26 september 2017

Intergalactic Lovers


Het is vast geen toeval dat Intergalactic Lovers voor het nieuwe album Exhale de overstap maakten naar Unday Records. Dat label wist op enkele jaren tijd een kwaliteitskeurmerk te worden met heel goeie Belgische releases. Het lijkt stilaan een beloning voor een Belgische band om een album bij hen te mogen uitbrengen, en in het geval van de Lovers is dat ook meer dan terecht.
Op elk van hun voorgaande platen stond al minstens één song die je de daaropvolgende jaren nadien regelmatig blijft horen en waarvan je meteen weet dat het deze band betreft. Op het debuut was dat zeker Delay, en No regrets deed hetzelfde op opvolger Little heavy burdens. Natuurlijk zit de kenmerkende stem van Lara Chedraoui daar voor veel tussen maar ook de herkenbare kwaliteit van die nummers. En kijk, hun derde worp begint alvast sterk met Between the lines en Coast to coast, voor de hand liggende kandidaten om deze taak op zich op te nemen. De herkenbaarheid van de sound van het viertal krijgt overigens steeds vastere vorm en we merken een evolutie zoals we die voorheen ook bij dEUS ontwaarden. Naarmate de platen elkaar opvolgen, maakt de verrassing plaats voor maturiteit, een stevige eigen basis in hun geluid en het uitdoven van onzuiverheden. Dat de Aalstenaars daar al na drie albums in slagen, zegt veel over hun talent.
Die volwassenheid mag dan wel het overgrote deel van Exhale kleuren, de speelse elementen gaan gelukkig (nog) niet verloren. Die zijn te herkennen in het al eerder genoemde Coast to coast, in Ego wars en in het heerlijke meanderende refrein van nieuwe single River. Het zijn de pop-elementen die Lara en haar drie kompanen zo graag songs binnensmokkelen als betrof het Jamaicaanse rum van hoge kwaliteit. Een beetje dronken worden we ervan en op avonden waarop we hun hele oeuvre savoureren, verleidt het ons tot het vertellen van piratenverhalen over Jack Sparrow-achtige muzikanten die de industrie ongemerkt enteren.
De uitstekende live-reputatie die de band geniet, doet ons dromen van uitvoeringen van No shame, dat eerst gedetailleerd opgebouwd wordt om in de slotakkoorden gezwollen te zijn tot een ballon die net niet openbarst. Of Talk! Talk!: ongetwijfeld een rustmoment in de set dat de volledige aandacht opeist net doordat het zo scherp de kalmte inzet als ultiem waakzaamheid afdwingend gebaar. En Give it up bevat een gitaarsolo die tegen een achtergrond van gedoofde lichten en spuiende rookmachines vast nog een stuk pakkender klinkt dan in onze woonkamer.
Intergalactic Lovers bevestigt met deze plaat dat ze hun plaats in het Belgisch rock- en pop-pantheon verdienen. In een immer stijgende lijn lieten ze in het verleden al hun muziek op ons los en traden ze vaak op om de inwerking ervan zelf ook te aanschouwen bij intussen ontelbare drommen concert- en festivalgangers. Met Exhale zet de band opnieuw een stap verder en als ze hiermee geen bredere erkenning krijgen, weten wij het ook niet meer.

Je kan deze recensie ook hier lezen op Indiestyle. Beluister hieronder het volledige album:

Lied van de week: week 39 - 2017

Children of the eye - Amenra



Bijna tien minuten duurt het lied van deze week. Tien magistrale minuten zijn het. Tien minuten zoals enkel Amenra die op uw bord kan serveren. Tien minuten die je vastgrijpen, je vastpinnen, je vast en zeker meesleuren in het eigen universum dat de band al sinds 1999 creëert. Children of the eye is de voorbode voor het nieuwste album, Mass VI, dat uitkomt op 20 oktober. Nog een kleine maand geduld en dan mag iedereen zich weer opsluiten op zijn kamer om met de koptelefoon op een heel album van deze heerlijke muziek te savoureren.

Je kan het album Mass VI hier alvast bestellen.

25 september 2017

Bruce Cockburn


Hoeveel albums Bruce Cockburn intussen al gemaakt heeft, weet ik niet (al had ik het makkelijk kunnen opzoeken natuurlijk), maar de Canadees gaat een hele tijd mee. Ook zijn nieuwste, Bone on bone, bulkt weer van de kwaliteit.
Opener States I'm in had op Crossing muddy waters van John Hiatt kunnen staan, enkel het karakteristieke stemgeluid verraadt een andere muzikant. Zowat alle songs op deze plaat zijn doordrenkt van wat gemakshalve onder "rootsmuziek" wordt samengevat en die traditie vindt in Cockburn een liefhebber die met respect en heel veel liefde, maar ook vakmanschap zijn eigen weg zoekt. Verrassen doet hij daarbij zelden nog. Toch is deze plaat meer dan de moeite waard. Of hij nu in het Frans zingt (Mon chemin), tussen de noten door slentert (Looking and waiting) of de kadans van de Jesus train volgt, telkens doet hij dat met zoveel klasse dat je als luisteraar enkel maar kan achterover leunen en genieten.

Beluister hieronder het volledige album:

24 september 2017

Gelezen (103)

Kunnen we praten? - Joris Luyendijk



Een dun maar zeer helder geschreven boekje van de Nederlandse journalist Joris Luyendijk waarin hij probeert bloot te leggen waarom populistische politici zo populair zijn tegenwoordig maar ook waarom hij er toch niet voor zal stemmen. Het boek bevat een uitnodiging tot gesprek (en dat kan op www.kunnenwepraten.nl).

Zwaarte - Jeanette Winterson


In een hervertelling van de verhalen van Atlas, die de wereld draagt, en de held Herakles, legt Jeanette Winterson bloot hoe we allemaal de last van verleden en toekomst dragen en hoe bepalend dat is voor ons heden. In een voortdurende botsing tussen grenzen en verlangen worden we onontkoombaar wie we zijn, alsof het een Noodlot is.

Een geschiedenis van Duitsland: sporen en dwaalsporen van een natie - Georgi Verbeeck


In dit boek beschrijft Georgi Verbeeck de geschiedenis van Duitsland en dat gebeurt op verrassende wijze. Zo leerde dit boek mij vooral dat Duitsland als natie pas een heel late constructie is. Ik las dit boek als voorbereiding voor de reis naar Duitsland met mijn lief, mijn kinderen en haar kinderen, maar het bleek toch ook boeiend hoewel ik vooraf had gedacht dat Beieren een grotere rol had gespeeld in de Duitse geschiedenis en ik dus veel kennis zou vergaren die van pas zou komen op reis.

De duivelsverzen - Salman Rushdie


Dit boek van Salman Rushdie is door het hele fatwa-gedoe natuurlijk beladen met zoveel politieke bijklank en zoveel reputatie dat onbevangen lezen onmogelijk is. Nu, zovele jaren later, is het me eindelijk gelukt het boek ter hand te nemen. Rushdie schrijft een verhaal over goed en kwaad, over tegenstellingen (tussen Hindoe en moslims, tussen het Oosten en het Westen,...) waarin de verhaallijnen soms verloren dreigen te gaan in de veelheid aan beschouwingen. Het bleek bij momenten, ook al door de vele referenties naar een cultuur die me vrijwel onbekend is, soms hard werken om dit boek door te komen, maar dan kwamen er toch weer telkens passages die vlotter weglazen. De hele heisa rond de zogenaamde godslastering begrijp ik nog steeds niet zo goed, het lijkt (met de ogen van nu natuurlijk) allemaal nog mee te vallen... Al bij al is het wel een goed boek.

23 september 2017

Crites


Vier Gentenaars die hun sporen reeds verdienden in onder meer Vandal X, vormen samen Crites. De band heeft na 2 jaar live een reputatie opbouwen nu ook haar debuutplaat uit. Het titelloze debuut grossiert in de sound van bands die ik in het kielzog van de grunge ontdekte: The Jesus Lizard, Girls Against Boys, Barkmarket,... De stevige gitaren van Nirvana ten tijde van Bleach, de ongepolijste parel die hun doorbraakplaat voorafging, mogen weer volop. Het bonkende ritme dat de luisteraar helemaal onderdompelt in een zwaarmoedige toestand van wanhoop en dreigende verdoemenis overheerst. In Crash is zowaar Helmet helemaal terug (al is die band zelf ook nog actief natuurlijk). 
Het zijn niet alleen nostalgische veertigers, die hun muzikale hoogdagen vierden in houthakkershemden en luchtgitaren, die van deze plaat zullen genieten. Mausoleum is de potente rocksong die Triggerfinger nooit zal maken en Unrelenting laat horen waarom dat tijdperk destijds terecht zo baanbrekend genoemd werd: hard gitaargeweld verhult niet dat er een mooie song gespeeld wordt, in zijn soort zelfs pop te noemen.
Ik zou kunnen vervallen in het cliché om deze plaat een kopstoot te noemen. Juist zou dat niet zijn want de pijn wordt telkens verzacht door geweldige melodieën en de songs zitten ingenieus genoeg in elkaar om meer te zijn dan rauwe brokken rock. Wat dit live betekent, kan je trouwens op de voorstelling van de plaat op 12 oktober horen in Nest in Gent.

Je kan dit debuut kopen via hun Bandcamp-pagina. Beluister alvast hieronder het volledige album:


Deze plaat wordt overigens verdeeld door Starman Records.

22 september 2017

Lied van de week: week 37 - 2017

The code - Uncle Wellington


Half oktober mogen we (eindelijk) het eerste full-album verwachten van Uncle Wellington. Nu is er alvast deze single, die in vergelijking met hun EP When it takes a lot of time, veel volwassener nog en voller. Waar deze Gentse band voorheen soms nog bedeesd en voorzichtig overkwam, klinkt zangeres Frie Mechele alsof ze helemaal klaar is om de wereld te veroveren (te beginnen met Gent en omstreken). Ook muzikaal horen we een groep die ambitieuzer geworden lijkt en in ieder geval niet (langer) bang is om dat te tonen.

Het nieuwe album The faster I waltz, the better I jive komt uit op 12 oktober.

21 september 2017

Pond


De recentste plaat van Pond is al uit sinds mei, maar was ik een beetje uit het oog verloren. Dat is des te vreemder omdat ik hun vorige platen (Hobo rocket en Man it feels like space again) heel graag beluister en hun optredens in de Nijdrop en op Pukkelpop in 2015 erg smaakte.
The weather is bij aanvang een rustiger album, zo lijkt het. Het lijkt wel alsof Nick Allbrook een deel van zijn streken verleerd is. Maar net dan experimenteert de band met zweverige eighties electronica (Colder than ice) en met soulvolle ballads (Zen automaton). Er is de gekte afgewisseld met rust van A/B en het geschifte All I want for Xmas (is a Tascam 388), opgevrolijkt met dierengeluiden. En meerdere luisterbeurten geven pas de volledige rijkdom van de plaat weer.
Als ik af en toe Pond opzet, zal dit album weliswaar niet mijn eerste keuze zijn (daarvoor is de voorganger gewoon té goed). Een echte groeiplaat is dit wel en dus verdient ze uw herhaalde aandacht.

Beluister hieronder het volledige album:

14 september 2017

Gelezen (102)

Hier ben ik - Jonathan Safran Foer



Waarom hebben mensen nood aan "afsluiten"? Waarom heeft mijn lief zoveel moeite met een open einde? En waarom, vooral, moeten schrijvers altijd nog een soort epiloog aan hun roman breien, die de helft van de tijd niet eens de epiloog heet maar het in feite toch is, of voor mij minstens zo aanvoelt.
In Hier ben ik zou het boek kunnen eindigen wanneer Jacob naar Israël gaat (ik ga hier niet meer zeggen om niets te verklappen), maar we krijgen dan nog zo'n -ruwe schatting- 50 bladzijden met nabeschouwingen, een vervolg in het verhaal. Voor mij had het echter daar mogen eindigen, het had logisch gevoeld en gevoeld als het punt waarnaar de roman toewerkte. Inderdaad, sommige verhaallijnen (vooral degenen die ik wat verder in mijn betoog de "innerlijke verhaallijnen" ga noemen), waren nog niet afgewerkt, maar intrapsychische ontwikkelingen komen nooit, in het echte leven, tot voltooiing.
Jonathan Safran Foer weet hoe hij een boek moet schrijven: hij gebruikt mooie stijlfiguren, de roman is goed geconstrueerd, er wordt goed afgewisseld tussen "uiterlijke verhaallijn" (de aardbeving in het Midden-Oosten en de gebeurtenissen die daaruit voortvloeien) en de "innerlijke verhaallijn", die eigenlijk op zich ook weer uiteenvalt in één meer uiterlijke, waarneembare (de gezinsmoeilijkheden) en één uitgesproken innerlijke (de zoektocht naar identiteit en wat die identiteit bepaalt). Globaal kan je dus zeker zeggen dat het een goed boek is, al had het dus korter gekund (en misschien wel gemoeten).
Eén moeilijkheid aan dit boek heb ik nog niet benoemd: je moet toch redelijk thuis zijn in de Joodse gebruiken, woordenschat en zelfs geschiedenis om ten volle te snappen wat aangehaald wordt. Maar zoals elk goed boek, overstijgt het verhaal voldoende het particuliere om het universele te laten herkennen door de lezer.


Domheid voor beginners - Matthijs van Boxsel

 
Dit boek is eigenlijk een inleiding of een samenvatting van de "Encyclopedie van de domheid" van Matthijs van Boxsel. In twee delen legt hij uit wat domheid is, welke rol domheid speelt in geschiedenis en cultuur en hoe dit zich concreet uit en waarin de waarde ervan ligt. Het eerste deel leest eerder als een encyclopedische verzameling feiten, het tweede deel is een pak aangenamer om lezen en vaak erg grappig.

 
Birk - Jaap Robben

 
In Birk vertelt Jaap Robben het verhaal van een jongen die zijn vader verliest (die verdrinkt in zee). Het isolement van het eiland tussen Schotland en Noorwegen waar hij woont met zijn moeder en verder enkel een buurman (het enige andere huis op het eiland is van een reeds lang overleden vrouw) vormt de geslaagde achtergrond om de rouw, het verdriet en het omgaan daarmee te schetsen, dat bij de personages een verschillende vorm aanneemt. De jongen groeit op in een wereld met een eigen logica, die mooi beschreven wordt door de auteur. De psychologische uitdieping van de karakters is erg treffend. Dit boek bewijst dat "er gebeurt veel" ruimer kan begrepen worden dan veel actie.



Don't suck, don't die. Giving up Vic Chesnutt - Kristin Hersh

 
Dankzij dit boek van Kristin Hersh, een collega-muzikante (van Vic Chesnutt), heb ik 's mans muziek terug wat meer beluisterd om te constateren hoe goed die wel is. Hersh vertelt over haar vriendschap met Vic en schetst met anekdoten en overpeinzingen een portret van de singer-songwriter. Helaas is dit zo persoonlijk dat je je vaak meer buitengesloten voelt dan dat je inzage krijgt in wie hij was. Enkel het derde (van vijf) hoofdstukken is wat dat betreft beter en maakt duidelijker wat een getroubleerde persoon hij ook was maar ook welke impact hij had op mensen rondom zich. Het is voor de rest nogal doorbijten, dit boek, maar dat hoofdstuk maakt veel goed.

13 september 2017

Nieuwe single Low Land Home


Low Land Home, de band rond Jo Geboers, brengt uit de (hier besproken) EP Underspoken een nieuwe single uit op 22 september: All this time. We schreven over die song toen: "All this time ontvouwt zich als een bloem die bij de eerste sprankeltjes zonnelicht 's morgens voorzichtig haar diepste en meest kwetsbare deel laat zien."
De video is alvast in première gegaan op de website van De Standaard en kan je via deze link bekijken.

Charlie Parr


Vijftien jaar lang al brengt Charlie Parr platen uit. Zijn country blues is niet meteen het soort muziek waarmee je hitlijsten bestormt, maar een schare trouwe fans heeft de uit Minnesota afkomstige muzikant alvast opgebouwd. Zij zullen alvast een tijdje zoet zijn met Dog, het nieuwe album dat met tien nummers weliswaar nog geen speelhelft van een voetbalwedstrijd vol maakt.
De Amerikaan weet vanaf de eerste noten de luisteraar te boeien. Opener HoBo klinkt oud, je mist het kraken en ruisen van een antieke opname en er straalt een rust vanuit die makkelijk te verwarren is met berusting. Opzwepender zijn LowDown en Peaceful valley. Maar mijn favoriet op deze plaat is toch wel Rich food and easy living, een song die je dwingt om goed te luisteren naar muziek én tekst.

Beluister hieronder het volledige album:

12 september 2017

Lied van de week: week 38 - 2017

Undoing a luciferian towers - Godspeed You! Black Emperor



De Canadezen van Godspeed You! Black Emperor brengen op 22 september een nieuw album uit en dit is daar alvast de opener van, tevens vooruitgeschoven nummer. De post-rock van de band klinkt dit keer alvast heel filmisch maar bevat ook verre echo's van de saxofoon uit The man with the red face van Laurent Garnier.

Je kan het album Luciferian towers hier bestellen op hun Bandcamp-pagina.

11 september 2017

Mark Olson


Mark Olson heeft een rijkgevuld leven én een rijke discografie op zijn naam staan en toch blijft hij bij velen vrij onbekend. Misschien rinkelt er ergens een belletje als ik vertel dat hij tot 1995 de frontman van The Jayhawks was (een band waar hij later nog een tijdje opnieuw deel van ging uitmaken) of -wie weet- zelfs als ik zeg dat hij ooit getrouwd was met Victoria Williams, met wie hij prompt muziek maakte in een nieuwe band (The Original Harmony Ridge Creekdippers). Hij maakte tussendoor enkele solo-albums en nu hij getrouwd is met de Noorse singer-songwriter Ingunn Ringvold, liet hij The Jayhawks opnieuw achter zich. Samen met zijn tweede vrouw maakte hij in 2014 Goodbye Lizelle en nu is er dus opvolger Spokeswoman of the bright sun.
Het lijkt wel alsof het duo (want Ingunn is vaak prominent aanwezig) een flinke duik nam in hun platenkast van de jaren zestig. Folk- en country-invloeden zijn dan ook nooit veraf, het meest uitgesproken echter is de impact die psychedelica blijkbaar maakte op Olson en Ringvold. Voorbeelden zijn de titelsong en opener Dear Elizabeth en vooral Seminole Valley tea sipper society. Er staan enkele mooie liefdesliedjes op, met als uitschieter het heerlijke relaxte You are all. Pastorale folk regeert Nicola en Death Valley soda pop cool down dream, de afsluiter, blijkt nog een excellent voorbeeld van hoe Mark Olson de kunst beheerst een eenvoudige popmelodie uit te laten groeien tot een vertederende song.

Beluister hieronder het volledige album:

10 september 2017

Gelezen (101)

Het proces - Franz Kafka



Dertig jaar nadat ik ooit een fragment van Kafka las in de les (uit "De metamorfose") heb ik eindelijk eens een volledig boek van de man gelezen. Het hoofdpersonage raakt verwikkeld in een rechtszaak die terecht tot de uitdrukking "kafkaiaans" heeft geleid: hij weet niet waarvoor hij aangeklaagd wordt, noch hoe de procedure zal verlopen, noch hoe hij zich dient te verdedigen. Het proces (dat er naar onze maatstaven eigenlijk nooit komt) is zo'n ingewikkelde moloch die hem in zijn tentakels versmacht dat enkel moedeloosheid en wanhoop adequate reacties lijken. Dit boek leest niet altijd even vlot, omdat de plot net vele semi-filosofische uitweidingen over de wet en recht vereist, maar je wordt voor je inspanningen beloond met één van de klassiekers uit de wereldliteratuur.
 
Wij - David Nicholls

 
Dit boek van David Nicholls deed me zo hard denken aan de vroege boeken van Nick Hornby: een zelfde soort Britse humor en flegma, een zelfde vlotte pen. Het verhaal van de man die van zijn vrouw te horen krijgt dat ze weg wil van hem en van hun laatste gezamenlijke reis door Europa, met hun achttienjarige zoon, wil gebruikmaken om haar terug te winnen, zit ook vol herkenbare situaties. De details zijn dan wel heel particulier, de essentie ervan is bijna universeel. Zonder te willen verklappen hoe het afloopt, kan ik wel zeggen dat de talloze obstakels onderweg heel wat leesplezier garanderen. Mooi, ontroerend en eigenlijk heel authentiek aanvoelend boek.



De rode droom - J. Bernlef



Mooi boek van J. Bernlef over idealisme dat ook pijnlijk blootlegt hoe Oost-Duitsland (het land wordt niet vernoemd op zich maar het is duidelijk waarover het gaat) bestolen is door West-Duitsland bij de éénmaking en hoe de bewoners onder een nieuw soort bezetting er minstens even slecht aan toe zijn... Bernlef fileert ook het idealisme op zich, dat in eender welke ideologie leidt tot ontmenselijking omdat een "systeem" het hoogste goed wordt. Pessimistische visie, dat wel, maar heel mooi geschreven...


De doden - James Joyce


Weliswaar mooi geschreven door James Joyce, mooi uitgewerkte personages voor een novelle, maar het verhaal zelf leidt niet echt ergens heen...

09 september 2017

The Pains Of Being Pure At Heart


The Pains Of Being Pure At Heart, het klinkt als de uitroep van een verstokte romanticus die zijn vrouwen nog behaagt met serenades onder het balkon, indien zij echter zijn lokroep zouden willen beantwoorden en hem niet steeds negeren en in de kou laten staan. In feite betreft het de groepsnaam van wat intussen eerder een project van oprichter Kip Berman mag heten. De New Yorker laat zich live bijstaan door andere muzikanten, hijzelf is het enige overgebleven lid van de band die in 2007 het levenslicht zag.
De Amerikaan weet heel diverse popgeluiden bijeen te brengen op zijn plaat, waarvan vele stevig geworteld lijken in de jaren tachtig. Dat hij daarmee de nostalgicus in mij weet te bekoren, is mooi meegenomen. Zo hoor ik Echo And The Bunnymen weerklinken in The garret. Maar ook wat modernere klanken roepen associaties op, zoals So true en Anymore die me doen denken aan Vampire Weekend of OK Go.

Beluister hieronder het volledige album:

08 september 2017

If Anything Happens To The Cat


If Anything Happens To The Cat: het klinkt als een dreigement waarbij we meteen denken “ja, wat dan?”. Om dat als bandnaam te kiezen, moet je een beetje vreemd, een beetje extravagant zelfs, zijn. Die indruk wordt ook nog eens bevestigd door de hoes van hun tweede plaat, Mångata. Vliegende roggen in de ruimte, die dan ook nog eens paars kleurt? Hebben we hier niet per ongeluk een obscure uitgave van Man Or Astroman vast?
Zelfs wanneer de naald in de groef valt of de laserstraal de binaire codes omzet in muziek, blijven we met vele vraagtekens zitten. Meerdere luisterbeurten kunnen die niet allemaal beantwoorden. Want wat de vijfkoppige Gentse band brengt, laat zich niet voor een gat vangen en tekent bijna voor commerciële zelfmoord door elk vakje en genre zorgvuldig te ontvluchten. Ons wacht de niet eenvoudige taak om louter met woorden een beeld te laten vormen van hun muziek. Hoe doe je dat in godsnaam wanneer de zanger al eens klinkt als Tom Smith van Editors (Raven steals the light) en wanneer engelachtige stemmen van Fien Deman (I Will, I Swear) en An-Sofie De Meyer (Fär) Echo park opluisteren tot een aaneenschakeling van postrock, Simple Minds-synthesizers en een vocale apotheose om u tegen te zeggen? Welke voorstelling kan een zin als “mix The Cure, Monster Magnet en Go March op hoge snelheid in de blender om Beijing fury te bekomen” werkelijk oproepen? Welke band slaagt erin om op een en dezelfde plaat zowel een U2-riedeltje (Five lion mountain) als lijzige, buitenaardse zang (Out and into the vast) een geheel te laten vormen samen met al het voorafgaande?
Misschien is de hand die Tim De Gieter, de frontman van Every Stranger Looks Like You en lid van Fär, in het totstandkomen van dit album had, wel de verklarende en verbindende factor. Want hoe divers en wijdbeens deze verzameling van zeven songs ook moge klinken, je hoort wel de muzikale zetmeel die alles bindt. Meer zelfs: If Anything Happens To The Cat plaatst zich zo in het rijtje van muzikanten die de Brakelse studio binnenwandelen met goeie ideeën en buiten kwamen met een nog beter album. En al valt er geen etiket te kleven op deze release en zien we die dus in onafhankelijke platenwinkels uiteindelijk belanden in het bakje “Weird”, consistentie is er wel degelijk en voortdurend hoor je echo’s van andere bands, zonder meteen goed thuis te kunnen brengen wie je nu geciteerd, geparafraseerd of geëerd hoort.
Mångata is met voorsprong de meest bizarre plaat die de Vlaanders dit jaar lijken voort te zullen brengen. Afgaande op hun website, scoren de Gentenaars hier effectief mee tot in China (waar ze vorig jaar mochten touren). Nu is de muzieksmaak van de Chinese indie-luisteraar ons verder onbekend, maar dit keer lijkt hij in zijn fascinatie alvast gelijk te hebben.

Je kan deze review ook hier lezen op Indiestyle. Beluister hieronder (vanaf 9/9) het volledige album:

Lied van de week: week 36 - 2017

Hiding - Ansatz Der Maschine


Op 1 en 2 december speelt Ansatz Der Maschine een surround show in de N9 in Eeklo. Als voorproefje voor die shows lieten ze eerder deze week een nieuwe single los op de wereld. Hiding bevat alle vertrouwde elementen van hun sound en ook de clip is weer een mooi staaltje van hoe ze ook hun visuals met heel zorg maken.

De show op 1 december is uitverkocht maar er zijn wel hier nog tickets te koop voor die van 2 december.

07 september 2017

Gelezen (100), deel 4: persoonlijke bedekingen (slot)

Institutionalisering van een pedagogische paradox. 
Sociaal-pedagogische benadering van de geschiedenis van de jeugdzorg vanaf de Belgische onafhankelijkheid tot aan het decreet Integrale Jeugdhulp van 12 juli 2013 – Karel De Vos


Tot slot leert het boek dat al ten tijde van de experimenten in Mons en Dendermonde interessante pogingen gedaan zijn om de minderjarige ondanks die objectiveringstendens toch weer meer als participerend subject binnen te halen in de praktijk van de hulpverlening. In die experimenten werd uitgegaan van de stelling dat problematisch gedrag eerder als een intersubjectief gebeuren dient gezien te worden en niet zozeer als een intrapersoonlijke dynamiek. Dat leidde tot een praktijk die sterk participatief en emanciperend werd omdat de hulpvrager gezien werd als een deelnemer aan de intersubjectieve constructie van de probleemdefinitie. Karel De Vos stelt in dit boek duidelijk dat zelfs 40 jaar na datum uit de resultaten van de experimenten duidelijk te concluderen valt dat het van binnenuit mogelijk is een pedagogiek te ontwikkelen die verder gaat dan eenzijdige socialisering. Gezien emancipatie minstens in woorden nog steeds als een belangrijk doel gezien wordt van hulpverlening, kan het voor hulpverleners van vandaag bijzonder interessant zijn om terug te kijken naar hoe die praktijk zich ontwikkelde en welke methodieken ontstonden en op welke manier die opnieuw vanonder het stof kunnen gehaald worden.
Helaas zal dit op zich misschien niet langer voldoende zijn. Ten tijde van de experimenten beperkte de overheid zich immers nogal strikt tot de technische regeling van de subsidieerbaarheid en hield zij zich niet bezig met kwaliteitseisen of de pedagogie van de private voorzieningen. Tegenwoordig echter is dat laatste in naam nog steeds niet het geval (bij inspectief mag niet gekeken worden naar de inhoud, maar wel naar de procedures) maar het mag duidelijk zijn dat de striktere regelgeving met betrekking tot kwaliteitseisen en tot diagnostiek als objectiverende methode om de toegang te regelen, in wezen een niet geringe impact heeft op de pedagogiek van de voorzieningen. Bovendien is er de opdracht aan alle actoren om vorm te geven aan de vermaatschappelijking van de zorg, ook al een dwingende maatregel die de pedagogiek stuurt. Opnieuw ligt hier volgens mij een belangrijke taak weggelegd voor hulpverleners om actief de regelgeving trachten te beïnvloeden zodat er ruimte komt om tot een meer participatieve, emanciperende en intersubjectieve pedagogiek te komen. Zoals reeds aangegeven in mijn kritische bespreking van de tendens tot objectivering, staat deze de mogelijkheid in de weg om als minderjarige of als gezin mee het probleem te definiëren, terwijl de praktijk van de menswetenschappen en de hulpverlening duidelijk aantonen dat de zogenaamde diagnostische fase al veranderingen teweegbrengt. Dit idee is zeer sterk uitgewerkt in de systeemtheoretische benadering die in de praktijk van de BJB net een steeds sterke voedingsbodem en een grotere toepassing vond de afgelopen decennia.
Er blijkt immers in de praktijk een grote nood om een pedagogiek verder te kunnen ontwikkelen waarbinnen ook de relatie tussen hulpvrager en hulpverlener een integraal deel uitmaakt van de inhoud van de interventies. De regelgeving staat dit echter op diverse manieren in de weg, onder meer vanuit een maatschappelijke tendens tot vergrote controle. Er leeft maatschappelijk heel sterk het idee dat men dient te verantwoorden wat men doet (met de ter beschikking gestelde middelen). De wetgever ziet zich daarbij genoodzaakt dit te reduceren tot meetbare en dus gesimplifieerde modellen en tot reducationische ingrepen in diagnostiek, protocollisering van behandelingen,... en deze reductionistische tendens beknot dan ook sterk de pedagogiek, onder meer in haar streven tot participatie van de cliënten en emancipatie.

Misschien ligt de grootste verdienste van dit boek wel hierin dat Karel De Vos erin slaagt de lezer te overtuigen van het belang van historisch onderzoek voor de hedendaagse praktijk. Regelgeving is voor vele hulpverleners noch hun voornaamste zorg noch hun sterkte en de auteur wijst er tussen de regels op dat een goede kennis van de regelgeving, maar nog meer van de onderliggende ideologieën, paradigma's, (veronder)stellingen en dominante principes. Het is mijn diepste overtuiging dat hulpverleners zich niet enkel dienen bezig te houden met de hulpverlening zelf, maar dat zij hun signaalfunctie ernstig dienen te nemen. Daaruit besluit ik voor mezelf dat het naast een goede kennis van de door de auteur in dit boek blootgelegde onderliggende ideeën, ook van het grootste belang is om vanuit onze praktijk de wetgever te blijven wijzen op de beperkingen en moeilijkheden die door de regelgeving zelf in de hand worden gewerkt. De discussie die in het werkveld en in de academische wereld gevoerd worden binnen ons vakgebied, moeten we ook durven op tafel leggen bij de wetgever, die zich onvoldoende bewust is en over onvoldoende expertise beschikt van de consequenties van de uitkomst ervan. Dit boek heeft mij in die overtuiging enkel maar gesterkt en biedt alvast een heel stevige aanzet daartoe binnen dit ene specifieke domein.

Deze boekbespreking zal in zijn geheel gepubliceerd worden in het eerstvolgende nummer van het Vlaams Tijdschrift voor Orthopedagogiek, het tijdschrift van de Vlaamse Vereniging van Orthopedagogen (VVO), dat eind september verschijnt.

06 september 2017

Gelezen (100), deel 3: persoonlijke bedenkingen m.b.t. premie voor het delict

Institutionalisering van een pedagogische paradox. 
Sociaal-pedagogische benadering van de geschiedenis van de jeugdzorg vanaf de Belgische onafhankelijkheid tot aan het decreet Integrale Jeugdhulp van 12 juli 2013 – Karel De Vos

 
In dit boek illustreert de auteur heel goed hoe al heel vroeg in de institutionalisering van de kinder- en jeugdbescherming en -zorg de premie voor het delict als onderliggend paradigma binnensloop en bij elke hervorming telkens opnieuw bevestigd en nog steviger verankerd werd. Deze premie voor het delict houdt een redenering in waarbij men in feite het recht op bescherming, hulp of ondersteuning afhankelijk maakt van een delict of een dreiging voor de maatschappij (of ruimer tegenwoordig van de aanwezigheid van een stoornis bij de minderjarige zelf). De maatschappij dient in gevaar te zijn eer men recht heeft op hulp. Terwijl allerlei internationale verklaringen en verdragen inzake rechten van mensen en van specifieke groepen (kinderen, mensen met een handicap) sterk hameren op gelijke rechten tot toegang tot hulp voor iedereen, zien we dat de regelgeving de praktijk toch blijft sturen in de richting van selectiemechanismen die dit recht beperken.
In de Integrale Jeugdhulp blijkt dit niet minder dan voorheen het geval, integendeel. Dat is op zich al verontrustend in een samenleving waarin rechten (en plichten) van groot belang zijn in vele ideologische discussies, maar nog kwalijker is dat in de organisatie van de Integrale Jeugdhulp door middel van de hierboven besproken objectiverende probleemdefiniëring het recht op toegang tot hulp de facto gewijzigd werd naar een recht tot toegang tot de wachtlijst voor hulp. Men krijgt nu door middel van het delict (in de ruime betekenis inclusief stoornis of bedreiging van de maatschappelijke orde) enkel toegang tot de verdere procedure die KAN leiden tot hulpverlening of ondersteuning. Bovendien zit in de tendens tot “vermaatschappelijking van de zorg” niet langer verhuld de wens niet langer publiek, openbaar en dus in solidariteit de kosten daarvoor te dragen, door het terugbrengen van gesubsidieerde ondersteuning tot het strikte minimum en het zoveel mogelijk binnen de reguliere en in steeds groter wordende door de markt bepaalde structuren te brengen, waar men zelf in dient te staan voor de financiering van de gevraagde/gewenste hulp. Dit wordt onder meer zichtbaar in de steeds beperktere rol van diensten als Sociale Dienst bij de Jeugdrechtbank (Jongerenwelzijn) en OCJ (ter vervanging van het CBJ, met een veel beperktere opdracht) en hun tendens om net zoals Diensten Ondersteuningsplan binnen de hulpverlening aan meerderjarigen met een beperking, in de eerste plaats te zoeken naar oplossingen buiten het gesubsidieerde en dus door solidariteit gefinancierde circuit. Er wordt daarbij amper nog moeite gedaan om te verhullen dat doelstellingen als “plaatsingen verminderen” (een oud zeer binnen de BJB) eigenlijk vooral besparingsoperaties zijn.
Dat de premie voor het delict-logica tegenwoordig inhoudt dat die premie enkel nog bestaat uit toegang tot de procedure die tot hulp kan leiden, is des te kwalijker omdat ze ten gronde de rechten van kinderen en van personen met een handicap ondergraaft. Het is geen wonder dat de overheid zich beperkt tot doelstellingen (in b.v. Perspectief 2020) die het recht op hulp definiëren als “degene die het meest nodig heeft, zal voorrang krijgen”. De manier waarop men die hogere nood echter wil definiëren, kan zondermeer problematisch genoemd worden.

Morgen leest u hier in het laatste deel mijn persoonlijke bedenkingen met betrekking tot de mogelijkheden tot participatie van de minderjarige alsook mijn algemeen besluit. Deze boekbespreking zal in zijn geheel gepubliceerd worden in het eerstvolgende nummer van het Vlaams Tijdschrift voor Orthopedagogiek, het tijdschrift van de Vlaamse Vereniging van Orthopedagogen (VVO), dat eind september verschijnt.

05 september 2017

Gelezen (100), deel 2: persoonlijke bedekingen m.b.t. de objectiveringstendens

Institutionalisering van een pedagogische paradox. 
Sociaal-pedagogische benadering van de geschiedenis van de jeugdzorg vanaf de Belgische onafhankelijkheid tot aan het decreet Integrale Jeugdhulp van 12 juli 2013 – Karel De Vos
 


De waarde van het historisch onderzoek wordt zowel in de inleiding van het boek als in het afsluitend hoofdstuk onderstreept, maar wat mij als hulpverlener werkzaam in de Integrale Jeugzorg (en daarbinnen de zorg voor minderjarigen met een beperking, want zo integraal en geïntegreerd is deze sector vooralsnog niet) vooral interesseert, is welke lessen ik daar voor de praktijk van mijn werk kan uit trekken. Het bestek van deze bespreking is te kort om op alle facetten die in het boek aan bod komen in te gaan, dus kies ik er voor om drie elementen grondiger te bespreken: de objectiveringstendens, de premie voor het delict en de mogelijkheden tot participatie van de minderjarige in de probleemdefiniëring.

Vooral in het hoofdstuk over de Integrale Jeugdhulp trekt de auteur zelf ook al behoorlijk van leer tegen wat hij noemt de voorstelling door professionals van de “objectiverende rationaliteit” als de wetenschappelijke fundering van de eigen activiteit. Ik begrijp dit als een kritiek dat de geprotocolleerde en zogenaamd objectieve diagnostiek en de introductie van kwaliteitseisen die uiteindelijk niets over inhoud maar alles over werkwijze zeggen, een gedeelde probleemdefiniëring in de weg staan. Daar kom ik later zeker nog op terug, maar hier wens ik in te zoomen op die zogenaamde objectivering. Er is al een hele tijd binnen de menswetenschappen een tegenbeweging aan het ontstaan die de “wetenschappelijke” en erg medische benadering van problemen als ziektes en stoornissen, aan de kaak stelt. Voornaamste onderwerp van discussie is de DSM, zowel in zijn inhoud als in de manier waarop die gehanteerd wordt als middel tot standardisering en protocollisering. Niet alleen de onafhankelijkheid ervan (in welke mate hebben farmaceutische bedrijven een invloed op de classificatie en “ontdekking” van nieuwe stoornissen?) wordt zwaar onder vuur genomen, ook het ont-subjectiveren van de “patiënt” of “cliënt” is een doorn in het oog van vooral psychologen en orthopedagogen, wier traditie op meerdere manieren vaak ook geworteld is in de psycho-analyse. Binnen die en andere gangbare benaderingen wordt veel aandacht geschonken aan hetgeen in de relatie tussen hulpvragen en hulpverlener gebeurt. Verder werk ik dit nog meer uit in verband met de mogelijkheden die er zijn om in participatie met de minderjarige en zijn gezin tot een probleemdefiniëring te komen. De hele discussie van de legitimiteit van een sterk DSM-georiënteerde diagnostiek mag dan in alle hevigheid woeden in het werkveld en in het academisch veld, de wetgever blijft hier vooralsnog compleet buitenstaan en schrijft zich kritiekloos (en veelal zonder kennis van zaken) in in de premisse dat de DSM de utieme objectivering betekent. Dit heeft trouwens ook grote implicaties met betrekking tot de toegang tot hulpverlening, wat ik in het deel omtrent premie voor het delict nog verder zal toelichten. 
Als professional met ervaring in zowel de bijzondere jeugdbijstand/zorg/bescherming (BJB) als de gehandicaptenzorg (Vlaams Fonds of VAPH als subsidiërende overheid) voor minderjarigen (en het buitengewoon onderwijs, een sector die raakvlakken met beide vertoont) kan ik mij overigens niet van de indruk ontdoen dat argumenten met betrekking tot verdeling van middelen en financiën (subsidiëring dus in de praktijk) een belangrijke rol spelen in deze absolute wil om tot een objectieve probleemdefiniëring te komen. Waar voorheen al tussen BJB en Vlaams Fonds een sterke tendens merkbaar was waarbij men “dossiers” wou doorschuiven zodat ze binnen een andere financiering zouden terechtkomen, heeft de organisatie van de Integrale Jeugdhulp deze tendens alleen maar versterkt, maar nu vooral tussen het “reguliere aanbod” en het “niet-rechtstreeks toegankelijk aanbod”. Daarbij wordt een aan- of afwezigheid van een stoornis IN de persoon van de minderjarige als criterium gehanteerd om iemand uit te sluiten van dit of een ander circuit van al dan niet gesubsidieerde ondersteuning. Waar echter in het werkveld de voorbije decennia duidelijk een verschuiving waar te nemen was in de manier waarop problemen gepercipieerd worden (niet zozeer als individuele, of althans niet uitsluitend, stoornissen maar als problemen in de interactie, niet los te denken van anderen en van de context, zelfs op macro-niveau), reduceert deze door de wetgever sterk opgelegde dwang tot objectivering probleemdefinities tot van interactie en context ontdane problemen. Het lijkt me een belangrijke taak van de hulpverleners om te blijven deze manifeste reductionistische tendens aan te klagen bij de wetgever. Hulpverlening die steeds sterker ingebed wordt in zulk een context en interactie uitsluitend model, kan immers haar praktijk, die net meer en meer gestoeld is op oog voor interacties en context op diverse niveaus, niet langer adequaat invullen.

Morgen leest u hier mijn persoonlijke bedenkingen rond de premie voor het delict, een ander aspect dat ik het boek aan bod komt. Deze boekbespreking zal in zijn geheel gepubliceerd worden in het eerstvolgende nummer van het Vlaams Tijdschrift voor Orthopedagogiek, het tijdschrift van de Vlaamse Vereniging van Orthopedagogen (VVO), dat eind september verschijnt.

04 september 2017

Gelezen (100), deel 1: waarover gaat het boek?

Institutionalisering van een pedagogische paradox. 
Sociaal-pedagogische benadering van de geschiedenis van de jeugdzorg vanaf de Belgische onafhankelijkheid tot aan het decreet Integrale Jeugdhulp van 12 juli 2013 – Karel De Vos

 
Meer nog dan een historische duiding van de evoluties binnen de (bijzondere) jeugdzorg te geven wil Karel De Vos in dit boek op zoek gaan naar de achterliggende sociaal-pedagogische visies en paradigma's die zowel regelgeving als praktijk vorm hebben gegeven. Daartoe keert hij terug naar de ontstaansgeschiedenis, die in dit boek samenvalt met de Belgische onafhankelijkheid in 1830. Hij bestrijkt de hele periode tot het decreet Integrale Jeugdhulp van 12 juli 2013. In vijf hoofdstukken, samenvallend met vijf onderscheiden periodes in wetgeving én praktijk, toont dat auteur de hardnekkigheid van sommige ideeën en sommige praktijken aan, zelfs in weerwil van diverse hervormingspogingen. Daarnaast zijn ook de bredere maatschappelijke veranderingen in België en Vlaanderen van grote invloed. Wat dat laatste betreft, treedt Karel De Vos zelfs een beetje in de voetsporen van maatschappijkritische psychiaters en psychologen zoals Dirk De Wachter en Paul Verhaeghe. Al dient wel opgemerkt te worden dat deze auteur milder is in zijn maatschappijkritiek, niet onlogisch gezien hij ook niet pretendeert daar verder op in te gaan. Verderop in dit stuk zullen we zien dat hij anderzijds durft de zwakke plekken te duiden van een systeem dat deels zijn doel voorbijschiet en er telkenmale in lijkt te slagen eigen vooropgestelde doelstellingen in de voet te schieten vanuit de achterliggende doch vaak niet-erkende premissen. Deze waren vaak al vanaf het begin aanwezig (1830 dus), De Vos toont daarbij voor de goede verstaander onder de lezers enigszins de weg die niet alleen wat voorheen de bijzondere jeugdzorg heette, maar ook belendende sectoren in de jeugdzorg (de zorg voor minderjarigen met een beperking bijvoorbeeld), kunnen inslaan als ze alsnog de doelstellingen van ware jeugdZORG willen waarmaken.

In het eerste hoofdstuk (vanaf de onafhankelijkheid tot aan de vooravond van de Wet op de Kinderbescherming van 1912) wordt het institutionaliseringsproces geduid van het ingrijpen in de opvoeding en wordt de pedagogische paradox waarvan sprake in de titel van het boek al meteen zichtbaar gemaakt. Hoewel opvoeding als een private aangelegenheid werd/wordt beschouwd, wordt een sociale constructie opgebouwd die publiek (door de overheid dus) ingrijpen in privé-materie moet rechtvaardigen. Dat was immers in de toenmalige samenleving waarin je vooral de katholieke en liberale politiek-ideologische stromingen had, allerminst evident. Zeker bij de burgerij, de leidende klasse in de nieuwgevormde staat, heerste (ook toen al) een dominante ideologie die de inmenging van de staat liefst zo beperkt mogelijk zag. De auteur toont het ontstaan aan van de theorie van het Sociaal Verweer waarin ideologisch wordt onderbouwd dat ingrijpen in de opvoeding een beschermingsmaatregel is voor de maatschappij, door beschermend op te treden t.a.v. het kind. Dat kind (tegenwoordig noemen we dit de minderjarige) wordt daarbij in eerste instantie geproblematiseerd en geculpabiliseerd. Het probleemkind komt als construct algauw te staan tegenover een langzaam ontstaand idee van wat later problematische opvoedingssituatie zal heten. In deze fase is het echter nog heel belangrijk dat men vanuit een strafrechterlijke benadering een crimineel feit als grond voor het ingrijpen hanteert.

De Wet op de Kinderbescherming zal vanaf 1912 tot 1965 in voege zijn en in het tweede hoofdstuk wordt dieper ingegaan op regelgeving en praktijk. Opvallend daarbij is dat een nieuwe rechtsmacht wordt ingesteld (de kinderrechter) en dat de publiek-private samenwerking wordt ingesteld en verankerd in de jeugdzorg. Die is trouwens tot op de dag van vandaag nog zichtbaar in een bestel waarin de overheid als subsidiërend optreedt en private voorzieningen de praktijk gestalte geven. De auteur wijst in dit hoofdstuk ook op problemen als de premie-voor-het-delict (pas wanneer een delict gepleegd wordt, krijgt men recht als kind op ondersteuning) en de plaatsing als eindstation. Doorheen het boek zal verder duidelijk blijken dat beide problemen ondanks hervormingspogingen in diverse verschijningsvormen zullen blijven opduiken tot heden ten dage.

In het derde hoofdstuk leren we hoe de Wet op de Kinderbescherming vervangen werd door de Wet op de Jeugdbescherming van 1965, op dat moment nog binnen de context van de eenheidsstaat België. Dat zal veranderen in 1985 bij de federalisering van belangrijke bevoegdheden m.b.t. Jeugdzorg, wat in een volgend hoofdstuk toegelicht wordt. De wet van 1965 onderscheidt in de interventies van wat nu de jeugdrechter heet naast gerechtelijke bescherming ook sociale bescherming. Er wordt daaraan een verschil tussen vrijwillige ondersteuning en ondersteuning onder dwang gekoppeld. Dit blijkt echter in de praktijk niet geheel onproblematisch. Omdat echter al gauw blijkt dat de problemen die men wenste op te lossen (en waarvan in het vorige hoofdstuk sprake), eerder bestendigd worden, gebeuren er in 2 arrondissementen (Mons en Dendermonde) experimenten die de jeugdbescherming op een andere leest willen schoeien. Helaas, zo wordt duidelijk beschreven, worden de interessante uitkomsten van die experimenten niet verder uitgewerkt. De auteur toont aan dat de crisis van de welvaartsstaat en de moeilijke voltooiing van een model van democratische welvaartsstaat in een periode van economische stagnatie hiervoor grotendeels (mede)verantwoordelijk zijn. Het hele hervormingsdebat dat hierop onstaat, wordt uit de doeken gedaan. We zien dat in deze periode ook de kinderrechten een plaats beginnen te krijgen en dat in de praktijk van onderuit hervormingen ontstaan in de manier van werken, met zelfs paradigmaverschuivingen die zich echter niet breder weten door te zetten.

Wanneer Vlaanderen (en aan de andere kant de Franstalige gemeenschap) bevoegd worden voor de meeste aspecten van jeugdbescherming, wordt dit vastgegoten in decreten. Daarbij doet de zogenaamde objectivering zijn verdere intrede, een beweging die al vanaf het begin aanwezig was in diverse verschijningsvormen. De wetenschap krijgt een belangrijkere plaats. Ontwikkelingen in de periode tussen 1985 en 2013 omhelzen onder meer de reconstructie van de schuldige jeugddelinquent (door de tweedeling problematische opvoedingssituatie en als misdrijf omschreven feit als aanleiding voor ingrijpen), een diversifiëring in het aanbod en de introductie van de rechtspositie van de minderjarige. Helaas betekent dit ook dat de pedagogische paradox verder geïnstitutionaliseerd wordt, ditmaal in de decreten.

Het vijfde hoofdstuk concentreert zich op de ontwikkeling van een zogeheten Integrale Jeugdhulp. Twee decreten (in 2004 en in 2013) bepalen het uitzicht hiervan. In dit hoofdstuk schuwt de auteur de kritiek niet op de zogenaamde objectivering van de grond tot ingrijpen (een wetenschappelijke benadering die alle problemen die als voornaamste kritiek op het DSM-denken gelden, in zich draagt), de moeilijke definiëring van recht op hulp die zelfs verandert in het recht op in aanmerking komen voor hulp, participatiethema's en vermaatschappelijking van de zorg als voornaamste doelstelling. Het maakt dit hoofdstuk meteen tot het meest indringende en meest urgente dat ook voor de hedendaagse hulpverlener het meest tot nadenken hoort te stemmen.
In een afsluitend hoofdstuk somt de auteur nog eens de krachtlijnen op die te voorschijn komen in dit historisch onderzoek. Net als in de vorige hoofdstukken illustreet dit de zeer gestructureerde aanpak, waarbij telkens voldoende oog is voor het samenvatten van de voornaamste besproken tendenzen. Het maakt dat dit boek heel goed te volgen is, ondanks de soms moeilijke inhoud voor hulpverleners. Immers, heel vaak is de juridische kant van hun werk niet hun grootste interesse en niet hun sterkte. Het strekt de auteur tot eer dat hij erin slaagt toch voldoende duidelijk deze aspecten te bespreken en hun belang te duiden.


Vanaf morgen kan u op deze blog mijn persoonlijke bedenkingen bij enkele aspecten in dit boek lezen. Deze boekbespreking zal in zijn geheel gepubliceerd worden in het eerstvolgende nummer van het Vlaams Tijdschrift voor Orthopedagogiek, het tijdschrift van de Vlaamse Vereniging van Orthopedagogen (VVO), dat eind september verschijnt.

03 september 2017

Tilia


Het was door Snoozecontrol dat ik Tilia leerde kennen, een Zwitserse die folk en dreampop tot een mooi geheel smeedt. In 2014 bracht ze haar debuutplaat Focus uit, die ik nog niet gehoord heb. Sinds half juli is daar de opvolger Pattern, een album dat me meteen overtuigde.
De stem van zangeres Daniela klinkt dan ook bijzonder aangenaam in de oren en ik durf te wedden dat als radiostations bij ons het zouden wagen haar meermaals te draaien, ze hier gegarandeerd een radiohit te pakken heeft. Golden bijvoorbeeld is zo'n radiovriendelijk, toegankelijk nummer met heel veel potentieel. 
Dit is geen muziek waarvoor je moet doorgestudeerd hebben of veel luisterervaring moet hebben opgebouwd. Dit is een instant verleidster, zeemzoet maar niet té en lieflijk rond je oren fladderend, hier ontkom je niet aan. Zelfs wanneer ze overschakelt op Zwitsers-Duits (Warte luege lose laufe), vertedert het vooral. Al komt ook wel Wer bistu van Twarres gevaarlijk dichtbij in onze herinnering...
Deze plaat is vooral een popplaat maar er is natuurlijk niks mis met pretentieloze en goedgemaakte pop. De zang is het voornaamste pluspunt. Het moet niet altijd moeilijk zijn...

Beluister hieronder het volledige album:

02 september 2017

Stippenlift en Faberyayo


Chaos in het universum, zo heet het pas uitgebrachte album van Stippenlift en Faberyayo (van De Jeugd Van Tegenwoordig) en die titel is behoorlijk toepasselijk. De muzikale roetsjbaan die deze plaat vormt, brengt je op willekeurige wijze doorheen heel andere werelden en een kompas zou niet misstaan.
De muziek teert nogal op eighties melodietjes (synthesizers in overvloed!) en zoekt soms een exotische toets (zoals in het openingsnummer, dat een hier te herhalen titel heeft in Japanse karakters, zoals trouwens wel meer nummers). Ook Verstopt in Shinjuku kiest voor een nadrukkelijke toets Japans aandoende klanken, wat gezien de tekst niet onlogisch is.
Een beetje zoals De Jeugd Van Tegenwoordig me nog niet echt een heel album heeft weten te boeien maar altijd wel enkele songs heeft die goed en/of geestig zijn, staan er op dit album ook wel enkele uitschieters. Sigaretten is hilarisch ("rookte ik nog maar sigaretten / dan had ik nu iets te doen", "vroeger was het cool / nu mag je dat niet meer zeggen / oei / nu is het ongezond / héél" en "hoe vul ik nu mijn dagen / hoe verberg ik nu mijn onzekerheid"), ondanks een hoog C in China-gehalte. Meer eighties dan in Trein naar de maan wordt het dit jaar niet meer. Pokémon maakt handig gebruik van de bliepjes van oude computerspelletjes en vooral de legendarische Game Boy. En voor één keer weet Faberyayo een album af te leveren dat van begin tot einde mijn goedkeurig wegdraagt en mijn aandacht vasthoudt.

Beluister hieronder het volledige album:

01 september 2017

Mogwai


De eerste dag van september is voor velen een dag om niet naar uit te kijken. Het begin van het nieuwe schooljaar kan gepaard gaan met angsten, onzekerheid en stress. Duur is het ook al: al de nieuwe spullen die gekocht moeten worden, de facturen van de leerboeken swingen jaar na jaar de pan uit. Blijft er dan nog iets over voor een nieuw album dat die dag zijn release heeft? Als je dit jaar moet kiezen tussen die nieuwe pennenzak en een exemplaar van Every country's sun, het nieuwste en negende studio-album van Mogwai, raden we ten stelligste dat laatste aan.
De postrock van de Schotten mag dan al de perfecte soundtrack hebben opgeleverd voor stress– en angstaanvallen, er gloort ook hoop op deze plaat. Dit is immers een van de vrolijkste werkstukken die Mogwai al afleverde. Natuurlijk vervallen ze niet in carnavaleske zottigheid of bacchanale ongeremdheid. Wel aanvaardt de band dat het leven soms/vaak kut met peren is én dat je moet genieten van de mooie dingen die en passant langskomen in je aardse bestaan. En als dat in de vorm is van een New Order-achtige song (met zang en al) zoals Party in the dark kussen wij zelfs onze beide handjes en vergeten de rompslomp, die zeurende deadlines en de stapel onafgewerkte taken op onze bureau.
Dat opnieuw in zee gegaan werd met producer Dave Fridmann, waarmee ook al Rock action en Come on die young werden ingeblikt, is te horen: Brain sweeties lijkt wel het vervolg op Take me somewhere nice uit Rock action. De relatieve uitbundigheid zit hem vaak in de details: kleine hoge nootjes in 20 size, de kleine geluidsontploffingen op de cimbalen in Don't believe the fife en de bliepjes in aka 47. Er wordt ook naar een climax toegewerkt in de afsluitende drie songs. Overweldigende postrocknoise komt aangewaaid in Battered at a scramble en Old poisons, waarna het titelnummer als synthese nog weids en relatief rustig begint om aan te zwellen tot een monumentale staalkaart van de kracht van het viertal uit Glasgow.
Of Mogwai nu meewerkt aan een soundtrack of een regulier album dropt, steeds blijf je versteld staan van het orkaaneffect dat deze muzikanten teweegbrengen in je oren, je verstand en je hart. Drie jaar na Rave tapes bewijzen ze tussen de stortvloed aan post-rockreleases van andere bands dat desondanks niemand zo overtuigend de kern van het genre weet te vatten en dat de standaard die ze zelf opgelegd hebben, eigenlijk enkel voor dit kwartet haalbaar is. Bands als Explosions In The Sky hebben hun eigen ruimte binnen de postrock moeten afbakenen omdat Mogwai in het absolute epicentrum heerst. Every country's sun toont aan dat van aflossing van de wacht vooralsnog geen sprake is of hoeft te zijn.

Je kan deze recensie ook hier lezen op Indiestyle. Beluister hieronder het volledige album: