30 maart 2014

Lied van de week: week 13 - 2014

A little God in my hands - Swans


De reeks Punch, brothers, punch op Indiestyle levert wekelijks tien songs om te ontdekken, en daar zitten vaak pareltjes tussen. Niet alles is meteen mijn ding, maar ook deze week zit er lekkers tussen. En het meest in het oog springende is dit nieuw nummer van Swans, een groep die ik al live zag en waarvan het meest recente album, The seer, tot het beste van 2012 behoorde.

Dit nummer zal op het in mei te verschijnen album To be kind staan, dat je hier al kan bestellen.

26 maart 2014

Blood Red Shoes


Wat zijn redenen voor een band of artiest om een album titelloos te laten? Je ziet het soms bij een debuut, en verder betekent het vaak dat de groep wil terugkeren naar de sound van de begindagen, een nieuwe start wil nemen of een staalkaart wil geven van waar ze na alle vorige releases staan. Waarom dus heeft de vierde plaat van Blood Red Shoes geen echte titel meekregen?
Een eenduidig antwoord op onze vraag krijgen we niet helemaal. Bij een eerste beluistering viel ons op hoe ruw het duo terug durft te klinken, net als de in begindagen op Box of secrets. Laat The perfect mess maar eens goed op je oren inwerken en je begrijpt meteen wat we bedoelen. Maar intussen hebben we al een tijdje onze dagelijkse dosis Bloedrode Schoentjes binnen en is er nuancering ingetreden, met liederen als Grey smoke waarin de combinatie zang-muziek aan weinig herinnert dat ze al eerder maakten, en Far away dat in het verlengde ervan ligt. Stranger verrast bij de openingsnoten en hoort intussen tot onze favorieten. Don't get caught doet ons op meerdere manieren aan het beste van Triggerfinger denken en Tightwire bewandelt het pad dat rock van pop onderscheidt. Opener Welcome home daarentegen blijft het beste bewijs van het behoud van en zelfs de terugkeer naar de oerkracht die Steven Ansell en Laura-Mary Carter in 2008 lovende woorden voor hun eersteling opleverde.
Blood Red Shoes vindt zichzelf dus niet helemaal opnieuw uit, slaat af en toe een nieuw zijpad in, keert terug naar het begin doch kijkt ook vooruit. Het resultaat is een goeie plaat, die jammer genoeg Fire like this, hun tweede en naar onze bescheiden mening beste, niet weet te evenaren bij gebrek aan absoluut topvoer als Light it up of When we wake. Mildheid is hier echter wel op zijn plaats, want Barcelona wint evenmin elk jaar de Champions League en Merckx, de Kannibaal, verloor ook wel eens.

Je kan deze recensie ook hier lezen op Indiestyle.

22 maart 2014

Reiziger / The Fire Harvest

De Limburgse band Reiziger, wier album KodiaK station ik hier besprak, brengt op 19 april een split 7" uit met het Nederlandse The Fire Harvest. Hieronder kan je hun bijdrage (Imperial overstretched) beluisteren:

De release komt uit in een speciale verpakking en zal gepaard gaan met een gezamenlijke tour door de Lage Landen. Hieronder alvast enkele bevestigde optredens:

Samen met The Fire Harvest:
Overige concerten Reiziger:
Beluister hier ook het album van The Fire Harvest uit 2012:

20 maart 2014

Lied van de week: week 12 - 2014

We must hold on - Chantal Acda featuring Nils Frahm



Kinderlijk eenvoudig is de clip bij de nieuwe single van Chantal Acda! En ik kan me voorstellen dat kleuters hier helemaal weg van zouden zijn, mochten ze Engels verstaan. Nu ja, misschien is de tekst niet zo kleutervriendelijk als hij op het eerste zicht lijkt. Hoedanook, met de hulp van Nils Frahm heeft Chantal Acda (die ik een tijdje geleden interviewde) alweer een mooi nummer uit haar debuutalbum Let your hands be my guide getrokken. 

Je kan het album nog steeds hier kopen.

18 maart 2014

Mijn Bob Dylanjaar (7): Blonde on blonde


Burlesk klinkt de opener van de eerste cd van de dubbelaar die Blonde on blonde is. En eigenlijk opent ook het tweede deel vrolijk. Maar nu loop ik al vooruit...
Rainy day women #12 & 35 mag dan wel in het refrein "Everybody must get stoned" bevatten, over drugs lijkt het niet te gaan, wel veeleer over de nood die de mensen blijkbaar hebben om stenen te gooien naar anderen.  Het is een variatie op Jezus' opmerking over de splinter en de balk in het eigen oog. Na dit bekend nummer is het de beurt aan goeie ouderwetse blues met Pledging my time. Visions of Johanna, dat geopend wordt door een mondharmonica maar daarna een andere wending neemt, is één van de prachtsongs op dit album, die het tot klassieker verheffen. De song laat zich niet makkelijk begrijpen, maar net daarin ligt ook de aantrekkingskracht ervan. Het is het soort lied dat je op "endless repeat" durft te zetten, zonder het beu te raken, en dat je op die manier op de achtergrond bezit van je laat nemen, zodat je dromen erdoor bevolkt worden en je gedachten op willekeurige momenten gevuld worden met de niet-opdringerige muziek. Op die manier komt ten lange leste de betekenis misschien alsnog tot rijping om ineens aanwezig te zijn, alsof je altijd al wist wat Dylan je vertelt.
One of us must know is eenvoudige schoonheid, en in essentie geldt dat ook voor het beroemdste liefdesliedje van Bob Dylan, dat erna volgt: I want you. Idyllisch is het nochtans niet echt, voor wie goed naar de tekst luistert. Doch, zijn uiteindelijk niet alle goeie liefdesliedjes niet nét bezwangerd door dat klein angeltje dat het échte leven altijd schijnt bij te leveren?
Stuck inside of Mobile with the Memphis blues again hoorde ik onlangs nog coveren door And They Spoke In Anthems (zoals je hier kan lezen), en het origineel is inderdaad méér dan de moeite waard. We krijgen hier opnieuw de folkzanger-verteller die de tijd neemt (meer dan 7 minuten) om zijn verhaal te vertellen, waarvan ik al in eerdere bijdragen vertelde dat ik die graag hoor... En na die folkbijdrage krijgen we weer blues op ons bord met Leopard-skin pill-box hat. Het is zelfs behoorlijk traditionele blues, tenminste naar hedendaagse normen. Ik vind het altijd moeilijk om goed in te schatten hoe dat in de tijd dat de plaat uitgebracht werd, eigenlijk ervaren werd. Met Just like a woman, dat alweer liefde met een pijnlijk kantje bezingt, wordt het eerste deel in stijl afgesloten: "She takes just like a woman, yes, she does / she makes love just like a woman, yes, she does / and she aches just like a woman / but she breaks just like a little girl".
Zoals al aangegeven, vind ik ook het begin van het tweede deel, Most likely you go your way (and I'll go mine), behoorlijk vrolijk. Muzikaal althans, want eigenlijk is de tekst allesbehalve vrolijk en komt de liefde er eens te meer bekaaid vanaf. Wellicht hoeft het ons niet te verbazen dat Bob Dylan, ouder en wijzer en vooral heel wat ervaringen rijker, de liefde niet langer bezingt zoals jonge stagiaires in aandoenlijke naïviteit nog schijnen te doen... De toon wordt verdergezet in het erg bluesy Temporary like Achilles. Gelukkig plaatst Dylan daar ook mooie complimenten tegenover in Absolutely sweet Marie. Welke vrouw wil niet als volgt bezongen worden: "Well, anybody can be just like me, obviously / But then, now again, not too many can be like you, fortunately"?
Wat opvalt aan de tweede cd, is dat ik moeilijker vertrouwd raak met de songs die hier verzameld zijn. Nooit zijn ze minder dan goed, en toch blijven ze minder hangen. Natuurlijk geldt voor het eerste deel dat enkele liedjes daar al heel lang bekend waren voor mij, maar ook een nummer als Visions of Johanna, dat ik eigenlijk nog niet kende, bezit meer aantrekkingskracht dan om het even welk stukje op dit deel. Geen klachten over Fourth time around of het lekker stimulerend Obviously five believers (ik zou de vroegere Rolling Stones dit met plezier hebben horen coveren, denk ik). En met Sad-eyed lady of the lowlands, dat langer dan elf (!) minuten duurt, eindigt dit album zoals ik (zie hoger) het graag heb...

16 maart 2014

Lied van de week: week 11 - 2014

Photographs - Marble Sounds


Twee weken geleden zag ik Marble Sounds aan het werk in de Nijdrop. Toen kondigden ze aan dat dit nummer zou heruitgebracht worden als single. Wel, dat vind ik nu eens een goed idee, zie!

Je kan het album Dear me, look up,waarop deze song terug te vinden is, hier kopen.

Lyrics:

I don't need, nerves of steel
I can resist a gentle tease
If it's a test, I can be tough
If it's a bluff, I'm not impressed
You closed the books, I'm off the hook
You left a stress, I can't fool less
I must confess, I have no fear
But neither did guts, my dear

 

[Chorus]
I picture your photographs,
I'm right here, I don't know why
I picture the clothes you have
The blush you felt, but I won't ask why
I picture you're somewhere else, the story ends
But I don't know how
If only the time in have the rush

 

I'm backing up, my favorite shots
It's not a lot, but all I got
Give me a scheme, cause as it seems
I'm running out of good ideas
I'm risk averse, I don't jump first
I'm taking out of each I've learned
So no more loss, I let it go
I'll take things nice and slow

 

[Chorus]
I picture your photographs,
I'm right here, I don't know why
I picture the clothes you have
The blush you felt, but I won't ask why
I picture you're somewhere else, the story ends
But I don't know how
If only the time in have the rush

 

You cut me out, you cut me out
You cut me out, you cut me out
You cut me out, you cut me out
You cut me out, you cut me out

 

[Chorus]
I picture your photographs,
I'm right here, I don't know why
I picture the clothes you have
The blush you felt, but I won't ask why
I picture you're somewhere else, the story ends
But I don't know how
If only the time in have the rush.

Hitsville Drunks


Dat Mauro Pawlowski een muzikale duizendpoot is en bovendien ook erg productief, is een understatement van het kaliber "de Taliban zijn nog streng in de leer". Met Hitsville Drunks bracht hij net Sincerely average uit, met hulp van Herman Houbrechts (Nemo, The Grooms), Sjoerd Bruil (Sukilove, Broken Glass Heroes, Dez Mona) en Jan Wygers (Creature With The Atom Brain). En ik zeg volmondig dat die titel gelogen is: deze plaat is allesbehalve middelmatig.
Het begint al met het lekker in het oor liggende High culture, dat willekeurige festivalweides kan platspelen. Veel heeft het viertal daar niet voor nodig. Dit is gewoon rock 'n roll zoals die hoort te zijn. Al even passend in het straatje der rock, zij het aanleunend bij de wondere wereld der rockballads, is Don't tell her als balsem voor de ziel. Zoals het rockers betaamt, eindigen ze tijdig. 
De Evil Superstars zijn terug van weggeweest, als ik Clean adult fun mag geloven. Luister maar naar hoe "She was a Duran Duran / teenage fan / Her first boyfriend was a smalltown guitar man" gezongen wordt en voel je teruggeslingerd naar die gouden periode van Boogie-children-R-us en Love is okay
Waar de kwartet misschien wel gelijk in zal krijgen, is dat hun eerlijke muziek weinig zal opvallen in de stroom releases die ons tegenwoordig overspoelen. Albums waarop songs staan die nooit minder dan goed zijn maar die het als single wellicht niet redden zonder veel airplay, daar ken ik er talloze van, en jammer genoeg lijkt ook Sincerely average zich in dat rijtje te gaan voegen. Toch verdienen artiesten die ons onder meer Retro artist, lekker jaren 80, en I was never there, post-grunge om duimen en vingers van af te likken, schenken, beter dan dat.
Kenners verkiezen een pittig streekbiertje boven gewone pils en Hitsville Drunks boven elk middelmatig rockbandje dat zijn "three minutes of fame" beleeft.

Je kan het album hier kopen. Het album is uit bij Starman Records.

14 maart 2014

Mad About Mountains


Dat Mad About Mountains de lijn van het debuut doortrekt op Harlaz, de zogenaamd moeilijke opvolger, blijkt het duidelijkst uit de titelsong. Daarin horen we immers een heel herkenbare echo van Best friend, dat op het eerste album tot de hoogtepunten behoorde. De lijn doortrekken betekent echter ook dat je niet blijft staan waar je gestopt was, maar volgende stappen zet.
Laten we nog even terugkeren naar het al eerder genoemde nummer. In Harlaz komt Piet De Pessemier dichter dan ooit bij de pastorale Neil Young van Harvest. Het is een referentie waar we ook bij andere songs naar moeten teruggrijpen. If you see her bijvoorbeeld is laidback én meezingbaar en meet zich met Heart of gold, tot jankende gitaren een eigen richting kiezen. Nu ja, we kennen artiesten die een arm én een been veil hebben om met die grootheid vergeleken te worden. Toch treffen we ook composities aan die een andere kant van Mad About Mountains laten zien. Het door Myrthe Luyten geschreven Winter past perfect bij wat zij als Astronaute al op de wereld losliet en deze band zet het naar zijn hand. Myrthe schreef overigens ook mee aan Down the river home, waarin haar stem een prominente rol opeist.
De lijst met gasten die meewerkten aan deze plaat is niet min: Chantal Acda zingt mee op de achtergrond, Myrthe Luyten maakt als vast lid deel uit van de groep en Joshua R. Geboers van Bearskin verleent hand-, span- en basdiensten. Ook Gianni Marzo (Isbells en Marble Sounds) en trompettist Gerd Van Mulders versterken het originele kwartet. Het levert Belgische americanaparels op, waaronder het nog niet eerder vermelde Hurts.
Wie twee jaar geleden gecharmeerd raakte door het aan de oevers van de Ourthe opgenomen werkstuk mag ook blindelings deze nieuwe aanschaffen en zich verheugen op hoorbare groei. En je mag Piet een hart onder de riem steken door te gaan beluisteren wat dit prachtigs allemaal live oplevert.

Je kan deze recensie ook hier lezen op Indiestyle.

11 maart 2014

Democrazy concert: Emily Jane White (voorprogramma: Say Say)


Een dag na de Internationale Vrouwendag leek Democrazy in de Gentse Minard alsnog enkele vrouwen te willen eren door hen de mogelijkheid te bieden nieuwe zieltjes te winnen. Het duo Say Say, twee frisse jongedames, is daar wellicht in geslaagd. Voor de Amerikaanse Emily Jane White lag het allemaal wat moeilijker. Dat er geen bissen kwamen, kan een teken aan de wand genoemd worden.


De opener van de avond heet Say Say, waarin gitariste Barbara Sarmentero en pianiste Judith Van Eeckhout samen de zang voor hun rekening nemen. Waar de muziek aanvankelijk vooral in de buurt van SX komt, tonen de twee zich steeds feller om te eindigen als een vrouwelijke variant van Compact Disk Dummies. Achter hen worden projecties getoond. Zo zien we een lasershow met de toepasselijke waarschuwing in het Duits dat lasers gevaarlijk zijn en blijven en dat de veiligheidsvoorschriften nageleefd dienen te worden. Op die manier komen ze aan die aanbeveling tegemoet.


Het vierde album van Emily Jane White, Blood/lines, betekent een koerswijziging voor deze vrouw. Het instrumentarium is uitgebreid en ze verlaat enigszins de folkpaden die drie prachtige albums opleverden. Wendingen van de steven juichen we doorgaans toe, als ten minste de kwaliteit van de liederen minstens even goed blijft. En daar knelt toch wel een beetje het schoentje. Ook live blijken de nummers uit deze plaat, waar uiteraard rijkelijk uit gepuurd wordt, geen topmateriaal. Je hoort heel vaak echt wel goeie ideeën, maar omdat het geheel meer moet zijn dan de som der delen, blijven we jammer genoeg op onze honger. Veelal ontbreekt nét datgene wat alles met elkaar moet verbinden om tot een knap werkstuk te komen. Silence/Slain, de bonustrack van haar recentste worp, is daar een mooi voorbeeld van. Vooral de drummer laat mooie dingen horen, er wordt alleen te weinig mee gedaan.
Emily’s verschijning is overigens erg opmerkelijk. Nadat een instrumentale intro gestart wordt, zien we de projectie van een vrouwenarm, -schouder en -hals. De aders worden met stift gemarkeerd, meteen een verwijzing naar de titel van Blood/Lines. Emily Jane White komt op in haar favoriete kleuren, zwart en rood. Dat de Amerikaanse wel eens fan zou kunnen zijn van Le rouge et le noir van Stendhal, blijkt ook uit de barokke, negentiende-eeuwse stijl die ze hanteert. Een uiterlijk als dit zou zo uit een Tim Burton bewerking van Dracula kunnen komen, als een mengeling van Morticia uit The Addams family en de Koningin van Onderland uit Jommeke. Ook later in de set krijgen we beelden te zien van hoe de zangeres poseert terwijl een vrouw haar schildert met inkt uit een wijnglas. Wanneer ze niet achter de piano plaatsneemt, gaat White op een blok staan dat als verhoog dient, soms theatraal gesticulerend.
Hoewel wij Victorian America nog steeds haar beste plaat vinden (nummer 3 in mijn muzikaal jaaroverzicht van 2009), krijgt geen enkel lied van onze favoriet een plaats in de setlist. Met Two shots to the head en Dagger komt het debuut wel tweemaal aan bod. Tussen de afzonderlijke composities door zitten (te) lange pauzes, waardoor de vaart steeds uit de set gehaald wordt en wat opgebouwd werd, opnieuw inzakt als een soufflé. En zo lijkt de dame waarvoor we gekomen waren, na eerdere goeie concerten de voorbije jaren, met het nieuwere werk een beetje de koers kwijt.



Je kan dit concertverslag ook hier lezen op Indiestyle.

Setlist Emily Jane White:
  1. Intro
  2. Keeley
  3. Faster than the devil
  4. The black oak
  5. Holiday song
  6. Dandelion daze
  7. My beloved
  8. Two shots to the head
  9. Silence / Slain
  10. Dagger
  11. Wake 
Voor verslagen van eerdere concerten van Emily Jane White die ik zag, verwijs ik je graag naar hier (concert in een café in 2009) en hier (in de Botanique een jaar later).

10 maart 2014

Neneh Cherry


Neneh Cherry reeg eind jaren 80 en begin jaren 90 meerdere hits aan elkaar met Buffalo stance, Manchild, I've got you under my skinn (voor de Red hot + blue-compilatie) en 7 seconds (met Youssou N’Dour). Haar laatste solowapenfeit dateert al van 1996. Nochtans zat deze dame niet stil: ze werkte mee aan heel wat projecten en albums van anderen. En nu is er dus Blank project. Wie de Zweedse al vergeten was, zal verbluft worden.
De dochter van jazzmuzikant Don Cherry bewijst dat ze de vinger nog steeds aan de pols heeft en vindt zichzelf opnieuw uit, zo lijkt het. Na het erg sobere Across the water wordt de titelsong geschraagd door de betere dubstepbeats. Ze slaagt erin de plaat toch herkenbaar te laten klinken, door de mix van moderne arrangementen en haar soms haast parlando manier van zingen. Naked is daar een erg mooi voorbeeld van. Het geheel klinkt strak, de vocalen soulvol en alles is eigentijds en tijdloos tegelijk. Een deel van de verdienste mag op conto geschreven worden van producer Four Tet. Die laat de artieste iets doen met dubstep dat de platgetreden paden vermijdt en het genre doet oplossen in een bad van allerlei muzikale stijlen. In 422 voert spaarzame electronica de boventoon en komt de Zweedse in de buurt van landgenoten The Knife. Een andere compatriot, Robyn, stelt zichzelf voor op Out of the black: “I’m Robyn on the microphone into the speakers, you know I’m not sick like that but I’ve got a fever.” De symbiose tussen het perfecte popgeluid van de gaste en het eigen universum van Neneh levert een single op met hitpotentieel.
Dossier is een buitenbeentje waar we wat langer aan moesten wennen vooraleer we begrepen waar de zangeres naartoe wil. Uiteindelijk past het zich goed in en mogen we stilaan een conclusie formuleren. Neneh Cherry is terug, met een album dat heel sterk begint, daarna een beetje aan kracht inboet maar in zijn geheel overeind blijft staan en de oude bekende opnieuw actueel en relevant maakt. Haar plekje in het muzieklandschap is ondanks de lange afwezigheid niet ingenomen en zij kan het rustig zelf opeisen. “Long time no see…”, zouden we durven zeggen.

Je kan deze recensie ook hier lezen op Indiestyle.

08 maart 2014

Mijn Bob Dylanjaar (6): Highway 61 revisited


Met Highway 61 revisited zijn we bij een absolute klassieker aanbeland, en hoe schrijf je daar nog iets zinnigs over, bijna vijftig jaar later. Vijftig! Jawel! Zolang geleden is het al (of toch bijna) dat Bob Dylan dit meesterwerk maakte.
Like a rolling stone is waarschijnlijk het meest bekende nummer dat hij ooit schreef, het lied dat werkelijk iedereen wel kent en al gehoord heeft. Ondanks zijn leeftijd boette het nog niets aan kracht in. Wel viel me op dat ik meestal niet echt goed meer luister naar deze song, en als je dat wel doet, wordt je overweldigd door de symbiose van tekst, muziek en zang die als een aanklacht op je nek vallen en je haast omver blazen. Toch is dit niet het beste van deze plaat, voor mij is dat Ballad of a thin man. Eigenlijk kende ik dit nummer niet zo heel goed, maar in de film I'm not there vond ik het al heel sterk en herhaalde beluisteringen hebben het onuitwisbaar in mijn hoofd geplant. Het slome ritme en het orgeltje dat zich op de achtergrond schuilhoudt alsof we het niet zouden opmerken, verdiepen de wanhoop die uit de tekst spreekt. Het hoofdpersonage (Mr Jones, wellicht Dylan zelf) bevindt zich in een surrealistische wereld waarin zijn bekendheid als een zware last over zijn schouders hangt, waarin niemand nog op een normale manier met hem communiceert, waarin verwachtingen niet eens afgetoetst worden maar opgelegd en waarin het contact met de realiteit verloren raakt. Deze interpretatie maak ik zeker na het gebruik ervan in de hierboven vermelde film. Dat gevoel van vervreemding was daarin op dat moment van het verhaal erg prominent, en het behoeft weinig verbeelding om te zien dat Dylan, die in korte tijd al heel wat succes had meegemaakt en een status had bereikt op eenzame hoogten, zich exact in zo'n positie bevond. Als psycholoog ben ik net aangetrokken door de vertolking van deze totale aliënatie, die ik nooit eerder zo scherp heb weten weergeven.
Uiteraard is er geen enkel zwak moment op dit album te bespeuren. Tombstone blues laat ons God op onze blote knieën danken dat Dylan elektrisch gegaan is: knap staaltje blues, alweer een pakkende tekst en gitaren die scheuren zonder hun beheersing te verliezen. Een pak slepender is It takes a lot to laught, it takes a train to cry waarin de piano en de mondharmonica strijden om de eer het triestigst te klinken. Vrolijker wordt het daarna met From a Buick 6, opnieuw een reden om de elektrische gitaren te bejubelen. 
Queen Jane approximately is een smeekbede waarin niet duidelijk is wie in de hoogste nood verkeert: Jane, die zich geconfronteerd weet met tegenslagen en een afvallige wereld, of de verteller die zo graag wil dat ze zich tot hem richt? De titelsong klinkt erg speels en het is de moeite waard om op internet op zoek te gaan naar de verhalen achter de personages die allemaal op één of andere manier naar Highway 61 verwezen worden (Abraham die zijn zoon moest offeren, kennen de meesten wellicht al...). In Just like Tom Thumb's blues krijgt de piano opnieuw een hoofdrol toegeschoven en die wordt met verve vertolkt. In een verzameling hoogtepunten zoals Highway 61 revisited steekt dit er nog steeds bovenuit. 
Afsluiter Desolation row is een perfecte synthese van wat Dylan zo goed maakt: een sterke tekst met verwijzingen naar heel wat verhalen (van Assepoes tot Romeo en Juliet en van Einstein tot de opvarenden van de Titanic) bovenop een melodie die zich ten dienste stelt van het verhaal. Dit is opnieuw de ware essentie van folk, en hoezeer in die tijd sommigen uit de folkscene hem ook een verrader mogen genoemd hebben, hier geeft hij hen lik op stuk.

06 maart 2014

Inwolves


Karen Willems, drummer bij Yuko -maar ook onder meer bij Zita Swoon, getuige bijvoorbeeld dit optreden, één van de beste die ik in 2012 zag-, heeft met Inwolves een ep gemaakt: Air+. Ik was behoorlijk verrast (al wist ik eigenlijk niet goed wat te verwachten) door de muziek.
Nochtans had het artwork mij al wat moeten voorbereiden: koeien in de mist roepen een sfeer op die perfect verklankt wordt in Trees de Drongengoed, op de "Tree side" van de ep. De dreigende instrumentatie van het begin wordt overgoten met abstracte hiphop à la DJ Krush. Daar doorheen vloeit nog een andere muzikale lijn en zo verstrengelt alles zich tot een prachtige opener. In ons hoofd zien we al betoverende animaties die als clip zouden kunnen dienen bij dit werkstuk dat verwijst naar het Drongengoed in Ursel, niet zo ver van waar Karen Willems (zo meen ik af te kunnen leiden uit het weinig wat ik over haar weet) woont. 
Ook de titelsong start onheilspellend en ik verbeeld me dat de koeien mutaties zijn die de vervormde vocalen uitstoten: het is wellicht mijn fantasie die op hol slaat, maar wat wil je in de late uurtjes met deze muziek. Een verademing in die beginnende nachtmerrie is dan ook Hold the time, dat geplukt lijkt van de soundtrack die Eric Serra maakte voor Le grand bleu. Opnieuw worden we op het verkeerde been gezet, wanneer modernere electronische muziek dit nummer kaapt. De drums vormen het bindmiddel dat de saus niet laat schiften. De A-zijde wordt afgesloten door Roadmovie en we besluiten ons niet meer te laten misleiden door de sfeer die opgeroepen wordt in de intro. Dit keer echter wordt volgehouden tot het eind.
Op de "Cow side" volgen nog drie songs. Landmannalaugar drijft op de percussie die tribaal aandoet en me herinnert aan het intrigerendste van Dead Can Dance. Net voor halfweg verandert de toon in de intussen alomtegenwoordige dreiging, tot het thema hernomen wordt. De visioenen die mijn hoofd nu vullen, zijn grotendeels gebaseerd op De naam van de roos. Heermoes sluit er naadloos bij aan, tot een vrolijk, haast gefloten motiefje de ep voor het eerst lijkt op te vrolijken. Algauw echter loeren monnikskappen die eeuwenlange geheimen meedragen, om de hoek. Afgesloten wordt er met Space communication dat de rust herstelt, de avond vervroegd inluidt terwijl de mist de koeien verslindt voor het oog. Het is mooi geweest, erg mooi.


Je kan deze ep hier zowel digitaal of op vinyl bestellen. Inwolves treedt binnenkort op in De Kreun in Kortrijk (4 april), de Beursschouwburg in Brussel (5 april), het Concertgebouw in Brugge (18 april), de Sint-Jacobskerk in Gent tijdens Ha'Fest (9 mei), de AB in Brussel (28 mei) en DOK in Gent, via Democrazy (29 mei).

Hieronder kan je de ep alvast beluisteren:

Fanfarlo


We hebben heel wat moeten kauwen en malen vooraleer we deze woorden aan het virtuele papier konden toevertrouwen. De nieuwe plaat van Fanfarlo heeft ons in de ban gehouden. We hebben met Let's go extinct geworsteld, er verbeten naar geluisterd, gesjiekt en heroverwogen. En nog steeds zijn we er niet zo goed uit. Dat heeft alles met de voorgangers te maken.
In 2009 wisten de Londenaars indruk te maken met hun debuut Reservoir (dat mijn eindejaarlijstje haalde met een mooie 15e plaats). Daarop klonken ze als een kruising van vintage eighties muziek, het theatrale van Arcade Fire en het weidse van The Low Anthem. Opvolger Rooms filled with light was dan weer speelser en daardoor lichter verteerbaar. Wat we met hun derde worp aanmoeten, weten we daarentegen niet zo heel goed. Nochtans zijn er weinig tot geen zwakke momenten. Toegegeven, we zijn niet echt weg van Cell song en Painting with life is ons wat te stroperig, al herkennen we er enkele goede ideeën in en toetsen die dit nummer toch een beetje boven zichzelf laten uitstijgen. Doch verder horen we ook niet echt uitschieters.
De jaren 80 zijn prominent aanwezig in A distance, dat balanceert tussen Pet Shop Boys en Electronic, en de vooruitgestuurde single Landlocked. Opener Life in the sky is dan weer erg schatplichtig aan het oudere werk van Arcade Fire. Verder dan een light versie echter reiken ze hier niet. The beginning and the end brengt The Style Council en The Divine Comedy in herinnering, hoewel een sterke melodie ontbreekt. Het titelnummer mag afsluiten en doet dat met blazers en strijkers die de vocalen in smoking hijsen. In zijn geheel is Let's go extinct overigens een erg genietbare plaat, die zich niet opdringt en als zoete honing binnenglijdt. En toch lijkt het vijftal zijn plafond bereikt te hebben.

Je kan deze recensie ook hier lezen op Indiestyle.

04 maart 2014

Lied van de week: week 10 - 2014

Meet the foetus/Oh the joy - Brody Dalle


Voor velen zal Brody Dalle een nobele onbekende zijn. Toch heeft deze vrouw al een behoorlijk indrukwekkend parcours achter de rug. Op haar 18e, toen ze frontvrouw was van The Distillers en met die band Australië veroverde, trouwde ze met Tim Armstrong van Rancid. Na vier albums gaf de band er de brui aan en ze verkaste naar de VS, waar ze meewerkte aan sessies voor Eagles Of Death Metal en Queens Of The Stone Age. Intussen gescheiden leerde ze op die manier Josh Homme kennen, met wie ze tegenwoordig gehuwd is. Dit is van haar eerste solo-album, waaraan leden van QOTSA, The Strokes en Warpaint meewerkten en dat in april verschijnt. De tweede stem op deze single is van Shirley Manson van Garbage.

Je kan het nummer hier via iTunes bestellen.

03 maart 2014

Nijdrop concert: Marble Sounds (voorprogramma: Astronaute)


Kind en Gezin en kinderartsen hebben groeicurves waaraan ze afmeten of een kind zich goed ontwikkelt qua lengte en gewicht. Een dergelijk instrument bestaat in feite niet voor de evolutie van een band. Mochten we er één hanteren, dan zouden we na het optreden woensdagavond van Marble Sounds in de Nijdrop in Opwijk instemmend knikken. Na twee albums en talloze optredens bevinden ze zich op een niveau dat (bijna) uitverkochte concerten als headliner in het clubcircuit oplevert.


Lange tijd trad Myrthe Luyten alias Astronaute solo op. Haar breekbare liedjes leken ook net door haar eenzame verschijning op een podium van delicaat kristal. Met muzikanten om zich heen als Gianni Marzo (Marble Sounds/Isbells) en Joshua Geboers (Bearskin) krijg je een heel ander optreden waarin de songs aan reliëf winnen. Het mooie is dat de toegevoegde drums, gitaar, bas en gisteren zelfs trompet (Gerd Van Mulders) niet overheersen, maar hun rol als ondersteuner met verve opnemen. In het krachtige slotnummer Spinning levert dat een fijne finale op.


De zes muzikanten van Marble Sounds kunnen putten uit twee uitstekende platen en dat leverde een set op die goed begon en bij meer dan uitstekend eindigde. Naast frontman Pieter Van Dessel voegt Gianni Marzo heerlijke gitaartoetsen toe, die soms subtiel zijn en soms juist prominent op de voorgrond treden. Met zichtbaar spelplezier, dat overigens gedeeld wordt door de rest van de groep, zuigt hij stilaan bijna evenveel aandacht naar zich toe als het opperhoofd van Marble Sounds. Vroeg in het optreden krijgen we met Photographs, dat de nieuwe (heruitgebrachte) single wordt, al een eerste hoogtepunt en alsof het niets is, volgt daar meteen My friend op. Als krokante korstjes in een salade worden daar samples over gestrooid: prachtig vinden wij dat. Ship in the sand is de volgende bijzondere vermelding waard en vanaf The summer of the sun worden de uitschieters als kralen aaneengeregen. Sky high, waar het allemaal mee begon, wordt vocaal ondersteund door Renée, die even later ook terugkomt voor Evenings.
Het publiek klapt en roept hen het podium terug op voor hun recentste succesnummer Leave a light on, dat voor het eerst samen met Renée gezongen wordt. Wij adviseren Marble Sounds deze samenwerking zeker te blijven herhalen. Zoals Triggerfinger ooit I follow rivers coverde bij Giel Beelen van 3FM, nam Marble Sounds in datzelfde radioprogramma een andere toenmalige top 50-song onder handen. Ze kozen voor Trumpets van Jason Derulo en toch ook wel een beetje als eerbetoon aan trompettist Gerd Van Mulders eindigde de groep hiermee de avond. Daarbij klonken ze ergens tussen Ozark Henry die zijn comfort zone verlaat en Isbells. Er zijn slechtere plekken om te landen.


Setlist:
 

1. The Silent Song
2. The Time To Sleep
3. No One Ever Gave Us The Right
4. Photographs
5. My Friend
6. A New Breeze
7. Ship In The Sand
8. Smoking Was A Day Job
9. Good Occasions
10. If You Stay Then I Can’t Go
11. The Summer Of The Sun
12. Dance Clarence Dance
13. Sky High
14. Never Lost, Never Won
15. Evenings
———————————————–
16. Leave A Light On
17. Trumpets


Je kan dit concertverslag ook hier lezen op Indiestyle.

02 maart 2014

Gratis download: nieuwe song van Sophia


Hoe ik Sophia ooit leerde kennen, kan je hier lezen. In de aanloop naar hun intussen al zesde reguliere album, dat deze zomer verwacht wordt. Je kan het nummer, It's easy to be lonely, hieronder of via hun Bandcamp downloaden:

It's easy to be lonely (mp3)

26 februari 2014

Lied van de week: week 9 - 2014

Dead city Emily - Marissa Nadler


Marissa Nadler heeft net een vijfde album uit, July. In de VS verscheen het bij het Sacred Bones label (bekend van o.a. Zola Jesus, Pop. 1280, The Men, Led Er Est, Föllakzoid,...). De dromerige folk van deze vrouw past er ook wel, en dit liedje neemt je mee in haar droomwereld.


Je kan het album hier bestellen.

Lyrics:

I was coming apart those days
I don’t give a damn about the way
Colors on the trees change from red to green
It’s a dead city, Emily
But it was a blaze, still, I had to stay
With that band, Emily


I saw the light today
Opened up the door
And the other man would run, run away
And we’re stuck inside the moon
And the other man would run, run away
And we’ll need something more


I was coming apart those days
I don’t give a damn about the way
Birds fly in the breeze, things you say to me
It’s a dead city, Emily
I cannot recall leaving, we said all
It’s a dead city in between


I saw the light today
Opened up the door
And the other man would run, run away
And we’re stuck inside the wall
Oh, it looked so bright today
Opened up the door
And the other man would run, run away
And leave something more


And the other man would run, run away
From the house and to the shore


Dead city, Emily
Dead city, Emily
Dead city, Emily
Dead city, Emily

25 februari 2014

The Notwist


Toen The Notwist in 1998 voor het eerst een groter publiek bereikte met de single Chemicals wisten we dat deze Duitsers een heel bijzondere bijdrage leverden aan het muzikale universum waarin we ons graag bewegen. Ze hadden toen al enkele albums uit die hier vrij onopgemerkt gepasseerd waren. Hun negende langspeler Close to the glass bevestigt wat intussen al ruimer bekend is: clicks, beats en electronica zijn perfect combineerbaar met mooie melodieën.
De titelsong is daar een heel mooi voorbeeld van: allerlei geluiden drijven het nummer tot tribale ritmes, die ons doen denken aan Missy “Misdemeanor” Elliott, bekend van Work it en Get ur freak on. Daaroverheen wordt een sausje van catchy zang gegoten. Kong is post-grunge à la Buffalo Tom en Bettie Serveert. Casino klinkt als songwritermateriaal met minimaal slaapkamergeknutsel. Hoogtepunt Run run run is de perfecte hedendaagse single. Als een echte oorwurm nestelt het zich onder je hersenpan, geschraagd door samples en loops die de 21e eeuw verzoenen met klassieke songsmeedkunst. Lineri en From one wrong place to the next hebben hun zwaartepunt net in de electronica liggen.
Zo varieert deze plaat ruimschoots om onze aandacht de hele tijd vast te houden. Niet alles haalt een even hoog niveau, maar stinkers zitten er niet tussen. Neon golden, volgens velen nog steeds het beste werk van The Notwist, weten de Duitsers hier niet naar de kroon te steken. Wel leveren ze een schijf af die zijn plaats in je platenkast verdient. Bij momenten horen we parallellen met Amnesiac en Kid A van Radiohead, zij het dat we hier te maken krijgen met subtoppers die hun inspiratie halen bij de ware grootmeesters. Enkel het al eerder genoemde Run run run is van zo’n absolute klasse dat het op die meesterwerken niet zou misstaan.

Je kan deze recensie ook hier lezen op Indiestyle.

24 februari 2014

Music for undays


Ruim twee jaar geleden richtte N.E.W.S.-medewerker Tim Beuckels Unday Records op, waarmee hij ambitieuze plannen koestert. Tussen de gesmaakte releases vallen de namen op van Trixie Whitley, Flying Horseman en Dans Dans. Als staalkaart van hun kunnen kozen ze ervoor elke artiest, evenals drie (nog) niet getekende bands, te vragen om iets nieuws te maken. Het resultaat is een indrukwekkende en verrassend consistente verzamelaar geworden.
In het interview met Tim Beuckels kon je al bij elk nummer een korte toelichting lezen. Van het live uitgevoerde River man door Dans Dans tot nieuw ineengeknutselde miniatuurtjes als All that keeps us van Hydrogen Sea (met hulp van Imaginary Family), alle dertien songs worden gekenmerkt door een eigen klankkleur en een geheel eigen stem, die bovendien allemaal ook wel bij elkaar passen. Evident is dat niet als je naast huiskamervlijt ook Dr. John achternagaande swampy bluesrock plaatst. En toch zouden we bijna durven spreken van een huisstijl die herkenbaar wordt.
Speelse elementen vieren hoogtij in de bijdragen van Yuko (The idealist), Woolf (Hush) en Yellow Straps (Valium), terwijl net ingetogenheid de bovenhand krijgt bij I Will, I Swear (Mess), Imaginary Family (The riddle) en het al vernoemde Hydrogen Sea. We krijgen ook enkele mooie covers voorgeschoteld. Flying Horseman (eigenlijk Bert Dockx solo) geeft Townes Van Zandt een nieuwe levensadem (Highway kind), Dans Dans (met diezelfde Bert) neemt Nick Drake onder handen (River man) en Blackie & The Oohoos doen iets moois met Plain gold ring van Nina Simone. Voeg daar nog prijsbeest Trixie Whitley aan toe met de demoversie van het nieuwe Toledo en je hebt goud in handen, besef je.
Mooie plaatjes horen thuis in mooie hoezen. Het siert Unday Records dan ook dat ze dat esthetische aspect niet veronachtzaamd hebben en een erg mooie, sfeervolle hoesfoto kozen. Wil je die helemaal tot zijn recht laten komen, is er overigens een vinylversie van de compilatie.

Je kan deze recensie ook hier lezen op Indiestyle.

Interview Tim Beuckels (Unday records)


Vandaag brengt het Gentse Unday Records een labelcompilatie uit, Music for undays. Dat was voor ons de perfecte aanleiding om labelbaas Tim Beuckels te spreken.


“De bedoeling,” zo vertelde hij, “was om voor deze verzamelaar onze mensen echt aan het werk te zetten en nieuwe muziek te laten maken. We willen immers een visitekaartje afleveren van een volwassen wordend label. Dertien artiesten, waaronder de tien die al bij ons zaten, hebben we gevraagd. Allen hebben ze een bijdrage geleverd.”
Hij legt uit dat de opdracht die de muzikanten meekregen erg ruim bleef: maak een nummer tegen die datum. Zowel Kristof Deneijs (van Yuko) als Ian Clement hebben een homestudio waarvan jullie gebruik mogen maken. Zo is uiteindelijk ook bijna iedereen in één van die twee studio’s terechtgekomen. Tim legt uit dat daardoor een erg ongedwongen sfeer ontstond, waarin kruisbestuivingen mogelijk werden en artiesten spontaan gingen samenwerken. Zo heeft Hydrogen Sea samen met Imaginary Family iets nieuws gecreëerd.
“Slechts twee artiesten hadden zulk een drukke agenda dat ze er niet meer in slaagden een echt nieuw nummer te leveren. Dans Dans leverde ons wel een mooie live-opname van de cover van Nick Drake die ze speelden in Gent.”

Tim Beuckels gaf ons wat toelichting bij elk nummer:

The Idealist – Yuko: dit is hun eerste nummer in twee jaar tijd en moet de voorloper worden van het nakende album, dat ze net in de nieuwe bezetting hebben opgenomen.

Toledo – Trixie Whitley: hier horen we de demoversie van een lied dat misschien op de volgende plaat zal terechtkomen.

Highway Kind – Flying Horseman: Bert Dockx brengt solo een cover van éénvan mijn lievelingssongs van Townes Van Zandt.

The Riddle – Imaginary Family: Joanna Isselé, de dame achter Imaginary Family, lijkt misschien niet erg productief, ze neemt de tijd om rustig aan haar materiaal te werken. Dit is alvast wat ze speciaal voor deze compilatie opnam.

Under My Skin – Spidergoats featuring Ian Clement: Spidergoats is de nieuwe groep rond Pieter-Paul De Vos van Raketkanon en Kapitan Korsakov. Ian Clement, in wiens studio dit lied werd opgenomen, droeg er aan ook aan bij.

Innuendo – Ian Clement: Ian zelf schreef ook iets nieuws. Het heeft een erg swampy jaren 70-groove, waar ik wel van hou.

River Man – Dans Dans: dit is opgenomen tijdens een optreden op DOK in Gent. In stillere momenten hoorde je op het podium de dj die even verderop draaide. Hij had net La cucaracha op de draaitafel liggen, vandaar de intro.

Plain Gold Ring – Blackie & The Oohoos: een zeer geslaagde cover van Nina Simone. Dit was de eerste song die af was, de eerste opname ook in Kristofs nieuwe studio. Heel indrukwekkend vond ik het.

Hush – Woolf: dit is een jonge band die nog niet eerder muziek uitbracht. Ik vind ze wat pastoraal folky klinken, het doet me wat aan Fleet Foxes denken.

Mess – I Will, I Swear: voorheen was dit een duo dat een soort slaapkamermuziek in elkaar knutselde, maar stilaan zijn ze uitgebreid tot een echte band met strijkers en dergelijke. In die bezetting maakten ze dit als eerste lied, en ze werken aan een debuut-ep.

Valium – Yellow Straps: de gemiddelde leeftijd van deze groep ligt ergens rond de 20 jaar denk ik. Ze komen uit Braine-l’Alleud en hadden nog geen officiële releases op hun naam staan. Hun indie-electronica is iets helemaal anders dan de bands die momenteel bij Unday zitten, en daarom net heb ik hen ook gevraagd. Ze speelden een sessieversie van een nummer dat ze wel al op YouTube gezet hadden. Super-take.

All That Keeps Us – Hydrogen Sea featuring Imaginary Family: Hydrogen Sea wilde al langer iets samen doen met Joanna Isselé en voor deze verzamelaar namen ze in één dag deze minimalistische song op.

Underland – Maya’s Moving Castle: Maya heeft naar aanleiding van onze vraag een onafgewerkt idee opnieuw onder handen genomen en uitgewerkt tot dit nummer.

Zelf vindt de man achter Unday alvast dat zijn grootste schrik, dat het een onsamenhangend geheel zou worden, gelukkig niet uitgekomen is en dat je doorheen de compilatie een consistent beeld krijgt van het label. Over de cover art vertelt hij: “Het is een foto die genomen werd door Timothy O’Sullivan ergens rond 1875, uit een hele reeks die opdook en die Bert Dockx ooit eens had laten zien. Dit beeld heet The white house of Arizona en ik vind dat je er telkens nieuwe dingen in ontdekt. Bovendien past het qua sfeer zowel bij de muziek op de verzamelaar, als binnen de esthetische lijn die we willen aanhouden voor onze releases.”

Tim, die al een zestal jaar bij N.E.W.S. werkte, richtte het eigen label Unday op, waarvoor N.E.W.S de logistieke ondersteuning, promotie en distributie opneemt. Hij is daar nu bijna fulltime mee bezig. We vroegen hem wanneer een artiest in aanmerking komt voor Unday. “Eigenlijk bepalen we dat vrij intuïtief. Het moet naar ons aanvoelen supergoed zijn, iets bijzonders, de artiest moet “een” potentieel hebben. Het genre doet er dan niet zozeer toe, zolang de uitvoerder het in zich heeft om uit de band te springen. Bij wijze van spreken moet elke release in aanmerking komen voor de eindejaarslijstjes. Daarom kunnen we per jaar ook maar vier à vijf albums uitbrengen. Het vraagt immers een heel specifieke, één-op-één-aanpak van de artiesten om goed met hun plaat aan de slag te gaan.”
Het scouten van nieuwe acts neemt ook een aanzienlijk deel van zijn tijd in beslag. “Sowieso komen er constant spontaan demo’s bij ons terecht, maar het meeste ontdekken we via via, mensen die iemand vernoemen, waarna die naam nog enkele keren valt. Ik ga veel naar concerten en scouten is vooral een kwestie van je sensoren open te houden.”
Op onze vraag welke ambitie hij koestert, antwoordt Tim: “We willen een kwaliteitslabel worden, waarbij de naam alleen al voor de luisteraar een garantie wordt dat hij iets bijzonders te horen zal krijgen. De grootste uitdaging is nu ook om internationaal iets te betekenen. Er zitten best wel wat artiesten bij ons die ook elders kunnen opvallen. Dat verhaal brengen is echter allesbehalve evident, en al zeker niet in het Verenigd Koninkrijk. Toch geloven we dat het mogelijk is, het kost alleen veel moeite.”


Music for Undays wordt op 24 februari digitaal, op cd en op vinyl uitgebracht en wordt verdeeld door N.E.W.S.

Je kan dit interview ook hier lezen op Indiestyle.

23 februari 2014

4AD concert: Thee Silver Mount Zion Memorial Orchestra

foto: Bram De Greve
Het is niet altijd eenvoudig om een verslag te schrijven over post-rockconcerten. Afzonderlijke songs schijnen niet zo heel belangrijk, de meeste albums vormen vooral een geheel waarin de individuele nummers in elkaar overvloeien en soms moeilijk te onderscheiden zijn. Zelfs met zang gelijkt het zeker na meerdere platen wel nogal op elkaar bij eenzelfde band. Zaterdagavond in de 4AD in Diksmuide was Thee Silver Mount Zion Memorial Orchestra duidelijk van plan ons van het tegendeel te overtuigen door de meeste nummers aan te kondigen, met zelfs een stukje uitleg erbij.
Zoals verwacht kwam het recente album Fuck off get free we pour light on everything (waarvan u hier onze recensie kan lezen) ruimschoots aan bod. Er werd stevig afgetrapt met wat we ondanks de kleine variatie toch de titelsong durven noemen en Austerity blues. Dat zijn twee lappen schuimbekkende muziek met een indrukwekkende wall of sound van violen en gitaar, terwijl de bassist een dikke grondlaag legt en de drums gemept worden alsof zij de schuldigen zijn voor de woede van frontman Efrim Menuck. Diens zang is verrassend hoog voor een man die eruitziet als een kruising tussen Warren Ellis en Slash van Guns ‘N Roses, inclusief tattoos. Thema’s die aan bod komen zijn uiteraard de staat van de wereld, maar ook te vroeg gestorven muzikanten, onder meer in Take away these early grave blues. 'Piphany rambler uit het vier jaar geleden verschenen Kollaps tradixionales wordt aangekondigd als een vrolijk lied over verdrietig zijn. Erg opgewekt vinden wij het niet klinken.
Hoogtepunt in deze set was zonder twijfel het niet op plaat verschenen All the kings are dead. Wat een rauwe brok post-rock werd daar over ons heen gegoten, zeg. De beide violistes lieten hun instrument alle hoeken van de kamer zien, de gitaar werd leeggeramd tot we bedolven werden onder blues- en metalakkoorden en binnen één song waren de tempowisselingen veelvuldiger dan de omslagen van de stemming van een manisch-depressieve man.
Het hele concert lang baadden de Canadezen in blauw licht. Van donker naar helder kregen we vele schakeringen te zien. In een halve cirkel stonden de bandleden opgesteld, zodat elk van hen op democratische wijze evenzeer in de spots stond. De bassist haalde enkele keren zijn contrabas boven, de drummer kreeg een solozanglijn en vooraan stonden beide strijkers, elk aan één eind van de gevormde hemisfeer.
Na uitbundig applaus kregen we hen nog één keer te zien voor een bisronde die wat teleurstellend kort zou blijken. Little ones run werd op ons losgelaten vooraleer we, overspoeld door de stormen en de zalvingen die het vijftal over ons had uitgestrooid, de nacht in liepen.

Setlist:
 

1. Fuck off get free (For the island of Montreal)
2. Austerity blues
3. Take away these early grave blues
4. Rains thru the roof at thee grande ballroom (For capital steez)
5. ‘Piphany rambler
6. All the kings are dead
7. What we love is not enough


Bis: Little ones run

Je kan dit concertverslag ook hier lezen op Indiestyle.

22 februari 2014

Lied van de week: week 8 - 2014

Djanegh etoumast - Tamikrest


De Touareg muzikanten van Tamikrest brengen een soort Afrikaanse blues die onterecht onderbelicht blijft bij ons. Toch mocht de band zich al verheugen op samenwerkingen met Dirtmusic (Chris Brokaw van Come, Chris Eckman van The Walkabouts en Hugo Race) op BKO.
Vorig jaar brachten ze het album Chatma uit, waar deze nieuwe single uit getrokken werd, met een mooie clip.

Je kan het album hier kopen.

Gelezen (58)

Once there was a war - John Steinbeck


In deze verzameling stukken die John Steinbeck schreef voor de krant tijdens de Tweede Wereldoorlog, krijgen we een andere inkijk in wat de oorlog betekent voor vele Amerikaanse soldaten. Hoewel de stukken moesten voldoen aan het adagium dat het moreel van de troepen en van de achterblijvende families en vrienden in de VS niet mocht geschaad worden, slaagt Steinbeck er toch in meer dan enkel heroïek te tonen. Het gezicht van soldaten en van in een oorlog opereren, wordt voldoende zichtbaar om hier en daar ook een klein beetje menselijkheid door te laten sijpelen en zelfs lichte kritiek op het oorlogsgebeuren an sich. Zo schrijft Steinbeck dat niemand sterft, want mocht één persoon sterven, er geen oorlog meer zou zijn. Daarmee treft hij de ontmenselijking van zowel vijanden en eigen gesneuvelde soldaten meesterlijk.

Expo 58 - Jonathan Coe



In het nieuwste boek van Jonathan Coe wordt Thomas Foley, een medewerker van het Central Office of Information, naar Brussel gestuurd voor de wereldtentoonstelling van 1958. Hij moet er een oogje in het zeil houden in de pub aan het Britse paviljoen. In een periode van Koude Oorlog blijkt de Expo, waar de Amerikaanse en Sovjetpaviljoenen naast elkaar liggen, een broeihaard voor spionage-activiteiten. Foley, die nogal naïef is in dit soort zaken, raakt erin verwikkeld. Bovendien groeit er iets tussen de hostess Anneke en de Brit, die thuis nog een vrouw en kind heeft. 
Het boek maakt nieuwsgierig naar de expo. Ik wil meer weten over hoe het was, hoe al die paviljoenen eruitzagen (de tentoonstelling in het Atomium, zo herinner ik me, geeft daar wel een goed beeld van), ik wil mensen spreken die er waren,... Maar ook los daarvan, is het een erg aangenaam leesbaar boek. Van deze schrijver las ik wel al meer, en dit behoort zeker tot zijn beste werk. 
En toch wil ik van de gelegenheid gebruikmaken om één van zijn eerste boeken, Het huis van de slaap, nog eens extra aan te bevelen...

21 februari 2014

Democrazy concert: Damien Jurado (voorprogramma: Courtney Marie Andrews)


In een recent interview met Indiestyle drukte Damien Jurado de wens uit niet in één hokje gestopt te kunnen worden. Zijn nieuwste plaat, Brothers and sisters of the eternal son, is van zulk een hoge kwaliteit en toont zoveel veelzijdigheid dat het vakje “folk” eigenlijk niet volstaat. We waren dan ook erg benieuwd wat zoiets live zou opleveren woensdagavond in de Gentse Handelsbeurs.


Courtney Marie Andrews ziet er met haar vlechtjes jonger uit dan werkelijk het geval is. Niets laat vermoeden dat ze intussen al vijf platen op haar naam staan heeft. Fingerpickend bespeelt deze dame haar gitaar en daaroverheen zingt ze met een stem die we situeren in de driehoek Rickie Lee Jones, Joni Mitchell en Tori Amos. Misschien gaan je wenkbrauwen fronsen bij die referenties, doch op verschillende momenten wordt elk van hen wel degelijk benaderd, al is Rickie Lee Jones de vaakst voorkomende gelijkenis. De Amerikaanse is zichtbaar opgetogen haar zoete countryfolksongs te mogen brengen voor dit publiek. Omdat haar nummers acht verschillende toonaarden vergen, heeft ze tijdens het stemmen wel wat tijd te vullen. Haar enige mopje willen we je niet onthouden: “Hoeveel weegt een hipster?… Een Instagram.”


Grapjes zijn er lange tijd niet bij voor Damien Jurado. We zijn bijna een half uur ver in zijn set vooraleer hij zich de eerste maal tot het publiek richt. We hebben dan al een rits mooie liedjes geserveerd gekregen met enkel de combinatie van gitaar en stem. Daardoor klinken die ook uitgebeender dan op plaat. Jurado komt op met zijn jas, die hij na enkele nummers uitspeelt. De man concentreert zich ten volle op de muziek. Opener Metallic cloud legt de lat dan ook erg hoog. Toch lijkt de spaarzame bezetting van vocalen en zijn eigen instrument hem net weer dat ene hokje van de folk in te duwen.
Wanneer Jurado zich uiteindelijk wel tot de toehoorders richt, blijken we te maken te hebben met een grappige, raak observerende en wat nuchtere man, die best wel zinnige dingen te vertellen heeft. In een tweede intermezzo waarin het publiek vragen mag stellen, zet hij zijn theorie over muziek maken en concerten uiteen. De Amerikaan legt uit zichzelf eerder als een studio-artiest te zien dan als een livemuzikant, maar in ieder geval niet het album zomaar te willen komen spelen. Op het podium is Damien Jurado een vertegenwoordiger van de plaat. Die toelichting maakt het ook makkelijker om te begrijpen wat voor onze ogen en oren gebeurt. Solo kan hij zijn repertoire ad hoc bepalen. Hij neemt er dan ook graag een verzoekje bij (“This is what you get if you’re patient, I’ll play your request now.”) en de versies in de Handelsbeurs krijgen een andere diepgang, een andere dynamiek, een andere textuur dan wat je thuis kan herbeluisteren. In Magic number zingt Damien Jurado ”It’s my time to confuse” en dat zou een mooie samenvatting kunnen vormen voor dit concertverslag.


Het massale applaus roept hem terug het podium op voor vier songs, waaronder het prachtige Jericho road, enkele weken geleden nog lied van de week. Opnieuw wordt tijd uitgetrokken om te vertellen hoezeer hij vereerd is voor ons te spelen en zich bewust van het cliché, vertelt de man over het keerpunt dat maakte dat hij niet langer op ziet tegen optredens. Dat God daarin een bezielende kracht is, is voor een Amerikaan wellicht minder vreemd dan voor een groot deel van zijn Europees publiek. De muziek echter spreekt iedereen zo sterk aan, dat hij nog een tweede maal tot toegiften gedwongen wordt. Everything trying (uit de film La grande bellezza) en Museum of flight vormen de perfecte afsluiters van een bijzonder optreden.

Je kan dit verslag ook hier lezen op Indiestyle.
Het concertverslag van het huisconcert dat ik hem ooit zag geven, lees je hier.