30 september 2010

Op verzoek

...het vervolg van de brief van Balthazar :

Een brief uit Amerika

Gisteren kreeg ik een brief uit Amerika. Ik heb daar geen verre familie wonen, noch vrienden die hun geluk daar beproeven. Het was geen correspondentie over een internetbestelling, geen publicitaire actie en al evenmin een rekening. Meer zelfs, de man die me een brief schreef, ken ik niet...


Ik was het eigenlijk al een beetje vergeten (maar dat maakt het ook net zo mooi), dat ik enkele weken geleden ingegaan was op het aanbod van Balthazar om een brief van hem te ontvangen. Dat stelt hij zelf voor op zijn website, namelijk. Als onderdeel van een kunstproject. Hij stuurt je dan een persoonlijke brief, gewoon met de post. Tegen betaling voegt hij er zelfs een Polaroid-foto aan toe.
Balthazar noemt zichzelf een imaginary sailor, pretend photographer. Wat zijn bedoeling precies is, heb ik eigenlijk nog steeds niet kunnen achterhalen.


En toch... je kan je eigenlijk niet goed voorstellen wat zo'n brief, van een onbekende nochtans, teweegbrengt. Doordat hij de brief toch een beetje persoonlijk maakt (voor zover dat mogelijk is bij een brief aan een totaal onbekende), voelde ik me echt aangesproken, en voelde ik een deel van de opwinding die brieven van vrienden ook wel eens geven. Het tastbare schrijven raakt een snaar, en ik had meteen zin om terug te schrijven (no kidding!). Wellicht heeft het te maken met het feit dat je (deels wel, en deels ook niet) deelgenoot gemaakt wordt van een geheim, dat hij je in de brief nieuwsgierig maakt en dat op het einde erkent en je alsnog antwoord op een vraag die hij opriep, geeft. Je eindigt echt met het gevoel dat dit het begin kan zijn van een correspondentie...


het begin van de brief...


Dus, wil je je ook laten verrassen (en verblijden!), vraag dan ook een brief aan...

28 september 2010

Lied van de week : week 39 - 2010

Heathen child - Grinderman



Mijn favoriete artiest, Nick Cave, is terug met Grinderman, waarin hij helemaal loos kan gaan met bluesrock op z'n rauwst, zoals hij dat in zijn begindagen ook al deed met The Birthday Party. Op het tweede album, toepasselijk Grinderman 2, haalt hij weer grommend uit, mét een dosis humor. En dat merk je ook aan deze eerste single...

Je kan het album hier kopen. Op de website krijg je, als je je inschrijft op de nieuwsbrief, trouwens de radio edit van het nummer gratis en voor niets !

Heathen child (radio edit) (mp3)

Lyrics :

Hey little momo
Light as a rainbow
Heavy as an asteroid
Crashed in the bathtub


Yeah, sitting in the bathtub
Hair full of her fingers
Hair full of her fingers


Yeah, sitting in the bathtub
Says: "I'm scared and lonely"
Sweet little momo says:
"I'm scared and lonely"


Here come the wolfman
Hey little momo
Saying, "hey little momo"
Saying, "hey little momo"
Sitting in the bathtub


My heathen child
She's a heathen child
Yeah, she's a heathen child
Yeah, she's a real wild child


She got a little powder
She got a little gun
She got a little poison
Got a little gun
Sitting in the bathtub
Sucking her thumb


Says: "I don't care about Buddha
Don't care about Krishna
Don't care about Allah
Don't care about anything"
Just sitting in the bathtub,
Sucking her thumb...


Cuz, she's a heathen child
Yeah, she's a heathen child
Now, she's a heathen child


Yeah, she's a real wild child


[yeah... yeah, come on baby]


Oh, poor little momo
Yeah, paddled and rowed
She's got a little powder
Got a little gun
Sitting in the bathtub
Having some fun


She was raised by beasts and grabbed by vultures
Oh, here come the wolfman
The abominable snowman
Got a little poison
Got a little gun
Sitting in her bathtub
Waiting for the wolfman to come


You think your great big husband will protect you, you are wrong
You think your little wife will protect you, you are wrong
You think your children will protect you, you are wrong
You think your government will protect you, you are wrong


She don't care about Allah
She is the Allah
Don't care about Buddha
She is the Buddha


Coz, she's a heathen child
Yeah, she's a heathen child
She's a heathen child
She's a heathen child


[Yeah, someone left the bathtub running
someone left the bathtub running]

26 september 2010

Blogstokje : mijn allereerste CD

Bij deze start ik een nieuw blogstokje (hoewel de kans bestaat dat het al ergens bestaat en rondgaat). Bedoeling is dat je teruggaat in de tijd, naar de allereerste CD die je ooit kocht. Laat ons weten welke dat was, en haal gerust herinneringen op, bespreek ze nog eens, laat er ons iets moois uit horen en/of zien of doe iets origineels betreffende die CD (je mag van mijn part een remix maken van alle nummers, de platenhoes versieren, verbeteren of herontwerpen,...) Daarna geef je dit stokje door aan 10 andere bloggers, en zo verspreidt dit blogstokje zich hopelijk snel...


Dit was alvast de allereerste CD die ik kocht :






Ik was toen 17, en kocht mijn eerste stereoketen. Voorheen had ik me beholpen met een radio-cassetterecorder en plaatjes luisteren deden we op de platenspeler van mijn ouders. Zowel mijn broer als ik zouden een stereo kopen, waarvoor we lang gespaard hadden. Omdat het toen zeker nog zo was dat heel wat aankopen goedkoper waren in Nederland dan hier, en Terneuzen nu niet bepaald veraf is, reden onze ouders met ons naar het Noorden. In de winkel waar we onze stereo's kozen (mijn broer een Philips, maar wat ik koos weet ik niet meer...), kregen we gratis een cd bij onze aankoop, en dan nog wel een cd naar keuze (gelimiteerd tot een bepaald bedrag, dat spreekt voor zich). Ik was toen helemaal weg van de singles Bed of nails en Poison van Alice Cooper, die in mijn jonge oren "gevaarlijk" klonken, ruig en meer van die dingen... Vandaag ben ik al veel meer gewoon, maar toen... breek me de bek niet open. Uiteindelijk hoorden we bij ons thuis vooral top 30-muziek, keken we naar AVRO's Toppop en later naar Veronica's Countdown... En dus koos ik Trash, een album dat ik de eerste maanden heel veel beluisterde (ik had dan ook niet zo veel keuze hé...)
De cd heb ik allang weggegeven, maar vreemd genoeg (ik liep met het idee voor dit blogstokje al de hele week rond) hoorde ik toevallig deze morgen op Studio Brussel nog eens Poison...



Poison - Alice Cooper



Bed of nails - Alice Cooper


Ik geef het stokje hierbij door aan Django, Rien, Plutomeisje, Elke, Koop, Lievetje, Roen, Madrina, Kleine en Bavada.

Lied van de week : week 38 - 2010

I need air - Magnetic Man featuring Angela Hunte


Ik vind dit zeker niet het beste nummer van Magnetic Man (luister maar eens naar The cyberman : veel spannender !), maar deze nieuwe single is wel catchy as hell en als door het radiosucces dat hij hiermee al volop haalt, heel wat nieuwe luisteraars drum 'n bass en dubstep ontdekken, is dat natuurlijk alleen maar een goeie zaak... Magnetic Man is de samenwerking van Skream, Benga en Artwork. Deze eerste twee mogen gerust pioneers van de dubstep genoemd worden...

Je vindt dit nummer ook op het debuutalbum (Magnetic man) dat verschijnt op 4 oktober, maar dat je hier alvast kan bestellen. Op 13 november staan ze trouwens ook op I Love Techno in Gent.

Lyrics :

Electrify my body and your making me feel like I'm so electric
everything you do is making me blow, blow, blow
Don't know what to do about it, can't see how I can't live without it
all i wanna do is just know, know, know
You suffocate my mind and now my atmosphere is crowded
and you being here is making me blow, blow, blow
You penetrate my space and now I'm looking out of place coz
you're making it hard for me, I need air!

I breathe air (x4)

25 september 2010

Secret Hero Concert : Echo Beatty + The Bear That Wasn't

Afgelopen woensdag was het nog eens feest in de Curieuze Neuze in Ledeberg, met een optreden van The Bear That Wasn't en Echo Beatty als voorprogramma.
Echo Beatty bracht soundscapes, mooie ideeën, een pracht van een frontvrouw met een pracht van een stem, maar jammer genoeg te weinig echt goeie, voldragen songs. Let wel, het was zelden minder dan mooi, maar om één of andere reden slaagden ze er niet echt in me te raken met hun muziek...

The Bear That Wasn't had ik eerder al gezien op Pukkelpop, in vol ornaat (u weet nog wel : met violistes, cello, drums, gitaren,...), maar dit optreden kaderde in de tournee waarbij Nils Verresen (de beer, zeg maar) in ruil voor een bed en eten een concert speelt. Hij bewierookte zijn voorprogramma, plukte gretig uit zijn arsenaal, gaf weliswaar een wat vermoeide indruk, maar bleef de hele tijd dankbaar en speelde ook covers (onder andere uit Mary Poppins). En natuurlijk sloot hij af met een hemels mooi, overweldigend Headphones.

22 september 2010

Tame Impala

Al van bij de eerste noten, waarbij alle gitaareffectpedalen die zorgen voor galm en echo tegelijk gebruikt lijken te worden, neemt Tame Impala ons mee op een trip door hogere sferen. Ook de stem van zanger Kevin Parker klinkt alsof ze hoog uit de wolken neerdaalt, en lang geleden opgenomen werd. Algauw meen je flarden Love, Cream, Animal Collective, The Beatles te herkennen, en nog zoveel meer...




Bij
hun doortocht op Pukkelpop werden ze vrijwel unaniem bejubeld als dé ontdekking van het festival, en intussen was naar eigen zeggen zowat iedereen aanwezig bij hun concert. Ze wisten toen onmiddellijk te overtuigen, maar vreemd genoeg gebeurt dat niet meteen met dit album. Al hoor je natuurlijk wel dat hier een werkelijk goeie groep aan het werk is, hun sterktes lijken in eerste instantie ook hun zwakte in te houden. De jakkerende drumritmes (als een trein die doordendert op een spoor richting hemel), de psychedelische gitaren, de etherische gezangen : bij de eerste beluisteringen lijkt het alsof je bijna een uur één uitgesponnen nummer te horen krijgt, met weliswaar heel wat variatie, maar toch...
Na meerdere beluisteringen echter leer je elk nummer waarderen voor de eigen toetsen, de specifieke twists en hun vermogen om elk op zich te staan en toch geruisloos op te gaan in het geheel. Vrijwel niets dan hoogtepunten hoor je dan, met genoeg samenhang om een vurig pleidooi voor het concept “album” (een concept dat in iTunes- en iPod-tijden danig onder vuur ligt) te worden.
Nummers als “Lucidity”, “Solitude is bliss” en vooral “The bold arrow of time” vallen tussen al die parels nog eens extra op. Dat laatste nummer begint als de inleiding tot een bluesnummer van
Jimi Hendrix, krijgt een scheut vroege Black Sabbath geïnjecteerd en dan moet het nog allemaal beginnen... En ook afsluiter “I don't really mind” is een voltreffer van jewelste. En zelfs dan lijkt het nummer heel hard op Philippe Gilbert, die na 2 ritzeges en 5 dagen leiderstrui in de Vuelta doodeerlijk beweert nog geen 100 % te zijn : ook dit nummer, hoe fantastisch het nu al is, heeft zijn volle potentieel nog niet benut. Werk dit nog wat verder uit en je krijgt een moordsingle die met geen stokken meer uit onze hoofden weg te jagen is het komend decennium...
Noem het detailkritiek zo u wil, maar wat de fantasietjes op het eind van “Expectation” (ineens wordt nadat het nummer eigenlijk al gedaan is, een klein muzikaal kantwerkje toegevoegd) en tussen het negende en tiende nummer komen doen, is mij een raadsel. Het zijn overbodige toevoegingen. “Runway, houses, city, clouds” tenslotte is een wat tegenvallend nummer, dat niet veel meer lijkt dan een psychedelische cover van “
Jealous guy
” (van John Lennon, al hoor ik hier vooral echo's van de versie van Bryan Ferry) waarop na inname van enkele paddestoelen, het roken van een drietal joints en tussendoor nog een goeie Westmalle eens flink losgegaan wordt : het was ongetwijfeld zeer plezierig voor wie er bij was, maar om dit nu te willen delen met de hele wereld... ?
Nu, we kunnen alvast concluderen dat ze in Australië hun eigen Californië hebben, en dat Tame Impala van daaruit de wereld zal komen veroveren, op een zeer relaxte wijze uiteraard !


Je vindt deze recensie ook hier op Indiestyle.be

19 september 2010

Lied van de week : week 37 - 2010

Something good can work - Two Door Cinema Club


De Afrikaanse ritmes, zoals die ons ooit gebracht werden door Paul Simon, en tegenwoordig ook door bands als Vampire Weekend, zijn deze zomer weer heel populair, en dat mag ook blijken uit het succes van deze single van Two Door Cinema Club. De vrolijkheid spat eraf, en eigenlijk is dit nummer zowat de definitie van "onweerstaanbaar".

Je vindt dit nummer ook op hun album Tourist history dat je hier kan kopen.

Lyrics :

There's a spanner in the works you know, you gotta step up your game to make to the top, so go !
Gotta little competition now, you're going to find it hard to cope with living on your own now. Uh oh! Uh oh!

Let's make this happen, girl you gonna show the world that something good can work and it can work for you.
And you know that it will.
Let's get this started girl, we're moving up, we're moving up and it's been a lot to change but you will always get what you want.

Took a little time to make it a little better, it's only going out, just one thing and another, you know! You know!
Took a little time to make it a little better, it's only going out, just one thing and another, you know! You know!

Let's make this happen, girl you gonna show the world that something good can work and it can work for you.
And you know that it will.
Let's get this started girl, we're moving up, we're moving up and it's been a lot to change but you will always get what you want.

Let's make this happen, girl you gonna show the world that something good can work and it can work for you.
And you know that it will.
Let's get this started girl, we're moving up, we're moving up and it's been a lot to change but you will always get what you want.
Let's make this happen, girl you gonna show the world that something good can work and it can work for you.
And you know that it will.
Let's get this started girl, we're moving up, we're moving up and it's been a lot to change but you will always get what you want.

Huisconcert : Good Time Charlie + Leif Vollebekk

Het nieuwe seizoen van huisconcerten is geopend ! 
In één van onze favoriete huiskamers mocht Good Time Charlie de opener verzorgen, met niets meer dan een gitaar, een zachte, liefdevolle stem en voornamelijk rustige liedjes. De in wezen eenvoudige melodietjes die op gitaar gespeeld werden, kregen een saus van warme, goed gearticuleerde stemklanken over zich heen en bouwden zo een herkenbare wereld (waarin zelfs de Vlasmarkt een plaatsje kreeg) op, waarin het goed toeven was. Soms ging het tempo ietsje de hoogte in, en natuurlijk was ook het duet met Elke De Mey (met wie Good Time Charlie dat nieuwe nummer nog de voorafgaande namiddag opgenomen had) een extra schittering aan het geschapen firmament. Voor het bisnummer werd de gitaar herstemd in de belendende keuken, wat een grappige conversatie tussen publiek en onzichtbare artiest opleverde.

Na de pauze sloofde de Canadees Leif Vollebekk zich meermaals uit om Good Time Charlie te bedanken voor zijn mooie concert (waarvan hij heel erg genoten had), de organisator te bedanken omdat hij het concert organiseerde en ons te bedanken omdat we kwamen luisteren. Zijn allereerste concert in België werd een zeer intiem concert, waarin de man zich zeer communicatief toonde en zichtbaar straalde van dankbaarheid. De intense band tussen artiest en publiek is inderdaad in zo'n kleine huiskamer één van de sterktes van het concept. Leif Vollebekk had muzikaal duidelijk meer in zijn mars, en etaleerde zijn gitaarkunsten, zijn affiniteit met de mondharmonica (hij had negen of tien exemplaren mee en zou ze gedurende het concert allemaal wel eens gebruiken) en vooral zijn wonderlijke beheersing van zijn stem. Die stem liet hij slepen, kreunen, smachten, zalven en meanderen, en hoewel Leif een diepere stem heeft, bracht hij daarmee meermaals herinneringen aan Jeff Buckley boven. Hij eerde in zijn liedjes (en zijn bindteksten) Nick Drake, Nick Cave, Leonard Cohen (waarover hij een leuke anekdote over een interview op de Canadese TV vertelde) en nam ons mee op een muzikale reis door Canada ("Quebec"), de VS en zelfs de Faroer ("Don't go to Klaksvik"). Tussen de nummers praatte hij opgewonden (bijna als een kind op schoolreis) en van de hak op de tak springend, maar het plezier spatte ervan af en het was alsof je een oude schoolvriend na jaren terugzag. Ook het idee om zijn setlist te laten bepalen door Post-its droeg bij aan de spontaniteit en het algehele gevoel dat je deelgenoot was van een bijzonder, fijn, intiem, hartverwarmend concert.

18 september 2010

Eindhoven

Donderdag en vrijdag was ik voor een vorming (Goldsteintraining voor trainers) in Eindhoven. In maart is er nog een terugkomdag voorzien, en daar kijk ik alvast heel hard naar uit.
De vorming was immers goed : ik heb er heel veel geleerd, veel kunnen oefenen en voel me steviger staan om dit straks in mijn eigen team over te brengen. Maar méér nog dan dat was het fijn om al die nieuwe mensen (op een psychiatrisch verpleger na was ik de enige Vlaming in het gezelschap van 24 deelnemers) te leren kennen. Nu ja, niet allemaal natuurlijk (dat kan ook niet), maar ik heb echt wel een aantal écht leuke mensen leren kennen. Omdat dit soort specifieke opleidingen maar heel beperkt gegeven wordt (in Vlaanderen geeft niemand ze nog tegenwoordig), waren de deelnemers uit heel verschillende delen van Nederland (en dus ook België : Gent en Rekem) afkomstig, én uit heel uiteenlopende sectoren binnen de hulpverlening. Door het trainingsaspect waarbij je veel moet oefenen, spreek je ook al eens wat meer met elkaar. Ik heb er écht van genoten...

En natuurlijk voelden deze 2 dagen ook een beetje aan als een klein reisje. Ik ging immers met de trein (wel al om 5u24 in Gent mijn eerste van 3 treinen om ter bestemming te raken...) en overnachtte in een goedkoop, door het werk betaald "bed & breakfast" (al kom ik daar later nog op terug).
Al tijdens de treinrit mocht ik me verbazen over het nieuwe dat ik te zien kreeg. Mijn eerste trein (tot Luik) bood me niks nieuws (dat traject deed ik al eerder), maar op de volgende trein (tussen Luik en Maastricht) werd ik ergens tussen Luik en Bressoux (en dus nog volop in Wallonië) verrast door het grote reclamebord bij een slagerij ("Slagerij Halal / Helal"). Het las vertrouwd, maar nét dat was vreemd : een "boucherie" in (niet echt, maar je snapt wel wat ik bedoel) het hart van Wallonië met enkel een nederlandstalige aanduiding. Ik zie het omgekeerde nog niet zo gauw gebeuren zonder een fulminerend schrijven van de Peumansen en De Wevers van een steeds bekrompener en wereldvreemder navelstarend Vlaanderen.
's Avonds na de vorming en na het inchecken in mijn overnachtingsoord trok ik Eindhoven in. Mijn kennismaking met mijn "Bed & Breakfast" (weliswaar het goedkoopste van Eindhoven) viel dik tegen. Een armzalige kamer (niet één stopcontact in de badkamer) met drie bedden en een versleten kast, een frigo met daarop een tv (ik had een éénpersoonskamer gereserveerd en de website beloofde me naast TV ook een internetaansluiting : nog steeds geen idee waar ik die had moeten vinden...) werd me aangeboden door een Engels sprekende, weliswaar vriendelijk lachende maar steeds nors en kortaf communicerende medewerker, die me meteen vroeg of ik meteen wou betalen (nog voor ik mijn kamer had gezien en nadat ik amper mijn naam had uitgesproken), die me eerst enkel een kwitantie wou geven voor het bedrag dat ik nog moest en pas toen ik de mail waarin stond dat ik een voorschot had betaald en dat ze dit hadden ontvangen, bovenhaalde, het bedrag wou aanpassen aan de reële prijs die ik betaalde. Het "breakfast" gedeelte was zelf een boterhammetje smeren en zelf een tas en bord zoeken in een klein keukentje. Nu ja, gelukkig was het maar voor één nacht en heb ik er uiteindelijk enkel geslapen en ontbeten, meer niet...


Ik at 's avonds een lekkere vegetarische schotel in het Grand Café Berlage (ik had me gelukkig voorbereid en opgezocht op internet waar ik vegetarisch kon eten in Eindhoven), wandelde wat rond in het centrum, twijfelde om naar de film te gaan en besloot toen toch maar een kijkje te nemen of ik niet naar de Europa League-wedstrijd van PSV kon kijken (ik had al berichten gelezen in een krant in het grand café dat de voorverkoop moeizaam verliep). En zo belandde ik (ondanks de toch wel hoge inkomprijs -25 euro- voor een avondje voetbal) alsnog in het mooie Philips Stadion voor de wedstrijd tegen Sampdoria Genua. Links boven ons bevond zich het vak voor de Italiaanse supporters, die heel de wedstrijd lang zeer enthousiast hun ploeg aanmoedigden (zelfs als die volop tot verdedigen gedwongen werden). Hoewel ik in principe een neutrale toeschouwer was (met misschien een heel lichte voorkeur voor PSV, uit "sympathie" voor de stad waar ik verbleef), voelde ik dat ik tussen al die PSV-supporters toch geleidelijk aan meegezogen werd in het aanmoedigen van en meeleven met de thuisploeg, en toen ze in de 90e minuut de gelijkmaker konden scoren, was ik daar haast even blij mee als ik ben met een doelpunt van AA Gent...


Wat me 's morgens, toen ik nog even door Eindhoven wandelde na mijn ontbijt en uitchecken, opviel, is hoezeer ook in Eindhoven (net als in andere Nederlandse steden trouwens) moderne architectuur een prominente rol opeist in het straatbeeld. Meer nog dan in onze steden ontstaat daardoor een scherp contrast tussen oude(re) gebouwen en de moderne, recente gebouwen.

13 september 2010

De Hotlist

Ik gooi het eruit : wat een boerenbedrog is de Hotlist op Studio Brussel toch !


Al van bij aanvang had ik mijn bedenkingen bij de zin van een "hotlist", een rangschikking van de meestgedraaide liedjes op het radiostation. Want wat betekent dat : veel gedraaid worden ? Niet noodzakelijk dat het goede nummers zijn, en al evenmin dat ze populair zijn op dat moment (tenzij dan bij de samenstellers van programma's), want soms staat ineens een nieuw nummer heel hoog dat amper iemand kende (maar na die week geweldige airplay natuurlijk wel), en waarvan blijkt dat het maar niet wil lukken in De Afrekening noch in de Hit 50... Veel gedraaid worden betekent vooral ook dat een goeie marketingcampagne bezig is, dat een nummer goed "geplaatst" is door het label of het management en dat men de radiobonzen heeft kunnen overtuigen dat dit een geheid succes wordt... (en de self fullfilling prophecy geeft hen nadien zogezegd nog gelijk ook). En dus, u voelt mijn besluit al aankomen : zo'n hotlist is eigenlijk van alle zin verstoken, en zorgt er enkel voor dat de liedjes die al het meest gedraaid worden, dus elk nog een extra keertje op de radio mogen.

Het is misschien niet helemaal waar als ik zeg dat ik daar nog zou mee kunnen leven, maar wat helemaal tot ergernis leidt, is het hele sfeertje dat de presentatrice van dienst meent op te moeten hangen. "Zal Arcade Fire erin slagen op 1 te blijven ?" Tja, daar zullen ze dan zelf toch weinig invloed op hebben, want de enigen die beslissen wie op 1 staat, zijn de medewerkers van Studio Brussel zelf... "Oh, geweldig goed gedaan : meteen nieuw binnen op 5" Goed gedaan van wie ? Niet van de artiest, want die heeft hier geen invloed op. Goed gedaan dus van zijn management ? Van zijn platenlabel ? Van de collega's, die massaal het plaatje draaiden ? "Hopelijk kunnen ze volgende week weer stijgen ?" Tja, vraag uw collega's dat ze het plaatje wat meer draaien, maar val ons niet lastig met dat zinloze commentaar. Uiteindelijk wil u ons doen geloven dat de artiesten in een "strijd" met elkaar verwikkeld zijn om hoog in die hotlist te staan. En dat is misschien in zekere zin zo (al vraag ik me af in hoeverre het E iets kan schelen dat hij in die week een paar keer meer of minder dan Crookers gedraaid wordt op Studio Brussel), want per slot van rekening willen ze natuurlijk wel graag (veel) airplay (maar ook weer niet teveel, of we worden het nummer kotsbeu, meestal nog binnen de kortste keren ook...) Maar in tegenstelling tot de Hit 50 (waar je dus het meeste mensen hebt kunnen overtuigen je muziek te kopen) of de Afrekening (waar je de meeste stemmen van luisteraars hebt verworven, en het dus een soort graadmeter is van je populariteit onder de luisteraars), is er absoluut geen enkele verdienste van de artiest zelf die bepaalt hoe hoog hij/zij in de hotlist eindigt/eindigen.

Dus doe a.u.b. niet alsof wij stom zijn, en laat dat hele opgefokte sfeertje alstublieft weg. En speel die nummers (als het dan toch absoluut moet) gewoon non-stop na elkaar. Dat zou ook al een verademing zijn...

12 september 2010

Lied van de week : week 36 - 2010

Cooler couleur - Yelle with Crookers


Deze week werd ik bij mijn keuze voor het lied van de week geen beetje geleid door mijn dochter, die dit een heel grappig nummer vind en er graag opnieuw en opnieuw naar luistert... Crookers werkten voor Cooler couleur samen met Yelle. Ik denk dat het vooral het staccato ritme is waarvoor mijn dochter valt (en ik eigenlijk ook wel...).

Je kan dit nummer vinden op het album Tons of friends, dat je hier kan kopen.

Lyrics :

Cooler couleur whatever
What what what do you prefer
Dancing with la bouche en coeur
Snaping with your wayfarer

J'aime quand tu t'aimes
Quand tu danses
Quand tu t'avances
Quand tu chantes
Quand tu transpires la menthe
Sur la piste de

Cooler couleur whatever
Shake shake shake shake your shoulders
We don't care if you're older
Or the new babysitter

J'aime quand tu t'aimes
Quand tu danses
Quand tu t'avances
Quand tu chantes
Quand tu transpires la menthe
Sur la piste de danse

Cooler couleur whatever
You're a happy teenager
You're sliding like on butter
Next step is touching her butt
What the fuck
You have the luck
To party with the Crookers
In a costume duck

Loser loner whatever
De quoi de quoi as tu peur
Elle t'admire depuis deux heures
Et sera partie dans une heure
Tu as tout fait
Tu lui plais
Elle te plait
Ton déguisement est parfait
Tu n'as plus qu'a l'enlever
Tu danses

Party with the Crookers in a costume duck (2x)
Party with the Crookers so what the fuck (2x)

Cooler couleur whatever
What what what do you prefer
Shake shake shake shake your shoulders
You're not the best you're better

J'aime quand tu t'aimes
Quand tu danses
Quand tu t'avances
Quand tu chantes
Quand tu transpires la menthe
C'est là
Party with the Crookers in a costume duck
Tu es le plus cool so what the fuck
Au milieu de la foule avec tous tes potes
Même si tu fais la poule personne ne se moque
Tu danses

Brisa Roché

You're the only man who can satisfy me, let me speak to your body when you sleep”: Brisa Roché valt meteen met de deur in huis op haar derde album, All right now. Met een stem die aan heel veel leadzangeressen doet denken maar aan niemand in het bijzonder, weet ze in de eerste nummers de aandacht vast te houden. De popliedjes met genoeg haakjes en twists passen perfect bij de overgang van zomer naar de eerste herfstdagen.

Toch is Brisa Roché het best in de liedjes die de nazomer oproepen. Wanneer ze na een paar nummers overschakelt naar een herfstiger spectrum, naar wat je met enige rekbaarheid rock ballads zou kunnen noemen, treden er kleine irritaties op. Haar stem wordt iets te vlug te melodramatisch, en het afwisselen tussen een bombastische balladintro en een aan Vampire Weekend of Talking Heads refererend uptempo stuk (telkens onderbroken door een gedempt “un, deux, trois, quatre”) mag dan al op papier een leuk idee geleken hebben, in de praktijk is het teveel mossel noch vis.
Het is een gevoel waar we aan leren wennen. Na meerdere luisterbeurten kan ik er niet omheen: vanaf song 6 verslapt de aandacht, omdat alles al te bekend klinkt en we eigenlijk nergens een eigen smoel ontwaren. Echte stinkers staan er niet op dit album, maar na de beloftevolle eerste 5 nummers overstijgt geen enkel probeersel meer de middelmaat.
Het begon nochtans zo goed, en met Sweat king, dat effectief als single uitgebracht wordt, heeft Brisa nochtans een bijzonder goeie popsong afgeleverd, waarin een klein drumloopje dat tikkeltje extra verschaft en waarin het refrein de vrolijkheid van Bis en Chumbawamba perfect vorm geeft. Dit is het soort single waar one hit wonders al vaker mee gescoord hebben.
Een EP met de eerste 5 nummers had hoge ogen gegooid. De 9 songs die er teveel aan zijn, halen ons enthousiasme natuurlijk sterk naar beneden.

Je vindt deze recensie ook hier terug op Indiestyle.be

05 september 2010

Lied van de week : week 35 - 2010

We used to wait - Arcade Fire


Met The suburbs heeft Arcade Fire een prachtige opvolger geleverd voor Neon bible, een album dat hier nog regelmatig gedraaid wordt. Het bombastische element dat Arcade Fire in zijn muziek brengt, maakt dat hun songs uitgroeien tot epische muzikale vertellingen die je als luisteraar meeslepen en dan, als een tornado die plots gaat liggen, terugwerpen op de harde realiteit, met het besef dat er iets hogers en mooiers bestaat. Op hun nieuw album verbreden ze hun muzikaal spectrum, maar gelukkig blijven de kernelementen van Arcade Fire bewaard, en dat hoor je duidelijk in deze single.

Je kan het album hier kopen.

Lyrics :

I used to write,
I used to write letters, I used to sign my name
I used to sleep at night
Before the flashing lights settled deep in my brain

But by the time we met
By the time we met the times had already changed

So I never wrote a letter
I never took my true heart, I never wrote it down
So when the lights cut out
I was left standing in the wilderness downtown

Now our lives are changing fast
Now our lives are changing fast
Hope that something pure can last
Hope that something pure can last

It seems strange
How we used to wait for letters to arrive
But what's stranger still
Is how something so small can keep you alive

We used to wait
We used to waste hours just walking around
We used to wait
All those wasted lives in the wilderness downtown

oooo we used to wait
oooo we used to wait
oooo we used to wait
Sometimes it never came
(oooo we used to wait)
Sometimes it never came
(oooo we used to wait)
Still moving through the pain
(oooooo)

I'm gonna write a letter to my true love
I'm gonna sign my name
Like a patient on a table
I wanna walk again, gonna move through the pain

Now our lives are changing fast
Now our lives are changing fast
Hope that something pure can last
Hope that something pure can last

oooo we used to wait
oooo we used to wait
oooo we used to wait
Sometimes it never came
(oooo we used to wait)
Sometimes it never came
(oooo we used to wait)
Still moving through the pain
(oooooo)

we used to wait (x3)

We used to wait for it
We used to wait for it
Now we're screaming sing the chorus again
We used to wait for it
We used to wait for it
Now we're screaming sing the chorus again
I used to wait for it
I used to wait for it
Hear my voice screaming sing the chorus again
Wait for it (x3)

31 augustus 2010

Schrikken

Het was even schrikken, deze morgen, toen ik op weg naar mijn werk langs een ongeval fietste waarvan de reconstructie (althans op het eerste zicht) makkelijk te maken viel : onderaan de Stropbrug (richting station) had een auto, komende uit de Gaston Crommenlaan, een fietster op het fietspad, dat hij moet kruisen, omvergereden (waarschijnlijk met enkel oog voor naderende auto's snel de baan oprijden, en fietsers niet eens ziend). De vrouw lag kermend op de grond, met heel wat omstaanders klaar om haar te helpen.
Dit is een punt waar ik niet alleen elke dag passeer als ik naar mijn werk fiets, maar bovendien rijden ook mijn kinderen, als hun mama hen naar school brengt, daar ook bijna dagelijks met de fiets. De grens tussen even schrikken en schrik hebben, is dan wel erg dun...
Ik maak het dagelijks mee dat fietsers als quasi-onbestaand beschouwd worden door automobilisten. Op de Zwijnaardse Steenweg b.v., ter hoogte van Bakkerij Deloof, staat heel vaak een auto op het fietspad geparkeerd, waardoor ik de weg op gedwongen word. Zeker 's morgens vroeg is er nog meer dan voldoende parkeerplaats enkele meters verderop... En een opmerking wordt bovendien nog eens hooghartig arrogant ontvangen alsof ik het recht niet heb daar iets van te zeggen, terwijl ze nochtans overduidelijk in fout zijn ! Kijken of er geen bestuurders in auto's zitten die plots hun deur opengooien zonder te kijken, is een tweede natuur geworden. Aan de uitrit van het UZ aan De Pintelaan kan ik er al op rekenen dat op het spitsuur auto's op het fietspad staan en zo de doorgang belemmeren, en dan in het beste geval verontschuldigend kijken.
Ik maak me sterk dat ik zelf, wanneer ik eens met de auto ben, rekening houd met de fietsers, omdat ik heel goed weet welke de pijnpunten voor fietsers zijn. Misschien moeten al die automobilisten ook eens wat meer de fiets op... ?!


Tot slot nog een webtip : Fietsbult rapporteert in Gent allerlei problemen m.b.t. fietsers (en vooral infrastructuur). Een ware goudmijn, al word je er niet vrolijker van...

29 augustus 2010

Lied van de week : week 34 - 2010

Don't go to Klaksvik - Leif Vollebekk


Het is eigenlijk door een uitnodiging voor een huisconcert dat ik voor het eerst van Leif Vollebekk heb gehoord. Deze Canadese singer/songwriter is voor mij écht een ontdekking van jewelste, en zijn liedjes (en vooral dit nummer) zijn van een adembenemende schoonheid. Ik kan amper wachten tot het optreden, en spaar nu al voor het album, dat hij vast meebrengt... ;)

Je kan het album Inland natuurlijk ook altijd hier kopen.

Don't go to Klaksvik (mp3)

Lyrics :

You've got the world in you
We slept again in the nude
Sky's bruised in pinks and blues
And daybreak's barely breaking through
You awake not to know the end of it
Don't go to Klaksvik

I hear those birds of dawn
Keep my mind off what I was sleeping on
The curtains by the bath are drawn
Out the windows onto the lawn
And the neighbours' children step on it
Don't go to Klaksvik

The pearl up on the hill
Won't move unless you will
The fiddler takes his bow and brings
It to the heartstrings
That moor the pearl to your fingertips
Don't go to Klaksvik

Never felt so foreign and free as before
You took me to your room and locked the door
There's a lot to be said for leaving things unspoken of
It's something else to leave me unawoken, love

The town sleeps soundly below
Just like a baby in sheets that grow
Half-soaked fishermen standing somewhat together
Miles from the shore in the foglamp weather
They're calling, yes they're calling from their ships
Don't go to Klaksvik

27 augustus 2010

Pukkelpop 2010 - dag 3

De laatste dag van Pukkelpop, en die hebben we vroeg ingezet...



Amper een kwartier na het openen van de poorten, trad Cymbals Eat Guitars al op in de Club. Gelukkig waren ze het vroege opstaan méér dan waard, met indierock die met zoveel overgave gespeeld werd, dat zanger Joseph Ferocious de titel van meest bezwete man op Pukkelpop 2010 wegkaapt. Hij begon het optreden met de vraag of we al koffie gehad hadden, en je snapte meteen waarom : riffs en hooks om u tegen te zeggen, een tremolo-arm die eraan moest geloven en rondspattend zweet, en dat voor een toch nog maar beperkt publiek...


Toch één comedy act gezien op Pukkelpop : Bert Gabriëls. Sinds Zonde van de zendtijd beroemd ("iedereen spreekt mij nu aan op straat : hé Henk") en best wel grappig. Soms een beetje flauw grappig, soms geestig grappig, soms puttend uit de nooit opdrogende bronnen relaties en man-vrouwverschillen en af en toe eens wat origineler, maar dus meer dan ok.



Het Zuidafrikaanse Die Antwoord had de nieuwsgierigheid al serieus gewekt met de single Enter the ninja (ze zouden er ook hun set mee openen), en blijkbaar waren velen benieuwd wat ze live zouden brengen. Nuance en subtiliteit kregen we langs geen kanten, maar met hun bekendste nummer als opener, gevolgd door Wat kyk jy, zetten ze meteen de toon voor een stomend optreden. Lef hadden ze te over, hun act verveelde geen moment en ze speelden, verkleed als Pokémonfiguren, als bis nog een opzwepend Doos dronk. Muzikaal is dit allerminst het meest kwaliteitsvolle dat je op een festival als Pukkelpop kan horen (en dat is een understatement), maar de amusementswaarde en het adrenalinegehalte liggen dan weer ontzettend hoog. Enjoy while it lasts...



Toen Broken Glass Heroes Let's not fall apart inleidde, viel mijn frank. Benidorm Bastards, dat is waarom het liedje me al zo bekend in de oren klonk toen het lied van de week werd... Ook in de rest van de set hoorden we naast blues en rock vooral veel links naar The Beach Boys. Hun allereerste optreden was alvast de moeite waard, en eens ze wat meer ingespeeld raken, kan dit alleen nog maar fijner worden.



The Low Anthem klonk in de AB stukker beter dan in de Marquee (ze hadden hier ook veel last van de beats die uit een naburige tent kwamen binnengewaaid en de verstilde samenzang van de vier groepsleden overstemde), maar hier kregen we wellicht enkele nieuwe (want mij totaal onbekende) nummers te horen en ondanks technische problemen bij de "truc met de zingende gsm's" (die deden het namelijk niet, en ze hadden net het publiek uitgenodigd mee te doen met de eigen gsm's), was het een mooi opgebouwde set. Jammer dat de omstandigheden niet meezaten dus...



Ik was wel benieuwd naar wat Gonjasufi, waar ik al veel over gelezen had maar nog niets van gehoord had, zou brengen, maar het viel tegen en na enkele nummers in een intussen snikhete Chateau kon zijn arrogante houding, die niet door uitzonderlijk goeie nummers gerechtvaardigd werd, me gestolen worden.



Snikheet was het zeker en vast ook in een meer dan volgelopen Dance Hall (gelukkig was ik vroeg genoeg en had ik een plaatsje redelijk vooraan) en Soulwax stelde niet teleur. Met hun Nite Versions draaiden ze een set die wel heel erg op de cd bij de dvd Part of the weekend never dies geleek, maar vermits dat een cd is waarover je me nooit zal horen klagen, was ik (en ik duidelijk niet alleen...) zeer tevreden. Nadat ze afsloten met NY excuse gingen we met zijn allen badend in het zweet de koelere avond weer in (en dat verklaart natuurlijk mijn hoest deze week...). Volgens het verhaal achter die laatste song, zoals ze dat vertellen in Part of the weekend never dies, hebben ze die song als een excuus gebruikt om op kosten van de platenmaatschappij naar New York te gaan en in de tekst ("It's an excuse that we're making / Is it good enough for you to pay ?") winden ze daar geen doekjes om. Misschien is het verhaal te mooi om waar te zijn, maar in ieder geval is deze track zijn geld al meer dan waard gebleken.



Het beste optreden van deze Pukkelpopeditie was echter dat van Jónsi, die prachtige visuals op de achtergrond meehad die wonderwel pasten bij de schitterende muziek. De set was uitgebalanceerd, de interactie met het publiek verliep goed, de hoogtepunten werden aan elkaar geregen (en iets anders dan hoogtepunten hoorden we niet) en de sfeer waarin je ondergedompeld wordt, is uniek en onvergetelijk ! Eigenlijk schieten woorden hopeloos te kort om dit optreden te beschrijven...



Afsluiters waren opnieuw de Dewaele broertjes, zij het in de gedaante van 2manydjs. Met hun Under the covers tour brengen ze niet alleen een opwindende en afwisselende (AC/DC, LCD Soundsystem, MGMT, Guns 'n Roses,...) dj-set, maar in de visuals bewerkten ze ook nog eens de bijhorende platenhoezen. Als je dit voor het eerst ziet, blijf je toch een beetje verblufd achter, en zo bleek deze afsluitende act de ideale laten-we-nog-een-laatste-keer-uit-de-bol-gaan ceremoniemeester.


De 25ste editie van Pukkelpop was bijzonder straf (en dan hebben we nog veel strafs gemist...)

Pukkelpop 2010 - dag 2


De tweede dag Pukkelpop zetten we in met een atypische act : Henry Rollins met een spoken word performance. Een uur lang vertelde hij als een waterval, met humor én met bevlogenheid. Hij had het daarbij onder meer over laatste presidenten van de VS, over reizen, over Zuid-Afrika (en zijn bewondering voor Nelson Mandela en voor de pre-ambule van de nieuwe Zuidafrikaanse grondwet), over Pakistan, over hoe hij een jongen in Sri Lanka liet kennismaken met The Stooges en over Pukkelpop zelf (waar hij al ten tijde van Black Flag mocht komen spelen). Hij eindigde met opdrachten voor het publiek : leer iemand kennen met wie je daarna contact blijft onderhouden, wissel boekentips uit,...


Omdat groepsnamen kunnen intrigeren (zie ook eerder We Seem To Have Misplaced Our Igloo en Cymbals Eat Guitars), ging ik een kijkje nemen bij Où Est Le Swimming Pool, en hoorde er vooral veel jaren '80 nostalgie : Pet Shop Boys, Erasure, vroege Depeche Mode... Om het volgende concert niet te missen, bleef ik maar een deel van de set. Het was bevreemdend de volgende ochtend het nieuws te vernemen van de zelfmoord van Charles Haddon...


Fanfarlo, wiens album Reservoir mijn eindejaarslijstje vorig jaar met glans haalde, wou ik absoluut niet missen. Meermaals -nog meer dan op plaat- deden ze me denken aan Arcade Fire, maar dat is natuurlijk geen reden tot klagen. Het hoogtepunt van de set was voor mij The walls are coming down.


Alleen al voor de mooie vrouw die Laura-Mary Carter, zangeres-gitariste van Blood Red Shoes, is, zou je naar hun concert gaan. Maar deze band heeft gelukkig veel meer te bieden. Een heel strakke set speelden ze in de Marquee, met al vroege hoogtepunten I Wish I was someone better en Light it up.


Het debuutalbum van Everything Everything, een groep waarover al veel goeds te horen valt op internet, moet nog uitkomen, maar de nieuwsgierigheid was groot. De band lijkt heel wat gemeen te hebben met Vampire Weekend, zo op het eerste gehoor, en we waren aangenaam verrast door de soms wonderlijke nummers.


Ik had veel verwacht van Avi Buffalo, een band waarmee ik nu al enkele maanden 's ochtends wakker wordt (hun What's in it for staat ingesteld als mijn wekker), maar jammer genoeg waren ze niet voltallig (de toetseniste ontbrak). Hun concert was niettemin één van de betere van deze editie van Pukkelpop, maar het blijft toch afvragen wat het had kunnen zijn in volledige bezetting...


Eels op het grote podium betekende vooral een set met stevig rockende nummers, gebracht door een met baard en bandana gesierde E en een band die uit voormalige leden van ZZ Top leek te bestaan. Wellicht is Eels nog veel beter in een zaalconcert, waar er meer mogelijkheden zijn tot intimiteit (iets wat veel van hun nummers toch vragen), maar de uitstekende keuze uit hun ruime back catalogue betekende toch dat we een puik concert kregen, op maat van het podium waar ze geprogrammeerd stonden.


Wat een show bracht Major Lazer ! De beats en flows vlogen ons om de oren, de groepsleden deden heel hard hun best om elke connotatie tussen muziek en sex bijzonder duidelijk te maken, maar bovenal bleek dat de nummers van het album Guns don't kill people... lazers do! wérken en je onbedaarlijk aan het dansen brengen. Een mengeling van dubstep, dancehall, reggae, dub, hiphop, techno, house en misschien nog wel veel meer werd ons als één lang orgasme voorgeschoteld en de frontman en -vrouw beeldden perfect een soort "paringsdans van hippe vogels" uit. Zelfs een vleugje All that she wants van Ace Of Base mocht in dit geheel niet ontbreken, blijkbaar...

De reacties van het publiek, dat tot ver buiten de Marquee toegestroomd was, waren duidelijk en ontroerden, na grote hit Little lion man, zelfs zichtbaar de leden van Mumford & Sons, en dat was meer dan terecht, want de groep bewees dat ze én de songs én de presence hebben om op een festival tot een topprestatie te komen.



Tijdens de tournee na Fat of the land zag ik een eerder routineus The Prodigy in Vorst Nationaal, maar hun optreden op Pukkelpop was stúkken beter : zelfs met de nieuwere songs uit de nooit echt helemaal doorgebroken laatste CD én natuurlijk de bekende hits brachten ze een opzwepende show en het is wellicht doordat ze de laatste jaren wat naar de achtergrond verdwenen en hun status taande, dat ze geen headliner waren, want hun prestatie was een headliner waardig...



Het recentste album, Teen dream, van Beach House liet me nog een beetje in dubio of ze nu geniaal dan wel aanstellerig waren, en ik wou me graag laten overtuigen door een live performance. En zie, ik ben ook helemaal overtuigd. Dit was zeker en vast één van de beste concerten, al deed hun zangeres soms wel erg haar best ons te irriteren met haar wollige "we give you energy and the energy from you flows right back to you"-bindteksten, haar Kate-Bush-met-overvloedig-jaren-'80-kapsel fixatie en haar zeeziekmakend wiegen. Maar het is de muziek die telt, en die was outstanding.


Richie Hawtin presents Plastikman bleek gewoon Richie zelf te zijn als zijn alter ego, gekooid achter een een grote halfronde constructie met LED-lichten waarop verbluffende visuals te zien waren die helemaal pasten bij de dance die gebracht werd. De muziek was goed (maar na een half uur had ik het wel gehad), de visuals ronduit fantastisch en de sfeer zat er goed in.



Om af te ronden gingen we nog even luisteren naar de dj-set van Digitalism, die allerlei onbekends (voor mij toch...) mixten met Daft Punk (Harder, better, faster, stronger), Anne Clark (Our darkness), Lenny Kravitz (Are you gonna go my way) en Basement Jaxx (Where's your head at).

Verder in de loop van de dag flarden gezien en gehoord van Gili (de tent was vol en voor de ingang zie je te weinig om echt goed te kunnen volgen, en dat is jammer, want het zag er best wel leuk en indrukwekkend uit), White Lies (ik denk niet dat ze mij ooit nog kunnen overtuigen...), Limp Bizkit (ze drongen zich op aan iedereen die niet ver genoeg stond, en jammer genoeg was de Marquee, waar Mumford & Sons aan hun set begonnen waren, niet ver genoeg) en The XX (leken al het goede van het album ook live te bevestigen)

22 augustus 2010

Pukkelpop 2010 - dag 1

Na nog net het einde van de set van Netsky te hebben meegepikt (kreeg al heel veel mensen aan het dansen in de Boiler Room voor dat uur van de dag...) en -létterlijk- de allerlaatste noten van Kylesa, waren we helemaal klaar voor het eerste echte optreden...


Tame Impala : het was een ingeving van het moment, en het zou uiteindelijk dé ontdekking worden van deze editie voor mij. Nog nooit had ik van hen gehoord, maar al van het betreden van het podium (allen blootsvoets), wisten ze met hun hippie-charme en coole houding de aandacht vast te grijpen. En dan moesten ze nog beginnen aan hun set, waarin de gitaren, waarvan de klanken overladen werden met allerlei delay-, echo- en feedbackeffecten, de Summer of love opriepen. Zelfs de kazoo werd niet geschuwd, en we herkenden plots ook een flard Remember me van Blueboy (en dus eigenlijk Woman of the ghetto van Marlene Shaw).


In de kleine, gezellige Wablief?-tent konden we het missen van The Bear That Wasn't op de Gentse Feesten goedmaken. Nils Verresen is al bijna een jaar met de fiets op weg van huisconcert naar huisconcert (vandaar wellicht dat een fan hem De eenzame fietser van Boudewijn De Groot cadeau deed...), en doet af en toe een echt podium aan. Wat en wie hij meebracht, kan onmogelijk onder een snelbinder op het bagagerek passen : 3 violistes, een contrabassist, een gitarist, een drummer, een backing-vocaliste met dwarsfluit en al hun materiaal (en zijn eigen gitaar natuurlijk). Al dat moois leverde ook een bijzonder fijn concert op : hoogtepunten waren Tony the lion (een leuk liedje over een knuffel : "Tony...was my bestest friend... but you can very well take his place" -of zoiets, ik heb het niet helemaal letterlijk kunnen onthouden), Fizzy good (makes feel nice), Ballad of two raindrops en natuurlijk afsluiter Headphones ("But I can see in the dark with my headphones on / and every light is multiplied by each new song"). En ik vergeet niet gauw de ietwat gegeneerde grijns toen hij het bordje "Fuck me like a bear" zag tussen het publiek...


Volgende grote afspraak was Band Of Horses in de Marquee. Hun Funeral (waarmee ze trouwens afsloten) blijft een geweldige dijk van een song, maar de band bewees dat ze, tegen een achtergrond van desolate beelden uit de VS, konden rocken als de beesten en americana van de bovenste plank brengen. Opvallend was ook hoe iedereen in de Marquee met elk nummer leek mee te zingen, terwijl dit niet meteen een band is die veel airplay krijgt... Een groots concert met een grote apotheose !


Minus The Bear (er waren duidelijk wat beren uitgenodigd dit jaar...) wist mij op plaat te bekoren, maar hun optreden viel dik tegen, en ik verliet de tent al na enkele songs...


Een man alleen met zijn stem, enkel begeleid door een kompaan met een gitaar, kan een hele Marquee stil krijgen, meenemen in zijn wereld en kippenvel bezorgen, met keigoeie songs en natuurlijk die diepgrommende, uitzonderlijke stem waarmee hij ooit nog grunge liet schallen (wie kent Screaming Trees nog ?). Het kan, maar dan moet het natuurlijk wel Mark Lanegan zijn. Enige puntje van kritiek is dat ik het gevoel had dat de 50 minuten waarop we getrakteerd werden, het maximale zijn waarin die sombere aanpak niet gaat vervelen op een festival, maar gelukkig viel dat dus nog net mee...


Voor dansmuziek met een flinke scheut jazz en avontuur moet je bij Laurent Garnier zijn, en hij liet zich dan ook bijstaan door twee saxofonisten/trompettisten. Het levert dance op die weet te bekoren, en de staat van dienst die deze man heeft, lokte ook heel wat publiek. Het werd een fijn tussendoortje in een broeierige Dance Hall.


Maar we gingen snel naar The Shelter, waar John Garcia de nummers van zijn oude band (bij gebrek aan een reünie) dan maar speelt met enkele Belgische en Nederlandse muzikanten (waaronder de gitarist van Arsenal), onder de noemer Garcia plays Kyuss. Een imposante muur van versterkers en een brede, ruige, langharige man met zonnebril (om 23u05 ! in een donkere tent !) waren de voorbode voor loodzware riffs, immens luide rock, maar gelukkig ook héle mooie songs... De tijden van de oerstonerrockers leken nog even te herleven en Garcia speelde opnieuw alsof hij in de woestijn stond. Imposant is wel het minste dat je hierover kan zeggen...


De eerste dag sloten we met grote verwachtingen af met These New Puritans. Ik ben helemaal weg van We want war en Attack music, en dat zijn songs die als een huis bleven staan, maar net als de rest van de set misten ze die punch die ik van de plaats wél ken. De geluidsmix zat daar wellicht ook voor iets tussen, want zanger Jack Barnett was bijwijlen amper te verstaan... Hij had nochtans, met een maliënkolder onder zijn jas, zo zijn best gedaan om te imponeren.


Verder heb ik op de eerste dag fragmentjes (soms zeer kleine, soms iets langere) meegepikt van De Jeugd Van Tegenwoordig (altijd goed voor een feestje, méér valt daar eigenlijk ook niet over te zeggen...), Jakwob, Band Of Skulls (klonk zeer fijn), Iron Maiden (niet van die aard dat ze mij konden overtuigen om te blijven staan) en Placebo (hoorde een flard van een -goeie- cover van All apologies van Nirvana). En ik zag enkele leuke nevenattracties in de Petit Bazaar (waaronder Vooruit met de kuit, Batakamp -met Jezus-,...)