11 oktober 2026

10 platen die zijn leven beïnvloedden: Jonas Bruyneel

Iedereen heeft wel zo zijn favoriete platen, waar hij af en toe naar
teruggrijpt, of platen die ooit belangrijk waren in zijn of haar leven omdat
ze verbonden zijn met bepalende gebeurtenissen of omdat ze de
toegangsdeur bleken tot iets nieuws. Welke 10 platen het leven van
Jonas Bruyneel hebben beïnvloed, kan u hieronder lezen.
Jonas is wat je gerust een artistieke duizendpoot mag noemen. Hij schrijft
poëzie (broedland, Mulhacén) en fictie (Vijd, Grot), is muzikant bij momoyo
en het jazz-trio Foutloos (en voorheen bij Uncle Wellington Wives,
waarover ik al meermaals schreef op deze blog), producer van o.a. momoyo
en Vincent Coomans en richtte zijn eigen platenlabel op (Wellington
Records
). Hij nam van 2017 tot 2019 het stadsdichterschap van Kortrijk
(Letterzetter) op, is performer,... Voor het volledige overzicht kan je hier
terecht.


Dit zijn de tien platen (of combinaties) die hij koos:

1. Yankee foxtrot hotel – Wilco


Deze plaat beluistert hij niet zo vaak meer maar was vooral tijdens zijn
studie kunstwetenschappen belangrijk. Hij was toen al altijd een grote fan
van muzikanten die rootsmuziek maakten, alsook van singer-songwriters.
Wat hem in dit album zo aantrok, was hoe Wilco erin slaagt om de
rootsplaat die ze maakten te verstoren, “kapot te maken” door het gebruik
van kettingen en dergelijke, waardoor je geen rechttoe-rechtaan songs
meer krijgt.
Daarmee slechtten ze het onderscheid tussen pop en experimentele
muziek en dat is iets wat Jonas zelf ook probeert wanneer hij songs schrijft.
De songs die hij schrijft, maakt hij daarna “stuk” door er disrupties in aan
te brengen, zij het minder subtiel dan Wilco dat deed.
Hij was als tiener begonnen in enkele punk- en aanverwante bandjes maar
begon pas serieus muziek te maken toen hij zijn universitaire studies in
Gent aanvatte. Hij heeft van deze plaat vooral geleerd dat je mooie muziek
kan maken zonder dat elk element op zich mooi moet zijn.
Hij speelde vooral Reservations constant op repeat, later zelfs de
soundscapeoutro er apart uitgehaald en die dan op repeat. Hij ging vaak
naar de concerten van Wilco en heeft als gitarist veel gekopieerd van
Nels Cline, tot en met het hangen van DJ-gear aan zijn instrument om de
sound ervan te vervormen. Het liefst van al liet hij zijn eigen muziek
masteren op dezelfde locatie als Yankee hotel foxtrot.

2. August and everything after – Counting Crows



Dit album vormde zowat de soundtrack van zijn tienerjaren en hoor je hier
en daar doorklinken in Jonas's roman Grot in de vorm van flarden lyrics
uit Mr. Jones. Het grapje deed de ronde onder zijn vrienden dat die song
de cue was bij het uitgaan voor Jonas om naar huis te gaan, nadat het al
meerdere keren het laatste nummer was waar hij op danste. De rest van
deze plaat heeft hij nooit met eenzelfde intensiteit beluisterd en
tegenwoordig gebeurt het ook amper nog dat hij ze opzet.

3. Dragon new war mountain I believe in you - Big Thief


Een paar jaar geleden was Jonas op Best Kept Secret waar in zijn
herinnering vooral heel erg brave Cranberries-achtige groepen speelden,
maar hij werd door het concert van Big Thief heel erg omvergeblazen.
Vooral Change maakte grote indruk. Frontvrouw Adrianne Lenker schrijft
heel begrijpbare songs met veel open akkoorden om zichzelf uit te dagen.
Daarvan leerde Jonas nieuwe dingen te proberen, niet per se moeilijke
maar gewoon gekke ideeën en toeval een grote rol te laten spelen.
Bijna heel de laatste momoyoplaat is daaruit voortgegroeid Er staan heel
veel open akkoorden op waardoor het heel open klinkt. Hij trok dit ook door
bij platen die hij producete (zoals van Vincent Coomans).
De plaat die hij me toont, is al het tweede exemplaar dat hij kocht omdat
hij op zijn origineel aankochte vinyl Change letterlijk kapotdraaide, het
nummer is daarop niet meer beluisterbaar.
Elke song op dit album is een verhaal van begin tot einde, eerder roman
dan poëzie, je loopt mee met het personage.
Vroeger heeft Jonas veel meer poëzie-songs geschreven – daaruit blijkt de
invloed van Leonard Cohen – terwijl hij zich nu meer aangetrokken voelt
tot deze manier van schrijven: een verhààl vertellen.

4. You want it darker – Leonard Cohen



Naar deze laatste plaat van Cohen heeft Jonas, net als naar diens debuut,
veel geluisterd. Cohens debuutplaat was vooral tijdens de studentenjaren
een metgezel, deze plaat kwam veel later. Jonas heeft veel willen schrijven
zoals Cohen, zeer poëtisch. Later ontdekte dat ze allebei zeer beïnvloed
werden door Federico Garcia Lorca. Deze Spaanse dichter zou de inspiratie
vormen voor Jonas' dichtbundel Mulhacén.
Cohen leerde gitaar spelen door flamenco, een heel melancholische
Spaanse muziekstijl en ook door de canto jondo, die aan de basis van de
flamenco ligt. Deze muziekstijl bevat veel Moorse en Roma-invloeden, met
teksten die diep melancholisch zijn, romantisch ook, vaak ook over de dood.
De canto jondo was compleet verdwenen begin 20e eeuw. Lorca
organiseerde samen met componist Manuel de Falla een canto jondo
festival in het Alhambra dat de revival van heel die cultuur heeft
teweeggebracht.
Hoewel Jonas nog weinig luisterde naar de platen tussen het debuut en dit
album, dat vlak voor Cohens dood uitkwam, werd hij hierdoor heel erg
gegrepen. Hier gaat Cohen immers zo diep tekstueel en gaat hij terug naar
zijn eigen Joodse (muzikale) roots en die combinatie zorgde voor een heel
andere, nieuwe Cohen-plaat. Je krijgt als luisteraar tegelijk het gevoel dat
het naar iets heel ouds teruggrijpt.
Mulhacén
zit uiteraard vol passages die naar Lorca lijken te verwijzen
maar in essentie dat nog veel meer doen naar Cohen. Toch is de bundel
vooral opgedragen en opgehangen aan Lorca. Wat Jonas vooral mooi vindt
aan Lorca, is dat hij enerzijds radicaal nieuwe poëzie schreef en dus als
modernist mag beschouwd worden en anderzijds zocht naar de wortels
van de Andalusische poëzie. Hij deed dat niet op een nationalistische maar
net op een heel progressieve manier. Tegenwoordig neemt iedereen aan
dat je óf progressief óf conservatief-nationalistisch bent maar hij toonde
aan dat je ook voeling kan houden met het verleden om progressieve
ideeën te ontwikkelen. Die verzoening van schijnbare tegenstellingen is
trouwens een reden waarom hij vermoord is door aanhangers van Franco.

5. Hunter / Hunted - Anna Calvi



Op een lokaal festival in London, waar Jonas was om Michael Kiwanuka te
zien en The Smile, die hij beiden overigens niet overweldigend vond, ging
hij tijd doden tussendoor door op een kleiner podium Anna Calvi te gaan
kijken tijdens het eten. Het bleek achteraf één van de beste optredens die
hij ooit zag. Vooral de uitvoering van Indies or paradise bleef hem heel erg
bij. Hij zag een indrukwekkende gitariste aan het werk, die de hele tijd met
een bottleneck speelde en die teksten zong die door merg en been gingen.
Anna Calvi had een heel ruwe rauwe gitaartechniek. Waar op de rest van
het festival duidelijk producties te horen waren, klonk de muziek van Anna
Calvi heel massief met heel veel improvisaties.
Hunted is de live-plaat van de nummers op Hunter. Dezelfde fantastische
songs klinken daarop nog rauwer en vol energie.
Het heeft Jonas weer zin gegeven in gewoon live te spelen op monitors,
waarbij je dan als muzikant in gevecht moet gaan met het geluid, met
ruimte voor improvisatie en dus gevaar.

6. Bright future – Adrianne Lenker


Adrianne Lenker is de zangeres van Big Thief. Deze plaat leerde Jonas
kennen dankzij de Spotify-playlist Monthly moods van Vincent Coomans.
Vrijwel elk nummer is een persoonlijke favoriet en wordt steeds
herbeluisterd. Slotnummer Ruined wordt op trioshows van momoyo steeds
gecoverd. Jonas krijgt dan altijd tranen in de ogen, wie het ook zingt (Frie,
Esther), omdat het zo goed geschreven is, zowel tekstueel als de manier
waarop de akkoorden doorkomen en hoe ze gespeeld worden. Op de
plaatversie staat elk instrument te luid, alsof ze gaan oversturen, en haar
stem overstuurt vaak. De micro's staan zo luid dat het gevaar van
mislukking voortdurend om de hoek loert. Het effect echter is alsof ze in je
oor zitten, of er minstens heel dichtbij.
Jonas heeft hetzelfde geprobeerd bij de momoyo-song over zijn overleden
zus (My sister slept). Hij had alles voor de opnames helemaal open gezet
waardoor alle bandleden ingehouden moesten zingen en spelen, om zo
voortdurend het gevoel te krijgen dat er iets op het spel stond.

7. Black classical music – Yussef Dayes



Eigenlijk zijn alle live-albums van die songs (zoals Live at Malibu of Live at
Joshua Tree
) gewoon nog veel beter, omdat elk optreden uniek is. Yussef
Dayes maakt op veel buitenlocaties dit soort live-opnames (waar er
overigens géén publiek aanwezig is), waar de locatie zelf de uitvoering
bepaalt, door de specifieke sfeer, echo, het verhaal van de locatie,... Yussef
leert immers ook altijd eerst de streek kennen door met de locals te praten,
met lokale jazzmuzikanten te jammen,... Dan laat hij zich door alle
aspecten van de locatie inspireren om telkens andere improvisaties van de
songs te spelen.
Jonas leerde dit kennen door Renaud Debruyne, de drummer van momoyo,
Vincent Coomans en Foutloos. Foutloos bestaat uit de combinatie
viool-drum-bas, om helemaal vrij te kunnen spelen. In de periode waarin
beide muzikanten vaak in de studio begonnen samen te werken, begon
Jonas veel bas te spelen en wisselde hij muziek uit met Renaud. Yussef was
één van de muzikanten die Renaud hem leerde kennen, evenals Rocco
Palladino
(die meespeelt op de platen van Yussef).
Het werd een grote inspiratie voor wat hij doet bij Foutloos. Zo maakt het
trio nieuwe, andere live-versies van het nummer Verduaalpaal. Zo lieten ze
zich inspireren door de locatie, bloemenatelier en tentoonstellingsruimte De
Egelantier
, tussen de kunstwerken en de planten. Ze speelden twee dagen
lang telkens nieuwe versies tot ze de uitgebrachte live-versie hadden, die
Jonas veel beter vindt dan de oorspronkelijke studioversie.

8. Donuts – J Dilla


Dit is dé referentieplaat van moderne jazz/hiphop-timing. Dilla wist als
eerste zijn beats op het/zijn gevoel te creëren in plaats van ze op de tellen
recht te trekken. De afstand van kick en snare was tot dan immers
gebaseerd op de tellen zoals we ze kennen in de westerse muziek, maar
daar had hij geen voeling mee en hij durfde die afstand te variëren. Hij was
ook de eerste die de drumcomputer echt als instrument ging gebruiken,
niet als vervanging van een ander instrument.
Deze plaat bevat allemaal onafgewerkte ideeën achter elkaar, niet nummers
op zich. Dilla richtte zich als beatmaster dan ook in de eerste plaats op
hiphopartiesten die hiermee dan iets zouden kunnen doen en daarover heen
konden rappen. Hij dacht dus zeker zelf niet in termen van afgewerkte,
commerciële nummers maar dat hield hem niet tegen deze ideeën uit te
brengen. En vrijwel meteen werd het een nieuwe, zeer herkenbare manier
van beats maken en gebruiken. Zowat alles van D'Angelo is op dit
“Dilla-ritme” gebaseerd.
Het niet wachten tot songs af zijn maar ze uitbrengen wanneer je het
gevoel hebt dat de tijd ervoor gekomen is, is in wezen de filosofie die Jonas
ook hanteert bij Wellington Records.
Wie het boek Grot aandachtig gelezen heeft, zal overigens merken dat hij
de drummer uit de roman ook op die manier laat spelen. Eigenlijk is het ook
de manier waarop zijn drummer Renaud in enkele bands waarbij Jonas
betrokken is vaak speelt.

9. Off the record – Makaya McCraven


Off the records wordt hier gekozen als een voorbeeld van de manier waarop
McCraven platen maakt, en het is net die werkwijze die Jonas zo weet te
waarderen.
Makaya McCraven is een fantastische drummer, die alles opneemt en elke
dag muziek maakt. Hij combineert de filosofie van hiphop met een live
jazzband door zijn eigen live-opnames te producen als een hiphopproducer.
Alles wordt gebaseerd op toeval: wat hebben ze die dag gespeeld? Die
losse, opgenomen sessies vormen daarna de basis van wat hij uitbrengt.
Zijn output is heel groot en zijn platen zijn dus gemaakt op basis van die,
achteraf bewerkte, live-sessies (met publiek). Hij gaat ermee aan het
knippen en plakken. Hoewel het eindresultaat wel klinkt als afgewerkte
nummers bevatten ze ook veel spanning omdat grote delen van die songs
geïmproviseerd waren.

10. The drift – Scott Walker



Vooral de song Clara trekt Jonas erg aan. Die gaat over de vrouw van
Mussollini en duurt 15 minuten lang. Scott Walker had in studio karkassen
van koeien waarop met vuisten geklopt werd. Zijn oorspronkelijk idee was
een live-uitvoering met publiek in Milaan op te nemen. Daarin zou hij het
verhaal van Clara vertellen, niet met woorden maar met geluiden.
Jonas werd daardoor heel erg geïnspireerd voor Boonyi, zijn project met
schrijver Hans Depelchin. Jonas schreef hier veel noise voor. Het is nog
steeds Jonas' droom om een plaat te maken die ook zo een verhaal vertelt,
zoals de klassieke componisten dat ook deden. Bovendien leerde hij uit de
evolutie van Scott Walker dat je je niet moet vastpinnen op één iets, maar
in het wilde weg vanalles mag en moet proberen.
 
Je kan Jonas Bruyneel binnenkort hier live aan het werk zien:
 
16/10: op Wonderwoorden (Taalfeest) in de Koningin Elisabethzaal
(Antwerpen)
16/10: Hostel Snuffel (Brugge) - met Vincent Coomans
17/11: Uitgelezen in Viernulvier (Gent) - met Vincent Coomans
20/11: CC Wevelgem - Mulhacén
26/11: The Preacher (Geraardsbergen) - met Vincent Coomans
28/11: Atelier De Kus (Veurne) - met Vincent Coomans
4/12: Herberg Macharius (Gent) - met Vincent Coomans
05/03: Herberg Macharius (Gent) - met momoyo

Alle info en tickets én nieuwe data vind je op dit overzicht. 

Geen opmerkingen: