27 januari 2016

Interview Ansatz Der Maschine


Eind vorig jaar zaten wij gezellig aan tafel met Mathijs Bertel, de frontman van Ansatz Der Maschine. Op 23 januari verscheen, bijna dag op dag vier jaar na Heat, een nieuw album. Aanleiding genoeg voor een gesprek.

Vier jaar zitten er tussen het vorige album en Tattooed body blues. Wat heb je in die tijd allemaal gedaan?

Mathijs: Goh, vooral een huis gebouwd. Er waren nog wel belangrijke gebeurtenissen in mijn privé-leven intussen. Tussendoor was ik begonnen aan een nieuwe plaat, maar na een tijd heb ik dat stilgelegd en ben ik weer van nul af aan begonnen. Ik moest mezelf echt heruitvinden. Soms moet je, als je op een dood spoor zit, datgene waar je mee bezig bent durven weggooien en mag je geen schrik heb om jezelf heruit te vinden. En natuurlijk heb ik ook meegewerkt aan Illuminine: niet aan hun album, maar ik werkte wel mee aan de live-shows.

Hoe kwam het nieuwe werk uiteindelijk tot stand?

Mathijs: Ik wou iets anders vertellen dan op mijn vorige platen. Het verhaal dat ik vooral wou brengen, gaat over de blutsen en builen van het leven en over hoe je rechtkrabbelt na tegenslagen. Niemand komt ongeschonden uit het leven. Wat me vooral ook dreef, was het gevoel dat muziek een noodzaak is voor mij om iets te kunnen vertellen. Voorheen zag ik het vooral als een middel. Ongeveer anderhalf jaar geleden ben ik dus helemaal opnieuw begonnen en ik heb een jaar heel hard gewerkt aan deze plaat. Daarnaast heb ik nieuwe muzikanten gezocht voor onze liveshows, om daar extremer in te kunnen gaan.

Je gaf al mee wat de centrale boodschap is van deze plaat, namelijk de blutsen en builen van het leven. Toch zijn er nog meer terugkerende thema’s, niet?

Mathijs: Ieders leven is jachtig tegenwoordig. Zo is onze tijd nu ook eenmaal. Je krijgt bijzonder veel impulsen en je kan van heel veel dingen proeven. Er is veel op de markt. Daardoor gaan we niet ons niet altijd verdiepen, maar verbreedt onze wereld wel. Dat wou ik verwerken in deze plaat. Ik wil een weliswaar coherent geheel maken, maar wel met heel verschillende stijlen. Ik wil heel intuïtief te werk gaan. Dat is sowieso al de aard van het beestje, maar voor mij is het ditmaal toch een ook een bewuste reflectie die ik maak over de tijd waarin we leven.

Hoe uit zich dat in de muziek?

Mathijs: Die verschillende stijlen vragen om verschillende zangstemmen. En dus ging ik opnieuw op zoek naar zangers en vooral zangeressen om bepaalde nummers in te zingen. Sowieso vind ik vrouwenstemmen vaak feeërieker. Het is een leuke en tegelijk vreemde ervaring: een voormiddag ga ik met iemand die ik eigenlijk niet zo goed ken in een studio (want meer tijd is er voor hen vaak niet) en we praten over soms wel heel emotionele zaken zonder elkaar echt te kennen. En nadien is er soms terug amper contact. Het is even heel intens met onbekenden en daarna stopt het weer.

Wat opvalt, is dat de plaat, zeker in de eerste nummers, poppier klinkt. Kan je er zelf de vinger op leggen hoe dat komt?

Mathijs: Zoals ik al zei, had ik de behoefte mezelf heruit te vinden. Ik wou explicieter klinken. Dat lukt in pop vaak beter. Toch moet ik eerlijk bekennen dat ik er zelf ook wel behoefte aan had om dit soort muziek te maken. Ik heb vandaag het gevoel dat ik me van dit idioom moest bedienen om nadien terug meer filmische muziek te kunnen gaan maken.

Je wil explicieter zijn in wat je te vertellen hebt. Hoe zullen we dat live merken?

Mathijs: Dat ik extremer wou klinken, vertelde ik al toen ik het had over de keuze voor enkele nieuwe muzikanten. Ook in de visuals zal het merkbaar zijn. Voor het eerst hanteren we niet langer bij elk nummer visuals. Wanneer we er wel voor kiezen, zijn het vooral oude cartoonfilmpjes. Cartoons bieden het voordeel dat je er explicieter in mag zijn. Ik hoop dat het publiek ook live ervaart dat deze plaat gaat om het evenwicht tussen het directer aanspreken en het vluchtige, soms bijna willekeurige van de vele impulsen die op ons afkomen. Want ook het random oppikken van al die prikkels, is een belangrijk thema voor mij.

Als je terugblikt op de voorbije vier jaar, was is er dan zoal veranderd voor jou?

Mathijs: Wel, we zijn vooreerst allemaal vier jaar ouder geworden. Dat doet iets met een mens. Ik merk dat ik tegelijk perfectionistischer geworden ben én makkelijker kan relativeren en kan loslaten. Ik wil alles nog wel juist hebben en toch kan ik sneller moeilijkheden in perspectief plaatsen. Ik ben tot het besef gekomen dat je een plaat toch wel echt voor jezelf moet maken en dat je dat ook alleen maar moet doen als de muziek echt een noodzaak voor je is. 

Zijn er ruimere ontwikkelingen in de voorbije jaren die ook van invloed zijn geweest?

Mathijs: Ik heb wel het gevoel dat steeds meer bands proberen politiek correct te zijn. Het lijkt alsof er nu minder bands zijn met een hoek af, zoals destijds dEUS. Die complete waanzin, dat geschifte doe-maar-op in de muziek is wat weg. Er zijn heel wat echt sterke bands die hun zaakjes goed op orde hebben. En dat vind ik tegelijk ook hun nadeel: alles is zo goed geregeld en afgelijnd. Al snap ik wel dat onder meer de economische crisis daar voor iets tussen zit. Tevens verdwijnen er noodzakelijke kwaliteitsfilters. Ik wil niet zeggen dat de muziek van nu minder goed is, maar een gids die je wijst op moeilijker te vinden maar prachtige muziek (zoals Duyster zo schitterend deed), is er steeds minder. En vooral als jonge of zoekende luisteraar heb je iemand nodig die je in de veelheid van eenvoudig toegankelijke muziek de weg wijst. Het verdwijnen van bijvoorbeeld Duyster heeft overigens ook een economische impact op een heel circuit van kleinere, onafhankelijke labels die toch wel sterk afhankelijk waren van dergelijke kanalen om hun muziek te laten opvallen in de massa.

De jaarwisseling is traditioneel een tijd van eindejaarslijstjes. Wat zouden we in jouw lijstje vinden?

Mathijs: De periode dat je aan een eigen plaat werkt, is voor mij zeker traditioneel een tijd waarin ik me vooral afsluit van andere muziek, al was het maar om niet gewoon te kopiëren wat ik hoor. Maar nu de plaat af is, kan het weer wel en ik heb vooral geluisterd naar wat er in de Belgische muziek gebeurt. Ik ben heel blij met de status die The Van Jets met hun nieuwste plaat hebben verworven, want ik denk dat ze eindelijk krijgen wat ze verdienen. En verder vind ik toch vooral Vulnicura van Björk een heel goeie plaat.

Bedankt voor dit gesprek.

Dit interview verscheen ook hier op Indiestyle.

Geen opmerkingen:

Klik op oranje tekst om de links te volgen en blauwe links voor de mp3's.