen. Of die term al bestond, kunnen we ons niet herinneren. In ieder geval werd het label vakkundig afgeschud.

En wat vond Mattias daarvan?

Een van de manieren waarop ik als tiener muziek verzamelde, waren cd’s ontlenen uit de plaatselijke bibliotheek. Natuurlijk had je halverwege de noughties nog cd-winkels maar daar had ik daar toen absoluut geen geld voor. En p2p software als Limewire of Bearshare liet je wel individuele nummers downloaden, maar dan had je achteraf wel veel werk om je iPod op orde te stellen. Nee, dan leek een cd die je voor een halve euro kon ontlenen me een goed compromis. Zo haalde ik op een regenachtige dag wat werk van The Cure in huis. Aanvankelijk vooral platen die ze toen net hadden uitgebracht, maar na verloop van tijd ook ouder werk zoals het tot de verbeelding sprekende Pornography, debuut Three imaginary boys en verzamelalbum Galore. Eigenlijk heb ik toen alles van de band beluisterd, behalve het als meesterwerk geldende Disintegration, dat ik onbewust omzeilde.
De hits kende ik natuurlijk wel al. Niet geheel onlogisch, aangezien Disintegration gold als de grote Amerikaanse doorbraak voor de Britse band. The Cure was in het thuisland een groep die niet enkel met hun muziek scoorden maar daarnaast de goth-subcultuur vertegenwoordigen en toonden dat pop gerust gitzwart mocht zijn. Niet verwonderlijk dus dat Editors vroeg in hun carrière een cover van Lullaby opnamen en Adele haar versie van Lovesong op 21 plaatste. Een piepjonge Tim Burton zag in frontman Robert Smith zelfs de blauwdruk voor zijn creatieve output. Gothic werd uit de underground getild en zorgde er voor dat "black the new black" werd.
Misschien komt het omdat ik ondertussen grotendeels verlost ben van de kenmerkende puberale zwaarmoedigheid, maar bij mijn eerste volledige luisterbeurt van het album hoor ik niet de beklemmende, donkere doemdenkerij waar The Cure in die periode voor versleten werd. Wat me vooral opvalt is de ruimte tussen de noten. De liedjes mogen ademen, er komt schijnbaar geen druk of haast bij te pas. De helft van de nummers klokken af op meer dan zes minuten en geen moment voelt iets aan als opvulling. Nog straffer is dat die ruimte de intensiteit van de plaat enkel versterkt. Robert Smith schreef merkbaar met een erg duidelijke visie en alles – de weloverwogen opbouw, de door hallucinogenen beïnvloede productie, de spaarzame opflakkeringen en catchy refreinen – klopt.
Neem nu Pictures of you. Ik kende vooralsnog enkel de kortgewiekte versie van net geen vijf minuten. Op het album mag het nummer echter uitwaaieren tot zeven minuten en half, en dat riffje en belletjes gaan nooit vervelen. Misschien ook omdat de nostalgie die Smith zo mooi bezingt in 2016 nog even herkenbaar klinkt als in 1989. Of wat met Fascination street, de eerste single die in de VS gelost werd en ik gerust beschouw als een van de beste postpunk-songs aller tijden. Die drumroffel die de song pas echt op gang trekt na anderhalve minuut, dat invallende pianootje, die etherisch rondzwervende gitaar en nooit aflatende bas: een beter slotakkoord voor de donkere eighties is moeilijk in te beelden. Het nummer is het startschot voor de tweede helft van de plaat, waarin de sfeer veel grimmiger en broeierig is dan op de vrij poppy eerste helft.
Lovesong, het kortste lied, was logischerwijs de meest succesvolle single. Het is het moment waarop Smith zich ontdoet van make-up en zichzelf helemaal bloot geeft aan de vrouw met wie hij nu nog steeds getrouwd is. Hoewel het nummer op tekstueel vlak niet veel verschilt van liefdesliedjes van de hand van Lennon/McCartney, is het vooral het gebruik van oude Roland-synths en strijkersamples die het nummer zo typerend maken voor het tijdperk.
Smith schreef het grootste deel van het album alleen, en liet zich daarbij vooral drijven door het besef dat hij bijna dertig werd. Het is een leeftijd die nog steeds een beangstigend effect heeft voor jongeren; een soort van vroegtijdige reality check. Verantwoordelijkheden worden onvermijdelijk, iets waar de zanger als kersverse bruidegom snel achterkwam. Zijn (faal)angst en twijfels verwoordt hij het best op het titelnummer:

“I never said I would stay to the end
I knew I would leave you with babies and everything
screaming like this in the hole of sincerity
screaming me over and over and over
I leave you with photographs
pictues of trickery
stains on the carpet and stains on the memory”


Ik kan het me natuurlijk alleen maar inbeelden, maar ik denk dat de toen negenentwintigjarige Smith zich gelukkig mag prijzen dat hij toen nog niet met de Instagrams van deze wereld werd geconfronteerd. Het bestrijden van je eigen demonen en onzekerheden gaat iets minder vlot wanneer je constant bestookt wordt door picture perfect #happiness. Misschien ligt daarin wel de grootste kracht van Disintegration: door zichzelf helemaal te ontleden slaagde Smith erin een coherent manifest te scheppen dat als houvast diende voor een leeftijdsgroep geplaagd door onzekerheden en twijfels. En die zijn, net als de muziek, tijdloos.


Heb jij ook zin om een "onmisbare platen"-ruil te doen? Laat een reactie achter hieronder, of meld je aan op de Facebookpagina of via Twitter.

09 augustus 2015

Gelezen (77)

Kunstwonderen: op zoek naar de drijfveren van de moderne kunstmarkt en van de terreur die design heet - Gerrit Komrij



Deze verzameling columns van Gerrit Komrij over kunst en design toont het taalmeesterschap van de Nederlander. De opbouw van het boek is heel eenvoudig: links een foto van een kunstwerk, rechts een stukje van de schrijver over (doorgaans) het afgebeelde kunstwerk. Daarin legt Komrij feilloos de onzin en marketingpraatjes bloot die vaak gepaard lijken te gaan met moderne kunst en design. Vooral die commerciële houding waarin de uitleg moet helpen verkopen, doorprikt hij op veelal grappige wijze. 
Helaas had de Nederlander beter het devies "kwaliteit boven kwantiteit" nauwer ter hart genomen, want na een tijdje heb je zijn punt allang gevat maar valt hij nodeloos in herhaling. Zeker de meer algemeen beschouwende stukken, die verder in het boek bijeengebracht werden, ontberen nét die link met het zeer concrete kunstwerk dat je op de pagina ertegenover kan aanschouwen. Vermakelijk is dit boek wel, tot ruim over de helft, maar dan had Komrij beter nog één laatste conclusie geschreven om af te ronden.



Pier en oceaan - Oek De Jong



In Pier en oceaan volgen we van de jaren 50 tot de jaren 70 Abel Roorda, van voor zijn geboorte tot hij gaat vertrekken naar Amsterdam op er op kamers te gaan. De jongen groeit op in Friesland en Zeeland en deze "coming of age"-roman roept zo mooi en accuraat de tijdsgeest op dat zelfs voor mij, elders en pas in 1971 geboren, de hele setting tot leven komt. Oek De Jong roept herinneringen op door associatie (onze uitstapjes naar de Wester- en Oosterschelde, logeren bij mijn grootouders op het platteland) en deed mij heel erg verlangen om naar vooral de genoemde plekken in Zeeland te gaan.
Hoewel het boek meer dan 800 bladzijden beslaat, verveelt het nooit en je wordt zo in het verhaal gezogen dat je het boek amper opzij wil leggen. Grote klasse!


Woesten - Kris Van Steenberge



Kris Van Steenberge mag zijn verhaal dan al situeren ten tijde van de Eerste Wereldoorlog (en de voorafgaande jaren), toch is die tegenwoordig zo intens herdachte periode uit de geschiedenis meer decor dan onderwerp voor een roman die universele thema's op een boven Vlaanderen uitstijgende manier belicht: liefde tussen partners, tussen ouders en kinderen, tussen broers, teleurstelling, jaloezie, onrecht,... Bovendien hanteert de auteur zulk een duidelijke taal dat het een feest is je ogen over de bladspiegel te laten glijden. 
Vrijwel iedereen die ik ken en die het boek al gelezen had, raadde het me aan en nu ik Woesten uit heb, kan ik mij scharen in de rij fans die hun volgende boekentip al klaar hebben.


14 - Jean Echenoz



Ook 14 van Jean Echenoz situeert zich in de Eerste Wereldoorlog en dit keer is die oorlog wél het onderwerp van de korte roman (slechts 121 bladzijden lang). We volgen enkele Fransen uit de Vendée die in 1914 opgeroepen worden wanneer de Duitsers oprukken. Terwijl iedereen ervan overtuigd is dat de gevorderde mannen al na enkele weken terug zullen zijn, blijkt het tegendeel -zoals wij natuurlijk alleen maar al te goed weten- waar.
Echenoz schrijft erg mooi en al bij al heeft dit verhaal niet veel franjes nodig, dat heeft de auteur goed begrepen. De verhaallijn ontwikkelt zich met voldoende tempo terwijl het oog voor details behouden wordt. Het wat bruuske einde verrast, maar voorts is dit een erg aangenaam leesbaar boek.

28 mei 2015

Ora et Labora pinkstermix

Na de dansbare religieuze mix en de kerstmix deel ik met plezier de pinkstermix van Ora et Labora (Pim van de Werken en Broeder Dieleman):


 
Tracklist:
  1. Intro - Ds. Richard
  2. Jezus - Esther Tims
  3. Maria Magdalena - Halleluja 2000
  4. Dank u - In Verwondering
  5. Supporters - BBC Combo
  6. Happy man - De Popgroep Van Het Leger Des Heils
  7. Eenmaal - De Zingende Zusjes
  8. Jozua won de slag bij Jericho - Piet Sybrandy
  9. Ben je bang? - Eigentijdse Jeugd

    17 april 2014

    Dansbare religieuze muziek

    Wenkbrauwen worden nu ongetwijfeld gefronst, maar dankzij Pim van de Werken en Broeder Dieleman krijgen we een grappige, behoorlijk dansbare digitale mixtape aangeboden met religieuze, nederlandstalige muziek uit de jaren 60 en 70, die je zelfs kan downloaden (in wav-formaat):

     
    1. Intro 
    2. Piet Sybrandy - Zoekt uw veiligheid bij God 
    3. Ben Strik en Die Aaghten Cantorij - Geloven, nu! 
    4. Glory Halleluja 2000 - De zondvloed 
    5. Koos Bons - Als het waar is wat ze zeggen 
    6. The Hallelujah Sound - 't is waar 
    7. Gospelgroep Sallum - Jezus 
    8. Gert en Hermien - Valse religie 
    9. TBS and The Burning Candles - Met Gods kracht in mij 
    10. Jongerenkerk Venlo - Ik zoek een land

    21 juli 2013

    Gentse Feesten 2013 - dag 1

    Hoewel ik de Gentse Feesten gisteren niet begon met de traditionele openingsstoet, heb ik er toch een stukje van meegepikt onderweg. In vergelijking met de vorige jaren werd een gewijzigd parcours gevolgd (ik had me daar wat aan laten vangen, en geraakte niet zo vlot voorbij de mensenzee als ik had gewild). Het leek me alsof het nieuwe parcours vooral het oude (van lang, lang geleden) benadert, met de tribune op het Bisdomplein.



    's Avonds was het alvast druk, en een eerste stop was ingelast bij Swing Cité, in de Rembert Dodoensdreef, het kleine dreefje aan de rand van het Baudelopark. Een swingdansdemonstratie én een soort theaterstukje waarin swingdans geïntegreerd was (of dat rondom de dans gebouwd was ; het verhaaltje was behoorlijk flauw eigenlijk), werd ons deel.


    In de Spiegeltent van vzw Trefpunt startte gisteren ook het concours Jonge Wolven. Opener van de wedstrijd was dit jaar Charlie Fields, de band rond Pieter Servranckx (die blijkbaar al voor de derde keer met een groep meedeed). Die klonken absoluut niet slecht en zelfs de nummers die maar halfslachtig begonnen, groeiden tot een goed niveau. Hier en daar was er een voorzichtig uitstapje richting blues of jazz en het bleef allemaal nogal braaf en onschuldig, en op die manier dreig je als band een beetje lijn in je optreden te verliezen natuurlijk. Goed, was ons eindoordeel, maar ik denk niet dat ik de winnaar gezien heb... Met zijn krullen en hoed deed de zanger ons trouwens een beetje denken aan de piepjonge Jasper Steverlinck.



     
    Onder de stadshal heeft Radio Modern haar tenten opgeslaan (al moet u dat hier uiteraard figuurlijk nemen: de door sommigen verguisde stadshal is een prachtige locatie voor dit soort evenementen!). Waren we bij Swing Cité nog in de jaren 30, dan werden we nu gekatapulteerd naar de USA van de jaren 50. Rock, rockabilly, rhythm and blues en nog een hele hoop muziekgenres in het verlengde daarvan werden opgediend door Slick Nick And The Casino Special. Je waande je in Happy days of verwachtte elk moment vooraan een tafeltje waar The Godfather instemmend knikt naar de muzikanten. Het spelplezier droop eraf en het publiek werd zonder moeite meegevoerd in de droomwereld en in de aanstekelijke, sprankelende muziek. De frontman bleek overigens een geboren performer en kreeg de dansende toeschouwers geheid op zijn hand.
    Als bisnummer brachten ze Batman to the rescue, met de Batman theme uit de originele reeks erin verwerkt, als eerbetoon aan de superheld.




    De eerste dag sloten we af met Meuris op het groot podium aan Sint-Jacobs. Het is de derde gedaante waarin ik de Limburger er zie optreden: vroeger met Noordkaap en Monza, nu dus met de band die hij maar gewoon naar zijn familienaam heeft vernoemd. Het schept tenminste duidelijkheid.
    Wat opvalt, is dat Stijn Meuris in al die jaren grappiger geworden is, ervaring heeft opgedaan in het omgaan met en bespelen van een soms balorig publiek én dat zijn basishouding op het podium hetzelfde gebleven is. Hij smijt zich echt, molenwiekend als weleer. In de set zaten nummers uit de nieuwe plaat (titelnummer Mirage, 1974,...) maar ook oudere nummers. Naarmate de set verstreek, kwam de nadruk trouwens meest op de Noordkaaptijden te liggen, al was er ook al geopend met Panamarenko. Verder herkende we nog Een heel klein beetje oorlog, Hoopvol, Gigant, Satelliet Suzy, Druk in Leuven en Monza-hit Van God los. De rond Meuris verzamelde muzikanten speelden een bijzonder strakke set en een nummer als Hoopvol klonk in het nieuwe arrangement helemaal anders (het duurde een tijdje vooraleer ik het herkende...). Gebist werd er met een nieuw nummer en met het meegezongen en -gebrulde Arme Joe. Net voor de laatste strofe, begon Stijn Meuris een hele uitleg af te steken, die herinnerde aan hoe Jim Morrison bij The Doors hele flarden tekst binnensmokkelde in songs. En kijk, een kort fragment van The end werd ingezet als tussendoortje... Grappig!


    07 april 2013

    De hoes (7)


    De laatste weken luister ik steeds meer naar mijn vinylplaten, en de voorbije week haalde ik zelfs weer heel wat cassettes boven (eigenlijk haalde ik ze van boven, uit de doos van de verhuis, naar beneden, waar mijn stereo staat). En zo herontdek ik heel wat muziek waarvan ik niet meer wist dat ik ze had.
    Eén van de meest opvallende platen in mijn collectie kocht ik ooit toen lounge (even) hip was, en ik vond in de Gentse Music Mania menig weird album met muziek die ik anders nooit zou beluisterd hebben. Het is een plaat met een soort big band muziek die gemaakt werd voor de soundtrack van allerlei Duitse pornofilms, in de periode van 1968 tot 1972. De films dragen zulke aanlokkelijke titels als Mädchen Die nach München Kommen, Was Männer Nicht Für Möglich Halten en Die Dressiertre Frau. Ik heb de films nooit gezien (en zal dat vermoedelijk ook nooit doen), dus meer info moet u van mij niet verwachten.
    De muziek van Gert Wilden & Orchestra is best wel leuk, en ik heb de plaat in de loop der jaren meermaals beluisterd, omdat het nogal vlot het oor binnengaat, een duidelijke sixties- en seventiesvibe heeft, met hier en daar een Hammond-orgeltje, en het roept herinneringen op aan de soundtracks van legendarische series uit mijn jeugd (en van voor mijn jeugd, want ik ben zelf pas in het begin van de jaren '70 geboren). Bij momenten klinkt het funky (Girl faces b.v.), en als ik de plaat zou opzetten zonder dat de hoes te laten zien of zonder informatie, is de kans groot dat iedereen gewoon mee staat te wiegen en zich laat meedeinen op de muziek.
    En voor de vinylliefhebbers: 't is prachtig - ik zou bijna zeggen, maagdelijk - wit vinyl!

    Hier is een fragment uit een documentaire over Gert Wilden (wel in het Duits):



    En hier een voorproefje van één van de nummers (met beelden uit andere films):



    En tot slot nog drie nummers die ik op Soundcloud vond:


    09 november 2012

    Villa disco mix


    Het Belgische duo Thang & Fredo, a.k.a. Villa, heeft een nieuwe disco-mix uitgebracht:


    Tracklist:
    -The Bombers: Dance Dance Dance
    -Vincent Montana Jr: Heavy Vibes
    -The Fantastic Aleems: Get Down Friday Night
    -Chic: Chic Cheer
    -The Fantastic Aleems: Hooked On Your Love
    -Idris Muhammad: Could Heaven Ever Be Like This
    -Vincent Montana: Bio Rhytms
    -Freddy The Flying Dutchman & The Sistina Band: Wojtila 5 (Disco Dance)
    -Rinder & Lewis: Willie & The Hand Jive
    -Chic: I Want Your Love
    -Gino Soccio: It’s Alright
    -Sam Jam: Dance ‘n Chant
    -La Bionda: I Got Your Number
    -Mother’s Finest: Dis Go Way, Dis Go Dat Way
    -Gino Soccio: Dancer
    -Free Life: Dance Fantasy
    -Paradise Express: Dance
    -Cazbee: Stand Up
    -Prince: Controversy
    -Disco Dream & The Androids: Dream Machine
    -Azoto: Superustic Man
    -Abba: Gimme! Gimme! Gimme!
    -Tucillo: Disco En Paradiso
    -Patrick Cowley: Mindwarp
    -Capuccino: He’ll Dance With Me
    -T-Connection: Do Watcha Wanna Do