06 mei 2012

Vooruit concert: Killing Joke

Met twee support acts begon de concertavond donderdag in de Vooruit al vroeg. Opener The Crying Spell, uit Seattle, klonk verrassend melodieus. Ze hadden duidelijk goed geluisterd naar oude punk- en new wave-platen. Verder viel op dat de bassist hun nummers naar een hoger niveau tilde.


De tweede band van de avond, The Icarus Line, bracht loeiharde rock en bluesrock en toonde zich een mengeling tussen The Stooges en The Jon Spencer Blues Explosion. Hun zanger waande zich ook Iggy Pop, in ontbloot bovenlijf, en deed erg zijn best over te komen als een irritant, intimiderend etterbakje. Toch zouden we geen spat verbaasd zijn mocht hij in een bejaardentehuis blijken te werken en er het meest geliefd zijn bij de oudjes. Ze eindigden hun set in complete noise en feed-back nadat ze wat licht balorig gedrag hadden vertoond.


Over het nieuwe album MMXII van Killing Joke waren we niet helemaal tevreden (zoals je hier kan lezen) en we vroegen ons af hoe hun nieuwe materiaal live ingepast in hun ruime back catalogue zou klinken. Het goede nieuws is dat de recente nummers niet uit de toon vielen en naadloos pasten in de set. De vijf Britten zijn intussen routiniers en dat merkte je aan heel wat elementen. Zanger Jaz Coleman zag er met zijn zwart omrande, wijd opengesperde ogen, zijn donkerblauwe overall, zijn hoekige en wat robotachtige danspassen uit als een zelf uit de doden opgestane grafdelver. Zijn grimassen leken op die van een opa die griezelverhalen vertelt aan zijn kleinkinderen: de geruststellende knipoog zit er al in vervat, om nachtmerries te voorkomen. En zo wordt hij natuurlijk een soort Alice Cooper, die twijfelt tussen angstaanjagend en clownesk.
De muziek bevatte sterk repetitieve gitaar- en baspartijen en lekker meeschreeuwbare refreinen. Toen de set wat dreigde te verzanden in die repetitiviteit, tapte de groep net op tijd uit een ander vaatje en volgden enkele meer gevarieerde nummers, waarvan sommige zwaar aangezet werden, en andere weer net heel dicht tegen metal aanleunden. Het publiek bleek bovendien erg gewillig, danste wild om zich heen, zong uit volle borst mee en verwelkomde elk gebaar van de zanger. 


Toch bleken sommige songs te ééndimensioneel om te kunnen boeien. Dat viel vooral op bij de eerste twee nummers van de bisronde, die er zelfs niet in slaagden het meest enthousiaste deel van het publiek warm te laten lopen. Gelukkig werden ze gevolgd door Love like blood en Pandemonium. Terwijl Pandemonium uitgroeide tot het hoogtepunt van het optreden, slaagde grote hit Love like blood (in een wat gepimpte versie) er niet in overeind te blijven. Natuurlijk hielp de bekendheid van het nummer, dat door iedereen meegezongen werd, om het te redden van ondermaatsheid, maar we verkiezen veruit de plaatversie.
Een concert is meer dan de muziek alleen, en dat bewees Killing Joke overvloedig. Ten goede deden ze dat door ook muzikaal minder sterke nummers zo te brengen dat ze bijdroegen tot de totale concertbeleving, door tijdig te variëren, door te snappen ook dat gebrek aan nuance live geen handicap hoeft te zijn. Aan de andere kant zagen we vooral een gitarist die zijn werk deed (weliswaar niet tegen zijn zin, maar hij was wel duidelijk “aan het werk”) en waren er de te vaak herhaalde truken van de foor die hun effect na een tijd verloren.



Je vindt deze review ook hier op Indiestyle.

Geen opmerkingen: