19 juni 2014

Owen Pallett


Onlangs nog werd Owen Pallett met Arcade Fire genomineerd voor een Oscar voor beste soundtrack. Samen verzorgden ze de muziek voor Her van regisseur Spike Jonze. Wanneer we nu zijn nieuwe plaat, In conflict beluisteren, kunnen we ons niet van de indruk ontdoen dat de Canadees beelden voor ogen had tijdens het componeren.
Al sinds hij albums maakte als Final Fantasy en zeker vanaf het moment dat we de fantastische single Lewis takes action hoorden uit Heartland, de voorganger die al werd uitgebracht onder zijn eigen naam, zijn we fan. Wat Pallett uitricht met instrumenten zoals de viool die je in een symfonie-orkest verwacht, is soms onvoorstelbaar mooi en vrijwel altijd bijzonder. In zijn cv vallen dan ook heel wat elementen terug te vinden die verwijzen naar een klassieke opleiding. Hij componeerde reeds opera’s. Filmmuziek prijkt ook prominent op zijn erelijst. Geen wonder dus dat we al die referenties ook terughoren in opener I am not afraid. En meteen erna bewijst hij niet vies te zijn van wat electronica, die in dit geval erg eighties klinkt (In conflict). De man heeft er nooit een geheim van gemaakt dat hij zijn muziek ziet als beïnvloed door zijn homoseksuele geaardheid en dat de liefde een rode draad vormt doorheen zijn werk. Ook voor dit werkstuk wordt deze als thema centraal gesteld, al verkent de muzikant veeleer bizarre vormen van liefde, als expressievormen binnen krankzinnigheid waarin het gevoel voorbij de normale grenzen gevoerd wordt. Dat resulteert in songs over zowel depressie als verslaving, die blijkbaar beschouwd worden als alternatieve manieren om “graag te zien”. Zelf kiezen we ervoor die hele uitleg te laten voor wat hij waard is en vooral de muziek te laten spreken.
Brian Eno en het Tsjechisch filharmonisch orkest dragen aan deze plaat bij en het palet dat ons geschilderd wordt, vertoeft dan ook voortdurend in de buurt van traditionele soundtracks en van klassieke muziek, al wordt het avontuur niet geschuwd. Zo roepen The sky behind the flag en Song for five & six vooral visuele associaties op. Deze cd vormt een buitenbeentje in onze collectie. Infernal fantasy benadert pop via een omweg en Chorale groeit uit tot een symbiose tussen ambient en symfonieën, met de blazerssectie van het orkest in een hoofdrol.

Je kan deze recensie ook hier lezen op Indiestyle.
Beluister hieronder het album:

14 juni 2014

Aankondiging: live-album van Kitchen Of Insanity

Kitchen Of Insanity is zo'n Belgische band die slechts bij enkelen nog bekend is. Tussen de plooien der tijd gevallen en door velen vergeten, is de tijd gekomen om hen terug op de kaart te zetten. Op 23 juni wordt immers een live-album van de band uitgebracht: Live in Ghent 1991.
Hun sound vertoont gelijkenissen met The Doors, Nick Drake, Scott Walker en John Cale. Ooit speelden ze de finale van Humo's Rock Rally (in 1990). Op 21 juni stellen ze de nieuwe release voor in Cartoon's Café in Antwerpen (samen met de release van Lies and logic van Asmodaeus). 

Hieronder alvast een clip van één van de songs van Kitchen Of Insanity:


Facebookpagina van Kitchen Of Insanity
Meer info via Starman Records en Walhalla

10 juni 2014

Nieuwe single Spoon

Onlangs vond ik het album Gimme fiction van Spoon op de rommelmarkt in de straten rond mijn huis. Het was een plaat waar ik met plezier aan terugdacht, dus aarzelde ik geen moment. Toen ik enkele jaren geleden begon muziekblogs te lezen, was Spoon één van de eerste groepen die ik langs die weg leerde kennen. Ik was helemaal weg van de song I turn my camera on en de hele plaat kon me bekoren. Ook opvolger Ga ga ga ga ga en de plaat die Gimme fiction voorafging (Kill the moonlight) liet ik meermaals door mijn woonkamer schallen. Hun vorige plaat Transference echter viel tussen de plooien in de vergetelheid, maar via Blackpool werd ik attent gemaakt op de nieuwe single, Rent I pay. Dat is de voorloper van They want my soul, de langspeler die op 5 augustus in de winkels ligt. Je kan die plaat hier trouwens al bestellen.

Er is nog geen officiële video, maar geniet hieronder alvast van de muziek met dit clipje erbij:

 

En nu we toch bezig zijn, voegen we er met plezier onderstaande Spotify-lijst aan toe, om je helemaal kennis te laten maken met de Amerikanen.

Gespot voor u: Watermät

Een beetje rondzoeken nadat de artiest Watermät verscheen op mijn FB-timeline, bracht me bij deze geweldige deep house track, die erg zomers klinkt:


09 juni 2014

Lied van de week: week 24 - 2014

Reservoir - Metronomy


Een fantastisch naïef nummer van Metronomy, dat vergezeld is van een kinderlijke naïeve clip, dat is een uitstekende keuze voor "lied van de week". Eigenlijk hoort daar amper meer uitleg mee...
Ik had overigens nog nooit eerder van deze Britten gehoord, hoewel de groep al opgericht werd in 1999 en hun nieuwste plaat, Love letters, al hun vierde werkstuk is. Hun debuut verscheen in 2006. Ze remixten ook al duchtig, voor onder meer Air, Charlotte Gainsbourg, CSS, Franz Ferdinand, Goldfrapp, Gorillaz, Kate Nash, Klaxons, Lady Gaga, Lykke Li, Roots Manuva en Sébastien Tellier.

Je kan het album hier kopen.

Lyrics:

I heard you made the hull of a boat downtown
I heard you got a job at the builders yard
But we should never say that we drifted far
Yeah we should never say that we drifted far


And I could never take good care of you
Because we had so much to lose
But we should never say that we drifted far
Yeah we should take a trip to the reservoir
Yeah we should take a trip to the reservoir


Heartbeats drifting together
Heartbeats aaaaah
Walk in the wood
wet under foot
Up to no good
ah-ah-ah-ah


I heard you cast off and she sailed real fine
I heard you met her bow with a bottle of wine
Well you should let me know when you're home and dry
Well you should let me know when you're home and dry


I heard you took an old school friend with you
The one you always said you would
Well we can never say that we drifted far


Yeah we should take a trip to the reservoir
Yeah we should take a trip to the reservoir


Heartbeats drifting together
Heartbeats aaaaah
Walk in the wood
wet under foot
Up to no good
ah-ah-ah-ah

08 juni 2014

Sixth Minor


De Italianen van Sixth Minor steken hun liefde voor postrock en dubstep, twee genres die zelden dezelfde fans aanspreken, niet onder stoelen of banken. Hun acht nummers tellende album probeert beiden met elkaar te verzoenen en bij zulke gedurfde pogingen houden wij al eens ons hart vast. Onterecht, zo blijkt, want al bij al brengt het duo het er goed vanaf.
In openingssong Eser wordt drum-’n-bass als een spervuur van mitrailleurschoten gelost op een voor de rest niet erg originele postrock soundscape. Daarmee begint hun poging ons te overtuigen met deze debuutplaat nog niet meteen schitterend. Gelukkig blijkt Blackwood, dat stevige gitaarpartijen meekrijgt, wel uit het goede hout gesneden. De opbouw is slim, de drums worden met precisie ingezet en de bassen domineren niet maar onderwerpen zich aan wat het geheel vraagt. Frozen neemt niet alleen meer tijd om tot een conclusie te komen, ook wij hadden wat langer nodig om ons te laten innemen. Opnieuw getuigt de compositie van verstandige keuzes waarbij de elementen vakkundig gemetst werden en het resultaat meer is dan de som der afzonderlijke delen. Etif zet zwaar in op gitaren die niet zouden misstaan in een nu-metalomgeving en het erg korte Last day on earth is vooral bedoeld als inleiding, zij het nogal contrasterend, voor Hexagone. Het laatstgenoemde lied beschouwen we hier stilaan als het hoogtepunt van wat de Napolitanen ons voorschotelen. Kracht wordt gepuurd uit agressieve dubstep en de sample van de Amerikaanse vrouwenstem roept grootsteedse chaos op. Het abrupte einde verrast. Over Greyhues weten we niet goed wat te denken: het is een erg ongelijkmatig nummer met echt wel goede ideeën maar het duurt te lang en de pudding dreigt soms in te zakken. Drieënhalve minuut voor Outro dat inderdaad niet veel meer is dan de titel laat uitschijnen, is veel te lang.
Renato Longobardi en Andrea Gallo laten ons zo achter met het gevoel dat ze over het algemeen een mooie mix hebben weten te breien van genres die we niet meteen in elkaars armen zagen vallen. Hier en daar lost een steek wat makkelijk doch de trui die gepresenteerd wordt, zal ons als het frisser wordt na een lange zomernacht voldoende warmte bieden.

Je kan deze recensie ook hier lezen op Indiestyle.
Beluister hieronder het album:

Lied van de week: week 23 - 2014

Lazaretto - Jack White


Jack White heeft een nieuw album klaarliggen voor ons, dat de komende week uitgebracht wordt. De titelsong is alvast de eerste single en het is weer smullen geblazen, duimen en vingers aflikken en meermaals op "repeat" klikken.

Je kan het album hier bestellen.

Lyrics:

My veins are blue and connected
And every single bone in my brain is electric


But I dig ditches like the best of 'em
Yo trabajo duro
Como en madera y yeso
Como en madera y yeso


And even God herself
Has fewer plans than me
But she never helps me out with my scams for free,
though she grabs a stick and then she points it at me
When I say nothing, I say everything
Yeah when I say nothing, I say everything


They threw me down in the lazaretto
Born rottin', bored rotten
Makin' models of people I used to know
Out of coffee and cotton


And all of my illegitimate kids have begotten
Thrown down to the wolves, made feral for nothin'
Quarantine on the Isle of Man and I'm trying to escape any way that I can, oh
Any way that I can, oh


I have no time left
Time is lost, no time at all, throw it in a garbage can
And I shake God's hand
I jump up and let her know when I can
This is how I'm gonna do it


They wanna blow down in prison
They're lighting fires with the cast of the masses


And like the dough I don't fall down
I'm so Detroit, I make it rise from the ashes

05 juni 2014

Le Grand Mix concert: Midlake (voorprogramma: Caveman)


Vorig jaar wist Midlake ons alweer te bekoren met hun vierde album. Antiphon scherpte de verwachtingen voor hun optredens nog wat meer aan. In Le Grand Mix in Tourcoing waren we er getuige van hoe de heren moeiteloos die horde namen.


Caveman, ook al uit de VS, opent de avond met indierock zoals we er wel vaker horen. De band is lang niet slecht maar mist uitschieters die hen van de vergetelheid kunnen redden. Hun vreugde om te mogen toeren met Midlake maakt het gezelschap meermaals kenbaar. Aan het enthousiasme van het vijftal ligt het zeker niet dat we ons hen over een maand amper nog herinneren.


Het levert een fel contrast op met de hoofdact die we niet gauw zullen vergeten. Midlake heeft intussen al een mooi repertoire bij elkaar geschreven, al grossieren de Amerikanen vooral rijkelijk uit hun nieuwste album, waarvan letterlijk elk nummer gespeeld wordt. Hun indierock heeft een flinke scheut psychedelica toegediend gekregen, zonder de neiging aan te leunen bij folk te verloochenen. Dat het zestal kiest om voornamelijk recent werk te spelen, heeft wellicht alles te maken met het vertrek van de vroegere frontman, waarna de groep zichzelf moest heruitvinden. De oudere nummers zijn in die zin minder van het Midlake dat we vandaag op het podium zien verschijnen dan van Tim Smith, die andere muzikale oorden opzocht.


Hoogtepunten zijn er meer dan genoeg: This weight etaleert het zuivere gitaarspel van Joey McClellan, Provider loopt naadloos over in het oudere Rulersn ruling all things, Antiphon blijft de dichtste benadering van Tame Impala die deze jongens ooit kunnen bereiken, Aurora gone onthult meer dan op plaat zijn schoonheid en klassieker Roscoe en recentste single The old and the young wekken herkenning op bij alle aanwezigen. Zelfs het instrumentale Vale mag gerust aan dit rijtje toegevoegd worden.
Omdat het podium verlaten en betreden een hachelijke zaak is, zo legt de zanger uit, blijft Midlake gewoon on stage om de bisnummers te spelen. Met de nodige zelfrelativering en kwinkslagen oogsten de mannen daar heel wat sympathie mee. En dan wordt een erg mooie, aan het origineel trouwe cover ingezet van I shall be released dat je ongetwijfeld kent van Bob Dylan of van The Band. Door de oorspronkelijke versie in ere te houden, vormt dit meteen een buitenbeentje in de set van het zestal, want de stijl die de andere songs zo kenmerkte, wordt hier niet klakkeloos getransplanteerd. Het erg toepasselijke Head home vormt de climax, waarna de gitarist handen schudt met de mensen op de voorste rij.


Setlist:


  1. Ages
  2. This Weight
  3. Provider
  4. Rulers, Ruling All ThingsYoung Bride
  5. We Gathered In Spring
  6. Antiphon
  7. Vale
  8. It’s Going Down
  9. Children Of The Grounds
  10. Corruption
  11. Aurora Gone
  12. Roscoe
  13. The Old And The Young
  14. Provider (Reprise)
———————————————
  1. I Shall Be Released (Bob Dylan cover)
  2. Head Home


Je kan dit concertverslag ook hier lezen op Indiestyle.

03 juni 2014

The Afghan Whigs


Wat een geweldige plaat was Gentlemen toch! In 1993 wonnen The Afghan Whigs me voor altijd voor zich met nummers als What jail is like, Debonair en Gentlemen. Ook de rest van dat album was trouwens meer dan de moeite waard. Greg Dulli, die bovendien heel wat vrouwenharten (waaronder dat van mijn favoriete Stubru-presentatrices) sneller deed slaan, leek een jonge god die ik bovendien live mocht aanschouwen op (naar ik vermoed) Pukkelpop.
Eénentwintig jaar later (en 16 jaar na hun laatste wapenfeit) staat de band er terug met nieuw materiaal. Do do the beast heet hun zevende plaat. En al heb ik nog niets gehoord dat de status van de drie eerder vermelde songs kan evenaren, toch is dit een erg potent en relevant album geworden. De Amerikanen verkeren duidelijk in bloedvorm. Het begint alvast super met Parked outside, rock waar de vonken af spatten. Ook Matamoros gaat verder op de ingeslagen weg, maar voegt er modernere toetsen aan toe. Hoewel dit nog geen single is, zou deze song niet misstaan in de playlist van elke zichzelf respecterende radiozender met oog voor kwaliteit. 
It kills lijkt me iets te veel op Snow Patrol om wild van te worden, doch Algiers, de single die vooruitgestuurd werd, kan me dan weer wel bekoren. De onstuimige gitaren worden verruild voor beheersing en zo komt de melodie beter tot zijn recht. Dulli, die natuurlijk met The Gutter Twins en The Twilight Singers de voorbije jaren bewees wat hij nog in zijn mars heeft, levert nog maar eens een staalkaartje af van zijn vocaal kunnen. Zoiets heet op indrukwekkende wijze volwassen worden.
Tussen de rechttoe-rechtaan rock van The lottery en de ingehouden implosie van Can rova ligt een spectrum dat deze band met succes bestrijkt. Waar ze in de vergetelheid dreigden te raken en enkel nog voer waren voor nostalgici, ontwaakt The Afghan Whigs uit een langgerekte winterslaap met bakken energie en meer dan genoeg muzikaal vernuft. Ook in 2014 doen ze ertoe!

Beluister hieronder het album:


02 juni 2014

Mijn Bob Dylanjaar (9): Nashville skyline


Intussen is het wel duidelijk dat alle drukke bezigheden van de afgelopen maanden (waaronder het afwerken van het afstudeerproject voor de banaba-opleiding die ik volg) mijn tempo om het volledige werk van Bob Dylan te verkennen, ernstig vertraagd hebben. En ik koester niet langer de illusie dat ik aan één jaar voldoende zal hebben om alle albums tot mij te nemen. Dan duurt het maar langer, maar ik ga in ieder geval niet proberen om alles nu sneller af te haspelen. Al zal het tempo normaliter terug wat de hoogte ingaan de komende maanden.
I'll be your baby tonight, de afsluiter van het vorige album (John Wesley Harding), gaf al een hint van wat te verwachten viel en met Nashville skyline gaat Bob Dylan helemaal de weg op van de country. In opener Girl from the north country is het onder meer Johnny Cash die een handje komt toesteken. En meteen is de (lichte) teleurstelling na de vorige plaat weggespoeld, want wat is dit een heerlijke song!
Het vat country wordt nog meer opengetrokken met Nashville skyline rag, waarin ook wat swingjazz te revue passeert en zo een heerlijk instrumentaal nummer oplevert. To be alone with you duurt weliswaar slechts 2 minuten, maar die vliegen nog veel sneller voorbij omdat de vaart er goed in zit. I threw it all away laat het tempo dan weer zakken en vind ik wat minder geslaagd. Een slechte song is het zeker niet, maar het klinkt toch iets teveel als dertien in een dozijn. Gelukkig is er het opgewektere Peggy Day, dat muzikaal nog steeds niet veel om het lijf lijkt te hebben maar vrolijk genoeg klinkt om ons humeur instant te verbeteren.
Wat totnogtoe het meest is opgevallen aan deze plaat is dat de typische nasale zangstem van Dylan plaatsgemaakt heeft voor een heel andere klank. Lay, lady, lay is een dipje vooraleer we alweer een enthousiaste Dylan horen in One more night. Het is misschien wat voorbarig maar de uptempo nummers lijken voorlopig de hoogtepunten te vormen (op de albumopener na dan). 
Tell me that it isn't true is me bekend, al kan ik niet zo gauw bedenken wiens cover ik dan wel al voorheen hoorde. Hoewel behoorlijk lichtvoetig is het voor mij één van de hoogtepunten van deze plaat. Ook Country pie doet niet moeilijk.Vreemd genoeg wordt het al snel afgebroken door een onverwachte fade out. Tonight I'll be staying here with you tot slot klinkt weer een pak serieuzer en herinnert me aan de songs van Rodriguez zoals ik die leerde kennen uit de documentaire Searching for sugar man.

Beluister hieronder het volledige album:

tUnE-yArDs


De kans dat je dit jaar nog een plaat zal horen zoals Nikki nack van tUnE-yArDs is volgens ons bijzonder klein. De uitdrukking “het beste van twee werelden” doet haar waarschijnlijk nog tekort. Niet alleen lijkt de Amerikaanse meerdere werelden met elkaar te verzoenen op haar nieuwste werkstuk, en passant wordt er nog zeker één nieuwe uitgevonden.
De opvolger van W H O K I L L opent alvast ijzersterk met het zowel aan Bachs klavecimbelmuziek, Afrikaanse pop en hypermoderne dance schatplichtige Find a new way en de single Water fountain. Behalve voor de hand liggende referenties als Talking Heads beschikt deze song over de vrolijke zang die Feist ons brengt in 1 2 3 4 of Lilly Allen in LDN. In tijden waarin het WK voetbal onze blik voornamelijk richt op Brazilië bewijst Merrill Garbus dat het ook zomert op andere continenten en dat samba niet het enige of zelfs maar noodzakelijke ingrediënt hoeft te zijn om de muzikale zon te laten branden. Time of dark klinkt als een gepast eerbetoon aan Miriam Makeba.
Net als bij een soufflé bestaat de kunst erin na een veelbelovende start niet alles te laten inzakken. Bij de eerste beluisteringen hadden we het gevoel dat de zangeres er niet echt in slaagt die valkuil te vermijden, maar na een tijd hadden we door dat het sterke openingstrio onze verwachtingen zo hoog had gespannen dat wat erna komt aanvankelijk van wat mindere kwaliteit lijkt. Sink-O ontpopt zich echter als op steroïden grootgebrachte breakbeats die in Las Vegas dronken trouwden met de stem van een teer meisje dat de puberteit net ontgroeid is. De tribale ritmes die invallen in de tweede helft zijn de kers op de bruidstaart. Why do we dine on the tots? is een uit Alice in Wonderland weggelopen spielerei die gedeclameerd schijnt te worden door The Mad Hatter. De claps waarmee Stop that man aanvatten, brengen ons weer met beide dansvoeten op de grond. Wij voelen een nieuwe single aankomen. Wie ooit een opname voor het Smithsonian Institution hoorde van primitieve stammen die zingen rond een open plek midden in hun huttendorpen, waant zich naar die verzamelaars teruggeworpen met Rocking chair. En dan vallen ineens strijkers in, om maar te zeggen dat deze artieste werkelijk àlle muziekjes met plezier verenigt in amper meer dan twee minuten.
Niet elke song staat even sterk op eigen benen, doch het geheel is het vreemdste dat we sinds de voorganger hebben gehoord. Elke keer dat we de dertien nummers door onze stereo jagen, vallen ons weer andere details en accenten op, raken we verknocht aan andere liedjes, zoals tijdens het schrijven van deze review aan Manchild, en zijn we drie kwartier lang weg van deze wereld.

Je kan deze recensie ook hier lezen op Indiestyle.

Beluister hieronder het volledige album:

01 juni 2014

Bombardon concert: Boer Stef & The Preacher Men


Ter gelegenheid van de dekenijfeesten in Gentbrugge trad gisterenavond in de Bombardon Boer Stef and The Preacher Men op, een Antwerps-Nederlands bluegrassvijftal dat al eens eerder in het gezellige café optrad. Toen had ik hun show echter moeten missen, dus haastte ik me deze keer om er wel tijdig te geraken en bovendien een mooi zitje in de krappe ruimte op de "mansarde" te bemachtigen.
Gezelligheid is troef bij deze mannen, die merendeels eigen composities brachten en daar af en toe eens een covertje tussen zwierden. Hoogtepunten in de set waren Help yourself, Do wrong right, een erg overtuigend Jesse James, Hell, Way down in Deadwood (dat de duivel terugstuurt naar waar hij vandaan komt) en Driving nails in my coffin. Oh girl kan op heel wat goedkeurend geknik van de mannen in de zaal rekenen en we worden getrakteerd op een verrassende cover van Love and pride (van King). Eerder al werden Hackensaw Boys al passend geëerd met een versie van Sun's work undone. Enkel wanneer de gitarist de zang overneemt in Best of all possible worlds verdrinkt het geluid van de vocals en blijkt het nummer ook het minst sterke uit hun oeuvre.



Nog eenmaal komen de bandleden terug voor een bisnummer in het intussen stomend warme cafézaaltje en geven ze nog eens van katoen met Pistol packin' mama.

Setlist:
  1. Coo-coo bird
  2. Lonesome wind blues
  3. Re-union
  4. Help yourself
  5. On the lonesome wind
  6. Do wrong right
  7. Jesse James
  8. Sun's work undone (Hackensaw Boys cover)
  9. I ain't broke
  10. Hell
  11. Way down in Deadwood
  12. Love and pride (King cover)
  13. Best of all possible worlds
  14. Driving nails in my coffin
  15. Oh girl
  16. They call that religion
Bis:
  1. Pistol packin' mama

Timber Timbre


De “timbre” in de groepsnaam verwijst ongetwijfeld naar het aparte en herkenbare stemgeluid van frontman Taylor Kirk. Dat dachten we tenminste tot wat rondstruinen op het wereldwijde web ons leerde dat Timber Timbre (die we overigens ooit live zagen optreden in een kerk) refereert naar het geluid van de eerste plaats waar de Canadezen muziek opnamen: een houten hutje in de bossen van Ontario. Sinds hun ontstaan bracht het hiernaar vernoemde vijftal al vijf albums uit met Hot dreams als meest recente wapenfeit.
Niet alleen de vocalen zijn erg typisch, ook de muziek die gemaakt wordt bekleedt een aparte plaats in een toch al erg rijk en gevarieerd landschap. De folk waarom Timber Timbre bekend is, spant een koord tussen moerassige blues en spookachtige soundscapes waar Danny Elfman, de huiscomponist van Tim Burton, een hand in lijkt te hebben. Op deze nieuwe plaat doen ze dat bovendien met toevoeging van Mexicaanse invloeden zoals je die kent van de soundtrack van From dusk till dawn of van Los Lobos. Het mooiste voorbeeld daarvan is Grand Canyon, een song waarop de Canadezen nieuwe paden betreden. Voorbeeldig wordt daarin ook de loper uitgerold voor het volgende nummer. This low commotion is uiterst geschikt materiaal om te gebruiken in tv-series of commercials. Bovendien speelt Taylor Kirk in zijn frasering prachtig met de auditieve verwarring die kan ontstaan tussen “this low commotion” en “this locomotion”.
Timber Timbre is voer voor wie zijn folk graag ziet vreemdgaan. Net als bij hun vorige platen nemen ze je mee in een universum waarin altijd wel iets te ontdekken valt. The new tomorrow schraagt op schijnbare rust waaronder toch iets lijkt te gaan broeden, de titelsong hoort thuis op elke plaat van Tindersticks en de vooruitgestuurde single Curtains?! is de missing link tussen het genoemde Tindersticks en Arcade Fire. The three sisters is een waardige afsluiter waarin een jazzy saxofoon ons in slaap wiegt terwijl de nacht valt.

Je kan deze recensie ook hier lezen op Indiestyle.

Beluister hieronder het album:

31 mei 2014

Lied van de week: week 22 - 2014

Ship in the sand - Marble Sounds


Voor de clip van de nieuwe single werkte Marble Sounds samen met de regionale Westvlaamse afdeling van KOPP, een organisatie die de belangen behartigt van kinderen van ouders met psychische (en psychiatrische) problemen. Op deze manier willen beide partners bewustzijn creëren voor een problematiek die vrijwel onzichtbaar blijft bij ons, gezien psychiatrie sowieso al met taboe omgeven is. Niet alleen vind ik dat een bewonderenswaardig intiatief, het is bovendien een erg mooi liedje.

Je kan het album Dear me, look up, waarop het nummer te vinden is, hier kopen.

Lyrics:

Woke up this morning thought,
Gotta change my life
I'm like a ship in the sand
Just waiting for to die I got lot of reasons
glad to be alive but always waking up a long
just makes me wanna die.

 

But always waking up alone,
just makes me wanna die.

 

I may be lonely but I'm not stupid
I try to live with my mistake
So I stay awake to ease all pain
But I've never been good at playing that game
No I've never been very good at that.

 

Forget the past it's just an ugly background
That stains everything we try to believe in
And except the things that faith love brings
and don't project it all do anyone know
And don't project it all do anyone know.

25 mei 2014

Lied van de week: week 21 - 2014

We exist - Arcade Fire


Vorig jaar vond ik het album Reflektor van Arcade Fire het allerbeste. Daaruit is nu opnieuw een single gepuurd: We exist. Wat ik over dat nummer vind, kan je hier herlezen.

Je kan het album nog steeds hier kopen.

Lyrics:

Walking around head full of sound
Acting like we don't exist
Walk in a room stare out through you
Talking like we don't exist

 

But we exist
 

Daddy it's true, I'm different from you
But tell me why they treat me like this?
You turn away, what could I say
Not the first betrayed by a kiss

 

Maybe it's true
They're staring at you
When you walk in a room

 

Turn on us fine
Stare if you like
Or just let us through
Just let us through

 

Down on your knees
Begging us please
Praying that we don't exist

 

Daddy it's fine, I'm used to them now
But tell me why they treat me like this?
Is it because we do it like this?

 

Maybe it's true
They're staring at you
When you walk in a room

 

Turn on us fine
Stare if you like
Or just let us through
Just let us through

 

Let them stare
Let them stare
That's all right with you

 

But lose myself
If it turn away from you

 

Daddy told him to wait
Mother, I'm so scared
But will you watch us drown?
 

You know that they will
You know that we're young
You know that we're confused
But will you watch us drown?
What are you so afraid to lose?

 

Down on their knees
Begging us please
Praying that we don't exist

 

We exist

20 mei 2014

Amen Dunes


De New Yorkers van Amen Dunes brengen op hun derde plaat lo-fi freakfolk die amper ergens mee te vergelijken valt. Beeld je in dat Devendra Banhart bij Sebadoh gaat spelen en er ontstaat een vaag idee van wat de Amerikanen presenteren. Het is even wennen aan die sound maar na meerdere luisterbeurten raken we er behoorlijk verslingerd aan.
Lo-fi staat of valt natuurlijk met goede melodieën. Hoe rommelig die ook gespeeld worden, als de kwaliteit er is, blijven de songs overeind staan als het stenen huis van het derde biggetje. De elf nummers op deze plaat kunnen gelukkig bogen op dat kenmerk. Lonely Richard heeft geen ingewikkeld gitaargepingel nodig of geen zangharmonieën à la Fleet Foxes. Gecharmeerd zijn we toch. Enkel het feit dat het meer dan vijf minuten duurt eer de laatste noten wegsterven, komt in de kolom met minpuntjes terecht. Splits are parted weet zich beter in bedwang te houden.
Het is een vreemd universum waar Amen Dunes ons mee naartoe neemt. Het vraagt bereidheid zich onder te dompelen in spelonken en wouden waar ijle gezangen teweeg lijken gebracht door de rijkelijk aanwezige paddenstoelen. Het raakvlak met psychedelica en ook met postrock wordt zichtbaar in het al eerder genoemde Splits are parted. Punk loert dan weer om de hoek in I can't dig it. Sixteen klinkt alsof het ingespeeld werd door Daniel Johnston en Rocket flare is bezadigde rock op een bedje van bosnimfen en elfen. Everybody is crazy is niet de slow waar je lief op zit te wachten, tenzij ze straks als de geest van Eurydice moet terugkeren naar de onderwereld. Green eyes is het rommelige van Pavement to the extreme en de titelsong groeit uit tot een epos van achteneenhalve minuut. Dat lijkt in eerste instantie alweer veel te lang, tot je je keer op keer laat meezuigen in het moeras en de sfeer voelt tot in het diepste van je ziel.
Amen Dunes is een buitenbeentje en het is dan ook niet verwonderlijk dat ze hun uitvalsbasis kozen op het geschifte maar vaak ook briljante label Sacred Bones. Een groot publiek zien we voor de groep niet weggelegd, een schare erg trouwe fans daarentegen wel.

Je kan deze recensie ook hier lezen op Indiestyle.

Beluister hieronder het album:


18 mei 2014

Gelezen (60)

De Cirkel - Dave Eggers



Een vriend van me noemde dit boek overdreven en beweerde dat wat erin beschreven wordt, (hier) niet zo gauw zal gebeuren. Wel, daar ben ik het eigenlijk niet mee eens. Je moet maar eens de kranten van de afgelopen maanden nalezen en je zal merken dat Dave Eggers in De Cirkel een internetgigant beschrijft die de doorgedreven versie vormt van Google (met al zijn diensten) en Facebook. En in het neoliberale klimaat dat overheerst, lijkt het me niet onmogelijk dat als zo'n bedrijf erin slaagt  een monnopoliepositie te bemachtigen, het wel héél veel controle krijgt over ons leven en over de democratie. Dit boek las ik dan ook als een uitstekende waarschuwing om ons niet te enthousiast te laten meeslepen in alle "openheid" die men tegenwoordig vraagt en aanbiedt op internet, zonder ons goed inkijk te geven in wat met al die informatie gebeurt of kan gebeuren.
Maar bovenal heeft Dave Eggers een heel goed verhaal geschreven en dàt blijven we de basis vinden voor elk meesterwerk!


De belevenissen van een muurbloem - Stephen Chbosky


Intussen is dit boek verfilmd (The perks of being a wallflower). Die prent heb ik (nog) niet gezien, dit boek is alvast een mooie coming of age-roman van Stephen Chbosky in de vorm van een soort dagboek of briefroman. Het hoofdpersonage, Charlie, gaat naar de bovenbouw van zijn high school en maakt vrienden, een beetje ondanks zichzelf, zo lijkt het, al leren we hem kennen als een goedbedoelende maar soms fouten makende puber, en is dat uiteindelijk niet wat elke puber is?

Fermat's last theorem - Simon Singh



Het is een grote verdienste van Simon Singh om een op het eerste zicht voor velen oninteressant domein als de wiskunde als setting te gebruiken voor een boek dat de lezer weet op sleeptouw te nemen, spannend is en blijft en tegelijk ook erg verhelderend is.
Het verhaal dat de basis vormt voor dit boek, is dat van de "laatste" stelling van Pierre de Fermat, een Franse amateurwiskundige. Die schreef ooit in de kantlijn dat hij een bewijs gevonden had voor zijn stelling dat er geen positieve natuurlijke oplossingen bestaan voor an + bn = cn waarbij n een natuurlijk getal is groter dan 2. Hij beweerde echter niet genoeg plaats te hebben om het bewijs uit te schrijven en nooit werd zijn bewijs teruggevonden. Het duurde van 1637 (toen Fermat dit beweerde) tot 1994 eer een wiskundige erin slaagde om de stelling te bewijzen en dan nog had Andrew Wiles wiskunde nodig die nog niet bestond ten tijde van Fermat. 
Simon Singh slaagt erin om aan de hand van dit gegeven heel wat interessante kennis te delen met betrekking tot inhoud en geschiedenis van de wiskunde en de lezer erg nieuwsgierig te laten blijven.
Ooit zag ik de documentaire die hierover gemaakt is en ik blijf het een verhaal vinden dat tot de verbeelding spreekt.



The embassy of Cambodia - Zadie Smith
 


In deze novelle van Zadie Smith worden we meegenomen in een verhaal over een vluchtelinge die als slaaf werkt in Groot-Brittanië. Echt warm werd ik niet van het verhaal, maar het boek leest wel vlot en is een aangename verpozing tussen moeilijker boeken...

Lied van de week: week 20 - 2014

Water fountain -tUnE-yArDs


Een beetje gekte af en toe kan geen kwaad. Het debuutalbum van tUnE-yArDs heb ik, toen het uitgebracht werd, eigenlijk nooit de aandacht gegeven die het verdiende, maar daar komt met Nikki Nack, dat ik binnenkort review voor Indiestyle, zeker verandering in. Deze single is alvast veelbelovend en alleen al de clip verdient uw aandacht. En wellicht ook die van uw kinderen...

Het nieuwe album kan je hier kopen.

Lyrics:

No water in the water fountain
No side on the sidewalk
If you say Old Molly Hare, whatcha doin’ there?
Nothing much to do when you're going nowhere

Woohaw!
Woohaw!
Gotcha
We're gonna get the water from your house (your house)

No water in the water fountain
No wood in the woodstock
And you say old Molly Hare
Whatcha doin’ there?
Nothing much to do when you're going nowhere

Woohaw!
Woohaw!
Gotcha
We're gonna get the water from your house (your house)

Nothing feels like dying like the drying of my skin and lawn
Why do we just sit here while they watch us wither til we’re gone?
I can't seem to feel it
I can't seem to feel it
I can’t seem to feel I’ll kneel
I’ll kneel I’ll kneel the cold steel

You will ride the whip
You'll ride the crack
No use in fighting back
You'll sledge the hammer if there's no one else to take the flak
I can't seem to feel it
I can't seem to find it
Your fist clenched my neck
We're neck and neck and neck…

No water in the water fountain
No phone in the phone booth
And you say old Molly Hare
Whatcha doin’ there
Jump back, jump back Daddy shot a bear

Woohaw!
Woohaw!
Gotcha
We're gonna get the water from your house (your house)

I saved up all my pennies and I gave them to this special guy
When he had enough of them he bought himself a cherry pie
He gave me a dollar
A blood-soaked dollar
I cannot get the spot out but
It's okay it still works in the store

Greasy man come and dig my well
Life without your water is a burning hell
Serve me up with your home-grown rice
Anything make me shit nice

Se pou zanmi mwen, se pou zanmi mwen And the two-pound chicken tastes better with friends
A two-pound chicken tastes better with two
And I know where to find YOU so

Listen to the words I said
Let it sink into your head
A vertigo round-and-round-and-round
Now I'm in your bed
How did I get ahead?
Whoop!
Thread your fingers through my hair
Fingers through my hair
Give me a dress
Give me a press
I give a thing a caress
Would-ja, would-ja, would-ja

Listen to the words I say!
Sound like a floral bouquet
A lyrical round-and-roundandroundandround
Okay
Take a picture it'll last all day, hey
Your fingers through my hair
Do it 'til you disappear
Gimme your head
Gimme your head
Off with his head!
HEY HEY HEY HEY

No water in the water fountain
Floral bouquet
A lyrical round-and-roundandroundandround
No side on the sidewalk
Take a picture it'll last all day, hey
And you say old Molly Hare, Hare
Nothing much to do when you're going nowhere

Woohaw!
Woohaw!
Gotcha, gotcha

We're gonna get the water from your house, your house
We're gonna get the water from your house, your house
We're gonna get the water from your house, your house

Les Nuits Botanique: Jagwar Ma (voorprogramma: Jamaica + Applause + Yellowstraps)


Ook op de tweede dag van Les Nuits Botanique was er keuze genoeg. Terwijl George Ezra jonge meisjesharten deed smelten, White Denim de Orangerie inpalmde en Cat Power in het Koninklijk Circus zieltjes won, keken wij verwachtingsvol uit naar het feestje dat ongetwijfeld door Jagwar Ma zou gebouwd worden in de Chapiteau. Drie bands mochten de tent en het aanwezige publiek opwarmen op deze al behoorlijk warme lenteavond.


Aftrappen wanneer het gros der muziekliefhebbers nog onderweg is en de tent op zijn best een halfvolle indruk achterlaat, is geen godsgeschenk. Yellowstraps, een viertal uit de Brusselse zuidrand, heeft best wel goeie songs in huis doch het potentieel kwam er nog niet helemaal uit. Je kan de band onder meer kennen van hun bijdrage aan de Unday Records labelcompilatie Music for Undays. Dat nummer, ‘Valium’, blijkt erg representatief voor hun oeuvre dat zich ergens tussen de Bristol scene (Tricky voorop) en Soldier’s Heart situeert. De goede luisteraar heeft vooral de beloftes gehoord dat we dit kwartet nog wel eens terug zullen zien en horen.


Dat ze hun naam zouden ontleend hebben aan het album van Balthazar, lijkt ons onwaarschijnlijk. De ook al uit Brussel afkomstige mannen van Applause stralen nog voor de eerste noot een pak meer ervaring uit en blijkens hun set hebben ze platenkasten om jaloers op te zijn. Vrijwel elk nummer blijkt een sterke popbasis te hebben en het geheel bevat invloeden uit blues(rock), funk, disco,… De jaren 80 lijken in hun verzameling inspiratoren overdadig aanwezig. Gelukkig brouwt het vijftal er iets nieuws en spannends mee. We vinden het erg jammer dat dit soort Brusselse en bij uitbreiding Waalse groepen in Vlaanderen zo moeilijk voet aan de grond krijgt.


Jamaica komt in tegenstelling tot wat de groepsnaam laat vermoeden gewoon uit Parijs en wie reggae verwachtte, komt wel zeer bedrogen uit. Hun rock vormt een samenvatting van intussen meer dan een halve eeuw muziekgeschiedenis en blijkt erg populair. Live zetten ze ook een enthousiaste, energieke set neer. In feite hebben hun songs niet zo heel veel om het lijf. Alles klinkt herkenbaar en er wordt aan dat samensprokkelen van wat hun muzikale voorbeelden in het verleden brachten bijster weinig meerwaarde toegevoegd. Wij herkennen met gemak flarden Rolling Stones, The Kinks, Joan Jett, Dick Dale,… Het hapt allemaal goed weg en het brengt veel sfeer en ambiance in de tent. Hier en daar worden we toch verrast door een echt wel goed lied zoals By the numbers of het aan Blondie schatplichtige Ricky. De instrumentale afsluiter blijkt een krachtige apotheose.


Twintig minuten later echter begint het échte feest. Jagwar Ma heeft slechts één album onder de arm maar wie hen vorig jaar op Pukkelpop zag, wist al dat ze moeiteloos weten te overtuigen. De basis van hun muziek ligt in de hele Madchester-scene. Moeiteloos drijven de invloeden van The Happy Mondays, The Charlatans, The Stone Roses en Jesus Jones naar boven. Daar voegt het drietal flinke scheuten techno, Underworld en Chemical Brothers aan toe en zo krijgen we de ideale cocktail voor een party waarop het onmogelijk is stil te blijven staan. Opener What love vloeit na een soort Aphex Twin-achtige geluidscollage over in Uncertainty en de meeste songs worden gewoon aan elkaar gespeeld om de flow niet te verliezen. Vanaf Let her go ontploft de tent zowat. Come save me zet de triomftocht verder in een lang uitgesponnen versie die door iedereen meegezongen wordt. Het is amper te geloven dat Manchester tegenwoordig in Australië blijkt te liggen.
Wanneer Jagwar Ma na drie kwartier slotsong The throw inzet, blijkt de tijd voorbijgevlogen. In één lied ballen ze alles wat wij in de jaren 90 uit de Britse industriestad onthouden hebben samen in een opzwepende en erg moderne synthese. Het drietal lijkt zelf overrompeld door het succes. Later op de avond zien we het ongeloof in de ogen van de bandleden wanneer het publiek in de tuin rondom de concertzalen hen aanspreekt, met de jongens op de foto wil en hen spontaan applaus toewerpt terwijl ze daar passeren. Het kan de groep niet ontgaan zijn dat ze jong en oud in het publiek wisten te bekoren. Zoals de zanger zelf al stelde, zal Jagwar Ma gauw een nieuw album moeten maken zodat ze nog meer songs kunnen spelen. Joelend schreeuwen de fans de hoofdact terug het podium op voor een bisnummer. That loneliness is al evenzeer als al het vorige dat ze brachten een schot in de roos. Iedereen springt mee en na afloop zien we een uitgeputte, maar erg tevreden jonge vrouw op de grond bekomen van de inspanning een uur lang te dansen, te hossen en mee te zingen. “I love you, I mean it” roept ze de artiesten na terwijl de crew de set afbreekt en we de tent uit geleid worden.

Je kan dit concertverslag ook hier lezen op Indiestyle.

Beluister hieronder het volledige album van Jagwar Ma en een selectie songs van de andere bands:

16 mei 2014

The Crookes


Vier mannen staan gedistingeerd en met een lichte casual toets in maatpak: zo kijken de leden van The Crookes ons aan op de foto die hun website siert. Ruige rockers hoef je niet te verwachten. Wat we krijgen, is muzikaal stijlvol. Soapbox is het derde album van het viertal uit Sheffield en weet ons wel te bekoren.
Er is iets heel Brits aan de songs die ons komen aanwaaien. Natuurlijk ligt dat deels aan het onmiskenbare accent in de zang, al liegen de muzikale referenties er evenmin om. Afwisselend denken we aan The Smiths en Pulp bij Before the nights falls. Outsiders past zo op elke Britpopcompilatie. Howl vindt in zijn rust verpozing bij The Divine Comedy, duidelijke zielsgenoten als beide bands zijn. Dat deze plaat opgenomen werd in een afgelegen kerkje in Italië is niet echt hoorbaar. Toch gingen de Engelsen daarheen om de liedjes die allemaal rond het thema “buitenstaanders” draaien aan ons toe te vertrouwen.
De sleutelsong is dan ook  het al eerder genoemde Outsiders. Vrolijk word je niet van de tekst “You know I love to be an outsider even though they try to drag me in”. Later in het nummer blijkt die keuze immers erg relatief, want de ik-persoon weet allerminst hoe hij wél aansluiting zou moeten vinden bij de anderen. Ook in Howl blijft hij aan de kant staan en kijkt hij toe naar het draaien van de wereld. “Those on the outside are born to be lonely” klinkt het dan weer in Echolalia. Het lijkt wel alsof we het moeras der misantrope gedachten ingezogen worden, zoals in het verleden zo vaak het geval was bij Morrissey.
Vernieuwend zijn The Crookes niet. Daar malen we niet om wanneer we vergast worden op oerdegelijke songs. Echte uitschieters kunnen we niet noemen en zwaktepunten vallen evenmin aan te halen. Zo krijgen we op het eind gewoon een fijn plaatje dat zalvend kan zijn op regenachtige dagen, als de melancholicus in ons ook een beetje aandacht wil.

Je kan deze recensie ook hier lezen op Indiestyle.

15 mei 2014

Cactus concert: Teho Teardo & Blixa Bargeld


Vorig jaar bracht Blixa Bargeld, onbetwist opperhoofd bij Einstürzende Neubauten, Still smiling uit samen met de Italiaanse componist Teho Teardo, bij ons een nobele onbekende. Veel lof was de oogst die het duo daarmee binnenhaalde. Toen aangekondigd werd dat beide mannen deze wonderschone liederen live ten berde zouden brengen in de Stadsschouwburg te Brugge, was onze nieuwsgierigheid geprikkeld. Immers, details waarmee songs volgepropt worden, zijn in een studio tegenwoordig een peulenschil. Op een optreden is dat toch wel andere koek.
Teho Teardo speelt gitaar en bedient voor de rest vooral effectpedalen en knoppen en een laptop waarmee niet alleen de klanken van zijn instrument vervormd worden maar die ook allerlei geluiden bevatten die de studioversies zo geschakeerd maken. Rechts op het podium bespeelt Martina Bertoni de cello die de grondtonen legt voor de composities waaroverheen Blixa Bargeld zingt, schreeuwt (af en toe), fluistert en croont. Vooral die laatste gedaante van de Duitser past hem stilaan wonderwel, in strak pak en niet langer een magere punkjunkie uit de Berlijnse underground, wel een zelfbewuste, soms zelfs licht arrogante entertainer die weet hoe een publiek te vermaken en voor zich te winnen. Naar het einde van de set wordt dit trio nog aangevuld met het Shambhala String Quartet.
Vanaf Nur Zur Erinnerung grijpen de artiesten de aandacht van de toehoorders in deze prachtige zaal. Tussendoor vertelt Blixa Bargeld verhalen, maakt hij grapjes en roemt hij de locatie en Brugge in het algemeen. Algauw wordt de lof begiftigd met een angel van sarcasme (“What’s wrong with Brugge?”) die desalniettemin gesmaakt wordt. De muziek dreigt en zalft, treedt op de voorgrond dan weer naar achteren terwijl de teksten, geschreven in Rome en Berlijn, onderwerpen als de axolotl en chocomousse met calvados bestrijken. In Still smiling moduleert de zanger zijn stem tot die zelfs eventjes als Golem uit Lord of the rings klinkt en in Alone with the moon is het de crooner in Bargeld die helemaal op het voorplan treedt. Die blijkt overigens veel gelijkenissen te vertonen met Leonard Cohen. The empty boat blijkt een cover van de Braziliaan Caetano Veloso waar de Zuid-Amerikaanse toetsen uitgehaald zijn en die derhalve erg Europees klinkt. Niettemin is het een hoogtepunt. De reguliere set wordt afgesloten met Negroni dat bezwerend de zaal ingejaagd wordt.
Na luid en langdurig applaus krijgen we nog drie songs van de teruggekeerde artiesten. Waarschuwend dat degene die de titel raadt en luidop roept, de zaal zal uitgestuurd worden, zet Blixa Bargeld een Italiaanse versie in van Crimson and clover (Tommy James and The Shondells) uit 1968. Soli si muori, zoals de nieuwe titel dan luidt, is een erg krachtige cover en vinden wij haast het meest overtuigende bewijs van de grootsheid waartoe dit duo in staat is. Nirgendheim en Defenestrazioni sluiten de avond af met alweer staaltjes van de constante kwaliteit die we aldoor mochten beleven.


Setlist:
  1. Nur Zur Erinnerung
  2. Mi scusi
  3. Axolotl
  4. Buntmetalldiebe
  5. Still smiling
  6. Nocturnalie
  7. What if...?
  8. Konjunktiv II
  9. The empty boat
  10. Come up and see me
  11. Alone with the moon
  12. A quiet life
  13. Negroni
Bis:
  1. Soli si muore
  2. Nirgendheim
  3. Defenstrazioni

Je kan dit concertverslag ook hier lezen op Indiestyle.

10 mei 2014

Lied van de week: week 19 - 2014

Fever - The Black Keys


Dat ik The Black Keys graag hoor, is geen geheim. Ik zag hen ooit live in de AB. De nieuwe single klinkt door de toevoeging van synthesizers wat anders. Maar tegelijk hoor je ook het vertrouwde geluid van de band. En dus nomineren we Fever met plezier tot lied van deze week.

Het album, Turn blue, waarvan dit de eerste single is, kan je hier kopen.

Lyrics:

Fever where'd you run to
Fever where'd you run to
Acting out of certainty
A fever let me live a dream
Fever, how much slept on
No one misbehave too
Fever let me sun screw
Wouldn't leave you if I could
Fever
Fever ‘cause I’m breaking
Fever got me aching
Fever how will you explain
Break it down again
Fever got me guilty
Just go ahead and kill me
Fever how will you explain
Break it down again
Fever can you hear me
Fever can you hear me
You shook me like I never been
Now show me how to love again

It used to be abrasing
But fever got me stressing
Realizing I am the played
But fever let me play the game
Fever ‘cause I’m breaking
Fever got me aching
Fever how will you explain
Break it down again
Fever got me guilty
Just go ahead and kill me
Fever why won't you explain
Break it down again
Loud if the cold get loud in your eyes
Because oh so rising rise
You know not leave her
Loud if the cold get loud in your eyes
Because oh so rising rise
You know not leave her
Fever

09 mei 2014

Family Of The Year


Er zijn dagen waarop een zorgeloze toestand het hoogste goed is waarnaar we verlangen. De soundtrack bij die gemoedsgesteldheid zoeken wij dan steevast bij pretentieloze bands die straffe platen afleveren en in een parallelle wereld de ether vullen en de verdiende waardering mogen ontvangen. Moeilijkdoenerij vermijden we dan liefst en experimenteerdrang is ons op zo’n momenten te vermoeiend. Sinds we Loma vista beluisterden, raakte Family Of The Year toegevoegd aan het lijstje kandidaten om de muzikale vertaling van dat gevoel te verzorgen.
Het album van de Californiërs is als groene zeep op een zeil in een zomertuin: we glijden van begin tot einde in één vlotte beweging door de plaat. Songs als St. Croix, het erg vrolijke en aan Edward Sharpe and the Magnetic Zeros schatplichtige Buried en het springerige Living on love, dat smeekt om een hit te worden, bekoren ons zonder moeite. Never enough is als The Scabs in Malibu en opener The stairs behoort tot de liedjes die je na twee keer ongemerkt gaat meeneuriën. Zonder uitzondering is alles overgoten met een sausje van wolkeloze zomernamiddagen en wapperend haar in een open auto. De feelgoodfactor ligt zo hoog dat we na afloop bijna uitbarsten in “I feel so good I’m gonna break somebody’s heart today”. Of nee, het wordt wat griezelig zo natuurlijk.
Minpuntjes bijeensprokkelen was niet makkelijk maar als we toch iets moeten noemen, vallen we terug op het gevoel dat Hey ma bijna verwordt tot de indievariant van Heintjes ode aan zijn moeder. Nog net op tijd ontwijkt het Amerikaans zestal het bad vol kleffe clichés en tranentrekkers. Het was wel érg close. En zo formuleren we als algemeen besluit dat Family Of The Year erin geslaagd is om de Broken Glass Heroes van 2014 te worden (luister maar eens goed naar In the end), helemaal uit de zonnige staat. Hun tweede album zullen wij met plezier door de lucht laten schallen als ons haar in juni, juli, augustus en september in de cabrio wappert.

Je kan deze recensie ook hier lezen op Indiestyle.