Posts gesorteerd op relevantie tonen voor zoekopdracht bony king of nowhere. Sorteren op datum Alle posts tonen
Posts gesorteerd op relevantie tonen voor zoekopdracht bony king of nowhere. Sorteren op datum Alle posts tonen

17 mei 2010

Huisconcert : Amatorski + The Bony King Of Nowhere

Laten we groepen die niet komen opdagen, niet meer aandacht geven dan ze verdienen en volstaan met de melding dat de Canadese groep die gisteren voorzien was voor een huisconcert, in extremis vervangen werd door The Bony King Of Nowhere, waarmee we bovenop een voorprogramma dat die status snel aan het ontgroeien is, ook nog eens een hoop extra's kregen die je nooit zou verwachten (ik leg zo meteen wel uit welke...).



Amatorski heeft amper een eerste EP uit maar wordt al meer dan behoorlijk gedraaid op Studio Brussel, met het mooie Come home, enkele weken geleden nog lied van de week op deze blog. Daarmee waren ze meteen gebombardeerd tot méér dan een gewoon voorprogramma. Het viertal kon gebruik maken van de zachte avond om hun set buiten te spelen (naar het schijnt een primeur voor de huisconcerten, die we misschien maar beter huis-, tuin- en keuken(?)concerten moeten noemen...). Terwijl enkele poezen in de boom achter hen de show probeerden te stelen, was het genieten met de haast verstilde fluisterliedjes die in de avondlucht langzaam opstegen als zorgvuldig gelijkmatig aangeblazen luchtballonnen. Zangeres Inne blijkt niet alleen zeer zacht te zingen, maar ze fluisterde ontzettend verlegen de bindteksten, waardoor ze soms amper te verstaan waren. De schroom en de verwondering om het plotse succes en om de bijval die de groep kreeg van dit publiek, maakten haar extra kwetsbaar en ze leek zich haast te verontschuldigen voor elk woord dat ze sprak. Dat hoefde niet, want het is altijd leuk om van de schrijver van een liedje te horen hoe het tot stand kwam. Vooraleer Come home ingezet werd, vertelde Inne dat ze via haar grootmoeder een stapeltje brieven tussen 2 geliefden in de oorlog had gekregen en zich daarop gebaseerd had voor dit nummer. En de onverwachte headliner Bram Vanparys (The Bony King Of Nowhere) zong net als op plaat mee...


Doordat hij pas enkele uren daarvoor gevraagd was, had The Bony King Of Nowhere geen tijd gehad om een playlist samen te stellen. Met enkel zijn gitaar en stem was het voor hem wat zoeken naar welke nummers zonder méér arrangement zouden werken, vooral omdat de set voornamelijk nieuwe songs bevatte. En zo kregen we dus de wereldprimeur van heel wat songmateriaal voorgeschoteld. Some guys (and girls) have all the luck... Bram, oprecht verbaasd over hoe dicht het publiek wel zit bij zo'n huisconcert (ik zit meestal niet eens zo dicht bij mijn bezoek als gisteren vanop de eerste rij, waar je met je knieën bijna de artiest raakt), slaagde erin om de intimiteit van zo'n concert ten volle te benutten en zoals één van de gasten opmerkte nadat The Bony King Of Nowhere voorzichtig had aangekondigd dat nummer "eens te proberen, maar 'k weet niet of het zal lukken" : "Dat ging nog redelijk goed hé..."
Tussen de nieuwe nummers die het beste beloven voor het tweede album kregen we onder meer mijn lievelingsnummer Maria, waar een verhaal bijhoorde van een gitaar die Bram spotgoedkoop kocht van een man die terminaal ziek bleek te zijn en zijn instrumenten verkocht. Bram was nét op zoek naar een gitaar voor specifiek dit nummer, dat gaat over berusting vinden in je nakende overlijden... Het was niet de gitaar waarop hij speelde, dat zou nét teveel toeval geweest zijn...
En zo kregen we onverwacht een double bill mét primeurs (deels buiten + nieuwe nummers van The Bony King Of Nowhere).




Come home - Amatorski featuring The Bony King Of Nowhere

De debuut EP van Amatorski kan je hier kopen en het debuutalbum Alas my love van The Bony King Of Nowhere is hier te koop.
Geniet intussen nog maar eens van dit nummer dat je krijgt op de website van Amatorski : Same stars we shared (mp3)

26 oktober 2012

The Bony King Of Nowhere


Nick Drake! Zo, het hoge woord is eruit. Het zou ons verwonderen mochten wij de enigen blijken te zijn die The Bony King Of Nowhere na beluistering van zijn nieuwe plaat (The bony king of nowhere) vergelijken met de legendarische bard, wiens cultstatus niet te evenaren is.
Opener Across the river begint nochtans alsof hij ook op voorganger Eleonore had kunnen staan. Het klinkt hooguit wat uitgebeender dan de songs die Bram Vanparys toen met zijn band op plaat zwierde. Gaandeweg echter valt die soberheid meer en meer op naarmate dit album, dat Bram helemaal in zijn eentje opnam op amper één avond, zich een weg baant naar je oren. Daartoe had hij zich twee weken teruggetrokken in een oud huis in Mirwart, nabij Saint-Hubert in de Ardennen waar een mens al eens teruggeworpen durft te worden op zichzelf. Die omstandigheden zijn een perfecte verklaring voor hoe de plaat is gaan klinken.
Bram Vanparys lijkt met zijn rijzige, ranke gestalte sowieso wat op Nick Drake, en wanneer hij ook muzikaal terugvalt op de basics die tevens al aanwezig waren in zijn eerder werk, vallen eveneens de muzikale gelijkenissen op. Uiteraard is dat niets om beschaamd over te zijn, en voor ons geen reden tot treuren. Nick Drake is een referentie die menig artiest met fierheid zou willen dragen. Travelling man, het vooruitgestuurde proevertje, mengt het muzikale universum van Drake met die typische, warme, intussen zo herkenbare stem van The Bony King Of Nowhere. De vlekkeloze articulatie maakt de tekst nog indringender, en met een nummer als dit schrijft hij zich voor eeuwig in de aloude folktraditie in. Ook daarover zul je hier geen onvertogen woord lezen. En als er een vleugje alt-country insluipt (Lonesome girl), klinkt het even loepzuiver. Meteen erna krijgen we overigens weer pure folk, met een eenvoudig riedeltje dat eindeloos herhaald lijkt te worden (Valerie). Elk nummer baadt in zulk een intieme sfeer dat je bijna zou hopen dat Bram Vanparys een tournee zou opzetten van enkel huisconcerten, een setting waarin deze plaat volledig tot zijn recht kan komen.
Hebben we dan geen enkele opmerking te maken over deze cd? Als we heel eerlijk zijn, moeten we bekennen dat we toch meer houden van het bredere, rijker uitgesmeerde palet dat Bram samen met zijn band weet te bereiken. De intrinsieke kwaliteiten van de liedjes mogen dan even groot zijn, de arrangementen die The Bony King Of Nowhere in volledige bezetting weet af te leveren zijn nu eenmaal nog smakelijker.

Je kan deze recensie ook hier lezen op Indiestyle.

26 december 2011

Top 10 van 2011: albums

Hieronder volgend niet noodzakelijk de tien béste platen van het jaar, want er verschijnen zoveel goeie albums, dat het amper nog bij te houden en ik sommige nochtans steengoeie albums misschien maar één of twee keer heb beluisterd (totnogtoe). Dit jaar ben ik er immers in geslaagd om eens wat meer vele luisterbeurten aan eenzelfde album te wijden, waardoor ik sommige platen méér in de diepte ben gaan waarderen. En dan komen we tot de volgende, tien belangrijkste platen van het jaar :



10. Helplessness blues - Fleet Foxes



Fleet Foxes zorgde in 2008 voor een opmerkelijk debuut dat nog steeds één van de mooiste albums van de afgelopen jaren blijft. Dit jaar schonken ze ons een opvolger, die niet even goed bleek, maar toch nog steeds tot de top van de platen van dit jaar behoort.



9. tbc - Amatorski



Amatorski bracht dit jaar het debuutalbum uit, dat we hier al uitvoeriger bespraken.



8. Eleonore - The Bony King Of Nowhere



Bram Vanparys, beter gekend als The Bony King Of Nowhere, heeft niet alleen iets met Amatorski, maar net als zij bracht hij dit jaar een prachtige plaat uit. Die overtrof zijn debuut Alas my love vér, en ik heb hem dit jaar ook nog eens tweemaal live aan het werk gezien (in JH Nijdrop en een huisconcert). Hij is bij uitstek de Gentenaar van het jaar...



7. Inni - Sigur Ròs



Ik kreeg voor mijn verjaardag van mijn lief dit dubbelalbum (mét DVD -die ik nog moet bekijken-) : een live-album van mijn favoriete IJslanders. Dit dubbelalbum begint overigens bijzonder sterk, met Ný batteri, waarin de hemelse klanken en sfeer van de studioversie perfect gekoppeld wordt aan de kracht van een optreden. Dat lukt niet in alle nummers éven goed, maar toch blijft dit één van de sterkste live-platen die ik ken, en ik hoop echt dat ik Sigur Ròs toch ooit eens écht kan zien optreden...



6. The king of limbs - Radiohead


Hier besprak ik het album van Radiohead al eerder.



5. What did you expect from... - The Vaccines



Facebookvrienden leveren me vaak leuke tips, en zo gebeurde het dat ik nog voor er wat ruimere media-aandacht kwam voor The Vaccines, ik dit album al wou beluisteren. Op het internet vind je zowat alles, en na een eerste beluistering besloot ik deze plaat te kopen. Daar heb ik geen moment spijt van gehad ! Dit is het soort "simpele" gitaarrock waar ik als een blok voor val.



4. Entropology - School Is Cool



Met het debuutalbum van School Is Cool mocht ik dit jaar écht een topalbum, waar bovendien reikhalzend naar uitgekeken werd, recenseren voor Indiestyle. Je kan het resultaat daarvan zowel hier als hier lezen.



3. Hewers of wood and drawers of water - Kiss The Anus Of A Black Cat




Toch was het beste Belgische album voor mij dit jaar niet dat debuut, noch de twee al eerder vermelde albums (van Amatorski en van The Bony King Of Nowhere), maar wel van iemand die aanmerkelijk minder aandacht kreeg. Kiss The Anus Of A Black Cat zag ik ook tweemaal dit jaar (als voorprogramma tijdens een huisconcert en als voorprogramma voor The Bony King Of Nowhere), en naar zijn plaat luisterde ik -zeker in de eerste helft van het jaar- ontelbare keren. Hier kan je lezen wat ik er al eens eerder over schreef.



2. El camino - The Black Keys



The Black Keys zijn The White Stripes van de voorbije jaren. Hun in blues gedrenkte rock, hun basic bezetting, hun hoezen en clips zonder veel franjes : de muziek telt én kan tellen ! Prachtig album alweer, waar ik nog maanden zal van blijven genieten, dat weet ik nu al !



1. Last of the country gentlemen - Josh T. Pearson



Voor mij was dit de plaat van het jaar : Last of the country gentlemen van Josh T. Pearson. Al in het begin van dit jaar raakte ik helemaal in de ban, toen ik zijn album op aanraden van een goeie muzikale vriend kocht, en hij enkele weken later een huisconcert speelde. Ik sprak toen met de man, die erg innemend en grappig was. Uiteraard besprak ik (hier) al eerder dit album op mijn blog. Het hele jaar door haalde ik deze plaat (die ik in april liet signeren) trouwens regelmatig uit de kast, en zo werd het ook de meest gedraaide CD van het jaar.

13 november 2011

Huisconcert : The Bony King Of Nowhere (+ Love Like Birds)

In de huiskamer van Pieter speelde zaterdagavond Love Like Birds (het alter ego van Elke De Mey) een haast gefluisterd, erg verlegen voorprogramma. De jonge zangeres voelde zich, zonder ruggesteun van de contrabassist waarmee ze de laatste tijd repeteert, nogal naakt voor het vrij talrijke publiek. In de bindteksten was ze amper hoorbaar, en ze zong ook maar net boven haar gitaar uit. Dat is een beetje jammer, want deze singer/songwriter heeft best wel mooie liedjes in de aanbieding.


The Bony King Of Nowhere zag ik eerder al in een huiskamer, en later ook nog eens met volledige band in JH Nijdrop. Intussen ken ik zijn tweede album "Eleonore" al bijna een jaar. Ook hij lijkt tussen de nummers door behoorlijk verlegen, beschrijft zichzelf als niet zo goed met woorden, maar eens hij de snaren van zijn gitaar beroert, gaat er van zijn stem een kracht uit die contrasteert met de zachtheid die hij erin kan leggen en de tristesse die vaak doorschemert. The Bony King Of Nowhere kan putten uit twee albums én een sooundtrack, en stelde een rijke setlist samen, met al vroeg "Alas my love" en "Girl from the play", twee van mijn persoonlijke favorieten. Tussendoor vertelde hij over de nieuwe oude gitaar die hij bespeelde (een gitaar uit 1966, met het logo van NASA, waarbij hij bekende dat hij zichzelf ervan overtuigd heeft dat ze de gitaar van een astronaut is) en over hoe "My invasions" zijn levensnummer is waarvan hij zelf pas een half jaar later snapte waarover het gaat. Hij eindigde zijn reguliere set met een cover van "Harvest" van Neil Young, een nieuw nummer én een prachtig "Mother".


Na overweldigend applaus kwam The Bony King Of Nowhere terug voor een korte bisronde. Die startte hij met een nagelnieuw ("gisteren en vandaag geschreven") nummer, dat zeer kon bekoren. En daarna vertelde hij dat hij een half jaar gewerkt had aan het laatste nummer, en het afgewerkt had de avond dat Michael Jackson stierf. "Het verdient gespeeld te worden als ik er een half jaar over gedaan heb om te schrijven," zo leidde hij "Eleonore", titelsong van zijn tweede album in.

24 april 2011

Nijdrop concert : The Bony King Of Nowhere (support : Kiss The Anus Of A Black Cat)



Omdat beide groepen een heel mooie nieuwe plaat onder de arm hebben, leek het gisteren bijna een double bill in JH Nijdrop in Opwijk. Vooraleer de Gentenaren van The Bony King Of Nowhere aan de slag mochten, werd het publiek immers opgewarmd door Kiss The Anus Of A Black Cat, dat met Hewers of wood and drawers of water een heel intens werkstuk op de wereld losliet.





Het viertal putte niet enkel uit dit recente album, maar koos om vooral steviger nummers uit hun back catalogue te spelen. De groep klonk dan ook een stuk krachtiger dan op plaat. Maar wat ze aan kracht wonnen, verloren ze vaak aan intensiteit. Bij Feathers of the wings of the angel Gabriel werd dat euvel naarmate het nummer vorderde, nog rechtgezet en de intensiteit die op plaat wordt bereikt, zat er op het einde opnieuw goed in, maar daar slaagden ze niet in bij All your ghosts are worried, dat natuurlijk wel overeind blijft als song, maar zijn meerwaarde toch haalt uit die onbestemde dreiging die op plaats doorklinkt in alles wat nét niet gespeeld wordt. We zagen bovendien al eens een akoestische set met deze nummers, en dan kan je niet anders dan besluiten dat het nieuwe werk vaak gebaat is bij less is more...





De intensiteit én de intimiteit van de plaat naar het podium vertalen, lukte The Bony King Of Nowhere beter. Bram Vanparys bracht enkele liedjes solo, liet zich soms door een deel van de band bijstaan en natuurlijk mochten die vier bandleden meedoen voor het gros van de nummers. Die wisselende bezettingen brachten reliëf in het concert, zorgden voor andere toetsen in de verschillende nummers en verrijkten dus de set. Er werd overigens niet alleen geput uit het debuut Alas my love en nieuwe worp Eleonore, maar enkele nieuwe nummers voor het derde album werden ook al eens getest. Met succes overigens...
Tussen de liedjes door toonde Bram Vanparys zich een verlegen jongeman, de ideale schoonzoon haast. Tijdens de reguliere set reageerde het publiek wel erg weinig op zijn vragen, en daar stond hij soms wat onbeholpen bij. Een zeldzaam mopje ging zo verloren en de onwennigheid van de zanger die ook moet spreken, verhoogde. Toch wist het publiek de set te waarderen, en terecht natuurlijk, met onder meer parels als The garden, Sleeping miners en afsluiter Eleonore.





Tweemaal kwamen ze terug. In de eerste bisronde, waarin een toeschouwer om The sunset vroeg, speelde Bram toch liever in zijn eentje een nieuw nummer, dat hij vorige week pas geschreven had, en daarna werd Loretta van Townes Van Zandt gecoverd door de hele band, zonder microfoons en zonder electrische versterking. Het publiek werd dichterbij genodigd, en het werd zo een waar kampvuurmoment, met een bezielde en van speelplezier doordrongen vertolking. In de laatste bisronde werd Maria, het hoogtepunt van het debuutalbum, nog eens uitvoerig bezongen.





Je vindt deze recensie ook hier op Indiestyle.be

03 oktober 2018

The Bony King Of Nowhere


Ik heb altijd al een zwak gehad voor de lange, slungelige, verlegen Bram Vanparys, die zich door het leven musiceert als The Bony King Of Nowhere. En met zijn nieuwste album, Silent days, slaagt hij er alvast in om mijn hernieuwde interesse op te wekken. Het drie jaar geleden uitgebrachte Wild flowers had me immers minder kunnen bekoren dan de drie voorgaande platen. Maar nu staat hij er weer, en hoe!
Opener Going out laat een man horen die nog steeds weet hoe ruimte op te roepen tussen alle gespeelde noten. Bijna zeven minuten lang schept Bram een sfeer die hij vasthoudt als een hond aan een leiband. Every road neemt je verder de ingeslagen weg op, al ligt het tempo nu al iets hoger. En zo groeit deze plaat naar een eerste hoogtepunt. De titelsong (en single) draagt een hint van het speelse van Beck in zich ondanks de melancholische inslag die er altijd wel is bij The Bony King Of Nowhere. 
Wat een prachtige stem Vanparys heeft, komt goed tot uiting op Whenever we meet again, een song die als een klepperend paard (die drums!) rondhost in de wei der "emosies". Het korte (iets meer dan anderhalve minuut lang slechts) Now that I know is een folky tussendoortje dat meer om het lijf blijkt te hebben dan je eerst zou denken. 
Het volgende hoogtepunt dient zich dan aan met Waiting for your sign, een nummer dat bijna tranen in mijn ogen brengt omdat je een onuitspreekbaar verdriet voelt vanaf de eerste noot. Elk instrument ademt verlies uit, de zang klinkt als een vruchteloze poging tot troost en na bijna zes minuten blijf ik achter met het besef dat sommige smart niet anders dan altijd meegedragen wordt. Het is dan ook een beetje vreemd om erna meegenomen te worden doorheen Through the night, hoewel ook niet meteen de vrolijkste song. Toch voelt het na de intensiteit van het vorige nummer als een wat braaf, doordeweeks melancholisch liedje, niet veel meer. Wellicht door dat contrast slaagt het er niet in zijn volle kracht te ontwikkelen.
Like lovers do is vintage Bony King: een sterke melodie, instrumenten die eromheen de juiste accenten leggen en Bram die zingt met een vakkundigheid waarbij elk woord precies op de juiste plaats gemikt werd. Afgesloten wordt er met het rustige, alt.country-aandoende Still around, waarin de samenzang een extra troef vormt.
De Gentenaar mag van mij platen als deze blijven maken en dan zal ik ze blijven bejubelen. Wat kan een mens nu eenmaal anders met zo'n prachtig album?

Beluister hieronder het volledige album:

25 september 2012

Interview Douglas Firs

In een rustig café in Gent ontmoeten we Gertjan Van Hellemont, die als Douglas Firs op 12 oktober zijn debuutalbum, Shimmer & Glow uitbrengt.


Als je je debuutalbum in één zin zou moeten voorstellen, wat zou je dan zeggen?

Goh, ik zou dat niet eens proberen, denk ik. Eigenlijk is het gewoon een verzameling van 11 nummers van mij op 1 schijfje. Kijk, we zijn begonnen met een massa nummers, die hebben we langzaam verfijnd en we hebben ervoor gezorgd dat ze bij elkaar passen. De uitdaging was om van de demo's, waarop sommige nummers echt wel heel anders klonken, te groeien naar een rode draad, voornamelijk qua sound, zodat je hoort dat het één geheel vormt. Die manier van werken heeft de nummers ook naar elkaar getrokken.
Een andere rode draad is toch wel dat ze allemaal over “een” gevoel gaan van mij persoonlijk. Een aantal nummers gaan over hetzelfde, maar in ieder geval gaan ze allemaal over iets wat ík voelde.

Heel wat artiesten die al in een band spelen, voelen vroeg of laat de nood om een solo-album uit te brengen. Jij speelt al bij The Bony King Of Nowhere. Wat heeft jou ertoe gebracht een eigen plaat te maken? Wat vind je dat jij toe te voegen hebt aan het uitgebreide arsenaal muziek dat al bestaat?

Eigenlijk waren de eigen nummers er eerst, hoor, nog voor ik bij The Bony King Of Nowhere begon te spelen. Ik vind bij een band spelen ook erg leuk, het is iets heel anders om in functie van iemand anders' nummers te spelen. Of ik nu iets toe te voegen heb aan dé muziek of niet, ik zou deze eigen plaat hoedanook gemaakt hebben. Die nummers begonnen zich op te stapelen, er zat zoveel informatie in mijn hoofd dat het er uit moest, om weer andere dingen te kúnnen doen.
Ik ben ook trots op wat we gemaakt hebben en kijk er erg naar uit om ze ook live te kunnen spelen.

Wat is volgens jou dan je eigen sterkte?

Da's natuurlijk lastig om zelf te beantwoorden. Ik maak muziek in een klassieke singer-songwritertraditie, denk ik, en probeer te zorgen dat er energie in die nummers zit. En wat ik iemand onlangs hoorde zeggen, is dat er humor in de plaat zit, zelfs als het vaak om triestige dingen gaat. Dat vond ik wel tof om te horen. In Apple bijvoorbeeld, of in Shimmer & Glow zitten stukken tekst die het wat relativeren, maar op een manier soms ook nog pijnlijker maken.

Je zei al dat je deze plaat hoedanook moest maken, maar dat je wachtte tot je er trots kon op zijn. Hoe heb je het dan aangepakt?

Ik heb heel zorgvuldig aan de songs gewerkt, omdat ze erg kostbaar zijn voor me. Ik wou ook graag zo veel mogelijk vertrekken van live, samen ingespeelde basisversies in de studio, en dus heb ik gezocht naar de juiste mensen, naar de juiste muzikanten om ze te doen bewegen en leven. Dat lukt niet zomaar, zeker niet met de persoonlijke nummers. Ook het vinden van de ideale producer is niet evident, omdat die samenwerking volledig op vertrouwen moet draaien. Uiteindelijk heb ik de productie gedeeld met Gert Jacobs.
Ik heb ook wel voor mezelf uitgemaakt dat, waar ik nu veel tijd en zorg heb besteed aan het uitgebreid maken van dit album, ik voor een volgende keer misschien wel eens op een andere manier wil werken, bijvoorbeeld op korte tijd alles opnemen en er daarna niets meer aan veranderen.

Met wie heb je samengewerkt voor dit album?

Mijn eerste plan was om met Neal Casal als producer te werken, maar dat is er uiteindelijk om allerlei redenen niet van gekomen. Hij woont bijvoorbeeld in San Francisco, en ik niet. Hij gaf me wel een heel goeie tip mee: vertrek van een megagoeie drummer.
En zo kwam ik uit bij Frederik Van Den Berghe (die nog drumde bij Admiral Freebee, Arno, Milow en tegenwoordig bij Trixie Whitley). Verder is er Simon Cassier op bas en mijn broer Sem op toetsen. Ook Senne Guns (toetsen) speelt mee en Bram Vanparys (The Bony King Of Nowhere) en Jinte Deprez (Balthazar) zingen de backing vocals in alle nummers. Renée zingt mee op Misunderstood.


Met wie zou je graag samenwerken, en dat mag zowel utopisch als realistisch zijn?

Eens met Ryan Adams een nummer bespreken, lijkt me wel fijn, of iets opnemen met Jesse Harris, de man die Don't know why schreef voor Norah Jones maar vooral ook supergoeie solo albums maakt. Ook Two Gallants vind ik heel bijzonder. Het lijkt me tof om die twee in je begeleidingsband te hebben.
Meer realistisch is het leuk om mee te spelen in een band waar ik inspiratie kan opdoen en kan leren door te stelen met mijn ogen en oren, zoals b.v. bij Admiral Freebee.

Zelf horen we echo's van Absynthe Minded, Black Keys, Melanie en Boz Scaggs in je muziek. Welke vergelijkingen heb je nog gehoord en hebben je verrast?

Melanie? Serieus? De vergelijking met Neil Young blijft me ook verbazen, omdat ik eigenlijk alle nummers al geschreven had voor ik Neil Young echt goed heb leren kennen. Ik vind dat een absurde vergelijking, omdat Neil Young op zo'n hoog voetstuk staat bij mij, maar er zijn er ergere, natuurlijk. Melanie? Serieus?

Beïnvloedt dat je zelf hele dagen bezig bent met muziek de manier waarop je zelf naar muziek luistert of hoe je concerten beleeft?

Ik ga nog steeds heel graag naar concerten en ik luister ook naar heel veel muziek, en ik heb niet de indruk dat daarin iets veranderd is. Al moet ik toegeven dat ik, door productie te studeren, soms wel meer luister naar de sound.

Vanwaar komt de naam 'Douglas Firs' eigenlijk?

Mijn broer Sem had die naam gehoord in Twin Peaks. Al hoeft het niet per se een verwijzing naar Twin Peaks te zijn. Hoewel ik de eerste reeks wel super vond (en de tweede wat minder), is het voor mij vooral de verwijzing naar de bomen, die ik mooi vond. Ik vond het ook een goeie naam voor mezelf als artiest: Gertjan Van Hellemont leek me al heel gauw niet meteen een naam om het mee te maken, en Douglas vind ik wel een goeie voornaam. Bovendien, door de verwijzing naar bomen, is het ook een goeie bandnaam, vind ik. Ik hou wel van het idee van een band als bomen.


Hoe ga je eigenlijk te werk als je een nummer schrijft? Wat moeten we ons daarbij voorstellen?

Ik vertrek bijna steeds vanuit een muzikaal idee. Weliswaar heb ik een boekje waarin ik tekstideeën bewaar. Al bij al is er ook geen vast stramien. Ik merk bijvoorbeeld dat het instrument waarop ik een song schrijf, van invloed is en zorgt voor variatie: een nummer op gitaar geschreven klinkt vaak al anders dan één op piano geschreven. Bovendien leidt het laten ontwikkelen van een lied tijdens repetities tot iets heel anders dan wanneer je zelf thuis aan de opnames sleutelt.
Een tijdlang heb ik geëxperimenteerd met een vast moment om songs te schrijven. Dan nam ik elke dinsdagvoormiddag de tijd voor niks anders. Zo ontstond b.v. Misunderstood.

Hoe weet je eigenlijk bij het schrijven van een song dat je iets uniek gecomponeerd hebt, en niet gewoon een al bestaand nummer heruitgevonden hebt?

Tja, dat is een moeilijke vraag. Ik vermoed dat ik vertrouw op het feit dat ik vertrek vanuit mijn eigen, uniek gevoel. Er bestaan dan wel duizenden nummers op een bepaald gevoel, maar nooit “mijn” versie van dat gevoel. Dat geeft me eigenlijk wel de zekerheid dat ik iets geheel eigens geschreven heb.

Bedankt voor dit gesprek

Douglas Firs stelt zijn album voor op volgende data:

- 9/10: Stuk - Leuven

Verdere concertdata vind je hier. 

Je kan dit interview ook hier lezen op Indiestyle.

27 december 2012

Albums van het jaar 2012: van 30 tot 21

2012 is muzikaal niet het beste jaar, al blijft het me verbazen hoeveel goeie muziek ik ook dit jaar weer kon ontdekken. En er waren natuurlijk enkele vaste waarden die goeie tot zeer goeie platen uitbrachten. 
Voor mij was dit jaar een erg actief muzikaal jaar. Ik reviewde meer dan ooit tevoren albums en concerten, veel meer, én ik interviewde voor het eerst ook artiesten voor Indiestyle (Mathijs van Ansatz Der Maschine, Eric Smout van Democrazy -toegegeven, dat is geen artiest, maar een concertorganisator-, Helder, Gertjan aka Douglas Firs en Vincent van Everyman). Ik organiseerde in het huis waar ik sinds vorig jaar woon, enkele huisconcerten (J. Keens Balloon Flight, Flirty Faces, Sue Me Charlie en Unlock Dialogue) en ik heb de smaak te pakken... Mijn gitaar gordde ik veel te weinig om, mijn zoon kreeg een basic (érg basic) drumstel voor zijn verjaardag. 
Veel goeie platen beluisterde ik veel te weinig (en dat verklaart voor onder meer Jack White, Bat For Lashes, Cat Power, Sigur Ros, Alt-J, Bruce Springsteen, Beach House, Two Gallants, The Tallest Man On Earth, Ry Cooder en Godspeed You! Black Emperor -die in vele eindejaarslijstjes terug komen- wellicht mee waarom ze niet in mijn top 30 voorkomen). Ik zette de lijn om naar meer roots-getinte muziek te luisteren verder, al passeerden er ook weer enkele "hardere" albums (Amenra's Mass V en Unsane's Wreck b.v.) waar ik met plezier naar heb geluisterd. Ook écht rustige muziek (A Winged Victory For The Sullen zag ik live, Nils Frahm leerde ik kennen via Nachtbraker en ik ben erg blij met de digitale aanschaf van ...and darkness came) maakte me blij dit jaar. En zo was het toch vooral genieten, ook al omdat ik intussen steeds beter leer weg te blijven van muziek die me niet boeit...
Maar without further ado is hier het eerste deel van mijn top 30 van albums uit 2012:

30. Standing at the sky's edge - Richard Hawley


Het was erg jammer dat ik niet naar het concert mocht dat Richard Hawley gaf in Brussel, want nadat Nachtbraker (alweer hij...) me dit leerde kennen, bleef ik genieten van dit uitstekend album.

29. The bony king of nowhere - The Bony King Of Nowhere



Mijn review lees je hier. The Bony King Of Nowhere wordt niet met elke plaat beter (ik hou er meer van als hij zoals bij de vorige plaat met een hele band muziek maakt), maar slechter is het toch ook niet...

28. www.itstartshear.com - Peter Broderick



Peter Broderick waagde zich aan een project. Dat is bij muzikanten vaak een hachelijke en risicovolle onderneming, en al bij al breng Broderick het er lang niet slecht vanaf (zoals je ook al hier kon lezen)

27. I predict a graceful expulsion - Cold Specks



Het concert van Cold Specks in de Botanique was prachtig (#10 in mijn concertlijst van 2012) en deze jonge Engelse vrouw heeft een stem waar vele zangeressen (terecht) jaloers op zouden zijn. Het album bleek de beluistering nà het concert aan te kunnen, en staat nog steeds mooi overeind.

26. The diver - Led Er Est



Het platenlabel Sacred Bones Records was een ontdekking voor mij dit jaar. Ze kiezen voor een herkenbare vormgeving op de albums die ze uitbrengen, en ik genoot met name vooral van The horror van Pop. 1280, Open your heart van The Men en dit album van Led Er Est. Ze toerden ook in Europa, maar ik slaagde er niet in één van hun concerten te zien. Ik hoop alvast dat het in 2013 wél eens lukt...

25. Songs about ninjas - Everyman



Vincent is het soort bescheiden muzikant dat te weinig ambitie heeft om het succes te krijgen dat hij verdient, naar mijn bescheiden mening. Zijn debuutalbum gaf ik zonder aarzelen 4/5 op Indiestyle (de recensie lees je ook hier) en ik kijk nu al uit naar het concert dat hij volgend jaar bij mij thuis komt geven...

24. The birds fly low - Creature With The Atom Brain



Hoewel ik al vertrouwd was met Creature With The Atom Brain, wist hun album mij toch aangenaam te verrassen (zie hier).

23. The something rain - Tindersticks



Tindersticks kan natuurlijk maar zelden iets fout doen in mijn ogen, maar dat alleen volstaat niet om bij de beste albums gerangschikt te worden. Vooral in de eerste helft van het jaar luisterde ik vaak naar dit alweer mooie album (waarover ik ook al dit schreef)

22. Reservoirs - ME



Zonder twijfel is dit het mooist voorgegeven album dat ik dit jaar besprak, en gelukkig was ook de muziek erg aangenaam en goed. Minco Eggersman, de man achter ME, nam het album op in een vuurtoren (wat me altijd een beetje doet denken aan de roman Lighthousekeeping van Jeanette Winterson).

21. Django Django - Django Django


Nog niet zo heel lang geleden werd ik betoverd door Vampire Weekend, en dit jaar passeerde een band die hetzelfde doet, maar nog tien keer beter: Django Django. Ze stonden borg voor één van de fijnste singles van dit jaar, en hun hele album is het beluisteren meer dan waard.

07 februari 2024

The Bony King Of Nowhere


Ik heb het geluk gehad ooit Bram Vanparys (The Bony King Of Nowhere) enkele malen te mogen ontmoeten, onder andere ter gelegenheid van huisconcerten die hij gaf. Hij is één van de meest innemende Vlaamse muzikanten die ik ken. Zijn lange, smalle verschijning, zijn bescheidenheid en zijn aarzelende en ietwat onzekere houding gaven een indruk makkelijk bereikbaar te zijn en zijn dankbaarheid jegens fans versterkte dat alleen maar. Maar afgezien daarvan is het natuurlijk de muziek die hij maakt die telt en wat dat betreft kan je op deze blog meermaals lezen hoe verguld ik was van zijn platen.
Waar zijn muziek op de eerste platen nog eerder voorzichtig en verlegen klonk bij momenten, is deze artiest intussen tot grotere volwassenheid gekomen en klinkt hij zelfzekerder en getuigen de nummers op Everybody knows van een rijkheid die alleen maar gegroeid is. Wat vooral opvalt, is hoe Vanparys op zijn zesde plaat vaak aanschurkt tegen Radiohead. Zowel muzikaal als in de manier waarop de Gentenaar zijn zang Thom Yorke-gewijs daarover drapeert hoor je opvallend veel gelijkenissen. Dat hoor je het best in opener Are you still alive, het titelnummer, Almost invisible, Erase, Working harder en Perfect sense. Toch is hij geen Yorke-kloon en weet hij eigen toetsen aan te brengen. Falling into place is een pareltje dat zo eenvoudig klinkt dat het bedrieglijk makkelijk lijkt. Wie goed luistert, hoort echter hoe de details in het arrangement een extra patina aan de song geven.
Na de eerste drie platen ben ik de man wat uit het oog verloren maar deze hernieuwde kennismaking is alvast zo aangenaam als het begroeten van een oude vriend die jaren in het buitenland heeft gewoond en veranderd maar toch in essentie nog steeds dezelfde jongen teruggekeerd is.

Je kan het volledige album hieronder beluisteren en kopen via zijn website of hier op zijn Bandcamp-pagina:

13 oktober 2012

Douglas Firs


Gertjan Van Hellemont, muzikant bij The Bony King Of Nowhere en producer van onder meer Love Like Birds, heeft zijn eerste eigen ei gelegd. De single Shimmer & glow had verwachtingen geschapen die voor het gelijknamige album misschien moeilijk in te lossen zouden blijken. We prijzen ons en jullie gelukkig, want Douglas Firs slaagt erin die beloften waar te maken en en passant nieuwe verwachtingen toe te voegen.
Het geluidspalet van de eerste single sluit nauw aan bij Absynthe Minded (het had met gemak hùn song kunnen zijn, dachten we altijd) en daar voegen andere nummers nog heel wat referenties aan toe: The Black Keys in I don't think you're good to have around, Melanie in Baby Jack en Boz Scaggs in Dirty dog, om er slechts enkele te noemen. De piano in Apple lijkt weggelopen bij Dr. John, terwijl in datzelfde lied de aandachtige luisteraar zelfs een echo van Bob Dylan opvangt.
Het album klinkt afwisselend triest en vrolijk, zelfs wanneer het gevoel dat uit de teksten spreekt niet noodzakelijk hetzelfde is. Douglas Firs maakt graag gebruik van alledaagse beelden, die banaal lijken op zich, en er tegelijk in slagen het gevoel op scherp te zetten. Charlie die zijn best doet om zijn broccoli op te eten, kan het alledaagser en herkenbaarder? En toch is het in wezen intriest.
Gertjan liet zich omringen door goede muzikanten, van zijn broer Sem tot leden van onder meer Trixie Whitleys band, The Bony King Of Nowhere en Balthazar, en gastvocalen van Renée. Hij deelde de productie met Gert Jacobs, die al eerder de eveneens op deze plaat aanwezige Senne Guns producete, en werkte met veel zorg aan zijn debuut. Daardoor klinken zowel de globale sound, de samenhang tussen de nummers als de details erg goed. Soms stamp je mee op de beat (Dirty dog), soms zit je haast roerloos te luisteren naar gefluisterd verdriet. Afsluiter Thought it was you klinkt bijvoorbeeld zo somber dat je bij wijze van spreken de plaat hoort eindigen op de plons van een zich verdrinkende jonge gevoelige artiest.
Wie op deze wijze debuteert, legt de lat zelf hoog. We hebben er alle vertrouwen in dat de amper 21-jarige Douglas Firs al zijn jeugdige kracht in de strijd zal gooien om die lat ook in de toekomst te blijven overschrijden.

Je kan deze recensie ook hier lezen op Indiestyle. Het verslag van de cd-release in de Minarschouwburg in Gent lees je hier en het interview dat ik met Gertjan had, hier.

11 november 2012

Interview Everyman

Eind november brengt Everyman zijn debuutplaat uit, Songs about ninjas. Ik heb die plaat al gehoord (een recensie mag je binnenkort zowel hier als op Indiestyle verwachten), en ik sprak enige tijd geleden ook met Vincent Neyt, de man achter Everyman.



Welk muzikaal parcours heb je al afgelegd voor je tot dit debuut kwam?

Ooit speelde ik in Brugge in een jeugdgroep, Spam. Daarna speelde ik mee met Galope, een band waar ik voor het eerst samenspeelde met Filip Huyghebaert (van The Catatonics). In die periode maakten we ook een single, maar toch viel de band uit elkaar. Sinds 2005 heb ik dan zelf wat nummers gemaakt en speelde ik af en toe mee bij The Catatonics. Die nummers zijn nu eindelijk op een plaat beland.

Je album heet Songs about ninjas. Vanwaar die titel?

Ha, eigenlijk is het grappig. Het is een soort onnozele logica: ninja's zijn cool, dus liedjes maken over ninja's is ook cool. Maar eigenlijk zijn ninja's vooral cool als je zelf nog klein bent. Op die manier is het een soort melancholie die erin sluipt. Want die tijd, toen ik klein was en ninja's cool waren, is natuurlijk voorbij, al zou je nog zo proberen die terug te halen. En melancholie blijkt ook heel vaak in mijn liedjes te zitten.
Bovendien bleek het erg inspirerend te werken voor de vormgeving van de plaat. Oorspronkelijk was het dus een grap, maar achteraf gezien blijkt het wel erg te passen.

Wat is voor jou de rode draad van deze plaat?

Uiteraard vormt die melancholie een rode draad doorheen de plaat, en ook de liefde. Liefde is aanwezig in al zijn aspecten: het speelse van de eerste kriebels en het hele zwarte als het misloopt. Enkel Go home gaat niet echt ergens over, is een “niemendalletje”.

Zowel Go home als What a situation zijn inderdaad erg lichtvoetig en contrasteren daardoor met de rest van het album.

Ja, en ook Don't waste your time is een vrolijk liedje geworden, waarin ik iemand probeer ervan te overtuigen om vooral niets met mij te beginnen (lacht).
Nu, hoedanook probeer ik eenvoudige, heldere teksten te maken, zonder al te veel beeldspraak. Ik vind dat ook de lyrics een manier zijn, naast de muziek zelf natuurlijk, om de luisteraar binnen te trekken in een song. En dan mag het niet te ingewikkeld zijn, of je raakt de luisteraar juist kwijt.

Welke verwachtingen koester je zelf met deze plaat?

Ik wil gewoon dat zoveel mogelijk mensen ze op één of andere manier horen. Ik ben ook echt iemand die albums wil maken. Ik zie albums niet als een excuus om te kunnen spelen, maar echt als een doel op zich. De groep die ik rond mij heb samengebracht, bestaat echt wel uit muzikanten die de liefde voor muziek delen, en die het liefst elke dag wel ergens zouden willen spelen. Het maakt voor hen bij wijze van spreken zelfs niet uit bij welke groep ze die dag spelen.

Wie zijn de muzikanten die meespelen?

Vooreerst is er dus Filip Huyghebaert van The Catatonics, met wie ik al sinds 2003 samenspeel. Ook Eva Hautekiet van The Catatonics is erbij, evenals Maarten Flamand (van The Antler King), Jan Dhaene (drummer bij The Bony King Of Nowhere) en Stijn Tondeleir (ex-bassist bij The Bony King Of Nowhere en tegenwoordig bij Bristol Blonde).
Verder zijn er nog een aantal gastmuzikanten op de plaat, waaronder Renée. Zij zong haar vocalen al in 2005 in, op Oh my lord. Dat liedje nam ik toen al op, het is het oudste nummer op de plaat. Ik heb aan de opnames van toen niets veranderd.

(foto door Bruno Roels)

Wat vond je zelf het moeilijkste aan het maken van deze plaat?

Ervoor zorgen dat er een plaat kwam, was misschien wel het moeilijkste. Uiteindelijk heb ik er 7 jaar over gedaan. Dat komt vooral, denk ik, omdat ik een eigen identiteit als muzikant moest vinden. Ik heb echt moeten zoeken wat precies mijn ding is. Een tijdlang dacht ik dat het “sad songs, happy beats” zou zijn, zoals bij The Postal Service. Daarna wou ik vooral zwaardere rocknummers maken, maar dat bleek met mijn stem toch niet echt te lukken. Ik heb dus feitelijk 5 jaar lang demo's gemaakt, en dan heeft het nog 2 jaar geduurd eer ik uit die nummers (een 40-tal waren het er) een CD heb weten te puren. Je wil namelijk toch een geheel maken, een coherente plaat.

Je hebt vast veel geleerd uit het maken van dit album. Wat zou je zeker willen meenemen bij het maken van een volgende plaat, en wat zou je anders willen doen?

Het enige wat me echt interesseert, is het schrijven van een écht goed nummer. Telkens weer wil ik het gevoel krijgen dat dit beter is dan de vorige keer. Je probeert als muzikant telkens hetzelfde te vertellen, maar op een steeds betere manier, tot je het punt bereikt waarop je lied de openingsdans wordt op huwelijken.
Ik ben ook wel tevreden dat het allemaal nummers zijn geworden die af zijn, die niet te lang duren en die wanneer ze gezegd hebben wat ze moesten zeggen, ook eindigen. Iets wat er bij ons ook altijd zal blijven inzitten, is meerstemmigheid. Ik kan eigenlijk alleen maar redelijk stil zingen, dus we gebruiken samenzang om dynamiek in de nummers te krijgen.
Voor een volgend album wil ik ook graag wat meer instrumentale stukken in nummers steken.
Ik geloof wel dat het hele proces van ontwikkelen, het ontevreden zijn over wat je gemaakt hebt en het zoeken naar je eigen stem, nu voor mij voorbij is. Ik heb mijn eigen stem gevonden, en ga dit verderzetten, maar dan wel telkens nog beter.

Wiens voorprogramma zou je best nog wel eens willen zijn? Dat hoeft niet noodzakelijk een realistische wens te zijn...

In België denk ik dan aan Marble Sounds, waarmee ik wel wat verwantschap voel. Ook FlipKowlier zou erg leuk zijn. Hij maakt echt wel heel goeie melodieën. Als ik buiten de landsgrenzen kijk, kies ik voor M. Ward. Hoe die man zijn songs maakt, arrangeert en opneemt, dat kan volgens mij niet beter.
Helemaal utopisch (want het moment is daarvoor al voorbij) zijn Palace Music (ten tijde van Arise therefore), Pavement (na het uitbrengen van Crooked rain, crooked rain) of Sebadoh.

Ga je zelf eigenlijk vaak naar optredens? Hoe ervaar je dat, wanneer je zelf muziek maakt?

Ik ga vooral naar mensen die ik ken, en je zult me dus eerder in de Video (Gents muziekcafé, nvdr) dan in de AB vinden. Dat is trouwens al altijd zo geweest. Meestal ging ik samen met vrienden naar vrienden kijken. Mijn favoriete concertherinneringen zijn dan ook aan beginnende groepjes op bijzondere locaties. Ik merk ook dat ik wil ontroerd worden, en als dat niet gebeurt, ga je toch wel technischer luisteren.
Ik wil bij een concert het gevoel hebben iets uniek meegemaakt te hebben. Hoe goed een grote groep op tournee ook is, voor mij lijkt het een beetje alsof dit maar één van hun concerten is op de tournee, en dat die onderling inwisselbaar zijn. Wanneer de artiest zelf ook het optreden nooit meer zal vergeten, omdat er iets unieks gebeurd is, dàt zijn de optredens waar ik wil bij zijn.
Ook gewoon het luisteren naar muziek is voor mij toch vooral heel erg blijven hangen bij bepaalde nummers. Daar ben ik dan een tijdlang verslaafd aan en daar blijf ik dan telkens opnieuw naar luisteren. Zo heb ik toen die plaat uitkwam, twee jaar lang alleen maar naar het debuut van Balthazar geluisterd.

Wat maakt jouw muziek uniek? Waardoor verdien jij je plaats binnen het hele brede muziekveld?

Goh, dat vind ik een erg moeilijk te beantwoorden vraag. Ik weet ook niet of je je plaats moet verdienen. Alleen anderen kunnen daar uiteindelijk over oordelen.
Typisch voor mijn muziek is, denk ik, dat het eerlijke muziek is. En ik ben ook een muzikant en zanger die zichzelf niet al te serieus neemt. Zelfs in de donkere liedjes zal ik niet de getergde poëet uithangen.

Bedankt voor dit gesprek, en veel succes.

Je kan dit interview ook hier lezen op Indiestyle.

Het debuutalbum van Everyman wordt uitgebracht op 23 november. Die dag is er een release-concert in De Kopergietery in Gent. Je kan hier reserveren voor dat concert (voor amper 12 euro, én je krijgt er de CD bij!). Everyman treedt ook nog op in de 4AD in Diksmuide op 7 december.