30 oktober 2014

Broeder Dieleman



Twee jaar na zijn debuutalbum Alles is ijdelheid verblijdt Broeder Dieleman ons opnieuw met een langspeler. Gloria werd uitgebracht bij Snowstar Records, waar ook I Am Oak huist. Vorig jaar was er ook al een EP (Klein zieltje) maar de tweede volledige plaat kondigde zich toch aan als rijker en gevarieerder, zo leerden mij de sociale media.
Deze Zeeuw volg ik al sinds ik hem met Soort Van Sven als The Bill Callahans zag in een huiskamer in Middelburg en het is me intussen erg duidelijk dat hij niet alleen veel aandacht heeft voor het lokale dialect en de lokale geschiedenis en folklore, maar ook dat godsdienst een erg belangrijke en bepalende rol speelde in zijn leven. Doorheen alles wat ik van hem lees, bespeur ik een dubbele, getroubleerde houding ten aanzien van religie en ten aanzien van God en dat vertaalt zich ook in de muziek en vooral in de teksten. Religieuze thema's vormen vaak een belangrijk inspiratie en de fascinatie is vermengd met angst en zelfs wat afkeer.
De albumtitel en titelsong alleen al bevestigen die thematiek nadrukkelijk. Ook songs als Leger van de Heer en In excelsis Deo laten er geen twijfel over bestaan. God waart door de liedjes en wordt daar gelukkig afgewisseld door enkele van zijn mooiste schepselen: Aalscholvers en Kauwtje. Onze favoriet op deze plaat is echter Adriana dat heerlijk dreigend tot onweer verwordt en dat eerder dit jaar al eens "lied van de week" werd. Het verhaal bij de clip kan je daar ook lezen. Het is een lied met de zuigkracht van modderige akkers, met de donkerte van bijeenpakkende wolken zwanger van stortbuien en een tekst waaruit wanhoop gutst. Mark Lanegan in het Nederlands, zo lijkt het wel (en dan denken we aan een parel als Bleeding muddy water).
Vogels, ze komen niet alleen in de al twee eerder genoemde songs met vogelnamen als titel aan bod, maar laten zich ook horen tussen en over de piano in In excelsis Deo. Als afsluiter is het een prachtig punt na de hele mooie en met bijzinnen gelardeerde zin die deze plaat uiteindelijk is.

Beluister hieronder het volledige album:


29 oktober 2014

Aphex Twin


De vormgeving van het nieuwe album Syro (ik heb een digipackuitvoering) van Aphex Twin is bijzonder te noemen. Geen fancy hoesfoto's of illustraties, maar een soort langgerekt kasticket van allerlei kosten die gemaakt werden bij het maken en promoten van de nieuwe plaat. Je moet de verpakking ook eerst helemaal openvouwen en bovendien spant het nogal om de cd eruit te krijgen (nu toch nog). Een blik op de tracklist verraadt dat je inspanning moet doen, maar dat is natuurlijk altijd zo bij wat Richard D. James (de man achter het project) uitbrengt. De titels zijn alvast geen makkelijk in de mond te nemen woorden of zinnen. Gelukkig hebben we voor Aphex Twin sowieso andere verwachtingen dan voor eender welke andere artiest.
En dan hebben we het hier nog niet over de muziek gehad. Wat Aphex Twin maakt, valt eigenlijk altijd moeilijk te categoriseren. Ja, het is electronische muziek en in de winkel vind je het doorgaans onder "dance" (al heb ik geen flauw idee hoe je hierop moet dansen). De man is een meester in het bij elkaar knutselen van geluidjes tot je songs krijgt die melodieën laten overwoekeren door weerhaakjes, die een klassieke songstructuur voortdurend saboteren met blieps die de luisteraar een oncomfortabel gevoel geven. Het vraagt dan ook een wat geoefend oor om doorheen die "ruis" heen te horen welke prachtige muziek hij maakt. En om te horen hoe warm deze op het eerste gehoor nochtans wat kille muziek kan zijn: Produk 29 is een prachtig voorbeeld van hoe je met wat inspanning warmte kan horen om je in te koesteren.
Als ik toch een vergelijking moet maken, dan zou het met pioniers Kraftwerk zijn. Ook de Duitsers slagen erin tegelijk afstandelijkheid én menselijke warmte op te roepen. En al maken zij het een pak minder lastig om toegang te krijgen tot hun muziek, de manier waarop ze met electronica omgaan, verschilt niet zo heel veel van die van Aphex Twin. Richard D. James is radicaler, dat zeker en vast. Maar sommige geluiden en melodische thema's zoals in 4 Bit 9d Api+e+6 zou je zonder probleem op Kraftwerkplaten kunnen verwachten.
Bij momenten wordt het ook donkerder en verschijnen house en Japanse techno om de hoek: ondanks mijn beperkte kennis van die genres moet ik onwillekeurig aan Chicago house én Ken Ishii denken bij 180db_ dat mooi in de buurt blijft van de lengte van een single. Hier zou ik nog wel weten op te dansen eigenlijk... En vraag je je af wat het Aphex Twin-equivalent is van een uptempo stadionsong dan moet je zeker eens luisteren naar CIRCLONT6A (Syrobonkus mix). Exact zes minuten duurt de pret en de vleugjes drum 'n bass die de goede verstaander kan ontwaren, krijg je er voor niks bovenop.
Bijzonder is toch wel dat het album afsluit met een liedje dat van Nils Frahm had kunnen zijn. Aisatsana drijft op een minimalistische piano en biedt na bijna een uur een écht, intens rustpunt.


Beluister hieronder het volledige album:

28 oktober 2014

Follia!


Met zeven muzikanten (en een hoop gastmuzikanten, waarvan Bart Maris wellicht het bekendst is) maakt Follia! op hun derde, titelloze album folk dat mooi buiten de lijntjes kleurt. Dat hoeft niet te verwonderen als je weet dat sommige muzikanten hun roots in de jazz hebben en Gabor Vörös met Humble Grumble al bewijst dat hij Frank Zappa tot zijn absolute helden rekent.
Beginnen doen we met een lieflijk gezongen (H)Eden. Het erg zomerse Nunca olvidaré doet ons terugdenken aan de zalige hoogdagen van Mano Negra terwijl Dabba dabba eerder thuishoort op de solo-albums van Manu Chao. In het laatstgenoemde sluipt ook een erg kinderliedjes aandoend refrein. De handclaps lenen zich uitstekend voor een feestje rond het kampvuur. Drakendoder daarentegen is een wat traditioneler popfolkliedje zoals we dat van Kadril kennen. L'air du cool, in het Frans en met rap, schurkt aan tegen Manau. De ballade Marieke neemt wat langer de tijd en klinkt een pak ingetogener en verdrietiger. Het verhaal dat verteld wordt, over hoe de Duivel Marieke in zijn macht probeert te krijgen en hoe de Maagd Maria om hulp wordt aanroepen, is een middeleeuwse vertelling over "een jonge deerne zo schoon" in een nieuwerwetser muzikaal jasje.
Middeleeuwse toetsen zitten ook in Cavete waarbij ik spontaan aan Dead Can Dance's album Aion moet denken. Titu klinkt feestelijker, bevat oosterse invloeden en verenigt muziek uit allerlei oude en nieuwere tradities. Meerdere beluisteringen later stip ik het aan als één van mijn favorieten.
In Bye bye Billie (the kid) zucht, gezien de referentie naar Billy The Kid niet onverwacht, een country-invloed mee zonder de song over te nemen. Op die manier vormt het een symbiose tussen Vlaamse en Amerikaanse folk. Persoonlijk vind ik J'envahi la mer wat minder: niet slecht, maar toch niet van het niveau van de rest van dit album. Gelukkig wordt het onmiddellijk gevolgd door Repashuta, waarin rockende gitaren aanvankelijk vooral Sidi h'bibi van Mano Negra lijken te evoceren, tot de andere instrumenten invallen en de diepe blazersgeluiden een mooi contrastrijk nummer opleveren. En het eveneens erg feestelijke en vrolijke Miss K. says no (onvermijdelijk moet ik aan "Computer says no" denken) is de ideale afsluiter. Het klinkt erg retro, jaren 70. Het hoofdthema had een riedeltje van een tv-programma van toen ik klein was, kunnen zijn.
Ik ben mijn collega erg dankbaar met dit album dat ik van hem geschenk kreeg. Follia! kende ik immers niet en het is een ware aanwinst in mijn nochtans al grote muziekcollectie gebleken.

The Twilight Sad


Vier ep’s, vier cd’s, een verzamelalbum en een remixplaat in acht jaar tijd: dat is na het verschijnen van Nobody want to be here and nobody wants to leave de balans voor The Twilight Sad. Voorlopig leverde hen dat nog niet de grote doorbraak op en wij waren benieuwd of de nieuwe worp daar wel in zou slagen.
Dat dit trio uit Schotland komt, kan zanger James Graham absoluut niet verhullen. Zijn opvallend accent verleent de shoegaze van de band een opmerkelijk kenmerk waarmee ze zich onderscheiden van muzikale geestesverwanten. Bovendien klinken ze toegankelijker door zich niet te verliezen in apotheoses van noise. Voorbeeld It never was the same is een gitaarpopsong die het op menig muziekstation niet slecht zou doen. En hoewel Kilsyth, vanwaar de groep afkomstig is, toch een half uurtje rijden van Glasgow is, horen we in Pills I swallow grootsteedse neerslachtigheid en donkere regenpoelen in achterbuurtsteegjes. Het rustige Leave the house twijfelt dankzij de synthesizertoetsen tussen een kerstballade en een sombere mijmering.
Daar ligt dus het probleem niet als we nu geen grote stap voorwaarts voorspellen voor The Twilight Sad. Het ontbreekt hen niet aan goeie songs, wel aan voldoende afwisseling om ons drie kwartier lang te boeien. Daar verandert ook een zoals steeds met zorg vormgegeven hoes weinig aan. Vrijwel hun hele oeuvre lang al voel je dat er misschien wel iets in zit, maar beloftevol verwordt stilaan tot eeuwige belofte en dat is een predicaat dat je als muzikant het liefst achter je zou laten.

Je kan deze recensie ook hier lezen op Indiestyle.
Beluister hieronder het volledige album:

26 oktober 2014

Mijn Bob Dylanjaar (12): Pat Garrett & Billy the Kid


Deze soundtrack is een wat atypischer plaat van Bob Dylan, omdat er afgewisseld wordt tussen instrumentale nummers en gezongen liedjes. Het bekendste is wellicht Knockin' on heaven's door, dat door vele artiesten gecoverd werd.
Al van bij opener Main title theme (Billy) hoor je een mooie samenwerking met Booker T. Het nummer is erg rustig, met mooie zachte, diepe tonen die het geheel meer reliëf geven. Pas in Billy 1 komen de mondharmonica en vooral de stem van Dylan op de proppen. Het is een prachtige song, die erg dicht aanleunt bij de opener van deze soundtrack. 
Eén van mijn favorieten is het bluegrassnummer Turkey chase (het had zo in The broken circle breakdown gekund). En uiteraard is er ook Knockin' on heaven's door dat in deze originele versie zulk een emotionele lading meekrijgt dat de tranen spontaan achter mijn ogen opwellen. Het ritme en de opbouw zitten precies goed om niet te zeemzoeterig te worden, geen effecten na te jagen maar toch effect te hébben.
Wellicht omdat het een soundtrack betreft, is dit niet meteen het beste werk van Bob Dylan en is het een plaat die ik niet zo heel gauw opnieuw zal opleggen, als ik moet kiezen uit zijn hele oeuvre. Toch verdient ook deze plaat om heel af en toe eens in het zonnetje geplaatst te worden.

24 oktober 2014

Lied van de week: week 43 - 2014

Snap out of it - Arctic Monkeys


 
De eerste keren dat ik deze single hoorde, had ik niet eens door dat het om Arctic Monkeys ging. Intussen weet ik wel beter... En vrijwel elke dag sluipt dit liedje wel in mijn hoofd. Dat valt niet meer te negeren, toch?

Je kan het album AM waarop dit liedje te vinden is, nog steeds hier kopen.

Lyrics:

What's been happening in your world?
What have you been up to?
I heard that you fell in love
Or near enough
I gotta tell you the truth…


I wanna grab both your shoulders and shake baby
Snap out of it (Snap out of it)
I get the feeling I left it too late, but baby
Snap out of it (Snap out of it)
If that watch don't continue to swing or the fat lady fancies having a sing
I'll be here waiting ever so patiently for you to
Snap out of it


Forever isn't for everyone
Is forever for you?
It sounds like settling down or giving up
But it don't sound much like you girl


I wanna grab both your shoulders and shake baby
Snap out of it (Snap out of it)
I get the feeling I left it too late, but baby
Snap out of it (Snap out of it)
If that watch don't continue to swing or the fat lady fancies having a sing
I'll be here waiting ever so patiently for you to
Snap out of it


Under a spell you're hypnotized
Darling how could you be so blind?
(Snap out of it)
Under a spell you're hypnotized
Darling how could you be so blind?


I wanna grab both your shoulders and shake baby
Snap out of it (Snap out of it)
I get the feeling I left it too late, but baby
Snap out of it (Snap out of it)
If that watch don't continue to swing or the fat lady fancies having a sing
I'll be here waiting ever so patiently for you to
Snap out of it

19 oktober 2014

De Onderwaterzetting

Honderd jaar zijn gepasseerd sinds de Eerste Wereldoorlog uitbrak. Het zal niemand ontgaan zijn dat dit overal en niet in het minst in West-Vlaanderen herdacht wordt op alle mogelijke manieren. Muziekclub 4AD uit Diksmuide draagt ook zijn steentje bij en organiseerde zo mee een klein festivalletje met vier optredens in Nieuwpoort om de onderwaterzetting van de IJzervlakte eind oktober 1914 te vieren. Daarmee werd immers de Duitse opmars gestuit en zo zou de IJzerfrontlinie vier jaar lang het toneel blijven van een oorlog die ook nu nog tot de verbeelding spreekt. Amatorski, Marockin’ Brass, Het Zesde Metaal en Ozark Henry maakten hun opwachting in een grote concerttent op de zeedijk.


Amatorski tourde al uitgebreid na de release van From clay to figures eerder dit jaar (ik zag hen al in Brugge) en het drietal is goed op elkaar ingespeeld. Het leverde een set op, meestal gevangen in blauwachtig licht, die enorm veel consistentie vertoont. Terwijl een rookgordijn langzaam van het podium de tent inrolt, weten Inne Eysermans en haar kompanen met vooral songs uit die laatste plaat het publiek dat langzaam binnenstroomt te bekoren. Opvallend is hoe ook grote hit Come home, gezien de thematiek van de brieven vanaf het front erg toepasselijk, een heel ander muzikaal kleedje aangemeten krijgt waardoor het zonder problemen mee opgaat in de sfeer die de post-rock van de Gentenaars intussen herkenbaar maakt. Vanaf opener U-turn tot de laatste noten een uur later worden we ondergedompeld in een parallelle wereld.


Maar liefst vijftien muzikanten telt Marockin’ Brass en die hebben hun roots verspreid over een groot deel van de wereld. Vlaamse, van oorsprong Marokkaanse, zwarte muzikanten: samen maken ze een smeltkroes van muzikale horizonten die bovendien gedoopt wordt in een grote kom jazz. Van wal wordt gestoken met een erg opzwepend en feestelijk nummer en de drie achtergronddansers/muzikanten worden naar voren gestuurd om er hun prachtige gewaden, compleet met een hoedje met rondzwaaiende kwast, te laten bewonderen terwijl ze Noord-Afrikaanse feestgezangen ten beste geven. Het drietal wordt meermaals op het voorplan gezet. Speciaal voor dit evenement werd Gone west gecomponeerd, dat uit heel verschillende delen bestaat en behoorlijk ingetogen begint. De vele blazers wisselen elkaar af in het opeisen van de hoofdrol en de ritmes rollen over elkaar. De chaos lijkt groot tot alles weer op zijn plaats valt. Uiteindelijk bleek deze groep een aangename verrassing.



Hoewel Het Zesde Metaal (dat ik onlangs voor het eerst zag op Leffingeleuren) net een nieuwe plaat uitheeft (Nie voe kinders) kozen ze voor een aangepaste set met nummers die heel vaak gelinkt waren aan oorlog. Niets doen is geen optie werd zelfs aangekondigd als een vrolijk liedje over de oorlog. Een vertaling in het dialect van West-Vlaanderen van Jaurès van Jacques Brel werd gevolgd door een onafgewerkte pianosonate van de Brits-Australische componist Frederick Septimus Kelly die de band dan maar zelf afgewerkt had (en aangevuld met gitaar, bas en drums). Kelly had die immers zelf niet meer kunnen voltooien omdat hij sneuvelde aan de Somne in 1916. Tussenin zaten wel mooie liedjes als Nie voe kinders, Ier bie oes en Genezen. Hun grootste successong, Ploegsteert, de ode aan wielrenner Frank Vandenbroucke, paste dan weer niet in dit kader en lieten ze dus achterwege.




De grote publiekstrekker was Ozark Henry. Met een kakelvers live-album onder de arm besteeg hij samen met een drummer en een jonge toetseniste-zangeres het podium in de tent. Het hele concert werd een strakke, wat minimalistische setting aangehouden, met zwart, het rood van de drums en wit licht, nu eens fel, dan weer zachter. Het zag er allemaal gestileerd uit en ook het wisselen aan de keyboards en het slaan op de floortoms door Piet Goddaer en de zangeres zag er strak uit. De visuele kracht van het geheel kon echter niet helemaal verhullen dat de Kortrijkzaan zowel muzikaal als in zang toch beperkt is, waardoor er na een tijdje wat onderlinge inwisselbaarheid van de nummers optreedt. Zo hoor je dat sommige voorgesprogrammeerde samples en loops doorheen zijn werk terugkomen. Het loopje uit zijn vroegste single Dogs and dogmen, een song die niet in de set zat, herkenden we in een nieuwer liedje en ook de opbouw en de manier waarop de extra percussie ingebed werd, bleken elementen die als argumenten kunnen dienen voor wie beweert dat hij zichzelf toch wat herhaalt. Het merendeel van het publiek echter wist dit bijzonder te smaken en na een bisronde kreeg het trio een staande ovatie.

Je kan dit concertverslag ook hier lezen op Indiestyle.

16 oktober 2014

Lied van de week: week 42 - 2014

Wear out - Hydrogen Sea


 
Het heeft een tijdje geduurd, maar intussen ben ik dus helemaal gevallen voor deze single van Hydrogen Sea, één van de bands op het geweldige Unday-platenlabel.

Je kan hun EP Court the dark hier kopen.

Lyrics:

My heart, beating, wondering, what if
This fever, outglows, the sunlight, is that it?


Each night, back again, in solitude, the day ends
Shimmering, gleaming, my head spins, endlessly


Sweat it out, sweetly, torment, my body
Hold it out, my drumming heart, in this gaping wound, so softly


Out there in the fading night air
Inside every dying light


My whole, being, withering, dreaming
What if, we’re out of, the stardust, that made us?


Sweat it out, sweetly, torment, my body
Hold it out, my drumming heart, in this gaping wound, so softly


Out there in the fading night air
Inside every dying light


Out there in the fading night air
We'll all wear out

11 oktober 2014

Hyperdub 10.3


Als het op dubstep aankomt blijft Hyperdub tot de absolute toplabels behoren en een verzamelaar van deze platenmaatschappij verwelkomen we hier dan ook op gepaste wijze, met een dansje en een verwachtingsvolle blik. Wie het genre beperkt kent en enkel de radiohits beluistert waarin gebruik gemaakt worden van de typische kenmerken ervan, zal verrast worden.
Immers, de achteloos uitgestrooide pareltjes die onder meer Burial, Kode9 & The Spaceape en The Bug op deze compilatie hebben staan, verkennen de grenzen van het genre dermate dat je je bij momenten afvraagt of dubstep nog wel het juiste etiketje blijft. Gelukkig zijn er ook liedjes als City of God van Walton die het onmiskenbare stempel dragen. Avontuurlijker wordt het echter met Ikonika (Completion V.3) en Phloston Paradigm (Liloo’s seduction). Bij die laatste loert de geest van Aphex Twin om de hoek. In Trying komt Cooly G in de buurt van de laidback drum ‘n bass van 4Hero. De saxofoon in Urban van Dean Blunt mengt film noir doorheen de song en Fatima Al Qadiri maakt iets wonderschoons (Shanxi) dat we met de beste wil niet in een vakje kunnen en willen stoppen. DVA bliept vrolijk los in Reach the devil en bijna acht minuten lang houden Jeremy Greenspan & Borys ons in de ban met een electronische drone die Sunn O))) ook had kunnen maken als iemand hun gitaren had vervangen door laptops. Burial opent deze bloemlezing met het verrassende In McDonalds om halfweg terug te verschijnen met Night bus, dat vertrouwder klinkt.
Net als drum ‘n bass dreigt dubstep voor velen vereenzelvigd te worden met enkele karakteristieken die gretig opnieuw gebruikt worden in een soort formule. Dan is het een zegen voor het genre dat een label als Hyperdub met dit selecte kransje van 23 songs de diversiteit van haar artiesten kenbaar maakt. Er zit nog heel wat leven in, zo blijkt. Voorwaar een goede zaak.

Je kan deze recensie ook hier lezen op Indiestyle.
Beluister hieronder het album:

10 oktober 2014

Foxes In Fiction


Warren Hildebrand, een Canadese singer-songwriter die zich niet traditioneel bedient van gitaar en stem, maakt al audio-collages sinds zijn 15e en noemt zijn project Foxes In Fiction. Vier jaar na debuutalbum Swung from the branches laat hij opvolger Ontario gothic op de wereld los.
Zijn muziek krijgt verscheidene labels mee: ambient, dream pop, shoegaze, experimental en noise. Dat laatste horen wij minder op dit al bij al lieflijk album. Zalig wegdromen is het wanneer hij in Into the fields een eenvoudig symthesizerdeuntje laat terugkeren tot we boven de wolken zijn uitgestegen. Ook Glow (v079) bulkt van het sfeerscheppen en laat onze gedachten de vrije loop. De inname van paddo’s is overbodig met nummers als Shadow's song. Dat de Canadees meerdere registers ter beschikking heeft, bewijst hij in het speelse en aan Curve herinnerende Ontario gothic of in het korte, soundscape-achtige Amanda. Singer-songwritercapaciteiten komen het best tot uiting in de aanvang van afsluiter Altars, dat vanwege de diversiteit onze favoriet is op deze plaat. Als staalkaart van het kunnen van Warren Hildebrand kan dit tellen en wij zouden het de komende maanden maar al te graag zien opduiken in allerlei hippe lijstjes en playlists.
Foxes In Fiction dreigt een goed bewaard geheim te blijven zolang dit niet opgepikt wordt door radiostations of distributeurs die een ruimer bereik hebben. Jammer vinden wij dat want eigenlijk verdient deze man beter. Concertpromotoren die erin slagen hem over de oceaan naar onze contreien te lokken, kunnen rekenen op onze eeuwige dankbaarheid.

Je kan deze recensie ook hier lezen op Indiestyle.
Beluister hieronder het volledige album:

09 oktober 2014

Lied van de week: week 41 - 2014

Moving on - James


Ik heb hele goede herinneringen aan Sit down van James, een erg mooie single uit 1991 (origineel overigens al eens uitgebracht in 1989). De band is sindsdien platen blijven maken, meestal zonder dat we daar hier veel over hoorden. Dit jaar nog brachten ze La petite mort uit en deze single daaruit bevalt me wel. Bovendien vind ik het een prachtige clip.

Je kan het album La petite mort hier kopen.

Lyrics:

Please don't get me started
Looking backwards to move on.
Strong yet open-hearted,
Accept leaving when leaving's come.


God didn't see it coming,
Never said I love you, hope you knew.
Now my bags are packed and my sails are tacked
And my course is marked by stars,


[2x]
I'm on my way,
Soon be moving on my way,
Leave a little light on,
Leave a little light on,


Time always unwinding,
All these dead lines in my mind.
Seeds and dreams we planted
Took for granted, didn't prove.


Walking down this road
When my pulse beats slow,
Hope to have you close at hand.
When this cycle ends,
Will it start again?
Will we recognize old friends?


I'm on my way,
Soon be moving on my way,
Leave a little light on,
Leave a little light on.


I'm on my way,
On my way, on my way, on my way,
Leave a light on,
Leave a little light on.


I'm on my way,
Soon be moving on my way,
Leave a little light on,
Leave a little light on.


I'm on my way,
On my way, on my way, on my way.
Leave a light on,
Leave a little light on,
Leave a little light on.

08 oktober 2014

Gelezen (65)

Driestuiversroman - Bertolt Brecht


Een taai begin, zo vond ik, en moeilijk om er vlot door te geraken, maar dan wordt het wel de moeite waard, want Bertolt Brecht schreef een boek dat trouwens tegenwoordig weer heel actueel leest. Intriges in een wereld waarin een neoliberale ideologie al volop de geesten overneemt maken van dit boek over enkele zakenlieden en hun professionele en persoonlijke wedervaren een al bij al spannend boek. Geen van de personages is volledig slecht en niemand is zonder zonde, dat levert échte personages op. En intussen worden de arbeiders en de minsten in de samenleving vertrapt, als "collateral damage" toen dat woord nog niet bestond.

De wildernis in - Jon Krakauer


Chris McCandless, een 24-jarige avonturier die dood teruggevonden wordt in Alaska, intrigeerde Jon Krakauer in die mate dat hij het avontuur van de jongeman reconstrueerde. Hoewel hij daarbij zijn onderwerp misschien wat teveel romantiseert en wel heel erg benadrukt hoe verschillend hij was van andere avonturiers die door eigen fouten om het leven kwamen in barre omstandigheden, blijft het een lezenswaardig boek. En ik ben benieuwd om (eindelijk) de verfilming (Into the wild), met overigens een bijzonder mooie soundtrack door Pearl Jam-zanger Eddie Vedder, eens te zien.


Carrie - Stephen King


Lang geleden zag ik fragmenten uit de verfilming van dit klassiek horrorverhaal van Stephen King, over een meisje met telekinetische gaven dat het slachtoffer is van jarenlange pesterijen en wanneer de emmer (bloed, letterlijk,) overloopt wraak neemt. Er zit heel veel vaart in het verhaal en eigenlijk was ik met niet al te hoge verwachtingen begonnen hieraan, maar die werden wel overtroffen. En -dat wist ik wel al- Stephen King kàn echt wel goed schrijven.

05 oktober 2014

Lied van de week: week 40 - 2014

Sad lover - Mark Lanegan Band



Eind oktober brengt de Mark Lanegan Band een nieuw album uit, Phantom radio. De eerste single was een beetje wennen, ik vind hem lichtvoetiger klinken dan wat ik de laatste jaren gewoon was van deze man, maar de song valt heel goed te pruimen.

Je kan het album hier alvast bestellen.

Lyrics:

I watch as my sad lover dreams
Out a wave, a hurdling hurricane disaster
We're born and the ghost follows after
I watch as my sad lover dreams

I hate when that red sun goes down
And birds are only shadows on the pavement
And they're breaking up my heart, I can't evade it
I hate when that red sun goes down

Alright

I hate when the red sun goes down
And birds are only shadows on the pavement
And they're breaking up my heart, I can't evade it
I hate when that red sun goes down

I pray for my sad lover's dream
Out swimming Novocain and laughter
And tear's the only gift I love thereafter
I pray for my sad lover's dream

I pray for my sad lover's dream
Come one

30 september 2014

Aankondiging: debuut-EP van Sue Me Charlie


Op 10 oktober brengt Sue Me Charlie (ooit nog te gast voor een Ongeletterd Concert) de debuut-EP Flaws uit, met 4 songs. Welke dat zijn, is momenteel nog een goed bewaard geheim, maar we gokken alvast op onderstaand lied, dat net een clip kreeg:



But the blinds are down - Sue Me Charlie

Die avond spelen ze trouwens een releaseconcert in Bar Lucy in Antwerpen om 20u.

29 september 2014

Trix concert: Strand Of Oaks (voorprogramma: Geppetto And The Whales)


Timothy Showalter, de man achter Strand Of Oaks, was oprecht blij en dankbaar met het publiek in een uitverkochte Trix in Antwerpen. Na vele jaren ploeteren vindt hij het ongelooflijk dat hij, een simpele jongen uit Philadelphia, Indiana, de oceaan mag oversteken en dat zoveel mensen op een zondagavond willen betalen om te luisteren naar zijn songs.


Opener van dienst waren Geppetto And The Whales. Vorige week zagen we hen nog op Leffingeleuren en het dient gezegd dat de schwung die we toen wat misten in hun set, er dit keer wel inzat. Het zestal zette sterke versies neer van onder meer Cocklane ghosts, 1814, Jonathan en afsluiter Duquesne's horse. Ondanks wat technische probleempjes, onder andere met de gitaarriem, hoorden we een band die er staat als een huis en dat leverde als hoogtepunt een subliem Heads op.


Setlist:
  1. For the black hand at dawn
  2. Cocklane ghosts
  3. Indian child
  4. Heads
  5. 1814
  6. Esther, you
  7. Animals
  8. Maxburg
  9. Jonathan
  10. Duquesne's horse

Showalter praatte tussen de liedjes door, dankte de omstanders herhaaldelijk, kondigde de meeste nummers aan en speelde bovendien een sterke set waarin enkele hoogtepunten uit de meest recente plaat van Strand Of Oaks al vroeg gespeeld werden. Heal en Goshen '97 misten zo vroeg in het concert een beetje de kracht die ze op plaat wel hebben, maar vooral de laatstgenoemde blijkt een in ieder geval niet kapot te krijgen klassieker in wording. Na een felle start verlieten de drummer en bassist even het podium voor het rustige gedeelte, of zoals de zanger het verwoordde: “We’ve had the Wayne’s world headbanging shit, and now it’s time for the mellow shit”. Na de belofte dat het later in de set terug ruiger zou worden, dankte hij ons alweer dat we op die trip tussen uitersten mee wilden gaan, bovendien echt aandachtig luisterden naar de ingehouden songs en ook mee uit de bol gingen met de gierende gitaar. Op het einde van Woke up to the light vielen de twee muzikanten die stilletjes verdwenen waren terug in, en zo begon het derde deel.
Strand Of Oaks kwam terug voor één toegift (Mirage year), waarna de frontman het publiek instapte en enkele mannen uitbundig knuffelde. Je zou geloven dat hij nog meer dan ons tevreden en dankbaar was voor het fijne concert.


Setlist:
  1. Satellite moon
  2. Heal
  3. Goshen '97
  4. For me
  5. JM
  6. Diamond drill
  7. Two kids
  8. Woke up to the light
  9.  Shut in
  10. Plymouth
  11. Sterling
  12. Wait for love
Bis: Mirage year


Je kan dit concertverslag ook hier lezen op Indiestyle.

28 september 2014

Twintig parels per maand: september 2014


Ook deze maand verzamelde ik weer twintig parels die het verdienen nog eens gehoord te worden.
  1. Song away - Hockey: we beginnen met een vrolijk liedje, met een motto dat me op het lijf geschreven is: "Tomorrow's just a song away"
  2. Apply some pressure - Maxïmo Park: een beetje Britpop van een band die al gauw uit het oog verloren wordt, al concerteren ze binnenkort opnieuw in de Vooruit en blijven ze relevant
  3. If I ever feel better - Phoenix: nog zo'n band die bij niet zo heel veel mensen een belletje doet rinkelen, al brachten ze al behoorlijk wat goed materiaal uit, zoals deze (bij velen dan weer wel bekende) single
  4. Into temptation - Crowded House: het songschrijverstalent van de broertjes Finn kan moeilijk overschat worden, zoals onder andere uit dit pareltje mag blijken
  5. Paperback bible - Lambchop: de band rond Kurt Wagner, een man met zowat de meest oncharismatische uitstraling mogelijk voor een frontman, zag ik al eens live in de Botanique. Eigenlijk stellen ze zelden teleur en daar torent dit nog eens bovenuit
  6. Kiss kiss is getting old - Les Savy Fav: toen ik nog heel regelmatig andere (vooral Amerikaanse) muziekblogs las, kwam deze band geregeld bovendrijven en dat is zeer terecht. Prachtige albums hebben ze ons al geschonken, maar Let's stay friends is toch wel hun meesterwerk en daar komt dit liedje uit
  7. Don't get fooled by the football players' summery outfit - Le Man Avec Les Lunettes: het Indiecater platenlabel bracht al enkele keren ter gelegenheid van grote voetbaltornooien verzamelaars uit van bands die bij hen getekend zijn en die in opdracht een song schreven in verband met voetbal. Op Fast forward: an indie music companion to World Cup 2010 staat dit leuk liedje
  8. Salva mea - Faithless: tijd voor wat dance, met een klassieker van Faithless
  9. Rechoque - Shameboy: intussen een Belgische dance-classic en altijd een aanrader op feestjes en fuiven
  10. Requiem for a hit - Miss Kittin: wat ik van Miss Kittin moet denken, weet ik nog steeds niet echt goed. De enige conclusie die ik kan trekken, is dat ze erg intrigerende muziek maakt, duidelijk met een randje af en een steek los
  11. Nothing is wrong - FC Kahuna: een fijn nummer waar voor de rest niet zo heel veel over te vertellen valt
  12. Signal failure - Padded Cell: ik weet niet meer waar ik Padded Cell leerde kennen, wel nog dat hun benadering van dance erg nauw aansluit bij mijn eerste kennismakingen met het genre
  13. Daydreamin' - Lupe Fiasco featuring Jill Scott: meestal ben ik niet zo te vinden voor rappers die heel dicht bij een hit blijven en daar overheen rappen (ja, ik bedoel jullie, Black Eyed Peas, na wat jullie deden met Misirlou en Mas que nada), maar dit is een meevaller, met de prachtige stem erbovenop van Jill Scott
  14. I wish that I could see you soon - Herman Dune: ik ben helemaal voor dit nummer gevallen door de clip (een soort Sesamstraatachtige video die mijn kinderen toen ze klein waren leuk vonden en die voor Engelstalige kinderen vast nog een pak plezieriger is), maar eigenlijk blijft dit een wonderlijk popliedje
  15. I've got this friend - The Civil Wars: het album Barton hollow waar dit later op verscheen en dat ik reviewde voor Indiestyle, viel me wat tegen, maar deze single is wel top
  16. High five, swan dive, nose dive - Pulled Apart By Horses: de bandnaam alleen al trekt de aandacht, maar dit is gewoon een keigoed indierocknummer
  17. Comfy in nautica - Panda Bear: de Beach Boys zijn niet veraf in deze zomerse song van Panda Bear
  18. Everyone's a Vip to someone - The Go! Team: is dat geen mooie visie op het leven?
  19. In the shadows - The Rasmus: de bombast neem ik er met plezier bij, want ik krijg telkens kippenvel van dit nummer. En ik vermoed dat mijn zoon het kapsel geweldig cool zou vinden...
  20. The sinking belle - Sunn O))) with Boris: twee bands die heel bijzondere muziek maken, hier met wellicht hun meest toegankelijk nummer
Zo, dat was het weer voor deze maand. Geniet hieronder van de 20 parels:

Charnia


Lokeren is voor sommigen uit het Gentse een soort hellegat: niet echt een stad maar ondanks het schampende "boeren!" toch ook niet echt de buiten in die perceptie. Muzikaal is het een soort niemandsland, zo lijkt het. En toen het provinciestadje onder impuls van een blauwe burgemeester ook nog eens de primeur van de nultolerantie had, werd er vanuit de provinciehoofdplaats nog smalender op neergekeken.
Net daar maakte een lokaal viertal in "the woods of Daknam" een d(r)oomdebuut met Dageraad. Doom, sludge, ambient: dat zijn de genres waarvan Charnia zich bedient. Als soundtrack bij onze volgende trip naar Lokeren zal het stadje er alleen maar griezeliger op worden. De vier jonge mannen weten perfect met afwisseling van rustige doch dreigende stukken en in-your-face lappen de gapende afgrond muzikaal te verbeelden. De afsluitende titelsong bijvoorbeeld dreigt minutenlang open te barsten en wanneer dat meer dan 8 minuten niet gebeurt, snak je tevergeefs naar verlossing en opluchting, ondanks de neergedwarrelde rust. En dan is er ineens toch de climax die louterend werkt, voor de luisteraar en voor de band.

Je kan het album hier kopen via Consouling Records. Beluister hieronder 2 songs eruit:

27 september 2014

AB concert: Swans (voorprogramma: Pharmakon)


Nadat Swans dit jaar alweer een erg goed album uitbrachten, To be kind, was het uitkijken naar hun concert donderdagavond in de AB. Wie hen al eerder aan het werk zag, weet immers dat je niet onbewogen kan blijven en dat de kans helemaal overspoeld te worden door hun muziek, bijzonder groot is.
Al vroeg op de avond opent Pharmakon de avond met een bizarre mix van gesamplede en geloopte geluiden en gebrul en gegil. De muzikante is een heel kwade vrouw, zo lijkt, die over het podium baggert en haar woede uitschreeuwt. Ze verdwijnt ook tussen het publiek en wie ze in de ogen kijkt, is er (even) niet goed van. De intensiteit heeft ze al, jammer genoeg ontbreekt het nog aan goede songs.
Daar hebben Swans dan weer géén gebrek aan: de indrukwekkende back catalogue van de band spreekt boekdelen. De voorbije jaren voegden ze daar met The seer en dit jaar nog To be kind nog eens kanjers van jewelste aan toe. Live brengen ze met hun zessen een post-punkbelevenis om vingers en duimen bij af te likken. Als telkens weer te pletter slaande woeste golven met schuimkoppen die angstaanjagend opspatten, beuken de repetitieve bassen en gitaarriffs op onze oren in. Dat beuken mag je trouwens behoorlijk letterlijk nemen, gezien Swans bekendstaat om het luid spelen.
Minutenlang wordt op een gong geslagen, daarna vallen minutenlang de bekkens van het drumstel bij en langzaam voegen zich ook bas en gitaar toe aan het geheel. Opener Frankie M duurt uiteindelijk zo’n veertig (!) minuten en als het concert na meer dan twee uur eindigt, hebben we zes à zeven songs gehoord. De Amerikanen blijven nooit onder het kwartier en het half uur wordt al eens makkelijk overschreden. Daarmee vormt het zestal de tegenpool van The Ramones, die na een snel 1-2-3-4 keihard rammen tot nog geen twee minuten later de laatste noot van het lied al gespeeld is.
Er wordt overigens niet enkel uit de laatste plaat gepuurd, met onder meer een geweldig hoogtepunt als The apostate uit The seer. Thor Harris, de tweede percusionnist, tovert ook een viool, een klarinet en een schuiftrombone tevoorschijn om de overweldigende muziek bijzondere toetsen te geven. Michael Gira en zijn kompanen lijken aanvankelijk weinig communicatief, maar naarmate de set vordert krijgen we een meer lachende frontman te zien die het publiek uitvoerig bedankt. De stoere mannen eindigen hun show overigens met een reeks diepe buigingen voor de fans. We zijn dan al een indringende ervaring rijker. Wie hen enkele jaren geleden zag, merkt wel dat ze geen aanslag meer proberen plegen op onze oren en het leek ook allemaal wat minder overdonderend dan die eerste keer voor ondergetekende, maar een Swansconcert blijft amper te vergelijken met andere shows.

Je kan dit concertverslag ook hier lezen op Indiestyle.

26 september 2014

Lied van de week: week 39 - 2014

Digsaw - The Wytches


Op Leffingeleuren waren The Wytches voor mij dé ontdekking, zoals je hier kan lezen. Ik heb hun album intussen al ettelijke malen beluisterd en ben er helemaal weg van. Deze single doet ook jou hopelijk de smaak te pakken krijgen.

Je kan het album Annabel dream reader hier kopen.

Lyrics:

Please don't cry
My train-jumping child
I am here but lost in the light
I know you and I took the last of the light
From a bulb that resembled a tear


Stop your talking
We are the same twin
All I hear is mothers crying
I'm not honest
I'm not honest
Oh so selfish
And dishonest


She took all of the light
Took all of the light
Took all of the light


You spin and you wind through the canyons and find
That you span right back where you started
As I weep for my loss and a beloved cross
Then I stood and wept like a gypsy


Stop your talking
We are the same twin
All I heard was mothers crying
I'm not honest
I'm not honest
Oh so selfish
And dishonest

25 september 2014

Verslag Leffingeleuren 2014 - dag 3

Op de laatste dag van Leffingeleuren stuurden we onze man opnieuw op pad om verslag te doen van de optredens. Deze dag mocht dan al rustiger zijn met minder optredens, maar toch noteerden we nog enkele puike prestaties.


“Papa, ik wil later ook coole liedjes schrijven zoals Flip Kowlier, niet mooie liedjes zoals jij”, zo zei het zoontje van Wannes Cappelle in de auto. Dat krijg je vast als je in plaats van vrolijk van Min moaten, zingt “ge zijt de slechtste van mijn allerbeste moaten” in ‘Ik haat u nie’. Het Zesde Metaal, een vijftal dat indie brengt in het West-Vlaams, wist van de thuismatch een mooie passage te maken. Tussen de premières door van nieuwe songs uit Nie voe kinders, dat eind oktober verschijnt, kregen we ook de gekendere deuntjes zoals Ier bie oes en Ploegsteert, de ode aan (wielrenner) Frank Vandenbroucke.


Helemaal in zijn eentje bracht Tom McRae zijn singer-songwritermateriaal. Aanvankelijk leek dat wat te mager voor een groot festivalpodium tot hij met veel gevoel voor humor en zelfrelativering het publiek wist te betrekken in een singalong van Dose me up of liet meefluiten in Strangest land. Fans op de voorste rij bliezen zeepbellen tijdens The boy with the bubblegun, wat de Brit zeer wist te pruimen. One Mississippi leek de gedroomde afsluiter te worden met een geweldige apotheose. Er bleek echter nog tijd voor een extra nummer en zo eindigde McRae met een rustiger en triester liedje: Lord, how long?.


We lieten The Delta Saints voor wat ze waren en pikten op het podium van Busker Street nog Redlight District, een vrolijk duo, en Sarah Devreese mee. Die laatste stond moederziel alleen op het podium voor een door de wind behoorlijk leeggewaaid plein. 


In het café begon meteen daarna Quilt aan hun set. Het Amerikaanse viertal brengt folk met harmonieuze samenzang en invloeden zoals we die herkennen van toen The Beatles in India herbrond hadden. Het hoeft dan ook geen verwondering te wekken dat ze vaak vergeleken worden met The Byrds en The Mamas And The Papas en een perfecte kruisbestuiving produceren van hedendaagse folk en het beste van eind jaren 60 en begin jaren 70. Alle bandleden zongen afwisselend mee en zo viel een eind van het hoofdpodium één van de verrassingen van dit festival te rapen.


Reikhalzend keken we uit naar Wovenhand dat in het verleden zelden live teleurstelde. Helaas hadden we al tijdingen gehoord dat ze op deze tournee de songs iets te vaak lieten verdrinken in noise en de eerste nummers in de set bevestigden die geruchten. Het is ons een raadsel waarom David Eugene Edwards zijn diep in roots en religie gedrenkte songs laat vermalen door -godbetert- metalriffs. Naarmate het optreden vorderde, kwam er meer balans en hoorden we echo’s van wat vroeger was. Tot overmaat van ramp echter leek de band er niet al te veel zin in te hebben. Vijf minuten te vroeg begonnen bleek te betekenen dat er tien minuten te vroeg geëindigd werd en vruchteloos werd een bis gesmeekt. Wovenhand was op die manier de teleurstelling van dit festival.


Gelukkig maakte Admiral Freebee dat meer dan goed met zijn nieuwe band. Tom Van Laere kan intussen al op meer dan genoeg hits bogen en plukt vrolijk uit nieuw en ouder materiaal. De zevenkoppige groep injecteerde funk in Always on the run en vooral de twee blazers gaven het vroege repertorium een nieuwe adem. Nothing else to do, Bad year for rock 'n roll, Einstein brain, Oh darkness, Rags and run, Ever present: de hoogtepunten werden gewoon aan elkaar geregen als een kleurrijke kralenketting. En de admiraal had er zin in. Hij maakte een einde aan een gevecht in het publiek met een grappige tussenkomst, vertelde verhalen op een toon waarbij je gewoon wist dat hij zelfs met semi-spirituele toogpraat nog zou wegkomen en kon gewoon niet ophouden in de slotsong. Het laatste zomerfestival sloot zo af met een muzikaal feestje waar iedereen goedgezind van werd.

Je kan dit verslag ook hier lezen op Indiestyle.

24 september 2014

Verslag Leffingeleuren 2014 - dag 2

Ook op de tweede dag van Leffingeleuren was het warm en meestal droog en het is dan ook geen wonder dat onze man alweer het echte zomerfestivalgevoel had. Hij overbrugde de korte afstand tussen concerttent en zaal De Zwerver meermaals om je verslag te doen van wat zaterdag zoal te zien en horen viel.


Twee drummers en twee blazers meebrengen, zo kom je algauw aan acht leden op het podium. Trashcan Blues Collective heeft van de Mississippi alvast onthouden dat buiten de oevers treden vruchtbaar kan zijn en daarom spelen ze niet enkel blues, maar waagt de groep zich ook aan muzikale uitstapjes buiten het genre dat in hun naam verwerkt zit. Diverse bandleden nemen al eens plaats achter de microfoon. Wij onthouden naast hun eigen songs ook de mooie cover van Dirt in the ground (Tom Waits).
Jammer genoeg bleek door onverwachte omstandigheden het optreden van BRNS afgelast. We bleven even hangen op het plein voor De Zwerver waar op zaterdag en zondag telkens 10 geselecteerde singer-songwriters kort acte de présence geven in het kader van Busker Street. Wij pikten een grappige en goede Siel Meeus en The Salesman Who, wiens zenuwen duidelijk in de weg zaten, mee.


In heel korte tijd is het snel gegaan met de populariteit van het Nederlandse Dotan, dat zijn eerste Belgische concert ooit speelde voor massaal opgekomen pubermeisjes en andere jonge fans. Hun muziek zouden we een soort folkpop noemen, die door de gelijkenissen met de stem van José Gonzalez soms verrassend dicht bij Junip aanschurkt. “Thuis” is een weerkerend thema in hun liedjes, getuige opener Home II en afsluiter Home, de single die al dat plotse succes verklaart. En waar sommigen bij hun coverkeuze al eens de mist in durven gaan, blijkt de frontman over voldoende zelfkennis te beschikken om te kiezen voor Stolen dance (Milky Chance), dat hen uitstekend ligt en waarvan hun tragere versie wist te bekoren.

 
Home (live) - Dotan 


Een meer exotische naam op de affiche was Bombino. In tegenstelling tot de Syriër Omar Souleyman die op Pukkelpop ineens een heuse cultstatus bereikte en massa’s jongeren naar de tent lokte, moest hij het stellen met voornamelijk wat oudere, avontuurlijke luisteraars. De desertblues uit Niger dat het viertal bracht, bewijst waarom de blues in het Westafrikaanse buurland van Mali evengoed thuiskomt. Parallellen met Ali Farka Touré en Toumani Diabaté waren, zeker door het bijzondere gitaarspel, nooit ver weg.

  
Met stip aangeduid op het festivalschema stond Blood Red Shoes. Het duo uit Brighton speelde hier al eerder en bracht een vierde album mee, dat eerder dit jaar uitgebracht werd. Na een instrumentale wervelwind werd ingezet met I wish I was someone better uit hun debuut en dat maakte uiteindelijk duidelijk hoe de nieuwe nummers opnieuw meer aansluiten bij hun vroegste werk. Don't ask en Light it up uit de tweede plaat behoorden eveneens tot de parels maar de beste song bleek toch het nieuwe An animal.


Dé ontdekking van deze dag was het Britse The Wytches. Het jonge trio, ook al uit Brighton, brengt noiserock met het enthousiasme van Niels Albert die net te horen heeft gekregen van de dokter dat hij terug aan veldrijden mag doen. Vanaf het openingsnummer is al meteen duidelijk dat het vroege Nirvana nooit veraf is, maar ook het jonge Oasis, The Black Keys en een portie surf worden erdoorheen gemengd. Als grunge de komende jaren een revival zou kennen, verwachten we dit drietal op de eerste rij. Zelfs de hese ballads verraden tonnen talent.

 
Crying clown (live) - The Wytches


Het minste wat je kan zeggen over het optreden van Tricky, is dat het een hele belevenis is. En dat geldt niet enkel voor wie voor het podium staat, maar zowaar nog meer voor de drummer, de gitarist en de zangeres (Francesca Belmonte) die hij meebracht. Strak, haast dictatoriaal dirigeert hij hen, met handgebaren en soms zelfs vocaal aangevend wanneer ze hun instrument het zwijgen moeten opleggen, mogen invallen of luider moeten spelen. Zelf vecht hij intussen met de microfoons en strompelt over het podium, alle aandacht voor zichzelf opeisend. Het publiek weet niet zo goed wat het moet aanvangen met zijn attitude, die volkomen zijn imago van moeilijke jongen bevestigt. Maar de muziek is fenomenaal goed. Daarbij wordt niet enkel geplukt uit het net verschenen Adrian Thaws. Toch blijven de grote hits uit het verleden in de kast. Afgesloten wordt er, nadat de voorziene tijd al overschreden is, met een extra lange versie van By myself.


In de zaal bewijst Madensuyu net als andere vele andere duo’s dat je met twee ook minstens evenveel kracht en energie kan uitstralen. De songs uit Stabat mater gaan er bij het talrijke publiek in als zoete broodjes. Hun set is al even bezig als iedereen die Tricky niet wou missen, snel komt binnengelopen. Strak en stevig wordt er gemusiceerd en daar lusten we wel een papje van. Bovendien blijkt een zaal de perfecte biotoop voor deze Belgen.


Oscar And The Wolf kleedde het podium in de concerttent aan met palmbomen en de relaxte, zomerse vakantiesfeer van hun muziek komt er perfect tot zijn recht. Het typische en herkenbare geluid dat zijn hoogtepunt kent in de massaal meegezongen singles Princes en Strange entity is naast hun sterkte ook hun zwakte. In het geheel van een volledige set missen we wat variatie om een plaats zo hoog op de affiche helemaal te rechtvaardigen, maar verder geen kwaad woord over Max Colombie en zijn kompanen. De uit zijn voegen barstende tent gaf hen overigens meer gelijk dan ons.

Je kan dit verslag ook hier lezen op Indiestyle.

23 september 2014

Verslag Leffingeleuren 2014 - dag 1

Leffingeleuren gaat er prat op de officiële afsluiter te zijn van de festivalzomer. Vrijdag startte het gebeuren met alvast een divers aanbod in de concerttent, de zaal en het café van De Zwerver


In de concerttent mochten de Limburgers van Geppetto And The Whales het feestje in gang zetten. Met behoorlijk wat (vooral jonge) fans in het publiek, enige Afrekeningglorie en een goed ontvangen debuutalbum leek dat geen al te moeilijke opgave te worden. Ondanks de grimassen, het beuken op de banjo en een verstandige opbouw van hun set, die je voelde groeien naar een climax, slaagde de band er toch niet helemaal in om het vuur er in te krijgen. Daarvoor misten ze wat schwung in de uitvoering.

 
live-fragment


Een grote toekomst wordt Hydrogen Sea voorspeld en dat bleek helemaal terecht. Het Brusselse duo maakt pareltjes van songs, opgebouwd uit de wonderlijkste details en gezongen met een stem die het midden houdt tussen de Lorelei en een verlegen meisje voor de spiegel. De hoogtepunten werden aaneengeregen met onder andere End up, Only oleanders, Free falling en Wear out. Bijwijlen moeten we denken aan labelgenoten Maya’s Moving Castle, doch dit tweetal heeft al een geheel eigen universum weten op te bouwen met enkel een ep op hun palmares.


Intergalactic Lovers hebben zich de voorbije jaren ontpopt tot een ware festivalgroep. De manier waarop Lara Chedraoui het publiek de set in weet te zuigen, garandeert een topervaring voor (en ook op) het podium. Bovendien hebben ze met Islands en Delay enkele ijzersterke singles achter de hand die met volle overtuiging meegezongen en -gebruld worden. Het optreden eindigen ze met een welverdiend applaus voor elk bandlid door één voor één uit de slotsong te stappen, tot enkel de bassist nog staat te spelen en hij als laatste de lof mag ontvangen.


De Deen Trentemøller bracht een pak muzikanten mee: een bassist die de vetste licks speelde, een drummer die de beat je oren in stampte en drie gitaristen waarvan één vrouw die de zang bij enkele nummers voor haar rekening nam. De basis voor zijn muziek haalt hij vooral in de dance, om die dan te versieren met elementen uit de meest uiteenlopende genres, zoals dreunende new wave en surf. Een eerste relatief rustpunt in de stomende set vormde Miss you. Zelden voorheen zagen we verdriet zo dansbaar. Natuurlijk mocht ook zijn grootste hit, Moan, niet ontbreken.


De knotsgekke bende die Robbing Millions heet, was al begonnen toen we na de laatste noten van de Deen snel richting de zaal liepen. Vooraf getipt wilden we niets missen van dit vijftal dat live totaal uit zijn dak gaat. De glitterende kermisballonnen die ze hier en daar aan instrumenten hadden opgehangen en de manier waarop ze stonden te dansen op het podium, maakten meteen duidelijk hoe ze die reputatie verdienden. Muzikaal combineren ze de gekte van het Antwerpse Capsule aan de zich ontwikkelende songsmeedkunst van Great Mountain Fire. De mix van genres levert een opwindend geheel op. Toch kan je in de drukte ook overdrijven en bij momenten werd die grens wel eens overschreden. Laten we het erop houden dat deze mannen een nog ongepolijste edelsteen zijn met mogelijks een schitterende toekomst.


In het café zelf sloten wij onze eerste dag af met de Texanen van Holy Wave. De vijf muzikanten komen uit de entourage van Austin Psych Fest en spelen een mix van garagerock, psychedelica en Beatlesiaanse melodieën. Nu ja, gooi daar maar zowat alles uit de “summer of love” tegenaan, want wij herkenden ook vleugjes Rolling Stones (de riff uit Let's spend the night together) en America (het begin van A horse with no name). Een goed gevuld café werd zo weer helemaal teruggeslingerd naar het einde van de jaren 60 en dat niemand een song van de Amerikanen leek te kennen, deerde niet om er toch een geweldig feestje van te maken.

Je kan dit verslag ook hier lezen op Indiestyle.
Klik op oranje tekst om de links te volgen en blauwe links voor de mp3's.