Groepen als The Housemartins en The Beautiful South spraken me enorm aan en dat lag vooral aan de humor verpakt in zachte woorden en zinnen die niettemin een erg scherp randje durfden vertonen. Bovendien werd die verpakt in haast schattige popsongs waardoor het medicijn als limonade binnengleed. Wat beide bands nog gemeen hebben, is frontman Paul Heaton, die sinds 2001 solo-platen maakt die hier bijna ongemerkt aan ons voorbijgegaan zijn. Laat ons hopen dat eenzelfde lot Jenius bespaard blijft.
De vijftien songs vormen een mooie staalkaart van waar Heaton ook na veertig jaar nog steeds goed in is. Soms poppy (Do not ask me), soms rockend (opener Can't get next to you), soms zelfs folky (Favourite kind of idiot), altijd weet hij zijn bijtende en schartende teksten te verpakken in muziek die goed in het gehoor ligt en zich in je brein nestelt voor meerdere dagen. Of hij nu over de liefde zingt (She ain't pretty, Good for the bees) of over de politieke staat van het Verenigd Koninkrijk (het prachtige Send in the clowns), er bestaat geen twijfel over dat hij het geheime recept kent om de luisteraar nieuwsgierig te maken. Songs als Don't lean on me klinken zo tijdloos dat ze in elk van de vier decennia waarin hij platen uitbrengt, zouden hebben kunnen voorkomen. Paul Heaton schijnt ook live nog steeds zeer de moeite waard te zijn en hier bewijst hij dat hij nog steeds een rijke verzameling liedjes heeft om uit te kiezen.
Luister hieronder naar het volledige album, dat je ook kan kopen via zijn webshop:
