19 oktober 2013

Califone


Nog voor de eeuwwende verruilde Tim Rutili Red Red Meat, waarmee hij in steun voor de Smashing Pumpkins toerde en dat bij Sub Pop enkele gewaardeerde albums uitbracht, voor een soloproject dat er intussen allang geen meer is: Califone. De in Chicago verankerde band heeft al meer dan tien platen uitgebracht, zonder echt grote naamsbekendheid te verwerven bij ons. Na beluistering van dit album lijkt het ons dat het niet slechts een zaak is van te weinig op het juiste moment op de juiste plaats zijn.
Immers, Califone beschikt over goed songmateriaal (Movie music kills a kiss, A thin skin of bullfight dust), een geluid dat herkenbaar klinkt en waar andere groepen als Smog en Songs: Ohia meer krediet voor kregen en schurkt op andere momenten dan weer aan bij Low (Stitches). Jammer genoeg laten ze ons soms wat te lang sudderen vooraleer liedjes openbreken (Bells break arms). Het uit vele vaatjes tappen ontneemt hen een eigen gezicht en herkenbaar idioom en zo raakt dit combo onopgemerkt tussen de hoop goeie artiesten die elk in één van die genres uitblinken en hun vaardigheden aangescherpt hebben. Het gevoel bekroop ons al te gauw dat we dit al eerder gehoord hadden, en bovendien missen de Amerikanen die ene radiohit die hen uit de poel der vergetelheid zou kunnen vissen. De wel erg experimentele afsluiter Turtle eggs/An optimist is ook niet bepaald van die aard dat hij ons over de streep trekt.
En zo besluiten we dat Tim Rutili net als destijds met Red Red Meat alvast voorlopig ook met Califone ergens in de marge zal blijven meedoen. Aanmodderen is het niet, maar er valt nog een hele weg af te leggen vooraleer we woorden als “uitblinken” en “excelleren” uit onze pen gaan wringen.

Je vindt deze recensie ook hier op Indiestyle.

Geen opmerkingen: