Met een quote uit Moby Dick als titel en een hoes waarop een scheepswrak het decor vormt, brengt Searows (ofwel Alec Ducart) een tweede album uit, gedrenkt in melancholie. Zelf omschrijft hij het als "de teloorgang van jezelf in de zoektocht naar het onvindbare". Dat onvindbare betekent in dit geval niet een walvis maar de ultieme verwezenlijking van jezelf. In een wereld waarin iedereen het beste van zichzelf moet geven en de beste versie van zichzelf moet vinden, is die zoektocht voor velen, en zeker ook jongeren, een last geworden waaraan ze ten onder dreigen te gaan.
Het hoeft dus niet te verbazen dat deze plaat niet meteen de vrolijkste van het jaar zal blijken. Anderzijds maakt ze wel kans op een prominente plek in eindejaarslijstjes. En ja, ik weet het: het is nog maar januari en dus nog veel te vroeg om daar voorspellingen over te doen.
Opener Belly of the whale zet meteen de toon, met een repetitieve banjo en de dromerige, melancholieke stem van Alec. Je wordt een album ingezogen dat je geen ontsnapping biedt uit de opgeroepen emotionele toestand. Ook Photograph of a cyclone kan perfect dienen als een voorbeeld van wat je als luisteraar voorgeschoteld krijgt. Een buitenbeentje hier is Hunter, de meest donkere song. Die roept meteen ook een dreiging op de achtergrond op.
Death in the business of whaling is het soort plaat geworden dat fans van Phoebe Bridgers en Ethel Cain ogenblikkelijk zal bekoren, maar ook onze eigenste Tamino blijkt een groot liefhebber en vroeg Searows vorig jaar mee op zijn Amerikaanse tour. De uit Portland afkomstige muzikant schrijft zich met deze plaat in in een mooie traditie van muzikanten als Bon Iver, The Decemberists en Iron & Wine.
Je kan de volledige plaat hieronder beluisteren en hier kopen:

Geen opmerkingen:
Een reactie posten