10 mei 2013

Les Nuits Botaniques: Ólafur Arnalds + Valgeir Sigurðsson + Will Samson


Twee IJslandse ambientsterren, en een Britse folkie die zijn genre een nieuw jasje aanmeet op Les Nuits Botaniques: daar komen hipsters na het nippen aan hun cactussapje en het aanmelden op Foursquare graag op af. Wie ook echt van muziek houdt en open oren en geest heeft, baant zich een weg doorheen de soundscapes die gebouwd worden en weet de soms minimalistische toetsen naar waarde te schatten.


Will Samson, die zijn maatje Ollie Loudon had meegebracht om aan zijn gitaar, effectpedalen en loopstation wat electronica toe te voegen, was zichtbaar gelukkig met zijn passage in het Koninklijk Circus. Meermaals dankte hij het publiek dat vroeg genoeg opdaagde om zijn korte set mee te pikken. De gespeelde nummers lijken heel eenvoudige composities. De opener van de avond slaagde er in ieder geval wel in om het publiek in de juiste sfeer te brengen voor wat nog komen zou.


Valgeir Sigurðsson bracht ook wat volk mee: een violiste en een cellist die stijlvol naast elkaar de helft van de veelkleurige klank mochten invullen, terwijl Valgeir wat verderop achter piano en laptop de rest inkleurde. Immers, dat was het meest opvallende kenmerk van ‘s mans performance: hij creëert een dialectiek tussen de strijkers, die soms heel klassiek, soms modern klassiek klinken enerzijds, en de modernere klanken die hij uit zijn laptop haalt. Zijn pianospel vormt daarin meestal het verbindende element. Een rijk klankbord van ambient tot dreigende post-rock werd op die wijze geserveerd in het Koninklijk Circus. Schuivende en knisperende geluiden werden op de achtergrond toegevoegd, waardoor bij momenten muziek ontstond die minstens even goed bij de films van David Lynch zou passen als wat Angelo Badalamenti componeert. Op andere momenten klinkt het resultaat net erg speels. De dialectiek die Sigurðsson gestalte geeft, werd het mooist geïllustreerd in de songs die respectievelijk gebaseerd waren op 16e-eeuwse IJslandse folk en op een 17e-eeuwse compositie. Je herkent doorheen alles de oude muziek, die een nieuw élan krijgt in de hedendaagse snit. En dat zelfs de lichtshow mee knettert en knispert, versterkt dat effect nog meer.



Prachtige muziek kregen we ook van Ólafur Arnalds die bovendien vanaf zijn entree op het podium het publiek voor zich won met warme humor en een interactief experimentje waarin de zang van het publiek in een loopstation werd opgeslagen. Zelf nam hij plaats achter de piano, en ook hij had (maar liefst 4) strijkers meegebracht. De set bevatte vooral nummers van het nieuwe album, For now I am winter. Aangevangen werd er met de beide openers van het intussen enkele jaartjes oude …And they have escaped the weight of darkness. Het pianospel van Arnalds doet heel sterk denken aan dat van Nils Frahm. De zaal was betoverd en het publiek bleef een uur lang muisstil. Minimalistische visuals en licht dat extra accenten legt, maken zich ondergeschikt aan de klanken. Zelfs een door één viool gebracht lied weet op die manier de aandacht strak vast te houden.


Op het einde van de set komt Arnór Dan Arnarson net als op de plaat meezingen, in de titelsong en in een op enthousiaste herkenning onthaald Old skin. Arnalds legt uit dat we getuige zijn van een uniek gebeuren, want de zanger doet enkel aan de eerste shows van deze tournee mee. Opzij gericht, en zich meer tot Ólafur wendend, drapeert hij zijn stem, die zweeft tussen rap en zang, over piano, strijkers en electronica, en we lijken een hergeboorte van triphop mee te maken. En zó, vermoedden we, zou Nitin Sawhney wellicht klinken mocht hij IJslandse in plaats van Indische roots hebben.
Met nog tijd voor één bisnummer komt Arnalds helemaal alleen terug op de bühne, en zet achter de piano een uiterst fragiel Lag fyrir ömmu in. Terwijl de piano langzaam dooft, horen we heel ver op de achtergrond strijkers, alsof die écht vanachter de coulissen komen.

Je kan dit concertverslag ook hier lezen op Indiestyle.

Geen opmerkingen:

Klik op oranje tekst om de links te volgen en blauwe links voor de mp3's.