16 mei 2021

Flying Lotus


Yasuke
 is een anime-serie over een zwarte samurai in het feodale Japan, geproduceerd voor Netflix. De soundtrack bij de serie werd gemaakt door Flying Lotus, eigenlijk Steve Ellisson, een fervente fan van het genre. En zoals we gewoon zijn van deze muzikant, weet hij prachtige songs ineen te knutselen.
Waar zijn platen doorgaans experimenteel zijn en bijna een genre op zichzelf binnen de hiphop, valt op hoe hij voor deze soundtrack kiest voor rustige melodieën en vaak meer sfeerzetting dan songs. Je hoort hoe nummers als Hiding in the shadows en Crust echt gemaakt zijn om als muzikale ondersteuning te dienen voor een vooral visueel verhaal. Uiteraard hoor je Japans invloeden (zoals in Fighting without honor, dat me doet denken aan het werk van Takkyu Ishino en Ken Ishii). De 26 songs op deze plaat, sommige erg kort, vervullen weliswaar een dienende rol ten opzichte van de tv-serie maar klinken hier op zichzelf ook als een coherent en beluisterenswaardig geheel.

Beluister hieronder het album, dat je hier kan kopen via de Bandcamp-pagina van Flying Lotus:

14 mei 2021

Alan Vega


De iconische Suicide-zanger Alan Vega stierf in 2016 maar heeft blijkbaar in kluizen nog heel wat materiaal achtergelaten dat hij bij leven opnam. Aangekondigd als een eerste release daaruit, mogen wij kennismaken met Mutator, een plaat die niet vlotjes als fruitpap door de spreekwoordelijke keel glijdt (of accurater in het geval van muziek: de oren). 
De nagelaten stukken zijn nogal experimenteel van aard, wat niet hoeft te verbazen van een muzikant die hoedanook al minder voor de hand liggende darkwave maakte. Echte zang kan je de vocalen ook niet altijd noemen, al hoeft dat niet onaangenaam te zijn: Muscles werkt net goed met het parlando. Bij momenten hoor je duidelijk wave doorklinken (Filthy), in andere songs zoals Samurai wordt uit een ander vaatje getapt. Het experiment wordt iets te ver doorgedreven in Psalm 68 (dat verwijst naar Psalm 69 van Ministry) maar daartegenover staat een ware parel als Nike soldier. De beklemmende sfeer van die laatste song schetst een goed beeld van de muzikale wereld die Vega bij leven schiep.

Je kan deze plaat hier kopen op de Bandcamp-pagina van de artiest en hieronder al beluisteren:

13 mei 2021

Tony Joe White


Iets minder dan drie jaar na zijn dood is er een postume plaat van Tony Joe White met demo's die Dan Auerbach (van The Black Keys) met sessiemuzikanten vervolledigde tot een mooi eerbetoon aan de Louisiaanse swamp rock van de Amerikaan. Smoke from the chimney bevat negen songs die inderdaad de demo-versie prachtig overstegen en deze pionier van het genre alle recht doen. 
De diepe stem van de in Nashville levende en intussen overleden artiest blijft zijn handelskenmerk en kleurt ook hier de songs bijzonder warm. Del Rio, you're making me cry is een goed voorbeeld van hoe zalvend die kan klinken, ondanks het verdrietig verhaal dat erin verteld wordt. 
De nummers die je hoort, zijn minutieus opgebouwd en zitten vol subtiele muzikale details en de muzikanten die ze afwerkten, leggen er hun ziel en al hun kunde in. Ik hou van het weeë zaterdagavondgevoel bij Listen to your song, het bluesidioom van Scary stories, de vertederende eenvoud van Someone is crying en het orgeltje in Billy
Geen enkel lied op deze plaat moet onderdoen voor de andere en voor jonge mensen die de tijden van zijn hits Polk salad Annie en Rainy night in Georgia gemist hebben, is dit een uitstekende introductie.  

Je kan dit album hier kopen via de Bandcamp-pagina van Tony Joe White en hieronder alvast beluisteren:

11 mei 2021

Weezer


Met hun vijftiende album, Van Weezer, stuurt Weezer een vette knipoog naar de eighties hardrock genre Van Halen de wereld in. Naar verluidt zit in elke song wel minstens één hardrock-riff uit dat decennium. 
Het viertal verkeert weer in goede vorm. Niet alleen was er (een heel ander want behoorlijk symfonisch aangezet) eerdere plaat dit jaar met OK human, het spelplezier is bijzonder groot, het luisterplezier navenant en de knipogen en typische Weezer-humor krijgen hier de ruimte om in perfect meezingbare rocksongs een instant goed gevoel te bezorgen. Songs als All the good ones en The end of the game schreeuwen er gewoon om luidkeels meegezongen te worden door een festivalpubliek, wat helaas nog wel even zal duren. 
De band vergeet niet heerlijke popmelodieën te gebruiken, zoals blijkt uit 1 more hit en Hero. Dit album blinkt vooral uit door het gebrek aan pretentie: de luisteraar een half uurtje onversneden fun bieden lijkt, naast het eerbetoon aan een genre dat ze koesteren, de enige ambitie.

Beluister hieronder het volledige album:

06 mei 2021

Dinosaur Jr.


Er zijn groepen die graag de vernieuwing opzoeken en er zijn er waarvan je perfect weet wat je (ongeveer) mag verwachten omdat ze hun sound amper wijzigen. Als dat zoals bij Dinosaur Jr. is omdat ze daarmee hun eigen unieke plaats gevonden hebben en door velen bewonderd worden en zelfs als inspiratie genoemd, dan is dat absoluut niet erg.
Met Sweep it into space zijn ze aan hun twaalfde plaat toe. Dat tegen de verwachtingen lage aantal (de band bracht zijn debuut al in 1985 uit) is onder meer te wijten aan de vele projecten waar frontman J Mascis bij betrokken was, zijn solo-platen en de pauze en reünie in achtereenvolgens 1997 en 2005. De fans intusssen zijn allang blij dat met enige regelmaat nieuw werk verschijnt en wellicht evenzeer dat ze niet bepaald van veel vernieuwing verdacht kunnen worden.
Producer Kurt Vile bracht daar ook niet veel verandering in en vanaf I ain't hoor je dat ze perfect de balans tussen melancholie en vreugde nog steeds beheersen en de zang van J Mascis mag dan niet meteen om over naar huis te schrijven zijn (dat was die nooit), het klinkt allemaal vertrouwd en erg passend bij de muziek waarin de gitaar de absolute toonzetter is. Hoogtepunt is overigens het eerder rustige Garden dat wat meer diepgang lijkt te hebben dan de echte rocknummers zoals we die al sinds de jaren tachtig van hen gewoon zijn.

Je kan de plaat hier kopen op hun Bandcamp-pagina en hieronder alvast beluisteren:



04 mei 2021

Matt Sweeney & Bonnie 'Prince' Billy


Samenwerkingen tussen Matt Sweeney en Will Oldham, die vooral bekend staat als Bonnie 'Prince' Billy, leveren vaak spreekwoordelijk meer op dan de som der afzonderlijke delen. Het lijkt alsof beide heren elkaar naar een hoger niveau weten te tillen. De gitarist van onder meer Skunk en Chavez en de muzikale duizendpoot en veel-releaser vonden elkaar zo bijvoorbeeld in 2005 voor Superwolf, een plaat die ik iedereen zo zou aanraden. Nu is er daarop een logisch vervolg met Superwolves, een collectie van 14 songs waar je het behaaglijk warm van krijgt op dagen waarop de temperatuur onder het jaargemiddelde blijft.
Uiteraard staan er luisterliedjes op (zoals Good to my girls, Watch what happens of You can regret what you have done) maar plots gaat het tempo omhoog voor een psychedelische song (Hall of death). Vaak schurken de songs aan tegen folk die de seventies oproept. 
Bovenal is deze plaat kwalitatief hoogstaand, met geen enkele song die minder dan excellent is, zowel qua melodie, instrumentatie als (samen)zang.

Je kan dit album hieronder beluisteren en hier bestellen via de Bandcamp-pagina van beide artiesten samen:

02 mei 2021

Royal Blood


Niet heel veel bands slagen erin om bij hun debuut zoveel enthousiasme op te wekken als Royal Blood deed met hun titelloos album in 2014. Dat was overigens geheel terecht. Songs als Come on over, Little monster en Ten tonne skeleton haalden de luchtgitaren massaal van stal zelfs bij diegenen die hadden georakeld dat rock 'n roll/gitaarmuziek nu wel echt definitief dood was.
Vandaag kunnen we luisteren naar hun derde plaat, Typhoons, die een nieuwe stap inluidt in hun discografie. Gelukkig is het allerminst een stap achteruit (of simpelweg opzij): al vanaf Trouble's coming weten de Engelsen opwinding door onze aderen te jagen. De overmacht van de gitaren wordt hier mooi aangevuld met elementen uit dance rock en disco. Ditmaal is het duo gegaan voor een sound die dansbaarder is. Daardoor klinkt een vleugje Foals door. 
Million and one toont zelfs een shift in klemtoon: het zijn niet zozeer de gitaren die bepalend zijn maar minstens evenzeer de electronica die de song dragen. Mad visions trekt enkele nummers die lijn door. Helemaal een buitenbeentje is afsluiter All we have is now, een ballad die zo buiten de rest valt dat je als luisteraar niet goed weet wat je ermee aan moet.
Toch is het hoogtepunt Boilermaker. Hier spat niet alleen de opwinding van elke noot, dit is ook het hardste nummer van de plaat. Het tweetal heeft dan al zeven songs lang toegewerkt naar deze climax die je trommelvliezen binnendringt met een ongelooflijke kracht.
Soms hoef je maar met twee te zijn om even indrukwekkend te klinken als een klassieke of uitgebreidere band. Royal Blood is daar een prachtig voorbeeld van.

Je kan deze plaat alvast hieronder beluisteren:

01 mei 2021

Teenage Fanclub


Ik moet toegeven dat ik al lang een zwak heb voor Teenage Fanclub, de Schotse band die in 1991 met The concept een memorabele single uitbrachten die in twee delen uiteenvalt. Ook What you do to me uit hetzelfde album Bandwagonesque raakte de juiste snaar. Sinds 2005 maken ze nog ongeveer om de vijf jaar eens een plaat en die is nooit slecht, al weet de groep niet langer de scherpte van weleer in hun songs te krijgen.
Met Endless arcade breien ze alweer een vervolg aan hun oeuvre. Plaat nummer twaalf is een werkstuk geworden dat alweer geen opvallende singles herbergt. Wel hoor je op de plaat een indiegitaarband die diverse tempo's de ruimte geeft in hun liedjes en een soort vakmanschap uitstraalt. Mijn voorkeur gaat weliswaar uit naar de meer up-tempo nummers, omdat je daarin beter hoort waartoe het vijftal in staat is. Opener Home had in elk jaar sinds 1990 kunnen uitgebracht zijn, het korte Warm embrace maakt zijn naam waar door hartverwarmend een soundtrack te geven aan genegenheid. In our dreams en Living with you zijn aangename gitaargedragen songs die niemand storen. 
De tragere songs zijn altijd wel goed, daar niet van, maar erg opwindend klinken ze niet. Onderlinge inwisselbaarheid dreigt daar toch een beetje.
Ontstaan in het jaar van de val van de Berlijnse Muur bewijzen ze iets meer dan dertig jaar later dat ze platen maken helemaal onder de knie hebben. Het resultaat is een album dat je mag bijschuiven in je platenkast onder de T en dat niet misstaat tussen hun ander werk. Dit is meer een plaatje om af en toe eens op te leggen wanneer je je hoofd wil vrij houden voor andere bezigheden en toch een aangename luisteromgeving wil creëren. 

Je kan het album hier kopen via de Bandcamp-pagina van de band en hieronder alvast beluisteren:

30 april 2021

Mogwai


Het tiende studio-album van Mogwai, As the love continues, bleek plots een groot (commercieel) succes in Groot-Brittanië en dat is toch wel verwonderlijk. Hoe goed hun platen ook altijd al geweest zijn, het is niet meteen muziek gericht op een groot publiek.
Binnen de post-rock gelden de Schotten als één van de topgroepen en naast hun reguliere albums brachten ze ook al soundtracks uit. Al hun platen ademen constante kwaliteit en dat is bij deze niet anders. Meer dan voorheen hoor je echter ook dat de band zijn horizon heeft verbreed, al vanaf opener To the bin my friend, tonight we vacate earth. Here we, here we, here we go forever klinkt verrassend electronisch en Ritchie Sacramento had een jaren negentig indie gitaarhitje kunnen zijn. Dat terugkeren naar de sound van bijna dertig jaar geleden horen we ook duidelijk in Ceiling granny.
Verdere hoogtepunten zijn er met Supposedly, we were nightmares (dat zowaar als springerige post-rock zou bestempeld kunnen worden) en het dromerige Dry fantasy
Waarom de groep er dit keer wel in slaagt meer mensen te bereiken, is duidelijk voor wie hoort hoe ze wat nostalgie naar de jaren negentig verwerken in hun muziek en het pad der zuivere post-rock verlaten om dwars door het bos een eigen weg te stappen.

Beluister hieronder het volledige album, dat je hier kan kopen via hun Bandcamp-pagina:

24 april 2021

The Polyphonic Spree


The Polyphonic Spree is zo'n groep waar ik ooit eens kennis mee maakte en die ik best wel goed vond, maar die algauw weer de krochten der vergetelheid opzocht (of er minsten in belandde) waardoor ik hen haast vergeten was. Nochtans herinner ik me dat hun mooie zang één van de troeven was waarmee ze me toen bekoorden. Het was ten tijde van Together we're heavy (2004), een plaat geproduced door Eric Drew Feldman, hier mogelijk bekend als (ex-)lid van dEUS en Pixies
Afflatus, hun nieuwste en pas zevende album in bijna twintig jaar, beroept zich nog steeds op de mooie vocalen om te bekoren. Al in Don't change en You put my love out the door vallen die nog meer op dan de lichtvoetige melodieën. Daarna volgt een prachtige cover van het atypische Rolling Stones-nummer She's a rainbow. Meteen hoor je hoe ze de vrolijke toon van het nummer perfect te pakken hebben.
Alle tien songs op deze plaat houden die kwaliteiten vast al lijkt de plaat wel een beetje in te zakken in de tweede helft. Gelukkig maakt afsluiter The spirit of radio veel goed door een totaal andere richting in te slaan. Hier zijn het zowaar de gitaren die de hoofdrol opeisen en krijgen we een vrij potige song te horen, met in de tweede helft verrassende tempo- en stijlwisselingen.
De band uit Dallas heeft me opnieuw voor zich gewonnen en dit album zal deze zomer nog wel vaker beluisterd worden.

Je kan het album hier bestellen via de Bandcamp-pagina van de band en hieronder alvast beluisteren:

13 april 2021

Retro review: Crosby, Stills, Nash & Young


Eén jaar voor mijn geboorte zorgden vier op dat moment gevierde muzikanten voor een samenwerking die nog steeds geldt als legendarisch. De Amerikaanse singer-songwriters David Crosby en Stephen Stills hadden al samen met hun Britse collega Graham Nash een titelloze debuut uitgebracht en werd nu ook nog eens vervoegd door Neil Young. Die laatste had ook al net wat albums uitgebracht en had al met Stills samengewerkt in Buffalo Springfield

Déja vu verwierf intussen de status van klassieker en is voor elk van de vier mannen hun grootste succes. De in folk en country gedrenkte muziek wurmt zich ook vandaag nog steeds meteen een weg naar je hart. Hoewel elk van de bandleden zijn eigen delen meestal apart opnam, hoor je toch een verrassend hechte band. 

Tot mijn persoonlijke favorieten horen zeker het niet van humor gespeende Almost cut my hair en het heel erg door Neil Young beheerste Helpless. Dat nummer kende ik al van een verzamelaar van deze artiest. Het is een typische Young-song, waarin de zang langoureus klinkt en de melodie bedrieglijk simpel lijkt. Woodstock ken je uiteraard van de soundtrack van de documentaire over het gelijknamige festival. Het lichtvoetige Our house straalt zoveel optimisme uit dat we dat tegenwoordig terug heel hard kunnen gebruiken. Ook de up-tempo afsluiter Everybody I love you doet het nog steeds goed, al hoor je duidelijk een productie eigen aan de jaren zeventig.

Niet enkel nostalgici mogen af en toe teruggrijpen naar deze plaat. Het is gewoon een terechte klassieker.

Beluister hieronder het volledige album:

11 april 2021

Samba Touré


De Malinese zanger en gitarist Samba Touré is géén familie van de legendarische Ali Farka Touré, mijn favoriete Afrikaanse bluesartiest. Zijn moeder was wel één van de eerste vrouwen die samen met Ali Farka zong. Zelf trok Samba Touré naar hoofdstad Bamako waar hij kennismaakte met de populaire gitaarmuziek uit Zaïre (tegenwoordig Congo). Via die weg leerde hij de muziek van de grote Malinese artiest ook kennen, hij ging hem bewonderen en begon in dezelfde gitaarstijl te spelen. 

Dat hoor je heel duidelijk op Binga, zijn vierde plaat (zijn derde was een hommage aan Ali Farka Touré, met wie hij in 1997 overigens mee op tournee mocht). Je hoort de typische bluesgitaarstijl en ook de parlando zangstijl keert hier terug, onder meer in Atahar. Tot de pareltjes behoren het instrumentale (uiteraard...) Instrumental en Fondo waarin je echo's hoort van Ry Cooder.

Wie niet van Malinese blues houdt, loopt hier best in een boog omheen want er wordt op deze plaat vooral een traditie voortgezet. In zijn genre is dit echter een steengoede release.

Je kan dit album hier kopen via zijn Bandcamp-pagina en hieronder alvast beluisteren:



10 april 2021

Balmorhea


Het duo Rob Lowe en Michael Muller uit Austin, Texas, ook wel bekend als Balmorhea, kwam op deze blog al eerder aan bod omwille van hun mooie releases, waaronder een live-album opgenomen in de Gentse Sint-Elisabethkerk in het Groot Begijnhof. Hun nieuwste plaat, The wind, is uit bij Deutsche Grammophon, één van 's werelds meest vooraanstaande labels als het op klassieke muziek aankomt. Ook Max Richter en Dustin O'Halloran, om er slechts twee te noemen, vonden al eerder de weg daarheen. Zelfs Moby en de Nederlander Joep Beving sieren hun back catalogue.

Dat nu ook de Texanen onderdak vonden bij dit klassieke platenlabel, hoeft niet te verbazen voor wie al eerder genoot van hun zachte, kabbelende, verstilde, soms zweverige, ingetogen en tegen klassiek aanschurende composities. Ook nu weer horen we zacht gitaargetokkel (Landlessness) en behoedzame pianotoetsen (La vagabonde, Evening,...) die de basis leggen voor mooi gearrangeerde songs. Een hele resem gastartiesten uit muziekgenres die we gemakkelijkheidshalve onder "modern klassiek" kunnen samenvatten, werkten overigens mee.

Het geheel is een erg rustige en contemplatieve plaat, die de luisteraar meeneemt naar een wereld waar je je zorgen kan vergeten en kan verdrinken in pure schoonheid.

Beluister hieronder het volledige album:


08 april 2021

The Antlers


De New Yorkers van The Antlers zijn toe aan hun zesde studioplaat, Green to gold. Waar sommige bands potentiële luisteraars lokken met een aantrekkelijke hoes, weet ik het niet zo voor deze. Er gaat iets fascinerends van uit, dat wel, maar tegelijk is het ook een tikje schreeuwerig. Gelukkig hoefden ze mij niet echt meer te overtuigen om hun muziek te beluisteren. 
Ik leerde hen immers in 2009 kennen dankzij het prachtige album Hospice, waarmee ze in mijn persoonlijke top van dat jaar zelfs eindigden op de negende plek. En ook op deze nieuwste combineren ze mooi gitaarspel met zang die zacht, allerminst opdringerig en bij momenten hemels klinkt. Solstice is hier een mooi voorbeeld van. 
Op deze plaat kiezen ze minder resoluut voor stevigere elementen van indie-rock maar opteren ze voor een zalvende houding. Het tweetal dat nog overblijft van de band levert daarmee songs af die bedaard en rustig kabbelen. Dan is na een tijdje onderlinge inwisselbaarheid en zelfs verveling bij de luisteraar een valkuil die je vakkundig moet vermijden en daar slagen ze gelukkig goed in. It is what it is leunt op een jazzy saxofoon en na de titelsong, die de percussie wat meer naar voren schuift, volgt Porchlight dat de gitaarsound in balans brengt met lichte pianotoetsen.
Green to gold kan voor mij niet tippen aan het inmiddels al elf jaar oude Hospice. Toch dragen ze nog steeds met verve de titel van "kleine parel die je je vrienden wil aanraden".

Beluister hieronder het volledige album, dat je hier kan kopen via hun Bandcamp-pagina:

06 april 2021

DJ Muggs The Black Goat


DJ Muggs kan je kennen als lid van Cypress Hill en voor wie nog beter vertrouwd is met hiphop ook van Soul Assassins. Net als bij die bands, waar hij met zijn samples en beats zorgt voor een dystopische sfeer, komen we al luisteraar niet terecht in een zonnige maar duistere wereld, niet in land van honing en melk maar van dreiging en zwaarte.

Dies occidendum betekent zoveel als verbrijzelde dagen en het is exact die versplintering, zo herkenbaar in deze coronatijden, die me de plaat intrekt. De instrumentale hiphoptracks vormen samen een verhaal, over hoe DJ Muggs worstelt met verschillende demonen en stemmen die net als bij iedereen samen deel uitmaken van dezelfde persoon. Die versplintering van mensen is bij de één meer uitgesproken dan bij de ander, hier hoor je hem in de diverse stijlen die gehanteerd worden. Zo klinkt Subconscious als minimalistische triphop en daardoor het ook een beetje denken aan de minst toegankelijke platen van DJ Krush

Anicca zoekt eveneens maximaal effect in minimalistische muziek Afsluiter Transmogrification is met zijn ruim vijf minuten het langste nummer op de plaat (hier horen we eindelijk de zwarte geit waarnaar DJ Muggs verwijst) en is de synthese in de meest klassieke betekenis: de verschillende elementen zijn via een soort muzikale catharsis tot een nieuw inzicht gekomen. Dat inzicht lijkt vooral uit innerlijke rust te bestaan, minutenlang horen we amper meer dan gekraak als het einde van een vinylplaat, krekels en hier en daar een geluidje. 

Vrolijk kan je deze plaat niet noemen en makkelijk toegankelijk is ze evenmin. Veel zieltjes zal hij niet winnen buiten een schare muziekliefhebbers die steeds op zoek zijn naar vernieuwende en opmerkelijke releases. Dit wordt voor hen een kluif waar ze even zoet mee zullen zijn. 

Beluister hieronder het volledige album:



03 april 2021

Godspeed You! Black Emperor


Er zijn bands en artiesten die altijd en overal buiten categorie blijven en met elke nieuwe plaat bewijzen dat men hooguit kan proberen hen te imiteren, maar dat niemand hen zal weten te evenaren. Telkens opnieuw herinneren ze er ons aan dat ze een eenzaam hoog niveau halen. Ik denk hierbij aan Sonic Youth of Prince en ook aan Godspeed You! Black Emperor

De Canadezen maken experimentele post-rock die in 2000 met het tweede album Lift yr skinny fists like antennas to heaven insloegen als een bom. Drie jaar na Luciferian towers is er nu hun pas zevende album. G_d's Pee AT STATE'S END! is goed voor iets minder dan een uur afwisselingen tussen climaxen en rustmomenten die nooit helemaal tot rust komen. Het broeierige dat hun muziek kenmerkt, blijft altijd zinderen tot in de uitlopers van de songs. Neem bijvoorbeeld Where we break how we shine (ROCKETS FOR MARY) waarin de relatieve rust na First of the last glaciers door de haast in eenzaamheid terugkerende drumroffel beklemt.  

De woede die de eerder genoemde plaat uit 2000 typeerde (en ook nog wel meer releases) staat minder op de voorgrond, de intensiteit is er wel nog steeds maar zit in andere details en heeft een andere lading meegekregen. Dit album klinkt meer beschouwend, zoomt uit en weet daardoor minder rechtstreeks te raken maar meerdere luisterbeurten later merk je dat je doordrongen bent van hun muzikale kijk.

Beluister hieronder het volledige album, dat je hier kan kopen via hun Bandcamp-pagina:

29 maart 2021

Israel Nash


Ik ken mensen die Neil Young maar niks vinden, meer zelfs, die hem een "oude zaag" noemen. Als corona ons iets leert, is het wel dat er dus toch ergere dingen bestaan. En voor wie de stem van de Canadees niet kan verdragen, is er nog altijd Israel Nash, the next best thing.

Nash liet zich vroeger voorstaan op zijn volledige naam (Israel Nash Gripka). Ergens onderweg naar deze zesde plaat, Topaz, is het laatste deel eraf gegaan en vervangen door steeds meer kwaliteit. Het maakt deze plaat, die zoveel meer is dan americana, de boeiendste uit zijn oeuvre totnogtoe. De injectie met soul en psychedelica die vooral naar voren komt door de toevoeging van blazers en gospelkoortjes, laat het genre hier buiten zijn oevers treden. Southern coasts bijvoorbeeld drijft daardoor op een echoënde drumbeat, Canyonheart wordt een haast religieuze ode en Howling wind schurkt dan weer tegen Fleet Foxes aan, weliswaar zonder harmonieuze mannenstemmen. Het prachtige Closer gaat echter lopen met de award voor beste song op dit album. En hier is wel een hoofdrol weggelegd voor langgerekte gitaarakkoorden die door de lucht zweven als traag vooruit geblazen majestueuze wolken. 

Beluister hieronder het volledige album:


28 maart 2021

Chantal Acda


Eén van de muzikanten die me bij het eerste contact verraste met haar openheid en haar dankbaarheid, was Chantal Acda, die ik ooit interviewde voor Indiestyle. Meerdere platen later volg ik haar nog steeds met nieuwsgierigheid en ik zag hoe ze uitgroeide van een typisch bandlid, beschroomd om een hoofdrol op te eisen, via een aarzelende start onder eigen naam tot een volwassen klinkende zangeres en muzikant die bij elke plaat de juiste snaar wist te raken. Daarvoor koos ze vaak als partners in crime net die collega's die haar songs nog meer diepgang gaven.

Ook op Saturday moon, haar vijfde studioplaat, breidde ze de lijst samenwerkingen uit met namen die klinken als een klok én garant staan voor een nog hogere kwaliteit. Alan Sparhawk en Mimi Parker van Low springen daarbij het meest in het oog. Zoals gehoopt en verwacht, klinken de acht nummers nét dat tikkeltje anders dan alle voorgangers.

Disappear, dat ook als single uitgebracht werd, drijft op een lichtjes aan Low verwijzende drumlaag en de samenzang omarmt de luisteraar. Het kwetsbare The letter illustreert mooi hoe de vocalen de boventoon blijven voeren en als puntje bij paaltje komt de doorslaggevende factor zijn voor het pal staan van de songs. Time frames dipt zijn teen in de vijver van nineties bands als This Mortal Coil en The Sundays. Mijn persoonlijke favoriet echter is het titelnummer dat het album ook opent. Daarin wordt een perfecte balans gevonden tussen een rijke melodie, harmonieuze samenhang en die immer opvallende stem van de zangeres.

Bij elke nieuwe plaat krijg je een vers puzzelstukje aangeboden dat ooit door muziekarcheologen zal ingepast worden in het verhaal van hoe Chantal Acda uitgroeide van een gewaardeerd lid van bands als Isbells, Sleepingdog, Nu Nog Even Niet, True Bypass,... tot een ook muzikaal helemaal gerijpte vrouw. 

Beluister hieronder het volledige album, dat je hier via haar Bandcamp-pagina kan kopen:

27 maart 2021

NF


Al enkele jaren is mijn zoon grote fan van de Amerikaanse rapper NF. Na vijf studio-albums bracht hij zonet, 2 jaar na voorganger The search, een mixtape uit. Clouds (The mixtape) mag dan een ander format heten te zijn, veel verschil met een gewoon album hoor ik niet meteen. 

NF is een intussen 30-jarige rapper uit Michigan. Zijn christelijke opvoeding en zijn onderdompeling op jonge leeftijd in het oeuvre van Eminem levert hiphop op die altijd wel heel erg aanschurkt tegen "christian hiphop", een genre waarvan ik niet eens wist dat het bestond (maar waarvan het bestaan me anderzijds niet verbaast). Toch verzet hij zich vaak tegen het toegewezen worden aan dat vakje omdat hij vooral rapt over wat hij meemaakt(e) en hij een ruimere blik dan enkel een christelijke heeft. 
Zijn persoonlijke geschiedenis vertoont een al even grillig en van ellende doordrenkt patroon als zijn idool. Zijn ouders scheidden en hij werd opgevoed door zijn moeder, tot zijn vader hem daar weghaalde omdat haar nieuwe partner hem misbruikte. In het jaar dat hij afstudeerde aan de high school, overleed zijn moeder aan een overdosis. 

Net als bij zijn vorige platen valt meteen de grote gelijkenis op met Eminem. Bij momenten klinkt hij echt hetzelfde. Het versterkt algauw het gevoel dat je dit al eens eerder hoorde. De onderwerpen zijn recht uit een (rauw) leven gegrepen en ook dat is niet onbekend voor Eminem-fans. Die laatste heeft dan weer meer gevoel voor humor, je hoort doorheen de songs toch vooral ook een woede tegenover het leven die overal in sijpelt. Het palet wordt iets rijker geschakeerd wanneer collega's mogen komen bijdragen, zoals Hopsin in Lost, dat ook een interessantere muzikale keuze maakt om overheen te rappen, of Tech N9ne in Trust. Hier wordt helaas het sjabloon van meerdere NF-songs gevolgd.

NF is zich heel erg bewust van zijn sterkte en speelt die graag uit. Jammer genoeg zit daarin net ook de achillespees van deze mixtape. Te weinig wordt afgeweken van deze elementen en na vijf platen, twee EP's en nu een mixtape klinkt het vooral alsof je op "endless repeat" hebt gedrukt. Het verklaart misschien ook waarom NF bij een bijna 50-jarige luisteraar nog weinig emotie weet op te wekken en ik te weinig diepgang ervaar in de lyrics. Ik kan anderzijds de aantrekkingskracht en zelfs herkenning begrijpen die hij teweegbrengt bij pubers voor wie het wat weinig gedifferentieerd emotioneel palet een houvast biedt in het ontdekken van zichzelf.

Beluister hieronder het volledige album: 

Na maanden


Het was een hele tijd geleden dat hier nog iets nieuws verscheen. Heel wat omwentelingen in mijn leven, zoals een nieuwe job, hielden me zo bezig en kostten zoveel moeite, energie en vooral tijd dat het er een tijdje niet meer van kwam om te bloggen. Nu het stof neergedwarreld is, hoop ik (eindelijk) de draad terug op te kunnen nemen en regelmatiger een bijdrage te schrijven. 

Welkom terug ook, lezers, vanaf nu weer krijg je af en toe vers leesvoer.

10 januari 2021

Aaron Watson


De Amerikaan Aaron Watson brengt op American soul weliswaar nogal middle-of-the-road country, de plaat ligt goed in het gehoor en weet te bekoren. Van deze Texaan moet je een hemelbestormende songs verwachten en wie goed luistert naar de titelsong hoort een ode aan de VS die maar weinig inwoners voor de borst kan stoten, zo goed weet hij in een verscheurd land het midden te bewandelen.
De hoogtepunten op deze plaat zijn dan ook die songs die net een klein beetje buiten de lijntjes durven kleuren: Out of my misery is een popsong met een countryrandje en Silverado saturday night, de opener, is zo heerlijke meezingbaar en up-tempo dat je bereid bent hem zijn doordeweeksheid te vergeven.

Beluister hieronder de volledige plaat:

09 januari 2021

Henrik Appel


De laatste jaren valt het me meer en meer op dat artiesten met plezier teruggrijpen naar de sound van de jaren zeventig. Toch moet de Zweed Henrik Appel gedacht hebben: "waarom niet meteen nog een decennium eerder teruggaan?". Op Humanity, zijn tweede plaat, klinkt hij als een volleerd kind van de jaren zestig. Prominent op de voorgrond staan zijn stem en zijn gitaar en de sound die klinkt alsof met rommelige, versleten apparatuur is gewerkt.
Als voormalig lid van een underground punkgroep (Lion's Den) kiest hij hier voor een heel ander muzikaal palet maar dat levert wel goeie songs op: Wake me up herbergt voor de goede luisteraar nog echo's van het punkverleden, I want to lie is een lieflijke song ondanks de titel en het tempo ligt wel erg laag in Mrs. Spaceman.

Beluister hieronder het album, dat je hier kan kopen via zijn Bandcamp-pagina:

05 januari 2021

Retro review: Genesis


In 1986 was ik als middelbare scholier verkocht aan Veronica's Countdown met Adam Curry. Soms slaagde ik er in mijn ouders te overtuigen om me naar Top of the pops te laten kijken op BBC, al was de eerste poging een beetje een misser omdat The Cure er net Caterpillar ten beste gaf en mijn ouders wel heel hard fronsten. Het was vermoedelijk ook op de BBC dat ik voor het eerste de clip zag van Land of confusion van Genesis, waarin de poppen van Spitting image de draak steken met de beroemdheden en wereldleiders van toen. Ook de bandleden zelf ontsnappen er trouwens niet aan. Voor zulke satire hadden we hier kortstondig TV Touché met Herman Van Molle en Jessie De Caluwé, maar dat werd na protest afgevoerd. Bekijk hier alvast de clip van Land of confusion:

Deze song staat op Invisible touch, het dertiende studio-album van Genesis, waar Phil Collins intussen al zo'n tien jaar de scepter zwaaide als frontman (na het vertrek van Peter Gabriel). Zelfs nu, bijna 35 jaar later, klinkt deze plaat nog steeds goed. Uiteraard hoor je dat het een product van de jaren tachtig is, maar songs als Tonight, tonight, tonight (dat bijna 9 minuten duurt) blijven met gemak overeind. Gekend zijn natuurlijk de singles die uit de plaat getrokken werden, zoals bovengenoemd nummer, de titelsong en Throwing it all away. In too deep is een soort ballad die de gemiddelde ballad uit die tijd moeiteloos doet verbleken. Al bij al is dit nummer niet al te cheesy en muzikaal zit het ook wel goed.
Uptempo gaat de band ook wel goed af: de drumpartijen zijn duidelijk hoorbaar en een vitaal onderdeel van Anything she does. The Brazilian begint zelfs als een vrij moderne dancetrack met de Zuidamerikaanse ritmes prominent voorop. Even later brengt de synthesizer een melodielijn in die best de moeite waard is. Dit blijft een instrumental maar wel een opwindende. Het bijna 11 minuten durende Domino weet me dan weer minder te bekoren. Dit lied valt uiteen in twee stukken maar hoewel bassist Mike Rutherford dit één van de beste dingen vindt die Genesis ooit maakte, deel ik zijn mening niet.

Beluister hieronder het volledige album:

04 januari 2021

Steve Earle


Het nieuwe jaar is nog maar net begonnen en daar is Steve Earle al om ons te verblijden met zijn nieuwe plaat. De voorbije jaren bewees hij in ieder geval in topvorm te verkeren en was elke plaat een waar genoegen voor het oor. Met J.T. zet hij die lijn gewoon verder. Dat doet hij dit keer met een coveralbum van songs van zijn vorig jaar overleden zoon Justin Townes Earle.
Net als zijn vader had Justin Townes een leven vol verslavingen achter de rug toen hij aan een ongelukkige combinatie van alcohol, cocaïne en fenaline bezweek in augustus. Omdat hij vandaag 39 zou geworden zijn, brengt Steve Earle deze plaat, die in fysieke vorm ergens in maart te verwachten valt, al digitaal uit op die gemankeerde verjaardag.
Hoe moeilijk het moet zijn om de songs van je eigen zoon te zingen wanneer zijn overlijden nog zo fris is, kunnen we ons amper voorstellen. Vervuld van trots maar ook verdriet kwijt Steve Earle zich hier heel goed van zijn taak. Samen met zijn band kiezen ze vaak voor een rijke instrumentatie en dat maakt vooral van de up-temposongs hoogtepunten. Luister maar naar opener I don't care, het mooi openbloeiende Maria, het folky They killed John Henry en het wonderschone Harlem river blues. Niettemin blijkt het pakkendste nummer de titelsong van Justin Townes' laatste album, The saint of lost causes. Het nummer verscheen in 2019 en krijgt hier zulk een krop in de keel mee dat wij van pure ontroering ook tranen plengen.

Luister hieronder naar het album, dat je hier digitaal kan kopen of waarvan je een fysiek exemplaar kan bestellen, via de Bandcamp-pagina van Steve Eearle:

31 december 2020

Top albums: 10 - 1

10. American head - Flaming Lips


Flaming Lips is bij momenten uitzinnig maar dat valt op dit zestiende studioalbum heel goed mee en dat verklaart misschien waarom het me van al hun platen (samen met The soft bulletin) zo aanspreekt. Dit keer word je niet overdonderd maar aan de hand van Wayne Coyne meegenomen in zijn wonderlijk fantasieland.

9. RTJ4 - Run The Jewels


De dood van George Floyd en de daaropvolgende protesten van de Black Lives Matter-beweging brachten Run The Jewels ertoe hun vierde plaat iets vroeger digitaal uit te brengen. De woede van de Afro-Amerikanen is immers niet nieuw en was al behoorlijk aan het borrelen naar aanleiding van aanhoudend politiegeweld en onnodige doden in de hand van wat de wetsdienaars heten te zijn. Het is voor ons in Vlaanderen bijna onvoorstelbaar hoe structureel het probleem is, al zagen we het voorbije jaar ook hier hoe minderheden het slachtoffer worden van politie-optreden dat gepaard gaat met (niet van racisme wars) geweld. In Frankrijk leidde een wet die het filmen of fotograferen van politie-acties wou verbieden tot hevige protesten en dat is terecht: immers, zonder degelijke controle op de ordediensten dreigen die een instrument te worden van een overal steeds rechtser wordende overheid. Voor wie nog maar een beetje wil begrijpen waartoe zulks leidt in de VS, is deze plaat een interessante inleiding die bovendien muzikaal alweer de sterkte van deze hiphopgrootheden onderstreept. De plaat focust overigens niet enkel daarop maar brengt nog meer en andere problemen onder de aandacht.

8. Maya - John Frusciante


De (teruggekeerde) gitarist van Red Hot Chili Peppers maakte ook een soloplaat dit jaar en in tegensteling tot zijn legendarische en niet bepaald toegankelijke Niandra lades and usually a T-shirt koos hij niet voor zijn vertrouwde instrument maar ging hij helemaal loos binnen dance-genres. Ja, u leest het goed: de gitarist van één van de grootste rockbands maakt dance! Zijn keuze voor IDM levert verrassend genoeg een bijzonder sterke plaat op die van variatie bulkt. Vooral zijn keuze voor goeie ouderwetse drum 'n bass als die waarvan ik toen ik jonger was wild was, maakte beluistering van deze plaat hemels. Wachten op de dansvloer zoals we nu gedwongen worden te doen, wordt nog bemoeilijkt door dit soort platen want wat zou ik graag een DJ horen een nummer van deze plaat in zijn set te draaien.

7. Hey clockface - Elvis Costello


Er zijn van die muzikanten die al zo lang meegaan in de muziekbusiness dat je niet eens meer verbaasd bent dat ze nog steeds af en toe een geweldig mooie plaat maken. Misschien kunnen artiesten met zulk een status zich de nodige tijd veroorloven om goed en lang te werken aan een album. Elvis Costello hoort in dat rijtje zeker thuis en bewees dat dit jaar met Hey clockface, één van zijn beste platen in tijden. Samen met zijn vaste begeleidingsband The Attractions laat hij nog maar eens zien hoe goed hij wel is.

6. I grow tired but dare not fall asleep - Ghostpoet


2020 is een heel vreemd jaar en deze plaat vormt er een passende soundtrack bij. Allerlei gevoelens van vermoeidheid, zelfs uitputting, angst en eenzaamheid, onbeduidendheid en betekenisloosheid en frustratie vinden in Ghostpoet een vertolker die de luisteraar uitstekend overbrengt hoe intens deze kunnen zijn. De Londenaar wist in de traditie van Roots Manuva en Tricky een grootstedelijks gevoel op te wekken maar in tegenstelling tot die laatste wordt niet alles uiteindelijke uitgebeend tot woede, maar komt een hele emotionele lading aan bod. Als er nu een fin-de-sièclegevoel zou heersen, zou deze plaat er de perfecte vertolking van zijn.

5. Call us when it's over - Tiny Legs Tim


De Gentse bluesmuzikant Tiny Legs Tim maakte met zijn band een lockdownplaat die zo druipt van het spelplezier dat je de hunkering om opnieuw live te mogen spelen bijna in elke noot kan horen. Hij was al de profeet van de blues in Vlaanderen en doet die eretitel alle eer aan door de mooiste bluesplaat te maken die ik dit jaar hoorde. Net als kijken we heel erg uit naar het moment dat dit alles over zal zijn.

4. De liefde is de eerste wet - Broeder Dieleman


Al sinds zijn debuut weet Broeder Dieleman de eindejaarlijst te halen en nadat hij dit jaar alweer een trapje hoger ging staan op de ladder van de kwaliteit, verdient hij daar alweer zijn plaats. Ik vergeleek de metamorfose die hij hier ondergaat met behulp van Frank Grapperhaus op cello en Peter Slager op bas als een evolutie vergelijkbaar met die keer dat Bob Dylan electrisch ging. Dat klinkt wel heel erg overdreven maar er schuilt een kern van waarheid in. Het rijkere muzikale palet bood de Zeeuw de mogelijkheid om nog meer uit zijn muziek te halen en dat vertaalt zich in heerlijke vertellingen in het Zeeuws die zijn streek bezingen en kenmerken. Sleutelsong is de titelsong waarmee het album afsluit en waarin Jan De Prentenknipper, een legendarisch volksfiguur uit Zeeland en inspiratiebron voor Broeder Dieleman om alsnog iets te maken van deze coronaperiode, centraal staat en van wie trouwens -als we die ooit eens kunnen bezoeken- een tentoonstelling loopt in het Zeeuws Museum in Middelburg.

3. Raya - Pothamus


Sinds er regelmatig platen van het Consouling-label aan bod komen op deze blog en ik Mike en Nele, het koppel achter het label en de winkel in Gent, leerde kennen, zijn sludge, doom en post-rock nog meer gaan behoren tot het muzikale spectrum waarnaar ik regelmatig luister. Laat de Mechelaars van Pothamus daar nu net heel goed in zijn en je op deze plaat vijftig minuten lang in de band houden. De vinger exact leggen op wat deze plaat zo bijzonder maakt en waarom ze buiten het normale bereik van de gebezigde genres lijkt te vallen, is moeilijk. Mogelijks ligt het daarin dat Raya uiteindelijk de niche overstijgt en luisteraars weet te raken op een emotioneel niveau dat buiten woorden valt. 

2. Americana - Grégoire Maret, Romain Collin & Bill Frisell


Het is een beetje tot mijn eigen verwondering dat wat in feite een jazzplaat is, toch zo hoog in mijn eindejaarslijst staat want jazz is een genre waarmee ik altijd al moeite gehad heb. De klik wil maar niet komen en ik vind er mijn weg nooit echt in terug. Maar op deze plaat weten de gevierde mondharmonicaspeler, de pianist en de gitarist de "American dream" zo mooi vorm te geven dat ik toch telkens weer teruggreep naar de rust die uitstraalt van dit album. Covers van Dire Straits, Jimmy Webb, Bon Iver en Henry Mancini horen hier tot de hoogtepunten. Je voelt bovendien de geest van Toots Thielemans boven deze plaat hangen en ziet hem in de hemel goedkeurend knikken telkens je een nieuwe beluistering aanvat.

1. Just like Moby Dick - Terry Allen And The Panhandle Mystery Band


Wanneer ik terugblik op de albums die ik beluisterde en besprak op deze blog dit jaar en zeker op mijn eindejaarslijst, dan valt me op hoe divers die alsnog is. Dat bevreemdde mij enigszins omdat ik het gevoel had steeds meer richting rootsgenres op te schuiven in mijn muziekkeuze. Dat zal wel een beetje zo zijn want die genres zijn bovenaan de lijst (de top 20 zeg maar) goed vertegenwoordigd en ze worden ook nog eens van een uitstekende ambassadeur voorzien door de nummer één van 2020.
Al in januari voelde ik hoe vaak ik zou teruggrijpen naar dit wondermooie album, toen nog onwetend over welke pandemie onze levens zou gaan beheersen. Terry Allen koos ervoor een hulde te brengen aan het boek van Herman Melville door songs te brengen die allen het thema aanraken van iets onbestemds en onbekends dat te ontdekken valt, dat een doel vormt en dat in zijn schimmigheid heel bepalend wordt voor de levens van de mensen in de vertelde verhalen. Daarbij komen Houdini aan bod maar ook Amerikaanse soldaten in Afghanistan en net zoals in het boek komt de "Moby Dick" pas helemaal aan het einde even boven water. De thematiek heeft een sterke aantrekkingskracht en bovendien klinkt Terry Allen een beetje als Sam Baker, ook al zo'n artiest die bijzonder mooie platen maakt vol relevante verhalen. 

Beluister hieronder de playlist met één song per album: