25 oktober 2026

Retro review: Bruce Springsteen


Laten we even terugkeren naar 1984, het jaar van de Olympische Winterspelen in Sarajevo en de (zomer)Spelen in Los Angeles, de gifgasaanvallen in de oorlog tussen Iran en Irak, de eerste aanslagen van de CCC. We keken in de cinema onder meer naar Ghostbusters, Gremlins en The Karate Kid. In juni bracht Bruce Springsteen zijn langverwachte album Born in the U.S.A. uit, nadat hij in de maanden ervoor al heel erg succesvol was in zowat alle hitlijsten met Dancing in the dark. 
Zelf zou ik pas eind dat jaar 13 worden, ik was pas begonnen in het middelbaar en thuis luisterden we vooral naar de BRT top-30 en misschien keken we toen ook wel al naar Countdown met Adam Curry, op Nederlands meest hippe zender Veronica. De single van Springsteen was ook bij ons een succes, ik herinner me dat zelfs mijn ouders een exemplaar kochten op de wekelijkse markt. Het album, met verder singles als (titelsong) Born in the U.S.A., Glory days en I'm on fire, kwam in de eerste plaats dankzij die singles die een hitlijstnotering haalden, tot mij. Dat jaar leerde ik Springsteen voor het eerst kennen en deze potente plaat klonk in mijn jonge oren als rock met heel veel testosteron. Je kan je wel voorstellen hoe vatbaar een twaalfjarige uit 1984 was voor zulk een geluid in de hitlijsten.
Later, behoorlijk veel later zelfs, werd me pas duidelijk dat Bruce Springsteen, "The Boss", in de eerste plaats een chroniqueur is van het leven van de Amerikaanse arbeidersklasse. In veel van zijn songs beschrijft hij het Amerika van de hardwerkende mensen voor wie inflatie geen abstract begrip is maar een werkelijk verschil maakt in wat ze die maand eten en doen. Het zijn de mensen die elke dag vroeg opstaan om naar hun werk te rijden, die zelf in Vietnam vochten of er minstens een familielid hadden (of verloren), ontspanning zoeken voor de tv en hun eigen stad of regio amper verlaten, tenzij om verre familie op te zoeken.
Achter een song vol testosteron als Born in the U.S.A. gaan net zulke mensen schuil, onhoorbaar voor de toen twaalfjarige die ik was, maar vandaag natuurlijk overduidelijk uit de lyrics naar voren stappen. Springsteen accentueert het verschil tussen de patriottische slogan die hij als titel kiest en het verhaal van de mislukte oorlog in Vietnam. Vaak brengt hij dit type Amerikanen voort en is hij kritisch voor de beleidsmakers, wat hij ook daarna is blijven doen, denk maar aan de post-9/11 plaat The rising. Het is dan ook geen wonder dat Trump, in wiens eendimensionele wereld je niet én andere overtuigen én talent kan hebben, hem "ongetalenteerd" noemde.
Naast de stevige liedjes vinden we op deze plaat ook de mooie, rustige afsluiter My hometown. De tekst is nog steeds actueel, misschien nog wel voor meer dorpjes en kleine stadjes dan toen, en beschrijft Springsteens liefde voor zijn geboortestadje dat destijds ook de wijdverspreide spanningen moest ondergaan tussen blanken en Afro-Amerikanen en dat in het heden van de song stilaan leegloopt, met leegstaande winkelpanden en fabrieken die sluiten omdat er elders goedkoper kan geproduceerd worden. 
Wie voorbij de masculiene uitstraling kan kijken, treft een afwisselend en tekstueel-thematisch sterk album. Voor mij is dit niet zijn beste plaat (ik verkies The rising of, nog meer, The ghost of Tom Joad) maar het vormt een mooie staalkaart van waar het bij Bruce meestal om draait: een muzikale stem geven aan gewone Amerikaanse arbeiders in kleine stadjes, die geen invloed hebben op de nationale en globale ontwikkelingen die ze wel lijdzaam moeten ondergaan. 

Beluister hieronder nog eens de volledige plaat: 

Geen opmerkingen: