Zwarte zomer - Tea Tupajic
Tea Tupajic overleefde de gruwel van Srebrenica, waar Serviërs in de
jaren negentig de Nederlands soldaten van de VN-vredesmacht belegerden
en alle Bosnische jongens en mannen vermoordden. Twintig jaar later
sprak ze met meer dan honderd van de Dutchbat-veteranen en verwerkte hun
verhalen niet alleen tot een toneelstuk maar ook tot dit boek, dat via
doorgaans korte fragmenten uit het leven toen en nu van de Dutchbatters
(samengeweven tot zes prototypische personages) de dagelijkse realiteit
daar tastbaar maakt. Ze slaagt er in om "de banaliteit van het kwaad"
dichtbij te brengen, de terloopsheid van de gruwelijke ontwikkelingen.
Het boek confronteert omdat het de laffe houding van het Westen zo
zichtbaar maakt in de kleinste details.
Open ogen - Remco Campert
In de dichtbundel Open ogen uit 2018 kiest Remco Campert voor grote
toegankelijkheid van zijn gedichten, met weinig moeilijke woorden, met
vaak korte gedichten en met een vlotte leesbaarheid. Dat zorgt ervoor
dat de gedichten over het geweld in de wereld (de aanslagen in Brussel,
de Syrische burgeroorlog, de haat tegen vluchtelingen,...) des te harder
binnenkomen. Ze zijn niet omfloerst, verhullen de gruwel niet (en tonen
die ook niet exhibitionistisch en sensatiezoekend) en treffen ze zo
raak dat zelfs de slechte verstaander begrijpt wat Campert wil zeggen.
Aangrijpend is bijvoorbeeld het gedicht over dat jongentje (van die
iconische foto) die dood op het strand ligt, een kleuter verongelukt bij
de oversteek over de Middellandse Zee.
Tussen deze ogen openende
gedichten onderzoekt Remco Campert ook in meerdere gedichten het wezen
van de poëzie zelf, als een dichter die zijn eigen métier in de handen
neemt, langs alle kanten bekijkt en zo de essentie ervan tracht terug te
vinden.
Deze bundel is een erg mooie verzameling gedichten die ook
wie niet thuis is in de poëzie, kan aanspreken. Zeker wanneer de
actualiteit (van toen, maar helaas nog steeds actueel) het onderwerp
vormt, raakt hij evengoed het hart van de niet-poëzielezer.
Een visje bij de thee: drieëntwintig verhalen en achtenzestig versjes uit eenentwintig boeken - Annie M.G. Schmidt
Een visje bij de thee is een bundeling van 23 verhalen en 68 gedichten
van de gevierde Nederlandse auteur Annie M.G. Schmidt, met wie iedereen
van mijn generatie opgroeide, zelfs hier in Vlaanderen. En mensen als
ik geven graag het stokje door aan de volgende generatie. Toen mijn
kinderen klein waren, las ik voor uit de grote gedichtenbundel van haar,
's avonds voor het slapengaan. Willekeurige bladzijden werden gekozen
en ik las voor, af en toe dezelfde gedichten (diegene die het meest
succes hadden). Jip en Janneke en Pluk van de Petteflet, ook grote
voorleesfavorieten in veel gezinnen, heb ik hen nooit gedeclameerd. Maar
ik heb nog steeds dierbare herinneringen, zowel uit mijn eigen
kindertijd als uit de hunne, aan die leuke gedichten.
Het was dus
nostalgie die me dit boek in Nederland tweedehands liet kopen en nu het
boek uit is, kan ik alleen maar eerlijk bekennen dat ik nog steeds enorm
genoot van de losse verhaaltjes en de gedichten die in deze bloemlezing
zijn samengebracht. Want hoewel ze voor kinderen bedoeld zijn, weten ze
ook de volwassenen te bekoren. Er is natuurlijk die mooie speelse taal
die Schmidt hanteert, vol grappige rijmen en hier en daar zelf verzonnen
woorden. Maar inhoudelijk blijven de verhaaltjes die intussen ruim een
halve eeuw oud zijn vaak verrassend fris. Zo vertelt Het fornuis moet
weg! over een meisje dat timmervrouw wil worden en een jongentje
huisman. Ze bevragen heel wat volwassenen en de één roept dat het niet
kan omdat God het niet wil en de ander dat het niet kan omdat het tegen
de natuur is, maar door samen met een volwassene logisch na te denken,
komen ze tot het besluit dat iedereen best datgene doet wat hij of zij
het liefste wil. Annie M.G. Schmidt schotelt die wijsheid niet zomaar
voor, nee, ze beschrijft het denkproces van de kinderen en de
volwassenen waarmee ze overleggen, en zo wordt het besluit ook voor
kinderen goed en helder onderbouwd.
Annie M.G. Schmidt laat in al
haar gedichten en haar verhaaltjes een grote liefde voor kinderen zien,
waarbij ze soms de heersende normen (over braaf en stout, in die tijd)
laat vertegenwoordigen door menselijke en dierlijke personages, maar
soms ook gewoon het ondeugende dat in elk kind zit, ruimte geeft.
Soms
hebben kinderen en zelfs volwassenen iemand nodig die beide polen in
zulke mooie taal een plaats geeft, vroeger, vandaag en in de toekomst.
In aanwezigheid van Schopenhauer - Michel Houellebecq
Als ik vergeten zou zijn waarom ik niet graag filosofie lees, dan weet
ik het dankzij dit boek weer. Filosofie lezen vraagt een intellectuele
inspanning die ik op zich wel bereid ben te leveren indien de opbouw
zorgvuldig gebeurt zodat ik als lezer kan volgen, maar te vaak dient elk
woord uitgebreid gedefinieerd te worden met weer nieuwe te definiëren
woorden, zodat de draad algauw bedolven raakt onder een kluwen waar een
kat staart noch kop noch eigen jongen in terugvindt.
Dat is helaas
ook het geval in dit boek, dat uiteenvalt in twee delen. Er is immers
eerst een uitgebreid voorwoord van de vertaler, Martin de Haan, dat
ruwweg een derde van het boekje in beslag neemt. Hoewel ik graag de
boeken van Michel Houellebecq heb gelezen, kreeg ik door dit voorwoord
het gevoel me amper nog iets te herinneren van zijn romans. De vertaler
probeert de evolutie in het denken van Houellebecq te schetsen van een
fervente aanhanger van Schopenhauer en grote criticus van Wittgenstein
tot positivist à la Comte en daarmee nuanceerder van Schopenhauers
ideeën. Hij put hiervoor ruimschoots uit teksten van Houellebecq maar
die zijn vaak zo ontdaan van de context van het verhaal waarin ze
voorkomen (of de essasys) dat ze nauwelijks herinneringen oproepen aan
waarover het boek ging waaruit ze komen.
Houellebecqs eigen tekst
In aanwezigheid van Schopenhauer is wat dat betreft minder
confronterend maar vertoont toch ook het euvel dat in mijn ogen zoveel
Franse literatuur kenmerkt: het intellectuele spel (o.a. met de taal en
met het denken) primeert te vaak over de inhoud. Dat euvel weet hij
nochtans in zijn romans prima te vermijden, maar hier is het bij
momenten moeilijk volgen voor lezers die zoals ik niet echt vertrouwd
zijn met de werken van de filosofen zelf en enkel een synoptische kennis
hebben van hun denkbeelden.
Gelukkig heeft Houellebecq ook in deze
tekst nog steeds de volle beschikking over zijn kwaliteiten als
schrijver en zijn perfect aanvoelen van wat ik een
pre-postapocalyptische tijdsgeest zou durven noemen.




Geen opmerkingen:
Een reactie posten