03 oktober 2026

Gelezen (166)

Absolute democratie: kroniek van een aangekondigde afrekening - Ilja Leonard Pfeijffer
 
 
Anderhalf jaar lang schreef Ilja Leonard Pfeijffer columns voor De Morgen waarin hij observeert hoe extreem-rechtse (maar ook extreem-linkse) populistische partijen trachten de democratie te ondergraven, met name in Nederland en Italië maar ook in andere landen. Hij legt daarbij bloot dat zij dat doen in naam van hun aanhangers die een andere definitie van democratie hanteren dan wij gewoon zijn. Waar wij voorlopig nog vasthouden aan een constitutionele democratie waarin de grondrecht, checks and balances, procedures, scheiding der machten en bescherming van minderheden een centrale plaats krijgen, kiezen deze populisten voor een absolutistische democratie: de meerderheid beslist en die ene wil mag niet gehinderd worden door procedures en instellingen in het uitvoeren van die zogenaamde éne "wil van het volk".
Het boek is bij momenten verhelderend en helpt goed om gebeurtenissen die nu, na het voltooien van het boek, plaatsvinden goed te begrijpen. Dat de columns op enkele details na ongewijzigd werden opgenomen, heeft het voordeel van het blootleggen van een chronologie. Anderzijds leidt dit ook wel tot veel (onnodige) herhalingen van feiten en van meningen, waardoor het boek als geheel nogal drammerig kan overkomen. Je kan je daar als lezer wel proberen overheen te zetten om het verteerbaarder te maken. 
 
Het onbegrepen kind - Maria Montessori
 
 
Het is soms goed om eens achterom te kijken binnen je vakgebied om te realiseren welke weg we afgelegd hebben intussen. Ooit kocht ik dit boek(je) van de Italiaanse arts en pedagoog Maria Montessori op een rommelmarkt. Dat onbegrepen kind verwijst niet naar een bepaalde groep kinderen met gedrags- of andere problemen omdat ze niet begrepen worden (de foto op de cover leek dat heel erg te suggereren, vond ik) maar over alle kinderen die toen (jaren '50) volgens de auteur niet begrepen werden in hun wezen als kind. Ze legt uit hoe belangrijk het is om inzichten uit de ontwikkelingspsychologie mee te nemen in de pedagogiek (iets waar ik het als ontwikkelingspsycholoog grondig mee eens ben). Ook schetst ze haar idee dat kinderen als kind niet zomaar "onaffe volwassenen" zijn maar een eigen specifieke taak en kenmerken hebben die in de opvoedkunde dienen gehonoreerd te worden.
Dit boekje was interessant, soms even relevant als toen, soms wat verouderd, maar toch een stimulans om af en toe te proberen met een frisse blik je eigen opvattingen kritisch te bekijken. 
 
Op een dag zal iedereen hier altijd tegen zijn geweest -
Omar El Akkad
 
 
Omar El Akkad, geboren in Egypte, zijn jeugd doorgebracht in Qatar, Canadees staatsburger geworden en levend in de VS, analyseert hoe in het Westen omgegaan wordt met de genocide in Gaza, op dat moment (en eigenlijk ook nu) nog steeds gaande. Hij bekijkt het vanuit het standpunt van een voormalig inwoner van het Midden-Oosten én als inwijkeling en deels ingewijde in het Westen. Dat levert een voor ons bij momenten verrassende, nieuwe en ook zeer verhelderende analyse op.
Wat voor mij de grootste eye-opener was, is zijn analyse dat het hele discours rond mensenrechten, democratie en internationaal recht (en alle hypocrisie errond) in de eerste plaats een discours is van de machtigen tegenover de onderdrukten. Uiteindelijk, zo beargumenteert hij, is het toch vooral een narratief dat bedoeld is voor de machtige partij(en), doorgaans dus de westerse wereld, en waarvan de onderdrukten uitgesloten worden. Hooguit wordt hun slachtofferschap achteraf erkend, wanneer dat geen consequenties meer heeft voor de macht en de machtige schuldigen geen verantwoording meer hoeven af te leggen.
De hele discussie of het woord "genocide" gebruikt mag worden, komt erop neer dat benoemen wat men ziet, zou neerkomen op de plicht ernaar te handelen (en in het geval van de houding t.a.v. Israëls omgang met de Palestijnen, het toegeven dat men al die tijd het verschrikkelijk geweld heeft toegestaan, dat al sinds de oprichting van Israël gaande is). El Akkad legt de hypocrisie en de zogezegde morele superioriteit bloot van hen die het internationaal recht naar goeddunken inzetten in functie van hun eigen belangen.
De analyses die hij maakt in het boek, kunnen nog elke dag opnieuw getoetst worden aan de geopolitieke actualiteit en wie dat doet, ziet dat het alleen maar erger wordt en dat de achterliggende mechanismen steeds openlijker, minder verhuld gebeuren (zoals de aanval op het ICC door de VS vanwege de bedreiging die dat vormt voor henzelf, de Israëlische machthebbers en hun Amerikaanse bondgenoten). 
 
Het nachtlicht - Erik Vlaminck
 
 
De lotgevallen van de dakloze Ronny en het minderjarig straathoertje Nicky worden afwisselend verteld in deze roman van Erik Vlaminck. Hij toont hierin opnieuw de onderkant van de maatschappij en bekijkt de wereld vanuit hun perspectief, zoals hij dat ook zo vaak doet in de mij al (uit mijn vroegere job) bekende Brieven van Dikke Freddy. Toch is dit veel meer dan een verhaal over daklozen en prostituees, het is vooral een schets van een oudere man die beseft dat hij door stommiteiten in zijn huidige situatie is terechtgekomen, wat hem er niet van weerhoudt nieuwe stommiteiten uit te steken, en een kwetsbaar kind dat al gebroken is nog voor haar leven echt start. Ronny en heel wat andere personages blijken goedbedoelende mensen in omstandigheden die een hardheid vereisen waardoor bijna niemand dat (én hen) ziet. Hij tracht op onhandige wijze fouten uit het verleden alsnog een beetje te herstellen, verlangt net als iedereen naar verbondenheid met zijn zoon en kleinkind, heeft een grotere mond dan goed voor hem is, wil anderen behoeden voor de fouten die hij maakte en sukkelt van het ene malheur in het andere zonder te verloochenen wie hij is. En Nicky, haar verhaal is zo mogelijk nog triester, want nog niet meerderjarig slingert ze voortdurend tussen overleven en het leven buitensluiten (en anderen en verbondheid buitensluiten).
Toch is dit allesbehalve een somber boek, het is vaak zelfs enigszins grappig en het leest vlot, is herkenbaar en lijkt bij momenten een schelmenroman.
Het slotakkoord van de roman is overigens een ode aan mensen die inspanningen leveren voor mensen die door iedereen vergeten worden, namelijk het toneelgezelschap Tutti Fratelli van Reinhilde Decleir. Die mooie ode zet meteen één van de meest humane, stille projecten uit Antwerpen terecht in de schijnwerpers.