22 mei 2015

Every Stranger Looks Like You

De EP Life in the abyss van Every Stranger Looks Like You werd eigenlijk vorig jaar al uitgebracht, maar het was op Record Store Day dit jaar dat ik ze aanschafte op vinyl. De plaat begint met het korte Styx, dat net als het nog net iets kortere Abyss een gebald metalnummer is. Met The well krijgen we een volwaardige song waarin de gitaren de grootste troef vormen. Toch is Coma onze favoriet: melodischer en (relatief) rustiger. Lingerer drijft op contrasten en sluitstuk Atonement neemt meer dan zes minuten de tijd om zich te ontvouwen. Het strijdt met Coma om de favorietenrol, maar verliest die dus nipt.

Je kan het volledige album hieronder beluisteren en het via de Bandcamppagina kopen:


21 mei 2015

Blur


Damon Albarn van Blur hoort zeker tot mijn muzikale helden. In het hele gedoe van Blur versus Oasis bewees hij met zijn groep dat zij een diverser palet konden aanboren en hij schuwde toen, en al zeker nadien, het experiment niet, het inslaan van nieuwe wegen. Gorillaz bleek een schot in de roos, maar meer nog kreeg ik bewondering voor de man door de manier waarop hij een soort opera maakte (Monkey: journey to the west) en uiteindelijk ook solo de stap durfde te zetten (Everyday robots werd daarbij voorafgegaan door het hier besproken Dr Dee). 
Wanneer dan na zovele jaren Blur opnieuw een plaat uitbrengt, is dat reden tot verwachtingsvol reikhalzen. En ja, ik weet dat dat eigenlijk een pleonasme is. In deze context lijkt me dat gewettigd. Immers, Blur heeft de lat zelf hoog gelegd en Albarn en Graham Coxon (wiens carrière ik evenwel minder gevolgd heb) deden daar intussen zelfs nog een schepje bovenop.
Het begon al goed met de vooruitgestuurde single Go out, een heerlijke popdeun, en ook de nieuwe single Lonesome street drijft op een heerlijk meezingbaar refrein met een hook die je hoofd niet meer verlaat. Die laatste song is de opener van het album. New world towers mag dan rustiger zijn, het doet ook niet onder qua kwaliteit. Alle details zitten goed. Bij Ice cream man doet de titel alleen al me denken aan Jonathan Richman, maar waar die ook een haast perfecte popsong uit zijn mouw schudde, slaagt Blur er in om net wat weg te blijven van de pure pop en de song wat meer diepgang te geven. 

Het meer dan zes minuten lange Thought I was a spaceman weet me ook na meerdere luisterbeurten niet echt te bekoren. Ik hoor goeie ideeën maar geen overtuigend coherent geheel. I broadcast loodst Blur dan wel de hedendaagse muziekscène binnen, maar lijdt aan net hetzelfde euvel als het vorige nummer. Wanneer onze aandacht dan ook dreigde te verslappen, is er My terracotta heart dat weliswaar niet tot het beste behoort wat de Britten al voortbrachten, maar toch voldoende in de lijn ligt van hun vroeger werk om onze oren opnieuw te laten spitsen.
Eerst vond ik There are too many of us wat drammerig klinken, maar tegelijk moet ik intussen bekennen dat het ook wel een geweldige oorwurm betreft. Het is dus met gemengde gevoelens dat ik dit liedje beluister. Ghost ship valt me wat tegen maar Pyongyang en het nog iets poppier Ong ong krijgen dan weer like-duimpjes mee. Mirrorball verzamelt muzikale invloeden en vormt een perfecte synthese van dit album. Al bij al moeten we toegeven dat de koningen van de Britpop er niet in geslaagd zijn de hoge verwachtingen in te lossen (wat ook erg moeilijk was natuurlijk), meer nog: bij momenten stellen ze wat teleur omdat enkele songs niet veel meer dan matig zijn of nog niet goed uitgewerkte ideeën bevatten die met wat meer zorg tot betere muziek hadden kunnen leiden. Anderzijds zijn er ook weer enkele semi-klassieke popsongs te bespeuren.

Je kan het album hieronder volledig beluisteren:

Wiegedood


De doden hebben het goed van Wiegedood, dat is zo'n plaat waarbij titel en bandnaam al laten vermoeden dat je geen mierzoete ballads noch uitbundige popsongs moet verwachten.En dat is ook allerminst wat je krijgt, want hun muziek noemen ze zelf atmosferische black metal.
Ken je het geluid van met een open raam langs een bomenrij rijden, waarbij de weerkaatsing van de autogeluiden heel wisselend binnenkomt, omdat het terugbotsen van de golven de hele tijd verschillende loopt (dichtbije bomen en andere landschapselementen op een grotere afstand)? Ik herken het in het dreunen dat overheerst in Svanesang, dat overigens halverwege de song een heel rustig middenstuk kent. Het is wennen aan dat gedreun en tegelijk heeft het wel iets: het maakt het nummer zeer onrustig en net het contrast met het middenstuk zorgt voor een bevreemdende ervaring. Het dreunen komt overigens ook terug in Kwaad bloed, dat pas naar het einde enige relatieve rust toelaat. Mijn favoriet is echter de titelsong De doden hebben het goed, de meest melodieuze lap metal die je hier te horen krijgt. In het lang uitgesponnen Onder gaan keert het dreunende geluid terug en in die zin vormt deze afsluiter (die eindigt met een Russische die declameert met een stem die erg intrigerend klinkt) de synthese van het album: een combinatie van dreunende metal en melodieën waarvoor je wel als luisteraar enige inspanning moet leveren.
Wiegedood, met leden die hun sporen al verdienden bij Amenra, Oathbreaker, Rise And Fall en Hessian, levert met deze vier songs een plaat af die je niet meteen binnenlaat, maar vraagt dat je bewijst dat je de luisterervaring aan kan. En wie benieuwd is naar hoe atmosferische black metal klinkt, krijgt een boeiende toegang tot die wonderbaarlijke muzikale wereld.
Je kan dit album hier kopen. Hieronder kan je het alvast beluisteren:


20 mei 2015

Roisin Murphy


Wie zich nog herinnert hoe bevreemdend de eerste platen klonken van Moloko in de jaren 90, beseft nog voor de eerste noten van het nieuwe album van ex-frontvrouw Roisin Murphy dat dit geen gewoon plaatje wordt. De excentrieke Ierse vermijdt platgetreden paden en weet toch hits te scoren door een geweldige neus voor wat werkt. Dit derde solowerk volgt meer dan zeven jaar na de voorganger, in de muziekbusiness een eeuwigheid. Heeft ze nog steeds de vinger aan de pols?
Opener Gone fishing doet ons in ieder geval heel erg denken aan Do you like my tight sweater waarmee Moloko in 1995 debuteerde. Een onbestemde claustrofobie waarde door die plaat en die lijkt nog steeds niet afgeschud. Toch laat ze dat gewaad met gemak van haar schouders glijden in Evil eyes, dat ons echter uiteindelijk wat te licht uitvalt. Ook Exploitation begint veelbelovend maar zakt als een pudding in elkaar tot een drammerig dance-nummer dat bovendien met meer dan negen minuten zijn houdbaarheidsdatum overschrijdt. Uninvited guest weet ons meer te bekoren en dan valt onze frank: ook hier is de vroege Moloko hoorbaar als een echo uit het verleden.
Het benauwde gevoel van weleer bekruipt ons (en Roisin) opnieuw en als herhaling van het fin-de-siècle onbehagen past het wonderwel bij de barre tijden van financiële en economische crisissen. Helaas volgt dan Exile, dat uitgeteld tegen de touwen hangt. House of glass grijpt terug naar wat we nu al de succesformule van deze plaat kunnen noemen: back to basics, of zelfs back to the roots. Van alle rustige stukjes houden we nog het meest van de titelsong en ook afsluiter Unputdownable bekoort door de climax waar het nummer naartoe groeit vooraleer een zacht stervende outro de plaat uitwuift. Stel je bij die climax overigens geen overdadig muzikaal festijn voor, maar wel een uitgekiend arrangement waarin de emotie voelbaar sterker wordt.
Met het besluit dat vooral die songs die teruggrijpen naar de eersteling van Moloko met de pluimen gaan lopen, is onze openingsvraag alvast eerder negatief beantwoord. Deze dame levert geen slecht album af, maar globaal haalt ze toch maar een nipte voldoende. Het lange wachten wordt slechts ten dele gerechtvaardigd en een memorabele comeback lijkt het niet te gaan worden. Haar vroegere hits (zowel als helft van het bejubelde duo als solo) in gedachten houdend, valt dat te betreuren.

Je kan deze recensie ook hier lezen op Indiestyle.
Beluister hieronder het volledige album:

Gezien: Im Labyrinth des Schweigens


Vorige week zag ik samen met mijn lief Im Labyrinth des Schweigens, een Duitse film over de jaren na de tweede wereldoorlog, toen in Duitsland de zeer recente geschiedenis toegedekt werd en heel wat nazi's er in slaagden een gewoon leven op te nemen.  
Johann Radman, een jonge, ambitieuze advocaat die voor het openbaar ministerie werkt, neemt de uitdaging van een journalist aan om een oud-nazi die als onderwijzer blijkt te werken, voor het gerecht te krijgen. Al snel wordt duidelijk dat de omvang van het toedekken van het oorlogsverleden groter is dan gedacht. In een klassiek verhaal waarin het hoofdpersonage zelf een katharsis dient door te maken vooraleer hij tot succes komt, zien we hoe in 1958 de recente geschiedenis zo beladen was dat velen ze vooral wilden vergeten. 
De acteerprestaties zijn heel goed en natuurlijk laat het verhaal niemand onberoerd. De fouten die het personage maakt, zijn begrijpelijk en zijn binnen het medium film nogal voor de hand liggend, maar zoals gezegd dienen ze te leiden tot de katharsis van het hoofdpersonage. Het resultaat is een goeie film, niets meer, niet minder.

Bekijk hieronder de trailer:

15 mei 2015

Gelezen (73)

Adventures in architecture - Dan Cruickshank


Dit boek van Dan Cruickshank hoort bij een reeks die de man maakte voor de BBC. Het maakt de stukjes soms wat kort en je mist de beelden. Van de meeste plaatsen (gebouwen, steden,... van architecturale waarde, verspreid over de hele wereld) staan er wel foto's in het boek, wat handig is, want er zit heel wat bij dat ik niet kende. Jammer is wel dat niet alle besproken plekken met een foto geïllustreerd zijn. Behalve de geschiedkundige achtergrond krijg je heel vaak ook een oordeel vanuit architectonisch perspectief, dat overigens meestal wel héél lovend uitvalt. Enkel in het laatste hoofdstuk, wanneer gebouwen en plaatsen besproken worden die verbonden zijn met het thema macht, is Cruickshank ineens vaak heel negatief. Wat meer nuancering had geen kwaad gekund, maar het is wel een interessant boek en ik ben ook benieuwd geworden naar de BBC-reeks.


Zeitoun - Dave Eggers


In dit boek laat Dave Eggers zien dat hij in de eerste plaats een journalist is, zij het wel één die heel mooi kan schrijven. Eggers vertelt het verhaal van Abdulrahman Zeitoun, een in Syrië geboren Amerikaans staatsburger die in New Orleans woont. Wanneer de orkaan Katrina er toeslaat, besluit hij er te blijven en hij helpt de slachtoffers die hij kan helpen. En dan verandert alles in een nachtmerrie: hij wordt opgesloten in een wel heel erg op Guantanamo lijkende gevangenis die ineens opgericht werd. 
Huiveringwekkend en ontstellend is het te lezen waar de prioriteiten van de overheid blijken te liggen tijdens deze grote natuurramp. Zo blijkt president Bush niet gehinderd door schaamte wanneer hij, terwijl duizenden armen hun woning kwijt zijn in New Orleans, zijn medeleven te betuigen met een rijk Congreslid en zijn familie omdat ze hun (ongetwijfeld luxueus) zomerverblijf langsheen de Mississippi kwijt zijn... En de manier waarop de hulp langzaam op gang komt en essentiële voorzieningen maar niet geïnstalleerd raken in de Superdome, waar de vluchtelingen opgevangen worden, maar intussen in no time een noodgevangenis gebouwd wordt om "terroristen" op te sluiten, doet je bijna van je stoel vallen van verbazing en nog meer van verontwaardiging. Om Hamlet te parafraseren: "there's something rotten in the United States" wanneer je tegenwoordig beelden ziet van overdreven politiegeweld en geconfronteerd wordt met het verhaal van Zeitoun, het verhaal van hoe de strijd tegen terreur een complete aanfluiting vormt van alle basisregels van de democratische rechtsstaat.


Johann Holtrop - Rainald Goetz


Het is wennen aan het jachtige, frenetieke tempo van de zinnen in dit boek van Rainald Goetz, die het verhaal vertelt van Johann Holtrop, een manager die een blitscarrière maakt binnen een bedrijf dat met heel wat onbestemde zaken tegelijk bezig is (het is eigenlijk meer een consortium, maar doorheen het boek wordt slechts bij mondjesmaat duidelijk wat er nu precies gedaan of gemaakt wordt). In dit boek maken we kennis met zijn neergang. Het is dan een wrange, sarcastische, striemende aanklacht tegen het neoliberale en hyperkapitalistische Duitsland van de jaren 90 en het vorige decennium. De managers blijken vooral gebakken lucht te verkopen, de financiële sectoren en actoren (de banken en bedrijven, de financieel directeurs,...) zijn bezig met dingen die als een psychoticus los lijken te staan van de realiteit en slogans zijn zo hol en leugenachtig dat zelfs de gebruikers niet weten wat ze betekenen: ze zijn inhoudsloze (maar hyperefficiënte, tenminste tot de zeepbel springt) verkoopsargumenten. De kaderleden leven in een constante hyperconcurrentiële relatie tot elkaar van "verslinden of verslonden worden" en de moraal is hyperindividualistisch. Deze roman lijkt me dan ook een prachtige illustratie van waar het tegenwoordig misgaat en hoe rijken daar behalve psychisch tamelijk ongeschonden uit blijven komen, terwijl de hele maatschappij opdraait voor de meedogenloze mallemolen van "de economie" en "de markten". Hoewel dit boek niet heel vlot leest, is het de inspanning zeker waard!

14 mei 2015

Lied van de week: week 20 - 2015

Everybody let's go - Alamo Race Track



Vorige zondag nog zag ik Alamo Race Track voor het eerst live aan het werk en de voorheen mij vrijwel onbekende band wist me waarlijk te overweldigen met een fantastische set. Het hoeft dan ook geen verwondering te wekken dat ik deze week voor één van hun beste nummers van hun nieuwe plaat Hawks koos.

Je kan het album hier bestellen.

12 mei 2015

Uncle Wellington's Wives


Vijf nummers telt de debuut-EP, When it takes a lot of time, van Uncle Wellington's Wives, een band die op deze blog al meermaals aan bod kwam. Opener is de reeds vooruitgestuurde single I will handle it for now. Heerlijk herkenbaar intussen is deze single een welgekomen gast in mijn boxen. De stem van Frie Mechele verleent dit nummer de onweerstaanbare mix van tot voorzichtigheid uitnodigende breekbaarheid en de kracht van een zelfbewuste vrouw. De mannenstem die er tegenover geplaatst wordt, versterkt dit geluid nog.
Samenzang is in de meeste nummers de sleutel tot succes en dat geldt zeker ook voor de vrouwen die Dhunché draperen over strijkers die een vleugje romantiek aan het zondagavondgevoel toevoegen. Eerlijkheidshalve moet ik dus bekennen dat als de mannenstem te sterk op de voorgrond treedt, zoals in het Emerald, ik wat minder gecharmeerd ben. In de tweede strofe wordt de melancholieke stem van Frie ernaast geplaatst en in die harmonie van stemmen schuilt dan wel weer schoonheid. 
In It's a pleasure, een song die bij elke beluistering lijkt te groeien, wordt verwezen naar Uncle Wellington en dat maakt me wel nieuwsgierig naar wie dit personage dan wel mag zijn. Intussen is dit alvast uitgegroeid tot mijn persoonlijke favoriet, hoewel het aanvankelijk wat wennen was. Ik kan me voorstellen dat dit live tot een prachtuitvoering kan leiden: alle elementen daartoe zijn in ruime mate aanwezig. Ook Lord, I fear eternity vroeg wat tijd om me te overtuigen. Hetzelfde euvel met de mannenstem in volle schijnwerpers dient zich opnieuw aan en gelukkig kiest de band er verder in dit lied voor om de samenzang haar werk te laten doen. Ik krijg maar niet te pakken waarom het voor mij zo'n verschil uitmaakt en wat mij tegenstaat aan die mannelijke vocalen als ze niet tegenover de stem van Frie Mechele geplaatst worden, maar bij elke beluistering weer hoor ik mijn mening hieromtrent bevestigd.

Je kan de EP bestellen via mail (info@unclewellingtonswives.be) of in enkele platenzaken kopen. 
De band speelt morgen 13/05 op Student Camping Zero Emission in Leuven en verder spelen ze een livesessie op Radio Quindo nu zaterdag en op 11/07 spelen ze in Ami in Antwerpen.

11 mei 2015

Les Nuits Botanique: Jacco Gardner (voorprogramma: The Sunday Charmers + Alamo Race Track)


In de Orangerie van de Botanique mocht Jacco Gardner zijn tweede album komen voorstellen. Vonden we, zoals je hier kan lezen, dat het soms wat te zweverig klinkt op plaat, dan waren we in ieder geval wel benieuwd hoe het live allemaal zou klinken en gedreven door die nieuwsgierigheid, stuurden we onze reviewer op pad.


De muzikale avond werd geopend door The Sunday Charmers, een driekoppige band uit Brussel die hun bassist delen met Recorders. In de klassieke bezetting van bas, gitaar en drums speelden ze zeer aangename rocksongs. Bij momenten deden ze ons denken aan die andere Brusselaars: Great Mountain Fire. Minpuntje was wel dat hun nummers wat te lang uitgesponnen worden: dat gold zowel voor de liedjes in hun geheel als voor sommige leuke details die te vaak herhaald werden. Opmerkelijk bleek daarnaast hoe goed de bassist en de drummer een stevige basis legden voor elk liedje.


Meteen daarna echter werden ze door Alamo Race Track gedegradeerd tot louter een sympathiek groepje, want wat de Nederlanders uit de mouw schudden, mogen we gerust de verrassing van de avond noemen. Het kwaliteitsverschil was onmiddellijk hoorbaar. Er werden muzikaal weidse horizonten opgeroepen als bij Calexico en zanger Ralph Mulder zag er met zijn petje, stoppelbaard, afgedragen jeans en geruit hemd uit als Kurt Wagner van Lambchop. Net als die frontman strooide hij quasi achteloos zijn gitaarakkoorden en zijn vocalen rond. De songs van de Amsterdammers hadden vaart en zaten tjokvol details die de sound rijker en gelaagder maakten. Het vijftal wist met onder meer Everybody let's go en Unicorn heel veel enthousiasme los te weken.


In eerste instantie leek zelfs Jacco Gardner overschaduwd te worden door de Amsterdammers. Diens set kwam wat traag op gang, ondanks een vroeg gespeeld Clear the air uit het debuut. Net als op plaat klonk het soms wat te mellow en te zweverig. Wel hoorden we dan al dat de bassist (en de drummer) de songs impulsen gaven die het potentieel hadden de kwaliteit te verhogen.
Het kwam er pas echt goed uit vanaf bijna halfweg de set, wanneer vanaf Summer’s game en Another you het tempo wat omhoog ging, er meer kracht school in de nummers en de interactie tussen publiek en band die laatste vooruit leek te stuwen. De reguliere set werd uiteraard afgesloten met single Find yourself en het vijftal verraste door in het eerste bisnummer wat wissels door te voeren: de keyboardspeler en de gitarist wisselden van plaats (en instrument) en hetzelfde deden ook de drummer en de bassist. Het plaatste de beide achteraan het podium gezeten muzikanten wat meer op de voorgrond. Terecht, want elk hadden ze mee hun stempel gedrukt op de liedjes: de keyboards leverden de hoge tonen die associaties oproepen met Tame Impala terwijl de drummer (samen met zijn spitsbroeder in de ritmesectie) onwrikbare fundamenten legde.

Je kan dit concertverslag ook hier lezen op Indiestyle.

08 mei 2015

Nijdrop concert: The Posies (voorprogramma: Holly)


Fans op hun honger laten zitten door je hits niet of pas laat in de set te spelen, het is een riskante strategie. Ons inziens kan je die rechtvaardigen door hen vooraf om de oren te slaan met songs waarvan ze naderhand denken: amai, we wisten niet dat ze zoveel écht goeie liedjes hadden. Je moet als band dus al uit heel goed hout gesneden zijn om de toeschouwers niet ontgoocheld naar huis te sturen. De vraag donderdag in Nijdrop was dan ook of The Posies dat risico terecht namen.


Vooraf mocht Holly, een jongedame uit San Francisco die intussen met Ken Stringfellow een plaat maakte, het publiek opwarmen. Dat deed ze met anekdotes en verhalen bij haar liedjes, die zelf binnen het singer-songwritergenre verdienstelijk zijn maar ook weer niet tot de top behoren. Middels crowdfunding en het in opdracht schrijven en dankzij enkele toevallige ontmoetingen, met Ken Stringfellow en met John Vanderslice, kan ze zelf met enige verbazing terugkijken op een parcours waarop ze heeft kunnen kiezen om voltijds als muzikant te leven.


Diezelfde Ken Stringfellow bleek last te hebben van een verkoudheid en dus begonnen The Posies met een lichte handicap aan hun set, want juist zijn hoge stem is mee karakteristiek voor hun geluid. Ze grapten dat hij nu eerder als Mark Lanegan klonk en zetten even diens Nearly lost you in met een kleine wijziging in de tekst: “I nearly lost my voice”. Het inleidende praatje bij het concert liet qua interactie met het publiek het beste verhopen (grappig, zelfrelativerend,…) maar uiteindelijk zouden ze zich op dat vlak tot slechts enkele momenten tussen de liedjes beperken, wat we toch wel wat betreuren.
Zoals reeds hierboven aangehaald, duurde het heel lang in de set eer we de bekende nummers te horen kregen. Bovendien had het duo aangekondigd dat ze niet alleen nieuwe songs uit het in september te verschijnen album zouden uitproberen, maar ook experimenteerden met hun ouder werk nu ze als “twee-en-een-halfde” lid de computer meehadden met daarop vooropgenomen instrumenten. Zo kregen we Please return it in een gestripte en uitgebeende versie mét bliepjes alsof Jamie XX ermee aan de slag gegaan was. Flavor of the month boette bij het experiment in aan punch in vergelijking met de originele versie. Wél nog steeds als een huis stonden Ontario en Start a life. Jammer genoeg moesten we het ook stellen zonder Everybody is a fucking liar


Voorheen werd er vrij gelijkmatig geplukt uit hun oudere albums, met als hoogtepunten Throwaway, Earlier than expected, Burn and shine en het in de bisronde gespeelde Dream all day. De nieuwe nummers klonken ons iets te vaak als soft in de oren, maar misschien moeten we er eerst mee vertrouwd raken. Het veelvuldig moeten stemmen van de gitaren haalde de vaart wat uit het concert en de setopbouw liet ons te lang op onze honger zitten. Zo werden de (weliswaar hoge) verwachtingen toch niet helemaal ingelost, al kan je moeilijk beweren dat The Posies geen goed concert speelden. Het had alleen wat meer mogen zijn, zoals de slager ons ook altijd suggereert.

Je kan dit concertverslag ook hier lezen op Indiestyle.

07 mei 2015

Lied van de week: week 19 - 2015

English tongue - Palma Violets


Net als wel vaker Britse groepen voor hen, werd Palma Violets ten tijde van hun debuut uitgeroepen tot de nieuwe hoop voor de Britse rock. Zo'n vaart als voorspeld heeft het (nog) niet gelopen, maar deze single uit hun tweede album bevat alvast een onweerstaanbare hook en een meezingrefrein waar je alleen maar vrolijk van wordt.

Je kan hun nieuwe album Danger in the club hier kopen.

Lyrics:

You can't judge life if you don't understand
The way that we work we're a close knit plan
And everybody knows just who I am
My name's Hugh Diver I'm the starlit strand

There must be someone with an English tongue marking your words for the miles you lost
It's gonna be a cruel cruel winter

The go zone girls in the club don't agree they called me in but there was nothing to see
All the folk poke their eyes at me
is it just my fame or infamy?

Up jumped the devil and the cavalry
Everyone's excited they're watching me
And everybody knows just who I am
My name's Hugh Diver I'm the starlit strand

There must be someone with an English tongue
marking your words for the miles you lost
It's gonna be a cruel cruel winter

Let him go
Let him go
And everybody knows just who I am
And everybody knows just who I am
And everybody knows just who I am
My name's Hugh Diver I'm the starlit strand

06 mei 2015

Jacco Gardner


Toen we het debuutalbum van Jacco Gardner voor het eerst hoorden, werden we zowat van onze sokken geblazen. De moeilijke tweede was dan ook al bij voorbaat behangen met hoge verwachtingen, die wellicht verklaren waarom het euforisch gevoel van toen nu ontbreekt. De Nederlander hoeft zich nochtans niet te schamen voor de tien songs die Hypnophobia uitmaken.
De voortekenen waren evenwel goed met de single Find yourself die ongetwijfeld deuren opent naar festivals in ieders buurt, zo mogen we hopen. En ook albumopener Another you kan op onze instemming rekenen. Brightly klinkt tegelijk loom en vrolijk en vooral heel erg jaren 60. De mosterd waar Britpop mee ging lopen is dezelfde als dewelke Jacco Gardner op zijn kaas smeert, het resultaat van dat zich eigen maken klinkt wél heel anders. Horen we daar bijvoorbeeld een klavecimbel in de titelsong? Hypnophobia is een zalig nummer dat tussen het vroege werk van Pink Floyd zich thuis zou voelen als een vis in de zee. Dat hoeft niet te verbazen, als je overal leest in welke mate Syd Barrett een inspiratiebron is voor de multi-instrumentalist Gardner.
De reden voor het uitblijven van extatische bewondering ligt in liedjes als het instrumentale Grey lanes en het naar ons gevoel wat al te mellow Face to face. Toch zou het zonde zijn om deze plaat zomaar aan de kant te schuiven want zelfs de lichte ontgoocheling doet niets af aan het feit dat Jacco een werkstuk aflevert dat zijn plaats verdient in iedere zichzelf respecterende platenkast. In tijden waarin retro en psychedelisch aan een opmars bezig zijn (Tame Impala, Pond,…), breekt deze zanger ook wel een potje. We zijn alvast heel benieuwd naar hoe hij met de steun van een band deze en zijn vorige plaat live de lakmoesproef voor elke muzikant kan doorstaan.

Je kan deze recensie ook hier lezen op Indiestyle.
Beluister hieronder het volledige album:

02 mei 2015

Tobias Jesso Jr.


Toen ik vorige week How could you babe koos tot lied van de week, schreef ik al hoe ik Tobias Jesso Jr. zou situeren tussen Perfume Genius en Jens Lekman. Zijn liedjes schurken heel nauw aan tegen kleffe ballads, maar een grondige beluistering legt de prachtige en soms bedrieglijk eenvoudige composities bloot.
Zoals de piano start in opener Can't stop thinking about you en dan een ballad inzet die je terugwerpt in de jaren 70, zo duidelijk is waar Tobias ons hebben wil. Maar net als -ik noem maar iemand- Sufjan Stevens wordt iets tijdloos en vrij klassiek toch een uitmuntend kleinood doordat de zanger zijn frasering zo inzet dat écht emotie voelbaar wordt en hij niet eindigt in een schlagerfestival. Over de single had ik het vorige week al; die blijkt overigens toch echt wel het hoogtepunt van dit album, Goon. The Carpenters zijn niet veraf in Without you en Paul McCartney is de eerste referentie waar we aan denken bij Can we still be friends. Een lieflijk gitaarriedeltje dat niet zou misstaan hebben bij Nick Drake siert The wait. Je merkt het, de verwijzingen vallen als rijpe appels uit de lucht.
Wat Tobias Jesso Jr. doet is dan ook niet op zich erg origineel, maar hij weet invloeden uit de vroege popgeschiedenis én uit het recente decennium op overtuigende wijze te kneden tot een plaat die ook in 2015 erg past, in een mengeling van tijdloosheid en helderheid. Soms licht melancholisch (Bad words), soms uitbundiger (Crocodile tears), telkens weet hij een snaar te raken. En je hoeft niet eens erg op de teksten te letten om te horen dat deze man allerminst geluk in de liefde heeft...

Beluister hieronder het volledige album:

01 mei 2015

Lied van de week: week 18 - 2015

Find yourself - Jacco Gardner


Heerlijke psychedelisch is de nieuwe single van Jacco Gardner van zijn volgende week te verschijnen tweede plaat. Aanvankelijk dacht ik dat het de nieuwe song van Tame Impala zou zijn, maar intussen maakte ik al (dankzij mijn lief eigenlijk) kennis met het (prachtige) debuut van deze Nederlander en ik geef me gewonnen. Mis hem zeker niet wanneer hij op zondag 10 mei op Les Nuits Botanique speelt.

Je kan het album Hypnophobia hier bestellen.

Lyrics:

Let it take you to somewhere safe
When the wind comes down
You wonder where you've been
See the world outside
On a sunny day
Fly above the clouds
Where the wind blows you away


Find yourself now,
In the shade
When there's nothing
You won't know that it's too late
Find yourself now
From everyone
When the times comes
You can fight the cheating comes


Don't fight the feeling, just let it in
You know you need it like the sunlight on your skin
Try to let go, from the other side
Don't lock your doors, but only do it right


(x2)
Find yourself now,
In the shade
When there's nothing
You won't know that it's too late
Find yourself now
From everyone
When the times comes
You can fight the cheating comes

30 april 2015

Twintig parels per maand: april 2015


Het is alweer het einde van de maand en dat betekent tijd voor onze selectie van twintig parels. Geniet ervan:

  1. Storm is rising - Little Axe: we beginnen deze selectie met een in blues gedrenkt nummer uit 1996, van Little Axe, het alter ego van Skip McDonald. Die speelde ooit nog samen met Doug Wimbish, later bekend geworden met Living Colour, en hij was ook sessiemuzikant op heel wat rapalbums. Zo speelt hij mee op The message van Grandmaster Flash And The Furious Five
  2. Walking in a hurricane - John Fogerty: de ex-frontman van Creedence Clearwater Revival maakte ook enkele heel interessante soloplaten, waaronder Blue moon swamp uit 1997, waar ik dit nummer uit plukte
  3. La grange - ZZ Top: deze Texanen zijn vooral bekend om hun baarden, maar hun muziek mag er ook best wezen
  4. Fluorescent adolescent - Arctic Monkeys: helemaal iets anders is deze stevige song van Arctic Monkeys, uit hun in 2007 verschenen plaat Favourite worst nightmare
  5. Le plastique c'est fantastique - Elmer Food Beat: toen Studio Brussel een week zendtijd besteedde aan de jaren '90, moest ik zelf aan dit vergeten popliedje denken
  6. Chocolate cake - Crowded House: wie echter zijn popliedjes quasi-perfect wil, mag steeds vertrouwen op de broertjes Finn
  7. Flavor of the month - The Posies: steviger, maar niettemin ook geweldige pop in zijn essence, is dit liedje van The Posies
  8. Don't panic - Coldplay: menigeen zal Coldplay hier niet meteen verwacht hebben, maar zoals de titel al aangeeft: geen paniek! Dit komt uit hun debuut en toen verloren ze zich nog niet in megalomane stadionbombast
  9. Why do lovers break each other's hearts? - Bob B. Soxx And The Blue Jeans: zalige ouderwetse rock met Darlene Love als leadzangeres
  10. Come on, let's go - Ritchie Valens: een hele film (La bamba) werd gewijd aan het levensverhaal van de samen met The Big Bopper en Buddy Holly in een helikoptercrash omgekomen Ritchie Valens
  11. Batman theme - The Jam: origineel uit de jaren 60, maar hier een schitterende cover door The Jam, wier ex-frontman Paul Weller ik eerder deze maand live aan het werk zag
  12. Si existe ese lugar - Los De Abajo: ooit zag ik deze groep op het Polé Polé festival tijdens de Gentse Feesten
  13. No future/no past - Cloud Nothings: een pak rustiger is deze song uit 2012 van Cloud Nothings, een band die ik al van naam kende, maar waarvan ik de muziek pas heel recent beluisterde
  14. Mosquito - Dmitri Pokrovsky Ensemble: er is een tijd geweest dat ik heel wat albums van het RealWorld-label meebracht uit de bib, en daar zat onder meer dit pareltje tussen, het album The wild field. Een Russisch koor zingt a capella prachtige liederen die ook mij konden bekoren
  15. Nibiro ghono andare - Sarmilla Roy: uit The mahabharata, een Indisch traditioneel epos, ook al een release op datzelfde label
  16. Last time - Moderat: helemaal terug naar hedendaagse muziek, met deze vorig jaar verschenen single van Moderat
  17. Liquid swords - GZA: GZA maakt deel uit van van de Wu-Tang Clan en is daarmee één van de meest invloedrijke artiesten binnen de hiphop van de laatste decennia
  18. Dance MTHRFCKR dance - Psycho 44: deze punk/rockband uit Grobbendonk maakte een album dat meer dan de moeite waard is, Suburban guide to springtide
  19. I got something - Tiny Legs Tim: blues uit Gent, dat mag hier ook wel eens
  20. Clear the air - Jacco Gardner: en we eindigen met een artiest die ik eigenlijk dankzij mijn lief heb leren kennen. Zij wees me op zijn muziek (ik kende zijn naam wel, maar had nog nooit de moeite genomen ernaar te luisteren) en toen ik zijn nieuwe single verkeerdelijk als nieuw werk van Tame Impala bestempelde, raakte ik geïntrigeerd. Ik leende zijn debuutalbum uit de bib en raakte er verslingerd aan en ben erg benieuwd naar de opvolger, die volgende week verschijnt en die ik voor Indiestyle mag reviewen
Beluister hieronder de afspeellijst:

The Lucid Dream


Een intro van achteneenhalve minuut instrumentale shoegaze wordt ons om de oren geslagen op het debuutalbum van The Lucid Dream, en we zijn daar niet rouwig om. Wie immers zulke kwaliteit produceert als deze heren uit het Engelse Carlisle, gaat algauw aan de haal met onze sympathie. En dus waren wij benieuwd naar wat nog volgen zou.
The Jesus And Mary Chain zijn niet veraf in het tweede nummer (Cold killer). Pièce de resistance is echter The darkest day / Head musik. Hier steekt het viertal A Place To Bury Strangers naar de kroon en die laatstgenoemde band mogen we nochtans beschouwen als de beste hedendaagse ambassadeur van het genre. Het openingstrio weet ons dus danig te overtuigen. Helaas is daarmee het vet van de soep. Moonstruck is rommelig en die chaos lijkt vooral bedoeld om te verdoezelen dat de song onvoldoende uitgewerkt werd. Met Unchained dub gaan de Britten Primal Scream achterna, die ook al dubversies van hun eigen liedjes maakten, maar het resultaat is mossel noch vis. Je hoort dub, maar die komt in de verste verte niet in de buurt van het beste van dat muziekgenre en de shoegaze wordt hierdoor van zijn angel ontdaan. Nu ja, Unchained zelf blijkt ook slechts matig te zijn.
Met Morning breeze is het wel nog eens prijs: niet zo goed als wat we bij aanvang van de plaat te horen kregen, doch wel weer de kwaliteit waar je voor naar een concertzaal wil afzakken. You & I ten slotte sluit wat rustiger af, helaas ook wat minder overtuigend. En zo blijkt dat goed begonnen weliswaar half gewonnen is, helaas soms ook niet meer dan dat.

Je kan deze recensie ook hier lezen op Indiestyle.
Beluister hieronder het volledige album:

29 april 2015

Gelezen (72)

De olifant verdwijnt - Haruki Murakami


In deze kortverhalen schept Murakami een heerlijke, surrealistische wereld. Hij bedient zich niet van een totaal losgeslagen, in een droom verzonnen setting, maar van een parallel universum dat slechts enkele details van onze realiteit verwijderd lijkt, maar wel bevolkt wordt door dansende dwergen, mensen die een McDonalds overvallen voor 30 Big Macs, werknemers in een olifantenfabriek,... Murakami kan, dat is bekend, schrijven en dat maakt zijn verhalen, ondanks de premissen en kronkels vlot leesbaar. Toch is dit zeker niet het hoogtepunt in zijn oeuvre, maar misschien is het wel een erg aangename kennismaking voor wie nog niet met zijn werk bekend is?

PAAZ - Myrthe van der Meer


Naar het schijnt is dit boek van Myrthe van der Meer sterk autobiografisch. Het vertelt hoe een hardwerkende vrouw (een workaholic eigenlijk) vlak voor ze verlof moet nemen, instort en helemaal in het gezicht geslagen wordt door haar al lang sluimerende depressie. Ze belandt op een psychiatrische afdeling van een algemeen ziekenhuis (een PAAZ dus) en vertelt er haar wedervaren. Daar blijkt de psychiatrie niet bepaald uit te blinken in hulpverlenend werk en in deskundigheid en de ontmenselijking van patiënten, het reduceren tot onmondige kleuters en het bijna heilige geloof in de wonderkrachten van medicatie, de krom- en cirkelredenering als het om diagnostiek aankomt, het passeert allemaal de revue. Toch groeit met het boek ook de mildheid van de auteur en daarmee is het, hoewel nog steeds een aanklacht tegen de hedendaagse psychiatrie, een pak minder rauw dan b.v. Poppy shakespeare, dat ik eerder al las
Sommige lezers zullen wellicht vinden dat bepaalde scènes overdreven zijn en het product vormen van een levendige fantasie. Wie echter zoals ik in zijn werk al eens kennismaakt met de psychiatrie, is zijn ontzag voor deze tak van de geneeskunde vaak al grotendeels verloren en bekijkt dit wat nuchterder. In een begeleiding van een meisje bij ons kregen wij b.v. na een doorverwijzing naar psychiatrie na haar opname een verslag met aanbevelingen. Helaas bestonden die uit niet meer dan dat we "duidelijkheid en voorspelbaarheid dienen aan te bieden", iets wat volgens mij elke kijker van The supernanny ons ook had kunnen vertellen en iets wat evident al deel uitmaakt van onze werking. Op die momenten stel je je verwachtingen t.a.v. psychiatrische hulp sterk bij, en dit boek illustreert bijwijlen perfect mijn gevoel.

26 april 2015

Lied van de week: week 17 - 2015

How could you babe - Tobias Jesso Jr.


Tobias Jesso Jr. valt ergens tussen Perfume Genius en Jens Lekman te situeren. Hij maakt muziek die op het eerste gehoor erg klef lijkt, maar wie goed luistert, ontdekt dat hij gewoon pareltjes van popsongs schrijft, een beetje zoals het beste van The Carpenters of zelfs Neil Diamond. Deze single toont het meest zijn verwantschap met Perfume Genius, ik dacht zelfs eerst dat het een liedje van laatstgenoemde was.

Je kan het album Goon hier kopen.

Lyrics:


[Verse 1]
So long, my only friend
I guess we gave it a try
And then I guess we tried again
I don't remember why
But nothing's as hard to do
As just saying goodbye
And when love is in the way, you gotta say
"I guess love ain't always right"

[Pre-Chorus]
And I find out you'd gone and met a new man
And told him he's the love of your life

[Chorus]
How could you, baby? (How could you, baby?)
How could you, baby? (How could you, baby?)
Well, how could you, baby? (How could you, baby?)

[Verse 2]
Well, have you lost your memories?
Did you wash 'em down the drain?
And did you have some help deciding
To forget my name?
Cause nothing I can say to you
Could ever ease this pain
I'm just waiting for the day when I can say
That you are mine again

[Pre-Chorus]
When I found out you'd gone and met a new man
I felt so lonely that I cried

[Chorus]

[Bridge]
Well, how could you, baby?
How could you, baby?
How could you, baby?
How could you, baby?

[Pre-Chorus]
When I found out you'd gone and met a new man
I felt so lonely that I cried, I cried, I cried!

[Chorus]

24 april 2015

Nijdrop concert: De Mens (voorprogramma: Jacle Bow)


Een uitverkochte Nijdrop in Opwijk ontving woensdagavond De Mens. Dat al meer dan 20 jaar actieve trio is tegenwoordig aangevuld met David Poltrock op toetsen en heeft net een nieuw album uit, dat we hier nog omschreven als één van hun beste. Tussen een bloemlezing van oudere nummers zou dat uiteindelijk bevestigd worden.


Het Limburgse Jacle Bow mag de avond openen. Je kent hen wellicht van De Nieuwe Lichting op Studio Brussel en het lied dat hun selectie toen opleverde, is het eerste wapenfeit van de avond (Street fight). Met gitaren die soms Millionaire in herinnering brengen spelen ze een strakke set waarin covers van Paul McCartney (Coming up) en John Lennon (Cold turkey) en hun debuutsingle Miss Molly tot de hoogtepunten behoren.


Setlist:
  1. Street fight
  2. What about
  3. Coming up (Paul McCartney cover)
  4. Gonna take you home
  5. Run part #1
  6. Awh awh
  7. Miss Molly
  8. I was lost
  9. Niki
  10. Cold turkey (John Lennon cover)
  11. Suit yourself
 
“Jeroen Brouwers schrijft een boek / en hij doet dat goed”. Wel, Frank Vander Linden en zijn kornuiten van De Mens spelen een show en ze doen dat minstens even goed. Bovendien blijkt al gauw in de mengeling van hits, semi-klassiekers en nieuwe nummers die hun set uitmaakt dat wat ze uit ‘Nooit genoeg’ plukken stevig op zijn plaats staat tussen het bekendere werk. Opener Kim is dood zet de toon waarna albumopener Nooit genoeg illustreert wat we al schreven over de plaats die hun meest recente werk verdient. Bijna en Dit lawaai volgen en tonen hoe het concert goed opgebouwd wordt en het viertal de hele avond aan klantenbinding doet. Pijn – dronkenschap -verdriet wordt ingeleid als “daar doen we het toch voor, niet? Altijd maar dat vrolijk gedoe” en En in Gent brengt de Nijdrop een eerste maal tot ontploffing.
De bandleden dollen met elkaar en hebben er duidelijk schik in. Vooral tussen bassist Michel De Coster en Frank Vander Linden, die elkaar al kennen sinds hun zevende, is de interactie één waarvan je als toeschouwer alleen maar kunt meegenieten. Met humor en zelfrelativering wordt ook het publiek de hele tijd meegenomen in een avondje fun. Poltrock blijkt de ideale aanvulling op toetsen voor het originele trio. Het is een waar plezier te zien hoe je na zovele jaren nog steeds vol enthousiasme het podium kan beklimmen en hoe je nog zo dankbaar kan zijn om een even geestdriftig publiek.
De bisronde (want tussendoor nog even het podium afstappen om een tweede keer terug gevraagd te worden, dat vinden ze maar een onnodig ritueel) zet in met Nooit genoeg van jou, één van de relatieve rustpunten in de avond om daarna nog een rits hits uit de kast te halen. Kamer in Amsterdam en Ergens onderweg worden luidkeels meegezongen en krijgen zo langere versies mee en dat geldt nog meer voor Irene, waar het publiek de band dwingt een extra rondje refrein en outro aan te breien. Maandag ondergaat hetzelfde lot en had met gemak een half uur langer kunnen doorgaan. Of je nu woensdagavond voor of op het podium stond, gegarandeerd ging je met een heel goed gevoel naar huis.


Setlist:
  1. Kim is dood
  2. Nooit genoeg
  3. Bijna
  4. Dit lawaai
  5. Sheryl Crow I need you so
  6. Pijn - dronkenschap - verdriet
  7. Haat je mij nog? (Of ben je mij al vergeten)
  8. Als je niets hebt
  9. Angst
  10. En in Gent
  11. Sex verandert alles
  12. Bemin me later
  13. Een liefdeslied of misschien ook niet
  14. Zonder verlangen
  15. Jeroen Brouwers (schrijft een boek)
    ----------------------------------------------
  16. Nooit genoeg van jou
  17. Kamer in Amsterdam
  18. Ergens onderweg
  19. Irene
  20. Maandag

Je kan dit concertverslag ook hier lezen op Indiestyle.

20 april 2015

Lapalux


Geïnspireerd door soundtracks zoals die van 2001: a space odyssey en Blade runner strooit Lapalux dertien songs op zijn tweede album. Lustmore roept alleen al door de hoesfoto bovendien beelden op van cocktailfeestjes. Deze protégé van Flying Lotus hoopt ons duidelijk te verleiden, maar slaagt daar maar half in.
Of je valt voor ‘s mans werk hangt natuurlijk nauw samen met je muzikale voorkeuren. Ondergetekende kan zweverige deuntjes wel appreciëren als de spanningsboog maar groot genoeg blijft. En daar knelt op deze plaat toch iets te vaak het schoentje. Gewiegd door de nacht en de sfeer van clubs in de late/vroege uurtjes componeerde Lapalux immers elektronische muziek die kunstig in elkaar geknutseld is maar tegelijk een hoog lounge-gehalte vertoont. We worden daarbij toch stilaan meer dan ons lief is in de armen van Morpheus, de god van de slaap, geduwd.
Het begon nochtans niet slecht met U never know. Daarop charmeren de gastvocalen van Andreya Triana, een jonge Londense soulzangeres die eerder al bij Flying Lotus en Mr. Scruff mocht meezingen. Ze biedt reliëf aan de minimalistische drumpatronen en soundscapes. In Sum body horen we hoe kleine details meesterlijk aan elkaar geregen worden en de dromerige sfeer van het nummer weet te boeien. Toch verslapt onze aandacht langzaamaan. Midnight peelers en Don’t mean a thing bevatten weliswaar de beste ideeën maar duren te lang om onze aandacht vast te houden. Het slepende We lost vermag ondanks een duur van niet veel langer dan 2 minuten te weinig variatie te brengen in een plaat die een beetje wegdeemstert.
Zo overtuigd als Flying Lotus van Lapalux’ kunnen zijn we dus allerminst. Wél horen we een getalenteerde jongeman die knappe composities weet op te bouwen, maar sfeer nog iets te veel laat primeren op songs. Hopelijk slaat de vonk alsnog in de pan, het zou zonde zijn van zoveel potentieel.

Je kan deze recensie ook hier lezen op Indiestyle.
Beluister hieronder het volledige album:

17 april 2015

Bonnie 'Prince' Billy en Broeder Dieleman



Temidden de elk jaar groter wordende berg speciale releases ter gelegenheid van Record Store Day (RSD) valt de split 7″ van Bonnie ‘Prince’ Billy en Broeder Dieleman onder meer op door het opzet: beide artiesten coveren één song van de ander in een vertaalde versie. Zo wordt een kleinood geboren dat de aanschaf meer dan waard is.
De kiem voor deze release werd vorig jaar gelegd toen ze samen een tournee door Nederland met acht onversterkte shows speelden, onder meer in kerken. Indien geen vriendschap dan is toch minstens wederzijdse muzikale bewondering ontstaan tussen Will Oldham, de folkduizendpoot die onder een heleboel namen talloze platen uitbracht, en Tonnie Dieleman, die in het Zeeuws hetzelfde genre een grote dosis religiositeit inspuit. Oldham vertaalde de titelsong van het tweede album van Broeder Dieleman (Gloria) en de Nederlander zingt Three questions in het Zeeuws.
Wij legden de originele versies naast de covers. Gloria klonk al heel sterk als iets wat van Oldham had kunnen zijn, dus zo vreemd is het niet om Bonnie ‘Prince’ Billy deze song nu te horen brengen. Het grootste verschil ligt dan ook in de stemmen, die in niks op elkaar lijken. De als doorrookte vaten klinkende vocalen van Oldham verlenen het nummer op die manier een geheel andere klankkleur en als bovendien de arrangementen soberder blijken, resulteert dat in een coverversie die bestaansrecht ontleent buiten het origineel om. Three questions stond origineel op Master and everyone en krijgt nu dus een vertaling in een Nederlands dialect dat voor de originele artiest onverstaanbaar moet zijn, gezien wij al moeite moeten doen om te begrijpen wat Dieleman zingt. Hier is het de toevoeging van de piano die de meerwaarde oplevert. Al geldt natuurlijk ook voor dit lied dat de andere vocale inkleuring de song laat kantelen tot iets nieuws.

Je kan deze recensie ook hier lezen op Indiestyle.

16 april 2015

Father John Misty


I love you, honeybear is het nieuwe album van Father John Misty, het alter ego van J Tillman, ooit lid van Fleet Foxes. Opvallend is alvast hoe zeemzoet de songs soms lijken. Hoewel je de echo's van Fleet Foxes kan horen, is ook Neil Diamond niet veraf. Tekstueel echter blijft het hele album de dubbelzinnige houding hanteren dat het onduidelijk is of de geliefde nu wel doodgeknuffeld dan wel doodgeknuppeld zal worden. De ironie van Tillman levert pareltjes op maar ook muzikaal is het genieten. Orchestrale barok bovenop beatlesiaanse melodieën, je moet het maar durven. 
Toch is het voor de luisteraar bij momenten ook een twijfelplaat: is dit niet té? Is de grens tussen kunst en kitsch niet overschreden? Zelf vind ik dat hij nipt aan de juiste kant van die klif blijft, maar het heeft niet veel gescheeld.

Beluister het volledige album hieronder:

15 april 2015

Lied van de week: week 16 - 2015

De jaren van verstand - Jonas Winterland


 
Muzikaal is het echt wel wennen, die nieuwe single van Jonas Winterland. In 2013 viel ik voor zijn debuutalbum Mensen zijn gemaakt van dun papier, maar deze single uit het in januari (in relatieve stilte) verschenen vervolg Zwaartekracht en andere verzinsels laat ons kennismaken met een moderner, rockender geluid, een eindje wegwandelend van de kleinkunst. Tekstueel echter blijft Winterland op vertrouwd terrein.

Je kan het album hier kopen.

Lyrics:

U zal het altijd zien
Het allerlaatste glas
Blijkt het voorlaatste te zijn
Met een zatte kop
Om vier uur 's nachts in Brussel-Zuid
Wachtend op de eerste trein


Op de school van ons leven
Val ik door de mand
Het is wachten op
De jaren van verstand


Ik kom onder de mensen
'k Vertoon dan op verzoek
Sociaal menselijk gedrag
Er liggen honderd maskers
In de kelder van mijn huis
Daar uit kies ik elke dag


Op de school van het leven
Val ik door de mand
Het is wachten op
De jaren van verstand

Op de school van het leven
Val ik door de mand
Ongeduldig
Naar de jaren van verstand


De vader van mijn moeder
Zat al lang onder de grond
Toen ik wist wat ik nog zeggen wou
Wijsheid met vertraging
Even zinloos als de man
Die in de winter graag betoogt tegen de kou


Maar op de school van het leven
Val ik door de mand
Het is wachten op
De jaren van verstand

Op de school van het leven
Val ik door de mand
Ongeduldig naar de jaren
Honger naar de jaren
Snakkend naar de jaren
Van verstand

14 april 2015

Mijn Bob Dylanjaar (14): Planet waves


En hoewel ik er dus niet in geslaagd ben mijn voornemen vorig jaar waar te maken, doe ik wel gewoon verder zo lang het nodig is om alle albums van Bob Dylan te bespreken...
Op Planet waves musiceert Dylan samen met The Band, net als eerder op Blonde on blonde en Self portrait. De bijdrage van deze rasmuzikanten is meteen heel goed hoorbaar in het uptempo On a night like this. De toetsen die de accordeon eraan geeft, verlenen het nummer een New Orleans-feel. Maar ook wanneer het tempo omlaag gaat in Going going gone dompelt The Band ons onder in het van hen vertrouwde geluid. Hun bijdrage is muzikaal niet te onderschatten op dit album.
Het in tweeën gebroken Forever young is wellicht dé song van deze plaat. Het vat heel goed samen waar Planet waves voor staat en laat ons een Dylan horen zoals we die verkiezen. Zijn stem klinkt hier niet al te nasaal, doorleefd zingt hij zijn tekst en het bedje dat The Band spreidt ligt erg comfortabel. 
De balans tussen de liedjes zit erg goed en hoewel ik nooit eerder van deze plaat had gehoord, ben ik er erg over te spreken. Afsluiter Wedding song maakt zijn naam alvast waar want wie zou niet met deze prachtige woorden van Bob Dylan zijn liefde willen belijden.

13 april 2015

Cactus concert: Paul Weller (voorprogramma: The Vals)


Binnenkort brengt Paul Weller alweer een nieuw album uit. Saturns pattern is al zijn twaalfde soloplaat als we goed geteld hebben en dan had hij ons met The Jam en The Style Council ook al ettelijke malen verwend. Zijn passage zondagavond in de Brugse Magdalenazaal was dan ook uitverkocht en we zagen een publiek met een gemiddelde leeftijd die je eerder zou verwachten op een klasreünie van een afstudeerjaar uit de jaren 80.


Dat decennium stond ook in koeien van letters geschreven op alle muziek die voorprogramma The Vals bracht. Nu eens lonkten hun ongecompliceerde popsongs schaamteloos richting Crowded House, dan weer vergleden ze eerder naar Wet Wet Wet. Die laatste referentie werd overigens ook al door de stem van de zanger heel nadrukkelijk opgeroepen. Ideaal groepje is dit om zo’n klasreünie muzikaal te omlijsten, en als opwarmer ook uitermate geschikt, doch een grootse carrière verwachten we nu ook weer niet voor dit Britse vijftal.


Paul Weller mag uiteraard wel meer dan tevreden terugblikken op het parcours dat hij al gereden heeft. Op de dag dat Parijs-Roubaix verreden werd, permitteren we ons even een wielervergelijking om Weller neer te zetten als de Raymond Poulidor: nooit de allerbeste, maar zelfs op zijn veertigste nog goed voor een podiumplaats in de Tour de France. Zesenvijftig is de modfather intussen al, maar op de grijze haren en getaande huid na viel daar niet zoveel van te merken. Met een gezinspak energie en omringd door even enthousiaste muzikanten vloog de man door een strakke set met een pak nieuwe nummers en jammer genoeg geen klassiekers van zijn vorige bands. Al goed dat hij You do something to me en The changingman, die de meeste herkenningsgeluiden opwekten bij de toehoorders, wel speelde.
In de reguliere set kregen we maar liefst achttien songs op iets meer dan een uurtje tijd. Enkel Porcelain gods werd langer uitgesponnen. Die bondigheid hield het tempo heel hoog en hoewel tussen de altijd hoge kwaliteit van de songs weinig échte uitschieters zitten, werd het daarmee een aangenaam concert. Jammer genoeg gingen Weller en zijn muzikanten in de twee bisrondes wel uitgebreider tonen wat ze allemaal wel in hun mars hebben met solo’s voor de gitaristen en de drummer. De kijk-eens-zonder-handen-trucjes bleken jammer genoeg een minpunt, al maakte de band dat weer goed in afsluiter van de avond The changingman, misschien wel de beste single die Paul Weller ooit uitbracht.


Setlist:
  1. I'm where I should be
  2. When your garden's overgrown
  3. White sky
  4. Come on/Let's go
  5. Kosmos
  6. From the floorboards up
  7. Into tomorrow
  8. Saturns pattern
  9. Above the clouds
  10. Long time
  11. The attic
  12. Friday street
  13. Porcelain gods
  14. You do something to me
  15. Empty ring
  16. Peacock suit
  17. 7 & 3 is the striker's name
  18. Whirpool's end
    ---------------------------------
  19. These city streets
  20. Foot of the mountain
    ---------------------------------
  21. Picking up sticks
  22. The changingman

Je kan dit concertverslag ook hier lezen op Indiestyle.
Klik op oranje tekst om de links te volgen en blauwe links voor de mp3's.