30 april 2020

Vanessa Peters


Ik moet eerlijk bekennen dat ik nog nooit gehoord had van Vanessa Peters tot ik over haar nieuwe album las op muziekblog De krenten uit de pop. Deze Amerikaanse is nochtans niet aan haar proefstuk toe. Mixtape is al haar zevende full album als solo-artieste, naast twee EP's en drie albums met Ice Cream On Mondays. Deze plaat is een buitenbeentje in haar oeuvre omdat ze enkel covers bevat.
Opener Aside klinkt heel erg als The Breeders en daarmee heb je mijn aandacht natuurlijk meteen goed vast. Verder zijn er prachtige versies te vinden van Bizarre love triangle (New Order), Pink rabbits (waarvan het me lijkt dat The National hier zelf ook vrolijk van mag worden) en Tom Petty's You and me. Er worden songs van singer-songwriters die hier een pak minder gekend zijn, onder handen genomen en het resultaat is nooit minder dan goed. De Texaanse heeft een mooie keuze onder haar favorieten gemaakt en daarvan een persoonlijke versie afgeleverd en dit "tussendoortje" in coronatijden lijkt daarmee een mooie toegangsdeur te zijn tot haar eigen werk.

Beluister hieronder het volledige album, dat je hier kan kopen via haar Bandcamp-pagina:

Roger O'Donnell


Ik kan pianomuziek op tijd en stond wel appreciëren (zoals de mooie platen van Dustin O'Halloran of de soundtrack van The piano door Michael Nyman) en strijkers kunnen een plaat echt verrijken dus op papier kan er niks mis gaan met 2 ravens van Roger O'Donnell. En gelukkig stelt hij allerminst teleur.
Wellicht behoeft hij eerst een kleine introductie. Want net als ik denk je wellicht dat je hem nog niet kent, maar hij speelde niet enkel keyboards voor The Cure, ook The Psychedelic Furs, Thompson Twins en Berlin (jawel, die van Take my breath away) mochten al op zijn diensten beroep doen. Begin 2005 begon hij aan zijn solo-album te werken en een tijdje later, toen Robert Smith The Cure herleidde tot een trio, verliet hij de band. Hij was intussen wel betrokken geweest bij platen als Disintegratrion, het live-album Entreat (van de toer die hen ook naar Torhout bracht, waar ik hen zag) en Wild mood swings (toen hij terug bij de band kwam nadat hij vier jaar eruit gestapt was).
Op deze plaat krijgt hij op enkele songs vocale assistentie van Jennifer Pague (van de Amerikaanse indieband Vita And The Woolf). Daardoor krijgt de plaat de nodige variatie en diepgang, al blijft het zalig verstillen bij onder meer de instrumentale titelsong en On the wing. Dat zulks niet eens altijd rustig en verpozend hoeft aan te vullen, bewijst het meer dan negen minuten durende The heart falls, een passionele song die je raakt en bij elkeen verschillende gevoelens zal opwekken. Van de gezongen nummers hou ik het meest van An old train en Don't tell me... Afsluitende song I'll say goodnight is zo'n nummer dat op eender welke plaat opgemerkt zou worden en in een alternatief universum grote bekendheid zou opleveren.
 

Beluister hieronder het volledige album:

29 april 2020

Gelezen (144)

Grote verwachtingen. In Europa 1999 - 2019 - Geert Mak



In feite is het begin van dit boek, het verhaal over de slimme geschiedenisstudent uit 2069, een soort disclaimer: we zitten in feite te kort op de geschiedenis van de voorbije twintig jaar, het begin van de 21e eeuw, om helder zicht te hebben en de verbanden duidelijk te zien. Desondanks waagt Geert Mak zich aan een vervolg op In Europa, zijn 20e eeuw omvattend boek dat ik met veel plezier, ook verbazing en afgrijzen soms, heb gelezen. Hij maakt na twintig jaar een stand op van hoe het ons in dit werelddeel verging sinds 1999 en of de (voorlopige) conclusies van toen nog standhouden.
Zoals te verwachten voor wie goed opgelet heeft de voorbije twintig jaar, blijkt het schip toch een stevige wending genomen te hebben, soms in goede richting, soms helaas ook in de verkeerde of in het beste geval een onzekere richting. Toch is Mak niet per se pessimistisch: hij ziet ook de kansen, tussen al die loerende gevaren en torenhoge risico's.
Ook van dit boek heb ik genoten (en ik ben zeer blij dat mijn lief het me cadeau deed), al kan het niet volledig aan In Europa tippen. Dat heeft alles te maken met wat in die disclaimer zo goed vervat zit: we zitten te dicht bij het gebeuren, er nog teveel te midden in, om de verheldering te krijgen die we in In Europa vaak wel konden krijgen. Niettegenstaande is dit een zeer verdienstelijke onderneming geweest die inzicht verschaft in de omwentelingen van de voorbije twee decennia.


Lady Chatterley's lover - D.H. Lawrence


Er is iets aan Mellors, de geliefde van Lady Chatterley en de jachtopziener van Sir Clifford Chatterley, dat me fascineert. Hij lijkt een soort vastberadenheid te hebben die ontdaan is van emotionaliteit hoewel hij echte liefde voelt en van optimisme al gelooft hij in een toekomst met zijn grote liefde. Het verhaal dat D.H. Lawrence brengt over een half verlamde edelman die geen problemen lijkt te hebben als zijn vrouw zwanger zou worden van een andere man, is een mengeling van Dancer in the dark en The piano maar wordt hier vaak overstemd door een pessimistische filosofie. Dat hoeft wellicht niet te verwonderen aangezien dit boek werd geschreven (en zich afspeelt) na de Eerste Wereldoorlog en de impact daarvan heel voelbaar is. Enerzijds hangt een bijna fatalastisch wantrouwen in de richting van de geschiedenis (geen vooruitgang, maar degeneratie) over het boek, anderzijds blijken de personages zich soms te verliezen in een hedonistische levensstijl waarin geld, roem en jazz (plezier) voorop staan. Natuurlijk staat ook de sexuele (zelf)ontdekking van het hoofdpersonage centraal (het voor die tijd nogal expliciete taalgebruik leverde de uitgever Penguin Books een proces op) maar dit boek daartoe herleiden zou afbreuk doen aan de gelaagdheid ervan en de pogingen van de auteur om een visie op de maatschappij waarin hij leefde, te verwoorden.
Het is geen makkelijk boek en het laat de lezer met een soort vertwijfeling achter omdat al die tegenstellingen zo voelbaar aanwezig zijn en de auteur zelf ook lijkt heen en weer geslingerd te worden tussen een onwrikbaar geloof in echte liefde en een misantropische houding ten aanzien van zijn tijd- en landgenoten.

28 april 2020

Wiz Khalifa


Er was een tijd dat mijn zoon vooral Wiz Khalifa graag hoorde. Die tijden heeft hij achter zich gelaten toen hij andere rappers leerde kennen. In die periode luisterde ik ook eens wat gerichter naar zijn toenmalige nieuwe plaat, Rolling papers 2. Nu is er een nieuwe EP: 7 songs goed voor 20 minuten vertier. 
Ik ben wel gecharmeerd van sommige nummers. Zo is het erg slim en handig hoe hij Dr. Dre persifleert in Still Wiz, dat op dezelfde sample drijft, en dat alleen al daarom mijn favoriet is op deze EP. Y U mad is ook een fijn nummer, waar de samenwerking met onder meer Ty Dollar $ign ook schatplichtig aan is. Clouds in the air is heerlijk relaxt en heeft een diepe bastoon die het nummer volume geeft. En er is zowaar iets lieflijks aan afsluiter High today.

Beluister de nieuwe EP hieronder:

27 april 2020

The Homeless Gospel Choir


Wie zich een voorstelling wil maken van wat folk-punk is, kan dezer dagen zeker terecht bij de Amerikaan Derek Zanetti uit Pittsburgh. Onder de artiestennaam The Homeless Gospel Choir is This land is your landfill al zijn zesde release en hier word ik echt vrolijk van.
De speelsheid van Pavement wordt gecombineerd met de humor van Ween en het geeft niet eens dat sommige songs wel heel erg op elkaar lijken. Zo lijken Global warming en Don't compare twee delen van eenzelfde song. In die laatste wordt het gedrag van mensen op Twitter overigens raak en grappig op de korrel genomen. Ook in een rustige song als You never know weet hij onze aandacht vast te houden. Eigenlijk is dit een plaat om je aan te warmen en deze hele gekke toestand waarin we al enkele weken leven te relativeren. En monkelend laven we ons aan zinnen als "There's more to life than being young and loved / But I can't think of much" uit Young and in love. En tot slot steekt hij ook een middelvinger op naar wie hem niet serieus genoeg vindt om punk te zijn in Punk as fuck.

Je kan dit album hier kopen via zijn Bandcamp-pagina en alvast hieronder beluisteren:

26 april 2020

Other Lives


Ik weet niet of ik de enige ben die bij aanvang van het album For their love van Other Lives aan Neil Diamond moet denken, maar iets in de manier van zingen in combinatie met de zoete arrangementen herinnert me onwillekeurig aan dit icoon van de jaren zeventig. Het is een gedachte die me bij beluistering amper zal loslaten. Dit klinkt ook heel erg als een Amerikaanse versie van The Divine Comedy
Het vijftal uit Oklahoma weet met hun met strijkers gelardeerde sound bovendien steengoeie songs aan de man te brengen. Dead language klinkt alsof Bob Dylan niet door zijn neus zingt en terugkeert naar de platen uit de jaren zestig en zeventig, Nites out is meer uptempo en is rijk gearrangeerd. Who's gonna love us klinkt zo hartverscheurend als de titel laat vermoeden.
Other Lives levert (alweer) een plaat af die tijdloos klinkt en vanuit het hart van de VS zoveel liefde en moois schenkt dat je hen stevig zou willen knuffelen. Los van de afstand, is het nog even wachten alvorens dat zou kunnen natuurlijk.

Beluister hieronder de volledige plaat:

25 april 2020

Ponykamp



Je kent vast wel de uitdrukking (die ik zelf voor het eerst hoorde van mijn stiefdochter): "Het leven is geen ponykamp". Blijkbaar waren drie Gentenaren het daar niet mee eens en ze besloten prompt hun band Ponykamp te noemen alvorens ze hun garagepop aan de man brachten.
Het is een muziekgenre dat al altijd vrolijk rammelde en amper zijn best doet om aan technische kwaliteitseisen te voldoen. Het drietal springt schaamteloos op die wagen (al haden we liever hier het woord "paardenmolen" gebruikt) en spelplezier wordt duidelijk boven virutositeit geplaatst. Dat hoeft niet te betekenen dat ze hun instrumenten geen meester zijn, het vormt vooral de basis voor een flow die je vanaf het begin van de plaat ijn zijn greep houdt. 
Songs als Girls bike (hoe sexy kan een damesfiets als onderwerp zijn?) en Pork flavoured cereal belichamen een tijd waarin Ramones-lookalikes heersten op podia in buurten waar elke garage een repetitiekot werd. Half-a-lama vat muzikaal perfect samen waar de band veertig minuten lang voor staat: meezingbaarheid verpakt in ruige lederen jassen en gitaren waarmee de knapste meisjes worden verleid.

Je kan dit album hier alvast beluisteren;

Lucinda Williams


Na het succes met Dirty dancing zag ik nog een interessante film waarin Patrick Swayze mocht opdraven. Hij speelt in Road house de buitenwipper van zo'n juke joint (of honky tonk), een café langs de weg waar allerlei ongure types komen en waar ook vaak live muziek gespeeld wordt. De band in deze film is trouwens The Jeff Healey Band, die zich heel kweet van zijn taak.
Ook Lucinda Williams zou niet misstaan hebben op dat podium, getuige nieuwe plaat Good souls better angels. De zangeres klinkt alvast stevig genoeg, met een stem die rauwer klinkt dan je van zulk een mooie vrouw zou verwachten. Ik weet het, het is een cliché waar ik ook niet aan ontsnap. You can't rule me, Wakin' up, Bone of contention,... zijn allen songs waaruit spreekt dat met deze dame niet te sollen valt. Het is net deze ruige Lucinda die me naar haar platen trekt, waarmee ze me weet te intrigeren en die boven de rest uitsteken. Nochtans zijn ook rustigere liedjes geen probleem: Shadows and doubts zet aan te contemplatie en afsluiter Good souls sleurt de luisteraar helemaal mee in de muziek en het verhaal.

Beluister hieronder het volledige album:

24 april 2020

EOB


EOB is de naam waaronder Ed O'Brien, gitarist bij Radiohead, een soloplaat heeft uitgebracht. Eearth toont hoe Thom Yorke niet de enige in de band is die de introductie van electronica in de muziek van de band, verderzet in zijn solomateriaal. 
Opener Shangri-La is op dat vlak een heel aardige song, die amper moet onderdoen van werk van de band of de frontman. Het wordt gevolgd door wat begint als een rustige ballad alvorens net voor halverwege een drumritme de song kaapt en de sfeer van de song helemaal verandert. Long time coming lonkt naar de vroege, psychedelische Pink Floyd en pastorale folk. Banksters is een kruising tussen Radiohead en Blur en Olympik vermengt New Order met The Orb. Tot slot komt ook Laura Marling meezingen op een erg geslaagd Cloak of the night.
Niet alle songs zijn even geslaagd. Ik werd warm noch koud van Deep days (dat teveel kabbelt als een plattelandsbeekje) en Sail on dat zich verliest in een aanzet die maar niet tot voltooiing wil komen.

Luister hieronder naar de volledige plaat:

23 april 2020

Retro review: The Levellers


Weet je nog hoe we op fuiven hosten op One way en Liberty song, de grote hits van The Levellers in 1991. En we voelden ons als alle jonge, studerende wereldverbeteraars die we waren, verbonden met de boodschap van deze groep die overal een soort vrolijke anarchie en rebellie brachten. Zelfs de coverillustratie van de plaat Levelling the land verwierp alles wat hip was, ontdeed zich van elke mode en zetten zelf een baken voor wie de hippie-spirit voorbij de Reagan- en Tatcherdagen toch vasthield.
Zelden vonden we de viool zo massaal cool en folk werd hier eindelijk eens afgestoft (en niet al lachend door Bart Peeters en De Radio's met zijn I'm into folk). Opener One way werd een anthem en bij elke nieuwe beluistering, nu zelfs bijna dertig jaar later, switch in ons hoofd het knopje "meezingen!" aan. Datzelfde gebeurt bij elk van de singles op deze plaat (15 years, toen ook al een beetje onderschat, Liberty song en Far from home). Toch hoeven weinig andere songs hier onderdoen voor de vier uitverkorenen die op de hitlijsten werden losgelaten. Zo roept Sell out spontaan Ierse landschappen op in ons brein (nochtans komt de groep uit het typisch Engels kustplaatsje Brighton) en ook The riverflow mengt uptempo folk met een hoge popgevoeligheid. En wie helemaal loos wil gaan, kan dit zeker ook op The devil went down to Georgia. En als uitsmijter is er nog country-deuntje Plastic Jeezus.
De Engelsen blijven maar albums uitbrengen: dit jaar volgt in augustus al het twaalfde studio-album, twee jaar na het vorige. Bejubeld als toen zijn ze allang niet meer, de interesse smolt met elke nieuwe plaat weer wat verder. Dat is niet geheel onterecht, vrees ik, doch ik adviseer af en toe toch nog eens terug te grijpen naar deze plaat die volgend jaar haar dertigste verjaardag mag vieren.

Beluister hieronder het volledige album:

22 april 2020

Toto


Ik denk niet iemand zo succesvol geworden is van een guilty pleasure als Toto met Africa. Een typische song uit de jaren tachtig werd ineens hip toen een band als Weezer hem coverde, hij opdook in series als Family Guy en South Park en er is nu zelfs een kunstinstallatie in de Namibische woestijn waar het nummer in een eindeloze loop afgespeeld wordt. Ook hier, vooral bij mijn lief, is Toto zo'n schaamteloze bron van pure nostalgie en wordt Africa (net als enkele andere van hun hits) luidop meegeschreeuwd. En voor één keer was ik degene die mijn lief de juiste songtekst aanleerde...
Een veertiende en naar verluidt laaste album werd zopas uitgebracht, waarop oudere nummers (al dan niet al eens eerder verschenen) verzameld worden, onder andere songs met overleden bandleden. Old is new was het sluitstuk worden van de All in-box, uitgebracht in 2018 en nu eindelijk apart verkocht.
Zoals te verwachten krijg je een plaat vol eighties (of toch zo klinkende) softrock die heel herkenbaar klinkt. Je denkt er vrijwel automatisch bovenaan opengeknoopte hemden waaruit borsthaar puilt en nektapijten bij. Toch is een nummer als Fearful heart lang niet slecht, met zijn afwisseling, en dat geldt evenmin voor Chelsea, dat aarzelende stapjes lijkt te zetten in de richting van nineties alternatieve pop als Crash Test Dummies of The Frank And Walters. Eén keer verandert de soft in sof als In a little while zich opwerpt als afsluiter van een Knuffelrockcompilatie. De samenwerking in de laatste song met Skrillex is helaas overbodig.
Voor platen als deze lijkt de uitdrukking "goed in zijn genre" uitgevonden: je moet dit soort ongevaarlijke rock, diep geworteld in de jaren tachtig, kunnen waarderen maar dan is dit lang geen slechte plaat.

Beluister hieronder het volledige album:

21 april 2020

Mick Harvey


Ooit was Mick Harvey één van The Bad Seeds, de begeleidingsband van Nick Cave. In 2009 verliet hij die band, maar hij had toen al drie solo-albums op zijn naam staan, waaronder twee met enkel covers van songs van Serge Gainsbourg (Intoxicated man en Pink elephants: beide cd's staan te pronken in mijn rek). Er waren intussen ook heel wat soundtrack en hij deed productie van nogal wat platen van bevriende artiesten (PJ Harvey, Anita Lane, Rowland S. Howland,...)
Waves of Anzac vormt de soundtrack van de documentaire Why Anzac with Sam Neill ,die verwijst naar de Australische en Nieuw-Zeelandse vrijwilligers, soldaten die in WO I onder meer nabij Gallipoli vochten, maar ook in de beruchte Vlaamse velden. Ook in latere oorlogen was Anzac een bekend begrip down under, als verzamelnaam voor de troepen uit beide landen die samen vochten in menige oorlog. De muziek in dit deel vat bijwijlen de dramatiek erg goed, zoals in Poppies.

The journey op de 2e cd is een vierdelig stuk samen met The Letter String Quartet. De strijkers zorgen hier meteen voor een heel andere sfeer.
Twee platen voor de prijs van één, het is een buitenkans, zeker als je bedenkt dat alleen al de soundtrack zijn geld meer dan waard is.

Beluister hieronder het volledige dubbelalbum:

20 april 2020

Soul Asylum


Omdat ik muzikaal volwassen werd in de jaren negentig, liggen veel nostalgische herinneringen bij bands die toen actief en/of succesvol waren. Eén ervan is zeker Soul Asylum dat met singles als Runaway train, Misery en Somebody to shove die grungejaren mee kleur gaven. Net als een band zoals Buffalo Tom blijken ook deze Amerikanen rond Dave Pirner nog steeds actief. Meer zelfs: ze brachten zonet een nieuwe plaat uit: Hurry up and wait.
Ligt de relevantie in zulke bands in het blijven uitbrengen van grensverleggende albums, in potentiële hitsingles of in het levendig houden van de weemoed naar toen van hun toenmalige luisteraard, nu allemaal veertigers en beginnende vijftigers? Het is een vraag die nieuw werk van groepen waarvan ik niet wist dat ze nog bestonden altijd bij me uitlokt. En zelf weet ik het antwoord niet.
Op Hurry up and wait worden geen grenzen verlegd (deed de band dat eigenlijk vroeger?) en je hoort zeker geen groep die zichzelf heruitvond. Deze muziek ligt ergens in het te verwachten verlengde na 25 jaar. Gelukkig zijn er songs die je meteen enthousiast en blij maken en dat geldt bij uitstek voor Got it pretty good, dat vreemd genoeg ook heel erg aan het vrolijkste van The Levellers doet denken. Busy signals klinkt ook alsof het live op een podium het publiek zal weten te begeesteren en Here we go is radiovriendelijke indierock. Een uitdrukkelijke vermelding is ook Silent treatment waard, dat rustiger klinkt en waarin we de echo van die verleidelijke manier van Dave Pirner, die menig meisje deed smelten, horen.

Beluister hieronder het volledige album:

19 april 2020

The Secret Sisters


Eén van de beste films van Ethan en Joel Coen is voor mij toch O brother where art thou?, dat lichtjes gebaseerd is op de Odyssee van Homeros. Herinner je de scène wanneer de drie ontsnapte bandieten nabij de rivier gelokt worden door verleidelijk, hemels vrouwengezang? Ik kan telkens volop genieten van die harmonieuze samenzang in Didn't leave nobody but the baby, gebracht door Emmylou Harris, Alison Krauss en Gillian Welch.
Daarin deden sommige songs op You don't own me anymore van The Secret Sisters in 2017 denken: Tennesse river runs low en Mississippi. Zulke geweldige songs die er meteen uitspringen, zijn er jammer genoeg niet te vinden op opvolger Saturn return. Toch verdient de plaat zeker niet om er zomaar aan voorbij te gaan.
Het begint alvast mooi met Silver, een song die bijna onmerkbaar gedragen wordt door een voortjakkerend ritme en waarin de hoofdrol als vanouds naar de samenzang van de zusjes Rogers. Laura en Lydia kiezen op dit album vaak voor meer ingetogen nummers en dat maakt het geheel dit keer wat rustiger, maar de opener bewijst dat ze niet onderschat mogen worden. Verdere hoogtepunten zijn er genoeg: het poppy Hand over my heart, het smachtende Nowhere, baby en de werkelijk prachtige afsluiter Healer in the sky

Beluister hieronder het volledige album:

Chantal Acda en Rutger Zuydervelt


Chantal Acda is, zeker voor lezers van deze blog, geen onbekende meer en ook aan Rutger Zuyderveldt (die meestal muziek uitbrengt onder de naam Machinefabriek) besteedde ik al meermaals aandacht. Ze werkten ook al enkele keren samen, Zuydervelt daarbij soms ook als degene die het artwork verzorgde voor werk van Acda. 
The sounds outside is een nieuwe samenwerking, geboren in deze door coronamaatregelen geregeerde tijd, en levert één song van ruim twintig minuten op, waarin electronica en zang elkaar aanvullen en afwisselen op de een boeiende manier, die de bevreemding die deze periode kan meebrengen, goed weet te vatten. Geluiden die soms lijken op een Geigerteller en spacy orgelmelodieën worden bedekt door zang die intens én tegelijk aliënerend onze ziel beroert. De afwisselende akoestische achtergrond waartegen die herkenbare stem aanschuurt als een puimsteen tegen een eeltplek bekoort door zijn wonderlijke capriolen.

Je kan deze song als digitaal album aan een zelfgekozen prijs hier kopen en hieronder alvast beluisteren:

18 april 2020

T E Morris


Dat het vreemde tijden zijn, hoef ik niemand te vertellen. Zeker voor kwetsbare mensen is deze periode lastig omdat de verhoogde isolatie nét ingaat tegen hulpbronnen die ze nodig hebben om in het leven overeind te blijven. En ook muzikanten en andere artiesten blijven daarbij niet gespaard. Nog los van de bekende doden die de laatste maand aan COVID zijn overleden, zijn mentale problemen niet zeldzaam onder creatieve mensen. We weten immers dat die creativiteit vaak te maken heeft met een verhoogde gevoeligheid voor de wereld rondom hen (en voor hun innerlijke gevoelswereld) en dat is een medaille met twee kanten.
T E Morris, bekend (nu ja, wat heet bekend?) van Her Name Is Calla, is zo'n artiest die het voorbije half jaar hard moest werken om persoonlijke, mentale problemen te overwinnen. En in volle arbeid werd hij geconfronteerd met een plotse gedwongen isolatie in zijn eigen huis, met ongemak en angst het nieuws volgend.
Om zichzelf staande te houden besloot hij elke dag een song te maken en die te verzamelen op zijn Bandcamp-pagina, onder de titel Isolation songs//March. Het resultaat is een verzameling doordringende songs die 's mans onmiskenbaar talent nogmaals aantonen en teksten laten horen (je kan ze vinden bij de songs) die bijzonder persoonlijk en diepgaand zijn.

Je kan deze verzameling hier als een digitaal album kopen (aan een zelfgekozen prijs) en alvast hieronder beluisteren:

17 april 2020

Dool


Hoe ik de Nederlandse band Dool leerde kennen, kon u hier al lezen ten tijde van Here now, there then. Mijn prille liefde voor die groep wordt nu versterkt door het nieuwe album Summerland, waar ik al een tijdje verwachtingsvol naar uitkeek.
Aanvankelijk wordt mijn enthousiasme wat getemperd door opener Sulphur and starlight tot het refrein weerklinkt. Melodieus wordt het nummer ineens een pak sterker. Het is iets wat we op deze plaat nog wel vaker zien terugkomen, in Wolf moon en God particle bijvoorbeeld. Waar ons eerst een gevoel besluipt van net niet boven het maaiveld uitsteken, maakt het refrein dat alsnog goed. En daarna volgen songs waarin de juiste balans en een prikkelende afwisseling wel gevonden worden. A glass forest is al behoorlijk goed maar wordt zeker overschaduwd door Ode to the future dat nineties indierockelementen incorporeert en het acht minuten durende Dust and shadow dat eindelijk echt groots durft uit te pakken.

Beluister hieronder het volledige album:

16 april 2020

Laura Marling


Ik was zelf een beetje verrast dat ik op deze blog nog nooit eerder een plaat van Laura Marling besprak maar naar aanleiding van Song for our daughter komt daar nu gelukkig toch verandering in.
Het album is geschreven voor een fictieve dochter en of dat nu zo een goed idee is, laat ik hier even in het midden. Een song als Held down (met zijn overbodig achtergrondkoortje) komt niet veel verder dan een doordeweeks indiepopnummer waaraan we niet meteen nog behoefte hadden en de plaat opent sowieso niet al te sterk. Maar gaandeweg komt Marling op dreef: in Only the strong weet ze opnieuw het soort folk dat haar tot grote belofte van het genre maakte, terug te vinden, Song for our daughter raakt verrassend genoeg alsnog een gevoelige snaar en The end of the affair vangt de toon van zo'n gebeurtenis moeiteloos. 
Het beste wordt voor het einde bewaard. Afsluiter For you verenigt alles wat op vorige platen (en vooral op Once I was an eagle) al haar ster liet fonkelen tussen -we kunnen er niet omheen- soms middelmatig materiaal. De balans in deze song zit goed en het refrein is betoverend en meezingbaar, het achtergrondkoor weet hier wel de juiste afstand tot de kern van het nummer te bewaren en wanneer de gitaar en andere instrumenten in de brug invallen, voegen ze iets toe. Langzaam wordt opgebouwd naar een climax die niet overweldigend is qua sound maar wel qua gevoel. 
Niet geschoten is altijd mis en dus nemen we er het zwakke begin voor lief bij en dan valt van Song for our daughter zeker te genieten.

Beluister hieronder het volledige album:

15 april 2020

Drums 'n' Guns


Ontstaan in Waregem en met leden uit Aalter en Gent, is Drums 'n' Guns toch wel een atypische Vlaamse band. Niet zozeer door hun geografische oorsprong maar door de keuze van genres waarnaar ze zich richten, onderscheiden ze zich van vele gouwgenoten. Wellicht zit hun verleden als stonerband Mogul daar voor iets tussen. Voor hun tweede album, Hail hail, lieten ze zich vooral leiden door hun voorbeelden in de punk, post-punk en indie. Het resultaat is een wervelwind zoals we die in onze contreien zelden gewoon zijn.
Voortdenderend als Girls Against Boys in zijn beste dagen jaagt de band er de ene song na de andere door. En af en toe hoor je invloeden die terug te brengen zijn: de intro van King of no things lijkt een beetje op die van Too many puppies van Primus, Foot up your ass mag naast het betere werk van Fugazi staan en Split second vermengt The Jesus Lizard met een postmoderne versie van eighties je-ne-sais-quoi. 
Live klinkt dit vast allemaal nog een stuk spannender en mogelijks nog strakker, dat duurt echter nog eventjes voor we ons daarvan kunnen vergewissen. Intussen helpt het deze plaat enkele malen op "repeat" te beluisteren om helemaal "into the groove" te geraken.

Beluister hieronder alvast het volledige album, dat op vinyl, cd en digitaal verkrijgbaar is en in eigen beheer werd uitgegeven:

14 april 2020

Gelezen (143)

Testimony - Robbie Robertson


Robbie Robertson, gitarist van The Band, beschrijft hoe hij als vijftienjarige zijn muzikale carrière startte bij Ronnie Hawkins and The Hawks en hoe hij zestien jaar later het hoofdstuk met The Band afsloot met The last waltz, het fenomenale concert waarop zovele talenten uit die tijd (Van Morrison, Eric Clapton, Muddy Waters, Dr. John, Joni Mitchell, Bob Dylan,...) meespeelden. Het is voor muziekliefhebbers een boeiende kijk achter de schermen en je wordt bijna duizelig van alle bekende namen die de revue passeren.
Het lijkt in dit boek wel alsof alle mensen waarmee ze in contact kwamen en samenwerkten, werkelijk fantastische, warme, interessante personen waren (dat wordt na een tijdje een tikje ongeloofwaardig) en ondanks de problemen is het toch vooral een verhaal dat doorgaans goed verloopt.
Het was genieten vanaf de eerste tot de laatste bladzijde en nu gaat u mij moeten excuseren: ik ga het driedubbele album The last waltz nog eens door het huis laten schallen...
 


Klein Engeland - Jonathan Coe


In het dankwoord (jaja, ik ben één van die mensen die dat al eens durft te lezen) vertelt Jonathan Coe hoe hij eigenlijk niet van plan was om nog een deel aan de "Rotters club" cyclus toe te voegen maar uiteindelijk besefte dat de brexitroman die hij wou schrijven, nog het best zou werken met de personages eruit. Zo werd dit dus het derde deel, dat zich afspeelt tussen april 2010 en september 2018. De setting is weer grotendeels het Midden-Engeland van de verloren gegane industrie (British Leyland b.v.), met als middelpunt Birmingham, maar ook Londen. De gebeurtenissen van het vorige decennium die zich ontvouwen en waarlangs de verhaallijnen kronkelen, zijn dan ook divers en staan nog vers in ons geheugen: de Olympische Spelen 2012 in Londen, de rellen in Londen, Birmingham en andere steden, de verrassende verkiezingsoverwinning van David Cameron die zijn eigen coalitiepartners van LibDem verpletterde en het Brexit-referendum (vanaf de aanloop van de aankondiging -in het kader van het verkiezingsprogramma van de Tories voor de eerstvolgende verkiezingen- tot de nasleep van de verscheurende keuze die gemaakt werd en die het Leave-kamp liet winnen, al was dat een Pyrrhusoverwinning, want niemand had enig idee hoe zijn brexit eigenlijk moest).
Die (recente) historische context maakt de achterliggende thema's heel begrijpelijk. Toch is dit boek zo goed omdat je kan lachen (ik heb bij een fragment echt minutenlang de slappe lach gehad én het boek bevat de meest hilarische seksscène die ik ooit al las), meehuilen met de personages, geraakt wordt door hun botsende persoonlijkheden en achtergronden en hoe je dus zo de verscheurdheid van een land en volk als lezer mee kan voelen.
Soms vertelt fictie meer dan non-fictie, via de omweg van de empathie die het vereist om met personages mee te leven, en dat is in dit geval zeker zo. Coe slaagde er alweer in de meest zinnige dingen te laten zeggen door zijn personages en tussen de regels in. In feite heeft hij me nog nooit teleurgesteld en dat doet hij met dit boek al helemaal niet.

13 april 2020

Dan Montgomery


Een ietwat groezelige foto van een feestje in de jaren zeventig siert de hoes van Smoke and mirrors (A phonographic memory) van Dan Montgomery. Het is al de zesde plaat van de tegenwoordig in Memphis wonende Amerikaan. De muzikale invloeden van die stad lijk je te horen in de songs. 
Zo hoor je een jazzy blazer en een americana-melodie in Hard time, is Nervous boy onbeschaamde countryrock zoals je die in een honky tonk mag verwachten en leunt The right time op een treurende gitaar. Missed him heeft heel goed geluisterd naar de platen van The Band en Prison rodeo krijgt een iets lagere stem mee in de zang waardoor het die typische country-feel krijgt.
Feestjes zoals op de foto zijn een ideale gelegenheid voor een plaat als deze. Ze is niet opdringerig en verhindert geen gesprekken tussen de gasten en iedereen voelt er zich goed bij. Iets van de nostalgie van de hoesfoto klinkt doorheen alle nummers heen.

Beluister hieronder het volledige album:

12 april 2020

The Strokes


Is this it?, het debuut van The Strokes, veroorzaakte in 2001 behoorlijk wat deining. Vooral single Last nite werd zo vaak gedraaid dat we snel gewoon werden aan het typische zanggeluid van Julian Casablancas. Nu, bijna twintig jaar later, is het zesde album The new abnormal nog steeds doorspekt van die herkenbare vocalen (uiteraard) en klinkt ook de muziek alsof ze geen haar veranderd is.
Het levert een album op dat heel goed in het oor ligt, wiegt op herkenbaarheid en tegelijk goeie songs bevat om zeker niet te gaan vervelen. Jazeker, er klinkt wat meer electronica door in opener The adults are talking en Brooklyn bridges to chorus lonkt ongegeneerd als de jaren tachtig zoals de "distracted boyfriend" in de beroemde meme. Dat decennium klonk natuurlijk al altijd sterk door in hun platen en dat is hier niet anders. Andere voorbeelden daarvan zijn Eternal summer (met het hoge stemmetje) en het tekstueel aan Morrissey's Every day is like Sunday verwante Why are sundays so depressing.

Beluister hieronder het volledige album:

11 april 2020

Pokey LaFarge


Ooit mocht ik het genoegen smaken om Pokey LaFarge en zijn band live aan het werk te zien, op Roots And Roses in Lessines, een fijn eendaags festival. Dines muziek verwijst uitdrukkelijk naar de vrolijke jaren van de periode rond de tweede wereldoorlog. Hij spreidt een ongelooflijke cool uit door zijn look en zijn bewegingen, en hij liet de festivaltent toen helemaal swingen.
Hoe blij ik dan ook was met het nieuws dat er een nieuw album (Rock bottom rhapsody) uitkwam gisteren, kan je je vast wel voorstellen. En die plaat stelt niet teleur. Uiteraard is er ook weer die hang naar de forties van de vorige eeuw (Fuck me up, Carry on,...) maar even vaak klinkt deze band eerder tijdloos met mooie songs die bewijzen dat songschrijven een ambacht is dat Pokey perfect onder de knie heeft (Just the same, Lucky sometimes). Daarbij valt op dat vooral de rustige, wat jazzier nummers die kwaliteiten tentoonspreiden.

Beluister hieronder het volledige album:

10 april 2020

Klavertje vijf (4)


Alweer tijd voor een klavertje vijf en dit keer ga ik zelfs bekendere songs niet uit de weg:
  1. Don't come home a-drinkin' (with lovin' on your mind) - Loretta Lynn: nog lang voor ze, door Jack White geholpen het prachtige album Van Lear rose uitbracht, was Loretta al een bekende countryster die in haar songs voor die tijd (eind jaren zestig) behoorlijk feministische standpunten innam. Nu ja, ze bracht de verhalen vanuit het perspectief van een sterke vrouw die niet met zich laat sollen door haar man, wat in die tijd zeker in het zuiden van de VS toch wel ongewoon was. Dat hoor je onder meer in dit nummer, dat een groot succes werd voor haar.
  2. Everybody knows (except you) - The Divine Comedy: op het korte A short album about love staat dit liedje, dat steevast mijn cassette-compilaties haalde die ik toen nog maakte voor meisjes waar ik een oogje op had. 
  3. Taillights fade - Buffalo Tom: als ik nog zo'n cassette zou maken voor mijn lief, zou deze er zeker op moeten, want dit hoort tot haar favorieten uit de jaren negentig. Intussen zagen we deze band zelfs samen live op Cactusfestival in Brugge.
  4. Underwhelmed - Sloan: ik weet niet of je bands met een radiohitje ook "one hit wonders" mag noemen, anders komt Sloan zeker in aanmerking. Hoewel ze nog steeds albums uitbrengen (in 2018 nog), kent hier bijna niemand hen behalve voor deze song, waarin ze een grappig verhaal vertellen over een goed studerende scholier die verliefd wordt op het mooie (maar uiteraard domme) meisje uit de klas.
  5. Born to run - Bruce Springsteen: wat moet een mens nog voor zinnigs zeggen over deze grote hit voor Bruce. Voor mij strijdt deze song met The river voor de titel van beste Springsteen-nummer.

Geniet hieronder van de playplist met de vijf songs:

08 april 2020

Nap Eyes


Fountians Of Wayne, waarvan zanger Adam Schlesinger onlangs trouwens overleed aan corona, is zo'n band waar ik in de jaren negentig helemaal weg van was. Hun prettige poprock wist de juiste snaar te raken en doet dat eigenlijk nog steeds. Hun grootste (radio)successen terughoren, is altijd een heerlijke trip "down memory lane". En Nap Eyes, een Canadese vierkoppige indie rockband, heeft duidelijk goed geluisterd naar hun muziek.
Dat blijkt onder meer op hun vierde album, Snapshot of a beginner. Maar zelfs zonder die gelijkenis zou ik dit pareltje in mijn hart sluiten want de songs zijn knap, pretentieloos, inventief en nooit minder dan goed. Kies dus zelf maar uw hoogtepunten uit het lazy So tired, het met mooie details opgefleurde Even though I can't read your mind, het grappige Mark Zuckerberg dat zich afvraagt of Mark een geest is, de lekkere rocksong If you were in prison en magistrale afsluiter Though I wish I could. Ook alle andere nummers verdienen een kans natuurlijk. De Canadezen tonen zich van vele indiemarkten thuis en ze verdienen absoluut een plaats in uw platenkast.

Beluister hieronder alvast het hele album, dat u hier kan kopen via hun Bandcamp-pagina:

07 april 2020

M. Ward


M. Ward zou je kunnen kennen van Chinese translation, met de mooie getekende clip die mij en iedereen die ik kende verwarmde en waarmee hij heel wat mensen voor zich won. Het typisch stemgeluid dat je daarvan kent, overheerst op al zijn platen (uiteraard) en is ook hier weer een "maker or breaker", vrees ik. Wie deze vocalen moeilijk kan verdragen, vindt wellicht niet zijn gading in de nochtans goeie songs die ook op de nieuwste, Migration songs, staan.
De songs klinken vrijwel steeds tijdloos en alsof ze thuishoren in het Great American songbook en zijn zang benadert hier meer dan op vorige platen de grote crooners. Dat leidt tot prachtsongs als Heaven's nail and hammer, voor mij toch wel het hoogtepunt van deze plaat. Ook Real silence, Along te Santa Fe trail en Torch zijn om vingers en duimen bij af te likken.

Dat de Amerikaanse singer-songwriter ook popsongs kan schrijven, bewijst hij dan weer met Unreal city, dat in de context van dit album wat vreemd aandoet maar keigoed is, zoals elke nieuwe beluistering je leert.

Beluister hieronder het volledige album:

05 april 2020

Macbeth


Het is één van de meer macabare stukken van William Shakespeare dus dat deze Duitse heavy metal muzikanten uit Erfurt ervoor kozen zich naar Macbeth te vernoemen. Al sinds 1985 is de band actief en ik belandde heel toevallig bij hun nieuwste plaat, Gedankenwächter
Die mooie openingsakkoorden geven een beetje een verkeerde indruk: de storm die dit album is, lijkt nog te gaan meevallen. Maar dan, na driekwart minuut, scheuren de gitaren en er bovenop worden nog eens harde riffs gegooid. De zanger doet zijn keelgat open en dan is er geen misverstand meer mogelijk: hou je vast voor bijna een uur zware metalen. De Duitse lyrics doen het cliché van die taal als hard alle eer aan, al wordt een ander cliché (Don't mention the war!) in Krieger meteen de beek in gesjot. "Die krieg ist verloren," laat de band er geen twijfel over bestaan. Ook Brandstifter, Hexenhammer, en Wolfskinder voelen als strijdliederen.  
Qua adrenalineshot kan deze plaat tellen maar er is natuurlijk meer nodig om onze muzieksmaak te behagen. Gelukkig hebben de Duitsers dat in huis met meer dan interessante melodieën en derhalve songs.

Beluister hieronder het volledige album:

04 april 2020

Cucina Povera


Je zou verwachten dat Cucina Povera een Italiaanse band is. Toch verwijst deze naam naar de muzikante Maria Rossi, een Finse geluidskunstenares met wellicht wel roots in het zuiden van Europa. De Finse probeert in haar muziek en kunst een weg te vinden tussen abstractie en emoties van de luisteraar, een veruitwendiging als het ware van persoonlijke ervaringen. Misschien klinkt dat als het soort taal dat studenten aan de Sint-Lucas kunstschool graag bezigen, punt is hier vooral dat je deze muziek moet ervaren. Laat me maar meteen zeggen dat de plaat beter is dan het kunstpraatje.
Afgetrapt wordt er met pulserende, dreigende geluiden die in balans gebracht worden door de hoge stem. Salvia salvatrix is daarmee een soort bezwerende maar ook spitiruele reis, een beetje zoals gezangen in de kerk wanneer het koor zich inzingt terwijl de mensen binnendruppelen. In Anarkian kuvajainen is dat pulserende alweer aanwezig en worden we alweer door repetitieve klanken in trance gebracht. De electronica in Teerenpeli is daarna een beetje een verrassende wending maar algauw is ons gehoor aangepast. Het blijft het thema van deze plaat: bezwering, trance, al dan niet meer electronica. Het geheel klinkt daardoor vloeiend en toch afwisselend genoeg. Dit is een intrigerende plaat.
Je kan dit album hier kopen via haar Bandcamp-pagina en alvast hieronder beluisteren: