In het interview met Stefaan Decroos van I Do I Do waarin hij de tien meest invloedrijke platen uit zijn leven toelichtte, liet hij me kennismaken met Come, een band uit Boston waar Chris Brokaw bij speelt. Chris Brokaw had ik al eens een huisconcert zien geven, waar I Do I Do overigens voor mocht openen (en waar Stefaan zelfs even mocht meespelen bij Brokaw). Het is dus dankzij hem dat ik afgelopen maandag naar Amsterdam trok, om er in het fijne, kleine zaaltje Bitterzoet één van de weinige reünieconcerten te zien die de groep speelt in de VS en Europa, naar aanleiding van de reissue van hun debuutalbum Eleven:eleven. In de originele bezetting speelde het viertal er een verbluffend mooi concert, met grunge die dichter aanleunt bij (de vroege) Smashing Pumpkins dan Pearl Jam of Nirvana. Zangeres Thalia Zedek en gitarist Chris Brokaw blijven het uithangbord van de band, maar bij momenten was het drummer Arthur Johnson die de show stal. Van hem kreeg ik na afloop trouwens de setlist op een servet, waarvan hij grapte dat hij er zijn neus in gesnoten had...
Ik was behoorlijk trots dat ik Submerge, dat bij de concertaankondiging op de website van Bitterzoet stond (of van Indiestad, het festival in Amsterdam waarin het concert plaatsvond), herkende. Na een fijne set kwam de band terug voor 2 bisnummers, die bij de heruitgave (waar ook nog een live-CD bijhoort) overigens als extra songs werden toegevoegd aan het album: Fast piss blues en de Rolling Stones-cover I got the blues. De band speelde trouwens naast voornamelijk nummers uit het 20 jaar geleden uitgebracht debuut ook nog songs uit Don't ask, don't tell en Sharon vs Karen (ook wel SVK getiteld), dat enkel te vinden is op de live-registratie Vermonstress, een op tape opgenomen concert uit 1992 dat in de reissue vervat zit.
Nadat ik Wouter Buyst, de man achter
Equinox, The Peacekeeper, live had gezien in een huiskamer (het verslag daarvan kan je hier lezen), sprak ik
hem in zijn eigen huiskamer, waar muziekinstrumenten de muur sieren
en waar een rustig muziekje op de achtergrond ons vergezelt.
Goeiemiddag Wouter. Kan je je eerst
zelf eens voorstellen?
Ik ben muziek
beginnen maken toen ik een jaar lang op reis was door Mexico, de
Verenigde Staten en Canada. Na een tijdje begon ik er op straat te
spelen om geld te verdienen. Eerst zong ik nummers van Dylan,
Cohen,... en na een tijdje kwamen er eigen liedjes. Onderweg kwam ik
dan ook mensen tegen bij wie ik mocht opnemen, onder meer in
Californië. Dat was in 2004.
Toen ik terug was
in België, heb ik mijn eerste plaat gemaakt. Dat ging allemaal heel
traag: ik reisde tussendoor veel, en mijn home studio brandde ook nog
eens uit. Eind 2009 was de plaat pas af. Omdat ik kort erna naar
Colombia vertrok, mijn vriendin achterna, heb ik niet zo veel PR
gedaan. De plaat kreeg wel een beetje airplay. Met deze nieuwe plaat, Birdsongs on the wasteland, wil ik dat allemaal wel doen, omdat ik
het gevoel heb anders het potentieel niet ten volle te benutten.
Het meeste speel
ik zelf in op mijn platen, en verder zijn er gastbijdragen van mensen
die ik tegenkom, soms op reis. Dan maak ik field recordings die ik
integreer in mijn songs. Dat vind ik een erg leuke manier van werken.
Voor deze plaat
heb ik drie nummers al in Colombia opgenomen, en ook in India zijn
verschillende liedjes opgenomen.
Wat is voor jou het belangrijkste
verschil tussen je eerste album en dit?
Muzikaal is dit
album lichter. Het is dan ook gemaakt in een minder zware periode in
mijn leven. Mensen zeggen me ook dat deze plaat meer matuur klinkt.
Ook de productie
is beter. Het album is afgewerkt in Londen en het mixproces was erg
creatief, samen met Darren Allison (die al eerder met Efterklang, MyBloody Valentine, Spiritualized,... werkte). Zelf twijfel ik altijd
nogal over de arrangementen, dus was het wel goed dat er nu iemand
meedeed.
Welke ambitie heb je met dit album?
Mijn ambitie is
vooral dat het verspreid geraakt. In de underground heb ik al een
basis opgebouwd, die ik nu wil verbreden. Daarom heb ik nu ook een
manager, die alles opneemt wat ikzelf moeilijk combineerbaar vind met
het muziek maken zelf.
Met wie zou je graag ooit
samenwerken?
Het
liefst wil ik samenwerken met mensen waar ik zelf fan van ben, zoals
Bonnie 'Prince' Billy. In Vlaanderen zou ik wel graag eens iets doen
met Tom Van Laer (Admiral Freebee), als ik hoor wat hij productioneel
doet.
Wie zijn je belangrijkste invloeden?
Ik ben door heel
veel oude muziek beïnvloed: de Lomax recordings, Mississippi JohnHurt,... Daar zit veel gevoel en soul in, ik vind dat héél puur.
Het ging ook heel vaak om mensen die op zich geen ambitie hadden, die
gewoon muziek speelden na hun werk.
Zijn er ook invloeden waar men raar
van zou opkijken, die men niet bij jou zou verwachten?
Electronische
dingen als Aphex Twin of Mùm en dub uit de jaren '70 liggen wellicht
minder voor de hand als invloeden. Maar eigenlijk is alles waar ziel
in zit, goed voor mij.
Op welke manier hebben je reizen je
beïnvloed en hoe is dat hoorbaar in je muziek?
Die invloeden zijn
hoorbaar in de field recordings die ik maak, de instrumenten die ik
gebruik en vaak vind je ook iets terug van de ingrijpende
gebeurtenissen op reis in mijn teksten. Zo kan je een field recording
horen van een man in Varanasi, aan de Ganges, die zong en die ik een
plaats heb gegeven in Benares. De charango is een instrument uit
Colombia, dat ik er kreeg en dat ik dan maar ben beginnen gebruiken.
Op reis vallen je vaak erg intense gebeurtenissen te beurt, en die
vormen de aanzet tot heel wat van mijn teksten.
In het interview met je op
Indiestyle, las ik dat je vindt dat je teksten in de eerste plaats
ook poëzie moeten zijn. Door welke gedichten laat je je inspireren?
Inderdaad, ik zing
dan wel over dingen die me dwarszitten, maar een liedjestekst moet
toch iets universeels en poëtisch hebben voor mij, zodat mensen
erdoor geraakt kunnen worden. Ik wil niet vervallen in sloganeske
songs. Bovendien kan een protestsong ook een protest inhouden tegen
iets dat je in jezelf ontdekt, en zo wordt het misschien herkenbaar
voor anderen.
Ik heb literatuur
gestudeerd en zo veel Engelstalige poëzie gelezen. Voor mij blijft
Leonard Cohen wel één van de grootste dichters. Ook Bob Dylan is
iemand die zijn poëzie niet afzwakt om populair te zijn.
Een
niet-Engelstalig publiek moet wat moeite doen, zo merk ik, om mijn
teksten te bevatten, maar ik wil ze niet eenvoudiger maken zodat ze
toegankelijker zouden worden. Ik krijg uiteindelijk ook wel goeie
reacties voor mijn lyrics.
Jammer genoeg
lijken veel mensen de kwaliteit van de teksten niet zo belangrijk te
vinden bij muziek. Ik zorg er voor dat mijn teksten bij het album
zitten, nét omdat ik ze zo belangrijk vind.
Ik
ben overigens wel van plan om ooit zelf poëzie te schrijven, of een
boek. Ik heb in de loop der jaren heel wat boekjes, post-itjes,...
verzameld met ideeën daarvoor, die ik eens zou moeten bekijken. Het
is een manier van werken, trouwens, die ik ken van Leonard Cohen. Ook
hij brengt op zo om de 10 jaar eens iets uit in boekvorm.
Zou je ooit iets muzikaals willen
doen met poëzie van anderen?
Ik heb daar wel al
aan gedacht, ja. Zo vind ik Magic psalm van Allen Ginsberg erg
melodieus. Ook de andere beat poets lijken me interessant om iets
muzikaals rond te doen.
Wil je enkel in het Engels iets doen
daarmee?
Ik heb ook al
liedjes gemaakt in het Spaans, maar dat is toch wat moeilijker. Omdat
ik daar beperkter in ben, ben ik gedwongen simpelere verwoordingen te
gebruiken.
In het Nederlands
vind ik nog moeilijker. Voor mij komen tekst natuurlijkergewijs in
het Engels, en ik spreek ook nogal sterk met een dialect. Dat is iets
wat ik wel nog eens zou willen proberen, in het dialect...
Wat is het mooiste compliment dat je
al kreeg bij deze plaat?
Bij één van de
huisconcerten die ik speelde om het album voor te stellen, kwam er
een klein meisje naar me toe, dat zei: “Je muziek is zo mooi dat ik
er van moest huilen. Eén mondhoek ging omlaag om te huilen, en één
mondhoek ging omhoog om te lachen.”
En eergisteren zei
iemand dat mijn muziek zalvend is, “als een lange omhelzing”.
Dat mensen troost
vinden in mijn muziek, daar is het me om te doen. Soms verlies je
jezelf een beetje in het muziekwereldje en ben je b.v. bezig met
hoeveel “likes” je krijgt op Facebook. Maar uiteindelijk is het
veel belangrijker wat iemand er persoonlijk aan heeft, aan je muziek.
Daarom ook kies ik
voor huisconcerten. Ik vind dat zelf heel fijn, heel direct en het
geeft me het gevoel terug te keren naar de roots van muziek: mensen
die 's avonds samenzitten. Die sfeer kan je, als alles goed zit,
opwekken met een huisconcert.
Wat vind je zelf de belangrijkste
boodschap die je mee wil geven?
Als het over de
boodschap gaat die ik tracht over te brengen, vind ik het erg
belangrijk én ben ik blij met de evolutie dat steeds meer mensen hun
mond opentrekken als ze zien wat er gaande is met onze aarde. Als
iedereen dat op zijn eigen manier actueel kan houden en zijn steentje
bijdraagt, hebben we alsnog een kans dat het goed komt. Met cynisme
of te cool willen zijn, komen we in ieder geval niet vooruit.
Bedankt voor dit gesprek!
Je kan de beide albums hieronder beluisteren:
En dit zijn enkele clips:
Minding your own business
If you don't mind, I'm going home
How did you fall?
Je kan de albums hier kopen en hier lees je de review van het recentste album op Indiestyle.
Ik werd via Facebook benaderd door een groepslid van de Gentse band Uncle Wellingston's Wives, met de vraag hun eerste single eens te beluisteren. En hoor, het is best een knap nummer. Echt zo'n nummer dat blijft hangen...
Lyrics:
Can you freeze
when there is no one left to warm you
when the closest one to harm you
left his wildness to the light
Wotans wrath
Haakon leaves at half past seven
gave his weapons to the river
Nimue stood there trembling
The hight on your shoulders
the cold of your fright
take the hands of the ones that combine
the two crows
their godess
the songs that they might
compose on the tired roadside
When you try to hard
to exchange the stones you colect here
the wings that carried you
are stripped down to one feather
your wall were build with stones
no recognition
the partisan will dance into
the free mans coat
The hight on your shoulders
the cold of your fright
take the hands of the ones that combine
the two crows
their godess
the songs that they might
compose on the tired roadside
I can't breath
without the blowing of a close friend
it's way much easier to pretend
to be lovely
all the time
The hight on your shoulders
the cold of your fright
take the hands of the ones that combine
the two crows
their godess
the songs that they might
compose on the tired roadside Je kan het nummer via hun Bandcamp-pagina helemaal gratis downloaden.
Naar aanleiding van de motivatie die de 6 gebruikers en familieleden van gebruikers publiceerden voor hun ontslag uit de Regionale Prioriteitencommissie Oost-Vlaanderen, kan ik alleen maar hopen dat er eindelijk aandacht komt voor wat het systeem van de prioriteiten in de toekenning van zorg voor personen met een handicap in essentie inhoudt.
Ik werk zelf ook in deze sector, en wordt dus (bijna) dagelijks geconfronteerd met wat dit inhoudt. En ik zie behalve wellicht ook goeie bedoelingen van de overheid, heel wat tegenspraak en heel wat onlogische kronkels in de concrete uitwerking. Bedoeling van het systeem van de centrale wachtlijst is -behalve het zicht krijgen op hoeveel mensen nu eigenlijk precies op een plaats aan het wachten zijn door geen aparte wachtlijsten per voorziening meer aan te leggen, waar ze dan (x-)dubbel op staan- om een transparanter middel te hebben om de doorstroming binnen de gehandicaptenzorg in kaart te brengen. Het prioriteitensteltsel werd vereenvoudigd, want voorheen kreeg toch iedereen een grote/grootste prioriteit omdat je anders werkelijk nergens binnenraakte en elke zorgvraag is voor die persoon natuurlijk wel belangrijk en prioritair. In het nieuwe stelsel krijg je slechts op enkele manieren de hoogste prioriteit, al de rest wordt gelijkgeschakeld. Die hoogste prioriteit krijg je als je voor eenzelfde zorgvorm (b.v. tehuis, beschermd wonen,...) gewoon een migratievraag hebt (je wil naar een andere voorziening, maar de zorgvorm blijft hetzelfde). Je krijgt die hoogste prioriteit ook als je van een intensievere naar een minder intensieve zorgvorm overstapt (b.v. van tehuis naar beschermd wonen, omdat je minder ondersteuning nodig hebt dan voorheen). Dan krijg je voorrang. Tot slot krijg je ook de hoogste prioriteit als de Regionale Prioriteitencommissie (één per provincie) je de status toekent nadat je dossier werd ingediend als PTB (Prioritair Te Bemiddelen: binnen die commissie wordt in overleg een plaats voor je gezocht waar je zo snel mogelijk naartoe kan). Er liggen echter wel quota vast over hoeveel PTB-dossiers er per provincie mogen zijn. Bij opname moet een voorziening ook iemand met hoogste prioriteit opnemen, of als ze iemand anders willen opnemen, goed motiveren (per individu) waarom ze iemand met hoogste prioriteit niét opnemen en iemand anders wél. Opnames van personen zonder hoogste prioriteit worden uitzonderlijk(er) gemaakt en pas mogelijk nadat voldoende mensen met een zeer dringende, hoogst prioritaire vraag zijn geholpen. Bij volwassenen betekent dit in de praktijk dat vrijwel enkel nog mensen met hoogste prioriteit opgenomen worden (sinds het systeem anderhalf jaar geleden startte). Bij minderjarigen, waar opname in een MPI b.v. meestal nauw samenhangt met de keuze voor een school voor buitengewoon onderwijs, wordt door de overheid die koppeling met onderwijs echter allerminst als een evidentie beschouwd en werd er alvast geen rekening mee gehouden bij aanvang. Daarnaast zijn er nog enkele andere maatregelen daaromheen, maar die veranderen op zich niet veel aan het verhaal dat ik hierover wil vertellen, en dus ga ik er hier niet verder op in... Wat is nu het probleem? Een eerste tamelijk logisch probleem is natuurlijk dat je met dit systeem het tekort aan plaatsen niet oplost. De CRZ (zo heet die centrale wachtlijst) verandert weliswaar wie op welke plaats komt op de wachtlijst, maar zolang het aantal plaatsen hetzelfde blijft, zijn er evenveel "wachtenden vóór u" (tenzij u een plaats mag opschuiven): enkel WIE diegenen zijn die voor u staan, verandert... Enkel en alleen de CRZ lost dus de lange wachtlijsten niet op. Wat gebeurt er m.i. wél? Doordat diegenen die vroeger er maar niet in slaagden omwille van hun zéér complexe zorgvraag een begeleiding te krijgen en zij het gemiddelde omhoog trokken, en nu wél snel(ler) dankzij RPC en hun prioritaire status toch ergens "binnengeraken", zakt het gemiddelde daar. Voor vele zorgvormen was het gemiddelde toch snel 2 à 3 jaar wachttijd. Diegenen die vroeger wel snel ergens begeleid werden (en het gemiddelde dus omlaag trokken), moeten nu langer wachten, maar omdat het stelsel pas anderhalf jaar geleden startte, kunnen we het effect daarvan op het gemiddelde nog niet zien. Wél lijkt het een succes, want de langst wachtenden worden nu wél sneller geholpen... Een ander pervers effect van dit systeem is dat je woonplaats van belang kan zijn. In onze voorziening begeleiden wij nogal wat jongeren uit de regio Waregem. Sommigen daarvan wonen in West-Vlaanderen, anderen in Oost-Vlaanderen. Het zou kunnen dat als je woont in een straat waarvan de even nummers in West-Vlaanderen gesitueerd zijn en de oneven nummers in Oost-Vlaanderen, je in jouw provincie nét niet binnen de quota valt (er zijn net iets te veel nóg schrijnender vragen in je provincie, een inschatting die gemaakt wordt door de RPC, dus door (vertegenwoordigers van) voorzieningen en gebruikers en het VAPH, Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap, zelf), terwijl aan de overkant van de straat, in de andere provincie, je nog nét wel "geluk" zou gehad hebben. Natuurlijk is dit een beetje bij het haar getrokken, maar de achterliggende kritiek mag duidelijk zijn: als er per provincie bepaald wordt hoeveel er schrijnend mogen zijn, is dat in essentie een willekeurig systeem. Hoewel het de bedoeling is van de overheid om personen met een handicap zelf de regie terug te geven (onder meer via het toekennen van budgetten aan de persoon, zodat die zorg kan kopen, in plaats van aan de begeleidende voorziening), heeft de persoon met een handicap zelf géén plaats in dit stelsel. Een voorziening immers is contactpersoon voor de CRZ en moet dus de belangen behartigen van die persoon (maar natuurlijk niet van enkel die éne persoon, maar van vele anderen ook) en enkel de contactpersoon-voorziening heeft toegang om vragen te stellen. Blijkbaar hoeft de regie nu ook weer niet teveel bij personen met een handicap zelf te liggen? (nog los van het feit of dat voor handicaps als gedrags- en emotionele stoornissen, ernstige mentale handicaps maar ook licht mentale handicap,... in een ingewikkeld bos van regelgevingen wel überhaupt mogelijk is) De kritiek die de gebruikers die nu uit de RPC stappen, hebben, is natuurlijk essentieel: hoe meet je immers de ene miserie af aan de andere? Wat is schrijnender dan andere schrijnende situaties? Welke maatstaven gebruik je daarvoor? Wel, in het werkveld zien we in ieder geval dat daarover géén, maar dan ook géén transparantie bestaat. Uit schrik dat voorzieningen de dossiers zouden "herschrijven" in functie van de criteria om de personen die ze begeleiden om hen méér kans te geven het felbegeerde ticketje te krijgen, mogen de voorzieningen geen inkijk hebben in hoe er beslist wordt en op basis waarvan. Er is hier al minstens een ernstige schijn van willekeur aanwezig, en vermoedelijk is het in de praktijk ook grotendeels willekeur, weliswaar wellicht goedbedoelde willekeur, maar toch... Het verheugt mij dan ook dat gebruikers zelf nu zo sterk aan de alarmbel trekken en een systeem dat heel wat (onbedoelde, laten we hopen) negatieve neveneffecten heeft, in vraag durven stellen. (Meer informatie over regelgevind en zo vind je uiteraard -zij het niet altijd even overzichtelijk- op de website van het VAPH)
Eerder deze week zag ik Junip op Les Nuits Botanique (het verslag kan je hier nalezen) en ik was er meteen weg van. Deze single illustreert perfect waarom... Je kan het titelloze, tweede album van de band hier kopen. Lyrics: What would you do
If it all came back to you?
Each crest of each wave
Bright as lightning
What would you say
If you had to leave today?
Leave everything behind
Even though for once, you're shining
Standing on higher ground
When you hear the sounds
You realize its just the wind
And you notice it matters who and what you let under your skin
If put to the test
Would you step back from the line of fire?
Hold everything back
All emotion set aside it
Convince yourself
Someone else
Hide from the world
Your lack of confidence
What you choose to believe in
Takes you as you fall
Takes you as you fall
No one else around you
No one to understand you
No one to hear your calls
Look through all your dark corners
You're backed up against the wall
Step back from the line of fire
What would you do
If it all came back to you?
Each crest of each wave
Bright as lightning
Do the same as you
What you choose to believe in
Takes you as you fall
No one else around you
No one to understand you
No one to hear your calls
Look through all your dark corners
You're backed up against the wall
Step back from the line of fire
Twee IJslandse ambientsterren, en een Britse folkie die zijn genre een
nieuw jasje aanmeet op Les Nuits Botaniques: daar komen hipsters na het nippen aan hun
cactussapje en het aanmelden op Foursquare graag op af. Wie ook echt van
muziek houdt en open oren en geest heeft, baant zich een weg doorheen
de soundscapes die gebouwd worden en weet de soms minimalistische
toetsen naar waarde te schatten.
Will Samson, die zijn maatje Ollie Loudon had
meegebracht om aan zijn gitaar, effectpedalen en loopstation wat
electronica toe te voegen, was zichtbaar gelukkig met zijn passage in het Koninklijk Circus. Meermaals dankte hij het publiek dat vroeg genoeg opdaagde om
zijn korte set mee te pikken. De gespeelde nummers lijken heel
eenvoudige composities. De opener van de avond slaagde er in ieder geval
wel in om het publiek in de juiste sfeer te brengen voor wat nog komen
zou.
Valgeir Sigurðsson bracht ook wat volk mee: een
violiste en een cellist die stijlvol naast elkaar de helft van de
veelkleurige klank mochten invullen, terwijl Valgeir wat verderop achter
piano en laptop de rest inkleurde. Immers, dat was het meest opvallende
kenmerk van ‘s mans performance: hij creëert een dialectiek tussen de
strijkers, die soms heel klassiek, soms modern klassiek klinken
enerzijds, en de modernere klanken die hij uit zijn laptop haalt. Zijn
pianospel vormt daarin meestal het verbindende element. Een rijk
klankbord van ambient tot dreigende post-rock werd op die wijze
geserveerd in het Koninklijk Circus. Schuivende en knisperende geluiden
werden op de achtergrond toegevoegd, waardoor bij momenten muziek
ontstond die minstens even goed bij de films van David Lynch zou passen
als wat Angelo Badalamenti componeert. Op andere momenten klinkt het
resultaat net erg speels. De dialectiek die Sigurðsson gestalte geeft,
werd het mooist geïllustreerd in de songs die respectievelijk gebaseerd
waren op 16e-eeuwse IJslandse folk en op een 17e-eeuwse compositie. Je
herkent doorheen alles de oude muziek, die een nieuw élan krijgt in de
hedendaagse snit. En dat zelfs de lichtshow mee knettert en knispert,
versterkt dat effect nog meer.
Prachtige muziek kregen we ook van Ólafur Arnalds
die bovendien vanaf zijn entree op het podium het publiek voor zich won
met warme humor en een interactief experimentje waarin de zang van het
publiek in een loopstation werd opgeslagen. Zelf nam hij plaats achter
de piano, en ook hij had (maar liefst 4) strijkers meegebracht. De set
bevatte vooral nummers van het nieuwe album, For now I am winter.
Aangevangen werd er met de beide openers van het intussen enkele
jaartjes oude …And they have escaped the weight of darkness. Het
pianospel van Arnalds doet heel sterk denken aan dat van Nils Frahm. De
zaal was betoverd en het publiek bleef een uur lang muisstil.
Minimalistische visuals en licht dat extra accenten legt, maken zich
ondergeschikt aan de klanken. Zelfs een door één viool gebracht lied
weet op die manier de aandacht strak vast te houden.
Op het einde van de set komt Arnór Dan Arnarson net als op de plaat
meezingen, in de titelsong en in een op enthousiaste herkenning onthaald Old skin. Arnalds legt uit dat we getuige zijn van een uniek
gebeuren, want de zanger doet enkel aan de eerste shows van deze tournee
mee. Opzij gericht, en zich meer tot Ólafur wendend, drapeert hij zijn
stem, die zweeft tussen rap en zang, over piano, strijkers en
electronica, en we lijken een hergeboorte van triphop mee te maken. En
zó, vermoedden we, zou Nitin Sawhney wellicht klinken mocht hij
IJslandse in plaats van Indische roots hebben. Met nog tijd voor één bisnummer komt Arnalds helemaal alleen terug
op de bühne, en zet achter de piano een uiterst fragiel Lag fyrir ömmu
in. Terwijl de piano langzaam dooft, horen we heel ver op de
achtergrond strijkers, alsof die écht vanachter de coulissen komen.
Met elk een uur ter beschikking voor Junip en Low, valt eerder te spreken van een double bill
dan van een voorprogramma-en-hoofdactverdeling woensdagavond op Les Nuits Botaniques. Erg mooi eigenlijk,
want Junip is een band (mét José Gonzalez in de rangen) die behoorlijk
wat buzz krijgt op het internet tegenwoordig naar aanleiding van hun
tweede, titelloze album, en Low, dat ook net een nieuwe plaat uitbracht,
telt als een gevestigde waarde.
Openen mocht de Brit Barbarossa, al een week op de
hort met Junip, bij wie we hem later op de avond overigens in het
personeelsbestand zagen opduiken. Met voorgeprogrammeerde percussie,
allerlei synths en orgeltjes, een hoop elektronica en jammer genoeg
bijwijlen clichématige lyrics wist hij niet echt de aandacht van het
publiek te vangen. Voeg daar een vrij hoge stem aan toe, die momenten in
de buurt kwam van Jimmy Sommerville van The Communards en die hij
bovendien nét iets te veel door effecten haalde, en je snapt waarom we
hem geen grootse toekomst voorspellen. Nochtans hoorden we af en toe
echt wel goeie aanzetten tot ideeën die tot songs zouden kunnen
uitgroeien. En laat ons nu alstublieft die niet-geslaagde cover van Wishing well (Terence Trent d’Arby) proberen te vergeten.
Op plaat is Junip een trio, live wordt de groep
uitgebreid tot zes muzikanten, die in een halve cirkel rondom José Gonzalez opgesteld staan. Die muzikanten bouwen met een strakke
ritmesectie en plamurende orgeltjes een soort wall-of-sound-equivalent
voor lichtere muziekgenres, dat als achtergrond dient voor de zang en
gitaar die de liedjes sterk bepalen. Werkelijk àlle details zitten goed.
Overdrijven we als we zeggen dat wie zich afvraagt hoe The Band zou
klinken mocht die legendarische groep in dit decennium debuteren,
woensdagavond wellicht een mogelijk antwoord hoorde? Niet alleen
luisterden de mannen van Junip goed naar het beste van de folk, ook
Afrikaanse bluesinvloeden horen we terug, bijvoorbeeld in Always.
Daaroverheen strooit de man achter Moog en orgeltje een sausje
psychedelica dat voornamelijk The Doors in herinnering brengt. José
Gonzalez intussen straalt rust, zelfvertrouwen en een zekere
afstandelijkheid uit, waardoor de muziek en niet de makers de hoofdrol
speelt. Elke song krijgt de nodige tijd om zich te ontwikkelen, en het
uur is zo voorbij, blijkt wanneer Line of fire als slotnummer ingezet
wordt.
Low putte in het begin van hun set uit het dit jaar
verschenen The invisible way en zette goed in. Jammer genoeg bleek
vooral een vermoeid of verveeld uitziende Mimi Parker er niet al te veel
zin in te hebben. Ze wilde het optreden inkorten, maar dat gebaar werd
door haar echtgenoot Alan Sparhawk niet opgepikt en hij zette Canada
in. Voor het bisnummer (Goodnight) kwam hij verontschuldigend
verklaren: “The boss says we do one more song”. Wanneer later in het
optreden gekozen werd voor een selectie uit de eerdere platen, zakte het
geheel toch langzaam wat in. Gelukkig had het drietal ons toen al op
een erg mooi Monkey getrakteerd. De afwisseling tussen rustigere
stukken en aanzwellende en soms ontploffende songs werkte ook vooral in
de eerste helft erg goed, nadien klonk dat wat routineuzer. En zo gebeurde het dat de eigenlijke headliner gisterenavond in het
Koninklijk Circus overvleugeld werd door wie hen voorafging. In ons
hoofd verbeeldden wij ons al een aflossing van de wacht.
Zelfs na meerdere luisterbeurten geraken we er maar niet uit of het
nieuwe album Waking on a pretty daze van de Amerikaan Kurt Vile nu een
uitstekende plaat is dan wel een tegenvaller. Het begint nochtans
allemaal meer dan aardig in de titelsong. Samen met zijn band The
Violators brengt hij daarin een soort gezapige rock waarin Tom Petty,
Neil Young en zelfs een zweempje Bruce Springsteen doorklinken. Wat
verder volgt, ligt vaak in dezelfde lijn. Vanwaar dan onze twijfel? Dat is moeilijk te omschrijven, maar we
doen toch een poging: wat Kurt Vile doet is niet helemaal origineel,
niet helemaal hemelbestormend, niet helemaal laidback. Na een tijdje
krijgen we al eens een licht gevoel van irritatie. Het is van alles een
beetje, maar nooit helemaal iets waar we de vinger op kunnen leggen.
Voor sommige luisteraars is dat onbestemde wellicht een reden om
luidkeels “Geniaal!” te gaan roepen, en getuige de reacties die de plaat
al uitlokte, is die groep niet onbeduidend klein. Keren we even terug naar het openingsnummer. Zoals al aangegeven is
dat een meer dan aardig lied, dat echter 9 en een halve minuut lang
blijft meanderen en ons ergens ter hoogte van minuut 7 kwijtraakt. KV crimes zou niet misstaan op Arc/Weld van Neil Young, tot het als een
soufflé inzakt. Ook Was all talk weet aanvankelijk te bekoren, vooral
doordat het een injectie jaren ’80 kreeg die variatie belooft. Alweer
echter laat Kurt Vile de song te lang voortkabbelen en wanneer de
laatste noot na 7 minuten en 40 seconden gespeeld wordt, hebben wij al
eventjes afgehaakt. Wanneer de Amerikaan zich weet in te houden en de normale
duur van een liedje niet overschrijdt, wordt duidelijk dat hij zich op
het kruispunt van americana en grunge goed uit de slag weet te trekken
(Never run away) en de weidse sound van Tom Petty een eigentijdse
twist weet te geven (Snowflakes are dancing). Toch is het niet altijd
zozeer de lengte die hem parten speelt. Zijn stem vormt deels het
probleem. Zoals we ooit over Bob Dylan hoorden zeggen “the only obstacle
to appreciate Dylan, is Dylan”, geldt voor Kurt Vile een beetje
hetzelfde: als je de stem niet weet te appreciëren, wordt het erg
moeilijk om van de plaat te genieten. Wellicht zal je op het internet heel uiteenlopende meningen vinden
over dit album, maar per slot van rekening kent het internet geen
eensgezindheid, en uiteindelijk is “the proof of the cake in the
eating”. Wie zich over de streep laat trekken, kan hier fijne dingen
ontdekken, daar twijfelen we niet aan. Wie afhaakt, lijkt ook door
meerdere luisterbeurten niet meer te overtuigen.
Over de band Savages had ik hier en daar al positieve geluiden opgepikt, en deze single is alvast een warme teaser voor hun album, Silence yourself, dat ik voor Indiestyle mag reviewen. Je kan het album hier bestellen. Lyrics: Too many to convince Too many to hire And nothing you ever own The world's a dead sorry hole And I'm cold, and I'm cold And I'm cold, and I'm stubborn I'm sick to keep it open wide And speaking words to the blind Speaking words, to the blind Speaking words, to the blind And the soul of the pure And the eyes of the lover And the one who truly saw your soul And the one who truly saw your soul I'm the one, who truly saw your soul I'm the one, who truly saw your soul And if you tell me to shut up And if you tell me to shut up Did you tell me to shut up Oh if you tell me to shut it I'll shut it now Young, just born Fragile and trembling soul You hold it to the light That pours down the moon at night You kept on holding it You kept on holding it It was a dangerous thing to do But you did it when no one knew When the eyes were closed And the people asleep Not an animal Not a human Not a soul Not a soul And if you tell me to shut up And if you tell me to shut it Did you tell me to shut up Oh if you tell me to shut it I shut it now I am a breaker of ocean Leaden like a bullet to the sun I am a breaker of ocean Leaden like a bullet to the sun, to the sun, to the sun...
In de Handelsbeurs mocht Marco Z gisteren een avond waar ik met hooggespannen verwachtingen naar toegeleefd had, openen. De man wist vorig jaar nog met zijn radiohitje I'm a bird de harten te stelen van mijn dochter en jongste stiefdochter, die een gezamenlijk dansje bedachten waar de oudste stiefdochter rologend op reageerde en waar de zoon vooral het schouderophalen bij oefende. Al gauw bleek dat dergelijke liedjes de sterkte vormen van deze man, die voor de rest vooral matige liedjes bracht. Het was allemaal niet slecht (op een wel erg flauw Solar power na), maar de enige échte lichtpuntjes waren dat hitje en een even aanstekelijk spielereitje, getiteld This smile, dat ook dreef op de inbreng van de toetseniste. De cover van Pogo van Digitalism was niet van die aard dat we nu meteen op zoek gaan naar het origineel en de tweede single, Endlessly together, dat ingezet werd met een flard Revolution van The Beatles, overtuigde een pak minder live dan op plaat. Enkele van zijn nummers maakt hij overigens nog met zijn groep The Berriegordies, een tribute aan de oprichter van Motown.
Setlist:
Smalltown simplicity
Lonely neighbors
Inner voice
This smile
Pogo (Digitalism cover)
This ain't the town
Strong words for weak minds
I'm a bird
Solar power
Home with me
Endlessly together
Marketing song
Maar ik was vooral gekomen voor Villagers, dat met het tweede album {Awayland} voorlopig het beste album maakte dat ik al hoorde dit jaar. Van debuutplaat Becoming a jackal was ik meer dan gecharmeerd, van deze plaat ben ik helemaal wég! Conor O'Brien kwam helemaal alleen het podium op en zette Cecilia and her sister a capella in, om enkel met zijn eigen gitaarspel erbij de zaal helemaal stil te krijgen. Ik kende het nummer nog niet, maar alleen al de manier waarop het gebracht werd, was indrukwekkend. Voor Nothing arrived kwam er enkel wat spaarzame piano bij, waardoor de song een stuk ingehoudener klonk dan ik het van op het album gewoon ben. En al prefereer ik de albumversie, ik moet toegeven dat Villagers op deze manier wél de aandacht van het publiek vasthouden en bewondering afdwingen. Zes nummers uit het debuutalbum en op twee na alle songs uit het dit jaar uitgebracht {Awayland} kregen we uiteindelijk te horen, en persoonlijk vond ik dat de set pas echt helemaal in lichterlaaie stond vanaf Passing a message. Vooral Earthly pleasures (mét gestotter) in een erg krachtige versie was subliem. Daarna volgde nog een erg sterk Ship of promises. Voor de bisnummers herhaalde Conor O'Brien de krachttoer van het begin van de set, door helemaal in zijn eentje That day te brengen, er enkel zijn toetsenist bij te halen voor In a newfound land you are free en af te sluiten met de hele band met het titelnummer van de debuutplaat. Opvallende kenmerken waren in ieder geval de vibrato in de stem van O'Brien en zijn héél heldere articulatie. Zelden zijn zangers live zo goed te verstaan...
Als luiheid des duivels oorkussen is, zal Jamie Stewart van Xiu Xiu
er nooit zijn hoofd te rusten leggen. Nadat zijn groep vorig jaar het
mooie album ‘Always’ uitbracht, vinden we hem in 2013 opnieuw in de
platenbakken, in samenwerking met Eugene S. Robinson van Oxbow. Die
laatstgenoemde band zal voor velen wellicht een vrij onbekende naam
zijn. Dat Californische viertal is te situeren in de muzikale wereld van
de avantgarde jazz, noise rock, hedendaags klassiek en blues. Behalve
hun roots, hebben beide frontmannen een werkethiek om u tegen te zeggen
én het schrijverschap gemeen. Wellicht is ook Sal(vatore) Mineo een gezamenlijke interesse, want
deze acteur verleende zijn naam aan het album dat zij ons schenken.
Mineo werd vooral bekend voor zijn rol als tegenspeler van James Dean in Rebel without a cause, wat hem zijn eerste van twee Oscarnominaties
opleverde. Bovendien bracht hij twee singles uit die beide in de
Amerikaanse top-40 genoteerd stonden. In 1976 werd hij bij een mislukte
beroving doodgestoken. Drieëntwintig songs, variërend in lengte van nog geen halve tot
drieëneenhalve minuut, experimenteren beide heren erop los. Soms, zoals
in Strategic thermal unit, overheersen de geluidjes (dreigende drones
versus bleeps), dan weer krijgen we een aan Tom Waits schatplichtig lied
(The primary bell) en een andere keer ligt het gesproken woord
gedrapeerd over grootstedelijke soundscapes (Sharp dressed man). De
jaren ’80 komen al eens om de hoek loeren, onder meer in het korte Glass. Het moge duidelijk zijn: dit is geen plaatje voor onervaren
luisteraars. Avontuurlijke, getrainde muziekfans met een open geest en
met de bereidheid alles wat ze menen te weten over Xiu Xiu achter zich
te laten, worden getrakteerd op een niet altijd even consistente plaat,
waarop quasi-toegankelijkheid bijna steevast gevolgd wordt door de
moeilijkere happen. En zo maken ze het de luisteraar bepaald niet
makkelijk, in een spel van aantrekken en afstoten.
Een onmiskenbaar vleugje New Order hangt rond deze single van Chvrches, een Schotse groep waarover ik al heel wat goeds gelezen had in het Indiestyle verslag van hun optreden op Eurosonic Noorderslag eerder dit jaar. Mooie single! Je kan hun EP, Recover, hier kopen.
Beluister ook eens hun remix van Hurricane van MS MR, die je overigens gratis kan downloaden:
Lyrics: Vicious one how ever did you find me?
Time is wasted, words are cheap
Now it seems that we are not crazy
And lovers sow what lovers reap
Nothing now can ever come between us
As we hide and watch the city burn
There is much that I still want to tell you
But now is not the time to speak of love
Beckoning to me
More than memory
Words are useless here
Until you are near
Live in fear I cannot be your savior
There is no violence in your heart
Warriors are both time and patience
But you and I are worlds apart
We all, we all, we all saw the light
We are, we are, we are first and right
Nothing now can ever come between us
As we hide and watch the city burn
There is much that I still want to tell you
But now is not the time to speak of love
Beckoning to me
More than memory
Words are useless here
Until you are near[x2]
In de jaren ’80 en ’90 bezorgde de Londense band The Godfathers ons
enkele albums die voornamelijk de vergetelheid indoken, ware het niet
dat tussen al hun muzikaal geweld ook de opgemerkte single Birth, school, work, death fonkelde als een eenzame ster in een verder
bewolkte nacht. Enkele jaren geleden kwam de groep rond de broers Peter
en Chris Coyne terug bij elkaar. In een wat gewijzigde bezetting
intussen leveren ze dit jaar eindelijk nog eens een plaat met nieuw
werk: Jukebox fury. Twaalf songs lang brengen de Britten lekker ouderwetse rock. Een
titel als Let your hair hang down liegt er niet om. Hoewel je hoort
dat dit geen jonkies meer zijn, raak je zonder probleem meegesleurd door
het enthousiasme en de drive van dit soort nummers. I can't sleep tonight, met zijn Duitse 1-2-3-4, lijkt een heropstanding van The Ramones, Mary baby is ouwe Kinks in nieuwe zakken en Theme to the end of the world bevat het soort westerngitaar waar Quentin Tarantino
zo graag gebruik van maakt voor zijn soundtracks. Het enige
buitenbeentje is Thai nights, niet toevallig ons minst favoriete lied
op dit album. Geef ons maar de Rocket From The Crypt-pastiche I'm branded of eender welke scheurende lap pure rock die deze plaat rijk
is. Een meesterwerk is dit niet, en een single die het succes van hun
enige echte (radio- en cult)hit kan evenaren, hebben we ook na lang
zoeken niet ontdekt. Iets meer dan een half uur krijgen we echter genoeg
adrenalineshots toegediend om daar met plezier een oogje voor dicht te
knijpen.
De rustgevende stem van Josh Rouse en het americana accent in de muziek maken van dit nieuw nummer, uit zijn album The happiness waltz, een aangenaam lied. Er is weinig opdringerigs aan en de kans dat dit nummer massaal opgepikt wordt, is bijzonder klein, maar het verdient wel een plaatsje op mijn blog. Je kan het album The happiness waltzhier kopen. Lyrics: It's cold in San Francisco
It's California gray
One night on Telegraph Hill
We kept the wolves at bay
I wrote you a long letter
Some things you can't explain
Julie come out of the rain
It's cold and I can't wait forever
Julie, if you want me to stay
Why don't you show it?
I called a taxi for you
Your raincoat, it was blue,
Outside the wind was talking
Of how I felt for you.
You left your cigarettes and
A dozen other things.
Julie come out of the rain
It's cold and I can't wait forever
Julie if you want me to stay
Why don't you show it?
Give me a smile and say
Everything's ok
Oh it's California gray.
Oh it's California gray.
It's cold in San Francisco
It's California gray
One night on Telegraph Hill
We kept the wolves at bay
Julie come out of the rain
It's cold and I can't wait forever
Julie, if you want me to stay
Why don't you show me?
Give me a smile to say
Everything's okay
Look in my eyes and say
Everything's okay.
Oh it's California gray.
Oh it's California gray.
Vorige week zette DemocrazyIsbells, die stilaan het einde van hun tournee naderen, en Marble Sounds, die met een nieuw album onder de arm pas begonnen met touren, samen op het podium van de Gentse Vooruit. Ik was er voor Indiestyle (mijn korter en minder persoonlijk concertverslag kan je hier lezen), samen met mijn lief en een vriendin. Wat ons alledrie toch wel opviel, en ook behoorlijk stoorde, was hoeveel er gebabbeld werd door het publiek tijdens het concert. Dat fenomeen is me niet helemaal onbekend, maar dat zelfs op de voorste rijen het getater en gesnater de muziek vaak overstemde (zeker tijdens het voorprogramma), valt (gelukkig) maar zelden voor. Ik snap het ook niet zo goed: wat ik wél snap, is dat je af en toe eens de ervaring wil delen met je vrienden en kort iets zegt, maar de hele tijd staan kletsen over vanalles en nog wat, daar ga je toch niet voor naar een concert? Stoort de muziek hen dan niet?
Soit, Marble Sounds, dat zijn tweede plaat (Dear me, look up) pas uitheeft,
mocht openen. Dit is niet eens zo vreemd als je merkt dat de groep
enkele leden deelt met Isbells. Zowel gitarist Gianni Marzo als Chantal
Acda vulden de band aan. Opvallend in de set, waarin de nieuwe nummers
de bovenhand hadden, was hoezeer elk lied gedragen wordt door een mooie
melodie. En hoewel Sky high hun bekendste song blijft, was het niet
het hoogtepunt van hun concert, wel No one ever gave us the right.
Isbells, dat vorig jaar zijn tweede album (Stoalin') releaste, bewees met een gevarieerde en krachtige set dat zij toch echt wel een divisie hoger spelen. Ze begonnen al goed met het titelnummer uit die plaat, maar het was eigenlijk pas vanaf Reunite dat ik het gevoel kreeg dat ze een echt fantastisch optreden aan het spelen waren. Daarvoor hadden ze al een mooi meezingmoment ingelast (dat frontman Gaëtan Vandewoude hun "Snoop Dogg-moment" noemde). Maar met Reunite legden ze de lat nog een pak hoger, en ze zouden daar eigenlijk niet meer onder duiken. We kregen een erg krachtige cover van Wolf like me, van TV On The Radio. Hun gloedvolle sound totdantoe, die associaties aan Sigur Rós opriep, werd ingeruild voor stevige indie rock, en de cover bewees dat deze band muzikaal een behoorlijk breed spectrum kan bestrijken. De knal met slingers en snippers breidde er bovendien een mooie apotheose aan. Daarna kwam de groep vooraan op het podium plaatsvatten, netjes op een rijtje, en ze slaagden erin door akoestisch te spelen (en na een oproep om stilte van Gaëtan) het publiek inderdaad de gesprekken te laten verstommen. Na Baskin' volgde een prachtversie van As long as it takes (die je hieronder kan bekijken en beluisteren). Hoewel ik verwachtte dat ze het podium nu zouden verlaten om zich op te maken voor de bisronde, namen ze weer plaats achter hun instrumenten en we kregen nog een cover opgediend: Reason to believe van Tim Hardin. De reguliere set werd dan afgesloten met een alweer erg goed gespeeld Erase and detach.
Twee bisnummer kregen we nog, en de afsluiter brachten ze zelfs samen met Marble Sounds (tien muzikanten op het podium dus). Fantastisch concert, noem ik zoiets, en een geheide kanshebber om in mijn eindejaarslijstje érg hoog te eindigen.
As long as it takes (live in de Vooruit, 11/4/13)
Setlist Isbells: 1. Stoalin' 2. Past back 3. Heading for the newborn 4. Heart attacks 5. Letting go 6. Maybe 7. Falling in and out 8. Illusion 9. Reunite 10. Wolf like me (TV On The Radio cover) 11. Baskin' 12. As long as it takes 13. Reason to believe (Tim Hardin cover) 14. Erase and detach Bis:g 1. Ain't gonna go home tonight 2. Celebration! (samen met Marble Sounds)
Machu Pichu van The Strokes, dààr moeten we steevast aan denken als
we single Future = our home horen van Protection Patrol Pinkerton.
Het vijftal uit Tielt, of volgens sommige bronnen Gent, won vorig jaar
De Beloften, het door Democrazy georganiseerde rockconcours, en had al
een palmares met enkele mooie prijzen: winnaar Melkrockrally,
publieksprijs Dé Vedette en finaleplaats Westtalent 2011. Bram
Vermeersch van RifRaf koos hen voor zijn Vi.be On Air-selectie op Studio Brussel en de eerder genoemde single wordt op Eén en OP12 vaak gebruikt
als soundtrack bij programma’s als Iedereen beroemd, Magazinski en Dagelijkse kost. Geen wonder dus dat de verwachtingen voor het
debuutalbum bij Indiestyle niet bepaald bescheiden zijn. Een zucht van opluchting mag weerklinken. De jonge wolven hebben een
eerstgeborene ter wereld gebracht die gezien mag worden. En zoals het
borelingen betaamt, klinkt hij niet volwassen of af, maar houdt hij
vooral de belofte in dat we van dit kwintet nog zullen horen. Deze zomer
bijvoorbeeld, verwachten we dat ze menig publiek in vervoering zullen
brengen met hun zonnige melodietjes (Watching over you) en hun speelse
aanpak (The Beatles songs are wrong). De jongelui slagen erin een
evenwichtige combinatie te bereiken van luchtige deuntjes en harmonieuze
samenzang. Wie referenties wil, bedienen we graag met de al genoemde
Strokes, The Drums, Vampire Weekend en een vleugje Arctic Monkeys. De
lente mag dan lang op zich laten wachten hebben dit jaar, met Protection
Patrol Pinkerton lijkt de zomer al helemaal op zijn gemak een
strandlaken veroverd te hebben aan de Blaarmeersen of het Zilvermeer.