25 december 2013

Kerstgeschenk: gratis download van Bearskin

De Limburgers van Bearskin (wiens debuutalbum ik hier besprak) hebben hun eigen nummer Passive opnieuw opgenomen, met hulp van trompettist Gerd Van Mulders (Isbells, Marble Sounds, Headphone) en violist Bram Heggermont. En als kerstcadeau bieden ze het bovendien ook gratis aan, via deze link of via de widget hieronder.
Goed nieuws ook: op 15 februari speelt de groep in onze huiskamer een Ongeletterd Concert.


Je kan hieronder trouwens hun hele album nog eens beluisteren:

24 december 2013

Lied van de week: week 52 - 2013

The old and the young - Midlake


Wat ik van het nieuwe album van Midlake vind, kon je hier al lezen. Ik vermeldde er ook al dat The old and the young een hoogtepunt is op die plaat, en daarmee mag Midlake als laatste dit jaar het "lied van de week" leveren. 

Je kan het album Antiphon hier kopen.

Lyrics:

Time will have warranted
All that the foliage brung
Falls to the ground
At the feet of the old and the young
Tired and worn
From a life made of wallow and pain
Of what will be made
Is all that remains at the core

Bear the old and the young
Time will have warranted
All that the foliage brung
Bear the old and the young

Awoke from a long one
That came on the heels of a day
Where sun would arise
And then grant us the kindness of ray
Fields full of gladness
Surrounded by droves that await
And look for the grave
In everything adorn

23 december 2013

Roy Harper


Eerder dit jaar liet Roen me kennismaken met Stormcock van Roy Harper. Ik kende de Britse zanger en muzikant eigenlijk niet. Wat rondzoeken op het net leerde me dat hij meezong op het album Wish you were here van Pink Floyd en dat Led Zeppelin een song over hem maakte (Hats off to (Roy) Harper). Hij bleek vooral in de jaren 70, 80 en 90 erg productief en werkte onder meer samen met Kate Bush en Jimmy Page. Ik lees hier en daar dat hij zeker de moeite waard is om wat beter te leren kennen. Ik zal dat maar bij mijn voornemens voor 2014 gooien, zeker?
Dit jaar bracht hij opnieuw een plaat uit. Daarop staat hij als een wat dreigende, oudere man, met hoorns afgebeeld. De titel, Man & myth, en de typografie die gebruikt werd, suggereren dat de amper 7 liederen die erop geperst werden, je bij je nekvel gaan grijpen en je tot luisteren zullen dwingen. 
The enemy opent de plaat met heerlijk laidback gitaarspel. "We are soldiers from a different world, both her and I", zingt Harper. De stem die ons oor binnendringt, klinkt als goed gerijpte oude kaas. Als ik het goed begrepen heb, vertolkt hij het gevoel van een oudere generatie die evoluties heeft gezien die onstopbaar bleken maar zelden een verbetering inhielden. We horen echter geen verbittering of misprijzen, maar een observerende blik die accepteert dat tijden nu eenmaal veranderen.
Berusting lijkt ook het overheersend gevoel in Time is temporary, dat verhaalt over een ontmoeting tussen vreemden, die even kortstondig kan zijn als het vluchtige moment. Ook in January man laat de tijd rimpels en groeven na, nog het meest in de ziel. Niets lijkt de oude zanger nog evident, niets lijkt nog vanzelf te gaan. Er wordt overal een last van jaren meegesleurd, die niet afgeworpen kan worden. 
72 jaar is Roy Harper intussen en het verwondert dan ook niet dat zijn leeftijd, zijn ouderdom telkens opnieuw een belangrijke rol spelen in de nummers op deze plaat. De vervreemding die een lang leven kan opleveren, wordt prachtig bezongen in The stranger. Muzikaal is dit één van de hoogtepunten van de plaat. Hier geldt dat eenvoud siert, al is het wellicht bedrieglijke eenvoud, waarin details verborgen werden die zich slechts moeizaam en na talrijke beluisteringen openbaren. 
Een koperblazer brengt variatie in dit album op Cloud cuckooland, waarin alweer geen optimistische visie op het leven te aanhoren valt. Prachtige muziek daarentegen is alweer ons deel. Net als enkele andere artiesten de voorbije jaren (Bob Dylan, Bruce Springsteen, Ry Cooder,...) laat Roy Harper zijn licht schijnen over de maatschappelijke realiteit waarin de financiële crisis vooral ten nadele van de onschuldigen uitdraait en waarin de rijken en gezichtsloze bedrijven wegen vinden om hun winst nog verder te maximaliseren. In tegenstelling tot enkele van zijn collega's, laat de Brit geen woede overheersen in zijn zang. 
Meer dan een kwartier lang vertelt Harper het verhaal van Orpheus, van zijn reis met Jason en de Argonauten (waar hij hen beschermt tegen de Sirenen) tot het verlies van Eurydice. De held uit de Griekse mythologie inspireerde eerder al Nick Cave en dit jaar nog Arcade Fire. Het hoeft wellicht niet te verbazen dat net een man met een mythische zangstem zovele artiesten aanzet tot het bezingen van (aspecten van) zijn leven. Hier wordt alvast rustig opgebouwd, en ontvouwt zich een soort mini-opera. Wie de tijd neemt om in de zetel rustig te luisteren, zal een zinvol kwartier beleven en deze song ten volle weten te waarderen.
Geëindigd wordt er met The exile, dat eveneens door Orpheus is geïnspireerd. Het gevoel van de banneling wordt haarscherp gedissecteerd.
Het boekje dat de CD vergezelt, bevat heel wat foto's van Roy Harper die het dreigende dat ik in het begin al beschreef, nog verder gestalte geeft. Bij elke song vind je naast de lyrics ook commentaar van de man zelf. 
Voor mijn eindejaarslijstje zal Roy Harper het wellicht moeten stellen met een lagere plaats dan deze plaat zou kunnen verdienen. Ter verschoning draag ik aan dat ik pas nu de plaat heb kunnen beluisteren en dat ik er al van overtuigd ben dat het zo'n album is dat je de tijd moet gunnen om onder de huid te kruipen. Dat zal in de komende weken ongetwijfeld gebeuren.

22 december 2013

Voor wie niet van kerst houdt...


Meestal worden we overspoeld met kerstplaten die gezelligheid, familiefeestjes en knusse warmte suggereren, maar omdat het ware leven daar niet noodzakelijkerwijze mee weerspiegeld wordt, heeft X-Ray Mary, een Amerikaanse "monster basement rock"-band uit Iowa, dit album op de wereld losgelaten. Nu ja, album is misschien wat veel eer voor een 6 songs tellende ep, maar toch...
Het goede nieuws is dat je de liedjes bovendien gratis mag downloaden op hun Bandcamppagina.




Ook de vier andere albums kan je op Bandcamp kopen:

21 december 2013

Midlake


Wat een prachtige openingssong is het titelnummer van Antiphon van Midlake toch? Weet je, ik dacht eerst dat het een nieuwe single was voor Tame Impala of Pond. Maar het zijn de Amerikanen die ons al eerder trakteerden op The trials of Van Occupanther en The courage of others die hiervoor verantwoordelijk zijn.
Ze strooien ons nog wel meer moois toe op dit album. Provider bijvoorbeeld beschikt over een mooie melodie, die halfweg de song echter wel wat verzuipt in het orgeltje. Een ander hoogtepunt is zeker The old and the young: alweer steelt een prachtige melodie de show, en baadt ze in arrangementen die me aan een lijntje binnenhalen als een vette vis. Vaak overheerst de sfeer (Vale, Provider reprise, This weight), maar het maakt natuurlijk het hoofdbestanddeel uit van de trip die ons aangeboden wordt.
Na het schitterende openingstrio lijkt aanvankelijk de soufflé een klein beetje in te zakken, maar dat zou wel een groeiertje kunnen blijken.

20 december 2013

Gratis downloads: Hydrogen Sea en Summer Camp

Er worden weer enkele leuke liedjes onze richting uitgezwierd, gratis en al...

Zo is er het duo Hydrogen Sea, bestaande uit de multi-instrumentalist PJ Seaux en zangeres Birsen Uçar. De band heeft haar eerste single uit, met deze clip:





Je kan het nummer End up in ruil voor je mailadres hier gratis downloaden.

En omdat het niet altijd even serieus moet zijn, is er ook nog deze cover door Summer Camp van de kersthit van Wham!


Moonface


Is de piano een sexy instrument? Aan gitaar, bas en drums kan het niet tippen natuurlijk, maar regelmatig slagen artiesten erin het klavier een mooie plek te geven in hun muziek. An Pierlé en Tori Amos maakten er hun handelsmerk van, andere muzikanten doen het minder opvallend toch goed met de piano. Moonface, de groep rond Spencer Krug, stelt op Julia with blue jeans on dit instrument centraal.
Er wordt gehamerd op de toetsen, in Barbarian II bijvoorbeeld, alsof er een geest verdreven moet worden. De zang lijkt die suggestie te bevestigen. Het resultaat is een muzikaal tafereel dat we ons voorstellen in een groezelige bar, waar de pianist dreigt beschoten te worden door zatte tooghangers. In een hoekje echter, aan een eenzaam tafeltje, zitten wij te genieten van ‘s mans vingervlugge capriolen. Want laten we hier duidelijk over zijn: er zijn een pak minder aangename manieren om een avond door te brengen. Moonface zingt over gebroken harten, moeilijke liefdes, achtergelaten dromen en verdronken en verzonken herinneringen. Daar hoeven we niet eens de teksten voor te beluisteren. De zwarte en witte toetsen spreiden immers een melancholisch bedje dat meer zeggingskracht verleent dan om het even welk woord dat gezongen wordt.
Rookkringen worden uitgeblazen, blauw schijnsel valt om de personages heen en weldra zal de barman de stoelen omgekeerd op de tafels zetten, de vloer boenen en de laatste achtergelaten halve pinten weggieten. Dreamy summer vormt er de perfecte soundtrack bij, zoals het al meer herfst klinkt dan zomer en de natte gevallen bladeren doorklinken in de noten die tegenover elkaar geplaatst worden om het verdriet weg te spoelen. Je hoort na bijna 8 minuten straaltjes regenwater de riool in lopen, al hebben die zich listig vermomd als hameraanslagen op snaren in een grote houten kast.
De verleiding is bijwijlen groot om Moonface de mannelijke tegenhanger van Tori Amos te noemen, al weet hij zich een pak meer te beheersen en blijven de vocale uithalen afwezig. Spencer Krug laat de piano spreken, meer dan welluidend zelfs. En hoewel dit een band schijnt te zijn, horen we eigenlijk een soloproject van een getormenteerde Canadees. Zoals we onlangs een Oostenrijkse muzikante hoorden beweren: Canada en België zijn bijna kwaliteitsmerken geworden in de indiescene. Moonface bewijst haar stelling.

Je kan deze recensie ook hier lezen op Indiestyle.

19 december 2013

Lied van de week: week 51 - 2013

Cold hands - Velojet


Ik interviewde naar aanleiding van het Glimps festival de Oostenrijkse band Velojet. Dat viertal bleek erg sympathiek en na negen jaar hebben ze heel duidelijke ideeën over muziek, over optreden, over songschrijven, over de samenhang binnen een band. Het werd dus een erg interessant gesprek. Op de koop toe maken ze mooie muziek, zoals vooral blijkt uit hun dit jaar verschenen vierde album, Panorama. Daarop staat deze single.
Jammer genoeg heb ik hen niet live aan het werk kunnen zien, maar als een programmator hen nog eens naar hier wil halen, hebben ze alvast één ticket verkocht.

Je kan het album Panorama hier kopen.

Lyrics:

oh weary boy,
is it true what they say about you?
you messed it up again

now your problems close in around you

you tried to find a way
how to disappear discretely
you build a pyramide
just to tear it down completely

aaaaaahhh…

here comes the emptiness
fill it up with a ton of aspirin
dig out those memories
but keep swallowing your medicine

you've gotta put yourself together
it's getting worse before it gets better

is your blood as cold as your cold hands are
is your mind as weak as my hands are

The Imaginary Suitcase


Al enkele jaren maakt Laurent Leemans, muzikant bij Ceílí Moss, solo albums onder de naam The Imaginary Suitcase. Vorig jaar besprak ik zijn Here's to those we could not save... en dit jaar kreeg ik zijn nieuwste worp, Full moon fever, in de bus.
Die plaat begint met het aan bluesrock schatplichtige Yer mother, waarin alleen de terugkerende tik wat stoort. Qua binnenkomer kan het anders wel tellen. Daarna wordt gas teruggenomen in Bonny at morn, waarin de vergelijking met Luka Bloom (die we ook bij het vorige album al maakten) zich opnieuw opdringt. Meer dan op het vorige album blijkt Leemans echter uit heel verschillende vaatjes te tappen. Het houtblok, ook al vorige keer aanwezig, wordt weer bovengehaald op Electric. Heerlijke folk komt ons aangewaaid in A une passante en Every little thing, dat trouwens een erg mooi kerstnummer zou kunnen zijn. De twee instrumentale liedjes op de plaat zijn goed, zonder meer: (Make you own title) en Whatever keeps us entertained.
Minpuntjes zijn er echter ook te melden: het hoge stemmetje in Moonlight on the water irriteert me meer dan dat het waarde toevoegt aan de song, en It is he lijkt teveel ideeën te bevatten voor één nummer. Ook het tien minuten durende Where are we? leek aan dit euvel te lijden, maar enkele beluisteringen later leer je te genieten van de vage hints richting Swans en Einstürzende Neubauten.
Net als vorig jaar schenkt de Waal ons dus een fijn plaatje, dat vooral als afsluiter van de dag zijn waarde heeft. Misschien moet ik de man toch maar eens uitnodigen in mijn huiskamer voor een concertje volgend jaar?

Intussen kan je The Imaginary Suitcase alvast hier aan het werk zien:
In april 2014 zou trouwens zijn volgende plaat, Driftwood, moeten verschijnen.

Dit album, Full moon fever, is verkrijgbaar via de Bandcamp-pagina voor 5 euro:


18 december 2013

Arcade Fire


De Canadezen van Arcade Fire brachten dit jaar een album uit. Eigenlijk zijn het er twee, want het dubbelalbum Reflektor valt uiteen in 2 platen die apart beluisterbaar zijn. Elk hebben ze immers hun eigen sfeer.
De verwachtingen waren hoog, na de vorige albums die telkens op veel lof onthaald werden en die ik zelf ook met plezier opleg. Van Funeral, het debuutalbum met de geweldige single Rebellion (Lies), heb ik toentertijd nooit het volle potentieel erkend, dat kwam pas later. Opvolger Neon bible wist me wel vanaf de eerste beluistering te bekoren en mee te sleuren in de wereld van Win Butler en zijn kompanen. Ik zag de band live aan het werk op Pukkelpop (een pracht van een concert) en songs als Black mirror, Keep the car running, Neon bible, No cars go en eigenlijk elk nummer van dat album raken me telkens opnieuw. Het is dan ook wat vreemd dat ik lange tijd niet zo heel goed heb geluisterd naar The suburbs. Pas toen Vincent Coomans het bewierookte als één van zijn tien meest invloedrijke albums, gaf ik het de aandacht die het verdient. En dat mijn lief het af en toe in de auto afspeelde, hielp ook...
De hele hype die Arcade Fire zelf creëerde en de clip die Anton Corbijn maakte bij de eerste single, zorgden ervoor dat ik mijn oren spitste. Dat viel aanvankelijk wat tegen, want Reflektor bleek een moeilijk te doorgronden lied. Het vroeg enige gewenning vooraleer het klikte tussen de 7 en een halve minuut lange single en mij. Maar eens je het nummer laat onder je huid kruipen, baant het zich onhoudbaar een weg en laat je niet meer los. Sommigen zullen beweren dat het een pak korter had gekund (en dat zal vast van nog meer tracks op dit album gezegd worden), doch voor mij is de lengte net goed. Er ontstaat immers een soort trance, een soort betovering, een soort bedwelming die in minder noten niet bereikt zou kunnen worden. 
Op het eerste deel van deze dubbelaar is de band vooral erg energetisch en klinken ze opgewekt. Wie de lyrics echter onder de loep neemt, ziet dat eenzaamheid en vereenzaming, ontreddering in een wereld die behoorlijk agressief kan zijn, en wanhoop nooit veraf zijn en de grote thema's vormen. In de periode waarin dit album uitgebracht werd, las ik vooral boeken die een kritisch licht laten schijnen over het neoliberalisme dat tegenwoordig de overheersende ideologie vormt, en het kan dan ook geen wonder heten dat ik boeken en plaat met elkaar verbond en dat Arcade Fire op die manier de soundtrack vormt bij mijn intellectuele vorming van dit jaar.
We exist put rijkelijk uit de pop van de jaren 80, een bron die wel vaker aangeboord wordt door dit gezelschap. Bij eerste beluisteringen bleek dit altijd een beetje een tegenvaller na het intussen geweldig bevonden Reflektor, maar het was pas toen ik naar mijn werk fietste en We exist zich als een warme oorwurm in mijn hoofd bleek genesteld te hebben, dat ik besefte dat zonder zijn voorganger op de plaat, de openbaring al vroeger zou gekomen zijn. Flashbulb eyes klinkt moderner, de gitaar pikt bijna ongemerkt iets uit countryrock en komt er goed mee weg. Opnieuw slaagt de melodie erin zich met weerhaakjes in je geheugen vast te zetten.
Here comes the night time (dat op het tweede deel een tegenhanger krijgt die door sommigen op het internet meer gewaardeerd wordt) is één van de absolute hoogtepunten voor mij. Er wordt gestart in een hoge versnelling en dan teruggeschakeld. De dreigende brom vertolkt prachtig wat ik al eerder schreef over de tegenstelling tussen ogenschijnlijk vrolijke muzikale ondersteuning voor behoorlijk zware teksten. Normal person deed me meteen denken aan Way of the world van Max Q (een nevenproject van Michael Hutchence van INXS), vooral door de gesamplede stemmen bij de aanvang. Je zou het één van de mindere songs van het album kunnen noemen, maar dan nog blijft de kwaliteit een pak boven de gemiddelde song van andere goeie bands. You already know, erg spits en opbeurend, en Joan of Arc, een killersong, sturen ons enthousiasme alweer helemaal de hoogte in. De eerste van dit duo zou een geweldige single vormen en zou in de beste traditie van Eels erin kunnen slagen pessimisme te vermommen tot een vrolijke bedoening. De laatstgenoemde laat de gitaren punkgewijs furieus van start gaan om daarna dezelfde truc toe te passen als in Here comes the night time: het tempo wordt een pak verlaagd en die relatieve rust laat een song openbloeien die vol details blijkt te zitten. 


Nadat de eerste CD ons een rad voor ogen draaide, toont het tweede deel de ware aard van de songs van Arcade Fire nu ook muzikaal. Zelfs de illustratie op het schijfje oogt donkerder, zwarter. Here comes the night time II is de achterkant van de maan, het donkere steegje in een verloren deel van de stad, de ontnuchtering na het feestje wanneer al je zogenaamde vrienden naar huis zijn, nadat ze jou meer hebben laten trakteren dan ze je zelf aanboden. De schaduwrijke mantel van de melancholie van één zwak schijnende lantaarn, het verdriet zet in. Ik begrijp heel goed waarom er mensen zijn die dit een pak mooier vinden dan de tegenhanger op CD 1, al ben ik het er niet mee eens. De toon is alvast gezet, zo blijkt wanneer ook Awful sound (on Eurydice) inzet. Samen met It's never over (for Orpheus) vormt het een tweeluik over het mythische koppel dat tweemaal afscheid moest nemen door de dood. Wat wij horen, zijn echo's van Pink Floyd. De rijke instrumentatie, sowieso al een sterkte van de Canadezen, mist haar effect niet. Het vervolg van het tweeluik begint met synthesizers die gretig van hun troon gestoten worden door de gitaren, die de melodielijn kapen. Toegegeven, ook op het eerste deel van de dubbelaar had dit niet misstaan. Die tweedeling, hoewel aanwezig, is immers ook een stuk artificieel natuurlijk.
Porno tapt uit een heel ander vaatje, met repetitieve synths. Dit klinkt heel herkenbaar voor wie in de eighties opgroeide. Een kniesoor die daarover zeurt, zo oordeel ik. De tweede single, Afterlife, is er intussen in geslaagd de status die zijn voorganger al had bereikt, nog te overtreffen. Kijk, zo heb ik singles het liefst: onweerstaanbaar, op alle vlakken bijzonder sterk en met een dynamiek die de luisteraar in een wurggreep neemt, wat lost, weer aantrekt, weg lijkt te gaan duwen om die tenslotte aan de borst te drukken. Meteen zet ik dit ook onder de absolute hoogtepunten.
Wie zich een hoedje schrikt wanneer zijn afspeelapparatuur aangeeft dat een song 11'16" duurt en daar met een boog omheen wil lopen, leert best door te zetten om slotnummer Supersymmetry tot zich te nemen. Over dit lied zijn ellenlange discussies gevoerd met betrekking tot de lengte en aanvankelijk vond ook ik dat een song die wat onder het gemiddelde van de plaat scoort, best niet dubbel zo lang duurt. Talloze luisterbeurten later heb ik mijn mening wat herzien. Groeinummers vragen immers wat gewenning. En de tijdsduur is na een poos niet langer een struikelblok. Even voorbij halfweg is de song eigenlijk zo goed als gedaan, maar het is een bijzonder trage landing die ingezet wordt. Uiteindelijk leerde ik inzien dat na twee schijven muziek van dit kaliber, zo'n landing een niet onverstandige keuze is.

17 december 2013

Renton Jules


The deer hunter moet je het vast niet meer leren, maar veel Antwerpenaren hebben wellicht niet het flauwste benul hoe je een hert vangt. Renton Jules, een viertal uit ‘t Stad, legt het uit in zes liedjes, balancerend tussen Zornik en Bettie Serveert.
Op deze ep klinken ze als sympathieke buren die met plezier je communiefeest komen opfleuren, met de betere melodieën en zang die de bomma niet zal wegjagen, en toch ook het frisse nichtje kan behagen dat met haar zakgeld de vinylplatenzaak plundert. Pop ademt uit alle poriën en talrijke beluisteringen later kunnen we niet anders dan vaststellen dat zowel het verzamelde werk van Pavement als de gitaargoden uit de tweede helft van de jaren 90 goed beluisterd werden. De synthese van dat alles wordt bereikt in het langer durende slotnummer How to catch a deer, dat bovendien mooi afgerond wordt. “Af” noemen we zo’n song dan doorgaans.
Ook wat voorafging, weet ons te bekoren. Het begint al enthousiast met Boxcar, waarin een ogenschijnlijk eenvoudige gitaarriedel de hoofdrol vertolkt. De lichtvoetige gitaarpartijen vormen alvast doorheen de hele verzameling liedjes één van de sterktes. Het crescendo waarnaar gegroeid wordt, ook in Cabin en Edges, stuwt ons mee in de vaart die de band uitzet. Het relatieve rustpunt dat Pale complexion heet dampt nog na van de broeierige melancholie waar keyboards en gitaar in zwemmen en ei zo na verdrinken. From outside we exist kon ons niet vanaf de eerste beluistering bij het nekvel grijpen, doch intussen moeten we vaststellen dat deze song ons stilletjes besloop en alsnog de haartjes achteraan ons hoofd rechtop weet te krijgen.
How to catch a deer, het is en blijft een titel waarmee je de aandacht trekt.  Meticuleus onderzoek van de teksten leverde ons geen enkele tip op om nu zo’n beest te vangen, doch het genot was er niet minder om.

Je kan deze review ook hier lezen op Indiestyle.

16 december 2013

Het beste Westvlaamse nummer ooit?

Nog tot vrijdagmiddag 12 uur kan er gestemd worden bij de Krant van West-Vlaanderen op het beste Westvlaamse nummer ooit. Stemmen kan hier.
Uit de lijst met genomineerden breng ik onderstaande nummers graag onder uw aandacht (naast de usual suspects Flip Kowlier, Het Zesde Metaal, 't Hof van Commerce, Kamiel en Willem Vermandere):


Brengt ui zuster mee - Berlaen


Ze zij me - Brihang


Nor Olland - De Feesters


Rietn zat te skietn bachtn d'Hoage - Dirty Scums


Vuf kilo groensels - Pheeta


Puree - Gèsman


s ak ze zie - Johnny Turbo


Kleine kiesak - Kleine Sanders


Ip viyoage - Mario en Kevin


Frisco in den disco - Muzze en Vantorre


Bruhhe Bruhhe - No Exp


Up en neere - Sliek De Zeesterre


De boeren van vroeger - The Violent Husbands


Wuk is dad ier nuij - The Westcrew
(wel jammer dat het Westvlaams nogal beperkt blijft...)


Gegingegeugengie - Two Russian Cowboys


Sauna - Westvlams Gemiengeld Vintekoor

11 december 2013

Lied van de week: week 50 - 2013

Lost it to trying - Son Lux


Uit het prachtige album Lanterns van Son Lux (waarvan je hier een review kan lezen), komt deze moordsingle. Alles zit perfect in dit nummer. Ik zing het hele dagen (in mijn hoofd weliswaar, gelukkig voor mijn omgeving...)

Je kan het album hier kopen.

Lyrics:

What will we do now?
We lost it to trying
We lost it to trying

What will we do now?
We lost it to trying
We lost it to trying


What can we say now?
Our mouths only lying
Our mouths only lying

What can we say now?
Our mouths only lying
Our mouths only lying


Give in and get out
We rise in the dying
We rise in the dying

Give in and get out
We rise in the dying
We rise in the dying

Give in and get out
We rise in the dying
We rise in the dying

Give in and get out
We rise in the dying
We…


What will we do now?
We lost it to trying
We lost it to trying

What will we do now?
We lost it to trying
We lost it to trying

10 december 2013

Gelezen (56)

Dit keer wil ik het hebben over de drie dunne boekjes die Stéphane Hessel schreef (het laatste overigens samen met Edgar Morin) en die voor velen een inspiratiebron vormden. De Indignados in Spanje haalden zelfs hun naam bij zijn eerste werkje.

Neem het niet! - Stéphane Hessel


Stéphane Hessel, de dit jaar op 95-jarige leeftijd overleden Fransman die in het Franse verzet streed tijdens de Tweede Wereldoorlog, als Jood tweemaal het kamp overleefde en later onder meer ambassadeur werd bij de Verenigde Naties, beschrijft in dit pamflet wat hem boos maakt en wat hij vindt dat ook andere boos zou moeten maken. Hij put daarbij uit de waarden die hem ooit zo actief maakten in het verzet tegen de Duitse bezetter, die er voor zorgden dat hij zich kon scharen achter het programma dat toen uitgetekend werd voor de heropbouw van Frankrijk. Bovendien schreef hij mee aan de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens. 
Hoewel soms wat pamflettair, is het wel een duidelijk en helder pleidooi om in verzet te komen tegen de krachten die ons bedreigen: de verwaarlozing en uitbuiting van het milieu, een ongebreideld winstdenken en nationalisme dat aanstuurt op etnische zuiveringen.

Doe er iets aan! - Stéphane Hessel


In het minst interessante deel, geschreven in interviewvorm, weidt Hessel uit over wat zou moeten gebeuren met de woede en het verzet waartoe hij opriep. Eigenlijk wordt wat hierin gezegd wordt, een pak beter uitgewerkt in het derde deel.

De weg van de hoop - Stéphane Hessel & Edgar Morin


In dit deel zetten de auteurs een "politiek" of eigenlijk breder, maatschappelijk programma neer, dat verder uitgewerkt is dan de aanzetten in Doe er iets aan!. Het vormt een samenhangend geheel en de hoofdlijn in het boek is dat ze oproepen tot een politiek van het goede leven.
Bij momenten doet het allemaal nogal erg Frans aan (er wordt nogal eens gehamerd op de voortrekkersrol die Frankrijk zou kunnen of moeten spelen, en soms is het nogal filosofisch in een Franse traditie), maar het is wel erg helder en erg consistent, en kan een ware inspiratie vormen voor wie een mooiere wereld vorm wil geven. Bovendien komen zowat alle domeinen van de samenleving op één of andere wijze wel aan bod. Dat maakt dit boek uiteindelijk het meest interessante van de drie.

09 december 2013

Son Lux


Veel van de mooiste platen van de voorbije jaren wisten ons te bekoren door een mooi knutselwerk te vormen van traditionele instrumenten en door computers bewerkte geluiden. Bovendien brachten ze steevast allerlei genres op een onnavolgbare wijze bij elkaar. We denken dan aan Grimes, Alt-J, Dirty Projectors en sinds enkele weken ook aan Son Lux. Ryan Lott, de man die hierachter schuilgaat, bewijst met zijn derde full album, Lanterns, dat hij een bruggenbouwer is.
Lost it to trying is bijvoorbeeld een prachtige compositie waarin heden en verleden samenkomen, waarin zang en opwindende muziek elkaar vinden als een perfect afgesteld koppel van baanwielrenner en derny. Beide elementen stuwen elkaar voort naar een climax, en als kers op de taart is de song ook nog een niet uit je hoofd weg te branden blijvertje. "Endless repeat" lijkt hiervoor uitgevonden. En daar blijft het niet bij: Easy is door het koperwerk dat af en toe slechts één herhaalde sequentie ten beste geeft, bezwangerd met een duisternis die de titel logenstraft. Pyre start als een rustig nummer, wordt repetitief en dreigend en implodeert eerder dan te exploderen door de toevoeging van de zenuwachtige drums en iets dat op het getik van lepels lijkt. Ook Enough of our machines verbindt oud en nieuw.
Af en toe hoor je al vanaf het eerste liedje dat je goud in je cd-speler zitten hebt, en dat is hier dus het geval. Alternate world wist ons vanaf de eerste beluistering te verleiden en tussen dit en afsluiter Lanterns lit zit geen zwak moment, enkel wat fluctuaties waardoor de spanningsboog geen rechte lijn vormt. Herbeluisteren ontbloot steeds nieuwe details en onze bewondering voor de vakkennis waarmee Son Lux een halve eeuw populaire muziekgeschiedenis bijeen brengt in amper 9 kleinoodjes die iets meer dan 40 minuten van je leven inkleuren, groeit elke keer meer.

Je kan deze recensie ook hier lezen op Indiestyle.
Hieronder kan je het hele album beluisteren:


08 december 2013

Liebster Award

Ik neem de uitdaging (en de Liebster Award) aan van Nachtbraker en vermeld hieronder 11 feiten over mezelf, beantwoord zijn 11 vragen en stel zelf 11 nieuwe aan blogger die ik nomineer.



Elf feiten over mezelf:
  1.  Hoewel ik strikt genomen zelf geen orthopedagoog ben (maar ik werk wel in die functie), ben ik hoofd- en eindredacteur van het Vlaams Tijdschrift voor Orthopedagogiek en lid van de Raad van Bestuur van de VVO (Vlaamse Vereniging van Orthopedagogen).
  2. Ik stond ooit te musiceren op het podium van de AB, tijdens een uitverkocht concert dan nog wel.
  3. Ik kreeg ooit een tekening, die ik jammer genoeg enkele jaren later verloor. Ik weet niet van wie ik ze kreeg (althans niet haar naam), en toch is het één van mijn mooiste herinneringen aan mijn kindertijd. Op de tekening stond een leeuw op een troon, met daaronder geschreven: "Sven, stilzitten als deze leeuw zou jij moeten kunnen doen."
  4. Ik kan amper zonder stromende tranen luisteren naar Pissing in a river van Patti Smith, en dat komt deels door de film All over me.
  5. Onvoorwaardelijke liefde: ik ken het nu écht, dankzij mijn kinderen. Zoals ik mijn dochter al eens antwoordde: "er is niets dat jullie kunnen doen dat zou maken dat ik je niet graag meer zie".
  6. Bij toeval verkreeg ik ooit een eerste persing van het debuutalbum van Einstürzende Neubauten. Er zijn mensen die daar veel geld zouden voor geven... (maar ik verkoop ze niet).
  7. Er zijn dingen die ik vroeger gedaan heb, waarvan nogal wat van mijn huidige vrienden en kennissen vermoedelijk verbaasd zouden opkijken: scheidsrechter in het voetbal, misdienaar, lid van een parochieploeg (een soort "dagelijks bestuur" van een parochie), bakkersgast (als vakantie- en studentenjob) en zo'n man die onbekenden opbelt om afspraken te maken om een demonstratie te geven (die demonstraties gaf ik niet zelf).
  8. Ik dans nog altijd heel graag op drum 'n bass.
  9. Een bepaalde beslissing waar ik soms spijt van heb, heeft uiteindelijk wel geleid tot enkele van de mooiste dingen in mijn leven vandaag. Ik blijf dat bizar vinden.
  10. Ik houd van boeken over mensen die slechte dingen doen en waarbij de auteur erin slaagt je helemaal mee te nemen in hun belevingswereld, waardoor ik wél heel goed begrijp hoe ze ertoe komen te doen wat ze doen: Het parfum van Patrick Süskind, Lolita van Vladimir Nabokov, And the ass saw the angel van Nick Cave,...
  11. Ik leg het graag uit, eigenlijk. Ik houd van lesgeven, al zou ik geen voltijds leraar willen zijn. 
Elf antwoorden: (met de vraag telkens cursief)

Wat vrees je het meeste in het leven?

Ik ben er als de dood voor dat mijn kinderen iets ergs zou overkomen. Ik had geen flauw benul van de angsten die je als ouder kunt uitstaan, soms zelfs gewoon zonder een concrete aanleiding.
 

Ben je een voorstander van de doodstraf?

Integendeel, ik ben absoluut een tegenstander. Vergelding mag geen grond zijn voor bestraffing, en vergelding is geen rechtvaardigheid.


Moet porno op het internet verboden worden?


Pff, ik denk dat dat zinloos zou zijn. Als er een plaats is waar wat verboden is, welig tiert, is het wel het internet.


Heb je ooit al eigenhandig een dier gedood? Ik bedoel dan een zoogdier, geen insect of zo ;-)

Ik denk het niet (ik kan het me alvast niet herinneren). Ik vond getuige zijn van het (per ongeluk) nogal wreed doden van enkele kikkers door een jongere op het werk, al behoorlijk aangrijpend (meer dan ik me had kunnen inbeelden). Voor alle duidelijkheid: haar trof geen schuld, en ze zat er zelf ook erg mee. Maar hoewel ik met het verhaal soms meelach met collega's, vond ik het toch heavy.


Ben je een voorstander van de legalisering van soft drugs?

Ik was het vroeger zeker, maar vandaag weet ik het niet. Ik ben tot het besef gekomen dat de kwestie een pak complexer en genuanceerder is dan ik voorheen dacht. En ik ken er te weinig van om dan echt een gedegen standpunt in te kunnen nemen.
Ik vind het wel vreemd dat alcohol en tabak voor zo weinig mensen die tegen de legalisering van softdrugs zijn, een probleem vormen. Ik zie het verschil eigenlijk niet echt...


Mogen kinderen zelf beslissen over hun eigen leven en dus euthanasie plegen?

Dit vind ik ook een moeilijke vraag. Het is voor mij een beetje zoals de vraag of sommige mensen wel zelf zouden mogen beslissen of ze kinderen krijgen of niet. Het is zo'n kruispunt waar morele standpunten op een onverenigbare wijze samenkomen.


Doe je je job graag?

Meer zelfs, ik kan me geen job voorstellen die ik liever zou doen. Misschien komt dat wel doordat ik buiten mijn job ook nog andere dingen kan doen die ik leuk vind. Niet alle aspecten van mijn job vind ik leuk, maar ik zou niet weten wat ik (als job) beter zou kunnen doen dan wat ik nu doe.


Heb je al eens moeten huilen op een concert?

Wel, de enige keer dat ik Patti Smith live zag (op de Lokerse Feesten), speelde ze Pissing in a river niet. Dat verklaart wellicht waarom ik nog nooit huilde op een concert.
Ik heb wel al gehuild bij films (en ook dat zal velen verbazen). De oudste "huil"herinnering bij een film was bij Kes. Zowel toen ik die thuis (als kind) zag als later op school (en toen wist ik dus al wat er zou gebeuren), heb ik gehuild. De laatste film waarbij ik huilde, was The broken circle breakdown.


Wat is je strafste sportieve prestatie?

Dat ik na sommige wedstrijden als scheidsrechter nog bijna 20 km moest fietsen om naar huis te geraken en niet van mijn fiets viel, vond ik toen soms écht een ongelooflijke prestatie...


Ben je in een relatie al eens verliefd geweest op een ander?

Omdat ik ervan overtuigd ben dat verliefdheid iets is wat je overkomt en door wat ik in de lessen over psycho-analyse leerde over het object van je verlangen, vind ik het helemaal niet abnormaal dat iemand verliefd wordt als hij/zij al in een relatie zit. Het is mij meermaals overkomen. Het belangrijkste is wat je ermee doet, of niet doet...


Vind je dat de verkoop van homeopathische geneesmiddelen verboden zou moeten worden?


Neen, ik zou niet weten waarom. De verkoop van sommige reguliere geneesmiddelen is een pak problematischer.

 Elf vragen voor de volgende(n):

  1. Op welke plek op aarde had je het liefst geboren willen zijn?
  2. Welk voorwerp in jouw bezit is je het meest dierbaar?
  3. Op wiens talent ben je eigenlijk toch wel een beetje jaloers?
  4. Welk personage uit een boek zou je wel eens een dag (of langer) willen zijn?
  5. Welk aspect van je werk bevalt je het meest?
  6. Wat is je vroegste herinnering?
  7. Welk gerecht maak je het liefst klaar?
  8. Welke film kan je telkens opnieuw bekijken zonder hem beu te worden?
  9. Wat is het mooiste compliment dat je al ooit kreeg?
  10. Hoe erg vind je liegen?
  11. Wat is je favoriete liedje aller tijden?
Ik geef de Liebster Award met plezier door aan De Afwasdialogen, Casa Murphy, Zapnimf, Plutomeisje, Laura Date, Mompelpoes en Mij.

07 december 2013

Fanfarlo kondigt nieuw album aan

Fanfarlo, de Londense band waarover ik hier al berichtte en wier album Reservoir voor mij de 15e plaats bezette in mijn eindejaarslijstje van 2009, kondigt een nieuw album aan. In februari verschijnt Let's go extinct. Hieronder maakten ze alvast een clip als teaser ervoor:


Je kan ook het eerste nummer (Landlocked) uit de nieuwe plaat beluisteren, met alweer een mooie clip erbij:


Om je helemaal warm te maken, hebben we hieronder nog enkele nummers van de band verzameld:


06 december 2013

Venus In Flames


Een decennium geleden bracht Venus In Flames een eerste album uit. De vierde boreling, Funeral dancer, viel onlangs in onze brievenbus en je vraagt je wellicht af of dat reden is tot feesten. Helaas blijkt het nieuws eerder een fait divers dan een grootse aankondiging. Wat we te horen krijgen, deden Vlaamse bands als Betty Goes Green en Pop In Wonderland al in de jaren negentig, met meer klasse bovendien.
Meer dan middelmatig kunnen we de meeste songs op deze plaat niet noemen. Zowel muzikaal als tekstueel lijkt het een patchwork van wat we al duizendmaal voorheen hoorden. Luister naar Blue nights en hoor flarden tekst als “stuck in a moment and you feel like you can’t get out of it”: geeuw. Er wordt duchtig geprobeerd zo nonchalant te klinken als Crowded House, doch de parels blijken al op en we krijgen knikkers in de plaats. Phoenix duurt te lang en zelfs de passage van Sarah Bettens kan Dance with me niet redden van mediocriteit. Integendeel, haar zang mag dan bedoeld lijken om een zwoele toevoeging te zijn, wat overblijft is een eerder saai duet. In de trage nummers raakt de band ons helemaal kwijt (Funeral dancer, Lean on me) en wat te denken van The one that got away, dat in een poging een kerstanthem te worden alle clichés op een hoop lijkt te gooien.
Niet onaardig zijn Breaking news en Open your eyes, waar Jan De Campenaere en zijn kompanen een beetje in de buurt van de broertjes Finn komen. Het zijn gekleurde toetsen op een verder grijze plaat. We kunnen enkel hopen dat de liedjes live wat meer leven ingeblazen wordt, om ze alsnog te verheffen boven dertien in een dozijn. Dat is erg jammer voor een band die in 2000 nog brons won in Humo’s Rock Rally en ons al singles als Better man, Hanging on en Easy way out schonk.

Je kan deze review ook hier lezen op Indiestyle.
Venus In Flames zag ik ooit live aan het werk in de Handelsbeurs, zoals je hier kan (her)lezen.

05 december 2013

Gelezen (55)

Een paradijs waait uit de storm - Thomas Decreus


Na de kritieken van Paul Verhaeghe en Dirk De Wachter op de overheersende neoliberale ideologie, onderwerpt ook politiek filosoof Thomas Decreus het marktdenken aan een kritische blik. Hij doet dit vanuit het idee, dat hij stevig onderbouwt, dat marktdenken en democratie elkaar uitsluiten. Zijn argumentatie is, vooral naar het einde, niet altijd even makkelijk te volgen, maar lange tijd is het wel helder en in die zin was het voor mij zeker een verruimende kijk. Ik heb wel wat opgestoken van dit boek.
Op de flap wordt aangehaald dat Decreus eindigt met een hoopvolle boodschap. Zelf vind ik zijn boodschap (ik laat ze hier nu even onvernoemd, voor wie het boek ook nog wil lezen) niet écht hoopvol, al kan ik me er wel iets bij voorstellen waarom sommigen dat wel zo zouden noemen...


Joyland - Stephen King



Het hoofdpersonage, Devin Jones, blikt terug op de tijd dat hij een vakantiejob deed in het pretpark Joyland in North Carolina, in de zomer van 1973. In dat pretpark was ooit een jonge vrouw vermoord en de moordenaar werd nooit gepakt. Haar geest waart nog rond in het spookhuis, waar ze de keel werd overgesneden. Uiteraard wordt een poging ondernomen om de dader alsnog te ontmaskeren. Toch is dit boek van Stephen King (wiens boeken ik als adolescent verslond) niet echt een thriller, al beweert de voorflap van het boek dat uitdrukkelijk. Eerder valt dit een coming of age te noemen, en daarin lijkt het erg op Stand by me, dat overigens prachtig verfilmd werd ooit met de jonge River Phoenix.
Dit boek was aangenaam leesvoer, en soms hoeft het niet meer te zijn.

Lied van de week: week 49 - 2013

Nothing stays the same - Luke Sital-Singh


Ineens dook de naam Luke Sital-Singh overal op: muziekblogs, Facebook,... Ik verwachtte me aan injecties van Oosterse muziek in een strak westers jasje (zoals bij Talvin Singh), maar niets bleek minder waar. De 25-jarige Londenaar is een singer-songwriter, die intussen al drie ep's op de wereld losliet. Met deze single zou hij wel eens een doorbraak kunnen forceren...

Je kan de ep Tornados, waarop dit nummer te vinden is, hier kopen.

Lyrics:

I can taste it in my mouth
I am hanging upside down
All the faces gathered round
To wait and see, to breath relief
To call my name for the first time


Cry your heart out
Fill your lungs up
We all hurt
We all lie
And nothing stays the same


I can face it just about
I'd rather hurt than live without
I will rage and scream and shout
A life, a love, it's dark and bright
It's beautiful and it's alright


To cry your heart out
Fill your lungs up
We all hurt
We all lie
And nothing stays the same


Let your guard down
Get your heart pounded
We all bleed
We all breathe
And nothing stays the same
We hold out
For someday
But nothing stays the same


We all believe in something that'll rip us into shreds
We all know why it stings to open wide your chest
We all show signs of greatness we hope that someone sees
Our broken teeth are scattered but we're smiling underneath
A thousand bruising muscles still we're running on and on
We all know names that ring like thunder rattling our walls
Everyone is yearning for a reason for a cause
Something deep inside to hold onto for dear life

04 december 2013

Astronaute

Astronaute, het alter ego van Myrthe Luyten , heeft een eerste ep uit. Niet alleen zag ik haar al live aan het werk bij Mad About Mountains, ze speelde ook in mijn huiskamer en deze zomer zag ik haar optreden op Vama Veche in Brugge. Myrthe is een fijne muzikante, die vooral met haar stem opvalt.
De ep, Myriad, bevat 5 songs die ik allen reeds eerder hoorde, maar niettemin is het een aangename verrassing om ze in zulk een mooie productie te horen. Deze ep hoort echt bij de winterse, grauwe novemberdagen.
Je kan de ep hier beluisteren en downloaden.


02 december 2013

Finale Oost.Best! 2013

Net als in enkele andere provincies stond dit weekend ook in Oost-Vlaanderen de finale gepland van het provinciale rockconcours. Oost.Best! liet zondag acht finalisten strijden om drie plaatsen met mooie bijhorende prijzen zoals geld, gebruik van repetitieruimte, gebruik van tourbus of een optreden.



De eer om te openen was aan RedCoat, net als vele finalisten uit Gent afkomstig. Met zang en gitaar als centraal duo en drie strijkers erbovenop begonnen ze veelbelovend met een ballad die van verre wuifde naar Adele. Wat volgde, putte uit folk en jazz om de popsongs te larderen. Helaas was het een beetje als een soufflé, die geleidelijk inzakte. Het was allemaal best wel gezellig en niet onaardig, doch vooral ook een beetje braaf.


Braaf is wel het laatste wat je ons zal horen beweren over Vermilion. Het kwartet weet met drums, gitaar, bas en keyboards een sound neer te zetten waarmee de vroege bezoekers nu wel zeker wakker geschud zijn. Dat hoort natuurlijk ook wel bij de instrumentale progressieve metal die ze ten gehore brengen. Mocht je niet goed weten wat je je daarbij moet voorstellen: gooi 5 à 10 uiteenlopende metalnummers met een snuifje jazz door een blender en de lange lappen die dat oplevert, zijn perfecte illustraties. Hoewel zeer verdienstelijk gespeeld, vonden we het allemaal nogal vermoeiend.


Een eerste echt hoogtepunt kwam er naar onze mening pas met Our Lips Are Sealed. Van de zes muzikanten was het vooral de zanger-gitarist die de aandacht naar zich trok. Hij heeft behoorlijk wat in huis om het publiek mee te krijgen en als een echte frontman de groep in zijn kielzog mee naar betere oorden te leiden. Bovendien serveren ze ons afwisselende popliedjes, met goeie melodieën en harmonieën. Alles zat goed, al zouden de songs zelf iets origineler kunnen. Nu ja, met gelijkenissen met Isbells, Das Pop, Absynthe Minded en het rustigste van The Van Jets is er natuurlijk weinig reden tot klagen.


Over Al di Miseria kan je bijna niets zeggen zonder de woorden excentriek en bijzonder in de mond te nemen. De vijf vrouwen die verzegeld worden door één mannelijke gitarist mengen avant-garde en (post-)rock met cabaret en opera. Je kan je afvragen of dit soort act op een wedstrijd als deze thuishoort. Wel geven we toe dat we, na het aanvankelijke wennen, gecharmeerd waren van de nummers. Dit zestal kan musiceren, de zangeres heeft een stembereik om jaloers op te zijn en de afsluitende wals bewees dat ze niet helemaal onterecht meededen aan een rockconcours. Misschien vraagt dit vooral het juiste moment: uiteindelijk slaagden The Dresden Dolls er ooit ook in met een weinig evidente muziekkeuze een groter publiek te bereiken.


A Fish Called Louis omschrijft de eigen muziek als “gezellige pop met een donker randje”. Waar dat donkere randje te vinden is, weten we nog steeds niet. We horen vooral vier jongeren uit Gent die een gemiddelde, zogenaamd alternatieve platenkast bezitten, die platen aandachtig beluisterden en ze bij wijze van spreken naspelen. Elbow, The National, een vleugje Mumford And Sons, Of Monsters And Men,…: het lijstje groepen dat verondersteld wordt een goede smaak te etaleren en dat ze in herinnering brachten, kan gerust een pak langer uitgeschreven worden. Het doet ons een beetje denken aan de man van de zonnegroet uit In De Gloria die Guano Apes geweldig vindt: hij definieert zichzelf middels een groep waarvan hij misschien niet goed begrepen heeft waar die eigenlijk voor staat. Het grote probleem van de Gentenaars was hier vooral dat het allemaal braaf en ongevaarlijk blijft.


Daartegenover kan je over Dorian And The Grays vooral zeggen dat ze hard klonken, gedreven en met haar op de tanden. De stevige indierock van de Wetterenaars zette een grote muil op, zij het wel op een erg Britse manier. Hun songs situeren we ergens tussen Blur en een Londense variant op de Foo Fighters. Zowel op het podium als bij het publiek lag het enthousiasme erg hoog.


Bakken attitude kunnen een goeie zaak zijn, maar als je net iets te weinig songs in huis hebt, riskeer je arrogant over te komen. Dat overkwam Unknown Five. Hun zanger beleefde één langgerekte adrenalinestoot. Helaas beleefden wij zo ongeveer één langgerekt nummer, want variatie zit er nu nog niet in hun set. Nochtans beschikken deze mannen over genoeg kracht om hun stonerrock overtuigend te brengen. Kyuss en ook de vroege Soundgarden werden meermaals in herinnering gebracht. Zet hier een songschrijver bij, en je hebt een combinatie die meteen meer succes kan scoren.


Het afsluitende Nicely Dressed leed aan de kwaal die we al meermaals hadden gezien en gehoord: braafheid. Hebben ze schrik voor de Sint? Geen idee, maar de (af en toe zelfs wat saaie) poprock ambieert soms Hooverphonic, maar eindigt bij de mindere liedjes van Alanis Morissette. Ook qua originaliteit scoort de band niet erg hoog. Het is ons dan ook een verrassing waarom net zij met de hoofdprijs gaan lopen.

De tweede plaats gaat naar A Fish Called Louis en Vermilion mag met de derde prijs naar huis. Ons lijkt het een wat vreemde keuze, want onze favorieten waren net Our Lips Are Sealed en Dorian And The Grays, die er naar onze mening toch wel bovenuit staken. Over smaken, zo leerden we echter, valt altijd te twisten.

Je kan dit concertverslag ook hier lezen op Indiestyle.