21 maart 2026

The Sophs


Het zestal The Sophs uit Los Angeles debuteert met Goldstar, een plaat die ze op 25 april live komen voorstellen in de AB in Brussel. Gezien frontman Ethan Ramon zelf openlijk zegt dat hij wil stelen, lenen en plagiaat plegen, mag je daar een ambitieuze band verwachten die erg herkenbaar klinkt. Wanneer je bovendien weet dat de muzikanten aan wie ze zich spiegelen variëren van Muse, My Chemical Romance, Panic! At The Disco tot The White Stripes en Ben Folds zonder piano, dan worden de verwachtingen hooggespannen.
Helaas is het adagium "less is more" hen blijkbaar niet echt bekend, want de songs springen alle kanten uit en het is allemaal wat véél. En soms wordt het zelfs wat flauw, zoals in The told me jump, I say how high (té vette knipoog naar Rage Against The Machine) dat met een vorm van spoken word geplakt op gitaren probeert te charmeren tot het ineens abrupt afgebroken wordt.
De ideeën op deze plaat zijn niet mis maar het geheel mist een overkoepelen idee, of het moesten de soms puberale lyrics zijn. 
Er zijn slechtere manieren voor jongeren denkbaar om zich te amuseren, dat is zeker.  Als deze band de rem vindt en een richtingsbord, staan ons nog mooie dingen te wachten maar totnogtoe beschouwen we hen met Goldstar tot een sympathieke bende waar muziek in zit (pun intended), die eens iemand ze stroomlijnt, écht zal weten te bekoren.

Je kan hun volledige debuut hieronder beluisteren en kopen via hun website of hun Bandcamp-pagina:

20 maart 2026

Kim Gordon


De muziek waarop Kim Gordon ons op haar recentere plaatsen vergast, klinkt duisterder maar ook meer gericht dan die van Sonic Youth, waarvan ze één van de boegbeelden vormde. Waar die band volop experimenteerde met soms vreemde bokkensprongen tot gevolg, lijkt er een consistente lijn te lopen door haar vorige albums en het nieuwe Play me.
Die doorlopende sound die past bij donkere hiphop en grime vormt de achtergrond voor zang die aanleunt bij parlando. Kim Gordon weet daarmee voortdurend een spanning op te roepen die onder de huid kruipt. Zo claustrofobisch als Busy bee is het gelukkig niet de hele tijd, al boren de diepe bassen in Subcon ook visioenen van ondergrondse tunnels aan.
Kim Gordon zagen wij al sinds de jaren negentig als één van de meest intense rock chicks, een vrouw om te bewonderen en tegelijk te vrezen, en ook op eigen vleugels bewijst ze die reputatie niet zonder reden verworven te hebben.

Je kan de volledige plaat hieronder beluisteren en hier kopen via haar Bandcamp-pagina:

19 maart 2026

Gorillaz


Sinds Damon Albarn en Jamie Hewlett in 1998 de virtuele band Gorillaz in het leven riepen, hebben ze met wisselend succes intrigerende muziek op de wereld losgelaten. Vooral de eerste platen bevatten singles die tot het beste van de vroege 21e eeuw behoren. Daarna vergleden ze een beetje en werd de interesse in hun recenter werk wat minder, maar middels een uitgekiende strategie proberen ze voor The mountain eenzelfde enthousiasme als weleer op te werken. In de pr-campagne ligt, zoals helaas nodig in deze AI-tijden, de nadruk op het feit dat ze echte muziek maken met echte mensen en echte instrumenten en dat de bijhorende animatiefilm evenmin met AI gemaakt werd.
Het maakte echter dat ik met enige scepsis hun nieuwe plaat ging beluisteren. Gelukkig wisten ze mijn argwaan om te toveren in milde bewondering.
Op The mountain passeren net als op vorige albums heel wat bekende namen: Bobby Womack, Sparks, acteur Dennis Hopper, Tony Allen, Idles, Johnny Marr, Omar Souleyman, Mark E. Smith,... Onder hen bemerk je zelfs wat namen van mensen die intussen het tijdelijke voor het eeuwige verruild hebben. Die pleiade aan gastmuzikanten zou een gefragmenteerde plaat hebben kunnen opleveren, die eerder klinkt als een verzameling singles dan een congruente, aaneenhangende plaat. Nog meer dan Albarn en Hewett zelf weten de muzikanten met Indische roots, zoals Anoushka Shankar (jawel, dochter van), een rode draad doorheen de 15 songs te weven.
De Blur-frontman en de animator verloren beiden hun vader en dat bepaalde heel erg de sfeer van deze plaat (en de bijhorende 8 minuten durende animatiefilm die hierbij hoort en die zeker de moeite van het bekijken waard is). Ze gingen immers beiden het Indische subcontinent ontdekken om daar te rouwen én zichzelf te vinden (als waren ze deelnemers aan een TV-programma). Die in Indische muziektradities gedrenkte songs geven een draai aan hun repertoire die goed uitpakt. De titelsong is daarvan een uitstekend voorbeeld: de kalmte die opgeroepen wordt door de sitar en andere exotische instrumenten neemt je bij de hand en opent als een deur van Sesam's grot een nieuwe wereld waarin wat erna volgt, zich thuisvoelt en jou als luisteraar omhelst. 
Hoogtepunten zijn er voldoende. The happy dictator heeft het jolige Britse dat de meest poppy songs van Blur indertijd kenmerkte. Orange county wordt opgevrolijkt én gedragen door gefluit. Wat meer tijd om open te bloeien heeft The manifesto nodig, dat, op het juiste moment beluisterd, een heel dansbaar nummer blijkt. Delirium hoort thuis in het rijtje singles zoals Dare en Feel good inc, dankzij de zeer gewaardeerde postume (?) bijdrage van Mark E. Smith (The Fall). 
Boven alle andere goeie songs steekt voor mij Damascus er nog met kop en schouders bovenuit. De ook al overleden Omar Souleyman weet met zijn typische dabka (Syrische feestmuziek) de song een swing te verlenen die onweerstaanbaar blijkt: je zou me eens moeten zien dansen in de living!
The Mountain is een gebalanceerd geheel geworden dat zoals eerder aangegeven bijeengehouden wordt door de muzikanten met Indische roots en zo de openbaringen die het tweetal in Indië kregen aan ons doorgeeft. 

Je kan het album hieronder volledig beluisteren en hier kopen via hun Bandcamp-pagina:   

13 maart 2026

Bonnie 'Prince' Billy


Will Oldham leerde ik kennen ten tijde van Palace Brothers (waarop hij qua artiestennaam nog ging variëren met Palace Music, Palace Songs en gewoonweg Palace). Daarna maakte hij ook onder eigen naam de plaat Joya maar zijn carrière nam pas echt een (relatieve) vlucht vanaf I see a darkness, waarop hij zichzelf voor het eerst Bonnie 'Prince' Billy noemde. Zijn albums onder die naam zijn bijna niet bij te houden, het betreffen soms ook herwerkingen van oudere nummers. En nu is er dus alweer een nieuwe plaat: We are together again.
Door zijn soms bijzondere manier van zingen en zijn bijwijlen lijzige, slepende stem zijn de platen die hij al uitbracht niet altijd even toegankelijk en daarom noemde ik de vlucht die hij nam ook relatief, want een echte hit zit er niet meteen in. Wel verleende Johnny Cash hem op de derde American recordings de eer om de titelsong uit I see a darkness te coveren. We are together again valt meteen op als misschien wel de meest toegankelijke plaat die ik van de man al hoorde (al heb ik meerdere albums door omstandigheden wat gemist destijds).
Bonnie 'Prince' Billy wordt door meerdere muzikanten geholpen in het verwezenlijken van die toegankelijkheid en van hen allen mogen de drie zangeressen van Duchess het meeste krediet opstrijken. Zowel in opener Why is the lion? als Strange trouble bedden hun stemmen de zang van Will Oldham in als een berg donsveren. De gastbijdragers komen allen uit de omgeving in Ohio rond Louisville en die samenwerking met lokale artiesten die eenzelfde culturele en muzikale oorsprong kennen, noemt hij zelf zijn "Louisville-first" aanpak. Wat je al luisteraar als resultaat daarvan hoort, is een hechte groep muzikanten wiens neus in dezelfde richting staat. Het levert een album op met tien sterke songs die een stevig geheel vormen en die de nieuwe luisteraars die Bonnie 'Prince' Billy nu pas ontdekken, zeker kunnen overtuigen. Alleen al mijn favoriet (Everybody's got a) Friend like Joe is zo'n song die je meteen inpakt.

Je kan het volledige album hieronder beluisteren en hier kopen via zijn Bandcamp-pagina: