02 december 2020

Scott H. Biram


Dat de blues nog leeft in Vlaanderen, bewees Tiny Legs Tim net met zijn nieuwe plaat. Hoeveel des te meer is het genre dan nog springleven in de VS: mochten daar nog twijfels over zijn, slaat Scott H. Biram die in spaanders met Fever dreams, zijn elfde album intussen al. Hij gaat daarbij niet licht om met het oude genre en dat is niet nodig want fragiel is het allerminst. 

Net als The Jon Spencer Blues Explosion durft Biram de muziek onbevangen tegemoet treden en laat hij die vuil, ruig en afkomstig uit de achterbuurt klinken. De gelijkenis met deze band is treffend op Hobo jungle en Monkey David wine. Evenzeer horen we, tot onze verbazing, zowaar echo's van de Achterhoekse band Normaal (Oerend hard) in Hallelu. De lo-fi aanpak wordt ook gehuldigd in het prachtige Drunk like me.
Toch is het niet al beuken wat de klok slaat. Op Highway kind weet de man met evenveel gemak te ontroeren.

Scott H. Biram heeft alweer een pareltje toegevoegd aan zijn discografie en blijft zo één van mijn favoriete onbekende parels. Dit keer neemt hij ons weer mee in het warme, gloedvolle geluid van bluesrock en met hem aan de zij is het er goed toeven.

Beluister hieronder het volledige album, dat je hier kan kopen via zijn Bandcamp-pagina:

01 december 2020

Timedance compilatie: Sharpen, moving


Het was een oud-collega reviewer bij Indiestyle die me erop attent maakte welke goede compilatie het Britse label Timedance zonet uitbracht. Sharpen, moving bevat twaalf songs die onder de ruime definitie van dance vallen maar toch ruimschoots boven de klassieke genres daarbinnen uitstijgen.

Ooit, in de jaren negentig, was ik helemaal weg van drum 'n bass. Die muziek sprak mij dermate aan dat zelfs het niet tot enigszins normaal dansen in staat zijnde lichaam van me onweerstaanbaar urenlang de dansvloer opgedreven werd om zich helemaal uit de naad te draaien, stampen, zwaaien en dies meer terwijl de klanken zelf (en met name de diepe bassen) totaal bezit namen van mijn geest en mijn nooit stoppende gedachten eindelijk tot bedaren wisten te brengen. In de Gentse Vooruit bezocht ik menig dansfeest geheel gewijd aan het nieuwe genre, dat beloofde na de grunge de volgende revolutie in de muziekwereld te worden. Zo een vaart liep het niet maar waartoe het niettemin in staat bleek, mag geïllustreerd worden met de toegangspassen voor 10 (feitelijk 11) dagen die ik enkele opeenvolgende jaren kocht voor Ten days off (het vroegere Ten days of techno). Toen ging dat festival tijdens de Gentse Feesten nog door in de oude bowlingzaal nabij het Gravensteen (en de laatste keer in de oude Eskimo-fabriek). Ik maakte er kennis met house, deep house, techno en diverse subgenres, maakte er DJ-sets mee van de grootheden uit Detroit maar ook live-concerten van bijvoorbeeld het Franse Rinôçérôse

Naarmate ik ouder werd, trouwde, kinderen kreeg, scheidde en nu al tien jaar lang het geluk vond bij mijn lief waarmee ik ons droomhuis kocht, lagen de herinneringen steeds verder achter me en raakte ik hopeloos achter in mijn kennis van de snel evoluerende genres. Wat Timedance aanbiedt op bovengenoemde verzamelaar, is voor mij dan ook amper thuis te brengen in hokjes. Gelukkig geloof ik niet zo erg in hokjes en wel degelijk in het puur onderdompelen in muziek zonder acht te slaan op de grenzen van het juiste genre of de specialistische interesse voor een subgenre van een subgenre.

En wat een fantastische songs kan je hier dan vinden, als je alles wat je wist (of meende te weten) achter je laat. Het begint al met de opener van Kit Seymour, wiens Lost caller een postmoderne aftellende klok lijkt die als achtergrond dient voor gebeurtenissen die je je moet verbeelden als een Netflix-reeks à la Black mirror. Opvallend is hoe het ritme de song beheerst, een haast tribaal en steeds opdringeriger ritme dat trouwens in variaties als een rode draad doorheen de compilatie lijkt te lopen. Want hoewel dat basiselement in SYX van labelbaas Batu verschillend is, houdt het de leidende rol vast. Dit klinkt zoals ik me abstracte hiphop voorstel, een genre dat intrigeert maar me te weinig bekend is. 

Verdere hoogtepunten op een plaat die eigenlijk geen enkel zwak moment kent, zijn dan ook bijna lukraak aan te duiden, doch laat mij volstaan de voor mijzelf het meest in het oog springende nummers eruit te lichten. Peter Van Hoesen heeft met L9T een kruisbestuiving gemaakt tussen de ongebruikelijke percussie van Einstürzende Neubauten en een droge technosong. Die en retry toont Akiko Haruna die volop de klanken verwringt, versnelt, vertraagt, de vocalen door één of meerdere vocoders jaagt en zo een verdraaide, alternatieve muziekwerkelijkheid schept. 15Three van Happa refereert aan het soort dance dat ik nog uit de hierboven beschreven periode hoewel het er geen twijfel over laat bestaan dat de tijd niettemin allerminst stil is blijven staan. Met Total paper weet Metrist repetiviteit tot veel meer dan een gimmick uit te werken en de luisteraar in een vreemde, donkere trance te brengen.

Sharpen, moving is een toevallige passant waar ik blij om ben, een plaat die behalve de schare fans die dit label al had, weinig anderen zal weten te bereiken, laat staan bekoren, en dat is jammer. Avontuurlijke oren kunnen hier een waar festijn ontdekken en de grenzen van hun muzikale wereld alweer een stukje verleggen.

Luister hieronder naar de compilatie, die u hier kan kopen via de Bandcamp-pagina van het platenlabel:

30 november 2020

Yadayn


Gowaart Van Den Bossche -alias Yadayn- maakte zijn albumdebuut in 2014 en ook zijn derde album kwam op deze blog al aan bod, in 2017. Nu is er album nummer vier en dat kreeg Elders mee als titel. Die "elders" slaat vooral op Iran, de grote inspiratiebron voor de nummers. Gowaart ging immers naar dat land op reis en ontmoette er mensen met wie hij een bijzondere relatie opbouwde. 

Twee Iraanse songs kregen een herinterpretatie: helemaal achteraan Ginder hoor je nog even de typische klanken van die muziek, na een song waarin het getokkel een hint van Oosterse instrumenten in zich draagt en in Ergens speelt hij met de tegenstelling tussen (bijna-)stiltes en spaarzame maar aanwezige akkoorden. Verder bevatten de songs field recordings van tijdens de reis en de in twee stukken gehakte titelsong samplet oude Iraanse opnames. Op dat titelnummer kom ik straks nog terug. Want ook in Verder is de Iraanse link duidelijk aanwezig, in de sample van de pratende man waaroverheen de gitaar gedrapeerd wordt.

Enkel in de opener Hier horen we eerder het vertrouwde geluid van vorige platen terug en hoor je niet meteen de invloed die op de rest van de plaats overheerst. Maar laat ik het nu vooral over het tweeluik Elders I en Elders II hebben. Door de field recordings worden we langzaam de andere wereld van dit nummer ingezogen en Yadayn vlecht een gitaarmelodie die na twee minuten melodieuzer wordt en onwillekeurig onze voeten laat meebewegen en onze vingers op tafel laat tikken in het ritme. Langzaam sluipt ook een trance doorheen de song die je verleidt zoals een slangenbezweerder zijn publiek door het wiegen van de slangenkop gefascineerd de geproduceerde klanken laat overheersen en elke andere gedachte uit je hoofd verjaagt. Na tot rust te komen, vat het tweede, langere deel van het centrale nummer aan. Opnieuw is een rustig begin de voorbode van een beneveling die onweerstaanbaar blijkt. En als een liedcyclus eindigt het tweede deel, daarmee beide stukken van Elders tot Heilige Graal van dit album kronend.

Beluister hieronder het volledige album dat je hier kan kopen via zijn Bandcamp-pagina:

29 november 2020

Smashing Pumpkins


De verwachtingen ten aanzien van nieuw werk van Smashing Pumpkins waren hier niet meteen hooggespannen. Na enkele mooie albums met songs die tot de galerij van mijn topmomenten in de jaren negentig behoren, kon Billy Corgan met met zijn verrichtingen maar matig boeien. Hier worden vooral Gish, Siamese dream en Mellon collie and the infinite sadness gekoesterd en nog regelmatig de cd-speler ingeschoven.

Cyr, de nieuwste plaat (en meteen een dubbelalbum, want Corgan blijft nog steeds niet van ambitie gespeend), is mede daardoor een meevaller. Aan de drie bovengenoemde platen kan deze niet tippen, dat is waar, maar eindelijk ervaren we eens geen (lichte) teleurstelling. Wat eveneens als pluspunt kan gerekend worden is dat het huidige viertal niet krampachtig probeert vast te houden of terug te keren naar die vroegere sound om zo "de magie van weleer te laten herleven". Nee, Cyr staat in het heden en dat is meer dan twintig jaar later dan de toenmalige hoogtepunten. Met de blik vooruit slagen ze erin de last van hun groots verleden hen niet te laten verpletteren.

Op heel wat momenten doen de songs denken aan die van Manic Street Preachers (Black forests, black hills en Wrath bijvoorbeeld) al missen ze soms de scherpte van de Schotse band. Een song die er alvast uitspring, is Ramona, met een heerlijk meezingbaar refrein. Op The hidden sun worden eighties synthesizers bovengehaald en Minerva is ook al zo'n in de jaren tachtig gedoopt vrolijk deuntje. 

Zoals wel vaker bij Smashing Pumpkins, is de ambitie de boosdoener: een dubbelalbum is van het goede teveel want al zijn de songs meer dan aangenaam om naar te luisteren, er zit net niet genoeg variatie in om een uur en een kwart te blijven boeien. Er is weliswaar geen enkele song die niet voldoet aan het constante peil doch noch voor het uur om is, heb je het als luisteraar wel gehoord. Ook op deze plaat had Corgan dus beter wat selectiever geweest en dan had deze plaat de perfecte comeback kunnen inluiden.

Beluister hieronder het volledige album:

28 november 2020

Tiny Legs Tim


De Gentse blueszanger Tiny Legs Tim was de onmogelijkheid om op te treden door corona zo beu dat hij besloot eind juni een weekend te boeken in de Yellow Tape opnamestudio, samen met drie muzikanten. Het resultaat, Call us when it's over, is een kort album van zes songs waar het spelplezier duidelijk op te horen is.

Het begint meteen met de slepende, verdrietige song Love come knocking waarin het hoofdpersonage smacht naar een nieuwe liefde, naar de opwinding ervan en bereid is daartoe zelfs de voodoo dokter te raadplegen. Het verhaaltje wordt rustig en uitgebreid verteld, voorzien van de schoonste bluesakkoorden en -ritmes die er te vinden zijn, tijdloos en alsof ze rechtstreeks uit de Delta zijn geïmporteerd. Datzelfde vissen in de vijver der traditionele bluesidiomen kenmerkt ook I believe. Het brengt de luisteraar alvast rust.

Hoe dicht blues en rock 'n roll elkaar soms raken, hoor je goed in de intro van Ocean. Opnieuw wordt je getriggerd door de stem van Tiny Legs Tim om het verhaal goed te beluisteren. Daarna volgt een eerste hoogtepunt met Going down south waarin je een voor zijn doen rustige Stevie Ray Vaughan meent te ontwaren. Het ritme van de zang wiegt ons in een trance, waarin de gitaarsolo's resoneren als flitsen van psychedelisch inzicht. 

Met One more chance keert de rust aanvankelijk terug tot de gitaren terug een prominente rol opeisen en snijden door de lucht als scherpe Japanse koksmessen. Afgesloten wordt er met It's all over now. Wie een cover had verwacht van de traditional die onder meer door The Rolling Stones en Charles & Les Lulus zo mooi vertolkt werd, is eraan voor de moeite, maar wordt tegelijk beloond met een prachtsong waarin de zang zich niet laat beperken door woorden maar meedeinende klanken verkiest. Het is wat mij betreft het tweede hoogtepunt van deze plaat.

Dat Tiny Legs Tim vol goesting speelt om de blues wederom in Vlaanderen te verspreiden en diens blijde dan wel droevige boodschap uit te dragen, is hoorbaar. Wanneer dit alles voorbij is en we onze normale levens weer kunnen oppakken, mag je ongetwijfeld verwachten dat hij met zijn muzikanten zalen platspeelt, publiek bekeert en het genre alle eer aandoet.

Beluister hieronder het album, dat je hier kan kopen via zijn Bandcamp-pagina of via deze link op de website van platenlabel Sing My Title:

27 november 2020

Gelezen (154)

The good life - Jay McInerney


Al die jaren heb ik gedacht dat ik nooit een beter "9/11-boek" zou lezen dan Extreem luid en ongelooflijk dichtbij van Jonathan Safran Foer, maar daar twijfel ik toch wel aan nu. Want Jay McInerney slaagt erin om een nog doordringender inkijk te geven in het New York van rond en vooral na de aanslagen. (naar het schijnt is Falling man van Don DeLillo zelfs nog beter, maar dat staat nog op mijn to-readlijst)
Tegen die achtergrond schotelt hij ons het verhaal voor van 2 gezinnen waarvan de moeder uit het ene toevallig kennismaakt met de vader uit het andere, wanneer ze beiden in een soepkeuken voor de hulpverleners vrijwilligerswerk doen (al hebben ze elkaar kort daarvoor, vlak na de aanslagen, al ontmoet). Uiteraard gaat dit boek over zoveel meer dan de aanslagen en de impact, maar ook over relaties, over ouder worden, over dromen najagen en dromen loslaten, over opvoeden, over je plek vinden in de stad, in je sociale context, in je leven. Dit is een prachtig verhaal dat in feite meer hoop geeft dan je zou vermoeden bij een boek over 9/11.

De Saint in Honolulu - Leslie Charteris


Net als in de voorgaande gelezen boeken over de Saint, lezen we hier alweer een vermakelijk avontuur van een soort grappiger, minder serieuze James Bond die werkelijk alle kwaliteiten in zich lijkt te verenigen. Het eerste deel van het verhaal ontvouwt zich in New York, waarna de verdere verwikkelingen en ontknoping plaatsvinden op Hawaï. Deze boekenreeks van Leslie Charteris blijft mij op tijd en stond aangenaam leesvertier bezorgen.

24 november 2020

The Goalie's Anxiety At The Penalty Kick


Wat een prachtige bandnaam is The Goalie's Anxiety At The Penalty Kick toch! Deze groep leerde ik geheel toevallig kennen doordat hij verscheen in de last.fm-lijst met vijf meest beluisterde groepen van iemand die ik volg op Twitter en de naam prikkelde mijn nieuwsgierigheid. Dat mag een geluk heten want hun plaat, Ways of hearing, is een prachtige plaat, vol pretentieloze maar o zo rake songs. Tijdloos lijkt het juiste woord hier, want deze plaat had elk moment vanaf de jaren negentig gemaakt kunnen zijn.

De naam haalde het zestal van de verfilming door Wim Wenders van de gelijknamige roman van Peter Handke. Luister naar de door de strijkers zo mooi toegevoegde melancholie op We love you so much, de eenvoudige gitaarmelodie van The best of all possible worlds dat een tikje magie meekrijgt met een xylofoon en achtergrondzang die als een tegengeluid klinkt voor de zanger en zeker ook naar het best wel bitter-grappige Joseph Stalin.  

Beluister hieronder de plaat, die je hier kan kopen via hun Bandcamp-pagina:

20 november 2020

Gorillaz


Met Song machine, season one: Strange timez (beschikbaar in een deluxe versie met 17 songs, kiest Gorillaz voor samenwerkingen met een hele rits artiesten van divers pluimage. Het levert niet meteen de meest consistente plaat op van de groep, zoals te verwachten viel, maar als collectie is het wel een fijn album geworden dat een uurtje radio moeiteloos kan vervangen.

De titelsong (Strange timez) is een verrassend bizar nummer waarin Robert Smith (The Cure) even lijkt terug te keren naar de dagen van Caterpillar, met een vreemde instrumentatie die hier in combinatie met het idioom van Gorillaz nog meer aliënerend werkt. Het is geen instant match tussen mij en deze song maar na enkele beluisteringen snap ik de charme ervan wel. Minder buiten de lijntjes kleurend is de bijdrage van Beck. The valley of the pagans brengt ons weer helemaal terug naar diens Odelay en (misschien nog wel meer) Mutations. Een soulvol rustpunt levert Leee John met de groep van Damon Albarn op The lost chord, een song waarop je kan wegdrijven tussen de wolken. Het leidt naar de vrolijke hiphop van ScHoolboy Q wiens Pac-man even speels klinkt als het arcade-game.

Verrassende gastbijdrages zijn er zeker ook: Elton John weet op The pink panthom zijn kenmerkende manier van zingen mooi te laten versmelten met de (weliswaar ietwat melige) song van Damon Albarn. Fatoumata Diawara zorgt op Désolé voor één van de hoogtepunten van deze plaat. En met afrobeatster Tony Allen en dubstepper Skepta is How far? de song die met de titel van "leukste flow" mag gaan lopen.

Beluister hieronder het volledige album:

18 november 2020

Thelonious Monster


In het zog van de grunge waren gitaarbands de helden van de jaren negentig, toch een tijdlang, en naast de grote namen passeerden af en toe groepen die één interessante plaat afleverden die aandacht trok en verder vooral in de anonimiteit ploeterden. Zo'n band is Thelonious Monster, dat nochtans met Beautiful mess in 1992 verdiend plaatsen verwierf op de festivals die de gitaarbands omarmden. Samenwerkingen met Michael Penn, Tom Waits en Soul Asylum-leden Dave Pirner en Dan Murphy sierden die plaat, maar intussen dronk frontman Bob Forrest zich de ene gênante situatie na de andere in en zo verdween Thelonious Monster weer uit beeld.

Afkicken en een hernieuwde roeping als een soort maatschappelijk werker die ex-drugsverslaafden helpt bij hun rehabilitatie worden zijn nieuwe leven. De gebeurtenissen in de VS van het voorbije jaar laten hem niet onberoerd en na de moord op George Floyd steunt hij de Black Lives Matter-beweging. Terwijl zijn landgenoten zich opmaken voor zeer belangrijke verkiezingen, brengt hij met zijn bandleden Oh monster uit.

Gelukkig wordt er nog steeds uit het vaatje der gitaarsongs, zwaar leunend op punkrock, getapt en dat gebeurt op meer dan verdienstelijke wijze. Opener Disappear klinkt bijzonder stevig. Trouble klinkt ingehouden maar overtuigend. Met Elijah durft hij psychedelische elementen binnen te halen in het nummer en Sixteen angels is het broeierige jazzy hoogtepunt van deze plaat.

In Buy another gun kunnen we ons niet van de indruk ontdoen dat de woede die Forrest voelde bij de gebeurtenissen om zich heen, hem meer inspireerde tot bijtende teksten dan dat hij zijn aandacht ook richtte op een even bijtend arrangement. Het toont ook het gelaat van een artiest die net iets teveel in zijn eigen verleden en in idealen blijft steken om een werkelijk grootse plaat te maken. Maar de totaalscore voor dit album is toch ruim over de helft en dus slaagt hij zonder problemen.

Beluister hieronder de volledige plaat, die je hier kan kopen via hun Bandcamp-pagina:

17 november 2020

Sam Amidon


Soms moet je als artiest even terugkeren naar je roots om je te herbronnen en jezelf opnieuw uit te vinden. Dat kan verfrissend werken. Dat is vast ook wat Sam Amidon dacht bij het maken van deze achtste plaat, die hij geen titel meegaf. Op Sam Amidon geeft hij herinterpretaties aan negen traditionals die hij ook al op zijn debuut naar zijn hand zette. Dit keer echt maakt hij gebruik van elementen uit free jazz en avant-garde waardoor ze anders klinken dan toen.

Het levert niettemin prachtige versies op van Pretty Polly (versierd met een rijke instrumentatie) en Spanish merchant's daughter dat repetitief klinkt en tegelijk een meanderende onderstroom heeft waarin blazers een niet onbelangrijke rol spelen. Ook Hallelujah (niet verwant met het bekende nummer van Leonard Cohen) verenigt geruststellende, haast pastorale eenvoud met muzikanten die langzaamaan exploreren hoe ze kunnen variëren op de melodie. Op afsluiter Sundown horen we vocale ondersteuning van Beth Orton.

Je kan deze plaat hier kopen via zijn Bandcamp-pagina en hieronder alvast beluisteren:

Neuzeitliche Bodenbeläge


De Tachtigers waren literaire grootheden in het Nederlands literatuurlandschap, de tachtigers hits die mijn generatie spontaan tot meezingen aanzetten. Het zijn die laatste waaraan we voortdurend moeten denken bij het beluisteren van Der Große Preis van Neuzeitliche Bodenbeläge, een Berlijns duo dat na 5 EP's zich waagt aan een eerste full album. 

Het bedoelde decennium klinkt zo sterk door in alle songs dat je al bijna tot dan moet teruggaan in de tijd om nog zo'n eightiessound tegen te komen. De electropop van het tweetal huppelt vrolijk rond in de zeven nummers. De drummachine uit Gelb's groove doet even denken aan Sexual healing van Marvin Gaye tot alle synthesizereffectjes even uitgeprobeerd worden. Haare is DAF met nog tonnen meer humor, Keramik & Konflikte een allang vergeten radiohitje, zo lijkt het wel. Marktplatz bevat melodietjes die aan Kraftwerk doen denken en dat geldt eigenlijk nog meer voor Maske. In diezelfde traditie wordt ook afgesloten met Rausfahr'n

Lekker pretentieloze nostalgie voor in de auto op uw volgend tripje naar Duitsland? Zoek niet langer! 

Je kan dit album hieronder beluisteren en hier kopen via hun Bandcamp-pagina:

15 november 2020

Aesop Rock


Eenentwintig songs leek wat veel, misschien wel overdreven, op één album maar na meerdere beluisteringen voel je vooral hoe doorheen die veelheid aan nummers een flow hoor- en voelbaar wordt die wat tijd nodig heeft (en hier dus afklokt op meer dan een uur). Aesop Rock houdt het interessant genoeg op Spirit world field guide om de luisteraar bij de les te houden. 

Het zijn vooral de slimme samples als basis voor de songs die weten te charmeren. Het Danny Elfman-achtige xylofoonriedeltje in opener Hello from the spirit world, het kinderlijk klinkende orgeltje in The gates (dat sowieso tot de hoogtepunten van deze plaat mag gerekend worden), het melodietje van These boots are made for walking in Dog at the door, de funky bliepjes in Coveralls, het Bach-deuntje in 1 to 10, de lijst gaat nog even door...

Op deze plaat tracht Aesop Rock zijn angsten los te laten en de wereld van onwereldse zaken te verkennen zonder vrees en zonder voorbehoud. Het levert bij momenten psychedelische lyrics op. Met dit conceptalbum van een reis door een alternatieve wereld showt hij vooral zijn rapperskwaliteiten met rhymes die vloeien als een rivier.

Beluister hieronder het volledige album:

The Bats


Niet veel bands die in 1982 startten, bestaan nog steeds in dezelfde bezetting. Dat geldt echter wel voor The Bats, een Nieuw-Zeelandse rockband die verrassend genoeg in al die tijd slechts aan haar tiende studioplaat toe is. Foothills is het soort album dat je beluistert tijdens andere activiteiten omdat het op geen enkel moment opdringerig klinkt maar wel aangenaam in het oor ligt. Die kwaliteit is ook net de achillespees: een opmerkelijke vermelding in luistertip- of eindejaarslijstjes zit er niet in. Het zal het viertal ongetwijfeld worst wezen.

Degelijkheid is een onderschatte vaardigheid en laat dat een troost zijn voor deze groep uit de Dunedin-scene. Dunedin is een havenstad op het Zuidereiland, de grootste aldaar na Christchurch. Vooral rond het label Flying Nun zijn heel wat bands actief, waarvan hier de bekendste ongetwijfeld The Chills en The Verlaines zijn. Het hoogtepunt van die scene ligt vooral in de jaren tachtig en negentig. The Bats heeft er de status van een vaste waarde en na beluistering van deze plaat snappen we ook wel waarom. Verwacht zoals aangegeven geen uit de band springende hoogtepunten of naar internationaal succes lonkende kandidaat-hits. Wel krijg je twaalf songs die altijd goed zijn en waarin de samenzang, een vrij eenvoudige en klassieke instrumentatie en fijne melodieën de belangrijkste ingrediënten zijn.

Je kan dit album hier kopen via hun Bandcamp-pagina en hieronder alvast beluisteren:

14 november 2020

Lambchop


Zes songs slechts telt Trip van Lambchop, maar die zijn wel goed voor bijna veertig minuten schoonheid zoals we die van Kurt Wagner gewoon zijn. Meer zelfs, hij lijkt een tandje bijgestoken te hebben.

Zo is opener Reservations, meteen goed voor 13 minuten, een song die rommelig klinkt én tegelijk drijft op een mooie, helder klinkende piano. Er zit afwisseling in de song tussen rustige momenten en vollere episodes met zang. In feite is het tweede deel één langgerekte outro, die je weliswaar aan de stoel gekluisterd houdt want je verwacht elk moment dat er alsnog terug van wal zal gestoken worden. Where gras won't grow is een typische Lambchop-song die rustig meandert, lappen country meevoert in zijn kalme stroming en waarin de vocalen als die van niemand anders kunnen klinken dan van Kurt Wagner. Het is een combinatie die tot aandachtig luisteren dwingt.

Daarna word je wakker geschud door het stevige Shirley, een nummer dat zowaar een radiohit zou kunnen worden in de juiste omstandigheden en op het juiste moment. De country-twang keert volop terug in Golden lady en later ook nog in afsluiter Weather blues. Dan hebben we tussendoor nog Love is here and now you're gone gekregen, zowaar een vrolijk klinkend liedje dat ook al lonkt naar de radio. 

Beluister hieronder het volledige album, dat je hier kan kopen via de Bandcamp-pagina van de band:

13 november 2020

Gelezen (153)

High-rise - J.G. Ballard


In een hoge torenflat even buiten London, bedoeld voor bemiddelde mensen, leven deze mensen als in een verticale stad, oorspronkelijk vrij geïsoleerd in hun eigen appartementen, tot er problemen opduiken, er aanvankelijk een groepsgevoel en -hiërachie ontstaat die echter al snel ontspoort. J.G. Ballard beschrijft in dit boek hoe hoger opgeleiden onder het laagje vernis der beschaving al gauw vervallen in tribale en primitieve gewoonten en zich steeds meer overgeven aan perversie fantasieën en dierlijke impulsen. Zoals je al halverwege het boek voelt aankomen, bouwt dit op naar een finale confrontatie maar verrassend genoeg blijkt de climax eerder anti-climax en zijn de "winnaars" onverwacht.
Hoewel het boek op het einde net iets te langdradig wordt, is de opbouw fantastisch en word je al lezer meegenomen in de diverse stadia van de evolutie in het leven van de torenflat. Dit is een ontluisterend en in feite dystopisch verhaal over een vorm van stadsleven die slim en modern lijkt maar een zichzelf verslindend monster lijkt. En bovendien weet de acteur de these die in feite al in het non-fictie boek van Alain de Botton over de samenhang tussen architectuur en geluk, perfect te illustreren.

A portable shelter - Kirsty Logan


Kirsty Logan
vertelt vreemde, ietwat magische verhalen binnen een raamvertelling waarin de twee moeders van een kindje dat nog geboren moet worden (maar wel al groeit in de buik van één van hen) elk om beurten, verborgen voor elkaar verhalen vertellen aan dat kind. Dat ze dat in het geheim doen, is omdat ze elkaar beloofden hun kind enkel de waarheid te vertellen, geen verhalen. Maar verhalen blijken meer waarheid te bevatten dan de naakte waarheid zelf.
Naarmate het boek vordert, grijpen de verhalen je meer en meer. Hier en daar is de verborgen waarheid van het verhaal wat moeilijk te ontcijferen maar al in al is dit een mooie verzameling geworden.  

Liquidatie - Imre Kertész


In een bijwijlen complex geconstrueerd boek vertelt Imre Kertész, de Hongaarse Nobelprijswinnaar, het verhaal van een redacteur die hem zijn werk nalaat wanneer hij zelfmoord pleegt. Boedapest, net na Dé Machtswissel tussen communisme en kapitalisme, blijkt algauw een even treurige plek en de hoofdrolspelers in dit verhaal zijn bovendien beladen door een verleden waarin Auschwitz de hoofdrol opeist. Overtuigd dat er nog een roman moet zijn die zijn vriend Bé heeft nagelaten maar niet tussen de papieren terug te vinden was, gaat hij op zoek, in heden en in het verleden, om steeds meer de onvoorstelbaarheid van Auschwitz te zien opdoemen en daardoor de onmogelijkheid van het leven.
Het boek vraagt veel van de lezer en het is eigenlijk pas na twee derde, wanneer de verteller verandert gedurende enkele tientallen bladzijden, dat de puzzelstukken op hun plaats lijken te vallen, al is niets wat het lijkt in dit boek. En net zoals voor hoofdpersoon Keserü doemen ook voor de lezer onvermijdelijk de onvoorstelbaarheid van Auschwitz en de onmogelijkheid van het leven op.

De kracht van rechtvaardigheid - Jan Nolf


Ex-vrederechter en journalist Jan Nolf volgde ik al een tijdje op Twitter en zijn interessante opmerkingen n.a.v de actualiteit, gestoeld op grondige kennis van het recht, de rechtsbeginselen en justitie vind ik er meestal erg boeiend en interessant. En dus besloot ik het boek te lezen dat hij enkele jaren geleden schreef waarin hij justitie onder de loep neemt.
Hij zet zijn visie rond hoe justitie hoort te zijn in dit boek behoorlijk helder uiteen en stoffeert dit niet enkel met praktijkvoorbeelden (bekende voorbeelden die het nieuws haalden, afgewisseld met eigen praktijkervaringen vooral als vrederechter in Roeselare), maar ook met opinies van anderen die zich verdiepten in justitie of minstens een verlichte maatschappelijke visie uitdroegen. Het deel waarin hij dit doet in de vorm van brieven (3 om precies te zijn), is een literaire keuze die ik niet helemaal geslaagd vind, omdat ze teveel hangt tussen een brief gericht aan een specifiek persoon (maar die kent de inhoud van de brief al grotendeels) en een les recente justitiële geschiedenis. Het hoofdstuk daarentegen waarmee hij eindigt en de kracht van rechtvaardigheid (uit de titel) expliciteert, is erg to the point en ontmaskert de rechtse ridders als ridders van de apocalyps (naar die 4 figuren uit de bijbel, in brons vereeuwigd in zijn woonplaats Brugge). Haarscherp ontleedt hij de zogenaamde aanspraken op de verlichting van historicus (met een bepaald slecht en selectief geheugen voor de geschiedenis) Bart De Wever en zijn partij. Hoewel veel van de ideeën uit dit hoofdstuk nauw aansluiten bij mijn eigen "analyse" van NVA/VB, was het toch verhelderend om hier mij voorheen onbekende argumenten te vinden die mijn "buikgevoel" bevestigen. Als waarschuwing kan dit boek en zeker dat laatste hoofdstuk tellen! 

Wit - Bret Easton Ellis


De bedenkingen die Bret Easton Ellis, onder meer bekend van American psycho, hier neerschrijft zijn soms interessant, soms uitdagend, soms uitnodigend tot instemmend geknik maar ook (vooral in het deel over Twitter en Trump) toch wat al te positief gekleurd ten faveure van de (intussen voormalige) president. Maar "thought-provoking", zoals dat in het Engels zo mooi heet, zijn ze wel. Hij hekelt een (linkse) identiteitscultus die reduceert tot slachtofferschap, hij maakt een analyse van het verschil tussen het Imperium (toen de VS onbetwist de politieke, economische en misschien zelfs wel de morele leider van het westen was) en het post-Imperium, na 9/11. Hij doet dat zowel vanuit zijn eigen persoonlijke ervaringen (de verhaallijnen van het ontstaan van zijn bekendste boeken doorkruisen af en toe het betoog) als vanuit een toeschouwersblik. Waar hij echter meent dat hij zijn toeschouwerspositie hem (vrij uniek) in het centrum van de objectiviteit plaatst, vergist hij zich en mist hij misschien wel het besef dat ook zijn perspectief een subjectief gegeven is.
Je hoeft het in dit boek zeker niet eens te zijn met Bret Easton Ellis als zijn gedachten maar aanzetten tot kritische (zelf)reflectie. Af en toe maakt hij een terecht punt en zelfs als hij de bal misslaat, heeft hij in ieder geval getoond waar het om draait.

12 november 2020

Wannes Cappelle en Nicolas Callot


Frontman van Het Zesde Metaal en acteur in Bevergem, het zijn slechts enkele van de verschijningsvormen van Wannes Cappelle, die op Kom, benevelt mie! samen met Nicolas Callot in het liederenrepertoire van Franz Schubert duikt en liedjes een Westvlaamse twist geeft (en ze uiteraard in zijn eigen dialect inzingt). 

Schubert's liederencyclus Winterreise ontdekte ik ooit nadat Chantal Pattyn na haar overstap naar Klara op Studio Brussel dit aanraadde. Enkel Der Wegweisser en Der Leiermann worden daaruit geplukt voor deze verzameling en bewerking. Het toont daarmee de rijkdom van de liederen van de Oostenrijkse componist.

Met deze mooie plaat zal Cappelle zijn bekendheid aangewend hebben voor een bredere verspreiding van de pracht van deze liederen en dat kunnen we alleen maar toejuichen.

Beluister hieronder het volledige album, dat je kan kopen via de webshop van Nicolas Callot:

11 november 2020

Sólstafir


Voor wie dacht dat er enkel lieflijke muziek uit IJsland komt, hebben we verrassend nieuws: Sólstafir bewijst met hun post-metal dat de kou en de lange nachten soms ook verjaagd worden met oorverdovende riffs en meppartijen op drumstellen. Endless twilight of codependent love is al hun zevende plaat in achttien jaar. Hun vorige plaat, Berdreyminn, werd hier drie jaar geleden al opgemerkt en ik was er wel van gecharmeerd. Dat ben ik nog meer van deze opvolger.

Dat hebben ze vooral te danken aan het verrassend poppy Drýsill, het bijna op metalclichés drijvende Díonysus, het heerlijke afwisselende Alda syndanna en beide postrock-songs Ör en Úlfur

Je kan het album hier kopen via hun Bandcamp-pagina en hieronder alvast beluisteren:

10 november 2020

Handkerchief


In mijn rijkgevulde cd-kast staat een exemplaar van Rogue's gallery: pirate ballads, sea songs and chanteys, een verzameling piraten- en zeemandsliederen gezongen door Nick Cave, Bryan Ferry, Gavin Friday, Richard Thompson, Lucinda Williams, Jarvis Cocker, Lou Reed en een hele rits ander schoon volk. Eenzelfde sfeer en muzikaal palet verwachtte ik bij Mutiny ballads and fishguarding songs, de nieuwste plaat van het Antwerpse Handkerchief

De aanstekelijke mix van ska, gypsy, Europese rootsmuziek, rock 'n roll, surf en nog een handvol andere muziekgenres stelt niet teleur. Je waant je op het dek van een rollend schip dat met volle zeilen midden de oceaan vaart, nu eens op stille, uitgestrekte wateren, dan weer in een storm zoals enkel zeelieden die kennen. Vrolijk worden we van het opzwepende Rain, het aanvankelijk traag op gang komende Dance of the rubber man, het swingende Mathilda, het jazzy It's good en het wel heel erg aan Tom Waits schatplichtige Soldier's lament (Red Rider titletrack). Dat laatste nummer komt uit de soundtrack die de band al in 2017 schreef bij de graphic novel Red rider

Verpozing en verstilling is er ook meer dan genoeg aanwezig. Human sense doet me vreemd genoeg aan Bathroom singer van Arno denken, A ship leaves harbour every day zou ook al uit een plaat van de eerder genoemde Waits kunnen komen en Den ontsnappingskoning is een buitenbeentje, een verhaaltje voor het slapengaan in het Antwerps dialect. 

Er stonden wat concerten gepland in november en december maar corona steekt daar wellicht in een stokje voor. Eens optredens weer mogelijk zijn, zijn we zeer benieuwd naar hoe deze negenkoppige groep deze songs op een podium naar nog een hoger niveau tilt.

Je kan deze plaat hier kopen via de online winkel van Starman Records of hier via de Bandcamp-pagina van het label. Hieronder kan je het alvast eens beluisteren:

08 november 2020

Midnight Oil


Al sinds Beds are burning weten we dat de Australische band rond Peter Garrett, Midnight Oil, zich het lot van aboriginals aantrekt. Net zoals de Indianen in Noord-Amerika betekende de kolonisatie voor hen immers een voortdurende gekenmerkt door structurele achterstelling, pogingen tot uitroeiing en het proberen verbieden van hun zogezegd minderwaardige cultuur. De gloriedagen van de band liggen intussen echter al enkele decennia achter ons en dus verraste dit nieuwe album me. Achttien jaar geleden was het immers al sinds hun vorige studioplaat met nieuw materiaal en ze waren niet meer zo succesvol sinds Blue sky mining. In Australië betekent deze plaat alvast nieuw succes.

Basis en inspiratie voor deze verzameling songs was de "Uluru statement from the heart", een poging om recht te doen aan de oorspronkelijke bevolking door een proces van genoegdoening en rehabilitie, met constitutionele garanties maar ook erg gelijklopend aan de Zuid-Afrikaanse Waarheids- en Verzoeningscommissie. En dit is veel meer dan een Midnight Oil-plaat, door de samenwerkingen die het geheel eigenlijk meer tot een platform bouwen voor diverse stemmen (sommigen nemen zelfs de vocale leiding van de song over van Peter Garrett). Eén van de hier bekende namen is die van aboriginal Gurrumul (Yunupingu), die helaas al in 2017 stierf en die wij kennen van zijn bejubeld titelloos solodebuut en zijn bijdragen aan Yothy Yindi's Treaty

De zeven songs tonen nog eens voor wie het vergeten was de energie en het engagement van de Australische rockers en hoogtepunten zijn voor mij: First nation dat meteen de oudere songs op Diesel and dust en Blue sky mining in herinnering brengt en het beklijvende, rustige Terror Australia dat gezongen wordt door Alice Skye.

The Makarrata project mag dan amper een half uur duren, het is een verrijkende toevoeging aan de muzikale output van dit vreemde jaar.

Beluister hieronder het volledige album:

07 november 2020

Eels


Sommige bands stellen nooit teleur en Eels hoort tot dat selecte groepje. Elke Eels-plaat is immers een wondermooie reis langs vrolijke klinkende muziek (met gebruik van veel hoge noten) die contrasteert met de miserie die bezongen wordt. Dat is meestal de eigen miserie van Mark Oliver Everett -ook bekend als frontman E- maar op het nieuwe Earth to Dora gaat het vooral over het misfortuin van een technicus, ooit mee op tournee en bestemmeling van troostende sms-jes (die soms opduiken in de lyrics op deze plaat).

Helaas moeten we besluiten dat dit album één van de mindere is uit het rijke oeuvre, wellicht net doordat het doorleefde (her)beleven van de (eigen) pijn hier wat ontbreekt en we het moeten doen met een afstandelijker verhouding tot het lijden van een ander. Het levert songs op die passen in het lange rijtje dat we voorheen reeds te horen kregen minus de pakkende urgentie die sprak uit de worsteling van de artiest zelf. 

Toch zijn er voldoende nummers die me weten bekoren: opener Anything for Boo is een vintage Eels-song van bedrieglijke eenvoud, Dark and dramatic bewijst nog eens waarom de band al meer dan twintig jaar een keurmerk van kwaliteit is, Are we alright again klinkt zeer vertrouwd en The gentle souls weet te pakken. In andere liedjes horen we iets teveel gekende trucjes die met slechts deze mate aan echte emotie teveel klinken als trucjes: het parlando van OK mist zijn uitwerking (in tegenstelling tot oude hit Susan' house) en de single Baby let's make it real bevat alle ingrediënten van een goed scorende ballad (inclusief jankende gitaarsolo) maar zoiets mogen we toch echt niet verwachten van buitenbeentje E? Er valt ook een beetje te (monkel)lachen met Are you fucking your ex? (de ultieme schrik van elke man in een kwakkelende relatie wiens partner "nog een goed contact heeft" met haar ex). 

Het klinkt hard en cynisch en normaal wens ik iedereen (behalve wie mij net iets te vaak schade berokkende of pijn deed) alle geluk toe maar artiesten die mooie kunst puren uit hun getormenteerd leven vol grote obstakels en wiens ziel zwaarder weegt van de littekens der opgelopen kwetsuren, wensen we toch nét iets minder geluk toe. Het is, ik geef het toe, egoïstisch, maar ik mis niet graag de schoonheid die ze uit het lijden puren.

Beluister hieronder het volledige album:

05 november 2020

Suuns

In 2018 haalde Suuns met Felt een mooie 33e plaats in mijn eindejaarslijstje en twee jaar later brengen ze een EP uit, Fiction, waarop zes songs opnieuw een bedwelmende poging doen om uw oren en hart te veroveren.

Ik ben wel weg van het repetitieve in de titelsong en van de Oosterse invloeden die doorklinken in Breathe, een (hernieuwde) samenwerking met Jerusalem In My Heart. Death klinkt lekker dystopisch met een dreigende stem van Amber Webber (van Black Mountain) en de parlando van Trouble every day wordt onderbouwd met een post-industriële geluidsbrij. Pray hypnotiseert en opener Look is toch wel een buitenbeentje dat intrigeert.

De Canadezen hebben het weer geflikt met deze zesling. Hun universum werd uitgebreid en elke song is een waardevolle toevoeging.

Je kan deze EP hier kopen via hun Bandcamp-pagina en alvast hieronder beluisteren:

03 november 2020

Elvis Costello


Na dertig voorafgaande studio-albums denk je de muziek van Elvis Costello, ooit een "angry young man", goed te kennen maar op zijn eerstvolgende plaat, het net uitgebrachte Hey clockface, treffen we zulk een verscheidenheid aan dat we toch even naar adem moeten happen vooraleer we bewonderend en goedkeurend knikken bij elke nieuwe song.

De plaat begint al met het bevreemdende, intimistische Revolution #49 dat gevolgd wordt door een song waarin we echo's van zijn vroeger werk horen maar No flag klinkt tegelijk ook hyperkinetischer en chaotischer. Daaronder zit gelukkig een dijk van een lied verborgen (nu ja, zo verborgen is het nu ook weer niet). They're not laughing at me now brengt rust terug en doet een beetje denken aan Alison of I want you

Een deel van de song nam Elvis Costello op zijn eentje op in Helsinki (dit zijn meestal de meer intimistische nummers) en de rest werkte hij uit met Steve Nieve (van zijn begeleidingsband The Attractions) in Parijs waarna in volle lockdown andere instrumenten toegevoegd werden en zo werd van de nood een deugd gemaakt.  

Laat me er even de beste liedjes uitpikken, in de wetenschap dat Costello hier nooit minder dan goed presteert en het album eigenlijk best in zijn geheel tot zich genomen wordt. Maar in tijden van playlists en shufflen zijn wat hoogtepunten altijd interessant om de luisteraar hongerig te maken naar meer. Newspaper pane klinkt alsof het enkel deze eeuw kan gemaakt zijn, hoewel je meteen de handtekening van Costello herkent. We are all cowards now profiteert van de spaarzaam aangebrachte pianotoetsen en The whirlwind is het soort ballad dat tijdloos zijn ware betekenis onthult. Luister zeker ook naar het verhaal van The last confession of Vivian Whip en laat je meevoeren door het parlando van Radio is everywhere

De 66-jarige Engelsman heeft al veel geëxperimenteerd en heeft diverse muzikale paden bewandeld en enkele mooie samenwerking op zijn palmares staan (met Allen Toussaint of met The Bordsky Quartet, zoek die zeker eens op!) maar wanneer hij met zijn begeleidingsband zulke mooie albums als dit blijft maken, mogen we op beide oren slapen. Hij zal altijd terugkeren naar zijn eigen keurmerk.

Luister hieronder naar het volledige album:

30 oktober 2020

Sharon Jones and the Dap-Kings


Hoewel ik naar elke nieuwe plaat van Sharon Jones and the Dap-Kings luister en haar reeds enkele malen in een compilatie aanhaalde, is Just dropped in (to see what condition my rendition is in) verrassend genoeg de eerste plaat die ik hier onthaal op een uitgebreidere bespreking. Dit is nochtans al haar tiende plaat in de achttien jaar waarin ze regelmatig platen loslaat op een wereld die soul vooral lijkt te beschouwen als een genre van vroeger.

Dat is jammer want ook nu weer is de verzameling songs (ditmaal werd gekozen voor covers) die ze inzingt en die haar band inspeelt, om duimen en vingers van af te likken. Geen fan van de saxofoon kan ik het instrument hier niet weerstaan in de titelsong (origineel van Kenny Rogers). What have you done for me lately van Janet Jackson klinkt hier als een dwingerder vraag dan in de originele versie en het van Woody Guthrie en talloze covers bekende This land is your land wordt zo slepend gebracht dat je voelt dat Sharon Jones de noodzaak voelde de boodschap in 2020 nog eens te herhalen. 

Rescue me (ooit de hitlijsten ingezongen door Fontella Bass) mag dan dicht bij het origineel blijven, het is pefect voer voor de bek van deze zangeres. Het opmerkelijke hoogtepunt zit helemaal achterin verborgen: Trespasser was ooit een song van Bad Medicine, die gesampled werd door Limp Bizkit, maar hier is het als instrumental eigenlijk nog de meest in het oog springende nummer. Voor wie toch een gezongen nummer verkiest de hoogste waardering te geven, is er de cover van Prince's Take me with U

Beluister hieronder het volledige album:

28 oktober 2020

PUP


Vier jaar geleden was ik hier enthousiast over The dream is over, het tweede album van PUP. Verwacht op deze EP, This place sucks ass, niet veel anders dan wat ze toen voorschotelden op die plaat. Nog steeds zijn de punkrocksongs aanstekelijk, ligt het tempo hoog en zijn de zes songs stuk voor stuk lappen rammende gitaren en doodgemepte drums waarop met meer enthousiasme dan met zuiverheig gezongen wordt (gelukkig zingen ze niet vals). 

Dat de overigens uitstekende cover van A.M. 180 (van Grandaddy) niet het hoogtepunt is, is een verdienste die deze EP toch die extra stimulans geeft om beluisterd te worden. Anaphylaxis weet immers melodieus de cover naar de kroon te steken. Een andere opmerkelijke song is afsluiter Edmonton, dat nauwelijks iets meer dan een minuut duurt en dus zoveel Stürm und Drang toont dat je het liefst ergens een betoging zou willen gaan leiden.

De reeds genoemde cover geeft het origineel een scherper randje maar blijft tegelijk mooi trouw aan wat Grandaddy erin stopte. En zo is deze EP zeker de moeite waard.

Beluister de EP hieronder:

25 oktober 2020

Loudon Wainwright III


Vaak blijft Loudon Wainwright III wat onder de radar met zijn tijdloze songs die bewijzen wat een geweldige singer-songwriter hij is. Ik zie het niet meteen veranderen met I'd rather lead a band, waarop hij met Vince Giordano and The Nighthawks fraaie bigbandmuziek brengt. Daarvoor is het genre waarvan hij zich bedient, te weinig eigentijds. Gelukkig heeft hij een schare trouwe fans die zullen genieten van deze plaat.

De Amerikaan, intussen bekender als vader van Rufus en Martha, klinkt hier als een crooner, een verrassende wending voor een artiest wiens stem altijd perfect geschikt leek voor de folkliedjes die hij bracht, vol intelligente teksten en spielereien. Voor deze plaat werkte hij samen met Vince Giordano en diens uitgebreide combo The Nighthawks. Giordano en Wainwright werkten al eerder samen aan enkele soundtracks. Hier gingen ze voor een selectie jazzsongs uit de jaren 10 tot de fifties. Openen doet de Amerikaan met How I love you (I'm tellin' the birds, tellin' the bees), een vrolijke song die uitnodigt tot een charleston. Eenzelfde hoog en dansbaar tempo vinden we terug in I'm going to give it to Mary with love en You rascal you (I'll be glad when you're dead)

Ook in tragere songs weet Loudon te overtuigen: A perfect day mag dan niet de cover zijn van de Lou Reed-song, hij sleept zich even ongehaast voort en More I cannot wish you is een wens die recht uit het hart komt en hier de schitterende afsluiter vormt.

Beluister hieronder het volledige album: