11 november 2012

Interview Everyman

Eind november brengt Everyman zijn debuutplaat uit, Songs about ninjas. Ik heb die plaat al gehoord (een recensie mag je binnenkort zowel hier als op Indiestyle verwachten), en ik sprak enige tijd geleden ook met Vincent Neyt, de man achter Everyman.



Welk muzikaal parcours heb je al afgelegd voor je tot dit debuut kwam?

Ooit speelde ik in Brugge in een jeugdgroep, Spam. Daarna speelde ik mee met Galope, een band waar ik voor het eerst samenspeelde met Filip Huyghebaert (van The Catatonics). In die periode maakten we ook een single, maar toch viel de band uit elkaar. Sinds 2005 heb ik dan zelf wat nummers gemaakt en speelde ik af en toe mee bij The Catatonics. Die nummers zijn nu eindelijk op een plaat beland.

Je album heet Songs about ninjas. Vanwaar die titel?

Ha, eigenlijk is het grappig. Het is een soort onnozele logica: ninja's zijn cool, dus liedjes maken over ninja's is ook cool. Maar eigenlijk zijn ninja's vooral cool als je zelf nog klein bent. Op die manier is het een soort melancholie die erin sluipt. Want die tijd, toen ik klein was en ninja's cool waren, is natuurlijk voorbij, al zou je nog zo proberen die terug te halen. En melancholie blijkt ook heel vaak in mijn liedjes te zitten.
Bovendien bleek het erg inspirerend te werken voor de vormgeving van de plaat. Oorspronkelijk was het dus een grap, maar achteraf gezien blijkt het wel erg te passen.

Wat is voor jou de rode draad van deze plaat?

Uiteraard vormt die melancholie een rode draad doorheen de plaat, en ook de liefde. Liefde is aanwezig in al zijn aspecten: het speelse van de eerste kriebels en het hele zwarte als het misloopt. Enkel Go home gaat niet echt ergens over, is een “niemendalletje”.

Zowel Go home als What a situation zijn inderdaad erg lichtvoetig en contrasteren daardoor met de rest van het album.

Ja, en ook Don't waste your time is een vrolijk liedje geworden, waarin ik iemand probeer ervan te overtuigen om vooral niets met mij te beginnen (lacht).
Nu, hoedanook probeer ik eenvoudige, heldere teksten te maken, zonder al te veel beeldspraak. Ik vind dat ook de lyrics een manier zijn, naast de muziek zelf natuurlijk, om de luisteraar binnen te trekken in een song. En dan mag het niet te ingewikkeld zijn, of je raakt de luisteraar juist kwijt.

Welke verwachtingen koester je zelf met deze plaat?

Ik wil gewoon dat zoveel mogelijk mensen ze op één of andere manier horen. Ik ben ook echt iemand die albums wil maken. Ik zie albums niet als een excuus om te kunnen spelen, maar echt als een doel op zich. De groep die ik rond mij heb samengebracht, bestaat echt wel uit muzikanten die de liefde voor muziek delen, en die het liefst elke dag wel ergens zouden willen spelen. Het maakt voor hen bij wijze van spreken zelfs niet uit bij welke groep ze die dag spelen.

Wie zijn de muzikanten die meespelen?

Vooreerst is er dus Filip Huyghebaert van The Catatonics, met wie ik al sinds 2003 samenspeel. Ook Eva Hautekiet van The Catatonics is erbij, evenals Maarten Flamand (van The Antler King), Jan Dhaene (drummer bij The Bony King Of Nowhere) en Stijn Tondeleir (ex-bassist bij The Bony King Of Nowhere en tegenwoordig bij Bristol Blonde).
Verder zijn er nog een aantal gastmuzikanten op de plaat, waaronder Renée. Zij zong haar vocalen al in 2005 in, op Oh my lord. Dat liedje nam ik toen al op, het is het oudste nummer op de plaat. Ik heb aan de opnames van toen niets veranderd.

(foto door Bruno Roels)

Wat vond je zelf het moeilijkste aan het maken van deze plaat?

Ervoor zorgen dat er een plaat kwam, was misschien wel het moeilijkste. Uiteindelijk heb ik er 7 jaar over gedaan. Dat komt vooral, denk ik, omdat ik een eigen identiteit als muzikant moest vinden. Ik heb echt moeten zoeken wat precies mijn ding is. Een tijdlang dacht ik dat het “sad songs, happy beats” zou zijn, zoals bij The Postal Service. Daarna wou ik vooral zwaardere rocknummers maken, maar dat bleek met mijn stem toch niet echt te lukken. Ik heb dus feitelijk 5 jaar lang demo's gemaakt, en dan heeft het nog 2 jaar geduurd eer ik uit die nummers (een 40-tal waren het er) een CD heb weten te puren. Je wil namelijk toch een geheel maken, een coherente plaat.

Je hebt vast veel geleerd uit het maken van dit album. Wat zou je zeker willen meenemen bij het maken van een volgende plaat, en wat zou je anders willen doen?

Het enige wat me echt interesseert, is het schrijven van een écht goed nummer. Telkens weer wil ik het gevoel krijgen dat dit beter is dan de vorige keer. Je probeert als muzikant telkens hetzelfde te vertellen, maar op een steeds betere manier, tot je het punt bereikt waarop je lied de openingsdans wordt op huwelijken.
Ik ben ook wel tevreden dat het allemaal nummers zijn geworden die af zijn, die niet te lang duren en die wanneer ze gezegd hebben wat ze moesten zeggen, ook eindigen. Iets wat er bij ons ook altijd zal blijven inzitten, is meerstemmigheid. Ik kan eigenlijk alleen maar redelijk stil zingen, dus we gebruiken samenzang om dynamiek in de nummers te krijgen.
Voor een volgend album wil ik ook graag wat meer instrumentale stukken in nummers steken.
Ik geloof wel dat het hele proces van ontwikkelen, het ontevreden zijn over wat je gemaakt hebt en het zoeken naar je eigen stem, nu voor mij voorbij is. Ik heb mijn eigen stem gevonden, en ga dit verderzetten, maar dan wel telkens nog beter.

Wiens voorprogramma zou je best nog wel eens willen zijn? Dat hoeft niet noodzakelijk een realistische wens te zijn...

In België denk ik dan aan Marble Sounds, waarmee ik wel wat verwantschap voel. Ook FlipKowlier zou erg leuk zijn. Hij maakt echt wel heel goeie melodieën. Als ik buiten de landsgrenzen kijk, kies ik voor M. Ward. Hoe die man zijn songs maakt, arrangeert en opneemt, dat kan volgens mij niet beter.
Helemaal utopisch (want het moment is daarvoor al voorbij) zijn Palace Music (ten tijde van Arise therefore), Pavement (na het uitbrengen van Crooked rain, crooked rain) of Sebadoh.

Ga je zelf eigenlijk vaak naar optredens? Hoe ervaar je dat, wanneer je zelf muziek maakt?

Ik ga vooral naar mensen die ik ken, en je zult me dus eerder in de Video (Gents muziekcafé, nvdr) dan in de AB vinden. Dat is trouwens al altijd zo geweest. Meestal ging ik samen met vrienden naar vrienden kijken. Mijn favoriete concertherinneringen zijn dan ook aan beginnende groepjes op bijzondere locaties. Ik merk ook dat ik wil ontroerd worden, en als dat niet gebeurt, ga je toch wel technischer luisteren.
Ik wil bij een concert het gevoel hebben iets uniek meegemaakt te hebben. Hoe goed een grote groep op tournee ook is, voor mij lijkt het een beetje alsof dit maar één van hun concerten is op de tournee, en dat die onderling inwisselbaar zijn. Wanneer de artiest zelf ook het optreden nooit meer zal vergeten, omdat er iets unieks gebeurd is, dàt zijn de optredens waar ik wil bij zijn.
Ook gewoon het luisteren naar muziek is voor mij toch vooral heel erg blijven hangen bij bepaalde nummers. Daar ben ik dan een tijdlang verslaafd aan en daar blijf ik dan telkens opnieuw naar luisteren. Zo heb ik toen die plaat uitkwam, twee jaar lang alleen maar naar het debuut van Balthazar geluisterd.

Wat maakt jouw muziek uniek? Waardoor verdien jij je plaats binnen het hele brede muziekveld?

Goh, dat vind ik een erg moeilijk te beantwoorden vraag. Ik weet ook niet of je je plaats moet verdienen. Alleen anderen kunnen daar uiteindelijk over oordelen.
Typisch voor mijn muziek is, denk ik, dat het eerlijke muziek is. En ik ben ook een muzikant en zanger die zichzelf niet al te serieus neemt. Zelfs in de donkere liedjes zal ik niet de getergde poëet uithangen.

Bedankt voor dit gesprek, en veel succes.

Je kan dit interview ook hier lezen op Indiestyle.

Het debuutalbum van Everyman wordt uitgebracht op 23 november. Die dag is er een release-concert in De Kopergietery in Gent. Je kan hier reserveren voor dat concert (voor amper 12 euro, én je krijgt er de CD bij!). Everyman treedt ook nog op in de 4AD in Diksmuide op 7 december.

Geen opmerkingen:

Klik op oranje tekst om de links te volgen en blauwe links voor de mp3's.