20 april 2014

More Music! concert: Inwolves + Amatorski


In het kader van het More Music!-festival dat Cactus in het Concertgebouw in Brugge organiseerde, zag ik vrijdagavond twee heel mooie optredens. In Studio 1 trad Inwolves op, de band rond Karen Willems, drummer bij onder meer Yuko, en daarna mocht het publiek plaatsnemen op het podium van de grote concertzaal (die ik daardoor jammer genoeg niet in zijn volle glorie zag) voor Amatorski, dat zijn nieuwe album er meteen mocht voorstellen.


Woensdagavond nog had ik Karen Willems aan het werk gezien met Yuko, zoals je hier kan lezen. Een tijdje terug reviewde ik de ep Air+ van haar eigen band Inwolves. Ik was erg benieuwd naar hoe dat allemaal live zou klinken en het trio wist me te verbazen. Waar de dreiging op de ep vaak de boventoon voert en in ieder geval het leidmotief is, blijkt de muziek live een pak speelser te worden gebracht en het zijn net die lichtere toetsen, die soms erg jaren 80 aandoen, die overheersen. Terwijl de percussie van Karen Willems een grondlaag legt, weten de twee keyboardspelers, die elkaars instrumenten bespelen, daar overheen een mooie afwerking aan toe te voegen. Het drietal speelt met zichtbaar plezier en achter hun rug passeren visuals waarin "onderweg zijn" het centrale thema lijkt te vormen: met de trein, de fiets, de auto, langs het Vlaamse platteland, tussen bergen, met zicht op wolken en vogels en zelfs een raket,...


Setlist:
  1. Air+
  2. Roadmovie
  3. In town
  4. Space communication
  5. Hold the time
  6. Dirty monks
  7. Landmannalaugar
  8. Boards of Belgium
  9. Trees de Drongengoed
  10. Heermoes


Ik had van het nieuwe album van Amatorski waarlijk nog geen noot gehoord (een zeer uitzonderlijke gegeven voor aanvang van een concert), dus kon ik onbevangen het recentste werk van de Gentse band tegemoet treden. Het was overigens opvallend dat de groep, waar Hilke Ros niet langer deel van uitmaakt en waarin Inne Eysermans haar extreme verlegenheid (zie vorige concerten in een Gentse tuin en in de Vooruit) lijkt overwonnen te hebben, weinig songs uit het debuut speelde, en al helemaal de bekendste nummers uit die tijd, Soldier en Come home, achterwege liet. Ouder werk dat wél aan bod kwam, klonk anders en amper herkenbaar (al moet ik toegeven dat het al een hele tijd geleden is dat ik nog eens naar TBC luisterde). Het pleit dan weer voor het trio dat alles één geheel vormde en meteen verklap ik hier al dat Amatorski weet te overtuigen. Ze klinken wat voller en rijper dan ik me herinner van vroeger en al blijft hun muziek perfect voer voor programma's als Duyster en Glimworm, er is een duidelijke verschuiving gekomen. Zangeres Inne ziet er niet alleen wat volwassener en wat sterker uit, zo klinken ze nu ook. 

 
Setlist:
  1. U-turn
  2. Wild birds
  3. 22 Februar
  4. Deer the wood
  5. Anthem
  6. Boy/Girl
  7. Fragment
  8. Peaceful
  9. Hudson
  10. How are you
  11. Landscape gardening
  12. Elliott Smith
  13. She became a ballerina
Bis:
  1. Warszawa
  2. Never told

19 april 2014

Micah P. Hinson


Doe jezelf een plezier en koop dit plaatje: Micah P. Hinson and the Nothing. Wees bij de weinigen die weet hebben van één der laatste goedbewaarde geheimen. Beklaag je dat je Vic Chesnutt niet al kende voor hij stierf of voor hij een cultnaam werd. Stoot je geen twee keer aan dezelfde steen.
Het verhaal achter dit album van Micah P. Hinson leest als een Amerikaanse versie van de Griekse tragedie. In de zomer van 2011 toerde hij door Spanje toen hij betrokken raakte bij een ernstig verkeersongeval. De man werd teruggevlogen naar Texas, waar de muzikant te horen kreeg dat hij mogelijk zijn armen nooit meer zou kunnen gebruiken. Luisterend naar demo’s die hij voor zijn tournee had gemaakt, besloot de Amerikaan ze naar bevriende artiesten als The Twilight Sad en T. Nichols Phelps te sturen. Met hun hulp kon een plaat gemaakt worden waarbij het gebruik van ‘s mans armen niet noodzakelijk was. De Texaan werd uitgenodigd om in het Spaanse Santander te komen opnemen en daar hielpen lokale musici als The Puzzles en The Aquattro String Quartet hem.
Het resultaat is een plaat die eigenlijk niet meteen veel laat horen van al die miserie. Natuurlijk lonkt ook soms tristesse op het kruispunt van folk, alt-country en singer-songwritermuziek, doch het zwaartepunt ligt niet eens daar. Zo klinkt There's only one name vrolijk als het stampendste dat je kent uit The broken circle breakdown en is opener How are you just a dream? een stomende rocksong waarin de gitaar vroege rock-’n-roll uit de jaren 50 opzoekt. Denk Hinsons stem weg, vervang ze door Johnny Cash en je krijgt God is good. Geniet van de piano die Chopin light toevoegt aan The quill, waarin het al eerder vernoemde strijkersensemble de haast gebroken vocalen ondersteunt. Regelrechte country is Love, wait for me en hetzelfde kan gezegd worden van On the way home (to Abilene).
Wij zijn weg van de stem en van de songs. Wij horen een man die in tien jaar tijd met diverse medewerkers plaat na plaat uitbracht die nooit minder dan goed klonk. Wij horen iemand die muziek ademt en die ondanks alle tegenspoed albums blijft maken en optreden. Join the club.

Je kan deze recensie ook hier lezen op Indiestyle.

18 april 2014

The Imaginary Suitcase


Twee covers telt het nieuwe album van The Imaginary Suitcase, het alter ego van Ceilí Moss-lid Laurent Leemans. Eerder kon je op deze blog al lezen wat ik vond van Here's to those we could not save en Full moon fever. Dat laatste album is nog maar enkele maanden uit en hier is dus al de opvolger: Driftwood.
Bring on the dancing horses weet het venijn dat ik altijd hoor bij Echo And The Bunnymen goed te bewaren ondanks het spaarzamer arrangement. Ook Ashes to ashes (origineel van David Bowie) krijgt een passend eerbetoon zonder slaafs de oorspronkelijke versie te willen benaderen. Voor de liefhebbers valt er overigens nog een verwijzing te spotten naar Billy Bragg in het openingsnummer Driftwood (wie ze vindt, mag het hieronder laten weten in de commentaren).
Het meest opvallende aan deze plaat is misschien wel dat de gelijkenissen met Luka Bloom weliswaar aanwezig blijven, maar minder prominent geworden zijn. Het zijn misschien vooral de covers die het palet weten te verruimen, niet enkel door de keuze, maar ook door hoe ze gebracht worden. Het maakt van deze elf songs het sterkste geheel dat we al hoorden van Leemans. Second to none is een erg mooi nummer, dat de volle zes minuten de tijd neemt zich te ontvouwen. Half of myself herbergt wat jaren 80 en toont een ruigere kant van The Imaginary Suitcase. Rust vinden we dan weer in Holy water, dat vertrouwd klinkt. Voor wie het graag opgewekter heeft (een dronkemanslied of een rogue ballad), raden we A plausible lie aan. 
Het einde valt als een zachte sluier over deze plaat met Full moon lullaby, waarin de xylofoon en vrouwenstem het reliëf verdiepen zonder aan de essentie van de afsluiter te raken. Het is een waardig einde voor het beste wat Laurent Leemans ons al liet horen.

17 april 2014

Lied van de week: week 16 - 2014

Pools - Glass Animals


Er zit inderdaad iets breekbaars in de sound van Glass Animals, een Britse band uit Oxford die eerder deze week in ons land optrad. Naar wat ik las, moet het de moeite waard geweest zijn, en speelden ze dit nieuw nummer, dat de dag erna op het internet gezet werd.

Op 9 juni komt hun debuut, ZABA, uit. Eerdere releases kan je hier bestellen.

Democrazy concert: Yuko + Hear, Hear! (A Cheer)


In de thuishaven Gent stelde Yuko het nieuwe album Long sleeves cause accidents voor aan een talrijk en enthousiast publiek. Toen Kristof Deneijs tijdens de soundcheck even The idealist inzette, klonk er al gejuich en handgeklap, en dan moest het eigenlijke concert nog beginnen. Daarin zou waargemaakt worden wat Thomas van Hear, Hear! (A Cheer) aankondigde voor hij de eerste noten speelde: “Laten we proberen er een memorabele avond van te maken.”

Hear, Hear! (A Cheer) mocht alvast de voorzet geven en dat deden ze ook op gepaste wijze. Het vijftal met spil Thomas Verheyen bracht liedjes die net als hout dat zich nog moet zetten, wat tijd nodig hadden om op hun plooien te vallen. Vooral in de eerste drie songs hoorden we heel veel dat geleidelijk op zijn plaats viel, gelukkig telkens ten laatste bij het refrein. Little bits (little nips) vormde in hun set het hoogtepunt. Alles bij elkaar genomen bleek deze band de ideale opwarmer, met muziek die wel past bij wat ons later zou geserveerd worden.


Het hoofdgerecht in de Minardschouwburg, bereid door Yuko, smaakte voortreffelijk en dat had alles te maken met de fantastische liedjes, de goede opbouw van de set, de gewaardeerde bijdragen van de gastmuzikanten en natuurlijk de doorleefde uitvoeringen door de band zelf. Voor opener Dive! stonden twee blazers én de op plaat ook al aanwezige sopraan Deborah Cachet het viertal bij. De zaal werd stil en luisterde aandachtig. Meteen kregen we met Justine part 1 al een pracht van een song in de maag gesplitst. Live valt nog meer op hoezeer dit verwant is aan onze albumfavoriet, The idealist. Die zat overigens zelf ook al vroeg in de set, klonk gedoseerd en véél te kort. Soms immers wilde je dat een liedje eigenlijk nooit meer zou stoppen. Net daarvoor had bassist Thomas Mortier al met verve You took a swing at me gedragen, terwijl Karen Willems het hele optreden door bewees dat zij de meest beweeglijke drummer blijft die we op onze podia te zien krijgen. Alles aan haar beweegt mee terwijl ze gevarieerde percussie in de nummers stopt. Jasper Maekelberg, die gitaar en synthesizers bespeelde, bracht de toetsen aan die het geheel vervolledigden.
Hoe Kristof Deneijs het aan zijn dochter opgedragen While you figure things out bracht, maakte ons wat week. Wat tegengewicht werd echter meteen geboden met When you go blind uit de vorige plaat As if we were dancing. Ook daarna stapelden de hoogtepunten zich op: opnieuw heerste de bas in First impression, de blazers en de operazangeres kwamen terug voor A couple of months on the couch en het wildste nummer, She keeps me thing, vormde de climax.
Terug het podium opgeroepen ging Kristof helemaal alleen op een stoel zitten voor Usually you are mine. Net als vorige week in Breda had hij immers last van verkrampte tenen. Die heeft de man gelukkig niet nodig bij zang of voor zijn gitaarpartij. Helemaal op het eind van de song vormden de andere bandleden een achtergrondkoortje. Daarna zetten ze allen samen hun “klassieker die iedereen kan meezingen” in: Dolly Parton. Thomas Verheyen, wiens band deze song volgens de frontman van de hoofdact met hun cover zelfs nog verbeterde, zong mee. Het was een mooie afsluiter van wat we enkel een triomftocht kunnen noemen. Muziekliefhebbers der Lage Landen, laat u eveneens overrompelen, verrassen, vertederen, verleiden en verbouwereren door zoveel pracht.
Setlist:
 

  1. Dive!
  2. Justine part 1
  3. You took a swing at me
  4. The idealist
  5. When I’m awake I’ll handle it
  6. While you figure things out
  7. When you go blind
  8. First impression
  9. A couple of months on the couch
  10. She keeps me thin
——————————————
  1. Usually you are mine
  2. Dolly Parton


Je kan dit concertverslag ook hier lezen op Indiestyle.

Dansbare religieuze muziek

Wenkbrauwen worden nu ongetwijfeld gefronst, maar dankzij Pim van de Werken en Broeder Dieleman krijgen we een grappige, behoorlijk dansbare digitale mixtape aangeboden met religieuze, nederlandstalige muziek uit de jaren 60 en 70, die je zelfs kan downloaden (in wav-formaat):

 
1. Intro 
2. Piet Sybrandy - Zoekt uw veiligheid bij God 
3. Ben Strik en Die Aaghten Cantorij - Geloven, nu! 
4. Glory Halleluja 2000 - De zondvloed 
5. Koos Bons - Als het waar is wat ze zeggen 
6. The Hallelujah Sound - 't is waar 
7. Gospelgroep Sallum - Jezus 
8. Gert en Hermien - Valse religie 
9. TBS and The Burning Candles - Met Gods kracht in mij 
10. Jongerenkerk Venlo - Ik zoek een land

12 april 2014

Gespot voor u: CEO

De Zweed Eric Berglund maakte voorheen al muziek als de helft van The Tough Alliance. Hij is bovendien ceo van het platenlabel Sincerely Yours. Het is dan ook niet moeilijk raden waar hij zijn pseudoniem, CEO,  vandaan haalde voor zijn solo-project. Hij heeft net een tweede album uit, Wonderland. Sinds Whorehouse op mijn gsm staat en ik het al fietsend naar het werk regelmatig hoor, ben ik er helemaal weg van. Dit is indiepop van de zuiverste soort.


 

11 april 2014

Yuko


Al na één minuut van Long sleeves cause accidents weet je weer waarom Yuko op zijn plaats zit bij het Gentse label Unday. In opener Dive! wordt de juiste snaar geraakt, de precieze toon gevat die Yuko helemaal op de kaart zet van de muziekscene die sfeer boven kracht verkiest en melancholie beter kent dan extase. Bovendien houdt de band een hele plaat lang de hoge kwaliteit aan.
Om ons te overtuigen van hun kunnen, hebben ze niet veel meer dan een half uur nodig. Of de Gentenaars dat nu doen met behulp van de getalenteerde sopraan Deborah Cachet in de slepende openingssong of afsluiter A couple of months on the couch of het tempo wat opvoeren in You took a swing at me, telkens spat de klasse eraf. In het laatstgenoemde lied benaderen ze de nieuwerwetse sound van Radiohead en zelfs een beetje de manier van zingen van Thom Yorke, vermengd met een wel erg retro klinkend swingjazzmotiefje. First impression laveert tussen dreiging, lieflijkheid en ingehouden macht. Als we daarin echo’s horen van Radiohead, associëren we die vooral met het vroegere werk van de Britten. Overigens ontdekken we nog andere referenties. Usually you are mine is van het betere soort folk, doopt de pen in singer-songwriterinkt en wordt volledig gedragen door de gitaar die haast even welsprekend is als zanger Kristof Deneijs. Het koor dat hem vervoegt, verleent het geheel een diepere dimensie.
Dan hebben we het nog niet gehad over hoogtepunt The idealist dat al eerder op de labelcompilatie Music for undays verscheen. Telkens opnieuw worden we in vervoering gebracht door die combinatie van speelse elementen en een snik in de stem die ontroert, langzaam zijn vingers om je keel klemt en je de adem beneemt tot je dreigt te verdrinken in verdriet om de bezongen Heidi Klum. En dat alles voltrekt zich in minder dan drie minuten. Wie een parel als dit weet af te leveren, verdient grootste onderscheiding.
Met deze derde plaat heeft Yuko, voor wie daar nog aan twijfelde, zijn bewijs van goede smaak en zeden binnen. Stilaan verdient de band wat meer aandacht dan hun tot nog toe te beurt viel. Dit is een stap voorwaarts die hopelijk beloond wordt met meer volk op hun optredens en meer vermeldingen, onder meer in de eindejaarslijstjes die nu nog zo veraf lijken.

Je kan deze recensie ook hier lezen op Indiestyle.

Cactus concert: Sam Amidon (voorprogramma: I Am Oak)


Wanneer je het gevoel krijgt deelgenoot te zijn van een uniek gebeuren, mag je het concert meer dan geslaagd noemen. De muziek zat goed, de sfeer was relaxt, de interactie was uitstekend en vaak erg grappig en zo wist Sam Amidon ons in de Cactus Club helemaal in zijn eentje een optreden te bezorgen waar we nog lang met een brede grijns aan zullen terugdenken.


I Am Oak kan bogen op prachtplaten, maar de vorige keren dat ondergetekende hen aan het werk zag, vielen ze tegen: te lange pauzes om de gitaren te stemmen, grapjes die niet grappig waren en verhalen die nergens naartoe gingen haalden het ritme uit hun set. Dat euvel is nog steeds niet helemaal verholpen: de droom van de bassist liet ons vooral verward achter. Gelukkig zijn er de songs die staan als een huis. Famine, een parel van de zuiverste soort, duurt live veel te kort. Met Palpable breiden de Utrechtenaren een spannende, stomende climax aan hun optreden.


Uit vijf albums kan Sam Amidon intussen putten en wanneer hij daar helemaal in zijn eentje op het podium staat, nu eens met gitaar, dan weer met banjo of viool, bouwt hij een eigen universum waarin echo’s van lang vervlogen Amerikaanse tijden weerklinken. Nogal wat murder ballads passeren de revue: Wild bill Jones en How come that blood blijken bloedstollende verhalen waarin de zanger uit Vermont zijn gruwelijkst klinkende keelklanken bovenhaalt. Gezellig wordt het echter ook. Hij nodigt het publiek uit mee te zingen met Way go Lily, The wind and the rain en Relief, voorwaar een cover van R. Kelly.
Er wordt gegrapt en geïmproviseerd: in Johanna the row-di verwerkt hij de belevenissen van de vorige dagen. Na een absurd verhaal over Bruno Mars die zou komen drummen, maar moest optreden met Jimi Hendrix en dan maar een compositie schreef voor Amidon, gebaseerd op diens hartslag, begint de Amerikaan aan een instrumentaal virtuoos staaltje op de viool dat werkelijk alle kanten op stuitert. De traditional O Death, die je misschien kent uit de soundtrack van O brother where art thou?, krijgt een speciale behandeling en uiteindelijk komt Sam Amidon tot tweemaal terug het podium op. Eigenlijk volstaan de vijf bisnummers amper voor het gretige en hongerige publiek.


Setlist:
  1. Short Life
  2. My Old Friend
  3. Way Go Lily
  4. Pharaoh
  5. Wild Bill Jones
  6. As I Roved Out
  7. O Death
  8. Little Satchell
  9. Johanna The Row-Di
  10. How Come That Blood
  11. Instrumental
  12. Bright Sunny South
  13. The Wind And The Rain
  14. Saro
Bis:
  1. Wedding Dress
  2. O Where Is My Little Darlin
  1. Little Johnny Brown
  2. Weeping Mary
  3. Relief

Je kan dit concertverslag ook hier lezen op Indiestyle.

10 april 2014

Lied van de week: week 15 - 2014

Oh my God - And They Spoke In Anthems




Onlangs nog zag ik And They Spoke In Anthems optreden in de Nijdrop. Dat was een aangename verrassing. Ik kreeg in mijn mailbox de melding dat er een nieuwe single en video uitkwam, en het liedje is erg prachtig. Beetje jammer dat in de clip dieren onnodig leed bezorgd worden: ik word een beetje ongemakkelijk van de vis die naar adem hapt en stervende is.


Je kan het album June, waarop dit nummer te vinden is, hier kopen.

09 april 2014

Ava Luna


Wie durft tegenwoordig nog een scheut Frank Zappa toevoegen aan zijn muziek? Het blijkt een uitdaging die de New Yorkse bende Ava Luna al in opener Daydream aangaat. De vijf Amerikanen gooiden overigens een pak meer uiteenlopende invloeden in de keukenrobot en komen nu op de proppen met het aanstekelijke debuut Electric balloon.
Kruis bijvoorbeeld Primus en The Stooges (in de intro) met repetitieve, laidback en jazzy lounge en je krijgt Sears Roebuck M&MsCrown begint als iets van James Blake, er wordt gecroond en het picknickdeken wordt bovengehaald in een zonnig park. De muziekjes stuiteren alle kanten op als knikkers die plots uit het zakje vallen. En net als bij het zaad van de zaaier uit Jezus’ parabel, waar niet alles in de vruchtbare aarde belandde, betekent dat dat sommige ideeën op de rots vallen en verdorren in plaats van uit te groeien tot een bloeiende song. Aquarium is zo’n voorbeeld van een idee dat het embryonaal stadium niet echt verlaten lijkt te hebben.
Daartegenover staan dan weer te koesteren kleinoden als het titellied. Het knotsgekke van B-52s wordt geïnjecteerd in een Talking Heads-achtig folieke. Of wat te denken van het vleugje Pixies dat waart door JudyGenesee zet je voortdurend op het verkeerde been, staat op het punt uit te barsten en houdt zich telkens weer in. Jazztoetsen kruiden het nummer. Ava Luna schrikt er ook niet voor terug binnen één compositie eigenlijk meerdere liedjes te smokkelen, zo leert ons het afsluitende Ab ovo. De avontuurlijken onder jullie hebben het allang begrepen: geen moment verveel je je met dit kwintet.

Je kan deze recensie ook hier lezen op Indiestyle.
Beluister hieronder het album:

08 april 2014

sleepmakeswaves


Vergeef ons als we bij de hoes van het (heruitgebrachte) debuut van sleepmakeswaves wegdromen. Het avondland wenkt, terwijl de wind een eenzame jonge vrouw aan de haren en kleren rukt. Het is niet moeilijk allerlei voorstellingen te maken en verhalen te verzinnen, ook niet bij de zes rauwe lappen post-rock die we voor de kiezen krijgen.
In 2008 al zwierden de Australiërs deze songs op een plaat, en nu ze tekenden bij Monotreme Records, komt er een Amerikaanse en Europese release. Dat mogen we heuglijk noemen, want goeie post-rock onthalen we hier graag met applaus. Menig liefhebber van het genre kan zich met een gerust hart opsluiten in zijn of haar slaapkamer en de golven over zich heen laten rollen. En hoewel we dit viertal niet tot de absolute top kunnen rekenen, eisen ze met recht en reden een eigen plaats op, ergens tussen Dirty Three en Explosions In The Sky. In Exits to nowhere overheerst een dromerig gevoel, dat zachtjes uitdooft. One day you will teach me to let go of my fears borduurt ogenschijnlijk verder op eenzelfde sfeer, maar de twist zit in het soort dreiging dat schuilgaat achter de horizon. Sommige bands kiezen ervoor slechte voortekenen in donkere wolken te schilderen, sleepmakeswaves kiest eerder voor de hint dat achter een langzaam ondergaande zon, onder de sluier van de invallende nacht, een storm onmerkbaar naderbij sluipt. De gitaarsalvo’s die als enkele druppels al vergoten worden, schud je eerst nog lachend weg, doch gauw zal het lachen je vergaan. Die reële proporties worden echter niet meer aangenomen tijdens het nummer, wat blijft is een aankondiging die je met bezorgdheid vult.
Onze tegenvoeters hebben de knepen van deze muziekstijl duidelijk goed in de vingers, en terwijl we ons hier nog afvragen of dit nu een lange ep dan wel een kort album is, kan je met gerust hart de hoofdtelefoon inpluggen, de slaapkamerdeur op slot draaien en meer dan een half uur lang verdwalen in een land dat niet bestaat, maar toch een prachtige soundtrack kreeg.

Je kan deze recensie ook hier lezen op Indiestyle.

05 april 2014

Lied van de week: week 14 - 2014

Golondrina - Dom La Nena


Het gebeurt vaak dat ik door vrienden en kennissen aangesproken wordt over de muziek waar ik naar luister en dan worden al eens suggesties gedaan, genre "ken je...?". Deze week informeerde een vriendin naar mijn vertrouwdheid met Dom La Nena. Dat bleek echter een naam te zijn die ik nog nergens gehoord of gelezen had en dus ging ik op zoek. Ik zocht een beetje uit wie deze vrouw (zo bleek) was, en stootte op enkele mooie liedjes van deze in Parijs levende jonge Braziliaanse celliste en zangeres. Geen moment heb ik getwijfeld om één van haar meest recente liedjes, uit 2013, te kiezen als lied van de week.

Je kan haar album Ela en de ep Golodrina kopen via haar Bandcamp.


Democrazy concert: Ásgeir (voorprogramma: Michael Prins)


Bracht Michael Prins vooral de herfst en de winter met zijn diep in folk gedrenkte liedjes, dan bespeelde Ásgeir alle seizoenen in De Centrale donderdagavond. Onder de banier van “Big Next”, waarin Democrazy de beloften voor de toekomst presenteert, mocht de IJslander zich voorstellen aan een publiek dat hem maar net leerde kennen. In zijn thuisland heeft hij naar verluidt al een behoorlijke status opgebouwd, en dat zag je nog het meest in de ervaring die de hele band tentoonspreidde.


Ondersteund door een elektrische cello zong de Nederlander Michael Prins met een diepe stem folk die in de kleren kruipt. Het is vast geen toeval dat de man in eigen land winnaar werd in De Beste Singer-Songwriter van Nederland. Zelfs wanneer hij achter de piano schoof om te eindigen met Wish I was in love, overtuigde de Haarlemmer.


De zaal stond afgeladen vol voor één van de rijzende sterren van het moment. Ásgeir duikt tegenwoordig op alle muziekblogs en -magazines op en bijgestaan door vier bonken van mannen bewees hij bijna anderhalf uur lang waarom dat niet onterecht is. Zelf is de getalenteerde Noord-Europeaan overigens ook geen doetje, getuige de tatoeages op arm en borstkas. Tegelijk beschikt deze kerel over een teddybeerfactor die de vrouwen op de voorste rijen deed smelten. Innemend en sterk, het is vast hét recept voor aanbidsters aan elke vinger. Wie voor de muziek kwam, werd evenmin op zijn honger gelaten. Al vanaf opener Head in the snow wisselden Engels en IJslands elkaar af als voertaal. De muzikanten brachten een palet dat naast herfst en winter, seizoenen die we intussen bijna standaard verwachten vanuit dit Scandinavische eiland, ook lente en zelfs een zachte zomer (Summer guest) bevatte.
Schreeuw het van de daken: de cover van Nirvana’s Heart shaped box die het vijftal brengt, kan het origineel weliswaar niet verbeteren, maar dichterbij kwam niemand voorheen. Ásgeir maakt van de eerste single uit In utero een eigentijdse song zonder de diepe pijn, het bijtende zuur eruit te halen. Hoedje af!
Hem aankondigen als een belofte is feitelijk voorbijgaan aan het feit dat ze allang ingelost werd. Wie gisterenavond Ásgeir aan het werk zag, mag zich gelukkig prijzen en kan later wanneer de grote doorbraak een feit is, claimen hem al gespot te hebben nog voor alle anderen. Zomerfestivalorganisatoren, halen jullie deze kloeke noorderling terug naar de Lage Landen?



Setlist Ásgeir:
  1. Head in the snow
  2. In the silence
  3. Lupin intrigue
  4. Ocean
  5. Higher
  6. Summer guest
  7. Was there nothing?
  8. Going home
  9. Heart shaped box (Nirvana cover)
  10. Dreaming
  11. Nú hann blæs
  12. King and cross
Bis:
  1. On that day
  2. Torrent

Je kan dit concertverslag ook hier lezen op Indiestyle.

03 april 2014

Botanique concert: Peggy Sue


Terwijl in een andere zaal van de Botanique Band Of Skulls wellicht nog maar pas begon aan zijn set, speelde Peggy Sue de laatste noten van de bis in de gezellige Witloof Bar. Het selecte clubje toehoorders en de setting in een kelder maakten er bijna een huiskamerconcert van. De Britten hadden zich versterkt met een bassist en wisten zonder voorprogramma het publiek warm te krijgen. Ze strooiden zelfs een paar echte pareltjes doorheen hun optreden.
's Zomers maakten wij vroeger al eens een kamp door een groot laken te draperen over de wasdraden. Wanneer dan de zon het laken bescheen, werden de silhouetten van de lijnen die het geheel schraagden zichtbaar. Evenzo wordt live transparant hoe de songs van Peggy Sue gedragen worden door de drums en de bas. Die ritmesectie is prominenter in beeld dan op plaat, en zo verschaft dit optreden ons inzicht in de opbouw van de liedjes. Daarbij werd voornamelijk geput uit het recentste album, Choir of echoes. Al vroeg kregen we een eerste hoogtepunt met Substitute. “Cause I could love you if I wanted to” zongen Katy en Rosa en we waren geneigd hen op hun woord te geloven. Ook een oudere compositie als Yo mama bleef uitstekend overeind tussen het nieuwe geweld.


Tussendoor werd gekozen voor een cover van Hit the road, Jack, waarin het loopstation aangesproken werd. Het was een interessant experiment. Nu ja, dat is eerlijk gezegd meer een eufemisme voor een in de praktijk wat tegenvallend probeersel. Gelukkig kunnen we een rits hoogtepunten opnoemen: How heavy the quiet that grew between your mouth and mine, The errors of your ways en bisnummer Figure of eight bijvoorbeeld. Met kop en schouders stak Idle daar nog bovenuit. Ook Longest day of the year blues bekoorde: het begon weliswaar als een melige sleper tot het kwartet uit Brighton het naar de juiste kant van de dunne grens met camp en kitsch trok.

Je kan dit concertverslag ook hier lezen op Indiestyle.

30 maart 2014

Lied van de week: week 13 - 2014

A little God in my hands - Swans


De reeks Punch, brothers, punch op Indiestyle levert wekelijks tien songs om te ontdekken, en daar zitten vaak pareltjes tussen. Niet alles is meteen mijn ding, maar ook deze week zit er lekkers tussen. En het meest in het oog springende is dit nieuw nummer van Swans, een groep die ik al live zag en waarvan het meest recente album, The seer, tot het beste van 2012 behoorde.

Dit nummer zal op het in mei te verschijnen album To be kind staan, dat je hier al kan bestellen.

26 maart 2014

Blood Red Shoes


Wat zijn redenen voor een band of artiest om een album titelloos te laten? Je ziet het soms bij een debuut, en verder betekent het vaak dat de groep wil terugkeren naar de sound van de begindagen, een nieuwe start wil nemen of een staalkaart wil geven van waar ze na alle vorige releases staan. Waarom dus heeft de vierde plaat van Blood Red Shoes geen echte titel meekregen?
Een eenduidig antwoord op onze vraag krijgen we niet helemaal. Bij een eerste beluistering viel ons op hoe ruw het duo terug durft te klinken, net als de in begindagen op Box of secrets. Laat The perfect mess maar eens goed op je oren inwerken en je begrijpt meteen wat we bedoelen. Maar intussen hebben we al een tijdje onze dagelijkse dosis Bloedrode Schoentjes binnen en is er nuancering ingetreden, met liederen als Grey smoke waarin de combinatie zang-muziek aan weinig herinnert dat ze al eerder maakten, en Far away dat in het verlengde ervan ligt. Stranger verrast bij de openingsnoten en hoort intussen tot onze favorieten. Don't get caught doet ons op meerdere manieren aan het beste van Triggerfinger denken en Tightwire bewandelt het pad dat rock van pop onderscheidt. Opener Welcome home daarentegen blijft het beste bewijs van het behoud van en zelfs de terugkeer naar de oerkracht die Steven Ansell en Laura-Mary Carter in 2008 lovende woorden voor hun eersteling opleverde.
Blood Red Shoes vindt zichzelf dus niet helemaal opnieuw uit, slaat af en toe een nieuw zijpad in, keert terug naar het begin doch kijkt ook vooruit. Het resultaat is een goeie plaat, die jammer genoeg Fire like this, hun tweede en naar onze bescheiden mening beste, niet weet te evenaren bij gebrek aan absoluut topvoer als Light it up of When we wake. Mildheid is hier echter wel op zijn plaats, want Barcelona wint evenmin elk jaar de Champions League en Merckx, de Kannibaal, verloor ook wel eens.

Je kan deze recensie ook hier lezen op Indiestyle.

22 maart 2014

Reiziger / The Fire Harvest

De Limburgse band Reiziger, wier album KodiaK station ik hier besprak, brengt op 19 april een split 7" uit met het Nederlandse The Fire Harvest. Hieronder kan je hun bijdrage (Imperial overstretched) beluisteren:

De release komt uit in een speciale verpakking en zal gepaard gaan met een gezamenlijke tour door de Lage Landen. Hieronder alvast enkele bevestigde optredens:

Samen met The Fire Harvest:
Overige concerten Reiziger:
Beluister hier ook het album van The Fire Harvest uit 2012:

20 maart 2014

Lied van de week: week 12 - 2014

We must hold on - Chantal Acda featuring Nils Frahm



Kinderlijk eenvoudig is de clip bij de nieuwe single van Chantal Acda! En ik kan me voorstellen dat kleuters hier helemaal weg van zouden zijn, mochten ze Engels verstaan. Nu ja, misschien is de tekst niet zo kleutervriendelijk als hij op het eerste zicht lijkt. Hoedanook, met de hulp van Nils Frahm heeft Chantal Acda (die ik een tijdje geleden interviewde) alweer een mooi nummer uit haar debuutalbum Let your hands be my guide getrokken. 

Je kan het album nog steeds hier kopen.

18 maart 2014

Mijn Bob Dylanjaar (7): Blonde on blonde


Burlesk klinkt de opener van de eerste cd van de dubbelaar die Blonde on blonde is. En eigenlijk opent ook het tweede deel vrolijk. Maar nu loop ik al vooruit...
Rainy day women #12 & 35 mag dan wel in het refrein "Everybody must get stoned" bevatten, over drugs lijkt het niet te gaan, wel veeleer over de nood die de mensen blijkbaar hebben om stenen te gooien naar anderen.  Het is een variatie op Jezus' opmerking over de splinter en de balk in het eigen oog. Na dit bekend nummer is het de beurt aan goeie ouderwetse blues met Pledging my time. Visions of Johanna, dat geopend wordt door een mondharmonica maar daarna een andere wending neemt, is één van de prachtsongs op dit album, die het tot klassieker verheffen. De song laat zich niet makkelijk begrijpen, maar net daarin ligt ook de aantrekkingskracht ervan. Het is het soort lied dat je op "endless repeat" durft te zetten, zonder het beu te raken, en dat je op die manier op de achtergrond bezit van je laat nemen, zodat je dromen erdoor bevolkt worden en je gedachten op willekeurige momenten gevuld worden met de niet-opdringerige muziek. Op die manier komt ten lange leste de betekenis misschien alsnog tot rijping om ineens aanwezig te zijn, alsof je altijd al wist wat Dylan je vertelt.
One of us must know is eenvoudige schoonheid, en in essentie geldt dat ook voor het beroemdste liefdesliedje van Bob Dylan, dat erna volgt: I want you. Idyllisch is het nochtans niet echt, voor wie goed naar de tekst luistert. Doch, zijn uiteindelijk niet alle goeie liefdesliedjes niet nét bezwangerd door dat klein angeltje dat het échte leven altijd schijnt bij te leveren?
Stuck inside of Mobile with the Memphis blues again hoorde ik onlangs nog coveren door And They Spoke In Anthems (zoals je hier kan lezen), en het origineel is inderdaad méér dan de moeite waard. We krijgen hier opnieuw de folkzanger-verteller die de tijd neemt (meer dan 7 minuten) om zijn verhaal te vertellen, waarvan ik al in eerdere bijdragen vertelde dat ik die graag hoor... En na die folkbijdrage krijgen we weer blues op ons bord met Leopard-skin pill-box hat. Het is zelfs behoorlijk traditionele blues, tenminste naar hedendaagse normen. Ik vind het altijd moeilijk om goed in te schatten hoe dat in de tijd dat de plaat uitgebracht werd, eigenlijk ervaren werd. Met Just like a woman, dat alweer liefde met een pijnlijk kantje bezingt, wordt het eerste deel in stijl afgesloten: "She takes just like a woman, yes, she does / she makes love just like a woman, yes, she does / and she aches just like a woman / but she breaks just like a little girl".
Zoals al aangegeven, vind ik ook het begin van het tweede deel, Most likely you go your way (and I'll go mine), behoorlijk vrolijk. Muzikaal althans, want eigenlijk is de tekst allesbehalve vrolijk en komt de liefde er eens te meer bekaaid vanaf. Wellicht hoeft het ons niet te verbazen dat Bob Dylan, ouder en wijzer en vooral heel wat ervaringen rijker, de liefde niet langer bezingt zoals jonge stagiaires in aandoenlijke naïviteit nog schijnen te doen... De toon wordt verdergezet in het erg bluesy Temporary like Achilles. Gelukkig plaatst Dylan daar ook mooie complimenten tegenover in Absolutely sweet Marie. Welke vrouw wil niet als volgt bezongen worden: "Well, anybody can be just like me, obviously / But then, now again, not too many can be like you, fortunately"?
Wat opvalt aan de tweede cd, is dat ik moeilijker vertrouwd raak met de songs die hier verzameld zijn. Nooit zijn ze minder dan goed, en toch blijven ze minder hangen. Natuurlijk geldt voor het eerste deel dat enkele liedjes daar al heel lang bekend waren voor mij, maar ook een nummer als Visions of Johanna, dat ik eigenlijk nog niet kende, bezit meer aantrekkingskracht dan om het even welk stukje op dit deel. Geen klachten over Fourth time around of het lekker stimulerend Obviously five believers (ik zou de vroegere Rolling Stones dit met plezier hebben horen coveren, denk ik). En met Sad-eyed lady of the lowlands, dat langer dan elf (!) minuten duurt, eindigt dit album zoals ik (zie hoger) het graag heb...

16 maart 2014

Lied van de week: week 11 - 2014

Photographs - Marble Sounds


Twee weken geleden zag ik Marble Sounds aan het werk in de Nijdrop. Toen kondigden ze aan dat dit nummer zou heruitgebracht worden als single. Wel, dat vind ik nu eens een goed idee, zie!

Je kan het album Dear me, look up,waarop deze song terug te vinden is, hier kopen.

Lyrics:

I don't need, nerves of steel
I can resist a gentle tease
If it's a test, I can be tough
If it's a bluff, I'm not impressed
You closed the books, I'm off the hook
You left a stress, I can't fool less
I must confess, I have no fear
But neither did guts, my dear

 

[Chorus]
I picture your photographs,
I'm right here, I don't know why
I picture the clothes you have
The blush you felt, but I won't ask why
I picture you're somewhere else, the story ends
But I don't know how
If only the time in have the rush

 

I'm backing up, my favorite shots
It's not a lot, but all I got
Give me a scheme, cause as it seems
I'm running out of good ideas
I'm risk averse, I don't jump first
I'm taking out of each I've learned
So no more loss, I let it go
I'll take things nice and slow

 

[Chorus]
I picture your photographs,
I'm right here, I don't know why
I picture the clothes you have
The blush you felt, but I won't ask why
I picture you're somewhere else, the story ends
But I don't know how
If only the time in have the rush

 

You cut me out, you cut me out
You cut me out, you cut me out
You cut me out, you cut me out
You cut me out, you cut me out

 

[Chorus]
I picture your photographs,
I'm right here, I don't know why
I picture the clothes you have
The blush you felt, but I won't ask why
I picture you're somewhere else, the story ends
But I don't know how
If only the time in have the rush.

Hitsville Drunks


Dat Mauro Pawlowski een muzikale duizendpoot is en bovendien ook erg productief, is een understatement van het kaliber "de Taliban zijn nog streng in de leer". Met Hitsville Drunks bracht hij net Sincerely average uit, met hulp van Herman Houbrechts (Nemo, The Grooms), Sjoerd Bruil (Sukilove, Broken Glass Heroes, Dez Mona) en Jan Wygers (Creature With The Atom Brain). En ik zeg volmondig dat die titel gelogen is: deze plaat is allesbehalve middelmatig.
Het begint al met het lekker in het oor liggende High culture, dat willekeurige festivalweides kan platspelen. Veel heeft het viertal daar niet voor nodig. Dit is gewoon rock 'n roll zoals die hoort te zijn. Al even passend in het straatje der rock, zij het aanleunend bij de wondere wereld der rockballads, is Don't tell her als balsem voor de ziel. Zoals het rockers betaamt, eindigen ze tijdig. 
De Evil Superstars zijn terug van weggeweest, als ik Clean adult fun mag geloven. Luister maar naar hoe "She was a Duran Duran / teenage fan / Her first boyfriend was a smalltown guitar man" gezongen wordt en voel je teruggeslingerd naar die gouden periode van Boogie-children-R-us en Love is okay
Waar de kwartet misschien wel gelijk in zal krijgen, is dat hun eerlijke muziek weinig zal opvallen in de stroom releases die ons tegenwoordig overspoelen. Albums waarop songs staan die nooit minder dan goed zijn maar die het als single wellicht niet redden zonder veel airplay, daar ken ik er talloze van, en jammer genoeg lijkt ook Sincerely average zich in dat rijtje te gaan voegen. Toch verdienen artiesten die ons onder meer Retro artist, lekker jaren 80, en I was never there, post-grunge om duimen en vingers van af te likken, schenken, beter dan dat.
Kenners verkiezen een pittig streekbiertje boven gewone pils en Hitsville Drunks boven elk middelmatig rockbandje dat zijn "three minutes of fame" beleeft.

Je kan het album hier kopen. Het album is uit bij Starman Records.

14 maart 2014

Mad About Mountains


Dat Mad About Mountains de lijn van het debuut doortrekt op Harlaz, de zogenaamd moeilijke opvolger, blijkt het duidelijkst uit de titelsong. Daarin horen we immers een heel herkenbare echo van Best friend, dat op het eerste album tot de hoogtepunten behoorde. De lijn doortrekken betekent echter ook dat je niet blijft staan waar je gestopt was, maar volgende stappen zet.
Laten we nog even terugkeren naar het al eerder genoemde nummer. In Harlaz komt Piet De Pessemier dichter dan ooit bij de pastorale Neil Young van Harvest. Het is een referentie waar we ook bij andere songs naar moeten teruggrijpen. If you see her bijvoorbeeld is laidback én meezingbaar en meet zich met Heart of gold, tot jankende gitaren een eigen richting kiezen. Nu ja, we kennen artiesten die een arm én een been veil hebben om met die grootheid vergeleken te worden. Toch treffen we ook composities aan die een andere kant van Mad About Mountains laten zien. Het door Myrthe Luyten geschreven Winter past perfect bij wat zij als Astronaute al op de wereld losliet en deze band zet het naar zijn hand. Myrthe schreef overigens ook mee aan Down the river home, waarin haar stem een prominente rol opeist.
De lijst met gasten die meewerkten aan deze plaat is niet min: Chantal Acda zingt mee op de achtergrond, Myrthe Luyten maakt als vast lid deel uit van de groep en Joshua R. Geboers van Bearskin verleent hand-, span- en basdiensten. Ook Gianni Marzo (Isbells en Marble Sounds) en trompettist Gerd Van Mulders versterken het originele kwartet. Het levert Belgische americanaparels op, waaronder het nog niet eerder vermelde Hurts.
Wie twee jaar geleden gecharmeerd raakte door het aan de oevers van de Ourthe opgenomen werkstuk mag ook blindelings deze nieuwe aanschaffen en zich verheugen op hoorbare groei. En je mag Piet een hart onder de riem steken door te gaan beluisteren wat dit prachtigs allemaal live oplevert.

Je kan deze recensie ook hier lezen op Indiestyle.

11 maart 2014

Democrazy concert: Emily Jane White (voorprogramma: Say Say)


Een dag na de Internationale Vrouwendag leek Democrazy in de Gentse Minard alsnog enkele vrouwen te willen eren door hen de mogelijkheid te bieden nieuwe zieltjes te winnen. Het duo Say Say, twee frisse jongedames, is daar wellicht in geslaagd. Voor de Amerikaanse Emily Jane White lag het allemaal wat moeilijker. Dat er geen bissen kwamen, kan een teken aan de wand genoemd worden.


De opener van de avond heet Say Say, waarin gitariste Barbara Sarmentero en pianiste Judith Van Eeckhout samen de zang voor hun rekening nemen. Waar de muziek aanvankelijk vooral in de buurt van SX komt, tonen de twee zich steeds feller om te eindigen als een vrouwelijke variant van Compact Disk Dummies. Achter hen worden projecties getoond. Zo zien we een lasershow met de toepasselijke waarschuwing in het Duits dat lasers gevaarlijk zijn en blijven en dat de veiligheidsvoorschriften nageleefd dienen te worden. Op die manier komen ze aan die aanbeveling tegemoet.


Het vierde album van Emily Jane White, Blood/lines, betekent een koerswijziging voor deze vrouw. Het instrumentarium is uitgebreid en ze verlaat enigszins de folkpaden die drie prachtige albums opleverden. Wendingen van de steven juichen we doorgaans toe, als ten minste de kwaliteit van de liederen minstens even goed blijft. En daar knelt toch wel een beetje het schoentje. Ook live blijken de nummers uit deze plaat, waar uiteraard rijkelijk uit gepuurd wordt, geen topmateriaal. Je hoort heel vaak echt wel goeie ideeën, maar omdat het geheel meer moet zijn dan de som der delen, blijven we jammer genoeg op onze honger. Veelal ontbreekt nét datgene wat alles met elkaar moet verbinden om tot een knap werkstuk te komen. Silence/Slain, de bonustrack van haar recentste worp, is daar een mooi voorbeeld van. Vooral de drummer laat mooie dingen horen, er wordt alleen te weinig mee gedaan.
Emily’s verschijning is overigens erg opmerkelijk. Nadat een instrumentale intro gestart wordt, zien we de projectie van een vrouwenarm, -schouder en -hals. De aders worden met stift gemarkeerd, meteen een verwijzing naar de titel van Blood/Lines. Emily Jane White komt op in haar favoriete kleuren, zwart en rood. Dat de Amerikaanse wel eens fan zou kunnen zijn van Le rouge et le noir van Stendhal, blijkt ook uit de barokke, negentiende-eeuwse stijl die ze hanteert. Een uiterlijk als dit zou zo uit een Tim Burton bewerking van Dracula kunnen komen, als een mengeling van Morticia uit The Addams family en de Koningin van Onderland uit Jommeke. Ook later in de set krijgen we beelden te zien van hoe de zangeres poseert terwijl een vrouw haar schildert met inkt uit een wijnglas. Wanneer ze niet achter de piano plaatsneemt, gaat White op een blok staan dat als verhoog dient, soms theatraal gesticulerend.
Hoewel wij Victorian America nog steeds haar beste plaat vinden (nummer 3 in mijn muzikaal jaaroverzicht van 2009), krijgt geen enkel lied van onze favoriet een plaats in de setlist. Met Two shots to the head en Dagger komt het debuut wel tweemaal aan bod. Tussen de afzonderlijke composities door zitten (te) lange pauzes, waardoor de vaart steeds uit de set gehaald wordt en wat opgebouwd werd, opnieuw inzakt als een soufflé. En zo lijkt de dame waarvoor we gekomen waren, na eerdere goeie concerten de voorbije jaren, met het nieuwere werk een beetje de koers kwijt.



Je kan dit concertverslag ook hier lezen op Indiestyle.

Setlist Emily Jane White:
  1. Intro
  2. Keeley
  3. Faster than the devil
  4. The black oak
  5. Holiday song
  6. Dandelion daze
  7. My beloved
  8. Two shots to the head
  9. Silence / Slain
  10. Dagger
  11. Wake 
Voor verslagen van eerdere concerten van Emily Jane White die ik zag, verwijs ik je graag naar hier (concert in een café in 2009) en hier (in de Botanique een jaar later).

10 maart 2014

Neneh Cherry


Neneh Cherry reeg eind jaren 80 en begin jaren 90 meerdere hits aan elkaar met Buffalo stance, Manchild, I've got you under my skinn (voor de Red hot + blue-compilatie) en 7 seconds (met Youssou N’Dour). Haar laatste solowapenfeit dateert al van 1996. Nochtans zat deze dame niet stil: ze werkte mee aan heel wat projecten en albums van anderen. En nu is er dus Blank project. Wie de Zweedse al vergeten was, zal verbluft worden.
De dochter van jazzmuzikant Don Cherry bewijst dat ze de vinger nog steeds aan de pols heeft en vindt zichzelf opnieuw uit, zo lijkt het. Na het erg sobere Across the water wordt de titelsong geschraagd door de betere dubstepbeats. Ze slaagt erin de plaat toch herkenbaar te laten klinken, door de mix van moderne arrangementen en haar soms haast parlando manier van zingen. Naked is daar een erg mooi voorbeeld van. Het geheel klinkt strak, de vocalen soulvol en alles is eigentijds en tijdloos tegelijk. Een deel van de verdienste mag op conto geschreven worden van producer Four Tet. Die laat de artieste iets doen met dubstep dat de platgetreden paden vermijdt en het genre doet oplossen in een bad van allerlei muzikale stijlen. In 422 voert spaarzame electronica de boventoon en komt de Zweedse in de buurt van landgenoten The Knife. Een andere compatriot, Robyn, stelt zichzelf voor op Out of the black: “I’m Robyn on the microphone into the speakers, you know I’m not sick like that but I’ve got a fever.” De symbiose tussen het perfecte popgeluid van de gaste en het eigen universum van Neneh levert een single op met hitpotentieel.
Dossier is een buitenbeentje waar we wat langer aan moesten wennen vooraleer we begrepen waar de zangeres naartoe wil. Uiteindelijk past het zich goed in en mogen we stilaan een conclusie formuleren. Neneh Cherry is terug, met een album dat heel sterk begint, daarna een beetje aan kracht inboet maar in zijn geheel overeind blijft staan en de oude bekende opnieuw actueel en relevant maakt. Haar plekje in het muzieklandschap is ondanks de lange afwezigheid niet ingenomen en zij kan het rustig zelf opeisen. “Long time no see…”, zouden we durven zeggen.

Je kan deze recensie ook hier lezen op Indiestyle.
Klik op oranje tekst om de links te volgen en blauwe links voor de mp3's.