12 juni 2016

Samaris



Is het dat zuivere gletsjerwater of het gevolg van de uitspraaklessen die leraren Engels in IJsland geven? Nogal wat noordelijke eilandbewoners die zich wagen aan de taal van Shakespeare klinken alsof Björk hun platen heeft ingezongen. Daarop vormt Samaris geen uitzondering op het overigens sympathiek dansbare Black lights. De vocals vormen overigens niet het enige terugkerende IJslands motief op deze plaat.
De typische hemelse klanken die we sinds Sigur Ros en Amiina onlosmakelijk verbinden met muziek van het eiland halverwege Noord-Amerika en Europa , wordt ondergedompeld in een saus van triphop als betrof het een chocoladefonduefeestje. Daarbij moet je overigens niet denken aan de meermaals door dronken wanhoop en dreiging bezwangerde triphop à la Massive Attack maar eerder de variant die dikke mik is met drum ‘n bass en in de jaren 90 zo overvloedig aan het vinyl toevertrouwd werd door het eens glorie- en invloedrijke label Mo’ Wax. Op die manier maakt de muziek van Samaris de dansbenen lekker hongerig naar een dansvloer in de late uurtjes.
Met titels als Wanted 2 say, T3mp0, R4vin, T4ngled en 3y3 valt aan hun voorliefde voor cijfers niet te ontkomen. Gelukkig voor hen quoteren wij hier bij Indiestyle elke gereviewde plaat, zij het in de vorm van hele en halve cd-schijfjes. Hoeveel zij er verdienen, laten we nog even in het ongewisse en de focus komt eerst te liggen op enkele afzonderlijke songs.
De reeds eerder vernoemde vocale gelijkenis is bijzonder uitgesproken in opener Wanted 2 say. In tegenstelling daarmee laat de titelsong het bij momenten gekunsteld klinkende accent achterwege om één van de meest originele songs van de plaat af te leveren. Black lights is uitstekend singlemateriaal en daarmee bedoelen we voor een keer niet een lief-loos engelachtig wezen. Hopelijk breekt die mededeling niet al te veel harten van luisteraars die smachtend de foto’s op internet bekijken van het drietal dat bestaat uit één niet onaardige jongen en twee prachtmeisjes. Hun relatiestatus is ons onbekend. Wel weten we dat ze, zoals ze met In deep bewijzen, een climax langzaam weten op te bouwen. Minstens één van hen heeft goed geluisterd naar de platen van Lee ‘Scratch’ Perry en Linton Kwesi Johnson. De dub van die grootheden is gemoderniseerd en hun basrijke stemmen werden vervangen door vrouwenstemmen, die dit tot een bijzonder interessant en lekker in het oor liggend experiment maken.
Tempowisselingen binnen één song zijn geen zeldzaamheid op deze plaat die voortdurend een gulden middenweg zoekt tussen dansbare beats en etherische muziek. Je zou dit album een huwelijk kunnen noemen tussen Scandinavië en Bristol, op het eind nog eens mooi overgoten met een Jamaïcaans puur chocoladesausje. En zo eindigen we alsnog met enorm veel goesting in aardbeien en chocoladefondue.

Je kan deze review hier lezen op Indiestyle, waar het dus vier "sterren" kreeg. Beluister hieronder het volledige album:

Geen opmerkingen:

Klik op oranje tekst om de links te volgen en blauwe links voor de mp3's.