Posts gesorteerd op datum tonen voor zoekopdracht bony king of nowhere. Sorteren op relevantieAlle posts tonen
Posts gesorteerd op datum tonen voor zoekopdracht bony king of nowhere. Sorteren op relevantieAlle posts tonen

07 februari 2024

The Bony King Of Nowhere


Ik heb het geluk gehad ooit Bram Vanparys (The Bony King Of Nowhere) enkele malen te mogen ontmoeten, onder andere ter gelegenheid van huisconcerten die hij gaf. Hij is één van de meest innemende Vlaamse muzikanten die ik ken. Zijn lange, smalle verschijning, zijn bescheidenheid en zijn aarzelende en ietwat onzekere houding gaven een indruk makkelijk bereikbaar te zijn en zijn dankbaarheid jegens fans versterkte dat alleen maar. Maar afgezien daarvan is het natuurlijk de muziek die hij maakt die telt en wat dat betreft kan je op deze blog meermaals lezen hoe verguld ik was van zijn platen.
Waar zijn muziek op de eerste platen nog eerder voorzichtig en verlegen klonk bij momenten, is deze artiest intussen tot grotere volwassenheid gekomen en klinkt hij zelfzekerder en getuigen de nummers op Everybody knows van een rijkheid die alleen maar gegroeid is. Wat vooral opvalt, is hoe Vanparys op zijn zesde plaat vaak aanschurkt tegen Radiohead. Zowel muzikaal als in de manier waarop de Gentenaar zijn zang Thom Yorke-gewijs daarover drapeert hoor je opvallend veel gelijkenissen. Dat hoor je het best in opener Are you still alive, het titelnummer, Almost invisible, Erase, Working harder en Perfect sense. Toch is hij geen Yorke-kloon en weet hij eigen toetsen aan te brengen. Falling into place is een pareltje dat zo eenvoudig klinkt dat het bedrieglijk makkelijk lijkt. Wie goed luistert, hoort echter hoe de details in het arrangement een extra patina aan de song geven.
Na de eerste drie platen ben ik de man wat uit het oog verloren maar deze hernieuwde kennismaking is alvast zo aangenaam als het begroeten van een oude vriend die jaren in het buitenland heeft gewoond en veranderd maar toch in essentie nog steeds dezelfde jongen teruggekeerd is.

Je kan het volledige album hieronder beluisteren en kopen via zijn website of hier op zijn Bandcamp-pagina:

26 december 2018

Beste albums van 2018: 50 - 41

50. Radyo Siwél - Melissa Laveaux



Zowel de Haïtiaanse roots als de voor onze oren meer traditionele Canadese sound zijn te horen op deze plaat van Melissa Laveaux, toch wel een ontdekking die ik laat op het jaar nog deed.

49. Year of the snitch - Death Grips



De wilde rit die Death Grips ons voorschotelde in juli hoort bij zomerse pretparkbezoeken en festivals.

48. Kyd - Awkward I



De Nederlander Djurre De Haan grossiert in het soort lo-fi waar ik vrolijk van word. Hoewel niet alles even goed is, zijn acht van de twaalf songs van zulke kwaliteit dat ze deze plaats in de eindejaarslijst rechtvaardigen.

47. Transit - Bert Dockx



Dit keer kiest de frontman van Flying Horseman en Dans Dans ervoor om songs te coveren en daar zitten enkele prachtige uitvoeringen tussen. Albatross, I'm on fire, Shadowplay en I shall be released krijgen hier een invulling die de sowieso al sterke songs alle eer aandoet.

46. Warm - Jeff Tweedy



De perfecte winterplaat kwam dit jaar van Jeff Tweedy, frontman van Wilco. Beter dan een kop warme chocomelk of een glühwein...

45. No mercy in this land - Ben Harper and Charlie Musselwhite



De mooiste samenwerking komt van Ben Harper, een man die me nochtans voorheen nooit echt warm kreeg, en blueslegende Charlie Musselwhite. Hoewel ze niet echt van het geijkte bluespad afwijken, is het vooral het spelplezier dat deze plaat de eindejaarslijst in katapuleert.

44. Testing - A$AP Rocky



Het werd niet de beste hiphopplaat van het jaar, maar het werkstuk van A$AP Rocky bevat meer dan genoeg moois. Vanaf opener Distorted records tot de samenwerkingen met Moby, Skepta en FKA Twigs weet hij genoeg te boeien.

43. Silent days - The Bony King Of Nowhere



Deze Gentenaar slaagde er in 2018 alweer in om met een ijzersterke plaat voor de dag te komen. Geen enkel zwak moment valt hier te bespeuren en de melancholie die deze artiest kenmerkt, is weliswaar altijd aanwezig maar wordt verrijkt met andere accenten.

42. 01deas - The Maghreban



House is een te beperkt hokje voor de muziek die deze Brit op ons loslaat. Invloeden uit de jaren tachtig zijn te horen, alsook van jazz, Afrikaanse ritmes en Derrick May. Puik dansplaatje.

41. Old stock - Ben Caplan



De keren dat ik deze Canadees live zag, heeft hij me zodanig weten te charmeren dat ik vermoedelijk geen enkele plaat van hem ooit slecht zou kunnen vinden. Toch verdient deze plaat zijn plekje hier, vooral voor de uptempo songs, want ik moet toch toegeven dat rustiger songs niet zijn sterkste kant zijn.


03 oktober 2018

The Bony King Of Nowhere


Ik heb altijd al een zwak gehad voor de lange, slungelige, verlegen Bram Vanparys, die zich door het leven musiceert als The Bony King Of Nowhere. En met zijn nieuwste album, Silent days, slaagt hij er alvast in om mijn hernieuwde interesse op te wekken. Het drie jaar geleden uitgebrachte Wild flowers had me immers minder kunnen bekoren dan de drie voorgaande platen. Maar nu staat hij er weer, en hoe!
Opener Going out laat een man horen die nog steeds weet hoe ruimte op te roepen tussen alle gespeelde noten. Bijna zeven minuten lang schept Bram een sfeer die hij vasthoudt als een hond aan een leiband. Every road neemt je verder de ingeslagen weg op, al ligt het tempo nu al iets hoger. En zo groeit deze plaat naar een eerste hoogtepunt. De titelsong (en single) draagt een hint van het speelse van Beck in zich ondanks de melancholische inslag die er altijd wel is bij The Bony King Of Nowhere. 
Wat een prachtige stem Vanparys heeft, komt goed tot uiting op Whenever we meet again, een song die als een klepperend paard (die drums!) rondhost in de wei der "emosies". Het korte (iets meer dan anderhalve minuut lang slechts) Now that I know is een folky tussendoortje dat meer om het lijf blijkt te hebben dan je eerst zou denken. 
Het volgende hoogtepunt dient zich dan aan met Waiting for your sign, een nummer dat bijna tranen in mijn ogen brengt omdat je een onuitspreekbaar verdriet voelt vanaf de eerste noot. Elk instrument ademt verlies uit, de zang klinkt als een vruchteloze poging tot troost en na bijna zes minuten blijf ik achter met het besef dat sommige smart niet anders dan altijd meegedragen wordt. Het is dan ook een beetje vreemd om erna meegenomen te worden doorheen Through the night, hoewel ook niet meteen de vrolijkste song. Toch voelt het na de intensiteit van het vorige nummer als een wat braaf, doordeweeks melancholisch liedje, niet veel meer. Wellicht door dat contrast slaagt het er niet in zijn volle kracht te ontwikkelen.
Like lovers do is vintage Bony King: een sterke melodie, instrumenten die eromheen de juiste accenten leggen en Bram die zingt met een vakkundigheid waarbij elk woord precies op de juiste plaats gemikt werd. Afgesloten wordt er met het rustige, alt.country-aandoende Still around, waarin de samenzang een extra troef vormt.
De Gentenaar mag van mij platen als deze blijven maken en dan zal ik ze blijven bejubelen. Wat kan een mens nu eenmaal anders met zo'n prachtig album?

Beluister hieronder het volledige album:

12 februari 2015

AB concert: Douglas Firs (voorprogramma: Astronaute)


Terwijl in de grote zaal van de AB Milky Chance een uitverkocht concert hield, mocht ook Douglas Firs zich woensdagavond verheugen op een volle AB Club. Onder zijn arm zat, weliswaar niet letterlijk, zijn tweede album, The long answer is no, dat hij de avond voordien al in Gent had voorgesteld.


De keuze van Myrthe Luyten om zich door een band te laten omringen, komt Astronaute absoluut ten goede. De muzikanten die ze om zich heen schaart, zijn dan ook niet van de minste: Gianni Marzo (Marble Sounds), Bert Vliegen (Horses) en Joshua Geboers (ex-Bearskin). De songs krijgen daardoor meer variatiemogelijkheden, meer diepgang en een rijker arrangement. Van opener Lighthouse tot afsluiter Lioness werd onze aandacht vastgeketend. De Limburgers gooiden er een nieuw nummer, Enough, tussen dat vreemd genoeg net minder teerde op de uitgebreidere bezetting.


Soms is het goed om nog eens te horen hoe een plaat die je niet meer zo vaak oplegt, toch wonderbaarlijk mooie songs bevat. Douglas Firs kwam dan wel zijn nieuwste muzikaal kind voorstellen, de songs uit debuut Shimmer & glow staan nog steeds als een huis. De titelsong, Pretty legs and things to do (waarin het voorprogramma mee de backings verzorgde) en Isn’t it weird? verdienen hun plaats naast het recentste werk. Op The long answer is no horen we resonanties van de trip die Gertjan Van Hellemont twee jaar geleden maakte naar de VS en Canada. Daardoor landt zijn muziek wat dichter bij de vroege Admiral Freebee en associëren we uitwaaierende songs nadrukkelijker met highways en uitgestrekte, onbewoonde landschappen. Summer's leaving is een aanstekelijk lied over het nakende einde van een relatie en het door Gertjan zelf als heel direct aangekondigde en solo gespeelde That kind of thing legt de vinger op de zere wonde in een alweer niet zo heel deugddoend partnerschap. Het meezingsmoment van de avond krijgen we in het door kwaadheid geïnspireerd Don't buy the house en de zelfrelativerende humor van Douglas Firs maakt de momenten tussen de nummers, zelfs als hij moet uithijgen, interessant. De gastmuzikanten, waaronder Senne Guns, Steven De Bruyn (The Rhythm Junks) en Bram Vanparys (The Bony King Of Nowhere), vervolledigen het gezellige feestje.


Setlist:
  1. Caroline
  2. Summer's leaving
  3. Through watery eyes
  4. Shimmer and glow
  5. 22:22
  6. When the day is over
  7. Don't buy the house
  8. Pigs in the sky
  9. That kind of thing
  10. Pretty legs and things to do
  11. The long answer is no
  12. Isn't it weird?
  13. Can you tell her I said hi?
Bis: Your only friend
Je kan dit concertverslag ook hier lezen op Indiestyle.

16 juli 2013

Gentse Feesten 2013


Net als de vorige jaren licht ik uit het werkelijk zeer uitgebreide en voor-elk-wat-wils programma van Gentse Feesten een hoop tips waar u misschien iets aan hebt. U kan mij bij een aantal ervan zeker en vast tegenkomen... Nog even voor de goede orde: de Gentse Feesten starten zaterdag 20 juli en eindigen 10 dagen later, op maandag 29 juli.
Verder kan je natuurlijk heel wat musea bezoeken, zijn er speciale tentoonstellingen, wandelingen, debatten, is er volop theater en zo veel meer... Het hele programma vind je hier.

28 december 2012

Albums van het jaar 2012: van 20 tot 11

Het vervolg:

20. Portico Quartet - Portico Quartet


Bijzonder verrassend was dit plaatje, dat ik recenseerde en waar ik na meerdere beluisteringen steeds meer van ging houden, hoewel het op papier niet my cup of tea lijkt (jazz, namelijk...).

19. Adventures in your own backyard - Patrick Watson


Uiteindelijk lukte het me niet om samen met enkele collega-cursisten naar het optreden van Patrick Watson in Brussel te gaan, hoewel ik op basis van zijn toen net verschenen album wel heel graag had willen gaan. Ook zoveel maanden later nog blijft het een heerlijke plaat.

18. Heat - Ansatz Der Maschine


Ik kende Ansatz Der Maschine al van hun debuutalbum, The postman is a girl, dat ik louter op basis van bandnaam, albumtitel en hoes uitleende uit de Gentse bib. Begin dit jaar kreeg ik de kans frontman Mathijs Bertel te interviewen (mijn eerste interview -buiten die voor de "10 platen"-reeks op deze blog zelf- van een muzikant) en de man bleek een aangename, rustige kerel te zijn. De plaat is hun beste totnogtoe en hun try-out concert waar ik naartoe mocht, behoort ook tot de beste die ik dit jaar zag (#7 in mijn concertlijst van dit jaar). Wat ik verder nog over dit album schreef, kan je hier lezen.

17. Advaitic songs - Om


In een week tijd kwam ik dit album zowat overal tegen. Er verscheen ergens iets over in een blogstukje (geen idee meer waar), de hoes was één van de kandidaten in een online wedstrijd om de hoes van het jaar aan te duiden en in de bib bleken ze dit album ook al in huis gehaald te hebben. Thuis werd ik toch wel omvergeblazen door de mengeling van drones, doom en wereldmuziek. Zonder aarzelen noem ik dit album dé ontdekking van het jaar (omdat het compleet nieuw voor me was).

16. Mad about mountains - Mad About Mountains


Ook Mad About Mountains zag ik live (#11 in mijn concertlijst) en het album besprak ik hier. De bevreemdende Myrthe Luyten zou in september trouwens nog met een vriendin een huisconcert spelen in mijn living, maar dat deze band met dit debuut zo hoog eindigt, heeft alles te maken met de americana-sfeer die niet verraadt dat dit om Vlamingen gaat die in een blokhut in de Ardennen gingen opnemen.

15. Dr Dee - Damon Albarn


In mijn jonge jaren deden Blur en Oasis de legendarische "strijd" tussen de Beatles en de Stones nog eens over. Hoe graag ik ook naar Oasis luister, toch vond ik altijd dat Blur de meest creatieve en diverse band was, een band ook die het experiment niet schuwde. Frontman Damon Albarn was daar, zo bleek ook in de jaren nadien steeds duidelijker, de drijvende kracht achter, en hij maakte zelf heel uiteenlopende muziek, niet zelden met succes (denk maar aan Gorillaz). Ook dit werkstuk (waar ik hier al wat uitgebreider over schreef) is zeer de moeite waard, en het doet me eigenlijk wat verdriet te merken dat dit album vrij onopgemerkt bleef dit jaar. Deze plaats is een passend eerbetoon aan een echt goeie plaat!

14. Put your back N 2 it - Perfume Genius


Het duurt niet lang, het is heel eenvoudig en het weet je meteen te raken. Ook de bijhorende clip is tegelijk simpel én aandoenlijk. Hood werd terecht een lied van de week in januari, en het hele album blijft ijzersterk én fragiel tegelijk. Het debuutalbum van Perfume Genius was een beetje aan mij voorbijgegaan, maar de plaat die hij dit jaar afleverde, heeft me helemaal voor deze jongeman gewonnen.

13. Shimmer & glow - Douglas Firs


Ik zag Douglas Firs in het voorprogramma van Thomas Dybhdal, sprak hem aan, mocht hem interviewen, recenseerde zijn debuutplaat en zag zijn release concert in de Gentse Minard. Douglas Firs is een gedreven, talentvolle, ambitieuze jongeman die wel eens zou kunnen uit de schaduw treden van The Bony King Of Nowhere (bij wie hij nu in de band speelt). Daarmee bedoel ik nog niet meteen dat hij zijn "leermeester" al gauw zal weten te overtreffen, maar hij lijkt mij meer dan Bram Vanparys erop gebrand om ook zijn eigen promotie goed in de hand (en in de gaten) te houden, en hij heeft natuurlijk ook al een erg mooi album gemaakt.

12. Ways to forget - Clock Opera


Clock Opera had al behoorlijk wat materiaal op de wereld losgelaten via het internet vooraleer hun debuutalbum eraan kwam. Het recensie-exemplaar raakte verloren in de post (een euvel dat zich wel eens vaker durft voordoen bij bpost, tot mijn en andermans ergernis). Dat is erg jammer, want ik hou er wel van om ook de fysieke drager van een goeie plaat in mijn platen- en cd-kast te hebben. Hoe Clock Opera erin slaagt invloeden uit voorbije decennia aan een hedendaags geluid te koppelen, kan u hier nog eens nalezen.

11. Psychedelic pill - Neil Young & Crazy Horse


Ik geef het toe: ik heb nog niet genoeg naar deze plaat geluisterd om hem helemaal naar waarde te schatten. Vast staat wel dat Neil Young met zijn favoriete begeleidingsband erin slaagt om een dubbelaar af te leveren zoals slechts enkelen dat kunnen. Bij elke beluistering groeit de plaat nog, dus wie weet... Dit album had misschien wel hoger kunnen eindigen in dit eindejaarslijstje...


Wie wel de top 10 haalde, leest u morgen...

27 december 2012

Albums van het jaar 2012: van 30 tot 21

2012 is muzikaal niet het beste jaar, al blijft het me verbazen hoeveel goeie muziek ik ook dit jaar weer kon ontdekken. En er waren natuurlijk enkele vaste waarden die goeie tot zeer goeie platen uitbrachten. 
Voor mij was dit jaar een erg actief muzikaal jaar. Ik reviewde meer dan ooit tevoren albums en concerten, veel meer, én ik interviewde voor het eerst ook artiesten voor Indiestyle (Mathijs van Ansatz Der Maschine, Eric Smout van Democrazy -toegegeven, dat is geen artiest, maar een concertorganisator-, Helder, Gertjan aka Douglas Firs en Vincent van Everyman). Ik organiseerde in het huis waar ik sinds vorig jaar woon, enkele huisconcerten (J. Keens Balloon Flight, Flirty Faces, Sue Me Charlie en Unlock Dialogue) en ik heb de smaak te pakken... Mijn gitaar gordde ik veel te weinig om, mijn zoon kreeg een basic (érg basic) drumstel voor zijn verjaardag. 
Veel goeie platen beluisterde ik veel te weinig (en dat verklaart voor onder meer Jack White, Bat For Lashes, Cat Power, Sigur Ros, Alt-J, Bruce Springsteen, Beach House, Two Gallants, The Tallest Man On Earth, Ry Cooder en Godspeed You! Black Emperor -die in vele eindejaarslijstjes terug komen- wellicht mee waarom ze niet in mijn top 30 voorkomen). Ik zette de lijn om naar meer roots-getinte muziek te luisteren verder, al passeerden er ook weer enkele "hardere" albums (Amenra's Mass V en Unsane's Wreck b.v.) waar ik met plezier naar heb geluisterd. Ook écht rustige muziek (A Winged Victory For The Sullen zag ik live, Nils Frahm leerde ik kennen via Nachtbraker en ik ben erg blij met de digitale aanschaf van ...and darkness came) maakte me blij dit jaar. En zo was het toch vooral genieten, ook al omdat ik intussen steeds beter leer weg te blijven van muziek die me niet boeit...
Maar without further ado is hier het eerste deel van mijn top 30 van albums uit 2012:

30. Standing at the sky's edge - Richard Hawley


Het was erg jammer dat ik niet naar het concert mocht dat Richard Hawley gaf in Brussel, want nadat Nachtbraker (alweer hij...) me dit leerde kennen, bleef ik genieten van dit uitstekend album.

29. The bony king of nowhere - The Bony King Of Nowhere



Mijn review lees je hier. The Bony King Of Nowhere wordt niet met elke plaat beter (ik hou er meer van als hij zoals bij de vorige plaat met een hele band muziek maakt), maar slechter is het toch ook niet...

28. www.itstartshear.com - Peter Broderick



Peter Broderick waagde zich aan een project. Dat is bij muzikanten vaak een hachelijke en risicovolle onderneming, en al bij al breng Broderick het er lang niet slecht vanaf (zoals je ook al hier kon lezen)

27. I predict a graceful expulsion - Cold Specks



Het concert van Cold Specks in de Botanique was prachtig (#10 in mijn concertlijst van 2012) en deze jonge Engelse vrouw heeft een stem waar vele zangeressen (terecht) jaloers op zouden zijn. Het album bleek de beluistering nà het concert aan te kunnen, en staat nog steeds mooi overeind.

26. The diver - Led Er Est



Het platenlabel Sacred Bones Records was een ontdekking voor mij dit jaar. Ze kiezen voor een herkenbare vormgeving op de albums die ze uitbrengen, en ik genoot met name vooral van The horror van Pop. 1280, Open your heart van The Men en dit album van Led Er Est. Ze toerden ook in Europa, maar ik slaagde er niet in één van hun concerten te zien. Ik hoop alvast dat het in 2013 wél eens lukt...

25. Songs about ninjas - Everyman



Vincent is het soort bescheiden muzikant dat te weinig ambitie heeft om het succes te krijgen dat hij verdient, naar mijn bescheiden mening. Zijn debuutalbum gaf ik zonder aarzelen 4/5 op Indiestyle (de recensie lees je ook hier) en ik kijk nu al uit naar het concert dat hij volgend jaar bij mij thuis komt geven...

24. The birds fly low - Creature With The Atom Brain



Hoewel ik al vertrouwd was met Creature With The Atom Brain, wist hun album mij toch aangenaam te verrassen (zie hier).

23. The something rain - Tindersticks



Tindersticks kan natuurlijk maar zelden iets fout doen in mijn ogen, maar dat alleen volstaat niet om bij de beste albums gerangschikt te worden. Vooral in de eerste helft van het jaar luisterde ik vaak naar dit alweer mooie album (waarover ik ook al dit schreef)

22. Reservoirs - ME



Zonder twijfel is dit het mooist voorgegeven album dat ik dit jaar besprak, en gelukkig was ook de muziek erg aangenaam en goed. Minco Eggersman, de man achter ME, nam het album op in een vuurtoren (wat me altijd een beetje doet denken aan de roman Lighthousekeeping van Jeanette Winterson).

21. Django Django - Django Django


Nog niet zo heel lang geleden werd ik betoverd door Vampire Weekend, en dit jaar passeerde een band die hetzelfde doet, maar nog tien keer beter: Django Django. Ze stonden borg voor één van de fijnste singles van dit jaar, en hun hele album is het beluisteren meer dan waard.

11 november 2012

Interview Everyman

Eind november brengt Everyman zijn debuutplaat uit, Songs about ninjas. Ik heb die plaat al gehoord (een recensie mag je binnenkort zowel hier als op Indiestyle verwachten), en ik sprak enige tijd geleden ook met Vincent Neyt, de man achter Everyman.



Welk muzikaal parcours heb je al afgelegd voor je tot dit debuut kwam?

Ooit speelde ik in Brugge in een jeugdgroep, Spam. Daarna speelde ik mee met Galope, een band waar ik voor het eerst samenspeelde met Filip Huyghebaert (van The Catatonics). In die periode maakten we ook een single, maar toch viel de band uit elkaar. Sinds 2005 heb ik dan zelf wat nummers gemaakt en speelde ik af en toe mee bij The Catatonics. Die nummers zijn nu eindelijk op een plaat beland.

Je album heet Songs about ninjas. Vanwaar die titel?

Ha, eigenlijk is het grappig. Het is een soort onnozele logica: ninja's zijn cool, dus liedjes maken over ninja's is ook cool. Maar eigenlijk zijn ninja's vooral cool als je zelf nog klein bent. Op die manier is het een soort melancholie die erin sluipt. Want die tijd, toen ik klein was en ninja's cool waren, is natuurlijk voorbij, al zou je nog zo proberen die terug te halen. En melancholie blijkt ook heel vaak in mijn liedjes te zitten.
Bovendien bleek het erg inspirerend te werken voor de vormgeving van de plaat. Oorspronkelijk was het dus een grap, maar achteraf gezien blijkt het wel erg te passen.

Wat is voor jou de rode draad van deze plaat?

Uiteraard vormt die melancholie een rode draad doorheen de plaat, en ook de liefde. Liefde is aanwezig in al zijn aspecten: het speelse van de eerste kriebels en het hele zwarte als het misloopt. Enkel Go home gaat niet echt ergens over, is een “niemendalletje”.

Zowel Go home als What a situation zijn inderdaad erg lichtvoetig en contrasteren daardoor met de rest van het album.

Ja, en ook Don't waste your time is een vrolijk liedje geworden, waarin ik iemand probeer ervan te overtuigen om vooral niets met mij te beginnen (lacht).
Nu, hoedanook probeer ik eenvoudige, heldere teksten te maken, zonder al te veel beeldspraak. Ik vind dat ook de lyrics een manier zijn, naast de muziek zelf natuurlijk, om de luisteraar binnen te trekken in een song. En dan mag het niet te ingewikkeld zijn, of je raakt de luisteraar juist kwijt.

Welke verwachtingen koester je zelf met deze plaat?

Ik wil gewoon dat zoveel mogelijk mensen ze op één of andere manier horen. Ik ben ook echt iemand die albums wil maken. Ik zie albums niet als een excuus om te kunnen spelen, maar echt als een doel op zich. De groep die ik rond mij heb samengebracht, bestaat echt wel uit muzikanten die de liefde voor muziek delen, en die het liefst elke dag wel ergens zouden willen spelen. Het maakt voor hen bij wijze van spreken zelfs niet uit bij welke groep ze die dag spelen.

Wie zijn de muzikanten die meespelen?

Vooreerst is er dus Filip Huyghebaert van The Catatonics, met wie ik al sinds 2003 samenspeel. Ook Eva Hautekiet van The Catatonics is erbij, evenals Maarten Flamand (van The Antler King), Jan Dhaene (drummer bij The Bony King Of Nowhere) en Stijn Tondeleir (ex-bassist bij The Bony King Of Nowhere en tegenwoordig bij Bristol Blonde).
Verder zijn er nog een aantal gastmuzikanten op de plaat, waaronder Renée. Zij zong haar vocalen al in 2005 in, op Oh my lord. Dat liedje nam ik toen al op, het is het oudste nummer op de plaat. Ik heb aan de opnames van toen niets veranderd.

(foto door Bruno Roels)

Wat vond je zelf het moeilijkste aan het maken van deze plaat?

Ervoor zorgen dat er een plaat kwam, was misschien wel het moeilijkste. Uiteindelijk heb ik er 7 jaar over gedaan. Dat komt vooral, denk ik, omdat ik een eigen identiteit als muzikant moest vinden. Ik heb echt moeten zoeken wat precies mijn ding is. Een tijdlang dacht ik dat het “sad songs, happy beats” zou zijn, zoals bij The Postal Service. Daarna wou ik vooral zwaardere rocknummers maken, maar dat bleek met mijn stem toch niet echt te lukken. Ik heb dus feitelijk 5 jaar lang demo's gemaakt, en dan heeft het nog 2 jaar geduurd eer ik uit die nummers (een 40-tal waren het er) een CD heb weten te puren. Je wil namelijk toch een geheel maken, een coherente plaat.

Je hebt vast veel geleerd uit het maken van dit album. Wat zou je zeker willen meenemen bij het maken van een volgende plaat, en wat zou je anders willen doen?

Het enige wat me echt interesseert, is het schrijven van een écht goed nummer. Telkens weer wil ik het gevoel krijgen dat dit beter is dan de vorige keer. Je probeert als muzikant telkens hetzelfde te vertellen, maar op een steeds betere manier, tot je het punt bereikt waarop je lied de openingsdans wordt op huwelijken.
Ik ben ook wel tevreden dat het allemaal nummers zijn geworden die af zijn, die niet te lang duren en die wanneer ze gezegd hebben wat ze moesten zeggen, ook eindigen. Iets wat er bij ons ook altijd zal blijven inzitten, is meerstemmigheid. Ik kan eigenlijk alleen maar redelijk stil zingen, dus we gebruiken samenzang om dynamiek in de nummers te krijgen.
Voor een volgend album wil ik ook graag wat meer instrumentale stukken in nummers steken.
Ik geloof wel dat het hele proces van ontwikkelen, het ontevreden zijn over wat je gemaakt hebt en het zoeken naar je eigen stem, nu voor mij voorbij is. Ik heb mijn eigen stem gevonden, en ga dit verderzetten, maar dan wel telkens nog beter.

Wiens voorprogramma zou je best nog wel eens willen zijn? Dat hoeft niet noodzakelijk een realistische wens te zijn...

In België denk ik dan aan Marble Sounds, waarmee ik wel wat verwantschap voel. Ook FlipKowlier zou erg leuk zijn. Hij maakt echt wel heel goeie melodieën. Als ik buiten de landsgrenzen kijk, kies ik voor M. Ward. Hoe die man zijn songs maakt, arrangeert en opneemt, dat kan volgens mij niet beter.
Helemaal utopisch (want het moment is daarvoor al voorbij) zijn Palace Music (ten tijde van Arise therefore), Pavement (na het uitbrengen van Crooked rain, crooked rain) of Sebadoh.

Ga je zelf eigenlijk vaak naar optredens? Hoe ervaar je dat, wanneer je zelf muziek maakt?

Ik ga vooral naar mensen die ik ken, en je zult me dus eerder in de Video (Gents muziekcafé, nvdr) dan in de AB vinden. Dat is trouwens al altijd zo geweest. Meestal ging ik samen met vrienden naar vrienden kijken. Mijn favoriete concertherinneringen zijn dan ook aan beginnende groepjes op bijzondere locaties. Ik merk ook dat ik wil ontroerd worden, en als dat niet gebeurt, ga je toch wel technischer luisteren.
Ik wil bij een concert het gevoel hebben iets uniek meegemaakt te hebben. Hoe goed een grote groep op tournee ook is, voor mij lijkt het een beetje alsof dit maar één van hun concerten is op de tournee, en dat die onderling inwisselbaar zijn. Wanneer de artiest zelf ook het optreden nooit meer zal vergeten, omdat er iets unieks gebeurd is, dàt zijn de optredens waar ik wil bij zijn.
Ook gewoon het luisteren naar muziek is voor mij toch vooral heel erg blijven hangen bij bepaalde nummers. Daar ben ik dan een tijdlang verslaafd aan en daar blijf ik dan telkens opnieuw naar luisteren. Zo heb ik toen die plaat uitkwam, twee jaar lang alleen maar naar het debuut van Balthazar geluisterd.

Wat maakt jouw muziek uniek? Waardoor verdien jij je plaats binnen het hele brede muziekveld?

Goh, dat vind ik een erg moeilijk te beantwoorden vraag. Ik weet ook niet of je je plaats moet verdienen. Alleen anderen kunnen daar uiteindelijk over oordelen.
Typisch voor mijn muziek is, denk ik, dat het eerlijke muziek is. En ik ben ook een muzikant en zanger die zichzelf niet al te serieus neemt. Zelfs in de donkere liedjes zal ik niet de getergde poëet uithangen.

Bedankt voor dit gesprek, en veel succes.

Je kan dit interview ook hier lezen op Indiestyle.

Het debuutalbum van Everyman wordt uitgebracht op 23 november. Die dag is er een release-concert in De Kopergietery in Gent. Je kan hier reserveren voor dat concert (voor amper 12 euro, én je krijgt er de CD bij!). Everyman treedt ook nog op in de 4AD in Diksmuide op 7 december.

26 oktober 2012

The Bony King Of Nowhere


Nick Drake! Zo, het hoge woord is eruit. Het zou ons verwonderen mochten wij de enigen blijken te zijn die The Bony King Of Nowhere na beluistering van zijn nieuwe plaat (The bony king of nowhere) vergelijken met de legendarische bard, wiens cultstatus niet te evenaren is.
Opener Across the river begint nochtans alsof hij ook op voorganger Eleonore had kunnen staan. Het klinkt hooguit wat uitgebeender dan de songs die Bram Vanparys toen met zijn band op plaat zwierde. Gaandeweg echter valt die soberheid meer en meer op naarmate dit album, dat Bram helemaal in zijn eentje opnam op amper één avond, zich een weg baant naar je oren. Daartoe had hij zich twee weken teruggetrokken in een oud huis in Mirwart, nabij Saint-Hubert in de Ardennen waar een mens al eens teruggeworpen durft te worden op zichzelf. Die omstandigheden zijn een perfecte verklaring voor hoe de plaat is gaan klinken.
Bram Vanparys lijkt met zijn rijzige, ranke gestalte sowieso wat op Nick Drake, en wanneer hij ook muzikaal terugvalt op de basics die tevens al aanwezig waren in zijn eerder werk, vallen eveneens de muzikale gelijkenissen op. Uiteraard is dat niets om beschaamd over te zijn, en voor ons geen reden tot treuren. Nick Drake is een referentie die menig artiest met fierheid zou willen dragen. Travelling man, het vooruitgestuurde proevertje, mengt het muzikale universum van Drake met die typische, warme, intussen zo herkenbare stem van The Bony King Of Nowhere. De vlekkeloze articulatie maakt de tekst nog indringender, en met een nummer als dit schrijft hij zich voor eeuwig in de aloude folktraditie in. Ook daarover zul je hier geen onvertogen woord lezen. En als er een vleugje alt-country insluipt (Lonesome girl), klinkt het even loepzuiver. Meteen erna krijgen we overigens weer pure folk, met een eenvoudig riedeltje dat eindeloos herhaald lijkt te worden (Valerie). Elk nummer baadt in zulk een intieme sfeer dat je bijna zou hopen dat Bram Vanparys een tournee zou opzetten van enkel huisconcerten, een setting waarin deze plaat volledig tot zijn recht kan komen.
Hebben we dan geen enkele opmerking te maken over deze cd? Als we heel eerlijk zijn, moeten we bekennen dat we toch meer houden van het bredere, rijker uitgesmeerde palet dat Bram samen met zijn band weet te bereiken. De intrinsieke kwaliteiten van de liedjes mogen dan even groot zijn, de arrangementen die The Bony King Of Nowhere in volledige bezetting weet af te leveren zijn nu eenmaal nog smakelijker.

Je kan deze recensie ook hier lezen op Indiestyle.

13 oktober 2012

Douglas Firs


Gertjan Van Hellemont, muzikant bij The Bony King Of Nowhere en producer van onder meer Love Like Birds, heeft zijn eerste eigen ei gelegd. De single Shimmer & glow had verwachtingen geschapen die voor het gelijknamige album misschien moeilijk in te lossen zouden blijken. We prijzen ons en jullie gelukkig, want Douglas Firs slaagt erin die beloften waar te maken en en passant nieuwe verwachtingen toe te voegen.
Het geluidspalet van de eerste single sluit nauw aan bij Absynthe Minded (het had met gemak hùn song kunnen zijn, dachten we altijd) en daar voegen andere nummers nog heel wat referenties aan toe: The Black Keys in I don't think you're good to have around, Melanie in Baby Jack en Boz Scaggs in Dirty dog, om er slechts enkele te noemen. De piano in Apple lijkt weggelopen bij Dr. John, terwijl in datzelfde lied de aandachtige luisteraar zelfs een echo van Bob Dylan opvangt.
Het album klinkt afwisselend triest en vrolijk, zelfs wanneer het gevoel dat uit de teksten spreekt niet noodzakelijk hetzelfde is. Douglas Firs maakt graag gebruik van alledaagse beelden, die banaal lijken op zich, en er tegelijk in slagen het gevoel op scherp te zetten. Charlie die zijn best doet om zijn broccoli op te eten, kan het alledaagser en herkenbaarder? En toch is het in wezen intriest.
Gertjan liet zich omringen door goede muzikanten, van zijn broer Sem tot leden van onder meer Trixie Whitleys band, The Bony King Of Nowhere en Balthazar, en gastvocalen van Renée. Hij deelde de productie met Gert Jacobs, die al eerder de eveneens op deze plaat aanwezige Senne Guns producete, en werkte met veel zorg aan zijn debuut. Daardoor klinken zowel de globale sound, de samenhang tussen de nummers als de details erg goed. Soms stamp je mee op de beat (Dirty dog), soms zit je haast roerloos te luisteren naar gefluisterd verdriet. Afsluiter Thought it was you klinkt bijvoorbeeld zo somber dat je bij wijze van spreken de plaat hoort eindigen op de plons van een zich verdrinkende jonge gevoelige artiest.
Wie op deze wijze debuteert, legt de lat zelf hoog. We hebben er alle vertrouwen in dat de amper 21-jarige Douglas Firs al zijn jeugdige kracht in de strijd zal gooien om die lat ook in de toekomst te blijven overschrijden.

Je kan deze recensie ook hier lezen op Indiestyle. Het verslag van de cd-release in de Minarschouwburg in Gent lees je hier en het interview dat ik met Gertjan had, hier.

08 oktober 2012

Democrazy concert: Douglas Firs (voorprogramma: C.A. Smith)


Vooraleer Douglas Firs zijn debuutalbum mocht voorstellen in de Gentse Minardschouwburg, bracht C.A. Smith zijn liedjes ten berde. Mannen met baarden zijn allesbehalve zeldzaam in de muziekwereld tegenwoordig, en dus voegde de Canadees daar ook nog 2 lange vlechten aan toe, om toch nog op te vallen. Behalve zelf platen maken, werkte de singer-songwriter ook samen met Feist, Daniel Johnston, Chad VanGaalen en anderen. Hij zong liedjes over ouder worden, de perfecte vrouw (die helaas al bezet blijkt), God en dergelijke meer. Er zit ook veel humor in songs als Granddad is sleeping and he won't get up (over als kind spelen met je grootvader, niet beseffend dat de man in coma gevallen is) of Drink a lot of water (dat iedereen mocht meezingen).


Douglas Firs had zich goed omringd voor het releaseconcert. Zijn broer Sem op toetsen, bassist Simon Cassier en drummer Frederik Van Den Berghe (die straks mag touren met Trixie Whitley) stonden frontman Gertjan Van Hellemont bij, en bovendien had hij enkele gasten uitgenodigd. De band begon alvast erg krachtig met titelnummer Shimmer & glow en Apple, dat energieker klonk dan op plaat. In een goed uitgebalanceerde set zaten ook enkele covers: You really got a hold on me van Smokey Robinson, dat Gertjan akoestisch zong met Renée, en Home van Bonnie Raitt, dat zelfs onversterkt gebracht werd met Bram en Cleo van The Bony King Of Nowhere. Renée had dan al, net als op plaat, meegezongen op Misunderstood en Bram en Cleo zouden daarna, samen met nog 2 andere gastmuzikanten, de backing vocals verzorgen in Baby Jack.



Naarmate het concert vorderde, gaf Douglas Firs een meer ontspannen indruk, en maakte hij grapjes, ging in interactie met de fans (toen twee mannen de zaal verlieten net nadat hij het publiek geloofd had om haar beleefdheid, vroeg hij zich luidop af of het misschien te luid was) en zag je ook meer ontspannen communicatie tussen de bandleden. Waar I don't think you're good to have around op het album nogal sterk naar The Black Keys neigt, leunt het live eerder dicht aan bij The White Stripes en helemaal op het eind van de bisronde werd een nieuwe song gespeeld waarin we echo’s van Tom Petty & The Heartbreakers hoorden, en die niet op het album staat.
Geen van beide acts stelde teleur, integendeel. Zo werd het een prachtige concertavond in een prachtige zaal.


Setlist Douglas Firs:

1. Shimmer & Glow
2. Apple
3. Isn’t It Weird?
4. Pretty Legs And Things To Do
5. Misunderstood
6. You Really Got A Hold On Me (Smokey Robinson cover)
7. I Don’t Think You’re Good To Have Around
8. Never Cared Enough
9. Home (Bonnie Raitt cover)
10. Baby Jack
11. Dirty Dog

bisnummers:

1. The Winter Sun Is Gonna Last
2. Caroline

Je kan dit concertverslag ook hier lezen op Indiestyle.